Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
I, Claudius - Robert Graves (1934)
Alternatieve titel: Ik, Claudius

4,0
0
geplaatst: 7 oktober 2015, 19:21 uur
Met mijn zwak voor verhalen die zich afspelen tijdens de Romeinse tijd kon ik mijn geluk niet op toen ik via via op I, Claudius stuitte. Ik ben geen groot kenner van de geschiedenis, maar namen als Augustus en Caligula zeggen mij wel wat. Van Caligula weet ik niet veel meer dan dat hij niet zo’n bijster goede reputatie had en dat Commodus uit Gladiator op hem gebaseerd zou zijn. Dat schept verwachtingen!
Verwachtingen die ruimschoots waargemaakt werden. Het duurt echter vele pagina’s en ontwikkelingen voordat we bij Caligula aankomen. Eerst hebben we nog een aantal jaar aan intriges voor de boeg. En wat voor intriges! Er wordt geplot en samengezworen voor het leven, met als gevolg een enorme body count waar geen enkel ander boek dat ik ken aan kan tippen. Als je niet door caesar wordt terechtgesteld en het slagveld overleeft, wordt je misschien wel gedwongen tot zelfmoord, door je moeder op je slaapkamer uitgehongerd, vergiftigd, gelyncht, door je eigen lijfwacht vermoord of verbannen om te creperen op een onbewoond eiland. Het is daarbij niet ongebruikelijk dat de verantwoordelijke één van je naaste familieleden is. Sowieso zijn bijna alle personages ofwel via bloedband ofwel via adoptie ofwel via huwelijken met elkaar verwant. Aangezien de gemiddelde persoon in dit verhaal minstens drie huwelijken aangaat, iedereen elkaars zonen aanneemt en er het liefst met een nicht of neef wordt getrouwd ontstaat er zo snel een volledig onontwarbaar web van familiebanden. Wat daarbij niet helpt is dat de keuze qua namen in de Romeinse tijd niet zo breed was, waardoor je in één familie een Agrippa, Agrippina en Agripinilla hebt. De stamboom achterin het boek is onontbeerlijk, maar niet bepaald overzichtelijk.
Een overvloed aan personages, allemaal familie van elkaar, met volstrekt onoverzichtelijke onderlinge loyaliteiten en sympathieën – je kunt er gek van worden of je kunt het fantastisch vinden. Voor mij geldt dat laatste. Claudius mag zijn naam dan aan het boek hebben gegeven, en hij is ook de enige die gedurende het hele verhaal in leven is (dat is een prestatie op zich), maar voor het grootste deel van het boek staat hij erbij en kijkt hij ernaar (dat is dan ook de reden dat hij het boek overleeft…). In het eerste deel van het verhaal zien we vooral oma Livia, een indrukwekkend personage dat als een soort oppergod de touwtjes in handen houdt en Augustus aan zich weet te binden en te houden. Dan volgt oom Tiberius, een moeilijk te peilen man die zichzelf en het rijk langzaamaan de ondergang in sleept. Er is hoop in de vorm van Germanicus, een van de weinige echte good guys in het verhaal, die echter net als de gemiddelde bad guy helaas het loodje legt. Het is dan wel te voorzien dat het voor zijn arme vrouw ook niet goed af zal lopen. In het laatste deel hebben we dan neefje Caligula, die alles en iedereen overtreft waar het gaat om complotteren, met geld smijten, uit de band springen, krankzinnig gedrag vertonen en algemeen ontaard zijn. Je mond zou openvallen van de dingen die hij doet (heel af en toe zou je in lachen uitbarsten om wat hij doet, zoals zijn paard tot senator benoemen) en je vraagt je af hoe lang dat goed kan gaan. De situatie raakt steeds meer onhoudbaar, er volgt een climax en dan… Dan is het boek afgelopen. Kom maar snel op met dat vervolg!
Bij zo’n verhaal zou je toch niet geloven dat het gebaseerd is op echte gebeurtenissen, maar blijkbaar geldt ook hier weer: truth is stranger than fiction. Je moet er van houden; de onophoudelijke intriges, de wirwar aan personages, locaties en jaartallen. Af en toe is Game of Thrones er niets bij. Als je er wel van houdt, en je bereid bent om je af en toe door een wat minder interessant hoofdstuk over de zoveelste veldslag tegen de Germanen heen te worstelen, kun je je geluk niet op met I, Claudius. Ik heb genoten.
Verwachtingen die ruimschoots waargemaakt werden. Het duurt echter vele pagina’s en ontwikkelingen voordat we bij Caligula aankomen. Eerst hebben we nog een aantal jaar aan intriges voor de boeg. En wat voor intriges! Er wordt geplot en samengezworen voor het leven, met als gevolg een enorme body count waar geen enkel ander boek dat ik ken aan kan tippen. Als je niet door caesar wordt terechtgesteld en het slagveld overleeft, wordt je misschien wel gedwongen tot zelfmoord, door je moeder op je slaapkamer uitgehongerd, vergiftigd, gelyncht, door je eigen lijfwacht vermoord of verbannen om te creperen op een onbewoond eiland. Het is daarbij niet ongebruikelijk dat de verantwoordelijke één van je naaste familieleden is. Sowieso zijn bijna alle personages ofwel via bloedband ofwel via adoptie ofwel via huwelijken met elkaar verwant. Aangezien de gemiddelde persoon in dit verhaal minstens drie huwelijken aangaat, iedereen elkaars zonen aanneemt en er het liefst met een nicht of neef wordt getrouwd ontstaat er zo snel een volledig onontwarbaar web van familiebanden. Wat daarbij niet helpt is dat de keuze qua namen in de Romeinse tijd niet zo breed was, waardoor je in één familie een Agrippa, Agrippina en Agripinilla hebt. De stamboom achterin het boek is onontbeerlijk, maar niet bepaald overzichtelijk.
Een overvloed aan personages, allemaal familie van elkaar, met volstrekt onoverzichtelijke onderlinge loyaliteiten en sympathieën – je kunt er gek van worden of je kunt het fantastisch vinden. Voor mij geldt dat laatste. Claudius mag zijn naam dan aan het boek hebben gegeven, en hij is ook de enige die gedurende het hele verhaal in leven is (dat is een prestatie op zich), maar voor het grootste deel van het boek staat hij erbij en kijkt hij ernaar (dat is dan ook de reden dat hij het boek overleeft…). In het eerste deel van het verhaal zien we vooral oma Livia, een indrukwekkend personage dat als een soort oppergod de touwtjes in handen houdt en Augustus aan zich weet te binden en te houden. Dan volgt oom Tiberius, een moeilijk te peilen man die zichzelf en het rijk langzaamaan de ondergang in sleept. Er is hoop in de vorm van Germanicus, een van de weinige echte good guys in het verhaal, die echter net als de gemiddelde bad guy helaas het loodje legt. Het is dan wel te voorzien dat het voor zijn arme vrouw ook niet goed af zal lopen. In het laatste deel hebben we dan neefje Caligula, die alles en iedereen overtreft waar het gaat om complotteren, met geld smijten, uit de band springen, krankzinnig gedrag vertonen en algemeen ontaard zijn. Je mond zou openvallen van de dingen die hij doet (heel af en toe zou je in lachen uitbarsten om wat hij doet, zoals zijn paard tot senator benoemen) en je vraagt je af hoe lang dat goed kan gaan. De situatie raakt steeds meer onhoudbaar, er volgt een climax en dan… Dan is het boek afgelopen. Kom maar snel op met dat vervolg!
