menu

Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Tarzan of the Apes - Edgar Rice Burroughs (1912)

Alternatieve titel: Tarzan van de Apen

poster
3,5
Bijna een guilty pleasure, dit. Weinig literair en ook niet maatschappelijk helemaal verantwoord (racisme, seksisme...), maar wat leuk! Ik heb Tarzan of the Apes met veel plezier gelezen.

Het boek vraagt wel behoorlijk wat suspension of disbelief, maar daar krijg je een levendig, avontuurlijk verhaal voor terug. Je kunt er vast allerlei filosofische gedachten op loslaten, maar Edgar Rice Burroughs doet dat zelf nauwelijks. Hij lijkt niet de ambitie te hebben gehad om er een psychologische roman van te maken, dus wil ik het boek ook niet zo lezen. Tarzan rolt van het ene avontuur in het andere, in zo'n hoog tempo dat het nooit verveelt. Tarzan vecht met de wilde dieren in de jungle, Tarzan ontdekt zijn eigen menselijkheid, Tarzan komt in aanraking met kannibalen (altijd leuk...). En dan komen Jane en consorten en gaat het verhaal toch een beetje een andere kant op. Misschien wil de aap-mens ook wel gewoon mens zijn... Nu stopt het verhaal vrij abrupt, maar in mijn versie komt The Return of Tarzan er meteen achteraan, waardoor je een wat vollediger verhaal krijgt.

De meeste personages zijn wat karikaturaal. Jane is vooral de damsel in distress, haar vader is de typische verwarde professor, en Esmeralda doet niets dan flauwvallen. De zwarte inboorlingen zijn in dit deel nog allemaal domme kannibalen. Daar zou je je aan kunnen ergeren, maar je zou je er ook overeen kunnen zetten en gewoon genieten van Tarzans vele avonturen.

Tess of the d'Urbervilles - Thomas Hardy (1891)

Alternatieve titel: Tess van de d'Urbervilles

poster
5,0
Vanochtend heb ik mij in mijn kamer opgesloten om het laatste deel van dit boek te lezen. Toen ik het eenmaal uit had bleef ik haast verbouwereerd achter. Wat een vreselijk tragisch verhaal!
Nu wist ik al hoe het verhaal zou aflopen. Kort geleden heb ik de gelijknamige miniserie van de BBC gezien, en daar was ik sterk van onder de indruk (absoluut een aanrader). Al lange tijd was ik van plan om het boek te lezen maar ik was er nu wel heel nieuwsgierig naar, bovendien wilde ik ook graag weten of de serie wel recht deed aan het boek. Het is toch altijd een beetje jammer als er voor een verfilming van alles wordt weggelaten (of, vaak veel erger, bijverzonnen) omdat het anders niet genoeg kijkers trekt of zo. Tot mijn opluchting bleek dat hier het geval niet te zijn, en dat is ook helemaal niet nodig. Dit verhaal is zo rijk aan drama en ontwikkelingen dat bijverzinnen volstrekt overbodig is, en omdat het een miniserie is en geen film, is er ook genoeg tijd om het verhaal en de karakters volledig uit te werken.

