Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Rad van Fortuin, Het - Thea Beckman (1978)

4,0
1
geplaatst: 29 juni 2016, 19:16 uur
Wat een heerlijk slot van deze fijne trilogie. Ik ben de boeken gaan herlezen met een klein beetje angst dat ze tegen zouden vallen, nu ik te oud ben om tot de officiële doelgroep te behoren, maar gelukkig bleek niets minder waar. Zoals gezegd bij Triomf van de Verschroeide ... is Thea Beckman een meester in het opdienen van geschiedenis als een smakelijk verhaal.
Tot mijn vreugde ligt de focus in dit derde deel nog meer bij Bertrand Du Guesclin. Hij is niet alleen interessant om wat hij voor de geschiedenis heeft betekend (veldslag hier, belegering daar) maar ook omdat hij zo'n fantastische persoonlijkheid heeft. Hoewel hij inmiddels lang niet meer de onaanzienlijke boer is uit het eerste deel, is zijn karakter nauwelijks veranderd. Hij kan nog steeds nauwelijks door een deur met de deftig uitgedoste ridders die op het slagveld paraderen om glorie te vergaren. Als hij gedwongen wordt onder het bevel van dergelijke figuren te vechten, loopt dat dan ook niet goed af. Gelukkig maar, want zo krijgen we ook de menselijke kant van Du Guesclin te zien.
Persoonlijk vind ik het prima dat we Marie-Claire nauwelijks terugzien in dit derde deel. De meeste hoofdstukken worden nu verteld vanuit het oogpunt van Robert of Matthis. Laatstgenoemde vind ik trouwens steeds sympathieker worden. Zijn romance (of meer, gedroomde romance) met Rosita deed me niet zo veel, maar de combinatie Cuvelier-Du Guesclin werkt erg goed.
Wat we in dit derde deel ook minder zien dan voorheen is Frankrijk. Een groot deel van het verhaal speelt zich af in Spanje. Vind ik ook geen probleem; Du Guesclin is erbij en we krijgen zelfs de vertrouwde Engelsen weer te zien. In Frankrijk wacht altijd weer de trouwe Tiphaine, een personage dat mij intrigeert. Zelfs toen ik de boeken voor het eerst las vond ik het al fascinerend hoe ongelijk en blijkbaar toch gelukkig het huwelijk tussen deze twee slecht bij elkaar passende mensen is.
Het Rad van Fortuin is, net als de hele trilogie, een uitstekend leesbaar verhaal bomvol kleurrijke personages en avontuur. Je merkt dat het gericht is op een jong publiek (vooral in de hoofdstukken van Robert) maar dat wordt nergens echt hinderlijk. Het roept ook een soort kinderlijk enthousiasme op; zonder dat de minder fraaie kanten van de oorlog onder het tapijt worden gemoffeld. Wat mij betreft een van de beste Nederlandse jeugdboeken.
Tot mijn vreugde ligt de focus in dit derde deel nog meer bij Bertrand Du Guesclin. Hij is niet alleen interessant om wat hij voor de geschiedenis heeft betekend (veldslag hier, belegering daar) maar ook omdat hij zo'n fantastische persoonlijkheid heeft. Hoewel hij inmiddels lang niet meer de onaanzienlijke boer is uit het eerste deel, is zijn karakter nauwelijks veranderd. Hij kan nog steeds nauwelijks door een deur met de deftig uitgedoste ridders die op het slagveld paraderen om glorie te vergaren. Als hij gedwongen wordt onder het bevel van dergelijke figuren te vechten, loopt dat dan ook niet goed af. Gelukkig maar, want zo krijgen we ook de menselijke kant van Du Guesclin te zien.
Persoonlijk vind ik het prima dat we Marie-Claire nauwelijks terugzien in dit derde deel. De meeste hoofdstukken worden nu verteld vanuit het oogpunt van Robert of Matthis. Laatstgenoemde vind ik trouwens steeds sympathieker worden. Zijn romance (of meer, gedroomde romance) met Rosita deed me niet zo veel, maar de combinatie Cuvelier-Du Guesclin werkt erg goed.
Wat we in dit derde deel ook minder zien dan voorheen is Frankrijk. Een groot deel van het verhaal speelt zich af in Spanje. Vind ik ook geen probleem; Du Guesclin is erbij en we krijgen zelfs de vertrouwde Engelsen weer te zien. In Frankrijk wacht altijd weer de trouwe Tiphaine, een personage dat mij intrigeert. Zelfs toen ik de boeken voor het eerst las vond ik het al fascinerend hoe ongelijk en blijkbaar toch gelukkig het huwelijk tussen deze twee slecht bij elkaar passende mensen is.
Het Rad van Fortuin is, net als de hele trilogie, een uitstekend leesbaar verhaal bomvol kleurrijke personages en avontuur. Je merkt dat het gericht is op een jong publiek (vooral in de hoofdstukken van Robert) maar dat wordt nergens echt hinderlijk. Het roept ook een soort kinderlijk enthousiasme op; zonder dat de minder fraaie kanten van de oorlog onder het tapijt worden gemoffeld. Wat mij betreft een van de beste Nederlandse jeugdboeken.
