Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Galgenmeid - Jean-Claude van Rijckeghem en Pat van Beirs (2010)

3,5
1
geplaatst: 17 juli 2019, 20:42 uur
Jaren geleden las ik al eens Jonkvrouw van dezelfde schrijvers en ik heb het altijd onthouden als een wat modernere variant van Thea Beckmans boeken. Haar historische verhalen heb ik vroeger verslonden en herlees ik af en toe nog steeds; waarbij het me nu wel opvalt dat sommige aspecten wat gedateerd zijn.
Galgenmeid is op geen enkele manier gedateerd. Het mag zich dan in de zestiende eeuw afspelen, het verhaal (en met name de hoofdpersoon!) wordt zo levendig geschetst dat het volledig actueel aanvoelt. Toegegeven, af en toe draaft er een personage op dat een uitleggerige monoloog komt voordragen zodat we de historische ontwikkelingen begrijpen, maar over het algemeen zit de 'uitleg' netjes tussen de regels verborgen. En eigenlijk is het ook wel leuk om af en toe een volstrekt willekeurig historisch feit te weten te komen - pas nu ik weet wat een strontkei is bedacht ik me dat ik nooit heb geweten wat men vroeger gebruikte in plaats van wc-papier.
Gitte, de heldin, is eigenlijk ook zo'n typisch Thea Beckman-personage. Vrijgevochten, avontuurlijk, niet op haar mondje gevallen en niet van plan genoegen te nemen met het pad dat voor haar lijkt weggelegd. De ontwikkelingen waarin ze verzeild raakt zijn misschien niet altijd helemaal realistisch te noemen, maar vaart en spanning zit er zeker in. Het duurde me heel even om in het boek te komen, maar zeker nadat Gitte naar Spanje vertrekt wordt het moeilijk om het boek nog weg te leggen. De bijna 500 pagina's die het boek telt hoeven daarom ook niemand af te schrikken; ze zijn om voordat je het weet.
Twee belangrijke kritiekpunten wil ik nog wel even noemen. Allereerst vind ik het jammer dat de vader van Gitte zo'n schimmig figuur blijft. Ik had niet het idee dat dat de bedoeling was en vond het een opvallend contrast met de andere personages, tot de kleinste bijfiguren, die allemaal heel treffend geschilderd worden. Zowel het feit dat hij Gitte vrijwel onmiddellijk als zijn dochter accepteert als het gemak waarmee hij haar laat vallen lijkt een beetje uit de lucht te vallen. In Jonkvrouw was de relatie tussen de hoofdpersoon en haar vader juist één van de sterkste punten. Nu valt die eer te beurt aan de omgang tussen Gitte en Johannes Vuylsteke. Ze beschrijft én behandelt hem met vermakelijk cynisme terwijl het ondertussen maar al te duidelijk is dat ze om hem geeft.
Het tweede minpunt vind ik het eind. Ik had eigenlijk een wat positievere afloop verwacht. Ik dacht dat de ophanging van Gitte door haar kersverse echtgenoot en haar ontsnapping uit Spanje wel zo ongeveer het dramatisch hoogtepunt zouden vormen. Het was op zich te verwachten dat Gittes verleden eens zou uitkomen en dat zowel haar huwelijk als haar positie dat niet zou overleven en de uitwerking daarvan zou voldoende geweest zijn voor een mooi en voorzichtig positief einde. In plaats daarvan krijgen we nog een aantal ontwikkelingen, die wel relevant zijn maar niet meer heel goed worden uitgewerkt. De dood van Johannes Vuylsteke kwam voor mij bijvoorbeeld als een schok maar vervolgens is er te weinig boek over om het nog een plek te kunnen geven in het verhaal. Na nog een aantal tegenslagen komt het boek uiteindelijk vrij abrupt tot stilstand op een vrij pessimistische manier. Ik denk dat het ofwel eerder (kort na de aankomst in Vlissingen) dan wel later had moeten stoppen.
Door deze twee punten is Galgenmeid niet zo briljant als het had kunnen zijn. Blijft over dat het een kleurrijk, vermakelijk en uitstekend leesbaar boek is waar ik erg van heb genoten.
