menu

Hier kun je zien welke berichten raskolnikow als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Acrobat and Other Stories, The - Gerard Kornelis van het Reve (1956)

Alternatieve titel: Vier Wintervertellingen

3,5
Ik heb de Nederlandstalige editie gelezen. Dat leek me, gelet op Reve's gebrekkige beheersing van het Engels, het meest aangewezen. De vertaling van Michaelis lijkt me overigens uitstekend en ligt grotendeels in het verlengde van het Nederlands dat Reve in zijn vroege jaren placht te schrijven: sober, secuur, registrerend.
Een echte band tussen deze verhalen moeten we wellicht niet zoeken. En wie op basis van de titel winterse taferelen met sneeuwpoppen en schaatsende knapen in korte broek verwacht komt bedrogen uit: de verhalen spelen zich in alle denkbare seizoenen af, behalve in de winter. Er is wel een duidelijke eenheid van stijl en elk verhaal is even terneerdrukkend als een sombere, schemerige winterdag. Voorts viel me op dat vooral 'De acrobaat' en 'Herfstdraden' zo uit de pen van Hermans hadden kunnen vloeien.
Bij verhalenbundels heb ik al snel de neiging een ranking op te stellen. Met stip bovenaan komt 'De Vakantie', een absoluut hoogtepunt in het oeuvre van Reve zelfs. Hij zet treffend een jongen in een communistisch gezin neer die zich in zijn eigen fantasiewereld terugtrekt. 'Herfstdraden' tekent dan weer op even meedogenloze als uitmuntende wijze de verhouding tussen een gederailleerde zoon en zijn ziekelijk aanhankelijke moeder. Ik liep het minst hoog op met 'De acrobaat', maar Hermans vond dit naar verluidt juist het beste verhaal, dus ja, wat betekent het? Ik kan ook niet meteen zeggen waar het aan ligt: de wat zwakkere karaktertekening van hoofdpersonage Philip misschien, of het verhaal dat naar het einde toe gaat slepen bij gebrek aan nieuwe verwikkelingen.
Alles welbeschouwd een geslaagde bundel voor de liefhebbers van de vroege Reve.

Jakob von Gunten: Ein Tagebuch - Robert Walser (1909)

Alternatieve titel: Jacob von Gunten

geplaatst:
Er is nauwelijks een bespreking van dit boek te vinden waarin de loftrompet onaangeroerd blijft. En voorzeker, ik ben nu halfweg en ik kan moeiteloos enkele kwaliteiten opsommen: Walser schrijft secuur, (zonder loodzwaar te worden), er schiet hem al eens een halfdiepzinnige gedachte in, de hoofdpersoon Jakob is een aandoenlijke guit en de setting - een excentriek jongenscollege - heeft alles in zich om de lezer te integreren.

Alleen... ze intrigeert niet. Het excentrieke wordt al snel banaal. De guit en zijn meesmuilende observaties gaan vervelen. Hij hemelt op en haalt neer, maar nooit te veel, want hij ziet perfectie in de onvolmaaktheid van zijn medeleerlingen en de Benjamenta's. Als hij al ergens door verrast wordt, is het de verrassing zijn eigen wereldwijsheid bevestigd te zien in de hem omringende werkelijkheid - een wereldwijsheid die vooral niet ernstig moet worden genomen.

Als schrijven alleen een kwestie van stijl was, verdiende Walser zonder maren een standbeeld, maar het blijft mij allemaal te licht en te luchtig om nieuwsgierig te zijn naar de tweede helft. En vooral: dodelijk saai.

Moeder en Zoon - Gerard Reve (1980)

4,0
De eerste hoofdstukken zijn subliem. Reve mijmert over kerstmis (de wereld van symbolen en mystiek, die hij in het communistische milieu terdege heeft gemist) en zoekt zijn oude school op, waarvan hij de herinneringen lardeert met zijn typisch zwaarmoedige humor. Alles is één lange aanloop om een antwoord te vinden op de vraag waarom hij zich tot het rooms-katholicisme heeft bekeerd. Die odyssee naar oorzaken en vroege 'tekenen' voert hem langs allerlei rare zijpaden en eros blijft uiteraard niet onbesproken (o.m. in een gruwelijke seksscène waar ik het toch wel koud van kreeg). Minder geslaagd is Reve's gedram over het communisme, dat soms een heel hoofdstuk in beslag neemt, en zijn nogal bizarre en lichtjes onbegrijpelijke Maria-fantasieën. Reve's stijl leed in deze periode nogal aan wijdlopigheid. Hij was zo verbeten om geen detail of nuance onbenoemd te laten dat je als lezer wel eens naar wat meer luchtigheid snakt (luchtig als in 'een luchtig gebak'). Een onevenwichtig boek dus, maar de sterke elementen, o.m. de haast tedere herinnering aan de durfal Nickie, compenseren ruimschoots de mindere.

Pasenow oder Die Romantik - Hermann Broch (1931)

Alternatieve titel: Pasenow of De Romantiek

2,5
Broch is een literaire geestverwant van Musil en dat speelt niet noodzakelijk in zijn voordeel. Eigenlijk zijn beide erg talentvolle schrijvers die, als ze enkele decennia eerder waren geboren, schitterende traditionele romans hadden geschreven. Helaas valt hun schrijverschap samen met een tijd van experiment in de literatuur. Ze hebben daar per slot van rekening zelf passioneel aan bijgedragen.

En daar wringt het schoentje met deze 'Pasenow'. Van zodra Broch wat meer afstand neemt van zijn verhaal, als auteur een stap naar voren zet en begint te reflecteren over die merkwaardige vierhoeksverhouding tussen Pasenow, Bertrand, Ruzena en Elisabeth, vervalt hij in nogal berekende, abstracte, filosofische uitweidingen waarvan ik de inhoud liever getoond zie dan koud op tafel gelegd. Het helpt daarbij niet dat die uitweidingen, ondanks alle detaillering - verwacht je aan secuur uitgesponnen zinnen - nogal mistig zijn. Soms lijkt het of Broch het zelf ook niet allemaal meer goed weet.

Het sterkst is Broch dan ook als hij zoiets futiels als de postbedeling in het ouderlijk dorp van de Pasenows beschrijft. In die beschrijving opent zich een vermakelijke wereld van standsverschillen en tradities. Ook de tragikomische figuur van Pasenows vader wordt prachtig getekend. Hier is Broch op zijn traditioneelst en - ben ik geneigd te zeggen - dus op zijn best.

Pressentiment, Le - Emmanuel Bove (1935)

Alternatieve titel: Voorgevoel, Het

3,5
Liefhebbers van de elegant geschreven, burgerlijke novelle zullen zich hier geen buil aan vallen. Daar wringt m.i. ook het schoentje: het komt allemaal niet echt tot leven. De levens van de sukkelaars waar Benesteau zich onder mengt zijn daarvoor te braafjes getekend. Bove wil immers niet inbinden op het vlak van de esthetische beschrijving. De lezer mag niet uit zijn 'comfort zone' worden getrokken (wat een tijdgenoot als Céline wél deed). Anderzijds zijn de echt mooie zinnen op één hand te tellen. Blijft over: een mooi afgeborsteld portret van een in het leven verdwaalde (en niet bijster interessante) burgerman. Vakmanschap zonder meer.