Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
On the Beach - Nevil Shute (1957)
Alternatieve titel: Wacht op Mij

4,5
6
geplaatst: 12 maart 2021, 21:23 uur
This is the way the world ends
Not with a bang but a whimper
Het is jaren geleden dat ik voor Engels een ingekorte, versimpelde versie van On the Beach las, en er was me praktisch niets van bijgebleven. Toch moet het ergens indruk hebben gemaakt, want de titel en de auteur heb ik altijd onthouden. Uiteindelijk heb ik het toch maar eens geleend en zo begon ik nietsvermoedend aan het verhaal. Het motto had een waarschuwing kunnen zijn, maar toch duurde het even voor het uitgangspunt van dit boek volledig tot me was doorgedrongen: On the Beach gaat over het einde van de wereld.
Nu zijn er twee dingen die On the Beach onderscheiden van andere verhalen in een post-apocalyptische setting. Allereerst is dat het gebrek aan paniek. De kernoorlog is alweer een poos geleden, de radioactiviteit trekt gestaag naar het zuiden en voor het laatste restje van de mensheid is het vrij duidelijk hoe hun einde gaat zijn. Desondanks (of juist daarom?) zijn er geen uit de hand lopende rellen of massa’s vluchtelingen. Bijna tot op het laatst functioneert de maatschappij redelijk normaal. Het tweede is het gebrek aan hoop. De tekst op de kaft van mijn exemplaar wekt de suggestie dat de tocht van de onderzeeër een laatste poging is om het einde af te wenden. Misschien is er nog leven op het noordelijk halfrond? Misschien daalt het stralingsniveau wel sneller dan men dacht? Nu zijn dit allebei vragen waar de bemanning van de Scorpion wel degelijk een antwoord op zoekt, maar het is van meet af aan duidelijk dat het waarschijnlijk weinig op gaat leveren.
Wat doet men dan, in plaats van panikeren of wanhopige uitvluchten zoeken? Dat is eigenlijk waar On the Beach over gaat. Een veelgebruikte strategie is het rustig voortzetten van het alledaagse leven. De boer bewerkt zijn land en de huisvrouw werkt in haar tuin, al zullen ze het resultaat ervan nooit zien. Dwight Towers, de kapitein van de onderzeeër, blijft doen wat Uncle Sam van hem verlangt, al is hij al snel zelf de hoogstgeplaatste Amerikaan in leven. Aanvankelijk lijkt alleen Moira Davidson te dansen op de vulkaan. Ze wordt geïntroduceerd als een schaamteloze flirt en dronkenlap die door de brave huisvrouw Mary wordt ingezet als troostmeisje om te voorkomen dat de Amerikaanse kapitein te pijnlijk herinnerd wordt aan zijn eigen verloren huis en haard. Tegen ieders verwachting in vinden Moira en Dwight een heel ander soort troost bij elkaar. Hun ongewone romance (als je die al zo mag noemen) is wat mij betreft het sterkste punt van het boek.
Een ander sterk punt is de schrijfstijl. Shute heeft aandacht voor onbeduidende details en laat grotere zaken juist vaak aan de verbeelding over. Zijn personages zijn niet van de grote emotionele uitbarstingen, op een enkele (gerechtsvaardigde) uitzondering na. Door die haast koele verteltoon en nadruk op het alledaagse komt de tragiek van het verhaal des te harder aan. En het is het eind van de wereld: tragiek in overvloed. Dat voelbaar te maken zonder melodramatisch te worden is een grote verdienste.
Aanmerkingen heb ik nauwelijks. Het boek had wat dikker mogen zijn; ik had nog veel meer van Moira en Dwight willen zien. En Peters betoog over de onzin van de oorlog en hoe de wereld in had moeten grijpen past niet echt bij zijn personage of op de plaats in het verhaal – misschien dat hier de mening van Shute zelf op de voorgrond treedt? Maar dat is al snel vergeten; zozeer werd ik meegezogen in het eind. De whimper waarmee de wereld eindigt blijkt zoveel tragischer dan een bang ooit zou kunnen zijn.
