Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Last Battle, The - C.S. Lewis (1956)
Alternatieve titel: De Laatste Strijd

4,0
0
geplaatst: 23 augustus 2013, 13:42 uur
Helaas, helaas, met The Last Battle komt er toch echt een einde aan The Chronicles of Narnia. Alle delen heb ik al meerdere keren gelezen en elke keer baal ik weer als ik het laatste deel uit heb. Hoewel voor kinderen geschreven vormen The Chronicles of Narnia wel degelijk een epos; Narnia is een volwaardige wereld met een boeiende geschiedenis, waar in dit laatste deel een eind aan komt.
The Last Battle lijkt me nauwelijks apart van de andere delen te lezen. Het gehele boek is de afronding van de wereld van Narnia. Eigenlijk krijgen we hier niets minder dan de Armageddon te lezen. Helemaal in het begin is Narnia nog een vredig en mooi land, maar binnen enkele bladzijden daagt het besef dat hier iets vreselijks aan de hand is. Het eerste teken van het einde is het omhakken van de Heilige Bomen, wat heel dramatisch zichtbaar wordt als een dryade bij de koning om hulp smeekt en vervolgens voor zijn ogen sterft. Daarmee is meteen de toon gezet voor de rest van het boek. Tirian, de koning, doet wat hij kan om te redden wat er te redden valt van zijn koninkrijk, maar het wordt steeds meer een strijd om zijn eigen leven zo duur mogelijk te verkopen.
Nee, de dingen gaan niet zo goed in dit deel. Jill en Eustaas komen over vanuit onze wereld, en hoewel ze de koning bijstaan en helpen kunnen ook zij de situatie niet redden. Er gebeuren een boel serieus ellendige dingen in The Last Battle, waaronder een aantal laffe moorden (bijvoorbeeld de moord op de Paarden door de Dwergen) en allerlei kwaadaardige plannen. Elke keer als de 'goeden' een manier gevonden lijken te hebben om de vertwijfelde Narniërs aan hun kant te krijgen, komen de 'slechten' weer met een list. Ieders geloof wordt op de proef gesteld en het houdt lang niet altijd stand.
Toch kan het boek niet zo eindigen, en dat doet het ook niet. Het einde is echter wel heel anders dan in vorige delen. Narnia is al te veel beschadigd om weer in de oude glorie te worden hersteld. In plaats daarvan gebeurt er iets heel anders, een einde aan de reeks dat precies past bij Lewis' 'vertalingen' van christelijke thema's naar een andere wereld. Het einde is aan de ene kant heel bevredigend, de goede personages krijgen het eeuwige leven in een land dat op Narnia lijkt maar nog veel beter is. Lang en gelukkig voor altijd, dus. Aan de andere kant is het ook een beetje vervelend dat alles in de laatste hoofdstukken alleen nog maar goed is, en dat voor eeuwig. Maar misschien is dat wel alleen omdat ik een beetje jaloers ben...
Door de omstandigheden krijgen we de personages eigenlijk alleen in benarde situaties te zien, maar dat zijn ook juist de situaties waarin mensen het meest zichzelf zijn. Eustaas is bang maar vecht toch dapper. Jill kan het niet helpen dat ze moet huilen, maar zorgt er altijd voor dat haar boogpees droog blijft. Tirian is een man van vast geloof en grote liefde voor zijn onderdanen, soms dusdanig dat hij zichzelf verliest en meer problemen veroorzaakt. Puzzel de ezel is lief maar zo bescheiden dat hij zich wel heel gemakkelijk laat misbruiken. De aap Draaier is vreselijk uitgekookt, net als Chili de kat. Juweel de eenhoorn is nobel in alle situaties. De vreselijke ellende die hen overkomt brengt bij goede personen duidelijk het beste in hen naar boven, hoewel ze wel feilbaar blijven, waardoor het niet te moeilijk wordt om je met ze te identificeren.
De vraag die mij, en vele anderen, na afloop het meest bezighoudt is wat er zal gebeuren met Susan. Zij blijkt zich te hebben afgekeerd van haar vroegere leven als koningin in Narnia en van haar geloof in Aslan. Het hoe en waarom daarvan is door vele schrijvers al besproken. Lewis zelf geeft Susan nog een kans: waar alle anderen gestorven zijn bij het treinongeluk in onze wereld, zat Susan niet in de trein. Zelf geloof ik graag dat zij door de dood van haar familie wellicht weer tot geloof komt.
Zoals ik al zei is The Last Battle naar mijn mening niet echt geschikt om zonder de andere boeken te lezen. De schrijfstijl is zoals altijd goed leesbaar en mijns inziens heel plezierig, maar niet zo sprookjesachtig als voorheen vaak het geval was. Het verhaal is episch genoeg, maar het gaat allemaal wel heel slecht en er is minder avontuurlijke spanning dan in vorige delen. The Silver Chair, mijn favoriet, is ook grimmig en in dat verhaal gaan de dingen ook erg slecht, maar daar is er nog het avontuur en een taak die volbracht moet worden, terwijl The Last Battle eigenlijk een verhaal is dat onafwendbaar één kant op gaat. Als 'los' boek lijkt het me nogal saai, eigenlijk, maar als slotdeel van de fantastische Chronicles of Narnia voldoet het meer dan goed.
The Last Battle lijkt me nauwelijks apart van de andere delen te lezen. Het gehele boek is de afronding van de wereld van Narnia. Eigenlijk krijgen we hier niets minder dan de Armageddon te lezen. Helemaal in het begin is Narnia nog een vredig en mooi land, maar binnen enkele bladzijden daagt het besef dat hier iets vreselijks aan de hand is. Het eerste teken van het einde is het omhakken van de Heilige Bomen, wat heel dramatisch zichtbaar wordt als een dryade bij de koning om hulp smeekt en vervolgens voor zijn ogen sterft. Daarmee is meteen de toon gezet voor de rest van het boek. Tirian, de koning, doet wat hij kan om te redden wat er te redden valt van zijn koninkrijk, maar het wordt steeds meer een strijd om zijn eigen leven zo duur mogelijk te verkopen.
Nee, de dingen gaan niet zo goed in dit deel. Jill en Eustaas komen over vanuit onze wereld, en hoewel ze de koning bijstaan en helpen kunnen ook zij de situatie niet redden. Er gebeuren een boel serieus ellendige dingen in The Last Battle, waaronder een aantal laffe moorden (bijvoorbeeld de moord op de Paarden door de Dwergen) en allerlei kwaadaardige plannen. Elke keer als de 'goeden' een manier gevonden lijken te hebben om de vertwijfelde Narniërs aan hun kant te krijgen, komen de 'slechten' weer met een list. Ieders geloof wordt op de proef gesteld en het houdt lang niet altijd stand.
Toch kan het boek niet zo eindigen, en dat doet het ook niet. Het einde is echter wel heel anders dan in vorige delen. Narnia is al te veel beschadigd om weer in de oude glorie te worden hersteld. In plaats daarvan gebeurt er iets heel anders, een einde aan de reeks dat precies past bij Lewis' 'vertalingen' van christelijke thema's naar een andere wereld. Het einde is aan de ene kant heel bevredigend, de goede personages krijgen het eeuwige leven in een land dat op Narnia lijkt maar nog veel beter is. Lang en gelukkig voor altijd, dus. Aan de andere kant is het ook een beetje vervelend dat alles in de laatste hoofdstukken alleen nog maar goed is, en dat voor eeuwig. Maar misschien is dat wel alleen omdat ik een beetje jaloers ben...
Door de omstandigheden krijgen we de personages eigenlijk alleen in benarde situaties te zien, maar dat zijn ook juist de situaties waarin mensen het meest zichzelf zijn. Eustaas is bang maar vecht toch dapper. Jill kan het niet helpen dat ze moet huilen, maar zorgt er altijd voor dat haar boogpees droog blijft. Tirian is een man van vast geloof en grote liefde voor zijn onderdanen, soms dusdanig dat hij zichzelf verliest en meer problemen veroorzaakt. Puzzel de ezel is lief maar zo bescheiden dat hij zich wel heel gemakkelijk laat misbruiken. De aap Draaier is vreselijk uitgekookt, net als Chili de kat. Juweel de eenhoorn is nobel in alle situaties. De vreselijke ellende die hen overkomt brengt bij goede personen duidelijk het beste in hen naar boven, hoewel ze wel feilbaar blijven, waardoor het niet te moeilijk wordt om je met ze te identificeren.
De vraag die mij, en vele anderen, na afloop het meest bezighoudt is wat er zal gebeuren met Susan. Zij blijkt zich te hebben afgekeerd van haar vroegere leven als koningin in Narnia en van haar geloof in Aslan. Het hoe en waarom daarvan is door vele schrijvers al besproken. Lewis zelf geeft Susan nog een kans: waar alle anderen gestorven zijn bij het treinongeluk in onze wereld, zat Susan niet in de trein. Zelf geloof ik graag dat zij door de dood van haar familie wellicht weer tot geloof komt.
Zoals ik al zei is The Last Battle naar mijn mening niet echt geschikt om zonder de andere boeken te lezen. De schrijfstijl is zoals altijd goed leesbaar en mijns inziens heel plezierig, maar niet zo sprookjesachtig als voorheen vaak het geval was. Het verhaal is episch genoeg, maar het gaat allemaal wel heel slecht en er is minder avontuurlijke spanning dan in vorige delen. The Silver Chair, mijn favoriet, is ook grimmig en in dat verhaal gaan de dingen ook erg slecht, maar daar is er nog het avontuur en een taak die volbracht moet worden, terwijl The Last Battle eigenlijk een verhaal is dat onafwendbaar één kant op gaat. Als 'los' boek lijkt het me nogal saai, eigenlijk, maar als slotdeel van de fantastische Chronicles of Narnia voldoet het meer dan goed.
Last Enchantment, The - Mary Stewart (1979)
Alternatieve titel: De Laatste Betovering

3,5
0
geplaatst: 14 november 2023, 11:17 uur
J.Ch. schreef:
Eigenlijk voelt The Hollow Hills meer als een epiloog van het eerste deel en een proloog voor het derde. Op zichzelf is het boek daarom net wat minder indrukwekkend dat The Crystal Cave. Hopelijk stijgt het laatste deel hier nog bovenuit.
Eigenlijk voelt The Hollow Hills meer als een epiloog van het eerste deel en een proloog voor het derde. Op zichzelf is het boek daarom net wat minder indrukwekkend dat The Crystal Cave. Hopelijk stijgt het laatste deel hier nog bovenuit.
Helaas is dat niet gebeurd.
Misschien is het grootste probleem wel dat de verteller eigenlijk niet meer de hoofdpersoon is, noch in diens nabijheid. Arthur is gekroond en Merlijn beseft dat Arthur hem steeds minder nodig heeft. Nu zou dat geen probleem hoeven te zijn voor het verhaal, ware het niet dat het personage van Merlijn niet kan concurreren met Arthur. Mijn interesse en voorkeur liggen duidelijk bij de Koning, en ik heb een vaag vermoeden dat hetzelfde geldt voor de schrijfster. Waar Arthur in het verhaal verschijnt leeft het op. In The Crystal Cave kon het verhaal nog prima zonder hem, maar nu lijkt het leven eruit te verdwijnen zodra we Arthur uit het oog verliezen.
Dat maakt The Last Enchantment wat onevenwichtig. De episode van Guineveres ontvoering is bijvoorbeeld uitstekend gedaan, waarbij Stewart opnieuw slim gebruik maakt van Merlijn als verteller. Zoals Merlijn blind was voor het feit dat Ambrosius zijn vader was (en ik het ook niet doorhad), zo volg ik hem onbewust ook in zijn aannames over Guineveres gedrag als ze meewerkt met haar ontvoerder. Merlijn en ik hebben allebei Arthur nodig om te begrijpen wat er nou eigenlijk is gebeurd. Sowieso vind ik Arthur heel goed beschreven – hoewel ik misschien bevooroordeeld ben. Zijn reactie als Merlijn hem confronteert met de liefde tussen Guinevere en Bedwyr is slechts een van de redenen waarom ik hem zo bewonder.