Bij zo’n verhaal zou je toch niet geloven dat het gebaseerd is op echte gebeurtenissen, maar blijkbaar geldt ook hier weer: truth is stranger than fiction. Je moet er van houden; de onophoudelijke intriges, de wirwar aan personages, locaties en jaartallen. Af en toe is Game of Thrones er niets bij. Als je er wel van houdt, en je bereid bent om je af en toe door een wat minder interessant hoofdstuk over de zoveelste veldslag tegen de Germanen heen te worstelen, kun je je geluk niet op met I, Claudius. Ik heb genoten.
I, Robot - Isaac Asimov (1950)
Alternatieve titel: Ik, Robot

4,0
4
geplaatst: 1 december 2017, 20:11 uur
Ook ik heb I, Robot gelezen in het kader van ‘Nederland Leest’. Anders denk ik niet dat ik het ooit gelezen had – en dat zou toch jammer zijn, weet ik nu. Ik heb maar erg weinig science fiction gelezen, en wat ik las was meestal deprimerende dystopische science fiction. Zoiets verwachtte ik ook van I, Robot, maar gelukkig bleek dat niet waar.
Ik weet niet of Asimov een echte agenda had met zijn verhalen, maar wat zijn standpunten ook mogen zijn, ze liggen er niet dik bovenop. Het boek bestaat uit een serie verhalen over mensen en hun verhouding met robots – of andersom. De verhalen krijgen samenhang door de persoon van Susan Calvin, robotpsychologe. Zij is meer een constante factor dan een hoofdpersoon. Ze verandert ook nauwelijks gedurende het boek, het is meer dat zij de wereld om zich heen ziet veranderen. En dat werkt. Asimov loodst ons heel soepel door de evolutie van de robots heen. Van een niet-sprekende nanny tot robots die de wereld besturen lijkt een enorme weg, maar blijkbaar past het binnen een mensenleven. Binnen het boek vind ik het nergens ongeloofwaardig.
De grootste verrassing van I, Robot is dat het minstens zoveel psychologie is als science fiction. Er valt wel eens een technische term (positronbrein of zo) maar voor het verloop van het verhaal hoef je die niet eens te begrijpen. De verhalen zijn veel meer gegrond in de drie wetten van de robotica. Kort gezegd: mensen beschermen, mensen gehoorzamen en jezelf behouden – in die volgorde. Waar die wetten in conflict komen, ontstaan de problemen én de verhalen. Dan krijg je een ‘dronken’ robot of een robot die liegt dat het gedrukt staat omdat hij mensen niet kan kwetsen. Het oplossen van die conflicten tussen de drie wetten is wat het verhaal spannend maakt – in plaats van de dreigende verwoesting van de mensheid na een massale robotopstand (wat ik verwacht had van dit boek).
Daarnaast heeft Asimov een fijne schrijfstijl waardoor je voor je het weet weer een hoofdstuk uit hebt.
Al met al is I, Robot mij een heel stuk beter bevallen dan verwacht. Niet dat ik me nu meteen op de science fiction stort, maar het genre heeft er voor mij in ieder geval een betere reputatie door gekregen.
Ik weet niet of Asimov een echte agenda had met zijn verhalen, maar wat zijn standpunten ook mogen zijn, ze liggen er niet dik bovenop. Het boek bestaat uit een serie verhalen over mensen en hun verhouding met robots – of andersom. De verhalen krijgen samenhang door de persoon van Susan Calvin, robotpsychologe. Zij is meer een constante factor dan een hoofdpersoon. Ze verandert ook nauwelijks gedurende het boek, het is meer dat zij de wereld om zich heen ziet veranderen. En dat werkt. Asimov loodst ons heel soepel door de evolutie van de robots heen. Van een niet-sprekende nanny tot robots die de wereld besturen lijkt een enorme weg, maar blijkbaar past het binnen een mensenleven. Binnen het boek vind ik het nergens ongeloofwaardig.
De grootste verrassing van I, Robot is dat het minstens zoveel psychologie is als science fiction. Er valt wel eens een technische term (positronbrein of zo) maar voor het verloop van het verhaal hoef je die niet eens te begrijpen. De verhalen zijn veel meer gegrond in de drie wetten van de robotica. Kort gezegd: mensen beschermen, mensen gehoorzamen en jezelf behouden – in die volgorde. Waar die wetten in conflict komen, ontstaan de problemen én de verhalen. Dan krijg je een ‘dronken’ robot of een robot die liegt dat het gedrukt staat omdat hij mensen niet kan kwetsen. Het oplossen van die conflicten tussen de drie wetten is wat het verhaal spannend maakt – in plaats van de dreigende verwoesting van de mensheid na een massale robotopstand (wat ik verwacht had van dit boek).
Daarnaast heeft Asimov een fijne schrijfstijl waardoor je voor je het weet weer een hoofdstuk uit hebt.
Al met al is I, Robot mij een heel stuk beter bevallen dan verwacht. Niet dat ik me nu meteen op de science fiction stort, maar het genre heeft er voor mij in ieder geval een betere reputatie door gekregen.
Ideal Husband, An - Oscar Wilde (1894)
Alternatieve titel: Een Ideale Echtgenoot

4,0
0
geplaatst: 24 oktober 2013, 20:35 uur
Tot nog toe heb ik drie toneelstukken van Oscar Wilde gelezen, momenteel ben ik bezig met The Importance of Being Earnest. Ik vind An Ideal Husband tot nu toe het leukste. Ik ben niet echt gewend aan het lezen van toneelstukken, maar voor mij is Wildes sterkste kant toch zijn dialogen en die heb je in een toneelstuk natuurlijk volop.
Oscar Wilde weet slechts met dialogen en soms een enkele beschrijving tussen [ en ] heel rake personages neer te zetten, die allemaal scherp van tong zijn en constant om elkaar heen draaien. Als je meerdere toneelstukken achter elkaar leest vallen je wel bepaalde overeenkomsten op, zo komt er in elk toneelstuk wel een dandy voor die graag strooit met onzinnige maar briljante uitspraken. Arthur Goring is hier een zeer geslaagd voorbeeld van. Zijn gecompliceerde verhouding met Mabel Chiltern maakt hem nog boeiender. Lady Chiltern vond ik dan weer tegenvallen, ze was een vrij saai personage. (Ik heb hier ooit een verfilming van gezien en daarin werd het personage en stuk interessanter neergezet door Cate Blanchett.)
In dit toneelstuk worden serieuze onderwerpen en venijnige humor perfect gemengd. Oscar Wilde moet wel dol op paradoxen zijn geweest, niet alleen zijn die regelmatig te horen uit de mond van Arthur Goring, maar ook is er vaak een verschil tussen wat de personages verkondigen en wat het verhaal als moraal lijkt te hebben. An Ideal Husband is grappig maar zeker niet hersenloos vermaak. Ik zou dit toneelstuk graag eens in het echt zien.