Rebecca - Daphne du Maurier (1938)

5,0
1
geplaatst: 5 mei 2016, 19:31 uur
Na Rebecca een keer of drie gelezen te hebben kan ik vaststellen dat dit één van mijn favoriete boeken is. Ik denk dat het de combinatie is van creepy sfeer, ongewone romantiek (leeftijdsverschil, klasseverschil), duistere geheimen en psychologisch inzicht in complexe personages. Er zijn sterke overeenkomsten met Jane Eyre, een verhaal met diezelfde combinatie en ook een van mijn favorieten.
Ik houd van plot, en suspension of disbelief is voor mij zelden een probleem als het verhaal goed geschreven is. En omdat Daphne du Maurier heel goed weet waar ze mee bezig is, is dit verhaal een meesterwerk geworden in plaats van een stuiversromannetje. Dus kan ik probleemloos genieten van de ontwikkelingen in het liefdesleven van de naamloze hoofdpersoon. Rebecca is meer dan een romantisch verhaal, maar de romance vind ik erg goed beschreven. De gebeurtenissen in Monte Carlo vind ik altijd heerlijk om te lezen; zoals gezegd houd ik van ongewone romantiek (net als Jane en Mr. Rochester) en met een compleet uit de lucht vallend aanzoek maak je mij al helemaal blij.
Het blijft echter niet bij de romance. Eenmaal in Manderley is daar de oprecht creepy Mrs. Danvers die een vuil psychologisch spelletje speelt met Mrs. de Winter. De scène waarin Mrs. Danvers er bijna in slaagt om Mrs. de Winter tot zelfmoord te brengen is huiveringwekkend. Dat de dode Rebecca nog zo duidelijk in Manderley rondspookt (nog net niet letterlijk) en Mrs. Danvers er alles aan doet om dat zo te houden, maakt het er niet veel beter op. Voor een personage dat niet eens levend is ten tijde van het verhaal, is Rebecca bijzonder levendig. Echter, het lijkt alsof zij een tweede keer sterft op het moment dat Maxim toegeeft nooit van haar gehouden te hebben. Zoals de hoofdpersoon zich plotseling bevrijd voelt van de competitie met Rebecca, is Rebecca ook voor mij als lezer ineens een stuk minder aanwezig. Dat betekent echter niet dat Rebecca klaar is met Manderley en haar bewoners.
Behalve de rare, onrustbarende relatie tussen Mrs. de Winter en Mrs. Danvers, vind ik ook de relatie tussen Mrs. de Winter en Maxim fascinerend. Het is niet het meest alledaagse huwelijk, en ik heb er meerdere interpretaties over gelezen. Sommige heel negatief, met Maxim als grote boeman die uiteindelijk ook langzaam zijn tweede vrouw 'vermoordt' door haar mee te slepen in zijn ondergang en haar geheel van hem afhankelijk te maken. Ikzelf zie dat niet zo. Ook na verschillende keren lezen sta ik aan Maxims kant. De hoofdpersoon blijft van hem houden, ook nadat hij toegeeft zijn eerdere vrouw te hebben vermoord, en ik kan niet anders dan het met haar eens zijn. Wat er gebeurd is was verkeerd, en de reactie van Mrs. de Winter, en indirect ook van mij, is vast niet helemaal gezond, maar zo is het wel.
Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat ik me moeiteloos kan inleven in de hoofdpersoon. Ze heeft het over haar gaucherie, voor mij een nieuw woord voor iets wat ik maar al te gemakkelijk bij mezelf herken. Ik heb altijd een zwak voor onbeholpen personages met een niet al te hoge dunk van zichzelf. Om dezelfde reden mag ik Frank Crawley ook graag, en Rebecca juist niet. Ze mag dan de perfecte huisvrouw en social butterfly zijn, en voor sommigen een feministisch icoon, omdat losbandigheid blijkbaar hetzelfde is als emancipatie, maar ik mag haar niet.
Het einde is open voor discussie. Wint Rebecca het nu wel of niet? Na het einde ga ik altijd nog even terug naar de eerste hoofdstukken, chronologisch het eind van het verhaal. In het nawoord van mijn uitgave spreekt Sally Beauman van een 'hellish exile', maar zo zie ik het niet. Ik denk dat het geheel afhangt van hoe je de relatie tussen Maxim en Mrs. de Winter ziet.
Hoe je het ook wendt of keert, Rebecca stipt een boel thema's aan die iedereen bij elke leesbeurt weer anders kan interpreteren. Neem daarbij het plot, de personages en de typische gothic novel-sfeer, en je hebt een boek dat, ik althans, elke keer weer met veel plezier lees.
Ik houd van plot, en suspension of disbelief is voor mij zelden een probleem als het verhaal goed geschreven is. En omdat Daphne du Maurier heel goed weet waar ze mee bezig is, is dit verhaal een meesterwerk geworden in plaats van een stuiversromannetje. Dus kan ik probleemloos genieten van de ontwikkelingen in het liefdesleven van de naamloze hoofdpersoon. Rebecca is meer dan een romantisch verhaal, maar de romance vind ik erg goed beschreven. De gebeurtenissen in Monte Carlo vind ik altijd heerlijk om te lezen; zoals gezegd houd ik van ongewone romantiek (net als Jane en Mr. Rochester) en met een compleet uit de lucht vallend aanzoek maak je mij al helemaal blij.
