Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Sacred Hearts - Sarah Dunant (2009)
Alternatieve titel: In Ongenade

3,5
0
geplaatst: 23 mei 2011, 12:13 uur
Het heeft mij behoorlijk lang geduurd voor ik dit boek uit de bibliotheek uit te pakken kon krijgen - hij was continu uitgeleend - en daarom verbaast het me nogal dat niemand nog op dit boek heeft gestemd.
Dit boek is geschikt voor een breed lezerspubliek. Het is historisch, maar wel op zo'n manier dat het nergens moeilijk wordt om je te verplaatsen in karakters die leefden in de zestiende eeuw. Het taalgebruik is nergens moeilijk en verschilt eigenlijk niet van het hedendaags taalgebruik. Het verhaal speelt zich af in een klooster, wat bij uitstek een plek voor geheimen en intriges is, die dan ook volop aanwezig zijn. De tijden zijn namelijk aan het veranderen en dat geldt ook voor de gang van zaken in het klooster. De onrust breekt pas echt uit als Serafina onvrijwillig in het klooster wordt opgenomen, Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe eenzaam en opgesloten zij zich voelt - een rebelse tiener die smoorverliefd is en vastbesloten om uit te breken. Toch bouwt ze een soort van vriendschap op met Zuana, die zo haar eigen worstelingen kent. Immer aanwezig is abdis Chiara, die toch zo'n beetje de 'Godmother' is van het klooster, en wiens karakter moeilijk te doorgronden is. Mijn mening over haar is tijdens het lezen meerdere keren veranderd.
Het leven in een klooster, waar net zulke aardse zaken plaatsvinden als erbuiten, wordt heel vermakelijk beschreven. De meeste karakters wekken al snel sympathie op en de ontwikkelingen vinden in zo'n hoog tempo plaats dat de spanning eigenlijk altijd wel aanwezig is. Dit is het soort boek waarin je gemakkelijk uren achtereen uit kunt lezen.
Het einde dan... Ik weet niet goed wat ik er over moet denken. Voor lange tijd was ik ervan overtuigd dat het Serafina nooit zou lukken om uit het klooster te ontsnappen, maar als ze daar uiteindelijk toch in slaagt, lijkt het allemaal nogal snel en makkelijk te gaan. Ook de rol van abdis Chiara hierin snap ik niet helemaal, ik kan maar moeilijk hoogte van haar krijgen. Ik vind het einde niet slecht, maar helemaal bevredigend is het niet, er lijkt iets te missen. Dit doet echter niets af aan het feit dat dit boek meeslepend vermaak is dat, denk ik, veel mensen zullen weten te waarderen.
Dit boek is geschikt voor een breed lezerspubliek. Het is historisch, maar wel op zo'n manier dat het nergens moeilijk wordt om je te verplaatsen in karakters die leefden in de zestiende eeuw. Het taalgebruik is nergens moeilijk en verschilt eigenlijk niet van het hedendaags taalgebruik. Het verhaal speelt zich af in een klooster, wat bij uitstek een plek voor geheimen en intriges is, die dan ook volop aanwezig zijn. De tijden zijn namelijk aan het veranderen en dat geldt ook voor de gang van zaken in het klooster. De onrust breekt pas echt uit als Serafina onvrijwillig in het klooster wordt opgenomen, Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe eenzaam en opgesloten zij zich voelt - een rebelse tiener die smoorverliefd is en vastbesloten om uit te breken. Toch bouwt ze een soort van vriendschap op met Zuana, die zo haar eigen worstelingen kent. Immer aanwezig is abdis Chiara, die toch zo'n beetje de 'Godmother' is van het klooster, en wiens karakter moeilijk te doorgronden is. Mijn mening over haar is tijdens het lezen meerdere keren veranderd.
Het leven in een klooster, waar net zulke aardse zaken plaatsvinden als erbuiten, wordt heel vermakelijk beschreven. De meeste karakters wekken al snel sympathie op en de ontwikkelingen vinden in zo'n hoog tempo plaats dat de spanning eigenlijk altijd wel aanwezig is. Dit is het soort boek waarin je gemakkelijk uren achtereen uit kunt lezen.
Het einde dan... Ik weet niet goed wat ik er over moet denken. Voor lange tijd was ik ervan overtuigd dat het Serafina nooit zou lukken om uit het klooster te ontsnappen, maar als ze daar uiteindelijk toch in slaagt, lijkt het allemaal nogal snel en makkelijk te gaan. Ook de rol van abdis Chiara hierin snap ik niet helemaal, ik kan maar moeilijk hoogte van haar krijgen. Ik vind het einde niet slecht, maar helemaal bevredigend is het niet, er lijkt iets te missen. Dit doet echter niets af aan het feit dat dit boek meeslepend vermaak is dat, denk ik, veel mensen zullen weten te waarderen.
Se Questo È un Uomo - Primo Levi (1947)
Alternatieve titel: Is Dit een Mens

3,5
2
geplaatst: 2 juni 2014, 19:35 uur
Is dit een mens is één van die boeken die afschuwelijk zijn die iedereen zou moeten lezen. Het is onmogelijk om niets te weten over de holocaust, maar de gebeurtenissen zoals door Levi beschreven zijn toch verbijsterend. Door Levi's afstandelijke manier van schrijven is het soms moeilijk om je in te leven en daardoor wordt het boek nooit zo'n enorme aanslag op je gemoed als bijvoorbeeld Im Westen Nichts Neues (andere oorlog, ander standpunt, maar toch, ook een boek over oorlog dat iedereen zou moeten lezen). Aan de andere kant komt een af en toe compleet terloops vertelde tragedie soms wel erg hard aan, en juist door Levi's schrijfstijl wordt het, voor mij in ieder geval, heel duidelijk dat het hier gaat om een waargebeurd verhaal. De realiteit van de concentratiekampen wordt nog veel absurder door de objectieve, zakelijke manier waarop Levi schrijft over de wreedheden, de vergezochte regels, de inventieve manieren om de gevangenen te vernederen en de nog inventievere manieren waarop de gevangenen zich staande proberen te houden. Af en toe wordt het sombere relaas doorbroken door iets wat lijkt op hoop, menselijkheid of een herinnering eraan, bijvoorbeeld als Levi zijn uiterste best doet om Dante te reciteren. Niet omdat het hem zal helpen te overleven, maar omdat hij het nodig heeft om nog een schim van zijn menselijkheid over te houden. Levi's mijmeringen over wat een mens is en hoe de gevangenen ontmenselijkt worden, zijn mijns inziens het hart van het boek. Het laatste hoofdstuk, waarin de dagen worden beschreven waarin de zieke gevangenen aan hun lot worden overgelaten en zo mogelijk in nog grotere ellende komen te verkeren dan voorheen (zoals Levi schrijft: 'Het werk van verdierlijking, door de triomferende Duitsers begonnen, was door de verslagen Duitsers voltooid') is het meest schrijnend. Je zou kunnen wensen dat, opnieuw in analogie met Im Westen Nichts Neues, de hoofdpersoon op de laatste bladzijde sterft. Je wenst niemand een leven toe met zulke herinneringen. Bovenal wens je dat dit nooit waargebeurd was.