Daartegenover staat dat ik de hele verhaallijn met Ninian/Nimuë vooral wat ongemakkelijk vind. Niet boeiend, niet schokkend, vooral een beetje raar. Deze versie van de legende is an sich sympathiek (het laat hem ‘zijn waardigheid en een zekere mate van gezond verstand behouden’, aldus het nawoord van de schrijfster) maar de uitwerking had beter gekund. De focus op dit deel van het verhaal maakt dat interessantere verhaallijnen, zoals de terugkeer van Morgause of de snode plannen van Morgan, nauwelijks tot hun recht komen. Het gebeurt vaker dat er wat halfslachtig gerefereerd wordt aan een grote gebeurtenis of een plotlijntje wordt opgezet en weer wordt verlaten. Zo had Arthur klaarblijkelijk eerst een vrouw die Guenever heette, die als een potentieel interessant personage wordt geïntroduceerd en vervolgens achter de schermen sterft in het kraambed. Dit gebeurde in het vorige deel ook en dat ergert mij wat. Doe het goed of laat het weg.
Al met al moet ik concluderen dat een verhaal over Merlijn eigenlijk niet goed zonder Arthur kan. Vreemd genoeg maakt dat het eerste deel van de trilogie juist het beste. Dat heeft interessante personages die later niet meer terugkomen en werkt uitstekend als proloog en context voor de latere legenden. Deel 2 en 3 van de trilogie maakten vooral dat ik graag weer een goed boek over Arthur wilde lezen.
Lied van Ooievaar en Dromedaris, Het - Anjet Daanje (2022)

5,0
4
geplaatst: 28 december 2025, 18:29 uur
Het lied van ooievaar en dromedaris is een boek dat voor mij geschreven had kunnen worden. Het stond al tijden op mijn leeslijst, het werd me al meermaals aangeraden en onlangs werd het ook nog uitgeroepen tot beste boek van de eenentwintigste eeuw. Dat wil ik graag geloven, want ook ik ben er erg van onder de indruk – maar het is opvallend hoe niet-modern het boek aandoet, in vele opzichten. Zo zwaar in thematiek en symboliek, zo veelomvattend in diepte en reikwijdte (en pagina’s) doet het meer aan als een negentiende-eeuws meesterwerk. En dat is nou precies mijn type boek.
Er valt zo ongelooflijk veel te zeggen over dit boek dat het me moeilijk valt er een relatief korte tekst over te schrijven. Al tijdens het lezen was ik dusdanig bezig met analyseren dat ik uiteindelijk maar aantekeningen ben gaan maken. Dit om alle thema’s, symboliek en dwarsverbanden te kunnen begrijpen en hieruit uiteindelijk een beeld van Eliza May Drayden én het boek zelf te krijgen dat min of meer compleet voelt. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder zo veel met een boek bezig ben geweest buiten het daadwerkelijke lezen om. Ik bleef maar nieuwe dingen toevoegen, nieuwe theorieën ontwikkelen en op willekeurige momenten denken aan wat het allemaal kon betekenen. Ik was al op driekwart van het boek voor ik besefte dat ik daarmee zelf een soort Agnes Chambers werd – een bijzondere meta-ervaring. En net als Agnes Chambers besef ik, nu het boek uit is en mijn analyse klaar, dat ik niet alles begrijpen kan. Het geeft me een bitterzoet gevoel.
Naast de symboliek en thematiek kan ook de schrijfstijl van Anjet Daanje mij erg bekoren. De stijl is altijd steunend aan de inhoud en brengt daar zelfs nog een extra laag in aan. Dit wordt vooral zichtbaar in de fictieve brieven en verhandelingen die tussen de hoofdstukken zijn opgenomen. Millicent Drayden krijgt echt een eigen stem. Agnes Chambers heeft een zoekende, nieuwsgierige stijl die geleidelijk steeds meer haar onderliggende wanhoop toont. Aangehaalde experts tonen een minachting voor sentiment passend bij de negentiende eeuw, of een neiging tot het plakken van diagnoses passend bij de eenentwintigste.
Er zijn twee minimale kritiekpunten die mij even uit de alternatieve werkelijkheid van dit boek haalden. Allereerst is dat het noemen van de Brontës in een fictieve reisgids; het voelt vreemd dat Charlotte en Emily blijkbaar ook hebben bestaan naast hun alter ego’s. En het ergerde mij dat plaatsnamen en maten niet werden vertaald; dit doet onnatuurlijk aan. Dat ik niet meer kan bedenken om te bekritiseren in het hele boek toont wel aan hoe meesterlijk het geschreven is. Sterker nog, de alternatieve werkelijkheid is zo overtuigend dat ik nu heel graag Haeger Mass en Weduwe zou willen lezen.
Er komt waarschijnlijk nog wel een herlezing aan in de verre toekomst. Een boek dat zo rijk is kan alleen maar beter worden bij herlezing, en ik ben nu al benieuwd naar de inzichten die ik een volgende keer op zal doen. Gelukkig heb ik mijn paginalange analyse opgeslagen voor een toekomstige vergelijking. Voor nu moet ik eerst maar eens heel goed nadenken over een herziening van mijn top 10.
Er valt zo ongelooflijk veel te zeggen over dit boek dat het me moeilijk valt er een relatief korte tekst over te schrijven. Al tijdens het lezen was ik dusdanig bezig met analyseren dat ik uiteindelijk maar aantekeningen ben gaan maken. Dit om alle thema’s, symboliek en dwarsverbanden te kunnen begrijpen en hieruit uiteindelijk een beeld van Eliza May Drayden én het boek zelf te krijgen dat min of meer compleet voelt. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit eerder zo veel met een boek bezig ben geweest buiten het daadwerkelijke lezen om. Ik bleef maar nieuwe dingen toevoegen, nieuwe theorieën ontwikkelen en op willekeurige momenten denken aan wat het allemaal kon betekenen. Ik was al op driekwart van het boek voor ik besefte dat ik daarmee zelf een soort Agnes Chambers werd – een bijzondere meta-ervaring. En net als Agnes Chambers besef ik, nu het boek uit is en mijn analyse klaar, dat ik niet alles begrijpen kan. Het geeft me een bitterzoet gevoel.
Naast de symboliek en thematiek kan ook de schrijfstijl van Anjet Daanje mij erg bekoren. De stijl is altijd steunend aan de inhoud en brengt daar zelfs nog een extra laag in aan. Dit wordt vooral zichtbaar in de fictieve brieven en verhandelingen die tussen de hoofdstukken zijn opgenomen. Millicent Drayden krijgt echt een eigen stem. Agnes Chambers heeft een zoekende, nieuwsgierige stijl die geleidelijk steeds meer haar onderliggende wanhoop toont. Aangehaalde experts tonen een minachting voor sentiment passend bij de negentiende eeuw, of een neiging tot het plakken van diagnoses passend bij de eenentwintigste.
Er zijn twee minimale kritiekpunten die mij even uit de alternatieve werkelijkheid van dit boek haalden. Allereerst is dat het noemen van de Brontës in een fictieve reisgids; het voelt vreemd dat Charlotte en Emily blijkbaar ook hebben bestaan naast hun alter ego’s. En het ergerde mij dat plaatsnamen en maten niet werden vertaald; dit doet onnatuurlijk aan. Dat ik niet meer kan bedenken om te bekritiseren in het hele boek toont wel aan hoe meesterlijk het geschreven is. Sterker nog, de alternatieve werkelijkheid is zo overtuigend dat ik nu heel graag Haeger Mass en Weduwe zou willen lezen.
Er komt waarschijnlijk nog wel een herlezing aan in de verre toekomst. Een boek dat zo rijk is kan alleen maar beter worden bij herlezing, en ik ben nu al benieuwd naar de inzichten die ik een volgende keer op zal doen. Gelukkig heb ik mijn paginalange analyse opgeslagen voor een toekomstige vergelijking. Voor nu moet ik eerst maar eens heel goed nadenken over een herziening van mijn top 10.
Linnet Bird, The - Linda Holeman (2004)
Alternatieve titel: De Doornappel

4,0
0
geplaatst: 29 december 2012, 19:50 uur
The Linnet Bird is één van de weinige boeken waarvan ik me niet meer kan herinneren hoe vaak ik 'm al gelezen heb, en elke keer weer met plezier. Geen idee waarom Linda Holeman zo weinig bekendheid geniet in Nederland, maar volgens mij kan ik daar niet echt over oordelen. Hoe dan ook, ook deze laatste leesbeurt was weer plezierig als altijd. Het maakt me helemaal niet uit dat ik inmiddels alle plotwendingen van buiten ken, het blijft genieten.
Plotwendingen zijn er genoeg. Er zijn er behoorlijk wat nodig om je personage van kindhoertje uit te laten groeien naar gerespecteerde dame in Brits-India. Misschien wel het leukste aan dit boek is dat Linny in al die verschillende situatie de dingen op haar eigen manier blijft bekijken. Ze kijkt net zo gemakkelijk dwars door haar klanten heen in een achterafstraatje in Liverpool als door de huichelachtige Britse dames die haar veroordelen als ze zich niet helemaal aan de etiquette houdt. Juist als hoer doet ze veel mensenkennis op die ze later goed kan gebruiken. Mooi is het om te zien dat niet alleen het gedrag maar ook het karakter van Linny gedurende het verhaal verandert, maar dat dit niet per se tegelijkertijd plaatsvindt.
Linny is een bijzonder sympathiek personage dat je moet bewonderen omdat ze zo sterk is, maar met wie je ook gemakkelijk kunt meeleven omdat ze ook haar mindere momenten kent. Daarnaast vertelt ze haar eigen verhaal op een mooie nuchtere manier. Wat ik ook altijd fijn vind is dat het verhaal zo mooi afgerond wordt; het einde is volkomen bevredigend. Een klein nadeel vind ik dat sommige scènes mijns inziens iets te snel voorbij gaan. Zo weet Linny wel heel gemakkelijk haar man ertoe aan te zetten om haar te verkrachten om hem zo om de tuin te leiden. Daar had naar mijn mening nog wel wat meer mee gedaan kunnen worden. Daar staat tegenover dat er voldoende aandacht is voor interessante zijplotjes. Het verhaal van Faith Vespry ontroert mij elke keer weer.
Linda Holeman weet ik altijd te waarderen om haar zeer leesbare schrijfstijl en de manier waarop ze de omgeving tot leven weet te brengen. Of het nou negentiende-eeuws armoedig Liverpool is of kleurrijk India, ze weet het zo te beschrijven dat je het je zo kunt voorstellen.
Avontuurlijk, meeslepend en heel gemakkelijk te lezen. Niet vreemd dat ik dit boek zo vaak weer te voorschijn haal. Vier sterren, dik verdiend.
Plotwendingen zijn er genoeg. Er zijn er behoorlijk wat nodig om je personage van kindhoertje uit te laten groeien naar gerespecteerde dame in Brits-India. Misschien wel het leukste aan dit boek is dat Linny in al die verschillende situatie de dingen op haar eigen manier blijft bekijken. Ze kijkt net zo gemakkelijk dwars door haar klanten heen in een achterafstraatje in Liverpool als door de huichelachtige Britse dames die haar veroordelen als ze zich niet helemaal aan de etiquette houdt. Juist als hoer doet ze veel mensenkennis op die ze later goed kan gebruiken. Mooi is het om te zien dat niet alleen het gedrag maar ook het karakter van Linny gedurende het verhaal verandert, maar dat dit niet per se tegelijkertijd plaatsvindt.
Linny is een bijzonder sympathiek personage dat je moet bewonderen omdat ze zo sterk is, maar met wie je ook gemakkelijk kunt meeleven omdat ze ook haar mindere momenten kent. Daarnaast vertelt ze haar eigen verhaal op een mooie nuchtere manier. Wat ik ook altijd fijn vind is dat het verhaal zo mooi afgerond wordt; het einde is volkomen bevredigend. Een klein nadeel vind ik dat sommige scènes mijns inziens iets te snel voorbij gaan. Zo weet Linny wel heel gemakkelijk haar man ertoe aan te zetten om haar te verkrachten om hem zo om de tuin te leiden. Daar had naar mijn mening nog wel wat meer mee gedaan kunnen worden. Daar staat tegenover dat er voldoende aandacht is voor interessante zijplotjes. Het verhaal van Faith Vespry ontroert mij elke keer weer.