Al met al is het duidelijk dat On the Beach niet voor niets indruk heeft gemaakt al die jaren terug. Nu ik de volledige versie gelezen heb zou ik mijn indruk kunnen beschrijven als verpletterend. Dat woord doet eigenlijk geen recht aan de sobere toon van het boek - maar wel aan de kracht ervan.
Not with a bang but a whimper
Het is jaren geleden dat ik voor Engels een ingekorte, versimpelde versie van On the Beach las, en er was me praktisch niets van bijgebleven. Toch moet het ergens indruk hebben gemaakt, want de titel en de auteur heb ik altijd onthouden. Uiteindelijk heb ik het toch maar eens geleend en zo begon ik nietsvermoedend aan het verhaal. Het motto had een waarschuwing kunnen zijn, maar toch duurde het even voor het uitgangspunt van dit boek volledig tot me was doorgedrongen: On the Beach gaat over het einde van de wereld.
Nu zijn er twee dingen die On the Beach onderscheiden van andere verhalen in een post-apocalyptische setting. Allereerst is dat het gebrek aan paniek. De kernoorlog is alweer een poos geleden, de radioactiviteit trekt gestaag naar het zuiden en voor het laatste restje van de mensheid is het vrij duidelijk hoe hun einde gaat zijn. Desondanks (of juist daarom?) zijn er geen uit de hand lopende rellen of massa’s vluchtelingen. Bijna tot op het laatst functioneert de maatschappij redelijk normaal. Het tweede is het gebrek aan hoop. De tekst op de kaft van mijn exemplaar wekt de suggestie dat de tocht van de onderzeeër een laatste poging is om het einde af te wenden. Misschien is er nog leven op het noordelijk halfrond? Misschien daalt het stralingsniveau wel sneller dan men dacht? Nu zijn dit allebei vragen waar de bemanning van de Scorpion wel degelijk een antwoord op zoekt, maar het is van meet af aan duidelijk dat het waarschijnlijk weinig op gaat leveren.
Wat doet men dan, in plaats van panikeren of wanhopige uitvluchten zoeken? Dat is eigenlijk waar On the Beach over gaat. Een veelgebruikte strategie is het rustig voortzetten van het alledaagse leven. De boer bewerkt zijn land en de huisvrouw werkt in haar tuin, al zullen ze het resultaat ervan nooit zien. Dwight Towers, de kapitein van de onderzeeër, blijft doen wat Uncle Sam van hem verlangt, al is hij al snel zelf de hoogstgeplaatste Amerikaan in leven. Aanvankelijk lijkt alleen Moira Davidson te dansen op de vulkaan. Ze wordt geïntroduceerd als een schaamteloze flirt en dronkenlap die door de brave huisvrouw Mary wordt ingezet als troostmeisje om te voorkomen dat de Amerikaanse kapitein te pijnlijk herinnerd wordt aan zijn eigen verloren huis en haard. Tegen ieders verwachting in vinden Moira en Dwight een heel ander soort troost bij elkaar. Hun ongewone romance (als je die al zo mag noemen) is wat mij betreft het sterkste punt van het boek.
Een ander sterk punt is de schrijfstijl. Shute heeft aandacht voor onbeduidende details en laat grotere zaken juist vaak aan de verbeelding over. Zijn personages zijn niet van de grote emotionele uitbarstingen, op een enkele (gerechtsvaardigde) uitzondering na. Door die haast koele verteltoon en nadruk op het alledaagse komt de tragiek van het verhaal des te harder aan. En het is het eind van de wereld: tragiek in overvloed. Dat voelbaar te maken zonder melodramatisch te worden is een grote verdienste.
Aanmerkingen heb ik nauwelijks. Het boek had wat dikker mogen zijn; ik had nog veel meer van Moira en Dwight willen zien. En Peters betoog over de onzin van de oorlog en hoe de wereld in had moeten grijpen past niet echt bij zijn personage of op de plaats in het verhaal – misschien dat hier de mening van Shute zelf op de voorgrond treedt? Maar dat is al snel vergeten; zozeer werd ik meegezogen in het eind. De whimper waarmee de wereld eindigt blijkt zoveel tragischer dan een bang ooit zou kunnen zijn.