Galgenmeid is op geen enkele manier gedateerd. Het mag zich dan in de zestiende eeuw afspelen, het verhaal (en met name de hoofdpersoon!) wordt zo levendig geschetst dat het volledig actueel aanvoelt. Toegegeven, af en toe draaft er een personage op dat een uitleggerige monoloog komt voordragen zodat we de historische ontwikkelingen begrijpen, maar over het algemeen zit de 'uitleg' netjes tussen de regels verborgen. En eigenlijk is het ook wel leuk om af en toe een volstrekt willekeurig historisch feit te weten te komen - pas nu ik weet wat een strontkei is bedacht ik me dat ik nooit heb geweten wat men vroeger gebruikte in plaats van wc-papier.
Gitte, de heldin, is eigenlijk ook zo'n typisch Thea Beckman-personage. Vrijgevochten, avontuurlijk, niet op haar mondje gevallen en niet van plan genoegen te nemen met het pad dat voor haar lijkt weggelegd. De ontwikkelingen waarin ze verzeild raakt zijn misschien niet altijd helemaal realistisch te noemen, maar vaart en spanning zit er zeker in. Het duurde me heel even om in het boek te komen, maar zeker nadat Gitte naar Spanje vertrekt wordt het moeilijk om het boek nog weg te leggen. De bijna 500 pagina's die het boek telt hoeven daarom ook niemand af te schrikken; ze zijn om voordat je het weet.
Twee belangrijke kritiekpunten wil ik nog wel even noemen. Allereerst vind ik het jammer dat de vader van Gitte zo'n schimmig figuur blijft. Ik had niet het idee dat dat de bedoeling was en vond het een opvallend contrast met de andere personages, tot de kleinste bijfiguren, die allemaal heel treffend geschilderd worden. Zowel het feit dat hij Gitte vrijwel onmiddellijk als zijn dochter accepteert als het gemak waarmee hij haar laat vallen lijkt een beetje uit de lucht te vallen. In Jonkvrouw was de relatie tussen de hoofdpersoon en haar vader juist één van de sterkste punten. Nu valt die eer te beurt aan de omgang tussen Gitte en Johannes Vuylsteke. Ze beschrijft én behandelt hem met vermakelijk cynisme terwijl het ondertussen maar al te duidelijk is dat ze om hem geeft.
Het tweede minpunt vind ik het eind. Ik had eigenlijk een wat positievere afloop verwacht. Ik dacht dat de ophanging van Gitte door haar kersverse echtgenoot en haar ontsnapping uit Spanje wel zo ongeveer het dramatisch hoogtepunt zouden vormen. Het was op zich te verwachten dat Gittes verleden eens zou uitkomen en dat zowel haar huwelijk als haar positie dat niet zou overleven en de uitwerking daarvan zou voldoende geweest zijn voor een mooi en voorzichtig positief einde. In plaats daarvan krijgen we nog een aantal ontwikkelingen, die wel relevant zijn maar niet meer heel goed worden uitgewerkt. De dood van Johannes Vuylsteke kwam voor mij bijvoorbeeld als een schok maar vervolgens is er te weinig boek over om het nog een plek te kunnen geven in het verhaal. Na nog een aantal tegenslagen komt het boek uiteindelijk vrij abrupt tot stilstand op een vrij pessimistische manier. Ik denk dat het ofwel eerder (kort na de aankomst in Vlissingen) dan wel later had moeten stoppen.
Door deze twee punten is Galgenmeid niet zo briljant als het had kunnen zijn. Blijft over dat het een kleurrijk, vermakelijk en uitstekend leesbaar boek is waar ik erg van heb genoten.
Game of Thrones, A - George R.R. Martin (1996)
Alternatieve titel: Het Spel der Tronen

4,5
0
geplaatst: 6 februari 2016, 14:24 uur
In life, the monsters win
A Game of Thrones stond al jaren op mijn leeslijst, aangeraden door een fantasyliefhebber wiens smaak ik wel vertrouw. Ik was (en ben) nog vrij onbekend in het genre, maar wilde het advies wel opvolgen. Om een of andere reden kwam het er echter niet van, en toen kwam HBO met het fantastische Game of Thrones. Ik was meteen verkocht, maar wist niet of het handig was om serie en boeken door elkaar te volgen. Onlangs kreeg ik echter de boeken cadeau, en toen kon ik me niet meer inhouden.