Het blijft echter niet bij de romance. Eenmaal in Manderley is daar de oprecht creepy Mrs. Danvers die een vuil psychologisch spelletje speelt met Mrs. de Winter. De scène waarin Mrs. Danvers er bijna in slaagt om Mrs. de Winter tot zelfmoord te brengen is huiveringwekkend. Dat de dode Rebecca nog zo duidelijk in Manderley rondspookt (nog net niet letterlijk) en Mrs. Danvers er alles aan doet om dat zo te houden, maakt het er niet veel beter op. Voor een personage dat niet eens levend is ten tijde van het verhaal, is Rebecca bijzonder levendig. Echter, het lijkt alsof zij een tweede keer sterft op het moment dat Maxim toegeeft nooit van haar gehouden te hebben. Zoals de hoofdpersoon zich plotseling bevrijd voelt van de competitie met Rebecca, is Rebecca ook voor mij als lezer ineens een stuk minder aanwezig. Dat betekent echter niet dat Rebecca klaar is met Manderley en haar bewoners.
Behalve de rare, onrustbarende relatie tussen Mrs. de Winter en Mrs. Danvers, vind ik ook de relatie tussen Mrs. de Winter en Maxim fascinerend. Het is niet het meest alledaagse huwelijk, en ik heb er meerdere interpretaties over gelezen. Sommige heel negatief, met Maxim als grote boeman die uiteindelijk ook langzaam zijn tweede vrouw 'vermoordt' door haar mee te slepen in zijn ondergang en haar geheel van hem afhankelijk te maken. Ikzelf zie dat niet zo. Ook na verschillende keren lezen sta ik aan Maxims kant. De hoofdpersoon blijft van hem houden, ook nadat hij toegeeft zijn eerdere vrouw te hebben vermoord, en ik kan niet anders dan het met haar eens zijn. Wat er gebeurd is was verkeerd, en de reactie van Mrs. de Winter, en indirect ook van mij, is vast niet helemaal gezond, maar zo is het wel.
Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat ik me moeiteloos kan inleven in de hoofdpersoon. Ze heeft het over haar gaucherie, voor mij een nieuw woord voor iets wat ik maar al te gemakkelijk bij mezelf herken. Ik heb altijd een zwak voor onbeholpen personages met een niet al te hoge dunk van zichzelf. Om dezelfde reden mag ik Frank Crawley ook graag, en Rebecca juist niet. Ze mag dan de perfecte huisvrouw en social butterfly zijn, en voor sommigen een feministisch icoon, omdat losbandigheid blijkbaar hetzelfde is als emancipatie, maar ik mag haar niet.
Het einde is open voor discussie. Wint Rebecca het nu wel of niet? Na het einde ga ik altijd nog even terug naar de eerste hoofdstukken, chronologisch het eind van het verhaal. In het nawoord van mijn uitgave spreekt Sally Beauman van een 'hellish exile', maar zo zie ik het niet. Ik denk dat het geheel afhangt van hoe je de relatie tussen Maxim en Mrs. de Winter ziet.
Hoe je het ook wendt of keert, Rebecca stipt een boel thema's aan die iedereen bij elke leesbeurt weer anders kan interpreteren. Neem daarbij het plot, de personages en de typische gothic novel-sfeer, en je hebt een boek dat, ik althans, elke keer weer met veel plezier lees.
Red Tent, The - Anita Diamant (1997)
Alternatieve titel: De Rode Tent

2,5
0
geplaatst: 11 september 2019, 19:40 uur
Tegenvaller. Het verhaal van Dina, de enige dochter van aartsvader Jakob, is een van de meest dramatisch interessante geschiedenissen in de Bijbel, en daarbij relatief onbekend. Een jonge vrouw, opgegroeid te midden van een dozijn broers, wordt verkracht/verleid/geschaakt door een prins, leidend tot een bloedbad; dat is mijns inziens een prima opzet voor een roman. De uitwerking door Anita Diamant laat echter te wensen over.
In het begin was ik juist hoopvol. Het eerste deel richt zich op de verhalen van Dina’s moeder-tantes. In de roman zijn niet alleen Leah en Rachel zussen, ook Bilha en Zilpa zijn hun onwettige zussen. Jakob trouwt dus met vier zussen – een fascinerend gegeven dat Diamant prima uitwerkt. De onderlinge relaties zijn stuk voor stuk gecompliceerd en interessant. Ondanks de uitgebreidheid van de familie slaagt Diamant erin om de meeste leden een onderscheidende persoonlijkheid te geven; geen geringe prestatie. Dit eerste deel heb ik dan ook in korte tijd en met veel plezier gelezen.
Tot mijn verbazing zakt het verhaal vervolgens in op het moment dat Dina haar intrede doet. Ze is de verteller, de ik-persoon, en je zou denken dat die positie haar het personage maakt met wie je het meest meevoelt. Dina blijkt echter een vrij vaag personage dat mij al snel in de weg stond: ik wilde dat het verhaal zich weer ging richten op de rivaliteit en loyaliteit tussen Jakobs vrouwen.