Second Sleep, The - Robert Harris (2019)
Alternatieve titel: De Tweede Slaap

4,0
4
geplaatst: 3 november 2021, 22:06 uur
Robert Harris is de schrijver van enkele van mijn favoriete historische romans, en de renaissance is een van mijn favoriete historische periodes, dus toen ik een boek van zijn hand zag dat zich afspeelde in 1468 nam ik het zonder nadere overweging mee uit de bibliotheek.
Nog maar net begonnen met lezen, ging ik me afvragen of ik dat jaartal wel goed gelezen had. De hoofdpersoon ontdekt iets dat ontegenzeggelijk een vitrinekast is – is dat niet raar, voor een afgelegen dorpje in de vijftiende eeuw? Terwijl ik me nog mild aan het verwonderen was, viel mijn oog op het woord ‘plastic’ en toen wist ik al helemaal niet meer wat ik aan het lezen was. (Ik heb overwogen om bovenstaande tussen spoilerhaken te plaatsen, maar omdat dit al op bladzijde 34 gebeurde lijkt het me niet echt nodig.)
Zonder al te veel te willen weggeven: de mensheid is opnieuw begonnen met het tellen van de jaren na de ineenstorting van de beschaving. Het plot van De Tweede Slaap heeft alles te maken met die ineenstorting en hoe daar eeuwen later op wordt teruggekeken. Hoofdpersoon Christopher Fairfax wordt door de bisschop op pad gestuurd om de begrafenis te verzorgen van de plaatselijke pastoor. Het weer zit niet mee, de weg is geblokkeerd, Fairfax blijft wat langer in het dorp dan gepland, vind wat curieuze voorwerpen en voor je het weet is hij volledig verstrikt geraakt in een queeste naar de waarheid. Dat is een even pompeuze als aspecifieke omschrijving van waar dit boek over gaat, maar het is wel gewoon waar. Deze queeste mondt uit in een opgraving, waardoor het verhaal me deed denken aan The Fall of Troy. In beide boeken worden geheimen blootgelegd in letterlijke én figuurlijke zin, waarbij de waarheid misschien beter begraven had kunnen blijven. In beide boeken is er ook een romantisch zijplot dat mij erg charmeerde. En bij beide boeken beleefde ik veel plezier aan het herkennen van de vele verwijzingen. Wat De Tweede Slaap dan weer uniek maakt, is dat het zich in een ‘historische’ setting afspeelt (al doet die meer Victoriaans aan dan vijftiende-eeuws) maar de verwijzingen naar de huidige tijd zijn. Het is een wat bevreemdend maar fascinerend gegeven dat een minder technologisch geavanceerde samenleving onze eeuw zou kunnen zien als de oudheid.
Het interessante concept en de onderliggende ideeën staan een boeiend plot en een sneltreinvaart gelukkig niet in de weg. Het is bijna niet te vatten dat alle ontwikkelingen zich binnen een week afspelen. Toen ik het eind van het boek naderde begon ik me enigszins zorgen te maken over het einde. Kan Harris na zo’n drastische paradigmaverschuiving wel een passend en geloofwaardig einde voor zijn personages bedenken, of wordt het een open einde? De laatste bladzijden wisten me behoorlijk te schokken (voor iedereen die dit boek gelezen heeft, vergeef me de aardbeving-gerelateerde beeldspraak), en hoewel ik achteraf eigenlijk geen passender einde zou kunnen bedenken kan ik me voorstellen dat het niet bij iedereen in de smaak valt. Overigens was ik minder geschokt door de herkomst van het massagraf en het opdagen van de bisschop bij de opgraving dan door het feit dat zo ongeveer iedereen sterft in de laatste vijf bladzijden.
Dit is een wat frustrerende recensie om te schrijven. Ik moet wel bij algemene termen blijven om niet alles tussen spoilerhaken te hoeven zetten, terwijl ik bijvoorbeeld met liefde uitgebreid zou bespreken hoe het hele verhaal, en zelfs de titel, vooruitwijst naar de ontknoping. Die ontknoping kun je echter beter zelf gaan ontdekken. Ik wil nog wel expliciet Harris complimenteren met zijn gave om zo slim te schrijven. Aan het eind vallen dingen op hun plaats waarvan je niet eens wist dat het puzzelstukjes waren. De maatschappijkritiek is niet heel subtiel, maar het concept is origineel, het plot enerverend en Harris’ schrijfstijl is zoals altijd prima leesbaar. De Tweede Slaap was niet de historische roman die ik verwachtte, maar de vergissing pakte uitstekend uit.
Nog maar net begonnen met lezen, ging ik me afvragen of ik dat jaartal wel goed gelezen had. De hoofdpersoon ontdekt iets dat ontegenzeggelijk een vitrinekast is – is dat niet raar, voor een afgelegen dorpje in de vijftiende eeuw? Terwijl ik me nog mild aan het verwonderen was, viel mijn oog op het woord ‘plastic’ en toen wist ik al helemaal niet meer wat ik aan het lezen was. (Ik heb overwogen om bovenstaande tussen spoilerhaken te plaatsen, maar omdat dit al op bladzijde 34 gebeurde lijkt het me niet echt nodig.)
Zonder al te veel te willen weggeven: de mensheid is opnieuw begonnen met het tellen van de jaren na de ineenstorting van de beschaving. Het plot van De Tweede Slaap heeft alles te maken met die ineenstorting en hoe daar eeuwen later op wordt teruggekeken. Hoofdpersoon Christopher Fairfax wordt door de bisschop op pad gestuurd om de begrafenis te verzorgen van de plaatselijke pastoor. Het weer zit niet mee, de weg is geblokkeerd, Fairfax blijft wat langer in het dorp dan gepland, vind wat curieuze voorwerpen en voor je het weet is hij volledig verstrikt geraakt in een queeste naar de waarheid. Dat is een even pompeuze als aspecifieke omschrijving van waar dit boek over gaat, maar het is wel gewoon waar. Deze queeste mondt uit in een opgraving, waardoor het verhaal me deed denken aan The Fall of Troy. In beide boeken worden geheimen blootgelegd in letterlijke én figuurlijke zin, waarbij de waarheid misschien beter begraven had kunnen blijven. In beide boeken is er ook een romantisch zijplot dat mij erg charmeerde. En bij beide boeken beleefde ik veel plezier aan het herkennen van de vele verwijzingen. Wat De Tweede Slaap dan weer uniek maakt, is dat het zich in een ‘historische’ setting afspeelt (al doet die meer Victoriaans aan dan vijftiende-eeuws) maar de verwijzingen naar de huidige tijd zijn. Het is een wat bevreemdend maar fascinerend gegeven dat een minder technologisch geavanceerde samenleving onze eeuw zou kunnen zien als de oudheid.