Natuurlijk ga je vergelijken tussen boek en serie, maar ik heb daar helemaal geen problemen mee. Ze zijn allebei fantastisch! Ik begrijp nu ook waarom juist dit fantasyboek mij werd aangeraden, om dezelfde reden dat mij de serie werd aangeraden. Ja, er zijn draken en een soort van zombies, maar eigenlijk gaat het om macht, intriges, trouw, verraad, ingewikkelde familiebanden, complot, moord en doodslag. What’s not to love? Onlangs las ik I, Claudius, en ja, dat is een ander boek, in een andere tijd, maar het gaat net zo goed over concurrerende families die vechten om een troon (inclusief een kreupele hoofdpersoon en incest). En ik houd van dat soort verhalen; de setting maakt me nauwelijks meer uit. Alhoewel, misschien had ik het minder leuk gevonden als het vooral draken en zombies waren geweest. Er zijn kastelen en ridders, maar de romantische Middeleeuwen zijn nergens te bekennen. De monsters die het winnen, zoals Sansa ontdekt, zijn net zo menselijk als wij.
Als je de serie gezien hebt, zou je denken dat de verrassing en spanning er wel af zijn als je het boek voor de eerste keer leest. Niets is minder waar – al bij de proloog zat ik ademloos te lezen. Het feit dat ik van de meest schokkende plotwendingen al op de hoogte was, maakte ze nauwelijks minder schokkend. Ik vond het nog steeds afschuwelijk om te lezen hoe Ned Stark verraden werd na Roberts dood, gevolgd door een enorme slachting onder zijn gevolg, en hoe hij uiteindelijk, na een valse bekentenis die hem veel moeite moet hebben gekost, alsnog werd onthoofd. Een klein deel van mij bleef hopen dat het nu wel anders zou gaan. Misschien geeft het feit dat ik al weet wat er gaat komen, juist extra lading aan sommige scènes. Je weet waar de personages spijt van gaan krijgen, je weet wanneer twee personen elkaar voor het laatst zien (wat erg pijnlijk is soms).
Waar Martin erg goed in geslaagd is, zijn de perspectiefwisselingen. Je krijgt sympathie voor personages die elkaar niet eens mogen (bijvoorbeeld Catelyn – Jon en Catelyn – Tyrion) en je wordt eraan herinnerd hoe iedereen de hoofdpersoon in zijn eigen verhaal is. Catelyn en Robb weten niet wat Ned heeft ontdekt in King’s Landing, niemand, behalve de lezers, weet hoe het met Arya gaat, laat staan dat de meeste personages door hebben dat er wel degelijk draken en zombies aanwezig zijn. In plaats daarvan ziet Ned alleen hoe hij zichzelf in de nesten werkt (wat vreselijk is om te moeten zien én om te moeten lezen. Er zijn weinig mensen met zo’n hoge gunfactor als Eddard Stark). Catelyn wordt door omstandigheden gedwongen om haar tranen te drogen en in actie te komen (waarna ze zich ontwikkelt tot behoorlijk hard maar fantastisch personage). Sansa ziet haar wereldbeeld in scherven vallen (waarna ze dan toch eindelijk echt sympathiek wordt. Het precieze moment: als ze zegt ”maybe my brother will give me your head.” Burn!). Maar ook personages die niet hun eigen hoofdstukken krijgen, leren we kennen door de ogen van anderen. Robb, gezien door de ogen van zijn moeder en zijn broertje, is een van mijn favorieten, maar ook ‘kleinere’ personages zoals Jeor Mormont en Littlefinger zijn razend interessant. En zo zijn er nog veel meer personages, nog veel meer plotlijntjes, nog veel meer memorabele scènes (Barristan Selmy versus Joffrey, Catelyn + Summer versus moordenaar) die allemaal geweldig verfilmd zouden kunnen worden en dat gelukkig ook zijn.
Ach, ik zou hier nog veel meer over kunnen schrijven. In plaats daarvan kun je A Game of Thrones beter zelf gaan lezen. Het zijn een paar honderd pagina’s, maar je leest het zo weg, ook in het Engels. Fantasyliefhebber hoef je niet te zijn, een voorliefde voor een enorme hoeveelheid aan personages en plotlijnen is wel een pre. Daar krijg je dan ook een verhaal voor dat met recht episch te noemen is.