Tot zover de miniserie, nu het boek. De eerste bladzijden vond ik een beetje moeilijk, ik heb het namelijk in het Engels gelezen en Hardy’s Engels is niet het allermakkelijkste. Maar al snel zat ik zo diep in het verhaal dat ik daar totaal geen last meer van had, sterker nog, ik zag er steeds meer de schoonheid van in. Het verhaal gaat inderdaad in je hoofd zitten en is daar niet meer weg te krijgen, ikzelf werd haast belemmerd in mijn dagelijkse doen en laten omdat ik alleen nog maar wilde lezen. Ondanks het feit dat het lastig Engels was, ik weinig tijd had en het boek bijna 400 pagina’s telt, heb ik het in minder dan een week verslonden. Echter, dit is totaal niet een verhaal waar je vrolijk van wordt. Dit wist ik al, en ik had dan ook sterk de neiging om halverwege maar te stoppen. Niet omdat het me niet meer boeide maar omdat ik zo graag wilde, net als Tess zelf, dat het daar maar kon eindigen en dat Tess en Angel gewoon nog lang en gelukkig zouden leven met z’n tweetjes. Ik leefde heel erg sterk mee met Tess en wilde gewoon het beste voor haar, en ze krijgt zoveel te verdragen! En dan dat nare einde.… Van mij had ze Alec D’Urberville al veel eerder mogen vermoorden, want hij verdiende het zeker. Maar hadden Tess en Angel daarna niet gewoon op de vlucht kunnen gaan, had Hardy ze niet gewoon een kans kunnen geven om alsnog samen gelukkig te worden? Ik neem aan van niet, hij wilde natuurlijk iets zeggen met dit boek en misschien was die boodschap wel verloren gegaan als er toch nog een goed einde was geweest. Gelukkig zijn de scènes in het huis waar ze stiekem verblijven, en later bij Stonehenge, wel erg mooi. Als Angel en Tess zich nooit meer verzoend zouden hebben was dit boek zo tragisch geweest dat zelfs ik het zou hebben laten liggen. Omwille van de spoilertags zal ik maar niet meer verder gaan over het verhaal, bovendien zou je daar nooit recht aan kunnen doen in een bericht als dit. Het is in ieder geval schitterend, met personages die zo levendig zijn beschreven dat je, ik had dat tenminste wel, haast gaat denken dat ze ooit echt geleefd hebben en dat ergens in Engeland hun resten begraven liggen. Hardy’s taalgebruik is zogezegd prachtig als je er eenmaal aan gewend bent, en emoties en dramatische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op zonder, en dat is heel knap, dat het gaat lijken op een negentiende-eeuwse soap. Hoe de schrijver dat voor elkaar heeft gekregen zou ik niet eens kunnen zeggen, maar hij heeft het heel mooi gedaan. Persoonlijk vind ik de dialogen ook heel mooi, die vielen me echt op. Heel goed verfilmbaar, denk ik zo…...

Eenmaal het boek uithebbende bleef ik niet heel vrolijk achter. Wat hierboven gezegd wordt – dat je het boek zult liefhebben én zult haten – kan ik alleen maar beamen. Ik blijf met een haast boos gevoel over – waarom moest het nou zo slecht eindigen? Tess gaat weliswaar vredig haar dood tegemoet, maar ik ga daar niet in mee. Ik had veel liever dat ze samen zouden blijven, ze had het zo verdiend! Maar hoe ik het ook haat dat het zo slecht afloopt – ik moet tegelijkertijd bekennen dat het einde schitterend is. Net als het hele boek trouwens. Waarom hebben er nog maar vijftien mensen op dit boek gestemd?

Dit is het eerste boek dat ik lees van Thomas Hardy. Als de rest ook maar half zo goed is heb ik nog veel om naar uit te kijken. En over een poosje zal ik Tess of the D’Urbervilles weer lezen, en ik zal het, zeker weten, net zo haten en liefhebben als nu.

Three Sisters, Three Queens - Philippa Gregory (2016)

Alternatieve titel: The Tudor Court #2

poster
3,0
Philippa Gregory’s boeken zijn mijn klein-beetje-guilty pleasure. Heel historisch verantwoord is het niet altijd, maar ze zijn vlot geschreven en de personages hebben altijd van die interessante levens. Gregory geeft een stem aan mensen (lees: vrouwen) over wie de geschiedenis vooral de kale feiten geeft: voorouders, huwelijken, kinderen. Margaret Tudor lijkt daarin geen uitzondering als dochter van een koning, zus van een koning, vrouw van een koning, moeder van een koning. In de kleurrijke Tudor-periode wordt ze makkelijk overschaduwd door de beruchte Henry VIII. Margarets persoonlijke leven is niet veel minder turbulent (maar minder beschreven) en haar politieke leven een stuk roeriger dan dat van haar broer.