Een tweede teleurstelling was de uitwerking van Het Grote Drama: de moord op Sichem door Dina’s broers. Allereerst vond ik de liefdesgeschiedenis zelf totaal niet overtuigend. Tieners die na vrijwel geen interactie geloven dat ze voorbestemd zijn om altijd samen te zijn en vervolgens alle verstand achter zich laten hebben nooit op mijn sympathie kunnen rekenen. Waar de Bijbel best nog wel wat ruimte biedt om te speculeren of Dina nu verkracht of verleid werd, maakt Diamant het een goedkope romance. Het daaropvolgende bloedbad neemt welgeteld een hele pagina in beslag, waarna Dina haar hele familie vervloekt (waarbij het mij overigens niet duidelijk is waarom ze dit zonder aanzien des persoons doet terwijl vele familieleden hierbij helemaal niet betrokken waren) en de benen neemt. Heel kort stipt de schrijver nog aan hoe het vervolgens met de familie gaat; een samenvatting die boeiender blijkt dan de ruim 100 pagina’s die dan nog volgen bij elkaar. Dina’s belevenissen in Egypte konden mijn aandacht nauwelijks vasthouden.
De derde teleurstelling is het einde. De moord op Sichem is het zwaartepunt van het verhaal en hoewel het goed te begrijpen is dat je daarna nog een stuk boek te gaan hebt om te zien hoe het de betrokkenen nadien vergaat, kan het toch niet de bedoeling zijn dat de rest van het boek saai is. Ik had verwacht dat Dina’s hereniging met Jozef en hun gezamenlijke terugkeer naar hun vader zou leiden tot iets van een climax, een catharsis, wat dan ook. Maar nee. De toch al kleurloze persoonlijkheid van Dina ondergaat geen merkbare verandering. En de enige herkenning die ze krijgt is een korte monoloog van Juda die vanuit het niets komt en die nergens toe leidt. De andere broers zijn of dood, of spelen totaal geen rol meer in het verhaal. Dina reist het hele eind naar haar vader zonder ook maar een poging te doen om hem te spreken te krijgen. Na alles wat ik ‘geïnvesteerd’ in bepaalde personages voelde ik me eerlijk gezegd bekocht.
Kort gezegd een boek met een prima concept en een hoopgevend begin, maar uiteindelijk een teleurstellende uitwerking en een van de slechtere eindes die ik in lange tijd gelezen heb. Wat jammer.
In het begin was ik juist hoopvol. Het eerste deel richt zich op de verhalen van Dina’s moeder-tantes. In de roman zijn niet alleen Leah en Rachel zussen, ook Bilha en Zilpa zijn hun onwettige zussen. Jakob trouwt dus met vier zussen – een fascinerend gegeven dat Diamant prima uitwerkt. De onderlinge relaties zijn stuk voor stuk gecompliceerd en interessant. Ondanks de uitgebreidheid van de familie slaagt Diamant erin om de meeste leden een onderscheidende persoonlijkheid te geven; geen geringe prestatie. Dit eerste deel heb ik dan ook in korte tijd en met veel plezier gelezen.
Tot mijn verbazing zakt het verhaal vervolgens in op het moment dat Dina haar intrede doet. Ze is de verteller, de ik-persoon, en je zou denken dat die positie haar het personage maakt met wie je het meest meevoelt. Dina blijkt echter een vrij vaag personage dat mij al snel in de weg stond: ik wilde dat het verhaal zich weer ging richten op de rivaliteit en loyaliteit tussen Jakobs vrouwen.
Een tweede teleurstelling was de uitwerking van Het Grote Drama: de moord op Sichem door Dina’s broers. Allereerst vond ik de liefdesgeschiedenis zelf totaal niet overtuigend. Tieners die na vrijwel geen interactie geloven dat ze voorbestemd zijn om altijd samen te zijn en vervolgens alle verstand achter zich laten hebben nooit op mijn sympathie kunnen rekenen. Waar de Bijbel best nog wel wat ruimte biedt om te speculeren of Dina nu verkracht of verleid werd, maakt Diamant het een goedkope romance. Het daaropvolgende bloedbad neemt welgeteld een hele pagina in beslag, waarna Dina haar hele familie vervloekt (waarbij het mij overigens niet duidelijk is waarom ze dit zonder aanzien des persoons doet terwijl vele familieleden hierbij helemaal niet betrokken waren) en de benen neemt. Heel kort stipt de schrijver nog aan hoe het vervolgens met de familie gaat; een samenvatting die boeiender blijkt dan de ruim 100 pagina’s die dan nog volgen bij elkaar. Dina’s belevenissen in Egypte konden mijn aandacht nauwelijks vasthouden.