A Game of Thrones stond al jaren op mijn leeslijst, aangeraden door een fantasyliefhebber wiens smaak ik wel vertrouw. Ik was (en ben) nog vrij onbekend in het genre, maar wilde het advies wel opvolgen. Om een of andere reden kwam het er echter niet van, en toen kwam HBO met het fantastische Game of Thrones. Ik was meteen verkocht, maar wist niet of het handig was om serie en boeken door elkaar te volgen. Onlangs kreeg ik echter de boeken cadeau, en toen kon ik me niet meer inhouden.
Natuurlijk ga je vergelijken tussen boek en serie, maar ik heb daar helemaal geen problemen mee. Ze zijn allebei fantastisch! Ik begrijp nu ook waarom juist dit fantasyboek mij werd aangeraden, om dezelfde reden dat mij de serie werd aangeraden. Ja, er zijn draken en een soort van zombies, maar eigenlijk gaat het om macht, intriges, trouw, verraad, ingewikkelde familiebanden, complot, moord en doodslag. What’s not to love? Onlangs las ik I, Claudius, en ja, dat is een ander boek, in een andere tijd, maar het gaat net zo goed over concurrerende families die vechten om een troon (inclusief een kreupele hoofdpersoon en incest). En ik houd van dat soort verhalen; de setting maakt me nauwelijks meer uit. Alhoewel, misschien had ik het minder leuk gevonden als het vooral draken en zombies waren geweest. Er zijn kastelen en ridders, maar de romantische Middeleeuwen zijn nergens te bekennen. De monsters die het winnen, zoals Sansa ontdekt, zijn net zo menselijk als wij.
Als je de serie gezien hebt, zou je denken dat de verrassing en spanning er wel af zijn als je het boek voor de eerste keer leest. Niets is minder waar – al bij de proloog zat ik ademloos te lezen. Het feit dat ik van de meest schokkende plotwendingen al op de hoogte was, maakte ze nauwelijks minder schokkend. Ik vond het nog steeds afschuwelijk om te lezen hoe Ned Stark verraden werd na Roberts dood, gevolgd door een enorme slachting onder zijn gevolg, en hoe hij uiteindelijk, na een valse bekentenis die hem veel moeite moet hebben gekost, alsnog werd onthoofd. Een klein deel van mij bleef hopen dat het nu wel anders zou gaan. Misschien geeft het feit dat ik al weet wat er gaat komen, juist extra lading aan sommige scènes. Je weet waar de personages spijt van gaan krijgen, je weet wanneer twee personen elkaar voor het laatst zien (wat erg pijnlijk is soms).
Waar Martin erg goed in geslaagd is, zijn de perspectiefwisselingen. Je krijgt sympathie voor personages die elkaar niet eens mogen (bijvoorbeeld Catelyn – Jon en Catelyn – Tyrion) en je wordt eraan herinnerd hoe iedereen de hoofdpersoon in zijn eigen verhaal is. Catelyn en Robb weten niet wat Ned heeft ontdekt in King’s Landing, niemand, behalve de lezers, weet hoe het met Arya gaat, laat staan dat de meeste personages door hebben dat er wel degelijk draken en zombies aanwezig zijn. In plaats daarvan ziet Ned alleen hoe hij zichzelf in de nesten werkt (wat vreselijk is om te moeten zien én om te moeten lezen. Er zijn weinig mensen met zo’n hoge gunfactor als Eddard Stark). Catelyn wordt door omstandigheden gedwongen om haar tranen te drogen en in actie te komen (waarna ze zich ontwikkelt tot behoorlijk hard maar fantastisch personage). Sansa ziet haar wereldbeeld in scherven vallen (waarna ze dan toch eindelijk echt sympathiek wordt. Het precieze moment: als ze zegt ”maybe my brother will give me your head.” Burn!). Maar ook personages die niet hun eigen hoofdstukken krijgen, leren we kennen door de ogen van anderen. Robb, gezien door de ogen van zijn moeder en zijn broertje, is een van mijn favorieten, maar ook ‘kleinere’ personages zoals Jeor Mormont en Littlefinger zijn razend interessant. En zo zijn er nog veel meer personages, nog veel meer plotlijntjes, nog veel meer memorabele scènes (Barristan Selmy versus Joffrey, Catelyn + Summer versus moordenaar) die allemaal geweldig verfilmd zouden kunnen worden en dat gelukkig ook zijn.