Het interessante concept en de onderliggende ideeën staan een boeiend plot en een sneltreinvaart gelukkig niet in de weg. Het is bijna niet te vatten dat alle ontwikkelingen zich binnen een week afspelen. Toen ik het eind van het boek naderde begon ik me enigszins zorgen te maken over het einde. Kan Harris na zo’n drastische paradigmaverschuiving wel een passend en geloofwaardig einde voor zijn personages bedenken, of wordt het een open einde? De laatste bladzijden wisten me behoorlijk te schokken (voor iedereen die dit boek gelezen heeft, vergeef me de aardbeving-gerelateerde beeldspraak), en hoewel ik achteraf eigenlijk geen passender einde zou kunnen bedenken kan ik me voorstellen dat het niet bij iedereen in de smaak valt. Overigens was ik minder geschokt door de herkomst van het massagraf en het opdagen van de bisschop bij de opgraving dan door het feit dat zo ongeveer iedereen sterft in de laatste vijf bladzijden.
Dit is een wat frustrerende recensie om te schrijven. Ik moet wel bij algemene termen blijven om niet alles tussen spoilerhaken te hoeven zetten, terwijl ik bijvoorbeeld met liefde uitgebreid zou bespreken hoe het hele verhaal, en zelfs de titel, vooruitwijst naar de ontknoping. Die ontknoping kun je echter beter zelf gaan ontdekken. Ik wil nog wel expliciet Harris complimenteren met zijn gave om zo slim te schrijven. Aan het eind vallen dingen op hun plaats waarvan je niet eens wist dat het puzzelstukjes waren. De maatschappijkritiek is niet heel subtiel, maar het concept is origineel, het plot enerverend en Harris’ schrijfstijl is zoals altijd prima leesbaar. De Tweede Slaap was niet de historische roman die ik verwachtte, maar de vergissing pakte uitstekend uit.
Short Day Dying, The - Peter Hobbs (2005)
Alternatieve titel: De Eindigheid der Dagen

5,0
0
geplaatst: 27 augustus 2011, 20:11 uur
Dit boek had ik al lang op mijn lijst staan om een keer te lezen. Een jaar of twee geleden heb ik dan uiteindelijk de daad bij het woord gevoegd, vooral omdat ik de titel zo mooi vond (zowel de oorspronkelijke als de titel van de vertaling). Het is een titel die zowel het taalgebruik als de sfeer van de roman perfect weerspiegelt – zowel het archaïsche als het sombere.
Onlangs heb ik het voor de tweede keer gelezen en opnieuw ben ik onder de indruk. The Short Day Dying is één van de somberste boeken die ik ooit gelezen heb, deprimerend zelfs. Toch komt dat niet door het verhaal zelf; dat wil zeggen, het plot stelt niet zoveel voor. Er gebeurt ook nauwelijks wat, eigenlijk. Desondanks is het een bijzonder triest boek waar ik nogal neerslachtig van word. Ik denk dat dit vooral komt door de wijze waarop het boek geschreven is. Eerst verbaasde ik me nogal toen ik merkte dat het boek geen komma’s of aanhalingstekens bevat. Echter, na twee of drie pagina’s ben je eraan gewend. Sterker nog, dit heeft zelfs een meerwaarde. Het lijkt me dat je zo de zinnen intenser gaat lezen.
Het boek ik geschreven vanuit de ik-persoon, maar door de aparte zinsbouw is dit toch heel anders dan anders. Het lijkt niet alsof Charles je het verhaal vertelt, het is meer alsof je in zijn hoofd zit. Zijn innerlijke worstelingen en twijfels krijg je mee alsof je hemzelf bent; hoewel de woorden archaïsch zijn en af en toe omslachtig, alsof Charles probeert om zichzelf tegen de waarheid te beschermen. Soms lijkt hij niet te weten hoe hij het voor zichzelf moet formuleren en hij lijkt zichzelf niet altijd te begrijpen. Peter Hobbs beschrijft dit op zo’n meesterlijke manier dat je meer over de hoofdpersoon lijkt te weten dan Charles zelf weet. Hij lijkt nauwelijks te beseffen dat hij verliefd is op Harriet, en als zij uiteindelijk sterft, gaat hij er bijna aan onderdoor. Hij staat zichzelf niet toe om haar te rouwen en zinkt daardoor alleen maar verder weg. In een recensiefragment dat te lezen is op de achterkant van het boek staat Hobbs’ grootste prestatie is dat hij de lezer onderdompelt in een taal die Charles’ langzame ondergang volmaakt tot uitdrukking brengt. Dat kan ik alleen maar beamen. Juist omdat je zo dichtbij hem staat is de ‘langzame ondergang’ van de hoofdpersoon zo aangrijpend.
Onlangs heb ik het voor de tweede keer gelezen en opnieuw ben ik onder de indruk. The Short Day Dying is één van de somberste boeken die ik ooit gelezen heb, deprimerend zelfs. Toch komt dat niet door het verhaal zelf; dat wil zeggen, het plot stelt niet zoveel voor. Er gebeurt ook nauwelijks wat, eigenlijk. Desondanks is het een bijzonder triest boek waar ik nogal neerslachtig van word. Ik denk dat dit vooral komt door de wijze waarop het boek geschreven is. Eerst verbaasde ik me nogal toen ik merkte dat het boek geen komma’s of aanhalingstekens bevat. Echter, na twee of drie pagina’s ben je eraan gewend. Sterker nog, dit heeft zelfs een meerwaarde. Het lijkt me dat je zo de zinnen intenser gaat lezen.
Het boek ik geschreven vanuit de ik-persoon, maar door de aparte zinsbouw is dit toch heel anders dan anders. Het lijkt niet alsof Charles je het verhaal vertelt, het is meer alsof je in zijn hoofd zit. Zijn innerlijke worstelingen en twijfels krijg je mee alsof je hemzelf bent; hoewel de woorden archaïsch zijn en af en toe omslachtig, alsof Charles probeert om zichzelf tegen de waarheid te beschermen. Soms lijkt hij niet te weten hoe hij het voor zichzelf moet formuleren en hij lijkt zichzelf niet altijd te begrijpen. Peter Hobbs beschrijft dit op zo’n meesterlijke manier dat je meer over de hoofdpersoon lijkt te weten dan Charles zelf weet. Hij lijkt nauwelijks te beseffen dat hij verliefd is op Harriet, en als zij uiteindelijk sterft, gaat hij er bijna aan onderdoor. Hij staat zichzelf niet toe om haar te rouwen en zinkt daardoor alleen maar verder weg. In een recensiefragment dat te lezen is op de achterkant van het boek staat Hobbs’ grootste prestatie is dat hij de lezer onderdompelt in een taal die Charles’ langzame ondergang volmaakt tot uitdrukking brengt. Dat kan ik alleen maar beamen. Juist omdat je zo dichtbij hem staat is de ‘langzame ondergang’ van de hoofdpersoon zo aangrijpend.