Linda Holeman weet ik altijd te waarderen om haar zeer leesbare schrijfstijl en de manier waarop ze de omgeving tot leven weet te brengen. Of het nou negentiende-eeuws armoedig Liverpool is of kleurrijk India, ze weet het zo te beschrijven dat je het je zo kunt voorstellen.
Avontuurlijk, meeslepend en heel gemakkelijk te lezen. Niet vreemd dat ik dit boek zo vaak weer te voorschijn haal. Vier sterren, dik verdiend.
Lion, the Witch and the Wardrobe, The - C.S. Lewis (1950)
Alternatieve titel: De Betoverde Kleerkast

4,5
0
geplaatst: 5 augustus 2013, 21:11 uur
The Lion, the Witch and the Wardrobe heb ik zojuist voor de zoveelste keer gelezen, om nu dan toch eindelijk een recensie te schrijven. The Chronicles of Narnia zijn voor mij legendarisch en daarvan dit deel waarschijnlijk nog het meest. De boeken maken mij weer kinderlijk blij, zoals ik ook al schreef bij The Magician's Nephew.
Veel van wat ik te zeggen heb geldt eigenlijk voor alle zeven delen. C.S. Lewis' schrijfstijl blijf ik heel aangenaam vinden en ik kan het erg waarderen dat hij in een boek dat duidelijk voor kinderen is bedoeld het aandurft om volwassen thema's aan te snijden. In dit deel zijn die toch wat zware thema's vooral verraad, opoffering en vergeving. Natuurlijk is dit verhaal zo allegorisch als je het maar krijgen kunt, maar ik denk dat je ook zonder christelijke achtergrond/belangstelling dit verhaal heel goed zou kunnen waarderen.
Het verhaal is één groot avontuur, in best wel een rap tempo. Van mij had het boek drie keer zo lang mogen zijn, maar het blijft natuurlijk een kinderboek en het is bewonderenswaardig hoe C.S. Lewis in betrekkelijk weinig pagina's zo'n complete wereld weet te creëren. Ik vind het dan ook niet altijd eerlijk om Lewis te vergelijken met Tolkien of Rowling. Tolkien schrijft voor een heel andere doelgroep (en heeft soms wel heel veel pagina's nodig om zijn wereld te creëren, maar verder niks tegen Tolkien) en Harry Potter is een compleet ander genre. Maar dat terzijde.
Ik vind het verhaal nog altijd prachtig, ook na de zoveelste herlezing. De personages ken ik al zolang dat ze me heel vertrouwd zijn geworden. De vier Pevensie-kinderen krijgen niet allemaal evenveel diepgang mee, maar wel verbazend veel voor een kinderboek van nog geen 200 pagina's. Edmunds verraad en toetrede tot de dark side en weer terug zijn volkomen geloofwaardig beschreven. Peters eerste heldendaad is heel erg invoelbaar omdat hij zich nauwelijks heldhaftig voelt. Daarnaast is Aslans gang naar de Stenen Tafel een behoorlijk emotionele passage, van korte duur maar mij wel meer rakend dan langere passages in veel andere boeken. De Witte Tovenares is en blijft een fantastische schurk.
En zo kan ik nog wel even doorgaan. The Lion, the Witch and the Wardrobe is naar mijn bescheiden mening superieur aan bijna alles wat er ooit voor kinderen geschreven is, en ook nog wel aan een groot deel aan wat men voor volwassenen schrijft. 4,5 sterren, dik verdiend.
Veel van wat ik te zeggen heb geldt eigenlijk voor alle zeven delen. C.S. Lewis' schrijfstijl blijf ik heel aangenaam vinden en ik kan het erg waarderen dat hij in een boek dat duidelijk voor kinderen is bedoeld het aandurft om volwassen thema's aan te snijden. In dit deel zijn die toch wat zware thema's vooral verraad, opoffering en vergeving. Natuurlijk is dit verhaal zo allegorisch als je het maar krijgen kunt, maar ik denk dat je ook zonder christelijke achtergrond/belangstelling dit verhaal heel goed zou kunnen waarderen.
Het verhaal is één groot avontuur, in best wel een rap tempo. Van mij had het boek drie keer zo lang mogen zijn, maar het blijft natuurlijk een kinderboek en het is bewonderenswaardig hoe C.S. Lewis in betrekkelijk weinig pagina's zo'n complete wereld weet te creëren. Ik vind het dan ook niet altijd eerlijk om Lewis te vergelijken met Tolkien of Rowling. Tolkien schrijft voor een heel andere doelgroep (en heeft soms wel heel veel pagina's nodig om zijn wereld te creëren, maar verder niks tegen Tolkien) en Harry Potter is een compleet ander genre. Maar dat terzijde.
Ik vind het verhaal nog altijd prachtig, ook na de zoveelste herlezing. De personages ken ik al zolang dat ze me heel vertrouwd zijn geworden. De vier Pevensie-kinderen krijgen niet allemaal evenveel diepgang mee, maar wel verbazend veel voor een kinderboek van nog geen 200 pagina's. Edmunds verraad en toetrede tot de dark side en weer terug zijn volkomen geloofwaardig beschreven. Peters eerste heldendaad is heel erg invoelbaar omdat hij zich nauwelijks heldhaftig voelt. Daarnaast is Aslans gang naar de Stenen Tafel een behoorlijk emotionele passage, van korte duur maar mij wel meer rakend dan langere passages in veel andere boeken. De Witte Tovenares is en blijft een fantastische schurk.
En zo kan ik nog wel even doorgaan. The Lion, the Witch and the Wardrobe is naar mijn bescheiden mening superieur aan bijna alles wat er ooit voor kinderen geschreven is, en ook nog wel aan een groot deel aan wat men voor volwassenen schrijft. 4,5 sterren, dik verdiend.
Little Dorrit - Charles Dickens (1855)
Alternatieve titel: Kleine Dorrit

4,5
2
geplaatst: 5 juli 2015, 21:51 uur
Een paar jaar geleden heb ik voor het eerst iets van Dickens gelezen (Oliver Twist) en ik was er niet razend enthousiast over. Great Expectations beviel me al een stuk beter en nu ik Little Dorrit gelezen heb ben ik helemaal om. Wel enigszins verbaasd dat ik de eerste ben om hier wat te schrijven, maar dat terzijde.
Mijn versie heeft weliswaar lang geen duizend pagina’s, maar de bijna 800 die het telde ben ik toch heel snel doorgekomen. Dickens heeft de neiging om behalve het hoofdverhaal eindeloze zijplotjes met bijbehorende personages te introduceren – zo kom ik ook wel aan 1000 pagina’s. Het had voor mij als gevolg dat ik bleef doorlezen en doorlezen tot ik weer bij een hoofdstuk over Arthur of Little Dorrit kwam. Aanvankelijk vond ik de zijplotjes wat irritant omdat ze afleiden van het hoofdverhaal, maar als ik kijk hoe alle draadjes aan het einde met elkaar verbonden worden moet ik toegeven dat meneer Dickens dit toch wel goed voor elkaar krijgt. Het is opnieuw een ‘vol’ boek geworden, maar daarmee ook een ‘rijk’ boek.
Een deel van mijn ergernis met betrekking tot de zijplotjes ontstaat uit het feit dat ik al snel een enorm zwak ontwikkeld heb voor Arthur Clennam. Hij is een van de meest innemende personages die ik de afgelopen jaren ben tegengekomen in boeken. Hij heeft, objectief bekeken, nog niet zo veel van zijn veertigjarige leven gemaakt, en als hij dat na terugkomst in Engeland alsnog gaat proberen komt er niet veel van terecht (de pijnlijke episode met Pet, zijn onveranderd moeizame relatie met zijn moeder, het verlies van al zijn geld…). Desalniettemin is Arthur niet de sneue oude man die hij zelf denkt te zijn. Iemand met zoveel oprecht goede bedoelingen, iemand die ondanks zijn ‘jeugd’ nog zo’n goed hart heeft, verdient meer genegenheid dan hij ontvangt.
Gelukkig is daar Little Dorrit! Net als Arthur heeft ze een weinig veelbelovende start in het leven en wordt ze hopeloos ondergewaardeerd door de mensen voor wie ze altijd klaar staat. Kleine Amy slaat hier soms een beetje in door; soms zou je haar toch eens flink door elkaar willen rammelen en zeggen dat ze voor zichzelf moet opkomen. Naarmate het verhaal vordert lijkt Amy toch een soort van zelfbewustzijn te ontwikkelen, hoewel daar een aantal zeer dramatische ontwikkelingen voor nodig blijkt. Uiteindelijk komen Arthur en Amy heel mooi samen. Het einde voelt een beetje gehaast aan maar is verder wel bevredigend. Little Dorrit is opnieuw arm en in staat om voor anderen te zorgen, Arthur krijgt na al die jaren eindelijk een beetje geluk en gaat nog een klein beetje van zijn leven maken ook. Fijn.
Over een boek dat zo vol is kan ik nog een heleboel meer dingen zeggen, zowel goede als slechte. Zo vind ik Dickens’ schrijfstijl soms toch iets te langdradig (het eerste hoofdstuk bijvoorbeeld), maar aan de andere kant zijn zijn observaties vaak erg raak. En er zijn te veel zijplotjes die soms wat vermoeiend zijn, maar die ineens heel verrassend blijken af te lopen (Merdle en het pennenmes! Dat zag ik niet aankomen… Ik vond hem, op zijn vreemde manier, eigenlijk wel sympathiek en had gehoopt dat hij het pennenmes zou gebruiken om zijn hoofdbutler om het leven te brengen) of toch met het plot te maken te hebben (zoals de gevangenen in het eerste hoofdstuk, die vervolgens een tijdlang uit het boek verdwenen lijken te zijn). Little Dorrit zit vol met levendige beschrijvingen van het negentiende-eeuwse Londen en de sociale misstanden van die tijd, maar ook met meer algemene observaties over de mens in de meest uiteenlopende omstandigheden. En omdat het boek zo vol is, kan het zowel een from rags to riches-verhaal (en terug…) als een detective zijn, zowel een liefdesverhaal als een coming of age-verhaal. Er zit meer dan genoeg in Little Dorrit om het boek nog een keer te willen lezen!
Mijn versie heeft weliswaar lang geen duizend pagina’s, maar de bijna 800 die het telde ben ik toch heel snel doorgekomen. Dickens heeft de neiging om behalve het hoofdverhaal eindeloze zijplotjes met bijbehorende personages te introduceren – zo kom ik ook wel aan 1000 pagina’s. Het had voor mij als gevolg dat ik bleef doorlezen en doorlezen tot ik weer bij een hoofdstuk over Arthur of Little Dorrit kwam. Aanvankelijk vond ik de zijplotjes wat irritant omdat ze afleiden van het hoofdverhaal, maar als ik kijk hoe alle draadjes aan het einde met elkaar verbonden worden moet ik toegeven dat meneer Dickens dit toch wel goed voor elkaar krijgt. Het is opnieuw een ‘vol’ boek geworden, maar daarmee ook een ‘rijk’ boek.
Een deel van mijn ergernis met betrekking tot de zijplotjes ontstaat uit het feit dat ik al snel een enorm zwak ontwikkeld heb voor Arthur Clennam. Hij is een van de meest innemende personages die ik de afgelopen jaren ben tegengekomen in boeken. Hij heeft, objectief bekeken, nog niet zo veel van zijn veertigjarige leven gemaakt, en als hij dat na terugkomst in Engeland alsnog gaat proberen komt er niet veel van terecht (de pijnlijke episode met Pet, zijn onveranderd moeizame relatie met zijn moeder, het verlies van al zijn geld…). Desalniettemin is Arthur niet de sneue oude man die hij zelf denkt te zijn. Iemand met zoveel oprecht goede bedoelingen, iemand die ondanks zijn ‘jeugd’ nog zo’n goed hart heeft, verdient meer genegenheid dan hij ontvangt.