De derde teleurstelling is het einde. De moord op Sichem is het zwaartepunt van het verhaal en hoewel het goed te begrijpen is dat je daarna nog een stuk boek te gaan hebt om te zien hoe het de betrokkenen nadien vergaat, kan het toch niet de bedoeling zijn dat de rest van het boek saai is. Ik had verwacht dat Dina’s hereniging met Jozef en hun gezamenlijke terugkeer naar hun vader zou leiden tot iets van een climax, een catharsis, wat dan ook. Maar nee. De toch al kleurloze persoonlijkheid van Dina ondergaat geen merkbare verandering. En de enige herkenning die ze krijgt is een korte monoloog van Juda die vanuit het niets komt en die nergens toe leidt. De andere broers zijn of dood, of spelen totaal geen rol meer in het verhaal. Dina reist het hele eind naar haar vader zonder ook maar een poging te doen om hem te spreken te krijgen. Na alles wat ik ‘geïnvesteerd’ in bepaalde personages voelde ik me eerlijk gezegd bekocht.
Kort gezegd een boek met een prima concept en een hoopgevend begin, maar uiteindelijk een teleurstellende uitwerking en een van de slechtere eindes die ik in lange tijd gelezen heb. Wat jammer.
Redeeming Love - Francine Rivers (1991)
Alternatieve titel: Bevrijdende Liefde

4,0
3
geplaatst: 18 april 2018, 20:06 uur
Redeeming Love is volgens mij een van de eerste boeken voor volwassenen die ik ooit las. Destijds maakte het behoorlijk indruk en sindsdien heb ik het meerdere keren herlezen. Onlangs heb ik het weer gelezen, me afvragend wat voor indruk het boek op me zou maken nu ik een heleboel boeken verder ben.
Redeeming Love blijkt nog steeds indruk te maken, gelukkig. Binnen de christelijke fictie vind ik dit een van de betere boeken. Dit is met name door de kracht van het verhaal. Dat is geïnspireerd op de Bijbelse Hosea, een profeet die van God de opdracht kreeg met een hoer te trouwen. De hoer was hem telkens weer ontrouw, en telkens weer nam Hosea haar weer terug. Rivers maakt al snel duidelijk dat haar boek eenzelfde patroon gaat volgen (alleen al door de mannelijke hoofdpersoon Michael Hosea te noemen).
Rivers heeft erg haar best gedaan op het levensverhaal en de karakterontwikkeling van Angel. In de epiloog krijgen we het begin van de ellende te zien, maar daarna zijn we ineens een heel aantal jaren verder en is ze een verbitterde vrouw geworden. Je gaat je onwillekeurig afvragen wat zich in de tussentijd heeft afgespeeld, en in de loop van het boek komen we daar steeds meer achter. In een slimme plotwending bijna op het einde ontmoet Angel weer de man die haar als kind gekocht en misbruikt heeft, haar persoonlijke demon als het ware, waardoor de cirkel rond is. Door deze plotwending kan Rivers heel goed laten zien wat de kracht van Michaels bevrijdende liefde is geweest. Pas dan komt er ruimte voor het geloof in God.
Waar het personage van Angel goed beschreven en mooi rond is, geldt dat voor de anderen minder. Michael is weliswaar erg sympathiek, maar hij maakt weinig ontwikkelingen door. Stiekem vind ik hem net iets te mooi om waar te zijn; het is precies zo'n man die iedereen wel zou willen hebben. Zijn zwager Paul is menselijker en ontwikkelt zich wel als personage, maar die ontwikkeling verbleekt naast die van Angel. Zo ongeveer alle andere personages zijn ofwel halve heiligen, ofwel echte schurken. De grote schurk in dit verhaal, Angels 'koper', blijft een wat vaag personage waar veel meer mee gedaan had kunnen worden.
Het thema van de 'gevallen vrouw' die door een 'rechtschapen man' opbloeit en tot haar bestemming komt, vind ik erg interessant. Eenzelfde thema werd door Marilynne Robinson beschreven in Lila. Dat heb ik recent ook herlezen, en dus ontkom ik er niet aan om de vergelijking tussen de twee boeken te maken. Qua thematiek zijn er veel overeenkomsten, qua vorm en plot minder. Lila is vooral sterk waar het de psychologie van de hoofdpersoon betreft, en de romance is heel langzaam, heel aarzelend, heel subtiel (en daarom fantastisch). Redeeming Love moet het meer van het plot hebben en het liefdesverhaal ligt er wat dikker bovenop, hoewel het nog steeds langzaam en aarzelend is. Daarnaast zijn beide boeken christelijk, maar ook hierin is Lila subtieler. In Redeeming Love spreekt God met enige regelmaat rechtstreeks tot de hoofdpersonen; als je je daaraan stoort moet je er niet aan beginnen.
Als dat echter geen probleem is, en het thema spreekt je aan, dan zou ik Redeeming Love vooral niet laten liggen. Het verhaal is mooi, de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon is uitstekend beschreven en door de vlotte stijl leest je het boek zo weg. Ik denk dat ik het binnenkort maar eens moest aanschaffen, want ik verwacht het in de toekomst nog wel vaker te lezen.