Oscar Wilde weet slechts met dialogen en soms een enkele beschrijving tussen [ en ] heel rake personages neer te zetten, die allemaal scherp van tong zijn en constant om elkaar heen draaien. Als je meerdere toneelstukken achter elkaar leest vallen je wel bepaalde overeenkomsten op, zo komt er in elk toneelstuk wel een dandy voor die graag strooit met onzinnige maar briljante uitspraken. Arthur Goring is hier een zeer geslaagd voorbeeld van. Zijn gecompliceerde verhouding met Mabel Chiltern maakt hem nog boeiender. Lady Chiltern vond ik dan weer tegenvallen, ze was een vrij saai personage. (Ik heb hier ooit een verfilming van gezien en daarin werd het personage en stuk interessanter neergezet door Cate Blanchett.)
In dit toneelstuk worden serieuze onderwerpen en venijnige humor perfect gemengd. Oscar Wilde moet wel dol op paradoxen zijn geweest, niet alleen zijn die regelmatig te horen uit de mond van Arthur Goring, maar ook is er vaak een verschil tussen wat de personages verkondigen en wat het verhaal als moraal lijkt te hebben. An Ideal Husband is grappig maar zeker niet hersenloos vermaak. Ik zou dit toneelstuk graag eens in het echt zien.
Ik Was een Christen - Maria Rosseels (1957)
Alternatieve titel: Ik Was een Kristen

5,0
4
geplaatst: 30 november 2013, 12:52 uur
Voor Ik was een christen heb ik meer moeite moeten doen dan ik normaal bereid ben voor een boek. Ooit liep ik er tegenaan in de bibliotheek, toen ik het eenmaal meerdere keren geleend had en het zelf wilde hebben moest ik mijn toevlucht nemen tot tweedehandsboekenwinkels. Vervolgens heb ik de titel zelf toegevoegd hier op boekmeter. De kans dat veel mensen dit boek zullen lezen acht ik niet erg groot, maar toch wil ik mij de moeite getroosten het één en ander over dit boek te zeggen.
Ik was een christen is elke moeite namelijk meer dan waard. Het boek staat vast in mijn top tien. Niet iedereen zal een verhaal als dit echter snel oppakken. Als je in het geheel geen interesse kunt opbrengen voor het christendom, de kerkgeschiedenis of de Romeinse tijd, wordt het wel heel moeilijk om je hier door heen te worstelen. Echter, dit is wel een roman en geen geschiedenisboek, dus als je geen al te grote problemen hebt met de historische achtergrond hoeft deze niet tot problemen te leiden.
Zelf vind ik de achtergrond fascinerend. Het grootse Romeinse rijk is langzaam aan het vervallen. De grenzen worden belaagd door barbaren, van binnenuit woeden er broedertwisten en intriges. De stamboom van de keizer aan het begin van het boek is zeker geen overbodige luxe. Wat ik zo mooi vind, is dat ik alle hofintriges, schandalen en moordpartijen als ongeloofwaardig zou hebben bestempeld als ze fictief waren, maar het is allemaal echt gebeurd: de moord op de familie van de keizer, de moord op duizenden Tessalonicenzen in een overvolle arena, de belegering van de kerk in Milaan, de raadselachtige manier waarop verschillende keizers aan hun einde komen. Christenen worden vervolgd door heidenen, christenen vervolgen de heidenen, christenen vervolgen elkaar. Terwijl het christendom verder verbreid wordt, wordt het van binnen uitgehold. Keizers en bisschoppen krijgen het regelmatig met elkaar aan de stok. De massa bekeert zich net zoals de wind waait. Voor de door Christus geleerde naastenliefde is geen tijd en ruimte meer.
Waar de achtergrond fascinerend is, is de hoofdpersoon mij zeer dierbaar. Ik was een christen is een autobiografie, waarvan de eerste zin luidt: Ik, Alexander Marcus Aurelius, heb een mens gedood. Die gebeurtenis speelt een centrale rol in het boek en in het leven van Alexander. Toch is het verhaal niet afgelopen met de moord en de onmiddellijke nasleep daarvan, wat wellicht gemakkelijker zou zijn geweest. Alexander is nog jong en heeft jaren te leven met wat hij gedaan heeft, jaren waarin hij zijn geheim bij zich draagt en er steeds weer anders tegenaan kijkt. Het boek beschrijft vrijwel heel Alexanders leven vanaf zijn jeugd, als deel van een tweeling, met een heiden als vader en christen als moeder, een strenggelovige grootmoeder, omringd door slaven in een mooie villa buiten Rome. De jonge Alexander raakt onder de indruk van de verhalen over martelaars die zijn grootmoeder hem vertelt, en van het fresco van de herrezen Jezus, dat hem voor de rest van zijn leven zal achtervolgen. Alexander heeft een bevoorrechte positie en een veelbewogen leven, waarin hij onder andere bisschop Ambrosius, Augustinus en een aantal keizers persoonlijk kent. Wat Alexander zo bijzonder maakt, is dat hij van binnen altijd het jongetje blijft dat zonder te weten waarom in huilen uitbarstte bij het zien van het fresco van de herrezen Jezus. Hij ziet zoveel van de wereld en begrijpt er steeds minder van. Hoewel hij zijn geloof niet af kan zweren blijft hij er zijn hele leven mee worstelen. Alexander twijfelt altijd aan zichzelf en worstelt niet alleen met zijn geloof maar ook met zijn geweten en zijn eigen menselijkheid. Soms ben ik al even verbijsterd als Alexander om te zien hoe diep mensen kunnen zinken, ook mensen die zich christen noemen, soms snap ik even weinig van zijn wereld als hij, ik deel in zijn desillusies. Op andere momenten zie ik waar Alexander blind voor is, waar hij mee blijft worstelen terwijl de oplossing zo dichtbij ligt, de valkuilen waar hij blindelings in valt, hetgeen me vervult met diep medelijden. Hij maakt ook een heleboel mee in zijn leven, bijna meer dan een mens aankan – niet voor niets staat Alexander tegen het eind van het boek aan de rand van de afgrond, de waanzin nabij. De mensen die hem het meest dierbaar zijn geven zich moeiteloos over aan God en vinden vreugde in hun redding. Alexander ziet het jaloers aan: zijn geloof stamt al uit zijn kindertijd en heeft hem tot daden gedreven, maar hij kan er geen vreugde of rust in vinden en moet heel veel lijden doorstaan eer hij gered kan worden.
Alexander is voor mij één van de meest dierbare personages in fictie, met een karakterontwikkeling die slechts zelden geëvenaard wordt. Naast hem zijn er bijna ontelbare bijpersonages, een groot deel daarvan historische figuren, die meer of minder uitgebreid aan bod komen. Dat zou sommigen kunnen storen, ik zelf heb er niet zoveel last van. De geschiedenis, de kerktwisten, de verschillende culturen en de botsingen daartussen komen voor mij moeiteloos tot leven. Te midden hiervan staat Alexander, als zeer menselijke houvast in een groots verhaal. Ik zou hier nog veel langer over kunnen uitweiden, maar de tijd die het kost om deze recensie te lezen zou men beter kunnen besteden aan het lezen van het boek zelf. Het is de moeite waard.
Ik was een christen is elke moeite namelijk meer dan waard. Het boek staat vast in mijn top tien. Niet iedereen zal een verhaal als dit echter snel oppakken. Als je in het geheel geen interesse kunt opbrengen voor het christendom, de kerkgeschiedenis of de Romeinse tijd, wordt het wel heel moeilijk om je hier door heen te worstelen. Echter, dit is wel een roman en geen geschiedenisboek, dus als je geen al te grote problemen hebt met de historische achtergrond hoeft deze niet tot problemen te leiden.