Gelukkig is daar Little Dorrit! Net als Arthur heeft ze een weinig veelbelovende start in het leven en wordt ze hopeloos ondergewaardeerd door de mensen voor wie ze altijd klaar staat. Kleine Amy slaat hier soms een beetje in door; soms zou je haar toch eens flink door elkaar willen rammelen en zeggen dat ze voor zichzelf moet opkomen. Naarmate het verhaal vordert lijkt Amy toch een soort van zelfbewustzijn te ontwikkelen, hoewel daar een aantal zeer dramatische ontwikkelingen voor nodig blijkt. Uiteindelijk komen Arthur en Amy heel mooi samen. Het einde voelt een beetje gehaast aan maar is verder wel bevredigend. Little Dorrit is opnieuw arm en in staat om voor anderen te zorgen, Arthur krijgt na al die jaren eindelijk een beetje geluk en gaat nog een klein beetje van zijn leven maken ook. Fijn.
Over een boek dat zo vol is kan ik nog een heleboel meer dingen zeggen, zowel goede als slechte. Zo vind ik Dickens’ schrijfstijl soms toch iets te langdradig (het eerste hoofdstuk bijvoorbeeld), maar aan de andere kant zijn zijn observaties vaak erg raak. En er zijn te veel zijplotjes die soms wat vermoeiend zijn, maar die ineens heel verrassend blijken af te lopen (Merdle en het pennenmes! Dat zag ik niet aankomen… Ik vond hem, op zijn vreemde manier, eigenlijk wel sympathiek en had gehoopt dat hij het pennenmes zou gebruiken om zijn hoofdbutler om het leven te brengen) of toch met het plot te maken te hebben (zoals de gevangenen in het eerste hoofdstuk, die vervolgens een tijdlang uit het boek verdwenen lijken te zijn). Little Dorrit zit vol met levendige beschrijvingen van het negentiende-eeuwse Londen en de sociale misstanden van die tijd, maar ook met meer algemene observaties over de mens in de meest uiteenlopende omstandigheden. En omdat het boek zo vol is, kan het zowel een from rags to riches-verhaal (en terug…) als een detective zijn, zowel een liefdesverhaal als een coming of age-verhaal. Er zit meer dan genoeg in Little Dorrit om het boek nog een keer te willen lezen!
Little Friend, The - Donna Tartt (2002)
Alternatieve titel: De Kleine Vriend

2,0
3
geplaatst: 5 augustus 2023, 16:02 uur
Nou, dat was een teleurstelling.
Misschien had ik eerst naar de reviews hier moeten kijken voordat ik dit logge gevaarte van 650 pagina’s ter hand nam. Op basis van The Secret History, de aangenaam creepy cover en het interessante uitgangspunt dacht ik echter dat ik met The Little Friend niet de mist in kon gaan.
Laten we met de pluspunten beginnen. Of anders gezegd: het begin is het grootste pluspunt. De proloog is werkelijk fantastisch geschreven. Ondanks het feit dat in de eerste zin al vermeld wordt dat Robin sterft is de spanningsboog in de proloog tot het uiterste gespannen. Ik denk oprecht dat Tartt daarna had moeten stoppen met schrijven en dit als een kort verhaal had moeten uitbrengen.
Het niveau van de proloog wordt nooit meer gehaald. Het is alsof je in een waterval terechtkomt en met razend geweld naar beneden stort, om vervolgens urenlang rustig een beetje rond te blijven dobberen. Af en toe lijkt er nog iets van een onderstroom te zijn, maar er zit nauwelijks beweging meer in. Op zeldzame uitzonderingen na (het stelen van de slang, Harriet en Danny in de watertoren) gebeurt er eigenlijk niks meer. Ik bleef alleen maar doorlezen omdat ik hoopte dat ‘Harriet de moordenaar van Robin [zou] vinden’, zoals de tekst op de kaft me had voorgespiegeld. Na een paar honderd pagina’s waarin Robin zelden tot niet ter sprake kwam, begon ik half te vermoeden dat we überhaupt niet achter de waarheid rondom de moord zouden komen. Ik heb zacht uitgedrukt weinig plezier beleefd aan mijn eigen gelijk hierin.
Ik snap oprecht het punt van de schrijfster niet. Waarom 650 pagina’s gebruiken voor een plot dat een enorme deceptie blijkt? Wist ze zelf niet hoe ze het verhaal moest eindigen? Had ze halverwege haar eigen uitgangspunt vergeten? Op het verkeerde been gezet worden is nog tot daaraan toe, maar hier lijkt de schrijfster de benen gewoon kwijtgeraakt. Niet alleen gaat het verhaal nergens heen, het doet dat ook nog eens erg langzaam. In een poging om ergens een diepere laag te vinden die ik had gemist zocht ik wat op het internet over wat de schrijfster zelf over het boek heeft gezegd, en dit is wat ik vond.
Blijkbaar wilde ze het zichzelf moeilijk maken (dat mag, maar moet je het de lezer dan ook moeilijk maken?). Om je eigen werk vervolgens te vergelijken met het (naar mijn bescheiden mening) beste boek ooit geschreven getuigt van een pijnlijk gebrek aan bescheidenheid. Daarnaast is het een erg vergezochte vergelijking, waarbij de belangrijkste overeenkomsten tussen de boeken zijn dat ze veel pagina’s tellen en er meerdere vertellers zijn. Tartt weet noch de diepte noch de reikwijdte van Tolstoj ook maar te benaderen. Eerlijk gezegd wordt mijn ergernis over dit boek alleen maar gevoed door die vergelijking met Tolstoj. Ik had met liefde (en in minder tijd) Oorlog en Vrede een vierde keer gelezen in plaats van The Little Friend.
Maar goed, genoeg tijd verspild aan dit boek. Verder dan 2 sterren kom ik niet.
Misschien had ik eerst naar de reviews hier moeten kijken voordat ik dit logge gevaarte van 650 pagina’s ter hand nam. Op basis van The Secret History, de aangenaam creepy cover en het interessante uitgangspunt dacht ik echter dat ik met The Little Friend niet de mist in kon gaan.
Laten we met de pluspunten beginnen. Of anders gezegd: het begin is het grootste pluspunt. De proloog is werkelijk fantastisch geschreven. Ondanks het feit dat in de eerste zin al vermeld wordt dat Robin sterft is de spanningsboog in de proloog tot het uiterste gespannen. Ik denk oprecht dat Tartt daarna had moeten stoppen met schrijven en dit als een kort verhaal had moeten uitbrengen.
Het niveau van de proloog wordt nooit meer gehaald. Het is alsof je in een waterval terechtkomt en met razend geweld naar beneden stort, om vervolgens urenlang rustig een beetje rond te blijven dobberen. Af en toe lijkt er nog iets van een onderstroom te zijn, maar er zit nauwelijks beweging meer in. Op zeldzame uitzonderingen na (het stelen van de slang, Harriet en Danny in de watertoren) gebeurt er eigenlijk niks meer. Ik bleef alleen maar doorlezen omdat ik hoopte dat ‘Harriet de moordenaar van Robin [zou] vinden’, zoals de tekst op de kaft me had voorgespiegeld. Na een paar honderd pagina’s waarin Robin zelden tot niet ter sprake kwam, begon ik half te vermoeden dat we überhaupt niet achter de waarheid rondom de moord zouden komen. Ik heb zacht uitgedrukt weinig plezier beleefd aan mijn eigen gelijk hierin.
Ik snap oprecht het punt van de schrijfster niet. Waarom 650 pagina’s gebruiken voor een plot dat een enorme deceptie blijkt? Wist ze zelf niet hoe ze het verhaal moest eindigen? Had ze halverwege haar eigen uitgangspunt vergeten? Op het verkeerde been gezet worden is nog tot daaraan toe, maar hier lijkt de schrijfster de benen gewoon kwijtgeraakt. Niet alleen gaat het verhaal nergens heen, het doet dat ook nog eens erg langzaam. In een poging om ergens een diepere laag te vinden die ik had gemist zocht ik wat op het internet over wat de schrijfster zelf over het boek heeft gezegd, en dit is wat ik vond.
"I wanted to take on a completely different set of technical problems. The Secret History was all from the point of view of Richard, a single camera, but the new book is symphonic, like War And Peace. That's widely thought to be the most difficult form."
Blijkbaar wilde ze het zichzelf moeilijk maken (dat mag, maar moet je het de lezer dan ook moeilijk maken?). Om je eigen werk vervolgens te vergelijken met het (naar mijn bescheiden mening) beste boek ooit geschreven getuigt van een pijnlijk gebrek aan bescheidenheid. Daarnaast is het een erg vergezochte vergelijking, waarbij de belangrijkste overeenkomsten tussen de boeken zijn dat ze veel pagina’s tellen en er meerdere vertellers zijn. Tartt weet noch de diepte noch de reikwijdte van Tolstoj ook maar te benaderen. Eerlijk gezegd wordt mijn ergernis over dit boek alleen maar gevoed door die vergelijking met Tolstoj. Ik had met liefde (en in minder tijd) Oorlog en Vrede een vierde keer gelezen in plaats van The Little Friend.
Maar goed, genoeg tijd verspild aan dit boek. Verder dan 2 sterren kom ik niet.
Lord of the Flies - William Golding (1954)
Alternatieve titel: Heer der Vliegen

3,5
1
geplaatst: 9 juli 2013, 12:21 uur
Rainbow schreef:
Het boek eindigt nogal prompt. Op één van de laatste bladzijden moet Ralph nog vechten en rennen voor zijn leven en plots staat daar een Britse zeevaarder op het strand die hen veilig naar huis zal brengen.
Het boek eindigt nogal prompt. Op één van de laatste bladzijden moet Ralph nog vechten en rennen voor zijn leven en plots staat daar een Britse zeevaarder op het strand die hen veilig naar huis zal brengen.
Het prompte einde is misschien nog wel het meest wrange aan het hele verhaal. De hele redding is relatief: het onmiddellijke levensgevaar is geweken, maar Golding heeft met zijn boek laten zien dat het grootste gevaar in de mens zelf ligt (al dan niet tot uiting gekomen door bepaalde omstandigheden). De kinderen worden niet gered door een vriendelijke visser, maar door een officier die hun bloeddorstige jacht aanziet voor een kinderspel, en die zelf van een groot oorlogsschip afkomt. Van hun barbaarse geweld worden de kinderen gered, alleen om in een wereld in oorlog terecht te komen waar het geweld niet minder barbaars is, slechts beter bedekt: met een uniform aan en een mooie pet op.
Lord of the Flies is een boek dat weinig overlaat van je vertrouwen in de mensheid of de beschaving. Aan de ene kant is het verval van de jongens - van spelletjes en kameraadschap tot bijgeloof en bloeddorst - haast niet te geloven, het zijn immers allemaal kinderen van hoogstens twaalf jaar, allemaal netjes opgevoed? Hun pogingen in het begin om regels op te stellen beloven veel goeds, maar Golding slaagt erin om op een heel geloofwaardige manier de beschaving te laten afbrokkelen. Het dieptepunt is voor mij niet eens zozeer de jacht op Ralph, maar de moord op Simon. Die scène was vrij heftig, en de pogingen van Biggie en Ralph om hun betrokkenheid voor zichzelf te ontkennen vrij pijnlijk. Als aan het eind redding komt is dit, zoals ik al zei, relatief, nu de jongens hun onschuld kwijt zijn en ontdekt hebben wat voor Beest er in hen schuilt.
Golding is wel erg gericht op de boodschap en minder op het verhaal. De personages krijgen allemaal typische rollen toebedeeld: de aanvoerder met de goede bedoelingen, de slimme jongen naar wie niemand luistert omdat hij dik is en een bril draagt, de enige jongen met gezond verstand die niet gehoord wordt, de door en door slechte beul, en natuurlijk de dictator. Overigens heb ik hier niet veel problemen mee aangezien ik Lord of the Flies toch meer als een allegorie dan als een verhaal op zich zie.
Als een allegorie is The Lord of the Flies zeer geslaagd, als verhaal niet altijd. De beschrijvingen van het eiland zijn nogal saai en niet altijd duidelijk. Ook had ik in een 'echt' verhaal wel meer willen weten over hoe de jongens op het eiland terecht gekomen zijn, bijvoorbeeld. De stijl van Golding kan mij ook niet altijd bekoren.