Redeeming Love blijkt nog steeds indruk te maken, gelukkig. Binnen de christelijke fictie vind ik dit een van de betere boeken. Dit is met name door de kracht van het verhaal. Dat is geïnspireerd op de Bijbelse Hosea, een profeet die van God de opdracht kreeg met een hoer te trouwen. De hoer was hem telkens weer ontrouw, en telkens weer nam Hosea haar weer terug. Rivers maakt al snel duidelijk dat haar boek eenzelfde patroon gaat volgen (alleen al door de mannelijke hoofdpersoon Michael Hosea te noemen).
Rivers heeft erg haar best gedaan op het levensverhaal en de karakterontwikkeling van Angel. In de epiloog krijgen we het begin van de ellende te zien, maar daarna zijn we ineens een heel aantal jaren verder en is ze een verbitterde vrouw geworden. Je gaat je onwillekeurig afvragen wat zich in de tussentijd heeft afgespeeld, en in de loop van het boek komen we daar steeds meer achter. In een slimme plotwending bijna op het einde ontmoet Angel weer de man die haar als kind gekocht en misbruikt heeft, haar persoonlijke demon als het ware, waardoor de cirkel rond is. Door deze plotwending kan Rivers heel goed laten zien wat de kracht van Michaels bevrijdende liefde is geweest. Pas dan komt er ruimte voor het geloof in God.
Waar het personage van Angel goed beschreven en mooi rond is, geldt dat voor de anderen minder. Michael is weliswaar erg sympathiek, maar hij maakt weinig ontwikkelingen door. Stiekem vind ik hem net iets te mooi om waar te zijn; het is precies zo'n man die iedereen wel zou willen hebben. Zijn zwager Paul is menselijker en ontwikkelt zich wel als personage, maar die ontwikkeling verbleekt naast die van Angel. Zo ongeveer alle andere personages zijn ofwel halve heiligen, ofwel echte schurken. De grote schurk in dit verhaal, Angels 'koper', blijft een wat vaag personage waar veel meer mee gedaan had kunnen worden.
Het thema van de 'gevallen vrouw' die door een 'rechtschapen man' opbloeit en tot haar bestemming komt, vind ik erg interessant. Eenzelfde thema werd door Marilynne Robinson beschreven in Lila. Dat heb ik recent ook herlezen, en dus ontkom ik er niet aan om de vergelijking tussen de twee boeken te maken. Qua thematiek zijn er veel overeenkomsten, qua vorm en plot minder. Lila is vooral sterk waar het de psychologie van de hoofdpersoon betreft, en de romance is heel langzaam, heel aarzelend, heel subtiel (en daarom fantastisch). Redeeming Love moet het meer van het plot hebben en het liefdesverhaal ligt er wat dikker bovenop, hoewel het nog steeds langzaam en aarzelend is. Daarnaast zijn beide boeken christelijk, maar ook hierin is Lila subtieler. In Redeeming Love spreekt God met enige regelmaat rechtstreeks tot de hoofdpersonen; als je je daaraan stoort moet je er niet aan beginnen.
Als dat echter geen probleem is, en het thema spreekt je aan, dan zou ik Redeeming Love vooral niet laten liggen. Het verhaal is mooi, de karakterontwikkeling van de hoofdpersoon is uitstekend beschreven en door de vlotte stijl leest je het boek zo weg. Ik denk dat ik het binnenkort maar eens moest aanschaffen, want ik verwacht het in de toekomst nog wel vaker te lezen.
Room - Emma Donoghue (2010)
Alternatieve titel: Kamer

4,0
0
geplaatst: 3 juni 2013, 19:37 uur
Room had ik op onverklaarbare wijze nog op mijn lijst met te lezen boeken staan - onverklaarbaar omdat ik zelden dit soort boeken lees. Toch maar meegenomen uit de bibliotheek, als een keer wat anders dan anders.
Spijt heb ik er niet van gekregen, Room is fascinerend. Het is uitzonderlijk knap hoe Donoghue erin slaagt om alles consequent vanuit het perspectief van een vijfjarige te bekijken. En het werkt! Jack kent geen andere werkelijkheid dan Kamer en die werkelijkheid vormt voor hem geen bedreiging, maar door zijn argeloze omschrijvingen van zijn omgeving en zijn leven kan de lezer zich moeiteloos voorstellen in wat voor hel Mam moet leven. Jack kent niet anders en is argeloos, maar niet dom. De dreiging komt misschien des te harder aan omdat hij zo kinderlijk wordt omschreven.
Het principe is heel goed uitgewerkt, maar het plot op zich is niet heel verrassend. Ik weet trouwens ook niet hoe het anders had gekund, tenzij Mam haar zelfmoordpoging niet had overleefd. Het einde vond ik wel prima zo, niet al te open maar ook niet te langdradig. Twee puntjes in het verhaal die ik wat minder vond zijn het feit dat Mam geadopteerd is (dat horen we al in het begin, maar in het hele verhaal wordt er niets mee gedaan) en Mams opmerking over een eerdere abortus, tijdens het interview. Ik snap niet wat die opmerking toe moest voegen of hoe het mijn beeld over Mam had moeten veranderen. De rest van die scène vind ik trouwens wel erg goed. In Kamer was Mam hoopvol en sterk, eenmaal terug in de wereld wordt ze cynisch en hard. Mooi geschreven.