Ach, ik zou hier nog veel meer over kunnen schrijven. In plaats daarvan kun je A Game of Thrones beter zelf gaan lezen. Het zijn een paar honderd pagina’s, maar je leest het zo weg, ook in het Engels. Fantasyliefhebber hoef je niet te zijn, een voorliefde voor een enorme hoeveelheid aan personages en plotlijnen is wel een pre. Daar krijg je dan ook een verhaal voor dat met recht episch te noemen is.
Geef Me de Ruimte! - Thea Beckman (1974)

3,5
0
geplaatst: 1 juni 2016, 19:29 uur
Jaren geleden heb ik zo ongeveer alles gelezen wat Thea Beckman geschreven heeft. Onlangs voelde ik de behoefte om een historisch, avontuurlijk verhaal te lezen, en toen kwam deze trilogie weer in mijn herinnering naar boven.
Wat ik nog wist? Dat de hoofdpersoon ergens een gewonde man opduikelt, dat ze gezamenlijk rondtrekken in een huifkar, dat ze naar Mont Saint-Michel gingen, en dat op een gegeven moment iemand de baard in de keel krijgt. Maar bovenal heb ik Bertrand Du Guesclin onthouden. Niet zozeer zijn naam, wel zijn lelijkheid en hoe stoer hij was.
Gelukkig blijft het boek ook jaren later nog steeds heel genietbaar. De schrijfstijl lijkt gericht op de jeugd en af en toe ligt het er wat dik bovenop, maar de thema's die worden aangesneden zijn allesbehalve kinderachtig. De bloederige details en rottende lijken na een veldslag worden ons niet bespaard. Maar is dat niet juist wat dit soort boeken opwindend maakt? Er zijn veldslagen, af en toe wordt er een kasteel belegerd of wordt iemand gevangen genomen, er sluimert altijd wel ergens een complot, de Pest waart rond... Genoeg aan de hand daar, in de veertiende eeuw.
De hoofdpersoon laat me eigenlijk koud. Ik kan me niet herinneren of dat vroeger ook zo was, maar nu erger ik me er aan dat ze zo mooi is, zo getalenteerd, zo geliefd... Iets teveel een engeltje voor mijn smaak. Berton de Fleur is al beter, maar Du Guesclin is nog steeds mijn held. Lelijk, lomp, armoedig en ongeletterd, en toch ieders enige hoop. Met z'n slimme boerenverstand.
Dan kom ik bij nog een klein probleem... In het boek wordt meermaals aangehaald dat God aan de kant van het verstand staat en domheid afstraft. Ik denk dat ik ook aan de kant van het verstand sta. De Fransen komen over als chauvinistisch, pompeus en vastgeroest in nutteloze tradities (met uitzondering van Du Guesclin, natuurlijk), terwijl de Engelsen praktisch en sluw zijn. Natuurlijk hebben ze niets te zoeken in Frankrijk, maar als je ziet hoe dom de Fransen zich gedragen op het slagveld is het niet meer dan verdiend dat ze verslagen worden. Marie-Claires lyrische liefde voor Frankrijk kan ik dan ook niet delen.
Maar ik wilde een historisch, avontuurlijk verhaal, en dat heb ik gekregen. Geef me de ruimte! (wat een vreselijk dramatische titel trouwens) leest heerlijk makkelijk weg, er gebeurt van alles, het wordt nooit saai, en ik wil zo graag weten hoe het ook alweer verder gaat (vooral met Bertrand Du Guesclin) dat ik het volgende deel in de trilogie alvast in huis heb gehaald. Is een goed teken, lijkt me.
Wat ik nog wist? Dat de hoofdpersoon ergens een gewonde man opduikelt, dat ze gezamenlijk rondtrekken in een huifkar, dat ze naar Mont Saint-Michel gingen, en dat op een gegeven moment iemand de baard in de keel krijgt. Maar bovenal heb ik Bertrand Du Guesclin onthouden. Niet zozeer zijn naam, wel zijn lelijkheid en hoe stoer hij was.