The Lord of the Flies brengt een keiharde boodschap over die niet te missen valt. Niet iets om blij van te worden, maar desondanks is het bewonderenswaardig hoe Golding dit allemaal geloofwaardig weet te beschrijven. Als het verhalende element me meer aangesproken had zou ik vier sterren hebben gegeven, nu blijft het bij 3,5.
Lord of the Rings: The Fellowship of the Ring, The - J.R.R. Tolkien (1954)
Alternatieve titel: In de Ban van de Ring: De Reisgenoten

3,5
0
geplaatst: 29 maart 2011, 14:13 uur
Eindelijk dan weer herlezen... De laatste keer is alweer jaren geleden terwijl ik sindsdien de films meerdere keren heb gezien. Wil je jezelf een liefhebber kunnen noemen moet je het boek toch zeker meer dan eens gelezen hebben. Ik heb meteen de hele trilogie gehaald omdat de drie boeken mijns inziens onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
The Fellowship of the Ring begon heel leuk, vond ik. De beschrijvingen van de hobbits en hun dagelijkse leven zijn heel vermakelijk en het verhaal van Bilbo's verdwijning op zijn verjaardag heb ik mij altijd herinnerd als één van de leukste stukken (zo niet het leukste stuk, daarna wordt het toch allemaal wat harder). Als de hobbits eenmaal op weg zijn zakt het verhaal een beetje in, lijkt wel. Het stuk in het Woud, met Tom Bombadil en zo, duurt allemaal veel te lang. Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat iemand die het verhaal niet kent en die geen groot liefhebber is van het genre, hier de moed opgeeft en het boek opzij legt. Zonde, het wordt namelijk zoveel beter. Als ze eenmaal Stapper ontmoet hebben, en al helemaal als daarna het Gezelschap gevormd en op weg is, wordt het verhaal veel spannender. Het hoofdstuk De Raad van Elrond is mooi geschreven en maakt de ernst van de hele situatie duidelijk. Het bezoek aan Galadriel in Lórien vind ik ook leuk, ik kan wel glimlachen om de verandering die het gedrag van Gimli ondergaat. En dan Moria! Dat is toch wel heel spannend; maar ik heb de film zo vaak gezien dat er bij mij meteen de desbetreffende scène in mijn hoofd wordt afgespeeld.
Je zou je vreselijk kunnen ergeren aan de gedichten en liederen waarmee je soms om de oren wordt geslagen. Ik vind ze ook altijd niet even nodig, soms passen ze wel mooi bij de situatie. Toch leuk dat sommige weer terugkomen in de films, hoewel dat vooral voor het laatste deel geldt. Ik stoor me er niet aan, maar ik besteed er ook niet al te veel aandacht aan. Bovendien is het taalgebruik van Tolkien verder erg mooi, ik kan het nog niet echt benoemen wat het is maar het bevalt me prima. Misschien vind ik er later nog wel woorden voor.
Gelukkig bevat het boek genoeg aardige, spannende, leuke of mooie stukken, maar toch is dit deel voor mij de minste van de drie. De vaart zit er niet altijd evenveel in; echter, je leert hier wel de karakters kennen en het eindigt met een behoorlijke cliffhanger, dus je wordt wel nieuwsgierig naar het volgende deel. Inmiddels ben ik al een flink eind in De Twee Torens en ik vind het nu al helemaal geweldig. Als het reisgezelschap eenmaal uiteen is gevallen wordt het veel spannender en bovendien komen er veel karakters bij, waaronder enkele van mijn favorieten. Je kunt ervoor kiezen het eerste deel van de trilogie over te slaan, maar ik denk niet dat dat werkt, in ieder geval niet als je het verhaal nog niet kent. En als je weet wat er nog allemaal komt is het niet eens zo heel erg meer als je soms even door de zure appel heen moet bijten. Op naar De Twee Torens dus!
The Fellowship of the Ring begon heel leuk, vond ik. De beschrijvingen van de hobbits en hun dagelijkse leven zijn heel vermakelijk en het verhaal van Bilbo's verdwijning op zijn verjaardag heb ik mij altijd herinnerd als één van de leukste stukken (zo niet het leukste stuk, daarna wordt het toch allemaal wat harder). Als de hobbits eenmaal op weg zijn zakt het verhaal een beetje in, lijkt wel. Het stuk in het Woud, met Tom Bombadil en zo, duurt allemaal veel te lang. Het is niet moeilijk om je voor te stellen dat iemand die het verhaal niet kent en die geen groot liefhebber is van het genre, hier de moed opgeeft en het boek opzij legt. Zonde, het wordt namelijk zoveel beter. Als ze eenmaal Stapper ontmoet hebben, en al helemaal als daarna het Gezelschap gevormd en op weg is, wordt het verhaal veel spannender. Het hoofdstuk De Raad van Elrond is mooi geschreven en maakt de ernst van de hele situatie duidelijk. Het bezoek aan Galadriel in Lórien vind ik ook leuk, ik kan wel glimlachen om de verandering die het gedrag van Gimli ondergaat. En dan Moria! Dat is toch wel heel spannend; maar ik heb de film zo vaak gezien dat er bij mij meteen de desbetreffende scène in mijn hoofd wordt afgespeeld.
Je zou je vreselijk kunnen ergeren aan de gedichten en liederen waarmee je soms om de oren wordt geslagen. Ik vind ze ook altijd niet even nodig, soms passen ze wel mooi bij de situatie. Toch leuk dat sommige weer terugkomen in de films, hoewel dat vooral voor het laatste deel geldt. Ik stoor me er niet aan, maar ik besteed er ook niet al te veel aandacht aan. Bovendien is het taalgebruik van Tolkien verder erg mooi, ik kan het nog niet echt benoemen wat het is maar het bevalt me prima. Misschien vind ik er later nog wel woorden voor.
Gelukkig bevat het boek genoeg aardige, spannende, leuke of mooie stukken, maar toch is dit deel voor mij de minste van de drie. De vaart zit er niet altijd evenveel in; echter, je leert hier wel de karakters kennen en het eindigt met een behoorlijke cliffhanger, dus je wordt wel nieuwsgierig naar het volgende deel. Inmiddels ben ik al een flink eind in De Twee Torens en ik vind het nu al helemaal geweldig. Als het reisgezelschap eenmaal uiteen is gevallen wordt het veel spannender en bovendien komen er veel karakters bij, waaronder enkele van mijn favorieten. Je kunt ervoor kiezen het eerste deel van de trilogie over te slaan, maar ik denk niet dat dat werkt, in ieder geval niet als je het verhaal nog niet kent. En als je weet wat er nog allemaal komt is het niet eens zo heel erg meer als je soms even door de zure appel heen moet bijten. Op naar De Twee Torens dus!
Lord of the Rings: The Return of the King, The - J.R.R. Tolkien (1955)
Alternatieve titel: In de Ban van de Ring: De Terugkeer van de Koning

5,0
1
geplaatst: 29 april 2011, 15:02 uur
Jammer, maar helaas: aan alles moet een einde komen. De Koning is teruggekeerd en het verhaal is uit. Ik heb de drie delen in één keer gelezen, en omdat je dan toch aan 1200 pagina’s zit heb ik zolang in Midden-Aarde vertoefd dat het me moeilijk valt nu afscheid te nemen. Ik las al bij anderen overeenkomstige gevoelens; ikzelf ben ook de laatste tijd steeds langzamer gaan lezen omdat het einde naderde en ik daar niet zo blij mee was.
Een epos is het inderdaad. Mijns inziens één zoals die niet meer geschreven is sinds Homerus, en dat sindsdien ook niet meer geëvenaard is. Woorden komen tekort om de grootsheid van het geheel te beschrijven – wat niet betekent dat het boek geen gebreken heeft. Van alle drie de delen is dit deel zeker het beste, mijns inziens, maar ook hier zijn er wel bepaalde dingen die ik misschien liever anders had gezien. Echter, dit wordt ruimschoots vergoed door de rest.
Het eerste boek is heel eventjes wennen als je net De Twee Torens uithebt, omdat die natuurlijk eindigt met een enorme cliffhanger in het verhaal van Sam en Frodo. Desalniettemin kost het niet veel moeite om weer helemaal in het verhaal te komen. Het verhaal heeft zich nu verplaatst naar Minas Tirith en daar dienen zich enkele nieuwe karakters aan, waaronder natuurlijk de Stadhouder, Denethor. Ook Faramir komt weer terug; een bijzonder sympathiek karakter en hij heeft het zeker niet makkelijk. Ik vind dat Tolkien getuigt van zijn talent wanneer hij beschrijft hoe Denethor die arme Faramir onderschat en tot wanhoop drijft, en hoe de Stadhouder uiteindelijk ten ondergaat en zijn zoon daarin mee wil nemen. Een fantastisch en dramatisch stuk (overigens ook heel mooi verfilmd).
Het verhaal in Minas Tirith wordt verweven met de gebeurtenissen in Rohan. Théoden, Éomer en Éowyn komen veelvuldig langs, en Aragorn, Gimli en Legolas lopen overal tussendoor. Wat verderop in het boek worden ook nog eens de lotgevallen van Frodo en Sam in Mordor beschreven. Hoewel dit zeker interessant is en vanzelfsprekend onontbeerlijk voor het verhaal, vind ik persoonlijk de andere gedeelten van het verhaal boeiender. De uiteindelijke vernietiging van de Ring is echter wel een indrukwekkend moment.
Maar, zoals gezegd, ik voor mij lees liever over de andere Reisgenoten en de mensen om hun heen, en dan met name de gebeurtenissen in Rohan en de rit van de Rohirrim. Waar in De Twee Torens Tolkien al iets hintte over de onrust die Éowyn achtervolgde, hier komt die nog meer naar de voorgrond. Éowyn is mijn favoriet en ik vind de dramatische rol die zij in dit deel krijgt toebedeeld absoluut fantastisch, met als enorm hoogtepunt natuurlijk haar fenomenale optreden op de Velden van de Pellenor en het doden van de Heer van de Nazgûl. Het is een onbetwist glorieus moment waarvoor echter wel betaald moet worden. Eigenlijk is het wel jammer dat ik eerst de films heb gezien en toen pas de boeken heb gelezen; ik ben wel benieuwd of ik zou hebben geraden dat Dernhelm in feite Éowyn was – ik denk het wel, maar dat is nu natuurlijk niet meer te achterhalen. Het blijft hoe dan ook een ongelooflijk stoer stuk. Daarna echter volgt een diep dal voor Éowyn, en ik bewonder Tolkien dat hij het heeft aangedurfd om niet alleen een heroïsch verhaal te vertellen, maar ook de dramatische kant (en dramatisch in de goede zin van het woord). Het hoofdstuk De Huizen van Genezing is een heel mooi hoofdstuk dat veel toevoegt aan de diepte van de karakters, en dat mijns inziens helemaal niet afdoet aan de spanning van het verhaal. Alleen al om dit hoofdstuk kan ik niet begrijpen dat er iemand is die dit boek maar een halve ster wil geven, want je moet op z’n minst ofwel de beschrijvingen van de veldslagen ofwel deze ‘rustige’ delen van het boek toch wel een béétje mooi vinden? Persoonlijk houd ik van allebei, en de combinatie hiervan is voor mij persoonlijk de kracht van dit boek: zowel de glorieuze momenten als de slag om Minas Tirith, de vernietiging van de Ring en de terugkeer van de Koning, als de wat meer persoonlijke gedeelten als de beschrijving van de moeizame relatie tussen Faramir en zijn vader, de begrafenis van Théoden en het romantische hoofdstuk De Stadhouder en de Koning. Het doet me goed om te lezen hoe het zo toch nog goed afloopt voor Éowyn en Faramir, dat zij bij elkaar wel kunnen vinden waar ze bij anderen tevergeefs naar hebben gezocht. Ook dit getuigt van het vakmanschap van Tolkien.