Gregory kiest er in dit boek voor om de focus te leggen op de verschillen, overeenkomsten en band tussen Katherine van Aragon, Henry’s eerste vrouw, en diens zussen Margaret en Mary. Soms werkt dit uitstekend: als Henry het land uit is, is het Katherine die optrekt tegen Schotland en verantwoordelijk is voor de dood van Margarets eerste man, waarmee de verhouding tussen Margaret en Katherine begrijpelijkerwijze nog ingewikkelder wordt. Soms legt de schrijver het er echter te dik bovenop. Margaret is ziekelijk jaloers op haar zussen, wat op een gegeven moment erg repetitief wordt. En stiekem vind ik het leven van die beide zussen misschien wel interessanter dan dat van Margaret.

Ergens is dat raar: in vergelijking met haar zussen heeft Margaret het avontuurlijkste leven. Zij en de Schotse edelen om haar heen leven in continu wisselende allianties, waarbij er regelmatig bloed vloeit. In haar persoonlijke leven geldt hetzelfde: de scheiding van Henry VIII en Katherine van Aragon moge dan berucht zijn, Margaret heeft een letterlijke vechtscheiding. De giftige relatie tussen haar en Archibald is trouwens wel goed beschreven. Ondanks de vele hete vuren waar ze voor komt te staan is het soms moeilijk om met Margaret te sympathiseren. Want het zijn niet alleen de omstandigheden die voortdurend wisselen, Margarets acties en gevoelens schieten ook alle kanten op. Het maakt haar soms onnavolgbaar, in de negatieve zin van het woord.

Ook mis ik iets in de manier waarop het verhaal is opgetekend. We kennen Margarets binnenwereld, en we weten wat er in het groot afspeelt (welke Earl of bisschop of Lord haar nu weer verraden heeft), maar daartussen blijft het leeg. Het is alsof je een combinatie van een dagboek en een wikipedia-artikel leest, waarbij je nog steeds niet weet hoe het dagelijkse leven er nu uitzag. Het fijne van Gregory’s betere boeken is nu juist dat het voelt alsof je zelf aan het hof rondloopt. In Three Sisters, Three Queens blijft de hoofdpersoon helaas te veel op afstand. Makkelijk te lezen, interessante historische ontwikkelingen (misschien wel wat te veel) maar niet zo aangrijpend als ik had gehoopt.

Tovenaar van Petersburg, De - Roel Smits (2010)

poster
4,0
Af en toe pak ik nog een willekeurig boek uit de bibliotheek mee omdat de titel me aanstaat. Vorige week was dat De Tovenaar van Petersburg, omdat Rusland me altijd wel aantrekt. Misschien had ik half en half verwacht dat Raspoetin zou opduiken, maar dat bleek niet zo. In plaats daarvan is de hoofdpersoon een verstokte wetenschapper die door een lijklucht geteisterd wordt sinds zijn terugkeer uit Siberië. Op doktersadvies beschrijft hij zijn belevenissen daar, afgewisseld met hoofdstukken die zijn leven in Sint Petersburg beschrijven.

De hoofdpersoon is een bijzonder figuur. 'Verstokt' is misschien wel het woord dat hem het beste omschrijft. Rationeel tot in het ziekelijke. Misschien is het te wijten aan zijn ongewone jeugd, misschien ligt er een autismespectrumstoornis aan ten grondslag, maar normaal is Otto Herz in ieder geval niet. Zijn zoon Willi is in alles het tegenovergestelde. Als de permafrost Otto symboliseert, dan is Willi de mammoet. Een brok emotie, dramatisch en niet te stoppen. Zet twee zulke verschillende mannen samen in het onherbergzame Siberië neer, en je weet dat er een flinke botsing komt.

