menu

Hier kun je zien welke berichten ArthurDZ als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

City on Fire - Garth Risk Hallberg (2015)

Alternatieve titel: Stad in Brand

2,5
In de grond geen slecht boek, maar twee steeds terugkerende problemen verstoorden mijn leespret nogal.

1. De vaak onnodig moeilijke woordenschat en zinsconstructies:

Waarom iets moeilijk zeggen als het ook makkelijk kan? Voortdurend werd ik uit het verhaal gehaald doordat ik zinnen moest herlezen of woorden moest opzoeken. Op deze manier bleef ik altijd heel bewust van het feit dat ik aan het lezen was. Ik beleefde het verhaal niet.

2. De overdreven beschrijvingen:

Hallberg lijkt het de grootste zonde te vinden om iets in minder dan twee zinnen uit te leggen. De personages kunnen niet gewoon een stuk taart eten, ze moeten het ook hebben over de smaak, de vorm, de textuur en de herinneringen die ze hebben aan eerder gegeten taarten. En dat terwijl de taart niet eens belangrijk is in het verhaal! Zo zijn er talloze voorbeelden van ellenlange beschrijvingen die de vaart volledig uit het verhaal halen, en dat nog eens compleet onnodig ook.

Met lange beschrijvingen is op zich niets mis, maar dan moet het wel iets bijdragen. Aan de plot, of aan je kijk op bepaalde personages, of aan de sfeer ofzo. Dat gebeurt te weinig in City On Fire, de aandacht gaat te vaak uit naar onbenulligheden. Heel ongefocust. Ik snap dat het een poging is om het verhaal meer te doen leven, maar het wekte bij mij vooral ergernis op.

Probleem 1 verstrekt probleem 2 ook. Te vaak stak ik mijn energie in het herlezen van beschrijvingen die al snel volledig onbenullig bleken, in plaats van dat ik lekker in het verhaal kwam.

Ik kom toch nog uit op 2.5 steren omdat bijna alle personages op zich wel leuk zijn (al krijg je ook over hen te veel achtergronden die er uiteindelijk niets toe doen, zelfs niet om de karakters beter te begrijpen) en omdat de setting me desondanks wel erg aansprak. Maar het is de laatste keer dat ik me mee laat slepen in een literaire hype. En dat Hallberg een knap schrijver is staat buiten kijf, maar ik lees nooit meer iets van hem dat langer is dan pakweg 300 pagina's. Zoals liv2 het al knap samenvatte: dit boek is té.

Oh ja, en voor een boek dat zo langdradig is, kwam het wel erg bruusk tot stilstand in de ontknoping.

High Fidelity - Nick Hornby (1995)

3,5
Tof boek, al gaat de kwaliteit ervan wel in een dipje ergens over de helft, een dipje dat helaas blijft duren tot het einde. Het wordt op een bepaald moment gewoon té stuurloos, en hoofdpersonage Rob wordt té neurotisch en begint zichzelf en zijn gedrag te verklaren op manieren waardoor ik hem hoe langer hoe minder sympathiek vind worden. Nu hoef ik ook geen boek vol heilige boontjes, maar maak de klootzakken tenminste intrigerend in plaats van gewoon irritant. Sowieso loopt dit boek niet bepaald over van de sterke personages, als ze me al bijzonder opvielen, dan was het in de negatieve zin.

Maar ach, de vele muziekreferenties zijn leuk, en sommige van Rob's inzichten ook (omdat ze zo raak zijn, of net niet), en de passages met zijn ex-vriendinnen en ouders verdienen ook lof, maar al bij al is dit geen boek voor op de herlees-stapel.

Skagboys - Irvine Welsh (2012)

4,5
Uitstekend boek weer van Irvine Welsh. Maar met zo'n ijzersterke en kleurrijke cast ter beschikking, lijkt het me eigenlijk niet al te moeilijk om met sterke verhalen te komen. Heel wat van Welsh's beste personages zaten al in de film Trainspotting, zoals Sick Boy (nog maar 21 in het begin van Skagboys, maar toch al manipulatief, egocentrisch en evil as fuck), Spud, Begbie (met een veel kleinere rol dan in voorgaande delen van de Mark Renton-saga), Tommy (idem) en natuurlijk Renton zelf, die hier nog meer dan in Trainspotting wordt neergezet als getormenteerde jongvolwassene die eigenlijk te slim is voor zijn eigen goed, wat verrassend goed werkt.

Maar ook book only-personages als Keezbo (is me nooit eerder opgevallen, zat volgens mij niet in Trainspotting), Seeker en Nicksy (verteller van misschien wel het beste hoofdstuk in Skagboys, je zal nooit meer op dezelfde manier naar een afvalschacht kijken) zijn erg leuk neergezet.

Het is sowieso tof om erachter te komen hoe de hele groep in de heroïne verzeilt raakt, en hoe ze daar uiteraard helemaal verkeerd mee omgaan. Renton die het met zijn vriendinnetje van de universiteit afmaakt omdat hij 'meer tijd wil vrijmaken voor zijn verslaving', is daar het grappigste voorbeeld van. Ach ja, zonder een voorliefde voor zwarte humor en in your face-cynisme is genieten van een Welsh ondoenbaar, vermoed ik.

Aan dat fonetisch Schots raak je bovendien erg snel gewend, ik zou zeggen al tijdens het eerste hoofdstuk. Heel af en toe mis je eens het punt van een conversatie of overpeinzing, maar da's eerder uitzondering dan regel. Op een bepaald moment gaat het echt vanzelf.

Misschien dat 500+ pagina's vol kleine criminaliteit, casual seks en junkieleed voor sommige mensen van het goede teveel is, maar mij persoonlijk stoort de lengte niet. Daarvoor zijn de personages gewoon te sterk. Hopelijk komen ze nogmaals langs in een volgende Welsh. In zijn nieuwste verhaal heeft Juice Terry, een ander geweldige creatie van de schrijver, alvast een hoofdrol. Joepie!