Na alle glorieuze momenten is het boek niet ineens afgelopen: Tolkien verwerkt alle losse draadjes tot een mooi geheel. Dat kan ik wel waarderen. Het had mijns inziens echter wel iets eerder mogen ophouden, De Zuivering van de Gouw vond ik wel een leuk hoofdstuk maar nogal slecht getimed. Natuurlijk moeten de hobbits terug naar de Gouw en het is ook wel goed om te zien hoe Merijn en Pepijn veranderd zijn, als het ware leiders zijn geworden, en hoe de hobbits in geval van nood wel degelijk moedig kunnen zijn. Echter, de slag van Bijwater steekt een beetje zielig af bij de kort daarvoor beschreven slagen, zoals die bij de Zwarte Poort – dat is toch wel andere koek. Dat Saruman aan z’n einde komt vind ik prima, anders was het verhaal niet echt af geweest, maar de timing vond ik niet echt geschikt. Ik had het liever gezien zoals in de (Extended Edition van de) film waarin hij eerder in het verhaal in Isengard om het leven komt.
Maar dat alles mag de pret niet drukken, want hierna komt het toch wel weer mooie laatste hoofdstuk. En als de schepen zijn vertrokken en je de laatste bladzijde omslaat, besef je ineens dat het nu echt voorbij is. De Koning is terug, de Ring is vernietigd, de meeste personages leven nog lang en gelukkig en Frodo vaart naar het Westen. Het verhaal is uit en laat mij met gemengde gevoelens achter. Het was groots, prachtig en triest. Enkele weken lang heeft het mijn aandacht (soms iets teveel) afgehouden van de werkelijkheid. En nu is het voorbij. Ik blijf een beetje met een leeg gevoel zitten, maar op een positieve manier, zoals ik hierboven ook al las.
Misschien is dit boek niet voor iedereen geschikt, het blijft natuurlijk fantasy. Het bevat echter zoveel dat ik denk dat voor iedereen die er moeite voor wil doen, er wel wat in zit. Maar aan de andere kant denk ik niet dat de mensen die de eerste twee delen niets vonden nog aan dit deel beginnen – en dat is jammer, want dan missen ze het beste. Ik zal er nu een eind aan maken, anders wordt het onleesbaar lang, maar het is moeilijk om een boek dat zowel groot als groots is in weinig woorden te beschrijven. De kortste beschrijving die mogelijk is, zal ik hier dan als afsluiting nog maar even herhalen: een epos, absoluut.
Een epos is het inderdaad. Mijns inziens één zoals die niet meer geschreven is sinds Homerus, en dat sindsdien ook niet meer geëvenaard is. Woorden komen tekort om de grootsheid van het geheel te beschrijven – wat niet betekent dat het boek geen gebreken heeft. Van alle drie de delen is dit deel zeker het beste, mijns inziens, maar ook hier zijn er wel bepaalde dingen die ik misschien liever anders had gezien. Echter, dit wordt ruimschoots vergoed door de rest.
Het eerste boek is heel eventjes wennen als je net De Twee Torens uithebt, omdat die natuurlijk eindigt met een enorme cliffhanger in het verhaal van Sam en Frodo. Desalniettemin kost het niet veel moeite om weer helemaal in het verhaal te komen. Het verhaal heeft zich nu verplaatst naar Minas Tirith en daar dienen zich enkele nieuwe karakters aan, waaronder natuurlijk de Stadhouder, Denethor. Ook Faramir komt weer terug; een bijzonder sympathiek karakter en hij heeft het zeker niet makkelijk. Ik vind dat Tolkien getuigt van zijn talent wanneer hij beschrijft hoe Denethor die arme Faramir onderschat en tot wanhoop drijft, en hoe de Stadhouder uiteindelijk ten ondergaat en zijn zoon daarin mee wil nemen. Een fantastisch en dramatisch stuk (overigens ook heel mooi verfilmd).
Het verhaal in Minas Tirith wordt verweven met de gebeurtenissen in Rohan. Théoden, Éomer en Éowyn komen veelvuldig langs, en Aragorn, Gimli en Legolas lopen overal tussendoor. Wat verderop in het boek worden ook nog eens de lotgevallen van Frodo en Sam in Mordor beschreven. Hoewel dit zeker interessant is en vanzelfsprekend onontbeerlijk voor het verhaal, vind ik persoonlijk de andere gedeelten van het verhaal boeiender. De uiteindelijke vernietiging van de Ring is echter wel een indrukwekkend moment.
Maar, zoals gezegd, ik voor mij lees liever over de andere Reisgenoten en de mensen om hun heen, en dan met name de gebeurtenissen in Rohan en de rit van de Rohirrim. Waar in De Twee Torens Tolkien al iets hintte over de onrust die Éowyn achtervolgde, hier komt die nog meer naar de voorgrond. Éowyn is mijn favoriet en ik vind de dramatische rol die zij in dit deel krijgt toebedeeld absoluut fantastisch, met als enorm hoogtepunt natuurlijk haar fenomenale optreden op de Velden van de Pellenor en het doden van de Heer van de Nazgûl. Het is een onbetwist glorieus moment waarvoor echter wel betaald moet worden. Eigenlijk is het wel jammer dat ik eerst de films heb gezien en toen pas de boeken heb gelezen; ik ben wel benieuwd of ik zou hebben geraden dat Dernhelm in feite Éowyn was – ik denk het wel, maar dat is nu natuurlijk niet meer te achterhalen. Het blijft hoe dan ook een ongelooflijk stoer stuk. Daarna echter volgt een diep dal voor Éowyn, en ik bewonder Tolkien dat hij het heeft aangedurfd om niet alleen een heroïsch verhaal te vertellen, maar ook de dramatische kant (en dramatisch in de goede zin van het woord). Het hoofdstuk De Huizen van Genezing is een heel mooi hoofdstuk dat veel toevoegt aan de diepte van de karakters, en dat mijns inziens helemaal niet afdoet aan de spanning van het verhaal. Alleen al om dit hoofdstuk kan ik niet begrijpen dat er iemand is die dit boek maar een halve ster wil geven, want je moet op z’n minst ofwel de beschrijvingen van de veldslagen ofwel deze ‘rustige’ delen van het boek toch wel een béétje mooi vinden? Persoonlijk houd ik van allebei, en de combinatie hiervan is voor mij persoonlijk de kracht van dit boek: zowel de glorieuze momenten als de slag om Minas Tirith, de vernietiging van de Ring en de terugkeer van de Koning, als de wat meer persoonlijke gedeelten als de beschrijving van de moeizame relatie tussen Faramir en zijn vader, de begrafenis van Théoden en het romantische hoofdstuk De Stadhouder en de Koning. Het doet me goed om te lezen hoe het zo toch nog goed afloopt voor Éowyn en Faramir, dat zij bij elkaar wel kunnen vinden waar ze bij anderen tevergeefs naar hebben gezocht. Ook dit getuigt van het vakmanschap van Tolkien.
Na alle glorieuze momenten is het boek niet ineens afgelopen: Tolkien verwerkt alle losse draadjes tot een mooi geheel. Dat kan ik wel waarderen. Het had mijns inziens echter wel iets eerder mogen ophouden, De Zuivering van de Gouw vond ik wel een leuk hoofdstuk maar nogal slecht getimed. Natuurlijk moeten de hobbits terug naar de Gouw en het is ook wel goed om te zien hoe Merijn en Pepijn veranderd zijn, als het ware leiders zijn geworden, en hoe de hobbits in geval van nood wel degelijk moedig kunnen zijn. Echter, de slag van Bijwater steekt een beetje zielig af bij de kort daarvoor beschreven slagen, zoals die bij de Zwarte Poort – dat is toch wel andere koek. Dat Saruman aan z’n einde komt vind ik prima, anders was het verhaal niet echt af geweest, maar de timing vond ik niet echt geschikt. Ik had het liever gezien zoals in de (Extended Edition van de) film waarin hij eerder in het verhaal in Isengard om het leven komt.
Maar dat alles mag de pret niet drukken, want hierna komt het toch wel weer mooie laatste hoofdstuk. En als de schepen zijn vertrokken en je de laatste bladzijde omslaat, besef je ineens dat het nu echt voorbij is. De Koning is terug, de Ring is vernietigd, de meeste personages leven nog lang en gelukkig en Frodo vaart naar het Westen. Het verhaal is uit en laat mij met gemengde gevoelens achter. Het was groots, prachtig en triest. Enkele weken lang heeft het mijn aandacht (soms iets teveel) afgehouden van de werkelijkheid. En nu is het voorbij. Ik blijf een beetje met een leeg gevoel zitten, maar op een positieve manier, zoals ik hierboven ook al las.
Misschien is dit boek niet voor iedereen geschikt, het blijft natuurlijk fantasy. Het bevat echter zoveel dat ik denk dat voor iedereen die er moeite voor wil doen, er wel wat in zit. Maar aan de andere kant denk ik niet dat de mensen die de eerste twee delen niets vonden nog aan dit deel beginnen – en dat is jammer, want dan missen ze het beste. Ik zal er nu een eind aan maken, anders wordt het onleesbaar lang, maar het is moeilijk om een boek dat zowel groot als groots is in weinig woorden te beschrijven. De kortste beschrijving die mogelijk is, zal ik hier dan als afsluiting nog maar even herhalen: een epos, absoluut.
Lord of the Rings: The Two Towers, The - J.R.R. Tolkien (1954)
Alternatieve titel: In de Ban van de Ring: De Twee Torens

4,5
0
geplaatst: 11 april 2011, 21:52 uur
Als ik hierboven kijk wat mijn voorgangers zo allemaal hebben geschreven, zie ik eigenlijk alleen maar bewonderende berichten. Niet zo gek ook trouwens, als je De Reisgenoten niets aan vindt ga je De Twee Torens waarschijnlijk ook niet lezen. Om vervolgens een fantastisch boek te missen! Waar deel één van de trilogie best vermakelijk was maar toch vooral kan bestaan bij de gratie van het geheel, sleurt dit deel je met hoge snelheid Midden-Aarde in.
Nu het Reisgezelschap dan eindelijk uiteengevallen is (een gebeurtenis waar ik al heel lang naar uit zat te kijken) wordt het pas echt spannend. Wat het spannend maakt maar wat tevens irritant is, is dat je steeds de belevenissen van de verschillende personages apart voorgeschoteld krijgt. Ben je eindelijk weer op de hoogte van het wel en wee van Merijn en Pepijn, gaat het verhaal ineens verder met Aragorn en metgezellen. Het duurt echter niet lang voor je weer helemaal in dat gedeelte van het verhaal zit, om dan vervolgens, als de spanning echt goed is opgebouwd, verder te gaan met Sam en Frodo. Toen ik met boek vier begon baalde ik echt dat het verhaal over Rohan tijdelijk ophield, en ik kon ook niet wachten tot ik boek vier uit had. Echter, hoewel ik boek vier minder vond dan boek drie, is het toch spannend genoeg om mijn aandacht erbij te houden. Gollem is onuitstaanbaar maar toch interessant, Frodo gaat duidelijk steeds meer onder zijn last gebukt en Sam is gewoon een vreselijk lieve, sullige jongen. Bovendien wordt in dit deel Faramir geïntroduceerd en ook over hem lees ik graag. Als het boek dan ook nog eens eindigt met een enorme cliffhanger, dan is het toch wel weer frustrerend dat je weer even moet wachten voordat je mag lezen hoe het verder gaat. Ik zat in de stralende zon buiten en later in een overvolle trein maar het gedeelte over Cirith Ungol, het verraad van Gollem en natuurlijk de angstaanjagende Shelob was zo spannend dat ik mijn omgeving volledig vergat - zoals dat hoort bij een goed boek.