Zelf vind ik de achtergrond fascinerend. Het grootse Romeinse rijk is langzaam aan het vervallen. De grenzen worden belaagd door barbaren, van binnenuit woeden er broedertwisten en intriges. De stamboom van de keizer aan het begin van het boek is zeker geen overbodige luxe. Wat ik zo mooi vind, is dat ik alle hofintriges, schandalen en moordpartijen als ongeloofwaardig zou hebben bestempeld als ze fictief waren, maar het is allemaal echt gebeurd: de moord op de familie van de keizer, de moord op duizenden Tessalonicenzen in een overvolle arena, de belegering van de kerk in Milaan, de raadselachtige manier waarop verschillende keizers aan hun einde komen. Christenen worden vervolgd door heidenen, christenen vervolgen de heidenen, christenen vervolgen elkaar. Terwijl het christendom verder verbreid wordt, wordt het van binnen uitgehold. Keizers en bisschoppen krijgen het regelmatig met elkaar aan de stok. De massa bekeert zich net zoals de wind waait. Voor de door Christus geleerde naastenliefde is geen tijd en ruimte meer.
Waar de achtergrond fascinerend is, is de hoofdpersoon mij zeer dierbaar. Ik was een christen is een autobiografie, waarvan de eerste zin luidt: Ik, Alexander Marcus Aurelius, heb een mens gedood. Die gebeurtenis speelt een centrale rol in het boek en in het leven van Alexander. Toch is het verhaal niet afgelopen met de moord en de onmiddellijke nasleep daarvan, wat wellicht gemakkelijker zou zijn geweest. Alexander is nog jong en heeft jaren te leven met wat hij gedaan heeft, jaren waarin hij zijn geheim bij zich draagt en er steeds weer anders tegenaan kijkt. Het boek beschrijft vrijwel heel Alexanders leven vanaf zijn jeugd, als deel van een tweeling, met een heiden als vader en christen als moeder, een strenggelovige grootmoeder, omringd door slaven in een mooie villa buiten Rome. De jonge Alexander raakt onder de indruk van de verhalen over martelaars die zijn grootmoeder hem vertelt, en van het fresco van de herrezen Jezus, dat hem voor de rest van zijn leven zal achtervolgen. Alexander heeft een bevoorrechte positie en een veelbewogen leven, waarin hij onder andere bisschop Ambrosius, Augustinus en een aantal keizers persoonlijk kent. Wat Alexander zo bijzonder maakt, is dat hij van binnen altijd het jongetje blijft dat zonder te weten waarom in huilen uitbarstte bij het zien van het fresco van de herrezen Jezus. Hij ziet zoveel van de wereld en begrijpt er steeds minder van. Hoewel hij zijn geloof niet af kan zweren blijft hij er zijn hele leven mee worstelen. Alexander twijfelt altijd aan zichzelf en worstelt niet alleen met zijn geloof maar ook met zijn geweten en zijn eigen menselijkheid. Soms ben ik al even verbijsterd als Alexander om te zien hoe diep mensen kunnen zinken, ook mensen die zich christen noemen, soms snap ik even weinig van zijn wereld als hij, ik deel in zijn desillusies. Op andere momenten zie ik waar Alexander blind voor is, waar hij mee blijft worstelen terwijl de oplossing zo dichtbij ligt, de valkuilen waar hij blindelings in valt, hetgeen me vervult met diep medelijden. Hij maakt ook een heleboel mee in zijn leven, bijna meer dan een mens aankan – niet voor niets staat Alexander tegen het eind van het boek aan de rand van de afgrond, de waanzin nabij. De mensen die hem het meest dierbaar zijn geven zich moeiteloos over aan God en vinden vreugde in hun redding. Alexander ziet het jaloers aan: zijn geloof stamt al uit zijn kindertijd en heeft hem tot daden gedreven, maar hij kan er geen vreugde of rust in vinden en moet heel veel lijden doorstaan eer hij gered kan worden.
Alexander is voor mij één van de meest dierbare personages in fictie, met een karakterontwikkeling die slechts zelden geëvenaard wordt. Naast hem zijn er bijna ontelbare bijpersonages, een groot deel daarvan historische figuren, die meer of minder uitgebreid aan bod komen. Dat zou sommigen kunnen storen, ik zelf heb er niet zoveel last van. De geschiedenis, de kerktwisten, de verschillende culturen en de botsingen daartussen komen voor mij moeiteloos tot leven. Te midden hiervan staat Alexander, als zeer menselijke houvast in een groots verhaal. Ik zou hier nog veel langer over kunnen uitweiden, maar de tijd die het kost om deze recensie te lezen zou men beter kunnen besteden aan het lezen van het boek zelf. Het is de moeite waard.
Im Westen Nichts Neues - Erich Maria Remarque (1929)
Alternatieve titel: Van het Westelijk Front Geen Nieuws

4,5
0
geplaatst: 17 februari 2014, 20:41 uur
Im Westen nichts neues is één van de indrukwekkendste en vermoedelijk het allerafschuwelijkste boek dat ik ooit gelezen heb. Aan de reacties hierboven te zien ben ik niet de enige die er zo over denkt. Ik had dit boek al eerder gelezen, en het was voor mij een raadsel waarom ik de behoefte had om terug te keren naar een verhaal dat de vreselijkste emoties in je oproept.
De Eerste Wereldoorlog was verschrikkelijk, dat weet iedereen wel. Remarque slaagt er echter in om je dat ook echt te doen voelen. Soms door heftige, emotionele gedeelten, zoals een sterfgeval aan het begin van het verhaal, of de angstaanval van de hoofdpersoon meer richting het einde. Soms beschrijft Remarque de meest afgrijselijke dingen op een korte, zakelijke manier. En juist als je denkt dat je de ellende niet meer aankan, wordt het wat rustiger aan het front en zien we de kameraadschap die er tussen de soldaten bestaat. Niet dat je je daar nu meteen beter door voelt; het geeft je vooral de gelegenheid om een generatie te zien die door de oorlog vernield is, ‘ook wanneer het haar was gelukt aan de granaten te ontkomen.’ De soldaten zijn jong en onbezonnen de oorlog ingestuurd, zijn al hun idealen verloren en kunnen zich het leven na de oorlog niet eens meer voorstellen. Die vervreemding wordt pijnlijk duidelijk wanneer Paul met verlof naar huis mag en daar totaal niet kan aarden.
Im Westen nichts neues gaat over meer dan de zichtbare verschrikkingen van de oorlog. Remarque beschrijft zeer treffend hoe de oorlog mensen hun menselijkheid ontneemt. Paul en zijn vrienden veranderen in dierlijke wezens, die zich met niet veel meer bezig kunnen houden dan met eten, slapen en proberen niet krankzinnig te worden. Als de menselijkheid even de kop opsteekt, bijvoorbeeld in de vorm van heimwee, is dat des te pijnlijker. Naarmate het verhaal vordert, raakt Paul steeds verder afgestompt. Zijn beschrijvingen worden steeds zakelijker en korter terwijl zijn maten in hoog tempo sterven. Als uiteindelijk zelfs steun en toeverlaat Kat geveld wordt begin je je af te vragen of Paul dit nog wel volhoudt. Veel meer kan er niet meer mis gaan. Het einde voelt dan ook vooral als een bevrijding. Ik zou meer medelijden met Paul hebben gehad als hij na deze verschrikkingen verder had moeten leven. Dat zegt wel wat, dunkt me.