Die botsing komt er, en hoe... De expeditie loopt gierend uit de bocht, maar het boek doet dat nooit. Hoe absurd de ontwikkelingen ook zijn, door de nauwgezette Otto worden ze zo pijnlijk accuraat beschreven dat het werkt. Zelfs als Otto nadat hij zijn zoon heeft neergeschoten, zich eerst om het mammoetkadaver bekommert en daarna eens gaat kijken of zijn zoon nog leeft, wordt het niet ongeloofwaardig. Tegelijkertijd laten de hoofdstukken in Sint Petersburg heel subtiel zien hoe Otto langzaam lijkt te ontdooien. Pas aan het eind komen we erachter hoe Otto's mysterieuze kwaal ontstaan is. Dan is het boek ook bijna afgelopen. Het einde is voor een groot deel open. Enerzijds lijkt Otto inderdaad ontdooid te zijn (hij houdt dusdanig veel van zijn hondje dat hij het een naam geeft, hij neemt afscheid van het lichaam van zijn zoon), maar of hij nou echt veranderd is?

Smits heeft een prettige schrijfstijl, waarin Otto's personage compleet is doorgevoerd. Hij slaagt erin om zelfs de stukken waarin Otto zijn enthousiasme voor paleontologie beschrijft, interessant te maken, juist door middel van Otto's taalgebruik. Hoe onderkoeld het ook allemaal beschreven moge zijn, het plot is levendig genoeg. Niet alleen de dramatische gebeurtenissen in Siberië, maar ook de onrust in Sint Petersburg na Bloedige Zondag en Otto's ongewone jeugd (inclusief een nachtmerrie-achtige ervaring met palingen, brrr...) stuwen het verhaal voort. Niet alleen is het plot interessant, maar Smits slaagt er ook in om de psychologie van de personages en hun onderlinge strijd treffend te beschrijven.

Aangename verrassing, dit toevallig gelezen boek. Ironisch genoeg is juist de titel, die me zo aansprak, het enige dat ik niet kan plaatsen. De vergelijking met een tovenaar gaat niet echt aan. Maar laat dat vooral geen belemmering zijn om dit boek te lezen!

Town like Alice, A - Nevil Shute (1950)

Alternatieve titel: Finale als Voorspel

poster
3,5
Met A Town Like Alice is iets vreemds aan de hand. Het bestaat namelijk uit twee verhalen, die behalve de hoofdpersoon niets met elkaar te maken lijken te hebben. De beschrijving op de kaft vertelt alleen iets over het eerste verhaal, de titel verwijst naar het tweede. Overigens is er ook nog een derde verhaallijn die van het geheel een raamvertelling maakt, maar die doet aan het opvallende contrast tussen de twee verhalen niets af.

Het eerste, en naar mijn mening het beste verhaal, gaat over de belevenissen van Jean Paget in Maleisië. Jean wordt daar min of meer overvallen door de Japanse invasie in 1941-1942 en ze wordt gevangengenomen. De Japanners hebben schijnbaar geen plan voor de Engelse vrouwen en kinderen, met als gevolg dat die telkens naar een nieuwe plek worden gestuurd, op weg naar een kamp dat niet blijkt te bestaan. Tijdens de voettocht sterven de vrouwen en kinderen bij bosjes. Dit verhaal profiteert erg van Shutes wat afstandelijke stijl. Net als in On the Beach is de toon goed geïnformeerd maar bijna koel, alsof het opgetekend is door een oorlogsverslaggever. De kale feiten komen daardoor des te harder aan.
’They crucified him,’ she said quietly. ‘They took us all down to Kuantan, and they nailed his hands to a tree, and beat him to death. They kept us there, and made us look on while they did it.’