Echter, zoals ik al zei, het derde boek was beter dan het vierde. In De Reisgenoten waren de bijpersonages nogal eens overbodig of zelfs irritant, hier voegen de nieuwe karakters echter veel toe aan het boek. Toen ik begon met de trilogie keek ik al uit naar het hoofdstuk De Koning van de Gouden Burcht, een van m’n favoriete gedeelten, dat overigens ook fantastisch is verfilmd. Éomer, Theoden maar vooral Éowyn mag ik allemaal erg graag en voegen heel wat drama en spanning toe aan het verhaal. Wat ik zo knap vind aan de stijl van Tolkien, is dat hij vreselijk wijdlopig kan zijn over het ene en het andere juist met één zin heel treffend kan weergeven. Zo beschrijft het zojuist door mij genoemde hoofdstuk de ‘herrijzenis’ van Koning Theoden en zijn besluit om ten oorlog te trekken, waarna beschreven wordt hoe hij de strijd tegemoet gaat. Allemaal heel spannend en groots natuurlijk, maar het mooiste vind ik dat Tolkien dit hoofdstuk beëindigt met de zin: Ver over de vlakte zag Éowyn het glinsteren van hun speren, terwijl zij, alleen, voor de deuren van het stille huis stond. Ik vind dat zo’n mooi slot, enerzijds omdat het de aandacht vestigt op het feit dat zij daar heel alleen achterblijft, wat je in de gespannen verwachting van grootse daden half vergeten zou zijn als het niet vermeld werd, anderzijds omdat het zo weinig vermeld maar tevens zoveel zegt over Éowyn. Zij heeft in dit boek niet zo’n heel grote rol maar voor mij wordt hier al heel duidelijk wat we in De Terugkeer van de Koning nog terug zullen zien: dat de situatie waarin zij zich bevindt voor Éowyn onhoudbaar is en dat zij er zich niet bij neer zal leggen. Een beetje een vage formulering maar wat ik bedoel te zeggen is dat je al aanvoelt dat zij nog een grotere rol zal gaan spelen.
Dit boek is trouwens vol van gespannen verwachtingen. Deel één was soms nog rustig aan en vredig en soms zelfs slaapverwekkend, dit deel is echter meeslepend en véél moeilijker weg te leggen. De slag om Helmsdiep vind ik fantastisch (hoewel ik wel moeite heb met de omschrijvingen van de omgeving en de architectuur en zo, dat had ik in andere delen ook. Het is maar goed dat er in ieder geval een kaart bij mijn boek zit) en schreeuwt absoluut om een verfilming. Gelukkig is die er ook (vanzelfsprekend…) en naar mijn mening is die veldslag de beste die ik tot nog toe in films heb gezien. En dan is er natuurlijk nog de bestorming van Isengard door de Enten, ook een fantastische scène en absoluut filmwaardig. Overbodig om hier te vermelden dat ik tevens groot fan ben van de films, denk ik. Als je dan ook nog eens de spannende stukken uit het boek leest met de fenomenale soundtrack van de films op de achtergrond, dan lijkt de Echte Wereld nog verder weg en Midden-Aarde nog dichterbij.
Hoe dan ook, dit boek is ongelooflijk spannend en eindigt op zo’n manier dat je wel meteen door moet met deel drie. Op zichzelf staand is het zeker beter dan deel één, maar ik ben van mening dat het eigenlijk gaat om één boek, The Lord of the Rings, dat je ook gewoon in één ruk uit moet lezen (hoewel, dat moet hier in brede zin worden opgevat, denk ik, gezien het aantal pagina’s). inmiddels ben ik alweer een eindje in deel drie en het is onverminderd spannend. Ik heb zo goed als geen ervaring met fantasy buiten Tolkien om, maar dit verhaal sleurt je zo onvermijdelijk mee naar niet-bestaande landen dat het me helemaal niets kan schelen dat er weinig inzit dat je ook op deze aardbol zou kunnen tegenkomen. Toch is dat ook niet helemaal waar, want hoewel de hoofdpersonen voor een groot deel niet eens officieel mens zijn, zijn zij toch menselijk en ondanks hun vreemde eigenschappen en niet bepaald alledaags taalgebruik zijn ze me dierbaar.
Enerzijds om de uitgebreide en vaak levendige beschrijvingen van een wereld zo anders dan die van ons, en anderzijds door de beschrijvingen van de personages en de lotgevallen die zij meemaken, ver van ons afstaand maar toch intrigerend, is The Lord of the Rings één van de weinige boeken die zich met recht ‘episch’ mag noemen. Maar mijn verhaal is erg lang geworden, dus zal ik hier niet verder over uitweiden. Eerst maar eens lezen hoe de Koning Terugkeert.
Nu het Reisgezelschap dan eindelijk uiteengevallen is (een gebeurtenis waar ik al heel lang naar uit zat te kijken) wordt het pas echt spannend. Wat het spannend maakt maar wat tevens irritant is, is dat je steeds de belevenissen van de verschillende personages apart voorgeschoteld krijgt. Ben je eindelijk weer op de hoogte van het wel en wee van Merijn en Pepijn, gaat het verhaal ineens verder met Aragorn en metgezellen. Het duurt echter niet lang voor je weer helemaal in dat gedeelte van het verhaal zit, om dan vervolgens, als de spanning echt goed is opgebouwd, verder te gaan met Sam en Frodo. Toen ik met boek vier begon baalde ik echt dat het verhaal over Rohan tijdelijk ophield, en ik kon ook niet wachten tot ik boek vier uit had. Echter, hoewel ik boek vier minder vond dan boek drie, is het toch spannend genoeg om mijn aandacht erbij te houden. Gollem is onuitstaanbaar maar toch interessant, Frodo gaat duidelijk steeds meer onder zijn last gebukt en Sam is gewoon een vreselijk lieve, sullige jongen. Bovendien wordt in dit deel Faramir geïntroduceerd en ook over hem lees ik graag. Als het boek dan ook nog eens eindigt met een enorme cliffhanger, dan is het toch wel weer frustrerend dat je weer even moet wachten voordat je mag lezen hoe het verder gaat. Ik zat in de stralende zon buiten en later in een overvolle trein maar het gedeelte over Cirith Ungol, het verraad van Gollem en natuurlijk de angstaanjagende Shelob was zo spannend dat ik mijn omgeving volledig vergat - zoals dat hoort bij een goed boek.
Echter, zoals ik al zei, het derde boek was beter dan het vierde. In De Reisgenoten waren de bijpersonages nogal eens overbodig of zelfs irritant, hier voegen de nieuwe karakters echter veel toe aan het boek. Toen ik begon met de trilogie keek ik al uit naar het hoofdstuk De Koning van de Gouden Burcht, een van m’n favoriete gedeelten, dat overigens ook fantastisch is verfilmd. Éomer, Theoden maar vooral Éowyn mag ik allemaal erg graag en voegen heel wat drama en spanning toe aan het verhaal. Wat ik zo knap vind aan de stijl van Tolkien, is dat hij vreselijk wijdlopig kan zijn over het ene en het andere juist met één zin heel treffend kan weergeven. Zo beschrijft het zojuist door mij genoemde hoofdstuk de ‘herrijzenis’ van Koning Theoden en zijn besluit om ten oorlog te trekken, waarna beschreven wordt hoe hij de strijd tegemoet gaat. Allemaal heel spannend en groots natuurlijk, maar het mooiste vind ik dat Tolkien dit hoofdstuk beëindigt met de zin: Ver over de vlakte zag Éowyn het glinsteren van hun speren, terwijl zij, alleen, voor de deuren van het stille huis stond. Ik vind dat zo’n mooi slot, enerzijds omdat het de aandacht vestigt op het feit dat zij daar heel alleen achterblijft, wat je in de gespannen verwachting van grootse daden half vergeten zou zijn als het niet vermeld werd, anderzijds omdat het zo weinig vermeld maar tevens zoveel zegt over Éowyn. Zij heeft in dit boek niet zo’n heel grote rol maar voor mij wordt hier al heel duidelijk wat we in De Terugkeer van de Koning nog terug zullen zien: dat de situatie waarin zij zich bevindt voor Éowyn onhoudbaar is en dat zij er zich niet bij neer zal leggen. Een beetje een vage formulering maar wat ik bedoel te zeggen is dat je al aanvoelt dat zij nog een grotere rol zal gaan spelen.
Dit boek is trouwens vol van gespannen verwachtingen. Deel één was soms nog rustig aan en vredig en soms zelfs slaapverwekkend, dit deel is echter meeslepend en véél moeilijker weg te leggen. De slag om Helmsdiep vind ik fantastisch (hoewel ik wel moeite heb met de omschrijvingen van de omgeving en de architectuur en zo, dat had ik in andere delen ook. Het is maar goed dat er in ieder geval een kaart bij mijn boek zit) en schreeuwt absoluut om een verfilming. Gelukkig is die er ook (vanzelfsprekend…) en naar mijn mening is die veldslag de beste die ik tot nog toe in films heb gezien. En dan is er natuurlijk nog de bestorming van Isengard door de Enten, ook een fantastische scène en absoluut filmwaardig. Overbodig om hier te vermelden dat ik tevens groot fan ben van de films, denk ik. Als je dan ook nog eens de spannende stukken uit het boek leest met de fenomenale soundtrack van de films op de achtergrond, dan lijkt de Echte Wereld nog verder weg en Midden-Aarde nog dichterbij.
Hoe dan ook, dit boek is ongelooflijk spannend en eindigt op zo’n manier dat je wel meteen door moet met deel drie. Op zichzelf staand is het zeker beter dan deel één, maar ik ben van mening dat het eigenlijk gaat om één boek, The Lord of the Rings, dat je ook gewoon in één ruk uit moet lezen (hoewel, dat moet hier in brede zin worden opgevat, denk ik, gezien het aantal pagina’s). inmiddels ben ik alweer een eindje in deel drie en het is onverminderd spannend. Ik heb zo goed als geen ervaring met fantasy buiten Tolkien om, maar dit verhaal sleurt je zo onvermijdelijk mee naar niet-bestaande landen dat het me helemaal niets kan schelen dat er weinig inzit dat je ook op deze aardbol zou kunnen tegenkomen. Toch is dat ook niet helemaal waar, want hoewel de hoofdpersonen voor een groot deel niet eens officieel mens zijn, zijn zij toch menselijk en ondanks hun vreemde eigenschappen en niet bepaald alledaags taalgebruik zijn ze me dierbaar.
Enerzijds om de uitgebreide en vaak levendige beschrijvingen van een wereld zo anders dan die van ons, en anderzijds door de beschrijvingen van de personages en de lotgevallen die zij meemaken, ver van ons afstaand maar toch intrigerend, is The Lord of the Rings één van de weinige boeken die zich met recht ‘episch’ mag noemen. Maar mijn verhaal is erg lang geworden, dus zal ik hier niet verder over uitweiden. Eerst maar eens lezen hoe de Koning Terugkeert.
Lustrum - Robert Harris (2009)
Alternatieve titel: Conspirata

4,5
1
geplaatst: 25 september 2020, 20:40 uur
Beter nog dan voorganger Imperium. Aldaar heb ik al voldoende geschreven over mijn voorliefde voor romans die zich afspelen in de Romeinse tijd, dus dat zal ik hier niet opnieuw doen. Niet alleen om niet in herhaling te vervallen, maar ook omdat mijn waardering van dit boek grotendeels los staat van de setting.
Wat Harris namelijk doet in dit deel is dat hij enerzijds meer de nadruk legt op de psychologie van zijn personages, terwijl anderzijds het thriller-aspect meer naar voren komt. Ik werd even op het verkeerde been gezet door het begin met het geofferde kind. Tot mijn verbazing werd vrijwel direct onthuld wie daar verantwoordelijk voor was - geen moordmysterie dus. In de eerste helft van het boek vloeit de spanning voort uit het feit dat we weten dat er een samenzwering tegen Cicero speelt, maar niet hoe wijdverbreid die samenzwering is. Daarbovenop komt nog de frustratie dat Cicero nu weliswaar consul is, maar nog steeds machteloos lijkt te staan tegen zijn tegenstanders. Nu weet ik dat Cicero zijn jaar als consul overleefd heeft (al was het maar omdat er nog een derde boek komt) maar de spanning is er niets minder om.
Als dat jaar eenmaal achter de rug is, valt Cicero in een diep gat en hij begint een aantal nare trekjes te vertonen, waardoor hij zowel ergernis als medelijden oproept. Cicero is niet geschikt om niets om handen te hebben en tegelijkertijd met zijn eigen geweten te moeten leven. Ondertussen zitten de andere spelers in het machtsspel natuurlijk niet stil. Meesterlijk bouwt Harris een gevoel van onbestemd onbehagen op totdat de dingen uiteindelijk gierend uit de hand lopen.