Wat ik zo knap vind, is dat het in het boek niet eens echt over de oorlog gaat zoals die in de geschiedenisboeken beschreven staat. Over de reden achter de oorlog wordt niet gesproken, die is voor de soldaten ook niet echt relevant. Geen van hen heeft iets tegen de Fransen, zoals door één van de personages terecht wordt opgemerkt. Er wordt, als ik het goed gezien heb, ook geen enkele keer gesproken van de vijand. ‘Zij aan de overkant’ zitten in hetzelfde schuitje, ze hebben alleen beter te eten. Ook het overzicht ontbreekt; je weet niet waar de soldaten zijn en waar ze eigenlijk mee bezig zijn, net zomin als zij dat weten. Juist daardoor ben je in staat de volledige horror van de oorlog in te voelen.
Ik zou niet weten waarom je Im Westen nichts neues eigenlijk zou willen lezen, ik weet niet eens waarom ik het zelfs voor een tweede keer gelezen heb. Ik wist al hoe het afliep en ik wist ook hoe afschuwelijk ik me er door zou voelen. Ik weet wel dat ik vind dat veel meer mensen wereldwijd dit boek moeten lezen. Als je enigszins bij je verstand bent denk je dan wel drie keer na voordat je zoete woorden spreekt over heldendom en sterven voor het vaderland - en zelf veilig thuis blijft. Niet voor niets werd dit boek massaal door de nazi’s verbrand.
Hoewel de Grote Oorlog onbevattelijk blijft, heeft Remarque de ellende ervan invoelbaar gemaakt. Maar voor een klein deel vermoedelijk, maar dat deel is meer dan genoeg.
De Eerste Wereldoorlog was verschrikkelijk, dat weet iedereen wel. Remarque slaagt er echter in om je dat ook echt te doen voelen. Soms door heftige, emotionele gedeelten, zoals een sterfgeval aan het begin van het verhaal, of de angstaanval van de hoofdpersoon meer richting het einde. Soms beschrijft Remarque de meest afgrijselijke dingen op een korte, zakelijke manier. En juist als je denkt dat je de ellende niet meer aankan, wordt het wat rustiger aan het front en zien we de kameraadschap die er tussen de soldaten bestaat. Niet dat je je daar nu meteen beter door voelt; het geeft je vooral de gelegenheid om een generatie te zien die door de oorlog vernield is, ‘ook wanneer het haar was gelukt aan de granaten te ontkomen.’ De soldaten zijn jong en onbezonnen de oorlog ingestuurd, zijn al hun idealen verloren en kunnen zich het leven na de oorlog niet eens meer voorstellen. Die vervreemding wordt pijnlijk duidelijk wanneer Paul met verlof naar huis mag en daar totaal niet kan aarden.
Im Westen nichts neues gaat over meer dan de zichtbare verschrikkingen van de oorlog. Remarque beschrijft zeer treffend hoe de oorlog mensen hun menselijkheid ontneemt. Paul en zijn vrienden veranderen in dierlijke wezens, die zich met niet veel meer bezig kunnen houden dan met eten, slapen en proberen niet krankzinnig te worden. Als de menselijkheid even de kop opsteekt, bijvoorbeeld in de vorm van heimwee, is dat des te pijnlijker. Naarmate het verhaal vordert, raakt Paul steeds verder afgestompt. Zijn beschrijvingen worden steeds zakelijker en korter terwijl zijn maten in hoog tempo sterven. Als uiteindelijk zelfs steun en toeverlaat Kat geveld wordt begin je je af te vragen of Paul dit nog wel volhoudt. Veel meer kan er niet meer mis gaan. Het einde voelt dan ook vooral als een bevrijding. Ik zou meer medelijden met Paul hebben gehad als hij na deze verschrikkingen verder had moeten leven. Dat zegt wel wat, dunkt me.
Wat ik zo knap vind, is dat het in het boek niet eens echt over de oorlog gaat zoals die in de geschiedenisboeken beschreven staat. Over de reden achter de oorlog wordt niet gesproken, die is voor de soldaten ook niet echt relevant. Geen van hen heeft iets tegen de Fransen, zoals door één van de personages terecht wordt opgemerkt. Er wordt, als ik het goed gezien heb, ook geen enkele keer gesproken van de vijand. ‘Zij aan de overkant’ zitten in hetzelfde schuitje, ze hebben alleen beter te eten. Ook het overzicht ontbreekt; je weet niet waar de soldaten zijn en waar ze eigenlijk mee bezig zijn, net zomin als zij dat weten. Juist daardoor ben je in staat de volledige horror van de oorlog in te voelen.
Ik zou niet weten waarom je Im Westen nichts neues eigenlijk zou willen lezen, ik weet niet eens waarom ik het zelfs voor een tweede keer gelezen heb. Ik wist al hoe het afliep en ik wist ook hoe afschuwelijk ik me er door zou voelen. Ik weet wel dat ik vind dat veel meer mensen wereldwijd dit boek moeten lezen. Als je enigszins bij je verstand bent denk je dan wel drie keer na voordat je zoete woorden spreekt over heldendom en sterven voor het vaderland - en zelf veilig thuis blijft. Niet voor niets werd dit boek massaal door de nazi’s verbrand.
Hoewel de Grote Oorlog onbevattelijk blijft, heeft Remarque de ellende ervan invoelbaar gemaakt. Maar voor een klein deel vermoedelijk, maar dat deel is meer dan genoeg.
Imperium - Robert Harris (2006)

4,0
1
geplaatst: 13 juli 2020, 21:00 uur
Een jaar of twee geleden las ik Pompeii en tot mijn milde verbazing wist Harris mij te interesseren voor vulkanen en aquaducten - geen van beide onderwerpen die mij tot dan toe geboeid hadden. Sindsdien ben ik altijd benieuwd geweest of Harris hetzelfde voor elkaar zou weten te krijgen met het rechtssysteem van de Romeinse republiek. Het korte antwoord: jazeker.
Daarbij wel wat kanttekeningen. Ik denk dat ik bovengemiddeld geïnteresseerd ben in de Romeinse tijd, terwijl ik er tegelijkertijd niet bijzonder veel verstand van heb. Dat maakt de kans groot dat een boek in deze setting mij waarschijnlijk weet aan te spreken én dan ook nog spannend blijft omdat ik niet goed weet hoe het zal eindigen. Cicero ken ik heel vaag nog uit Terentia, maar het is jaren geleden dat ik dat las, en in Porcia, Vrouw van Brutus, dat ik beter ken, blijft hij erg op de achtergrond. Maar zijn reputatie als briljante selfmade man kende ik in ieder geval wel. Hoe dan ook, de voorafkans dat dit boek mij zou bevallen is waarschijnlijk een stuk groter dan voor een heleboel andere mensen. Het is echter een onderschatting van Harris' prestatie om dit als enige verklaring te geven voor mijn waardering van dit boek.