Silver Chair, The - C.S. Lewis (1953)
Alternatieve titel: De Zilveren Stoel

5,0
0
geplaatst: 19 augustus 2013, 19:58 uur
Nu ik bijna alle Chronicles of Narnia weer eens herlezen en eindelijk beoordeeld heb (alleen The Last Battle moet nog komen) kan ik denk ik wel zeggen dat The Silver Chair mijn favoriet is. Tot mijn grote verbazing heeft nog niemand hier een bericht geplaatst en ook krijgt dit deel minder stemmen dan de wat bekendere delen. Onterecht, vind ik, want dit boek is net als de andere Chronicles één van de hoogtepunten van de kinderliteratuur en ook voor volwassenen een hoogtepunt.
The Silver Chair heeft natuurlijk veel gemeen met vorige delen, maar daar zal ik niet al te veel op in gaan omdat ik dat bij de vorige vijf al genoeg besproken heb. Wat The Silver Chair onderscheid van de eerdere delen is denk ik vooral de wat grimmige toon. Meteen in het begin al krijgen we een heel droefgeestig beeld voorgeschoteld, namelijk een huilend meisje in een kostschool die voor kinderen wel de hel op aarde moet zijn. De arme Jill is zo ongelukkig dat ze zich vastklampt aan de verhalen van de eveneens ongelukkige Eustaas; ze proberen zelfs om naar Narnia geroepen te worden.
Eenmaal door Aslan geroepen gaan de dingen vanaf het begin al fout. Jill en Eustaas worden door hun eigen schuld gescheiden, waardoor Jill als enige de opdracht hoort die Aslan hen opdraagt: Jill en Eustaas moeten de enige zoon van de oude koning zien te vinden. Alweer door hun eigen schuld loopt het eerste deel van de opdracht al mis. Desalniettemin gaan Jill en Eustaas op zoek, maar hun tocht is niet gemakkelijk. Gelukkig worden zij bijgestaan door Puddleglum, een moeraswiebel die, zoals het zijn soort betaamt, de dingen nooit van de goede kant bekijkt en altijd van de ergst mogelijke scenario's uitgaat.
Geleid door Aslans aanwijzingen reist het drietal door een troosteloos landschap tot zij een Jonkvrouw en mysterieuze ridder tegenkomen. Door hun verlangen naar 'aardse' zaken - een bed, een vuur, warm eten - raken de kinderen hun reisdoel weer uit het oog en komen ze in Harfang terecht. Dit hoofdstuk heb ik altijd heerlijk spannend gevonden. Reuzen spreken erg tot de verbeelding, zeker omdat deze niet achterlijk en lomp zijn maar verfijnd en sluw. Voor ze het weten zijn de drie te gast in een enorm kasteel, waar ze er al snel achter komen dat ze ondanks alle verwennerijen eigenlijk gevangenen zijn en dat ze zelfs op het menu staan. Dat is best wel huiveringwekkend voor kinderen, en ik blijf het ook na de zoveelste keer lezen erg spannend vinden.
Vervolgens komen er natuurlijk nog meer moeilijkheden. Er volgt wederom een fantastisch hoofdstuk met de Zilveren Stoel, als de vreemde prins zijn 'aanval' krijgt. Jill, Eustaas en Puddleglum zijn vast van plan de aan de stoel gekluisterde prins niet te bevrijden - hij heeft hen immers verteld wat er dan zal gebeuren. Aan de andere kant lijkt het erop dat de aanvankelijk compleet onbenullige prins juist nu bij zijn positieven komt. In zijn indringende pleidooi wordt de ellende van zijn tienjarige opsluiting ondergronds gruwelijk invoelbaar. Vanzelfsprekend ontstaat er nu een enorm dilemma, wat ik nog elke keer ademloos in hoog tempo doorlees alsof ik niet weet hoe het afloopt. Het is geen duel of veldslag, maar dit dilemma is op zijn eigen manier misschien nog wel spannender. En dan nog is de spanningsboog blijkbaar nog niet volledig opgerekt, want hierna volgt er nog een geestelijke strijd (wat een stuk saaier klinkt dan het is) waar de Jonkvrouw zich zelf inmengt . Je ziet wat er gebeurt, de hoofdpersonen zelf beseffen dat ze steeds meer onder de betovering van de tovenares raken maar je kunt er niets aan doen en de hoofdpersonen al evenmin.
Zelfs als alles op zijn pootjes terecht komt is The Silver Chair een stuk grimmiger dan zijn voorgangers. Rilian wordt herenigd met zijn vader, maar de vreugde is van korte duur, wat toch een wrange nasmaak geeft. Als kind vond ik het vreselijk dat Caspian alsnog stierf. Gelukkig krijgt hij nog wel de kans om ónze wereld eens zelf te bekijken, wat hij al eerder gewenst heeft. Zo maakt hij meteen het leven voor Jill en Eustaas een stuk draaglijker, hoewel dat wel met wat geweld gepaard gaat. Dat zullen we maar wijten aan de tijd dat dit boek geschreven werd...
Zoals gezegd is The Silver Chair wat grimmiger van toon, minder sprookjesachtig dan de andere delen maar wel heel avontuurlijk. Dat is denk ik de belangrijkste reden dat dit deel mijn favoriet is. Ook vind ik de personages zeer geslaagd. Eustaas is een heel ander jongetje dan hij was in het begin van The Voyage of the Dawn Treader, maar perfect is hij niet. Jill is wat wantrouwig (dat krijg je van zo'n school) en niet zo onbevangen als Lucy. Lucy mag ik trouwens ook graag, maar Jill nog iets beter omdat zij zo menselijk is. Ze durft niet alles, ze vertrouwt niet waar ze wel zou moeten vertrouwen en degenen die ze zou moeten vrezen treedt ze argeloos tegemoet. Ze zit vol goede bedoelingen maar maakt menselijke fouten, waardoor de dingen meer dan eens misgaan. Puddleglum vind ik een fantastisch personage, zo'n enorme pessimist kom je denk ik niet vaak tegen in kinderboeken. Gelukkig is hij ondanks zijn pessimisme ook een doorzetter met een standvastigheid die de kinderen meer dan eens redt van ergere ellende. Een onwaarschijnlijke held - of misschien toch niet?
Voor de mensen die ervan houden kunnen in The Silver Chair ook nog wel wat diepere lagen worden gevonden. Als je dat niet wilt, blijft er nog altijd een spannend avonturenverhaal over - één van de beste ooit geschreven.