Gelukkig blijft het boek ook jaren later nog steeds heel genietbaar. De schrijfstijl lijkt gericht op de jeugd en af en toe ligt het er wat dik bovenop, maar de thema's die worden aangesneden zijn allesbehalve kinderachtig. De bloederige details en rottende lijken na een veldslag worden ons niet bespaard. Maar is dat niet juist wat dit soort boeken opwindend maakt? Er zijn veldslagen, af en toe wordt er een kasteel belegerd of wordt iemand gevangen genomen, er sluimert altijd wel ergens een complot, de Pest waart rond... Genoeg aan de hand daar, in de veertiende eeuw.
De hoofdpersoon laat me eigenlijk koud. Ik kan me niet herinneren of dat vroeger ook zo was, maar nu erger ik me er aan dat ze zo mooi is, zo getalenteerd, zo geliefd... Iets teveel een engeltje voor mijn smaak. Berton de Fleur is al beter, maar Du Guesclin is nog steeds mijn held. Lelijk, lomp, armoedig en ongeletterd, en toch ieders enige hoop. Met z'n slimme boerenverstand.
Dan kom ik bij nog een klein probleem... In het boek wordt meermaals aangehaald dat God aan de kant van het verstand staat en domheid afstraft. Ik denk dat ik ook aan de kant van het verstand sta. De Fransen komen over als chauvinistisch, pompeus en vastgeroest in nutteloze tradities (met uitzondering van Du Guesclin, natuurlijk), terwijl de Engelsen praktisch en sluw zijn. Natuurlijk hebben ze niets te zoeken in Frankrijk, maar als je ziet hoe dom de Fransen zich gedragen op het slagveld is het niet meer dan verdiend dat ze verslagen worden. Marie-Claires lyrische liefde voor Frankrijk kan ik dan ook niet delen.
Maar ik wilde een historisch, avontuurlijk verhaal, en dat heb ik gekregen. Geef me de ruimte! (wat een vreselijk dramatische titel trouwens) leest heerlijk makkelijk weg, er gebeurt van alles, het wordt nooit saai, en ik wil zo graag weten hoe het ook alweer verder gaat (vooral met Bertrand Du Guesclin) dat ik het volgende deel in de trilogie alvast in huis heb gehaald. Is een goed teken, lijkt me.
Geroj Nasjego Vremeni - Michail Joerjevitsj Lermontov (1840)
Alternatieve titel: De Held van Onze Tijd

3,5
1
geplaatst: 1 mei 2014, 10:57 uur
Allereerst: wat een fantastische titel! Ironischer krijg je het haast niet. Alleen daarom al wilde ik Een held van onze tijd graag lezen.
Dat lezen viel aan het begin nog niet zo mee. Er is een ik-persoon die van een ander een verhaal hoort over nog weer een ander, en ondertussen uitgebreid de natuur van de Kaukasus beschrijft. Nu heb ik niets tegen raamvertellingen, maar in dit geval komen er wel een boel nutteloze woorden omheen. Petsjorin komt al naar voren als een interessante figuur, maar ik krijg het verhaal toch liever uit de eerste dan uit de derde hand. Gelukkig komt dat later nog.
Eerst krijgen we een deel dat zich afspeelt in Tamanj en dat ik matig interessant vond. Daarna komt het verhaal prinses Mary en dan verandert mijn mening ineens radicaal. Wat een goed verhaal! Petsjorins gecompliceerde persoonlijkheid wordt steeds vanuit andere invalshoeken zichtbaar. Waar hij me tot nu toe erg weinig deed, wordt hij in dit verhaal ineens heel interessant - hij wordt me zelfs dierbaar. Petsjorin kun je moeilijk een held noemen, maar toch wordt het begrijpelijk wat vrouwen in hem zien. Prinses Mary krijgt vooral de mooie kanten te zien, maar Vera doorziet Petsjorin geheel, en toch houdt ze van hem. Zij ziet hoe diep ongelukkig hij is en hoe hard hij dat probeert te verbergen, zelfs voor zichzelf. Petsjorin is hard en cynisch, hij doet dingen die overduidelijk niet door de beugel kunnen, maar toch voel ik enige sympathie met hem, omdat je toch altijd die ongelukkige onderlaag in zijn persoonlijkheid er doorheen ziet sluimeren.