Wat zo moeilijk is in historische romans is zorgen dat de lezer voldoende context heeft om het verhaal te begrijpen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat die expositie op een natuurlijke manier met het verhaal verheven wordt. Harris doet dit handig door het verhaal te laten vertellen door Tiro. Tiro staat dichtbij de actie maar is er niet het middelpunt van, en als secretaris van een politicus is het niet verwonderlijk dat hij feitelijk en gedetailleerd is. Hoewel hij het soms ook gewoon vermakelijk lijkt te vinden om een willekeurig feit mede te delen (dat een verkiezing ongeldig verklaard kan worden als iemand een insult krijgt bijvoorbeeld), wat mijns inziens alleen maar bijdraagt aan de levendigheid van het verhaal. Soms legt Harris juist vrij weinig uit (ik weet nog steeds niet wat nu het verschil is tussen een praetor en een aediel) en omdat ik nieuwsgierig ben vind ik dat nog wel eens jammer, maar ik heb ook gemerkt dat het voor het volgen van het verhaal niet veel uitmaakt.
Ik-persoon Tiro is waarschijnlijk bewust een weinig uitgesproken personage gemaakt. Cicero is een fascinerend figuur, al zij het iemand die je liever op een klein afstandje bewondert dan dat je hem zou willen zijn - precies wat Harris doet door ons via Tiro naar hem te laten kijken. Harris weet ook zijn andere personages bijzonder raak neer te zetten: de gedesillusioneerde idealist Lucius, broer Quintus met een net niet helemaal kloppend idee over zijn eigen belangrijkheid, de snobistische Crassus, de nu al angstaanjagende Caesar, en nog veel meer. Absolute favoriet is Terentia, die wordt geïntroduceerd als 'lelijk, voornaam en rijk'. Ze is vinnig en licht ontvlambaar, maar als Cicero een van die zeldzame momenten heeft dat hij het niet meer ziet zitten, is zij de enige die hem er weer bovenop weet te krijgen. Tiro vraagt zich heel terloops af hoe ver Terentia het met haar verstand zou hebben geschopt als ze geen vrouw was geweest, en ik denk dat dat een heel goede vraag is.
Zoals ik eerder heel geïnteresseerd las over de werking van vulkanen maar daar vervolgens weinig van heb onthouden, zo zal ik waarschijnlijk ook niet heel veel onthouden van het politieke gekonkel in de nadagen van de Romeinse republiek. Ik vond de vele namen ook erg moeilijk om uit elkaar te houden, iets waar ik toch niet snel last van heb. Desondanks heb ik er toch echt van Imperium genoten. Het proces tegen Verres, de truc van het wegstemmen van de tribuun die zijn veto wil uitspreken tegen een wet, de verschillende verkiezingen die altijd met een schimmige samenzwering gepaard lijken te gaan; Harris houdt een enorme vaart in het verhaal en weet altijd de balans tussen geschiedenisles en menselijk drama te behouden. Heel erg knap. Ik kijk erg uit naar de komende delen.
Daarbij wel wat kanttekeningen. Ik denk dat ik bovengemiddeld geïnteresseerd ben in de Romeinse tijd, terwijl ik er tegelijkertijd niet bijzonder veel verstand van heb. Dat maakt de kans groot dat een boek in deze setting mij waarschijnlijk weet aan te spreken én dan ook nog spannend blijft omdat ik niet goed weet hoe het zal eindigen. Cicero ken ik heel vaag nog uit Terentia, maar het is jaren geleden dat ik dat las, en in Porcia, Vrouw van Brutus, dat ik beter ken, blijft hij erg op de achtergrond. Maar zijn reputatie als briljante selfmade man kende ik in ieder geval wel. Hoe dan ook, de voorafkans dat dit boek mij zou bevallen is waarschijnlijk een stuk groter dan voor een heleboel andere mensen. Het is echter een onderschatting van Harris' prestatie om dit als enige verklaring te geven voor mijn waardering van dit boek.
Wat zo moeilijk is in historische romans is zorgen dat de lezer voldoende context heeft om het verhaal te begrijpen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat die expositie op een natuurlijke manier met het verhaal verheven wordt. Harris doet dit handig door het verhaal te laten vertellen door Tiro. Tiro staat dichtbij de actie maar is er niet het middelpunt van, en als secretaris van een politicus is het niet verwonderlijk dat hij feitelijk en gedetailleerd is. Hoewel hij het soms ook gewoon vermakelijk lijkt te vinden om een willekeurig feit mede te delen (dat een verkiezing ongeldig verklaard kan worden als iemand een insult krijgt bijvoorbeeld), wat mijns inziens alleen maar bijdraagt aan de levendigheid van het verhaal. Soms legt Harris juist vrij weinig uit (ik weet nog steeds niet wat nu het verschil is tussen een praetor en een aediel) en omdat ik nieuwsgierig ben vind ik dat nog wel eens jammer, maar ik heb ook gemerkt dat het voor het volgen van het verhaal niet veel uitmaakt.
Ik-persoon Tiro is waarschijnlijk bewust een weinig uitgesproken personage gemaakt. Cicero is een fascinerend figuur, al zij het iemand die je liever op een klein afstandje bewondert dan dat je hem zou willen zijn - precies wat Harris doet door ons via Tiro naar hem te laten kijken. Harris weet ook zijn andere personages bijzonder raak neer te zetten: de gedesillusioneerde idealist Lucius, broer Quintus met een net niet helemaal kloppend idee over zijn eigen belangrijkheid, de snobistische Crassus, de nu al angstaanjagende Caesar, en nog veel meer. Absolute favoriet is Terentia, die wordt geïntroduceerd als 'lelijk, voornaam en rijk'. Ze is vinnig en licht ontvlambaar, maar als Cicero een van die zeldzame momenten heeft dat hij het niet meer ziet zitten, is zij de enige die hem er weer bovenop weet te krijgen. Tiro vraagt zich heel terloops af hoe ver Terentia het met haar verstand zou hebben geschopt als ze geen vrouw was geweest, en ik denk dat dat een heel goede vraag is.
Zoals ik eerder heel geïnteresseerd las over de werking van vulkanen maar daar vervolgens weinig van heb onthouden, zo zal ik waarschijnlijk ook niet heel veel onthouden van het politieke gekonkel in de nadagen van de Romeinse republiek. Ik vond de vele namen ook erg moeilijk om uit elkaar te houden, iets waar ik toch niet snel last van heb. Desondanks heb ik er toch echt van Imperium genoten. Het proces tegen Verres, de truc van het wegstemmen van de tribuun die zijn veto wil uitspreken tegen een wet, de verschillende verkiezingen die altijd met een schimmige samenzwering gepaard lijken te gaan; Harris houdt een enorme vaart in het verhaal en weet altijd de balans tussen geschiedenisles en menselijk drama te behouden. Heel erg knap. Ik kijk erg uit naar de komende delen.
Impresor de Venecia, El - Javier Azpeitia (2016)
Alternatieve titel: De Drukker van Venetië

2,5
0
geplaatst: 3 augustus 2020, 20:16 uur
Middelmatig. Op de kaft wordt dit boek als 'eerbetoon aan hen die leven voor en door de boeken' aangeprezen. Na het lezen van De Drukker van Venetië krijg in de indruk dat dat eerbetoon niet voor mij bedoeld is.
Het concept staat mij wel aan: de lotgevallen van een beginnende drukker in Italië tijdens de hoogtijdagen van de Renaissance. De kaft beloofde verder dat het zou gaan over gestolen manuscripten en censuur. Technisch gezien is dat waar, maar het blijkt niet half zo spannend als zou moeten. Het gaat met name over één manuscript van Epicurus, Over de liefde genaamd, dat volgens de hoofdrolspelers uitermate schokkend en belangrijk zou moeten zijn. Waaróm dat zo is, weet Azpeitita echter niet over te brengen. Ergens halverwege het boek krijgen we een stuk uit het manuscript te lezen, waarbij de zin 'waarom blijf je maar aan mijn billen zitten?' een redelijke indruk geeft van de kwaliteit en inhoud. Begrijpelijk dat er mensen zijn die liever niet willen dat dit gedrukt wordt.