Tegen het einde van het verhaal begon ik steeds enthousiaster te worden over Donoghues vermogen om zonder uitglijders het perspectief van een vijfjarige aan te houden - tot er een uitglijder volgde. Ik vind Jacks opmerkingen over hoe druk iedereen Buiten is en hoe weinig tijd ouders voor hun kinderen hebben erg misplaatst, een staaltje slappe maatschappijkritiek. Met het standpunt is niets mis, maar de manier waarop het gebracht wordt past niet. Had het wat vager gedaan, zoals veel andere nare dingen in het boek vaag worden beschreven. Het is maar een klein puntje, maar voor mijn enthousiasme deed het niet veel goeds.
Verder veel lof voor Room, de sterke kanten blijven overeind. Spannend, een pageturner (een vreselijk woord vind ik, maar ik weet geen goede vertaling) die ook niet-lezers zal kunnen aanspreken, vermoed ik zo. Vier sterren.
Spijt heb ik er niet van gekregen, Room is fascinerend. Het is uitzonderlijk knap hoe Donoghue erin slaagt om alles consequent vanuit het perspectief van een vijfjarige te bekijken. En het werkt! Jack kent geen andere werkelijkheid dan Kamer en die werkelijkheid vormt voor hem geen bedreiging, maar door zijn argeloze omschrijvingen van zijn omgeving en zijn leven kan de lezer zich moeiteloos voorstellen in wat voor hel Mam moet leven. Jack kent niet anders en is argeloos, maar niet dom. De dreiging komt misschien des te harder aan omdat hij zo kinderlijk wordt omschreven.
Het principe is heel goed uitgewerkt, maar het plot op zich is niet heel verrassend. Ik weet trouwens ook niet hoe het anders had gekund, tenzij Mam haar zelfmoordpoging niet had overleefd. Het einde vond ik wel prima zo, niet al te open maar ook niet te langdradig. Twee puntjes in het verhaal die ik wat minder vond zijn het feit dat Mam geadopteerd is (dat horen we al in het begin, maar in het hele verhaal wordt er niets mee gedaan) en Mams opmerking over een eerdere abortus, tijdens het interview. Ik snap niet wat die opmerking toe moest voegen of hoe het mijn beeld over Mam had moeten veranderen. De rest van die scène vind ik trouwens wel erg goed. In Kamer was Mam hoopvol en sterk, eenmaal terug in de wereld wordt ze cynisch en hard. Mooi geschreven.
Tegen het einde van het verhaal begon ik steeds enthousiaster te worden over Donoghues vermogen om zonder uitglijders het perspectief van een vijfjarige aan te houden - tot er een uitglijder volgde. Ik vind Jacks opmerkingen over hoe druk iedereen Buiten is en hoe weinig tijd ouders voor hun kinderen hebben erg misplaatst, een staaltje slappe maatschappijkritiek. Met het standpunt is niets mis, maar de manier waarop het gebracht wordt past niet. Had het wat vager gedaan, zoals veel andere nare dingen in het boek vaag worden beschreven. Het is maar een klein puntje, maar voor mijn enthousiasme deed het niet veel goeds.
Verder veel lof voor Room, de sterke kanten blijven overeind. Spannend, een pageturner (een vreselijk woord vind ik, maar ik weet geen goede vertaling) die ook niet-lezers zal kunnen aanspreken, vermoed ik zo. Vier sterren.
Russisch Blauw - Rascha Peper (1995)

4,0
3
geplaatst: 10 mei 2017, 12:34 uur
Het enige boek dat ik ooit voor m'n leeslijst gelezen heb waar ik ook echt plezier aan heb beleefd. Ik las (en lees) relatief zelden iets van Nederlandse schrijvers en de reden dat ik bij Rascha Peper ben uitgekomen is dan ook alleen de titel van dit boek. Ook toen al had ik een lichte fascinatie voor Rusland; zelfs toen ik nog tussen de kinderboeken in de bieb rondliep had ik al verschillende boeken gelezen over de laatste tsarenfamilie (daar zijn dus echt jeugdboeken over). Altijd vol familiefoto's van vier vaak identiek geklede meisjes en Nicolaas II met z'n imposante snor en droevige blik. De wetenschap dat de mensen op die foto's bruut afgeslacht zouden worden, en vervolgens de irrationele hoop dat iemand het misschien toch overleefd had, trok mij sterk aan.
Daarom was het ook helemaal niet moeilijk om mee te leven met de hoofdpersoon Lex. Ik snap zijn fascinatie wel, te meer omdat hij zelf én Russische wortels heeft én aan hemofilie lijdt. Lex' fascinatie ontaardt echter in een manie. De eerste 'Russische' gedeelten van het boek zijn nog vrij zakelijk. Via Lex geeft Rascha Peper een gereconstrueerde versie van de laatste weken van de tsarenfamilie weer. De pijnlijke gedetailleerdheid van het verslag (Nicolaas die een hangmat ophangt in de achtertuin van zijn laatste gevangenis, Olga die wordt neergeschoten halverwege een kruisteken, het eindeloze gezeul met de lijken) maakt het ondanks de harde feiten toch een aangrijpend verhaal.