Bovenstaand citaat verwijst naar Joe Harman, een Australische krijgsgevangene die de Engelse vrouwen probeert te helpen. Door hem komt Jean in Australië terecht, waarmee het tweede verhaal wordt ingeluid. Jean, bewapend met een erfenis en een vaag schuldgevoel, komt in een Australische uithoek terecht en besluit de woonplaats van Joe Harman te veranderen in ‘a town like Alice’. Ze leert zich aanpassen aan een andere manier van leven en zet ondernemingen op, en al met al gaat het best goed. Nu is het prima om te lezen hoe iemand zijn of haar leven voortzet na de verschrikkingen van de oorlog. Het is alleen jammer dat die oorlog vrijwel uit het verhaal verdwenen is. Jean schrijft letterlijk dat ze wel weten wat er gebeurd is in Maleisië, dus laten ze er maar niet over praten en het proberen te vergeten. De wens tot vergeten is begrijpelijk, maar als de personages dat ook daadwerkelijk doen vind ik dat toch jammer.

Dit boek kwam uit in 1950. Wellicht is de optimistische tweede helft van het verhaal wel tekenend voor de tijdgeest van de periode. Wat gebeurd is, is gebeurd, en nu moeten we dóór. Als er nu een boek geschreven zou worden over het leven na een dodenmars en kruisiging, kan ik me niet voorstellen dat de schrijver zijn personages niet zou laten worstelen met de late gevolgen van hun trauma’s. Maar voor de lezer in 1950 is een verhaal van hard werken dat wordt beloond ongetwijfeld te verkiezen boven een verhaal over de dreigende teloorgang van getraumatiseerde oorlogsoverlevenden.

Nu is dat slechts een theorie van mij, maar er is nog een andere reden om A Town Like Alice ouderwets te noemen. Dat is het argeloze racisme tegenover de oorspronkelijke inwoners van zowel Maleisië als Australië. Het is duidelijk niet boosaardig bedoeld en het doet daarom eerder gedateerd dan kwetsend aan. Het is dan ook geen reden voor mij om het boek af te raden, maar het schept wel een zekere afstand tot het verhaal, zoals een slordige vertaling of onnatuurlijke dialogen dat in een ander boek zouden kunnen doen.

Al met al voelt het alsof ik enkele decennia te laat geboren ben voor dit boek. Het is prima leesbaar, ik heb me niet verveeld, en sommige passages zijn oprecht ontroerend, maar ik voel een afstand tot het verhaal die ik vermoedelijk niet had gevoeld als ik het zeventig jaar geleden had gelezen.

Trespass, The - Barbara Ewing (2002)

Alternatieve titel: De Indringer

poster
4,0
Het is jaren geleden dat ik dit boek voor het eerst las, en ik heb geen idee waarom mijn oog er toen op gevallen is. Nu ik het herlezen heb, weet ik wel waarom ik het toentertijd zo'n goed boek vond. Het begint er al mee dat ik zowel incest als cholera (of uitbraken van andere nare ziektes, zie Year of Wonders) fascinerende thema's vind - in boeken dan.

Het verhaal draait niet alleen om incest en cholera. The Trespass roert een heleboel thema's aan. Sociale misstanden, klassenverschillen, vrouwenrechten, emigratie en kolonisatie, noem maar op. Het is bewonderenswaardig hoe goed Ewing deze thema's in evenwicht houdt. Alleen de verhouding tussen de kolonisten en 'inboorlingen' wordt mijns inziens niet voldoende uitgediept; het lijkt een beetje een verplicht nummer. Voor de rest is het verhaal een mooi, vloeiend geheel. Er gebeurt genoeg om het tempo erin te houden. Schipbreuk! Dramatisch sterfgeval! Onverwachte ontmoeting!

Ewing heeft ook geen problemen met uiteenlopende settings. Het walgelijk smerige Londen en het ongerijpte - en hardvochtige - Nieuw-Zeeland worden beide heel treffend beschreven. Hetzelfde geldt voor de sociale setting: bij Lady Kingdom op de thee of in de arme wijken van Londen. De schrijfster stelt je in staat om je in al die omstandigheden te kunnen inleven. Hiervoor gebruikt ze veel verschillende personages, met Harriet Cooper als verbindende factor.