Bovenstaande is het plotelement dat het verhaal vooruit moet drijven, al had het voor mij het tegenovergestelde effect. Af en toe duikt er iets op wat veel interessanter is, hoe Aldo's vrouw Maria zichzelf in de drukkerij weet te manoeuvreren bijvoorbeeld. Daartegenover staan zijplotjes die nauwelijks met het verhaal te maken lijken te hebben. Op vrij lukrake momenten wisselt het perspectief van personele verteller naar eerste persoon enkelvoud, waarbij er ineens willekeurige mensen aan het woord zijn. Zo is er tegen het einde een hoofdstuk over Erasmus dat helemaal niets aan verhaal toevoegt. Sowieso doet Azpeitia vrij schaamteloos aan namedropping. Je zou verwachten dat dat in een historische roman geen probleem zou moeten zijn, maar hier komt het aardig snobistisch over. Niet iedereen is bekend met de 15e-eeuwse Italiaanse elite. Al heel snel gooide ik al die namen van waarschijnlijk belangrijke historische figuren op één hoop.
Af en toe neemt de schrijver de tijd om nog iets van karakterontwikkeling te verzorgen voor zijn hoofdpersoon. Het jammere hierbij is dat de dingen die ik niet zo heel interessant vind (de scène in de Stufa waarin Aldo (heel ongeloofwaardig trouwens) niet doorheeft dat hij in een bordeel terechtgekomen is) vrij uitgebreid worden beschreven en de dingen die mij boeiend lijken (Marietta die zich over Aldo ontfermt als hij ziek wordt, waarna hij met haar besluit te trouwen, tot zij echter ook ziek wordt en sterft) worden met een paar regeltjes afgedaan.
Als ik één ding had verwacht van dit boek, dan was het wel dat het enthousiasme voor de literatuur zou opwekken. Ook dat blijkt echter niet zo. Als het al over literatuur gaat, dan alleen over het meest schunnige werk van oude filosofen. Dat is aan mij niet besteed. Gelukkig ken ik nog wel wat andere boeken over boeken die mij veel beter aanstaan.
Het concept staat mij wel aan: de lotgevallen van een beginnende drukker in Italië tijdens de hoogtijdagen van de Renaissance. De kaft beloofde verder dat het zou gaan over gestolen manuscripten en censuur. Technisch gezien is dat waar, maar het blijkt niet half zo spannend als zou moeten. Het gaat met name over één manuscript van Epicurus, Over de liefde genaamd, dat volgens de hoofdrolspelers uitermate schokkend en belangrijk zou moeten zijn. Waaróm dat zo is, weet Azpeitita echter niet over te brengen. Ergens halverwege het boek krijgen we een stuk uit het manuscript te lezen, waarbij de zin 'waarom blijf je maar aan mijn billen zitten?' een redelijke indruk geeft van de kwaliteit en inhoud. Begrijpelijk dat er mensen zijn die liever niet willen dat dit gedrukt wordt.
Bovenstaande is het plotelement dat het verhaal vooruit moet drijven, al had het voor mij het tegenovergestelde effect. Af en toe duikt er iets op wat veel interessanter is, hoe Aldo's vrouw Maria zichzelf in de drukkerij weet te manoeuvreren bijvoorbeeld. Daartegenover staan zijplotjes die nauwelijks met het verhaal te maken lijken te hebben. Op vrij lukrake momenten wisselt het perspectief van personele verteller naar eerste persoon enkelvoud, waarbij er ineens willekeurige mensen aan het woord zijn. Zo is er tegen het einde een hoofdstuk over Erasmus dat helemaal niets aan verhaal toevoegt. Sowieso doet Azpeitia vrij schaamteloos aan namedropping. Je zou verwachten dat dat in een historische roman geen probleem zou moeten zijn, maar hier komt het aardig snobistisch over. Niet iedereen is bekend met de 15e-eeuwse Italiaanse elite. Al heel snel gooide ik al die namen van waarschijnlijk belangrijke historische figuren op één hoop.
Af en toe neemt de schrijver de tijd om nog iets van karakterontwikkeling te verzorgen voor zijn hoofdpersoon. Het jammere hierbij is dat de dingen die ik niet zo heel interessant vind (de scène in de Stufa waarin Aldo (heel ongeloofwaardig trouwens) niet doorheeft dat hij in een bordeel terechtgekomen is) vrij uitgebreid worden beschreven en de dingen die mij boeiend lijken (Marietta die zich over Aldo ontfermt als hij ziek wordt, waarna hij met haar besluit te trouwen, tot zij echter ook ziek wordt en sterft) worden met een paar regeltjes afgedaan.
Als ik één ding had verwacht van dit boek, dan was het wel dat het enthousiasme voor de literatuur zou opwekken. Ook dat blijkt echter niet zo. Als het al over literatuur gaat, dan alleen over het meest schunnige werk van oude filosofen. Dat is aan mij niet besteed. Gelukkig ken ik nog wel wat andere boeken over boeken die mij veel beter aanstaan.
In a Far Country - Linda Holeman (2008)
Alternatieve titel: Witte Jasmijn

3,5
0
geplaatst: 16 februari 2011, 20:52 uur
Het verbaast mij dat ik de eerste ben die op dit boek heeft gestemd. Het is namelijk een toegankelijk, maar ook goed geschreven boek. Ik vermoed dat Linda Holeman in Nederland ofwel onbekend is, ofwel sterk ondergewaardeerd wordt, aangezien ook haar andere boeken op deze site niet veel commentaar hebben. En dat is niet terecht, want met In a Far Country bewijst ze opnieuw dat ze de kunst verstaat om te schrijven op een manier die voor iedereen leesbaar is, die weinig inspanning vergt (een zogenaamde pageturner - is daar een mooi Nederlands woord voor?) maar toch prima te genieten is.
De hoofdpersoon, Pree Fincastle, groeit op in een afgelegen plek in Noord-India. Haar jeugd is niet bepaald normaal te noemen: haar vader is weliswaar zendeling maar slaagt er niet bepaald in om zijn roeping om te zetten in daden, en haar moeder zoekt haar toevlucht in medicijnen om het verleden te vergeten en het harde leven, dat haar zo zwaar valt, te verdragen. Gelukkig is daar Kai, die Prees leven nog een beetje dragelijk weet te maken. Maar van de ene rampzalige gebeurtenis komt de andere en plotseling is alles op z'n kop gekeerd. Pree staat er plotseling helemaal alleen voor en moet hard vechten om nog iets van haar leven te maken en niet te verzinken in wanhoop.
Linda Holeman gebruikt vaak dezelfde thema's in haar boeken. Net als in The Linnet Bird en in The Moonlit Cage is de hoofdpersoon een jonge vrouw die min of meer verstoten wordt door de samenleving en er alleen voor staat. Net als Linny en Daryâ uit de vorige boeken, ziet Pree zich gedwongen om een keuze te maken die haar aan de ene kant nog verder zal vervreemden van de mensen om haar heen en haar in een nog miserabeler situatie doet belanden, maar die aan de andere kant ook haar enige kans op verbetering is. De manier waarop ze dit doet, lijkt veel op zoals het al in Holemans vorige boeken werd beschreven. De situatie is echter heel anders en hoewel niet iedereen het met Prees keuze eens zal zijn zal iedereen haar afwegingen kunnen begrijpen.