Ik vond de relatie van Petsjorin met Vera, of beter nog, de hele vierhoeksverhouding (ook eens wat anders) tussen Petsjorin, Groesjnitski, Vera en prinses Mary bijzonder interessant. De dramatische ontknopingen (het duel tussen Petsjorin en Groesjnitski, Petsjorins poging om Vera nog eenmaal te zien) waren geweldig. Je krijgt even de hoop dat alles toch nog anders wordt voor Petsjorin - misschien is hij nog niet verloren. Maar helaas! Het paard sterft, Petsjorin komt weer tot zichzelf en kruipt terug in zijn cynische schulpje. Als dit verhaal op zichzelf stond had het van mij zeker 4,5 sterren gekregen.
Na dit verhaal volgt er nog de fatalist, wat op zich ook een goed verhaal is, maar mijns inziens op een wat vreemde plek. Het hangt er een beetje los aan. Ik snap wel dat het in het geheel hoort, maar ik vind het een wat vreemde manier om te eindigen. Zoals hierboven opgemerkt, is het ook wel vreemd dat er hierna niet nog een opmerking van de verteller komt. Zo eindigt Een held van onze tijd een beetje in een anticlimax.
Petsjorin is een bijzonder boeiend figuur, maar het duurt tot halverwege het boek dat ik het verhaal ook echt de moeite waard vind. Wat mij betreft had prinses Mary wel 200 pagina's mogen duren en de rest flink ingekort worden. Nu komt mijn oordeel wat gemiddeld uit.
Dat lezen viel aan het begin nog niet zo mee. Er is een ik-persoon die van een ander een verhaal hoort over nog weer een ander, en ondertussen uitgebreid de natuur van de Kaukasus beschrijft. Nu heb ik niets tegen raamvertellingen, maar in dit geval komen er wel een boel nutteloze woorden omheen. Petsjorin komt al naar voren als een interessante figuur, maar ik krijg het verhaal toch liever uit de eerste dan uit de derde hand. Gelukkig komt dat later nog.
Eerst krijgen we een deel dat zich afspeelt in Tamanj en dat ik matig interessant vond. Daarna komt het verhaal prinses Mary en dan verandert mijn mening ineens radicaal. Wat een goed verhaal! Petsjorins gecompliceerde persoonlijkheid wordt steeds vanuit andere invalshoeken zichtbaar. Waar hij me tot nu toe erg weinig deed, wordt hij in dit verhaal ineens heel interessant - hij wordt me zelfs dierbaar. Petsjorin kun je moeilijk een held noemen, maar toch wordt het begrijpelijk wat vrouwen in hem zien. Prinses Mary krijgt vooral de mooie kanten te zien, maar Vera doorziet Petsjorin geheel, en toch houdt ze van hem. Zij ziet hoe diep ongelukkig hij is en hoe hard hij dat probeert te verbergen, zelfs voor zichzelf. Petsjorin is hard en cynisch, hij doet dingen die overduidelijk niet door de beugel kunnen, maar toch voel ik enige sympathie met hem, omdat je toch altijd die ongelukkige onderlaag in zijn persoonlijkheid er doorheen ziet sluimeren.
Ik vond de relatie van Petsjorin met Vera, of beter nog, de hele vierhoeksverhouding (ook eens wat anders) tussen Petsjorin, Groesjnitski, Vera en prinses Mary bijzonder interessant. De dramatische ontknopingen (het duel tussen Petsjorin en Groesjnitski, Petsjorins poging om Vera nog eenmaal te zien) waren geweldig. Je krijgt even de hoop dat alles toch nog anders wordt voor Petsjorin - misschien is hij nog niet verloren. Maar helaas! Het paard sterft, Petsjorin komt weer tot zichzelf en kruipt terug in zijn cynische schulpje. Als dit verhaal op zichzelf stond had het van mij zeker 4,5 sterren gekregen.
Na dit verhaal volgt er nog de fatalist, wat op zich ook een goed verhaal is, maar mijns inziens op een wat vreemde plek. Het hangt er een beetje los aan. Ik snap wel dat het in het geheel hoort, maar ik vind het een wat vreemde manier om te eindigen. Zoals hierboven opgemerkt, is het ook wel vreemd dat er hierna niet nog een opmerking van de verteller komt. Zo eindigt Een held van onze tijd een beetje in een anticlimax.