Over personages gesproken, van Sir Charles Cooper, die de titelrol speelt, gaan je haren recht overeind staan. Het is dan ook moeilijk om geen sympathie op te vatten voor Harriet - al zou je soms willen dat ze meer voor zichzelf op kwam (aan de andere kant, zou het haar geholpen hebben?). Ook bijfiguren als Lucy het dienstmeisje en neef Edward roepen sympathie op, net als de manke grote zus Mary. Niet geheel toevallig zijn dit ook de personages die, al dan niet subtiel, het meest in opstand komen tegen het keurslijf waar de maatschappij hen in dwingt.

Ik heb niet veel aan te merken op The Trespass. Misschien wordt de moord op Sir Charles iets te snel afgedaan, en ik zei al dat ik het 'conflict' met de Maori niet goed uitgewerkt vind. De schrijfstijl vond ik in het begin ook niet prettig trouwens, maar daar raakte ik snel genoeg aan gewend. Daar tegenover staat een boeiend verhaal met uiteenlopende thema's en settings en bevolkt door een hele stoet aan interessante personages. Met andere woorden, tijd dat meer mensen dit boek gaan lezen.

Triomf van de Verschroeide Aarde - Thea Beckman (1977)

poster
3,5
Nadat ik na jaren Geef me de ruimte! weer herlas en me dat prima beviel, ben ik zo snel mogelijk doorgegaan met deel 2 van de trilogie. Ook dit tweede deel is erg goed bevallen; het zou zomaar eens kunnen dat ik de komende tijd een heleboel boeken ga herlezen...

Waar deel 1 zich voornamelijk richtte op Marie-Claire, is in Triomf van de Verschroeide Aarde de focus verschoven naar haar pleegzoon Matthis Cuvelier. Nu geldt voor beide personages dat ik niet erg warm of koud van ze word, maar desalniettemin blijf ik ze graag volgen vanwege hun belevenissen. Ik vind geschiedenis erg interessant, maar dan wel graag in verhaalvorm, en daar is Thea Beckman toch echt meester in.

We zijn een aantal jaar verder in de honderdjarige oorlog; en het boek beschrijft een aantal jaar in drie perioden. Het eerste deel is verreweg mijn favoriet. Bertrand Du Guesclin, wat een held! Fantastische vent... Zijn slimme streken deden me regelmatig denken aan Michiel de Ruyter (die ooit het dek van zijn schip liet insmeren met boter zodat de enterende kapers hopeloos uitgleden....), ook al zo'n man van het volk die met z'n boerenverstand iedereen versteld deed staan. Du Guesclin is lelijk, arm, van onbeduidende afkomst en ongeletterd, maar ik kan zeker wel begrijpen wat Tiphaine (die mooi, rijk, van hoge afkomst en geleerd is) in hem ziet. Gezond verstand, het hart op de goede plek, één brok moed en onverzettelijkheid.

Het beleg van Rennes is ook het enige wat ik me nog echt goed kon herinneren van dit boek (ik wist nog heel precies dat ze broden gingen bakken met stukken hout van binnen om het te laten lijken alsof er overvloed in de stad was). Matthis in Parijs vond ik wat minder interessant, vooral omdat Etienne Marcel me niet zo boeide (en de Parijzenaars, die met alle winden meewaaien, vind ik een minder sympathiek volk dan de Bretons). De Jacquerie was wel boeiend, maar die krijgen we alleen van een afstand te zien. Het derde deel is niet heel gedenkwaardig, maar wel vermakelijk.

Verder kan ik hier weinig over zeggen dat ik niet al bij het eerste deel van de trilogie heb gezegd. Al met al heel genietbaar. Nog beter zou het zijn geweest als het hele boek zo goed was als het eerste deel. In ieder geval komt Bertrand Du Guesclin terug in het derde deel, dus dat is alvast iets om naar uit te kijken.