Eén van de sterkste punten van Holeman is dat ze zelden tot nooit sentimenteel wordt. Haar personages hebben gevoelens en problemen maar laten zich daar doorgaans niet op melodramatische wijze over uit. Ook zijn ze niet per definitie goed of slecht en zeker niet eendimensionaal, om het zo maar te noemen. Er is genoeg ruimte voor interpretatie. Daarnaast weet de schrijfster op magistrale wijze de sfeer van het negentiende eeuwse India op te roepen. Haar beschrijvingen van de bazaars, de omgeving, de gerechten, de cultuur, enzovoort zijn zo levendig en levensecht dat je graag wilt geloven dat het er nu nog steeds zo aan toe gaat. Het allersterkste punt is toch, naar mijn mening dat haar verhalen nooit een afgezaagd, Hollywoord happy end hebben. Het loopt goed af, maar niet op de standaard manier. Het gaat zelden helemaal in het leven zoals je gehoopt had, en voor Pree geldt hetzelde. In plaats van het meest voor de hand liggende einde, loopt alles anders en moet Pree haar nieuwe manier van leven maar zien te accepteren. Het loopt dan wel degelijk goed af, maar in die zin dat ze 'haar eigen identiteit gevonden heeft' om maar een vervelende uitdrukking te gebruiken, en dat ze leert daarmee tevreden te zijn. En dat ze dan, haast toevallig, op een heel andere manier uiteindelijk toch nog heel gelukkig wordt. Zo zie ik het graag.
Holeman noemt dit boek het slotstuk van een 'soort trilogie' over India, en als je alledrie de boeken gelezen hebt is het niet moeilijk om je dat voor te stellen. Hoewel ze (dat wil zeggen, The Linnet Bird, The Moonlit Cage en deze) prima onafhankelijk te lezen zijn, zijn ze nog veel leuker als je ze allemaal gelezen hebt. Sommige elementen en personages komen in meerdere boeken nog heel eventjes hun opwachting maken (dat vind ik altijd leuk) en ook in de verhalen zelf zijn parallellen te ontdekken.
Het grootste minpunt: de Nederlandse titel. Had de uitgever nog meer redenen dan het per se willen noemen van een bloem in de titel, net als bij andere boeken uit de serie, om het boek Witte Jasmijn te noemen? Er is in het boek geen enkel moment waarop witte jasmijn, of welke bloem dan ook, een rol van betekenis speelt. Ik vind 't nogal een knullige titel. Maar ja, dat mag de pret natuurlijk niet bederven!
Hoe dan ook, een boek als dit is mijns inziens geschikt voor een vrij breed lezerspubliek en heeft dan ook geheel onterecht zo weinig bekijks hier op boekmeter.nl. Dit boek, en natuurlijk ook Linda Holeman, verdient beter.
De hoofdpersoon, Pree Fincastle, groeit op in een afgelegen plek in Noord-India. Haar jeugd is niet bepaald normaal te noemen: haar vader is weliswaar zendeling maar slaagt er niet bepaald in om zijn roeping om te zetten in daden, en haar moeder zoekt haar toevlucht in medicijnen om het verleden te vergeten en het harde leven, dat haar zo zwaar valt, te verdragen. Gelukkig is daar Kai, die Prees leven nog een beetje dragelijk weet te maken. Maar van de ene rampzalige gebeurtenis komt de andere en plotseling is alles op z'n kop gekeerd. Pree staat er plotseling helemaal alleen voor en moet hard vechten om nog iets van haar leven te maken en niet te verzinken in wanhoop.
Linda Holeman gebruikt vaak dezelfde thema's in haar boeken. Net als in The Linnet Bird en in The Moonlit Cage is de hoofdpersoon een jonge vrouw die min of meer verstoten wordt door de samenleving en er alleen voor staat. Net als Linny en Daryâ uit de vorige boeken, ziet Pree zich gedwongen om een keuze te maken die haar aan de ene kant nog verder zal vervreemden van de mensen om haar heen en haar in een nog miserabeler situatie doet belanden, maar die aan de andere kant ook haar enige kans op verbetering is. De manier waarop ze dit doet, lijkt veel op zoals het al in Holemans vorige boeken werd beschreven. De situatie is echter heel anders en hoewel niet iedereen het met Prees keuze eens zal zijn zal iedereen haar afwegingen kunnen begrijpen.
Eén van de sterkste punten van Holeman is dat ze zelden tot nooit sentimenteel wordt. Haar personages hebben gevoelens en problemen maar laten zich daar doorgaans niet op melodramatische wijze over uit. Ook zijn ze niet per definitie goed of slecht en zeker niet eendimensionaal, om het zo maar te noemen. Er is genoeg ruimte voor interpretatie. Daarnaast weet de schrijfster op magistrale wijze de sfeer van het negentiende eeuwse India op te roepen. Haar beschrijvingen van de bazaars, de omgeving, de gerechten, de cultuur, enzovoort zijn zo levendig en levensecht dat je graag wilt geloven dat het er nu nog steeds zo aan toe gaat. Het allersterkste punt is toch, naar mijn mening dat haar verhalen nooit een afgezaagd, Hollywoord happy end hebben. Het loopt goed af, maar niet op de standaard manier. Het gaat zelden helemaal in het leven zoals je gehoopt had, en voor Pree geldt hetzelde. In plaats van het meest voor de hand liggende einde, loopt alles anders en moet Pree haar nieuwe manier van leven maar zien te accepteren. Het loopt dan wel degelijk goed af, maar in die zin dat ze 'haar eigen identiteit gevonden heeft' om maar een vervelende uitdrukking te gebruiken, en dat ze leert daarmee tevreden te zijn. En dat ze dan, haast toevallig, op een heel andere manier uiteindelijk toch nog heel gelukkig wordt. Zo zie ik het graag.
Holeman noemt dit boek het slotstuk van een 'soort trilogie' over India, en als je alledrie de boeken gelezen hebt is het niet moeilijk om je dat voor te stellen. Hoewel ze (dat wil zeggen, The Linnet Bird, The Moonlit Cage en deze) prima onafhankelijk te lezen zijn, zijn ze nog veel leuker als je ze allemaal gelezen hebt. Sommige elementen en personages komen in meerdere boeken nog heel eventjes hun opwachting maken (dat vind ik altijd leuk) en ook in de verhalen zelf zijn parallellen te ontdekken.
Het grootste minpunt: de Nederlandse titel. Had de uitgever nog meer redenen dan het per se willen noemen van een bloem in de titel, net als bij andere boeken uit de serie, om het boek Witte Jasmijn te noemen? Er is in het boek geen enkel moment waarop witte jasmijn, of welke bloem dan ook, een rol van betekenis speelt. Ik vind 't nogal een knullige titel. Maar ja, dat mag de pret natuurlijk niet bederven!
Hoe dan ook, een boek als dit is mijns inziens geschikt voor een vrij breed lezerspubliek en heeft dan ook geheel onterecht zo weinig bekijks hier op boekmeter.nl. Dit boek, en natuurlijk ook Linda Holeman, verdient beter.