De verteller Tiro, immer trouw aan zijn meester maar niet blind voor diens gebreken, beschrijft heel mooi wat hij zo bewondert aan hem: het aarzelende, uiteindelijk huiverig genomen besluit om te doen wat juist was. Dat is precies waarom ik toch geen hekel aan hem heb gekregen. De met zichzelf geobsedeerd geraakte Cicero weet zich uiteindelijk - iets - te herpakken als een crisis onvermijdelijk lijkt. De tegenstand heeft inmiddels echter monsterlijke proporties aangenomen en juist het feit dat Cicero net op tijd bedenkt dat hij geen volstrekt gewetenloze machtswellusteling is doet hem de das om.
Lustrum eindigt met Cicero onderaan het rad van fortuin. Dat maakt héél erg nieuwsgierig naar het derde deel. Naast het sterke einde, de fysieke dreiging in het eerste deel en de psychologische dreiging in het tweede en de uitstekende kenschetsing van de personages (behalve Cicero bijvoorbeeld Metellus Celer, Terentia weer, Cato, Pompeius, Caesar natuurlijk, en zoveel anderen) nog een aantal goede punten. Dit tweede deel heeft een verklarende woordenlijst en dramatis personae, wat de leesbaarheid ten goede komt. De politieke ontwikkelingen zijn minstens zo spannend maar beter te volgen dan in Imperium. En zoals ik al zei, deze kwaliteiten zijn onafhankelijk van de setting. Voorkennis van of affiniteit met de Romeinse republiek is nog minder nodig dan in het eerste deel. Mijn enige kleine punt van kritiek is dat Tiro zelf er in dit deel wat bekaaid van afkomt. Genoeg pluspunten echter voor 4.5 sterren.
Wat Harris namelijk doet in dit deel is dat hij enerzijds meer de nadruk legt op de psychologie van zijn personages, terwijl anderzijds het thriller-aspect meer naar voren komt. Ik werd even op het verkeerde been gezet door het begin met het geofferde kind. Tot mijn verbazing werd vrijwel direct onthuld wie daar verantwoordelijk voor was - geen moordmysterie dus. In de eerste helft van het boek vloeit de spanning voort uit het feit dat we weten dat er een samenzwering tegen Cicero speelt, maar niet hoe wijdverbreid die samenzwering is. Daarbovenop komt nog de frustratie dat Cicero nu weliswaar consul is, maar nog steeds machteloos lijkt te staan tegen zijn tegenstanders. Nu weet ik dat Cicero zijn jaar als consul overleefd heeft (al was het maar omdat er nog een derde boek komt) maar de spanning is er niets minder om.
Als dat jaar eenmaal achter de rug is, valt Cicero in een diep gat en hij begint een aantal nare trekjes te vertonen, waardoor hij zowel ergernis als medelijden oproept. Cicero is niet geschikt om niets om handen te hebben en tegelijkertijd met zijn eigen geweten te moeten leven. Ondertussen zitten de andere spelers in het machtsspel natuurlijk niet stil. Meesterlijk bouwt Harris een gevoel van onbestemd onbehagen op totdat de dingen uiteindelijk gierend uit de hand lopen.
De verteller Tiro, immer trouw aan zijn meester maar niet blind voor diens gebreken, beschrijft heel mooi wat hij zo bewondert aan hem: het aarzelende, uiteindelijk huiverig genomen besluit om te doen wat juist was. Dat is precies waarom ik toch geen hekel aan hem heb gekregen. De met zichzelf geobsedeerd geraakte Cicero weet zich uiteindelijk - iets - te herpakken als een crisis onvermijdelijk lijkt. De tegenstand heeft inmiddels echter monsterlijke proporties aangenomen en juist het feit dat Cicero net op tijd bedenkt dat hij geen volstrekt gewetenloze machtswellusteling is doet hem de das om.
Lustrum eindigt met Cicero onderaan het rad van fortuin. Dat maakt héél erg nieuwsgierig naar het derde deel. Naast het sterke einde, de fysieke dreiging in het eerste deel en de psychologische dreiging in het tweede en de uitstekende kenschetsing van de personages (behalve Cicero bijvoorbeeld Metellus Celer, Terentia weer, Cato, Pompeius, Caesar natuurlijk, en zoveel anderen) nog een aantal goede punten. Dit tweede deel heeft een verklarende woordenlijst en dramatis personae, wat de leesbaarheid ten goede komt. De politieke ontwikkelingen zijn minstens zo spannend maar beter te volgen dan in Imperium. En zoals ik al zei, deze kwaliteiten zijn onafhankelijk van de setting. Voorkennis van of affiniteit met de Romeinse republiek is nog minder nodig dan in het eerste deel. Mijn enige kleine punt van kritiek is dat Tiro zelf er in dit deel wat bekaaid van afkomt. Genoeg pluspunten echter voor 4.5 sterren.
Lyssa - Tom Hofland (2017)

4,0
3
geplaatst: 14 januari 2018, 21:54 uur
Op de kaft wordt Lyssa aangeprezen als "een ode aan de befaamde romans van de Grote Russen, aan de negentiende eeuw en aan het kostuumdrama in het algemeen." Dit trok onmiddellijk mijn aandacht - het is alsof iemand een boek op mijn bestelling heeft geschreven (dat er dan ook nog eens een mysterieuze ziekte is die rondwaart maakt het bijna ongeloofwaardig dat dit een echt bestaand boek is). Dit schept natuurlijk hoge verwachtingen, maar ook wel enige scepsis. Het is een gloednieuw boek van een schrijver nauwelijks ouder dan ikzelf; is die 'ode' dan niet gedoemd om te mislukken?
Het korte antwoord is: nee. Lyssa is in meerdere opzichten een geslaagd boek. 'Ode aan' is inderdaad de beste manier om de verhouding van Lyssa tot de Russische roman te beschrijven. Er zijn echo's, verwijzingen, knipogen, hoe je het ook wil noemen, te over. Anna Karenina springt het meest in het oog misschien, vanwege het thema natuurlijk, maar ook subtieler, in de setting bijvoorbeeld (het station, paardenrennen). Daarnaast De Dame met het Hondje en Jevgeni Onegin. Tot mijn (aangename) verrassing zag ik ook overeenkomsten met Ungeduld des Herzens en Die Reise in die Vergangenheit van Stefan Zweig – boeken van een Oostenrijker uit de twintigste eeuw. Het plotelement van de officier die uit de sleur van zijn dienst wordt gesleept en geïntroduceerd wordt in hoge kringen waar hij eigenlijk niet thuishoort, komt zo uit Ungeduld, om maar een voorbeeld te noemen. Voor mij was het lezen van Lyssa regelmatig een feest van herkenning.
Het gevaar van zoveel verwijzingen naar andermans werk is dat een boek geen eigen identiteit heeft. Hofland weet hieraan te ontsnappen. Ondanks de bekende plotelementen zit er een spanning in het verhaal, met name door de vaart die Hofland erin weet te houden. Stevenen we af op een Anna Karenina-achtig einde of krijgen we een onopgelost conflict à la Tsjechov? Ik kreeg het vermoeden dat het inderdaad een min of meer open einde zou zijn, maar voor mij onverwacht nam het verhaal een andere wending en eindigde het met een duel en klaarblijkelijk de dood van de hoofdpersoon. Gelukkig heeft de schrijver niet alleen de plotelementen van de Russen afgekeken. Hij geeft ons ook een geslaagde setting (fictief blijkbaar, maar zo geloofwaardig dat ik heb opgezocht waar Mestopes eigenlijk ligt) en interessante, goed uitgewerkte personages met een sympathieke hoofdpersoon.
De spanning en het tempo zijn de duidelijkste tekenen dat dit toch een verhaal uit de eenentwintigste eeuw is. Dit heeft zijn voordelen: Lyssa leest een stuk gemakkelijker weg dan een ‘echte’ Russische roman en is in die hoedanigheid heel geschikt voor mensen die het genre eens willen proberen. Af en toe is het echter ook jammer. De laatste hoofdstukken gaan me net iets te snel. Rabiës is een heel dramatische ziekte en wat mij betreft had het ziekbed van Viktor meer hoofdstukken mogen duren. Ook krijgen we na Viktors overlijden nauwelijks nog iets van Lyssa te zien, ineens blijkt Oszkar te zijn verhangen, en loopt het conflict tussen Aleksei en Gaspar wel heel snel uit de hand. Dit te hoge tempo, en af en toe wat zinswendingen die anachronistisch aandoen, zijn de enige minpunten die ik weet te bedenken.
Zoals gezegd heb ik veel plezier beleefd aan het herkennen van elementen uit Russische romans. Dat is echter niet de enige aantrekkingskracht van het boek. Alleen al het plot en de gelaagdheid van de personages maken Lyssa de moeite van het lezen waard. Wat mij betreft schrijft Hofland nog zo’n boek.
Het korte antwoord is: nee. Lyssa is in meerdere opzichten een geslaagd boek. 'Ode aan' is inderdaad de beste manier om de verhouding van Lyssa tot de Russische roman te beschrijven. Er zijn echo's, verwijzingen, knipogen, hoe je het ook wil noemen, te over. Anna Karenina springt het meest in het oog misschien, vanwege het thema natuurlijk, maar ook subtieler, in de setting bijvoorbeeld (het station, paardenrennen). Daarnaast De Dame met het Hondje en Jevgeni Onegin. Tot mijn (aangename) verrassing zag ik ook overeenkomsten met Ungeduld des Herzens en Die Reise in die Vergangenheit van Stefan Zweig – boeken van een Oostenrijker uit de twintigste eeuw. Het plotelement van de officier die uit de sleur van zijn dienst wordt gesleept en geïntroduceerd wordt in hoge kringen waar hij eigenlijk niet thuishoort, komt zo uit Ungeduld, om maar een voorbeeld te noemen. Voor mij was het lezen van Lyssa regelmatig een feest van herkenning.
Het gevaar van zoveel verwijzingen naar andermans werk is dat een boek geen eigen identiteit heeft. Hofland weet hieraan te ontsnappen. Ondanks de bekende plotelementen zit er een spanning in het verhaal, met name door de vaart die Hofland erin weet te houden. Stevenen we af op een Anna Karenina-achtig einde of krijgen we een onopgelost conflict à la Tsjechov? Ik kreeg het vermoeden dat het inderdaad een min of meer open einde zou zijn, maar voor mij onverwacht nam het verhaal een andere wending en eindigde het met een duel en klaarblijkelijk de dood van de hoofdpersoon. Gelukkig heeft de schrijver niet alleen de plotelementen van de Russen afgekeken. Hij geeft ons ook een geslaagde setting (fictief blijkbaar, maar zo geloofwaardig dat ik heb opgezocht waar Mestopes eigenlijk ligt) en interessante, goed uitgewerkte personages met een sympathieke hoofdpersoon.
De spanning en het tempo zijn de duidelijkste tekenen dat dit toch een verhaal uit de eenentwintigste eeuw is. Dit heeft zijn voordelen: Lyssa leest een stuk gemakkelijker weg dan een ‘echte’ Russische roman en is in die hoedanigheid heel geschikt voor mensen die het genre eens willen proberen. Af en toe is het echter ook jammer. De laatste hoofdstukken gaan me net iets te snel. Rabiës is een heel dramatische ziekte en wat mij betreft had het ziekbed van Viktor meer hoofdstukken mogen duren. Ook krijgen we na Viktors overlijden nauwelijks nog iets van Lyssa te zien, ineens blijkt Oszkar te zijn verhangen, en loopt het conflict tussen Aleksei en Gaspar wel heel snel uit de hand. Dit te hoge tempo, en af en toe wat zinswendingen die anachronistisch aandoen, zijn de enige minpunten die ik weet te bedenken.
Zoals gezegd heb ik veel plezier beleefd aan het herkennen van elementen uit Russische romans. Dat is echter niet de enige aantrekkingskracht van het boek. Alleen al het plot en de gelaagdheid van de personages maken Lyssa de moeite van het lezen waard. Wat mij betreft schrijft Hofland nog zo’n boek.