Al met al is het duidelijk dat On the Beach niet voor niets indruk heeft gemaakt al die jaren terug. Nu ik de volledige versie gelezen heb zou ik mijn indruk kunnen beschrijven als verpletterend. Dat woord doet eigenlijk geen recht aan de sobere toon van het boek - maar wel aan de kracht ervan.
Once and Future King, The - T.H. White (1958)
Alternatieve titel: Arthur, Koning voor Eens en Altijd

5,0
4
geplaatst: 21 februari 2017, 21:11 uur
The Once and Future King had al mijn interesse voordat ik wist waar het boek om ging - vanwege de titel en vanwege het feit dat Magneto het leest in X-Men United (ik lees soms boeken om rare redenen...). Toen het om King Arthur bleek te gaan, was ik meteen overstag. Ik heb in mijn boekenkast nog een oud exemplaar van Rosemary Sutcliffs The Sword and the Circle staan waar ik letterlijk geen genoeg van kan krijgen, dus bijna 700 pagina's meer King Arthur waren mij bijzonder welkom.
En al hadden al die redenen niet gegolden, dan nog zou The Once and Future King veel indruk op mij hebben gemaakt. Ik houd sowieso wel verhalen die een hele levensloop bestrijken, en Arthurs levensloop is zo veelbewogen dat het zonde zou zijn om niet het complete verhaal te vertellen. White begint dan ook bij Arthur als jongen. De toon is nog relatief licht en de avonturen zijn absurd; als een collectie fabels waarin Arthur Wijze Lessen leert door in allerlei dieren te worden veranderd. Zodra het zwaard echter uit de steen is, begint de tragiek naar binnen te sluipen.
Het tweede deel houdt de lichte toon gedeeltelijk vast, en is bij vlagen zelfs hilarisch (Pellinore is onweerstaanbaar grappig). Tegelijkertijd introduceert White de gebroeders Orkney. Het was mij aanvankelijk niet helemaal duidelijk hoe dit verhaal nu met het grote geheel in verband staat, maar dat kwam later wel. Zo is er die geschiedenis met de eenhoorn waarin je in korte tijd heel veel inzicht krijgt in de karakters van de vier broers, die later nog zo'n grote rol gaan spelen.
In deel drie valt er weinig meer te lachen. Er zijn gelukkig nog genoeg queesten en dwaze avonturen, maar het grote drama komt steeds meer op de voorgrond, en dat in de vorm van de klassieke driehoeksverhouding Arthur - Guinevere - Lancelot. White slaagt er in om de driehoek perfect gelijkzijdig te maken. Het is meer een officieus huwelijk dan een affaire tussen Guinevere en Lancelot, en Arthur is er nog eerder van op de hoogte dan zijzelf. Ondertussen heeft de koning het moeilijk genoeg met zijn enorme verantwoordelijkheden, de arme ziel, en het wordt steeds duidelijker dat de dingen de verkeerde kant op gaan.
Het drama voltrekt zich in het laatste deel, dat qua toon zoveel zwaarder is dan het eerste deel dat het bijna niet te geloven is dat ze een geheel vormen. Weinig van wat Arthur met pijn en moeite heeft opgebouwd, blijft overeind staan. Maar toch is er iets van hoop, en dat is Arthur zelf. Hij heeft 'iets onoverwinnelijks in zijn hart, iets van grootheid in eenvoud.' Ik kan het niet zo mooi zeggen als White, maar ik snap wel dat Arthur zo iemand is van wie mensen nog altijd stiekem hopen dat hij op een dag terug zal komen.
The Once and Future King is niet alleen sterk als het gaat om plot, maar ook psychologisch. De personages hebben een diepgang die je niet verwacht in een verhaal over ridders. Guinevere is 'een echt mens' en dus niet te verklaren, volgens de schrijver. Lancelot is er heilig van overtuigd dat hij een slecht mens is, en gedraagt zich juist daarom het best - maar hij kan Guinevere niet opgeven. Arthur is een held in een veel completere betekenis van het woord dan normaliter. Daarnaast zijn er nog vele bijfiguren die toch allemaal een eigen gezicht krijgen.