The Silver Chair heeft natuurlijk veel gemeen met vorige delen, maar daar zal ik niet al te veel op in gaan omdat ik dat bij de vorige vijf al genoeg besproken heb. Wat The Silver Chair onderscheid van de eerdere delen is denk ik vooral de wat grimmige toon. Meteen in het begin al krijgen we een heel droefgeestig beeld voorgeschoteld, namelijk een huilend meisje in een kostschool die voor kinderen wel de hel op aarde moet zijn. De arme Jill is zo ongelukkig dat ze zich vastklampt aan de verhalen van de eveneens ongelukkige Eustaas; ze proberen zelfs om naar Narnia geroepen te worden.
Eenmaal door Aslan geroepen gaan de dingen vanaf het begin al fout. Jill en Eustaas worden door hun eigen schuld gescheiden, waardoor Jill als enige de opdracht hoort die Aslan hen opdraagt: Jill en Eustaas moeten de enige zoon van de oude koning zien te vinden. Alweer door hun eigen schuld loopt het eerste deel van de opdracht al mis. Desalniettemin gaan Jill en Eustaas op zoek, maar hun tocht is niet gemakkelijk. Gelukkig worden zij bijgestaan door Puddleglum, een moeraswiebel die, zoals het zijn soort betaamt, de dingen nooit van de goede kant bekijkt en altijd van de ergst mogelijke scenario's uitgaat.
Geleid door Aslans aanwijzingen reist het drietal door een troosteloos landschap tot zij een Jonkvrouw en mysterieuze ridder tegenkomen. Door hun verlangen naar 'aardse' zaken - een bed, een vuur, warm eten - raken de kinderen hun reisdoel weer uit het oog en komen ze in Harfang terecht. Dit hoofdstuk heb ik altijd heerlijk spannend gevonden. Reuzen spreken erg tot de verbeelding, zeker omdat deze niet achterlijk en lomp zijn maar verfijnd en sluw. Voor ze het weten zijn de drie te gast in een enorm kasteel, waar ze er al snel achter komen dat ze ondanks alle verwennerijen eigenlijk gevangenen zijn en dat ze zelfs op het menu staan. Dat is best wel huiveringwekkend voor kinderen, en ik blijf het ook na de zoveelste keer lezen erg spannend vinden.
Vervolgens komen er natuurlijk nog meer moeilijkheden. Er volgt wederom een fantastisch hoofdstuk met de Zilveren Stoel, als de vreemde prins zijn 'aanval' krijgt. Jill, Eustaas en Puddleglum zijn vast van plan de aan de stoel gekluisterde prins niet te bevrijden - hij heeft hen immers verteld wat er dan zal gebeuren. Aan de andere kant lijkt het erop dat de aanvankelijk compleet onbenullige prins juist nu bij zijn positieven komt. In zijn indringende pleidooi wordt de ellende van zijn tienjarige opsluiting ondergronds gruwelijk invoelbaar. Vanzelfsprekend ontstaat er nu een enorm dilemma, wat ik nog elke keer ademloos in hoog tempo doorlees alsof ik niet weet hoe het afloopt. Het is geen duel of veldslag, maar dit dilemma is op zijn eigen manier misschien nog wel spannender. En dan nog is de spanningsboog blijkbaar nog niet volledig opgerekt, want hierna volgt er nog een geestelijke strijd (wat een stuk saaier klinkt dan het is) waar de Jonkvrouw zich zelf inmengt . Je ziet wat er gebeurt, de hoofdpersonen zelf beseffen dat ze steeds meer onder de betovering van de tovenares raken maar je kunt er niets aan doen en de hoofdpersonen al evenmin.
Zelfs als alles op zijn pootjes terecht komt is The Silver Chair een stuk grimmiger dan zijn voorgangers. Rilian wordt herenigd met zijn vader, maar de vreugde is van korte duur, wat toch een wrange nasmaak geeft. Als kind vond ik het vreselijk dat Caspian alsnog stierf. Gelukkig krijgt hij nog wel de kans om ónze wereld eens zelf te bekijken, wat hij al eerder gewenst heeft. Zo maakt hij meteen het leven voor Jill en Eustaas een stuk draaglijker, hoewel dat wel met wat geweld gepaard gaat. Dat zullen we maar wijten aan de tijd dat dit boek geschreven werd...
Zoals gezegd is The Silver Chair wat grimmiger van toon, minder sprookjesachtig dan de andere delen maar wel heel avontuurlijk. Dat is denk ik de belangrijkste reden dat dit deel mijn favoriet is. Ook vind ik de personages zeer geslaagd. Eustaas is een heel ander jongetje dan hij was in het begin van The Voyage of the Dawn Treader, maar perfect is hij niet. Jill is wat wantrouwig (dat krijg je van zo'n school) en niet zo onbevangen als Lucy. Lucy mag ik trouwens ook graag, maar Jill nog iets beter omdat zij zo menselijk is. Ze durft niet alles, ze vertrouwt niet waar ze wel zou moeten vertrouwen en degenen die ze zou moeten vrezen treedt ze argeloos tegemoet. Ze zit vol goede bedoelingen maar maakt menselijke fouten, waardoor de dingen meer dan eens misgaan. Puddleglum vind ik een fantastisch personage, zo'n enorme pessimist kom je denk ik niet vaak tegen in kinderboeken. Gelukkig is hij ondanks zijn pessimisme ook een doorzetter met een standvastigheid die de kinderen meer dan eens redt van ergere ellende. Een onwaarschijnlijke held - of misschien toch niet?
Voor de mensen die ervan houden kunnen in The Silver Chair ook nog wel wat diepere lagen worden gevonden. Als je dat niet wilt, blijft er nog altijd een spannend avonturenverhaal over - één van de beste ooit geschreven.
Sombra del Viento, La - Carlos Ruiz Zafón (2001)
Alternatieve titel: De Schaduw van de Wind

4,0
1
geplaatst: 30 juni 2011, 11:07 uur
Gisteravond heb ik de laatste honderd pagina's of zo in één ruk uitgelezen - ik had geen zin meer om het laatste beetje nog voor het laatst te bewaren. Dit illustreert ook wel hoe ik het boek heb ervaren: als iets waar je vooral heel veel van moet lezen in zo'n kort mogelijke tijd. Dat wil nog niet zozeer zeggen dat het een uitzonderlijk goed boek is, maar het is wel een bijzonder goed leesbaar boek. Ik heb er erg van genoten, zeker. Dit is het soort verhaal waar je een paar dagen helemaal in opgaat, zoveel mogelijk wilt lezen - maar het is niet het soort verhaal dat je nog heel lang blijft achtervolgen. Toen ik het uit had, bleef ik niet achter met het gevoel helemaal overweldigd te zijn.