Vervolgens komen de speculaties aan bod. Eerst zien we de wetenschappelijke theorieën, maar naarmate het boek vordert en Lex verder verstrikt raakt, worden speculatie en wens steeds meer verweven. Lex begint steeds meer te geloven in het overleven van Alexej en de mogelijkheid dat hijzelf Alexejs achterkleinzoon is, en verliest zichzelf in fantasieën over de oudste dochter Olga.
Rascha Peper verweeft dit 'Russische verhaal' heel fijntjes met het Nederlandse. De overeenkomsten tussen Lex en Alexej zijn duidelijk zonder overdreven te zijn. De focus verschuift langzaam van de Russische tragedie naar de tragedie die zich dreigt af te spelen in Lex' leven. Geïsoleerd, eenzaam en ziek leeft Lex op door zijn manie. Als deze vervolgens aan diggelen wordt geslagen door het nieuws dat hij niet het kind is van zijn moeder houd je bijna je adem in: hoe zal Lex hierop reageren? Gelukkig geeft de schrijfster hier een alleszins bevredigend antwoord op.
Ik heb maar weinig aan te merken op Russisch Blauw. Heel af en toe staat er een zinnetje of woord waar ik even mijn wenkbrauwen bij frons, maar over het algemeen is het fraai geschreven. Soms is er een alinea bij waarvan ik niet snap hoe deze bijdraagt aan het geheel en naar mijn inzien had er ook niet zó veel aandacht besteed hoeven te worden aan de moeder van Lex. Het zijn echter kleine minpuntjes die nauwelijks afbreuk doen aan een boek dat indruk maakt door zowel de reconstructie van de ondergang van de Romanovs, als door de dreigende ondergang van een eenzame jongeman die door diezelfde Romanovs geobsedeerd is.
De hele tragedie samengevat in een halve alinea. Alleen hierom al zou je Russisch Blauw moeten lezen.
Daarom was het ook helemaal niet moeilijk om mee te leven met de hoofdpersoon Lex. Ik snap zijn fascinatie wel, te meer omdat hij zelf én Russische wortels heeft én aan hemofilie lijdt. Lex' fascinatie ontaardt echter in een manie. De eerste 'Russische' gedeelten van het boek zijn nog vrij zakelijk. Via Lex geeft Rascha Peper een gereconstrueerde versie van de laatste weken van de tsarenfamilie weer. De pijnlijke gedetailleerdheid van het verslag (Nicolaas die een hangmat ophangt in de achtertuin van zijn laatste gevangenis, Olga die wordt neergeschoten halverwege een kruisteken, het eindeloze gezeul met de lijken) maakt het ondanks de harde feiten toch een aangrijpend verhaal.
Vervolgens komen de speculaties aan bod. Eerst zien we de wetenschappelijke theorieën, maar naarmate het boek vordert en Lex verder verstrikt raakt, worden speculatie en wens steeds meer verweven. Lex begint steeds meer te geloven in het overleven van Alexej en de mogelijkheid dat hijzelf Alexejs achterkleinzoon is, en verliest zichzelf in fantasieën over de oudste dochter Olga.
Rascha Peper verweeft dit 'Russische verhaal' heel fijntjes met het Nederlandse. De overeenkomsten tussen Lex en Alexej zijn duidelijk zonder overdreven te zijn. De focus verschuift langzaam van de Russische tragedie naar de tragedie die zich dreigt af te spelen in Lex' leven. Geïsoleerd, eenzaam en ziek leeft Lex op door zijn manie. Als deze vervolgens aan diggelen wordt geslagen door het nieuws dat hij niet het kind is van zijn moeder houd je bijna je adem in: hoe zal Lex hierop reageren? Gelukkig geeft de schrijfster hier een alleszins bevredigend antwoord op.
Ik heb maar weinig aan te merken op Russisch Blauw. Heel af en toe staat er een zinnetje of woord waar ik even mijn wenkbrauwen bij frons, maar over het algemeen is het fraai geschreven. Soms is er een alinea bij waarvan ik niet snap hoe deze bijdraagt aan het geheel en naar mijn inzien had er ook niet zó veel aandacht besteed hoeven te worden aan de moeder van Lex. Het zijn echter kleine minpuntjes die nauwelijks afbreuk doen aan een boek dat indruk maakt door zowel de reconstructie van de ondergang van de Romanovs, als door de dreigende ondergang van een eenzame jongeman die door diezelfde Romanovs geobsedeerd is.
...want wat bleek toen hij na het zien van die eerste foto in zijn geschiedenisboek alles over de geportretteerden te weten gekomen was wat er maar te weten viel? Toen waren ze nog even dood als altijd. Dood, verloren, verzonken in de tijd. Toen bleef hun hermetische kring van zeven nog steeds gesloten en zou nooit meer opengaan om nummer acht toe te laten. Zij bleven voorgoed en uitsluitend met elkaar verbonden, blind, doof, gevoelloos voor wie hen riep vanuit een ander leven. Op den duur viel dat niet meer te verdragen.
De hele tragedie samengevat in een halve alinea. Alleen hierom al zou je Russisch Blauw moeten lezen.