Ik kan nog wel veel meer over The Once and Future King zeggen; ik ben nog niets eens over de rare stijl vol anachronismen begonnen. Voor nu lijkt dit me voldoende. Ongetwijfeld zullen me een heleboel andere dingen opvallen bij een volgende leesbeurt. Ik kijk er nu al naar uit. Er zijn weinig boeken waarbij ik daadwerkelijk gelachen (hardop!) en gehuild heb. Dit is een van mijn nieuwe favorieten.
En al hadden al die redenen niet gegolden, dan nog zou The Once and Future King veel indruk op mij hebben gemaakt. Ik houd sowieso wel verhalen die een hele levensloop bestrijken, en Arthurs levensloop is zo veelbewogen dat het zonde zou zijn om niet het complete verhaal te vertellen. White begint dan ook bij Arthur als jongen. De toon is nog relatief licht en de avonturen zijn absurd; als een collectie fabels waarin Arthur Wijze Lessen leert door in allerlei dieren te worden veranderd. Zodra het zwaard echter uit de steen is, begint de tragiek naar binnen te sluipen.
Het tweede deel houdt de lichte toon gedeeltelijk vast, en is bij vlagen zelfs hilarisch (Pellinore is onweerstaanbaar grappig). Tegelijkertijd introduceert White de gebroeders Orkney. Het was mij aanvankelijk niet helemaal duidelijk hoe dit verhaal nu met het grote geheel in verband staat, maar dat kwam later wel. Zo is er die geschiedenis met de eenhoorn waarin je in korte tijd heel veel inzicht krijgt in de karakters van de vier broers, die later nog zo'n grote rol gaan spelen.
In deel drie valt er weinig meer te lachen. Er zijn gelukkig nog genoeg queesten en dwaze avonturen, maar het grote drama komt steeds meer op de voorgrond, en dat in de vorm van de klassieke driehoeksverhouding Arthur - Guinevere - Lancelot. White slaagt er in om de driehoek perfect gelijkzijdig te maken. Het is meer een officieus huwelijk dan een affaire tussen Guinevere en Lancelot, en Arthur is er nog eerder van op de hoogte dan zijzelf. Ondertussen heeft de koning het moeilijk genoeg met zijn enorme verantwoordelijkheden, de arme ziel, en het wordt steeds duidelijker dat de dingen de verkeerde kant op gaan.
Het drama voltrekt zich in het laatste deel, dat qua toon zoveel zwaarder is dan het eerste deel dat het bijna niet te geloven is dat ze een geheel vormen. Weinig van wat Arthur met pijn en moeite heeft opgebouwd, blijft overeind staan. Maar toch is er iets van hoop, en dat is Arthur zelf. Hij heeft 'iets onoverwinnelijks in zijn hart, iets van grootheid in eenvoud.' Ik kan het niet zo mooi zeggen als White, maar ik snap wel dat Arthur zo iemand is van wie mensen nog altijd stiekem hopen dat hij op een dag terug zal komen.
The Once and Future King is niet alleen sterk als het gaat om plot, maar ook psychologisch. De personages hebben een diepgang die je niet verwacht in een verhaal over ridders. Guinevere is 'een echt mens' en dus niet te verklaren, volgens de schrijver. Lancelot is er heilig van overtuigd dat hij een slecht mens is, en gedraagt zich juist daarom het best - maar hij kan Guinevere niet opgeven. Arthur is een held in een veel completere betekenis van het woord dan normaliter. Daarnaast zijn er nog vele bijfiguren die toch allemaal een eigen gezicht krijgen.
Ik kan nog wel veel meer over The Once and Future King zeggen; ik ben nog niets eens over de rare stijl vol anachronismen begonnen. Voor nu lijkt dit me voldoende. Ongetwijfeld zullen me een heleboel andere dingen opvallen bij een volgende leesbeurt. Ik kijk er nu al naar uit. Er zijn weinig boeken waarbij ik daadwerkelijk gelachen (hardop!) en gehuild heb. Dit is een van mijn nieuwe favorieten.