Troubles - J.G. Farrell (1970)

Alternatieve titel: Onlusten

poster
4,5
Alweer een mij onbekend werk uit de wereldliteratuur waar mijn oog toevallig op is gevallen in de bibliotheek. Ik heb het in vertaling gelezen, onder de titel Onlusten. Die Nederlandse vertaling kan echter niet alles uitdrukken wat het Engels doet. Troubles refereert natuurlijk aan de Ierse ‘onlusten’, maar kan net zo goed vertaald worden met problemen of beslommeringen. En voor dit boek zijn allebei van toepassing: het neemt the Troubles als setting van een verhaal over een vervallen hotel en de eindeloze problemen die het veroorzaakt voor de bewoners.

Het boek begint met een korte epiloog die mij onmiddellijk aan Rebecca deed denken, en niet voor de laatste keer. In Rebecca is het landhuis Manderley haast een personage op zich, en hetzelfde geldt voor hotel Majestic. Na de introductie van het Majestic wordt de eigenlijke hoofdpersoon geïntroduceerd. Intrigerend genoeg wordt die alleen door andere personages bij zijn naam genoemd, de verteller noemt hem steevast ‘de majoor’. Nog een parallel met Rebecca, waarin het gebouw een naam krijgt maar de hoofdpersoon niet.

De Engelse majoor reist naar Ierland om de vrouw te bezoeken met wie hij min of meer per ongeluk verloofd is. Ze hadden elkaar leren kennen in 1916, tijdens zijn verlof. Zij had ‘het gevoel dat ze iets persoonlijks te verliezen moest hebben’, hij ‘dat hij minstens één reden moest hebben om het te willen overleven’. Het verhaal gaat echter helemaal niet over Angela, zij is slechts de reden dat de majoor in het Majestic terechtkomt. Hij ziet aanvankelijk verwonderd aan hoe de bewoners zich vastklampen aan de gloriedagen van weleer, maar wordt al snel zelf een onderdeel van de micromaatschappij in het hotel.

Het Majestic en zijn bewoners staan duidelijk model voor het ondergaande Britse rijk, maar ik denk dat het nog meer betekent. Wellicht blijft de majoor er hangen omdat er geen andere plek is die zijn binnenwereld zo weerspiegelt. Hij overleefde de oorlog, herstelde van shellshock, hij staat nog overeind maar wordt nooit meer de oude. Hij voelt zich alleen nog op zijn gemak in het gezelschap van vreemden, en welke plek is daarvoor beter geschikt dan een hotel op een afgelegen schiereiland? De Ierse Sarah, die in het dichtstbijzijnde dorp woont, lijkt aanvankelijk de laatste strohalm voor de majoor om te ontkomen aan zijn lijdzame wegkwijnen, maar zij zit op haar eigen manier net zo vast als hij.

Sarah is een van de weinige Ierse personages. The Troubles komen het Majestic voornamelijk binnen via de krant, waaruit soms uittreksels in de roman zijn opgenomen. Soms werkt dat goed, soms snap ik niet zo goed waarom juist dit nieuwsbericht op deze plek in het boek is terechtgekomen. Hoe dan ook lezen we meer over lekkende daken en overlast van katten dan over geweld en terreur. Geleidelijk sluipen die toch het Majestic binnen, hoewel niet per se door toedoen van Sinn Féin: de schokkendste scène vond ik de poging tot verkrachting van de dronken Charity door een Britse soldaat. De majoor reageert gelaten op het geweld dat buiten het Majestic woedt, maar hoteleigenaar Edward probeert, eveneens met geweld, de werkelijkheid op afstand te houden. Tsjechovs geweer hangt hier duidelijk zichtbaar aan de muur. Dat zorgt dat er spanning blijft in een verhaal dat anders vooral een timelapse van het verval van het Majestic zou zijn geweest.

Troubles is een uitstekend geschreven, gelaagd boek. De stijl van J.G. Farrell varieert soepel tussen droogkomisch, feitelijk en plotseling tragisch. Farrell houdt je in een bijna verlamde toestand, net als de personages, tot je eruit wordt opgeschrikt door een achteloze verwijzing naar de loopgraven of een korte blik op de Ierse onderklasse. De personages zijn treffend en vaak opvallend liefdevol beschreven, en nergens krijg je het gevoel dat de schrijver een politiek statement probeert te maken. Het gaat hem om de tragiek van de ondergang, en het zinloze van vasthouden aan wat voorbij is, of zelfs nooit echt is geweest.