Wolf Hall - Hilary Mantel (2009)

Alternatieve titel: Thomas Cromwell Trilogy #1

3,5
Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt toen de Britse krant The Guardian deze een tijdje terug uitriep tot het beste boek van de eeuw tot nu toe. Zelf kan ik ondertussen zeggen dat ik niet akkoord ben, maar dat ik hun keuze wel snap: Wolf Hall is een groots opgezet werk dat erin slaagt het (althans in Engeland) welbekende, door historische fictie-schrijvers zelfs behoorlijk uitgekauwde, verhaal van Henry VIII vanuit een redelijk frisse hoek te benaderen. Dat is op zich al best knap, en waarschijnlijk genoeg om mening gerenommeerde Britse literatuurcriticus een wild bonzend hart te bezorgen.

Aan onze kant van het kanaal ligt het natuurlijk anders, aangezien Henry en zijn hovelingen geen (of amper een) link hebben met de geschiedenis van de Lage Landen. Je hebt vast wel van hem gehoord: je weet waarschijnlijk wel dat hij meerdere keren scheidde in een tijd waarin dit nog niet bepaald gebruikelijk was, en dat hij de Anglicaanse kerk liet oprichten in een poging zijn huwelijksperikelen te legitimisten. Misschien zeggen de namen Catherine van Aragon en Anne Boleyn je iets. Het zou kunnen dat je weet dat de latere koningin Elisabeth I een kind van hem was, en dat hij mager begon maar moddervet eindigde. Ik ben een vrij grote geschiedenisfreak, en dat was min of meer alles wat ik van de beste man afwist voordat ik aan Wolf Hall begon. Van Thomas Cromwell had ik al helemaal niet gehoord, even dacht ik zelfs dat Oliver Cromwell hier het hoofdpersonage ging worden

Dit alles om maar te illustreren dat ik niet meteen het type persoon ben dat Wolf Hall met droge ogen tot één van de beste boeken ooit zou bombarderen. Daarvoor doet Mantel te weinig haar best om lezers die de historische context nog niet meteen mee hebben bij de zaken te betrekken: zo wandelen de verschillende Thomassen en Mary's het verhaal net iets te achteloos in en uit, wordt er pas na tig pagina's terloops vermeld dat de hertog van Norfolk de oom is van de gezusters Boleyn (de drie personages zijn dat al heel lang in het verhaal geïntroduceerd) en nu we het toch over die hertogen hebben, het was ook ontzettend verwarrend dat Mantel ze dan weer eens bij hun adellijke titel noemde, en dan weer met hun gewone voor-en achternaam, zonder bij de lezer aan te geven dat het hier om één en dezelfde persoon gaat.

Ook de keuze van de schrijfster om Cromwell consequent met 'hij' en 'hem' aan te duiden, ook in zinnen waar 'hij' eerst op een ander personage slaat, wordt vaak aangegeven als een nodeloze bron van verwarring. Dat is het ook, ik zou als ik een boek schrijf in ieder geval nooit voor deze stijlvorm kiezen omdat het gewoon zo overduidelijk is dat het mensen in de war gaat brengen, maar het moet gezegd, op den duur went het wel en lees je erdoorheen. Toch snap ik de keuze niet zo, veel voegt het mijn inziens niet toe.

Wolf Hall is vermoedelijk het meest onevenwichtige boek dat ik ooit gelezen heb. Passages waarin alle bovenstaande kritiekpunten naar voren komen zijn behoorlijk vervelend om je doorheen te worstelen, maar die worden dan plotsklaps afgewisseld met hoofdstukken waarin de middeleeuwen echt tot leven komen en je het boek helemaal ingezogen wordt. Stukken waarin het verhaal compleet stilvalt worden gevolgd door stukken waarin Wolf Hall plots leest als een trein. Dan zijn de beschrijvingen en dialogen eens gortdroog, onhandig en ongeïnspireerd (bijvoorbeeld: het gebruik van 'scharlaken' als bijvoeglijk naamwoord begon me op den duur ontzettend de keel uit te hangen), op de volgende pagina slaat Mantel je net zo goed plots om de oren met prachtige, glimlachopwekkende volzinnen vol rake beeldspraak. Wat is hier aan de hand? Het zorgde er in ieder geval voor dat ik nooit wist wat ik ging krijgen voordat ik begon te lezen. Niet iets wat je verwacht bij historische fictie, en ergens ook wel een soort van prestatie.

Dé sterktehouder van de roman was het (gelukkig steeds aanwezige) hoofdpersonage Thomas Cromwell. Een interessant figuur waar je je ondanks alles snel aan gaat hechten. Hij is het slimste personage van het boek, niet voor één gat te vangen en van eenvoudige komaf tussen allemaal omhooggevallen edelen, dus je gunt hem zijn rise to power meteen. Helaas kan zelfs hij niet verhinderen dat het boek qua kwaliteit voor mij als een jojo op en neer ging.

Het beste boek sinds 2000? Wat mij betreft dus zeer zeker niet. Maar wel een intrigerend werkje (tegelijkertijd op zowel een goede als slechte manier) en het moet gezegd, op zijn best is het boek ook meteen héél goed. Toch twijfel ik een beetje of ik de volgende twee boeken in Mantel's Cromwell-saga ook ga lezen (nog eens twee zo'n dikke, onevenwichtige pillen... mijn leeslijst is zo al lang genoeg voor twee mensenlevens!). Als het zover komt, zal het toch niet voor meteen zijn. Wolf Hall is evenwel een boek dat je bijblijft, ondanks diens tekortkomingen.