Other Boleyn Girl, The - Philippa Gregory (2001)
Alternatieve titel: De Zusjes Boleyn

4,0
1
geplaatst: 15 september 2011, 16:02 uur
Zojuist voor de tweede keer gelezen, nu in het Engels. Hij was iets anders dan ik me herinnerde, en vooral in het begin vond ik dat erg jammer. Het is overigens ook wel best een dik boek, maar het leest heel gemakkelijk weg. In de eerste helft van het verhaal is het allemaal nog aardig opgewekt; er zijn alom intriges en het is altijd spannend, maar het lijkt allemaal nog een beetje op een spel, waarbij de koning de prijs is en de zusjes Boleyn pionnen.
Vooral in het begin vond ik Anne Boleyn echt een serpent, monsterlijk ambitieus en volstrekt onverschillig tegenover de gevoelens van anderen. Als de aandacht van de koning trekken een spel is, dan speelt Anne vals. Mary, de ik-persoon, lijkt te winnen omdat ze jarenlang Henry's minnares is. Toch voelt ze zich schuldig tegenover haar man en de koningin, Katherine. Mary wordt snel genoeg aan de kant gezet door Anne Boleyn, die een geboren flirt is. Anne is echter niet van plan om genoegen te nemen met de positie van minnares en wil Katherine van de troon stoten. Persoonlijk sta ik aan de kant van Katherine, die door haar man schandalig behandeld wordt terwijl zij hem altijd de hand boven het hoofd houdt, en die desondanks haar kalmte en waardigheid behoudt.
Iedereen die bekend is met de geschiedenis (ik weet niet hoe bekend het is in Nederland, eigenlijk) zal weten dat Katherine het onderspit delft en Anne haar opvolgt als koningin. Hiermee is het boek echter nog lang niet ten einde. Henry VIII is een machtige koning, maar ook wispelturig en verwend als een kind. Anne Boleyn was degene die hem leerde om zijn eigen verlangens boven alles te stellen, en daar moet zij de vruchten van plukken. Vanaf het moment dat haar ster weer dalende is, wordt ze een stuk sympathieker. Ze blijft een bitch en ze maakt inderdaad vreemde keuzes, maar toch leef je met haar mee. Mary zegt het zelf ook op het einde: ze zou Anne nooit kunnen vergeven wat ze de hele familie had aangedaan, maar tegelijkertijd begrijpt ze het volkomen. Sowieso denk ik dat het moeilijk is om geen sympathie te voelen voor iemand die haar leven op het schavot moet eindigen. Tegen die tijd is Anne door alles en iedereen verlaten, ze heeft te hoog gegrepen en is heel diep gevallen.
Ik vind het knap van Gregory dat ze personages sympathiek weet te maken terwijl ze zich absoluut niet zo gedragen. Persoonlijk heb ik nogal een zwak voor George Boleyn, de broer waarmee Anne en Mary een hechte drie-eenheid vormen. Hij is een schurk en gaat net als Anne over lijken voor de ambitie van de familie. Toch heeft hij iets aandoenlijks, helemaal als het einde nadert. De familie keert Anne, George en Mary de rug toe en zij moeten alleen hun ondergang onder ogen zien. Vooral Anne en George hebben een bijzondere band (of ze nou wel of niet echt incest gepleegd hebben, bijzonder was het sowieso) en klampen zich aan elkaar vast tot aan het einde. Philippa Gregory heeft die band mooi beschreven.
Het einde is droevig. Anne en George worden geëxecuteerd. Net zoals Mary weet je dat ze waarschijnlijk niet onschuldig zijn, maar toch vind je het vreselijk.Mary zelf ontspringt de dans, maar moet wel verder leven zonder haar geliefde boer en haar eeuwige rivaal: Anne. Ik werd er triest van.
Vooral aan het begin van het boek had ik er veel op aan te merken. Het taalgebruik is soms een beetje clichématig, dat is wel jammer. De romance tussen Mary en William Stafford is leuk, maar als ze eenmaal getrouwd zijn is het net een beetje teveel rozengeur en maneschijn. Zo zijn er nog wel meer dingen, maar vooral de laatste honderd bladzijden maken dat helemaal goed.