Turn of the Screw, The - Henry James (1898)

Alternatieve titel: De Onschuldigen

poster
4,5
What it was least possible to get rid of was the cruel idea that, whatever I had seen, Miles and Flora saw more – things terrible and unguessable
Deze quote op de voorkant van de omslag van mijn uitgave begreep ik eerst niet zo goed, maar nu ik The Turn of the Screw uit heb, zie ik dat dit perfect weergeeft wat dit verhaal zo vreselijk spannend maakt. Wat precies heeft de hoofdpersoon gezien (en is ze te vertrouwen?)? Wat zouden Miles en Flora voor afschuwelijke, niet te raden dingen hebben gezien? Het briljante is dat dit nooit helemaal wordt verklapt – en net wat de hoofdpersoon zegt, het is erger om je dingen voor te moeten stellen dan om ze echt te weten. Geen enkel spookverhaal kan ooit zo eng zijn als je eigen half afgemaakte ideeën over het angstaanjagende onbekende.

Na Dracula te hebben gelezen zonder ervan onder de indruk te zijn en me zelfs te hebben verveeld tijdens Frankenstein heb ik me toch maar weer aan een klassiek horrorverhaal gewaagd. En met succes dit keer – The Turn of the Screw is echt eng. Ik heb geen doodsangsten uitgestaan en ben me niet kapot geschrokken, maar het is lang geleden dat ik zo vast zat aan een boek en dat ik een verhaal gelezen heb dat zo beklemmend is. Henry James’ niet-zo-heel-onschuldige kindertjes hebben een boel horrorfilms geïnspireerd (waar ik overigens helemaal niets mee heb), maar ik denk niet dat welke imitator dan ook het gegeven beklemmender uit had kunnen werken. Het niet-weten wat er nu eigenlijk precies aan de hand is en het goeddeels ontbreken van daadwerkelijke gebeurtenissen is zoveel angstaanjagender dan de zoveelste film met onverklaarbare geluiden, uit zichzelf bewegende voorwerpen en een behekst kind op blote voeten en met loshangend haar.

James weet precies wat hij moet loslaten en wat hij moet overlaten aan je eigen verbeelding. Hij bouwt de spanning constant op tot het bijna ondragelijk wordt, waarna hij je een heel klein beetje verder helpt – althans, dat denk je, want uiteindelijk kom je erg weinig te weten. Van het weinige dat je weet heb je geen idee of het betrouwbaar is. De half afgemaakte zinnen, de zeer sterke zekerheden van de gouvernante die nooit op feiten zijn gebaseerd, de vele onuitgesproken vragen en de steeds uitgestelde ontknoping maken The Turn of the Screw een verwarrend maar ingenieus boek, precies zo eng als jij het je voor kunt stellen. Over verwarrend gesproken, er zijn maar weinig boeken met een einde dat zo volkomen onverwacht en schokkend is. Ik weet nog altijd niet wat ik er van moet vinden, behalve dan dat het briljant is.

Wat ik wel wat jammer vond, is dat ik het Engels niet altijd goed kon volgen. Ik lees wel vaker in het Engels, maar James’ vocabulaire is een stuk uitgebreider dan het mijne, en hij heeft ook een duidelijke voorkeur voor complexe zinsconstructies. Ik denk dat ik het ooit nog eens in het Nederlands ga proberen. Wel spreekt het voor James dat hij zelfs als hij niet goed te volgen is, er zo volkomen in slaagt om mij aan het boek gekluisterd te houden. The Turn of the Screw is niet gemakkelijk, eerder frustrerend dan bevredigend, maar desalniettemin niets minder dan geniaal.