De manier van vertellen vind ik leuk, maar soms ook verwarrend. Steeds verschillende vertellers geven hun kant van het verhaal weer, zodat je eigenlijk allemaal losse verhalen krijgt die toch met elkaar verbonden zijn. Daarnaast heb ik ook nog eens een zwak voor verhalen over boeken, dus dat is ook mooi meegenomen. Probleem in dit geval is dat ik soms niet meer wist wie in het boek nou waarvan op de hoogte was. Het overzicht is op een gegeven moment ver te zoeken. Dat heeft echter wél tot gevolg dat je zo snel mogelijk verder wilt lezen om het toch maar allemaal te begrijpen, en dat is zeker ook een kunst!
Het door Nuria Montfort geschreven gedeelte vond ik heel mooi en waarschijnlijk ook het ingrijpendste deel van het hele boek. Daarna volgt niet meer zo heel veel, maar het einde vind ik toch een beetje tegengevallen. Het principe van 'de geschiedenis herhaalt zich' wordt naar mijn zin iets te ver doorgevoerd. Ik had gehoopt op een iets dramatischere ontwikkeling met Bea, maar zij bleek gewoon óók al onverwacht zwanger te zijn. Ik kan niet bepaald zeggen dat dat nou als een schok kwam. Overigens vind ik het einde ook iets te makkelijk gaan, het had van mij ook wel iets minder goed mogen aflopen. Al met al vind ik het verhaal van Julián interessanter dan dat van Daniel zelf. Toch zijn er genoeg parallellen tussen die twee, en een boel vermakelijke nevenpersonages die het geheel nog verlevendigen. Sommige delen van het verhaal, en dan met name het idee van een verborgen bibliotheek (of kerkhof, hoe je het noemen wilt) deden me wel eens denken aan De Naam van de Roos, hoewel dat in bepaalde opzichten juist weer een heel ander boek is.
Zafón kan zeker goed schrijven, zijn taalgebruik is aangenaam en vermakelijk en hij heeft zeker gevoel voor sfeer. Hij maakt het je totaal niet moeilijk om je het leven in het Barcelona van vlak na de oorlog voor te stellen. Hij houdt van zijn personages en hij houdt van de stad, en dat laat hij merken ook. Samen met het verhaal dat misschien niet altijd briljant is maar toch intrigerend genoeg, zorgt dit voor een leesbaar boek dat ongetwijfeld bij veel mensen in de smaak valt.
De manier van vertellen vind ik leuk, maar soms ook verwarrend. Steeds verschillende vertellers geven hun kant van het verhaal weer, zodat je eigenlijk allemaal losse verhalen krijgt die toch met elkaar verbonden zijn. Daarnaast heb ik ook nog eens een zwak voor verhalen over boeken, dus dat is ook mooi meegenomen. Probleem in dit geval is dat ik soms niet meer wist wie in het boek nou waarvan op de hoogte was. Het overzicht is op een gegeven moment ver te zoeken. Dat heeft echter wél tot gevolg dat je zo snel mogelijk verder wilt lezen om het toch maar allemaal te begrijpen, en dat is zeker ook een kunst!
Het door Nuria Montfort geschreven gedeelte vond ik heel mooi en waarschijnlijk ook het ingrijpendste deel van het hele boek. Daarna volgt niet meer zo heel veel, maar het einde vind ik toch een beetje tegengevallen. Het principe van 'de geschiedenis herhaalt zich' wordt naar mijn zin iets te ver doorgevoerd. Ik had gehoopt op een iets dramatischere ontwikkeling met Bea, maar zij bleek gewoon óók al onverwacht zwanger te zijn. Ik kan niet bepaald zeggen dat dat nou als een schok kwam. Overigens vind ik het einde ook iets te makkelijk gaan, het had van mij ook wel iets minder goed mogen aflopen. Al met al vind ik het verhaal van Julián interessanter dan dat van Daniel zelf. Toch zijn er genoeg parallellen tussen die twee, en een boel vermakelijke nevenpersonages die het geheel nog verlevendigen. Sommige delen van het verhaal, en dan met name het idee van een verborgen bibliotheek (of kerkhof, hoe je het noemen wilt) deden me wel eens denken aan De Naam van de Roos, hoewel dat in bepaalde opzichten juist weer een heel ander boek is.
Zafón kan zeker goed schrijven, zijn taalgebruik is aangenaam en vermakelijk en hij heeft zeker gevoel voor sfeer. Hij maakt het je totaal niet moeilijk om je het leven in het Barcelona van vlak na de oorlog voor te stellen. Hij houdt van zijn personages en hij houdt van de stad, en dat laat hij merken ook. Samen met het verhaal dat misschien niet altijd briljant is maar toch intrigerend genoeg, zorgt dit voor een leesbaar boek dat ongetwijfeld bij veel mensen in de smaak valt.
Stamhouder: Een Familiekroniek, De - Alexander Münninghoff (2014)

3,5
2
geplaatst: 28 juli 2021, 20:21 uur
Met het uitlezen van De Stamhouder heb ik mijn uiterst korte lijst aangevuld van non-fictieboeken die ik vrijwillig en volledig heb gelezen. Ik heb vrijwel altijd dezelfde problemen met non-fictie. Vaak ontbreekt het de schrijver aan de mogelijkheid om een dramatisch interessant verhaal te schrijven zonder de waarheid geweld aan te doen, ofwel omdat er te veel bekend is en de schrijver geen aantoonbare onjuistheden wil verkondigen, ofwel omdat er te weinig bekend is en de schrijver niet te veel wil invullen. Een ander gevaar is dat de schrijver zoveel details boven water heeft gehaald dat het boek in feitelijkheden verzandt en er nauwelijks meer een verhaal te ontdekken valt (dat overkwam mij toen ik laatst The Life of Thomas More probeerde te lezen). Alexander Münninghoff heeft van al deze problemen geen last gehad. De Stamhouder is een persoonlijke geschiedenis die voor de meeste lezers nieuw is en niet te verifiëren valt, en hij heeft klaarblijkelijk over voldoende archiefmateriaal vanuit zijn familie kunnen beschikken. En als ik Münninghoff moet geloven (en ik zie geen reden om dat niet te doen) is er ook totaal geen noodzaak om het verhaal op te leuken - het is al dramatisch genoeg zo.
De geschiedenis van de familie Münninghoff is van het soort dat je verwacht in een koningsdrama van Shakespeare of in de Griekse mythologie, maar waar men in de moderne literatuur niet meer mee weg zou komen. Ik heb meermaals tijdens het lezen gedacht dat ik de ontwikkelingen totaal onrealistisch zou vinden in een roman. Alsof het nog niet genoeg is dat de steevast met Oude Heer aangeduide grootvader van Münninghoff absurd goede connecties heeft (het liefst met beide partijen in een conflict), komt daarbovenop dat vader Frans een paasweekend doorbrengt met JFK en moeder Wera Himmler persoonlijk ontmoet. Dat zou al een behoorlijke suspension of disbelief van me gevraagd hebben, en dan moet het familiedrama nog beginnen. De affaires, buitenechtelijke kinderen en familieconflicten vliegen je om de oren. De kwalificatie soap zou hier op zijn plaats zijn als het niet waargebeurd was.