Gregory sleurt je moeiteloos mee naar het hof van de Tudors. Intriges en drama alom, geschreven in een makkelijk leesbare stijl. Het meeste ervan is nog waar ook, hoewel sommige dingen natuurlijk ter discussie staan. Ik denk dat dit precies zo'n historische roman is die prima gelezen kan worden door mensen die niets hebben met het genre.
Vooral in het begin vond ik Anne Boleyn echt een serpent, monsterlijk ambitieus en volstrekt onverschillig tegenover de gevoelens van anderen. Als de aandacht van de koning trekken een spel is, dan speelt Anne vals. Mary, de ik-persoon, lijkt te winnen omdat ze jarenlang Henry's minnares is. Toch voelt ze zich schuldig tegenover haar man en de koningin, Katherine. Mary wordt snel genoeg aan de kant gezet door Anne Boleyn, die een geboren flirt is. Anne is echter niet van plan om genoegen te nemen met de positie van minnares en wil Katherine van de troon stoten. Persoonlijk sta ik aan de kant van Katherine, die door haar man schandalig behandeld wordt terwijl zij hem altijd de hand boven het hoofd houdt, en die desondanks haar kalmte en waardigheid behoudt.
Iedereen die bekend is met de geschiedenis (ik weet niet hoe bekend het is in Nederland, eigenlijk) zal weten dat Katherine het onderspit delft en Anne haar opvolgt als koningin. Hiermee is het boek echter nog lang niet ten einde. Henry VIII is een machtige koning, maar ook wispelturig en verwend als een kind. Anne Boleyn was degene die hem leerde om zijn eigen verlangens boven alles te stellen, en daar moet zij de vruchten van plukken. Vanaf het moment dat haar ster weer dalende is, wordt ze een stuk sympathieker. Ze blijft een bitch en ze maakt inderdaad vreemde keuzes, maar toch leef je met haar mee. Mary zegt het zelf ook op het einde: ze zou Anne nooit kunnen vergeven wat ze de hele familie had aangedaan, maar tegelijkertijd begrijpt ze het volkomen. Sowieso denk ik dat het moeilijk is om geen sympathie te voelen voor iemand die haar leven op het schavot moet eindigen. Tegen die tijd is Anne door alles en iedereen verlaten, ze heeft te hoog gegrepen en is heel diep gevallen.
Ik vind het knap van Gregory dat ze personages sympathiek weet te maken terwijl ze zich absoluut niet zo gedragen. Persoonlijk heb ik nogal een zwak voor George Boleyn, de broer waarmee Anne en Mary een hechte drie-eenheid vormen. Hij is een schurk en gaat net als Anne over lijken voor de ambitie van de familie. Toch heeft hij iets aandoenlijks, helemaal als het einde nadert. De familie keert Anne, George en Mary de rug toe en zij moeten alleen hun ondergang onder ogen zien. Vooral Anne en George hebben een bijzondere band (of ze nou wel of niet echt incest gepleegd hebben, bijzonder was het sowieso) en klampen zich aan elkaar vast tot aan het einde. Philippa Gregory heeft die band mooi beschreven.
Het einde is droevig. Anne en George worden geëxecuteerd. Net zoals Mary weet je dat ze waarschijnlijk niet onschuldig zijn, maar toch vind je het vreselijk.Mary zelf ontspringt de dans, maar moet wel verder leven zonder haar geliefde boer en haar eeuwige rivaal: Anne. Ik werd er triest van.
Vooral aan het begin van het boek had ik er veel op aan te merken. Het taalgebruik is soms een beetje clichématig, dat is wel jammer. De romance tussen Mary en William Stafford is leuk, maar als ze eenmaal getrouwd zijn is het net een beetje teveel rozengeur en maneschijn. Zo zijn er nog wel meer dingen, maar vooral de laatste honderd bladzijden maken dat helemaal goed.
Gregory sleurt je moeiteloos mee naar het hof van de Tudors. Intriges en drama alom, geschreven in een makkelijk leesbare stijl. Het meeste ervan is nog waar ook, hoewel sommige dingen natuurlijk ter discussie staan. Ik denk dat dit precies zo'n historische roman is die prima gelezen kan worden door mensen die niets hebben met het genre.