Nadeel van de alsmaar uitdijende stamboom, de eindeloze connecties van de verschillende generaties Münninghoff, en het feit dat het verhaal zich afspeelt over meerdere decennia en afwisselend in Letland, Nederland, Duitsland, Rusland, België en het Verenigd Koninkrijk (als ik niet nog een land vergeten ben) is dat het vaak ontbreekt aan overzicht. Het had geholpen als Münninghoff het verhaal duidelijker gestructureerd had, chronologisch of per personage, of dat er in ieder geval een stamboom of dramatis personae in het boek was opgenomen. Ik raakte nogal eens de draad kwijt en door de niet-chronologische manier van vertellen was het niet zo makkelijk om even snel terug te bladeren.
Daartegenover staat dat door de soepele wisselingen in het perspectief het verhaal interessant blijft en de meeste personages uitstekend tot leven komen. De Oude Heer wordt een fascinerende figuur waar wij samen met de schrijver met eerbiedige schroom tegenop kijken. De passieve Wera blijkt het constante slachtoffer van de omstandigheden en van de dominante karakters om haar heen. En Frans de SS'er had, met zijn moeizame verhouding met zijn vader, zijn hubris en complexe liefdesleven, zo een held uit een Griekse tragedie kunnen zijn.
Des te opvallender is het dat de Stamhouder zelf zo weinig aan bod komt. Behoudens het relaas over zijn ontvoeringen (mijns inziens een van de sterkste delen van het boek) speelt hij zelden een rol van betekenis. En passant wordt zijn vrouw geïntroduceerd en kort wordt genoemd hoe het echtpaar twee zoons verliest. Had hier niet een goed verhaal in gezeten (of kwam het daarmee toch te dicht bij de schrijver)? En hoe eindigt het met de halfzussen van Münninghoff? Dat zijn wat gaten die ik graag gevuld had gezien. Ik kan het dan ook alleen maar eens zijn met de opmerkingen hierboven dat de schrijver best meer zijn verbeelding had mogen gebruiken.
Münninghoff heeft een prettige manier van schrijven, maar zoals gezegd ontbreekt het nogal eens aan structuur. Ook gaat het verhaal soms iets te snel en dan weer te langzaam. Dat maakt De Stamhouder tot een wat onevenwichtig, maar zeker interessant boek.
De geschiedenis van de familie Münninghoff is van het soort dat je verwacht in een koningsdrama van Shakespeare of in de Griekse mythologie, maar waar men in de moderne literatuur niet meer mee weg zou komen. Ik heb meermaals tijdens het lezen gedacht dat ik de ontwikkelingen totaal onrealistisch zou vinden in een roman. Alsof het nog niet genoeg is dat de steevast met Oude Heer aangeduide grootvader van Münninghoff absurd goede connecties heeft (het liefst met beide partijen in een conflict), komt daarbovenop dat vader Frans een paasweekend doorbrengt met JFK en moeder Wera Himmler persoonlijk ontmoet. Dat zou al een behoorlijke suspension of disbelief van me gevraagd hebben, en dan moet het familiedrama nog beginnen. De affaires, buitenechtelijke kinderen en familieconflicten vliegen je om de oren. De kwalificatie soap zou hier op zijn plaats zijn als het niet waargebeurd was.
Nadeel van de alsmaar uitdijende stamboom, de eindeloze connecties van de verschillende generaties Münninghoff, en het feit dat het verhaal zich afspeelt over meerdere decennia en afwisselend in Letland, Nederland, Duitsland, Rusland, België en het Verenigd Koninkrijk (als ik niet nog een land vergeten ben) is dat het vaak ontbreekt aan overzicht. Het had geholpen als Münninghoff het verhaal duidelijker gestructureerd had, chronologisch of per personage, of dat er in ieder geval een stamboom of dramatis personae in het boek was opgenomen. Ik raakte nogal eens de draad kwijt en door de niet-chronologische manier van vertellen was het niet zo makkelijk om even snel terug te bladeren.
Daartegenover staat dat door de soepele wisselingen in het perspectief het verhaal interessant blijft en de meeste personages uitstekend tot leven komen. De Oude Heer wordt een fascinerende figuur waar wij samen met de schrijver met eerbiedige schroom tegenop kijken. De passieve Wera blijkt het constante slachtoffer van de omstandigheden en van de dominante karakters om haar heen. En Frans de SS'er had, met zijn moeizame verhouding met zijn vader, zijn hubris en complexe liefdesleven, zo een held uit een Griekse tragedie kunnen zijn.
Des te opvallender is het dat de Stamhouder zelf zo weinig aan bod komt. Behoudens het relaas over zijn ontvoeringen (mijns inziens een van de sterkste delen van het boek) speelt hij zelden een rol van betekenis. En passant wordt zijn vrouw geïntroduceerd en kort wordt genoemd hoe het echtpaar twee zoons verliest. Had hier niet een goed verhaal in gezeten (of kwam het daarmee toch te dicht bij de schrijver)? En hoe eindigt het met de halfzussen van Münninghoff? Dat zijn wat gaten die ik graag gevuld had gezien. Ik kan het dan ook alleen maar eens zijn met de opmerkingen hierboven dat de schrijver best meer zijn verbeelding had mogen gebruiken.
Münninghoff heeft een prettige manier van schrijven, maar zoals gezegd ontbreekt het nogal eens aan structuur. Ook gaat het verhaal soms iets te snel en dan weer te langzaam. Dat maakt De Stamhouder tot een wat onevenwichtig, maar zeker interessant boek.
Storm of Swords, A - George R.R. Martin (2000)
Alternatieve titel: Een Storm van Zwaarden

4,5
0
geplaatst: 27 maart 2017, 22:01 uur
Nadat ik A Game of Thrones en A Clash of Kings relatief kort achter elkaar las, duurde het even voordat ik dit derde deel oppakte. Toen ik eenmaal begon, zat de vaart er snel in; halverwege ben ik echter gestopt en iets anders gaan lezen. Het uitstellen en het onderbreken van het lezen was niet omdat de serie me niet boeide, maar omdat ik opzag tegen een bepaald hoofdstuk. Wie het boek gelezen heeft of de serie gezien heeft, weet vast wat ik bedoel.
A Storm of Swords is echter veel meer dan the Red Wedding. Alleen al in letterlijke zin, dit boek is volgens mij de dikste van het stel. Het verhaal wordt nog eens uitgebreid met een aantal nieuwe personages en locaties. Bekende personages zie je ineens in een ander licht. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is Jaime. Ik vond het, toen ik de serie begon te kijken, niet te geloven dat ik ooit sympathie zou opvatten voor Jaime. Martin slaagt er echter in om mijn kijk op Jaime heel langzaam te veranderen - net zoals de Jaime aan het eind niet dezelfde is als aan het begin. Zo laat de schrijver zien dat hij meer kan dan een leuk plot bedenken. Niet dat het plot tekort schiet. In tegendeel...
Het verbaast me dat ik mezelf dit hoor denken, maar ik vond het plot soms wat teveel. Niet de gebeurtenissen op zich, maar hoe snel ze op elkaar volgen. Na de enorme impact van de dood van de Starks had het boek eigenlijk snel moeten eindigen, net zoals de vorige delen niet meer al te lang doorgingen na de grootste twist. In plaats daarvan krijgen we in A Storm of Swords nog een paar schokken te verwerken. Met name het middelste gedeelte raakt hierdoor wat uit balans. Daardoor maakt bijvoorbeeld de dood van Joffrey niet zoveel indruk als wel had gekund.
Het begin en einde vond ik daarentegen wel goed in balans. Er zijn veel meer hoofdstukken die minder zwaar op plot steunen, maar op karakterontwikkeling (Jaime, Sansa) of op achtergrondverhaal (Bran). Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar ik vond de 'saaie' hoofdstukken een prettige afwisseling. De meer schokkende hoofdstukken maken daardoor des te meer indruk. Door al het geweld halverwege zou je bijna vergeten hoe schokkend bijvoorbeeld de moord op Lord Commander Mormont was (ik was daar behoorlijk boos over toen ik het las). Tegen het einde komt de balans weer terug. Vooral Jons hoofdstukken kon ik erg waarderen (ik begin hem steeds meer te mogen), en Sansa heeft een fantastisch laatste hoofdstuk.
En dan die epiloog! She don't speak... But she remembers.
Er zijn een boel dingen om enthousiast voor te worden voor het volgende boek. Sansa en Arya zijn verder van huis dan ooit. Hetzelfde geldt voor Tyrion Lannister (zijn laatste hoofdstuk was een van de betere uit de hele serie). Jaime is weliswaar terug thuis, maar niet meer dezelfde die hij was. Jons positie aan het einde is zo ongeveer het tegenovergestelde van zijn positie aan het begin. In de vorm van Lady Stoneheart krijgen we misschien eens wat langverwachte wraak. De machtsverhoudingen zijn flink opgeschud, heerlijk. De enige die me niet zo kan schelen is Daenerys (helemaal nu ze Jorah Mormont heeft weggestuurd), en Theon Greyjoy en consorten mis ik in het geheel niet.
Zoals gezegd, het geheel is mijns inziens wat uit balans en daarom vind ik 'm net wat minder dan z'n voorgangers. Daar staat tegenover dat de plot qua inhoud gewoon heel erg goed in elkaar steekt en dat Martin steeds meer investeert in karaktergroei. Daardoor blijft A Storm of Swords ondanks zijn omvang een boek waar je praktisch doorheen vliegt. Soms zou je het uit het raam willen gooien van frustratie (ik was fervent supporter van The King in the North en had een zwak voor The Old Bear) maar daarvoor wil ik veel te graag weten hoe het verder gaat. Ik ben blij dat ik nog twee delen op me heb staan wachten.
A Storm of Swords is echter veel meer dan the Red Wedding. Alleen al in letterlijke zin, dit boek is volgens mij de dikste van het stel. Het verhaal wordt nog eens uitgebreid met een aantal nieuwe personages en locaties. Bekende personages zie je ineens in een ander licht. Het belangrijkste voorbeeld hiervan is Jaime. Ik vond het, toen ik de serie begon te kijken, niet te geloven dat ik ooit sympathie zou opvatten voor Jaime. Martin slaagt er echter in om mijn kijk op Jaime heel langzaam te veranderen - net zoals de Jaime aan het eind niet dezelfde is als aan het begin. Zo laat de schrijver zien dat hij meer kan dan een leuk plot bedenken. Niet dat het plot tekort schiet. In tegendeel...
Het verbaast me dat ik mezelf dit hoor denken, maar ik vond het plot soms wat teveel. Niet de gebeurtenissen op zich, maar hoe snel ze op elkaar volgen. Na de enorme impact van de dood van de Starks had het boek eigenlijk snel moeten eindigen, net zoals de vorige delen niet meer al te lang doorgingen na de grootste twist. In plaats daarvan krijgen we in A Storm of Swords nog een paar schokken te verwerken. Met name het middelste gedeelte raakt hierdoor wat uit balans. Daardoor maakt bijvoorbeeld de dood van Joffrey niet zoveel indruk als wel had gekund.
Het begin en einde vond ik daarentegen wel goed in balans. Er zijn veel meer hoofdstukken die minder zwaar op plot steunen, maar op karakterontwikkeling (Jaime, Sansa) of op achtergrondverhaal (Bran). Niet iedereen zal het met me eens zijn, maar ik vond de 'saaie' hoofdstukken een prettige afwisseling. De meer schokkende hoofdstukken maken daardoor des te meer indruk. Door al het geweld halverwege zou je bijna vergeten hoe schokkend bijvoorbeeld de moord op Lord Commander Mormont was (ik was daar behoorlijk boos over toen ik het las). Tegen het einde komt de balans weer terug. Vooral Jons hoofdstukken kon ik erg waarderen (ik begin hem steeds meer te mogen), en Sansa heeft een fantastisch laatste hoofdstuk.
En dan die epiloog! She don't speak... But she remembers.
Er zijn een boel dingen om enthousiast voor te worden voor het volgende boek. Sansa en Arya zijn verder van huis dan ooit. Hetzelfde geldt voor Tyrion Lannister (zijn laatste hoofdstuk was een van de betere uit de hele serie). Jaime is weliswaar terug thuis, maar niet meer dezelfde die hij was. Jons positie aan het einde is zo ongeveer het tegenovergestelde van zijn positie aan het begin. In de vorm van Lady Stoneheart krijgen we misschien eens wat langverwachte wraak. De machtsverhoudingen zijn flink opgeschud, heerlijk. De enige die me niet zo kan schelen is Daenerys (helemaal nu ze Jorah Mormont heeft weggestuurd), en Theon Greyjoy en consorten mis ik in het geheel niet.
Zoals gezegd, het geheel is mijns inziens wat uit balans en daarom vind ik 'm net wat minder dan z'n voorgangers. Daar staat tegenover dat de plot qua inhoud gewoon heel erg goed in elkaar steekt en dat Martin steeds meer investeert in karaktergroei. Daardoor blijft A Storm of Swords ondanks zijn omvang een boek waar je praktisch doorheen vliegt. Soms zou je het uit het raam willen gooien van frustratie (ik was fervent supporter van The King in the North en had een zwak voor The Old Bear) maar daarvoor wil ik veel te graag weten hoe het verder gaat. Ik ben blij dat ik nog twee delen op me heb staan wachten.