Petsjorin is een bijzonder boeiend figuur, maar het duurt tot halverwege het boek dat ik het verhaal ook echt de moeite waard vind. Wat mij betreft had prinses Mary wel 200 pagina's mogen duren en de rest flink ingekort worden. Nu komt mijn oordeel wat gemiddeld uit.
Gilead - Marilynne Robinson (2004)

3,0
0
geplaatst: 14 april 2016, 19:41 uur
Jaren geleden heb ik Gilead al eens in handen gehad, maar 'het platteland van Iowa, 1956' schrok me nogal af. Ik heb niets met Amerika en weinig met alles na 1945. Nadat ik het 'vervolg' Lila las, dat verhaalt over de vrouw van de hoofdpersoon, en daar erg positief verrast door was, wilde ik Gilead ook wel een kans geven.
In vergelijking met Lila vond ik Gilead enigszins tegenvallen, maar vergeleken met wat ik er oorspronkelijk van verwachtte, viel het me juist heel erg mee. Het verhaal was lang niet zo Amerikaans als ik vreesde, hoewel racisme en slavernij (natuurlijk...) wel een rol spelen. Verder is John Ames, de stervende predikant, een sympathieke hoofdpersoon die af en toe rake observaties doet. Mijn probleem is dat ik het boek soms nogal vond verzanden in een theologische verhandeling. Nu vind ik theologie in een boek geen probleem, en in het geval van een boek over een dominee zelfs vanzelfsprekend, maar het moet wel goed ingebed zijn in het verhaal. En juist het verhaal was wat mager. Er zaten aardige scènes tussen, maar er is gewoon te weinig plot voor ruim 200 pagina's.
Opvallend is dat ik vooral Glory en 'de moeder' interessant vond in dit verhaal - zij spelen de hoofdrol in Robinsons volgende twee boeken. Na Lila had ik gehoopt in Gilead meer van haar verhaal te zien, vanuit het oogpunt van de dominee. Het weinige dat hij schrijft over hun ontmoeting en ongewone huwelijk smaakt naar meer. In plaats daarvan draait het plot van dit boek meer om Jack Boughton, en hoewel zijn personage interessant is, vind ik zijn verhaal wat tegenvallen.
Al met al vond ik Gilead best aardig om te lezen, maar te veel een ideeënroman om echt boeiend te zijn. Voor mij persoonlijk is het probleem niet zozeer te veel theologie, maar te weinig plot. Ik blijf daarom de voorkeur geven aan Lila.
In vergelijking met Lila vond ik Gilead enigszins tegenvallen, maar vergeleken met wat ik er oorspronkelijk van verwachtte, viel het me juist heel erg mee. Het verhaal was lang niet zo Amerikaans als ik vreesde, hoewel racisme en slavernij (natuurlijk...) wel een rol spelen. Verder is John Ames, de stervende predikant, een sympathieke hoofdpersoon die af en toe rake observaties doet. Mijn probleem is dat ik het boek soms nogal vond verzanden in een theologische verhandeling. Nu vind ik theologie in een boek geen probleem, en in het geval van een boek over een dominee zelfs vanzelfsprekend, maar het moet wel goed ingebed zijn in het verhaal. En juist het verhaal was wat mager. Er zaten aardige scènes tussen, maar er is gewoon te weinig plot voor ruim 200 pagina's.
Opvallend is dat ik vooral Glory en 'de moeder' interessant vond in dit verhaal - zij spelen de hoofdrol in Robinsons volgende twee boeken. Na Lila had ik gehoopt in Gilead meer van haar verhaal te zien, vanuit het oogpunt van de dominee. Het weinige dat hij schrijft over hun ontmoeting en ongewone huwelijk smaakt naar meer. In plaats daarvan draait het plot van dit boek meer om Jack Boughton, en hoewel zijn personage interessant is, vind ik zijn verhaal wat tegenvallen.
Al met al vond ik Gilead best aardig om te lezen, maar te veel een ideeënroman om echt boeiend te zijn. Voor mij persoonlijk is het probleem niet zozeer te veel theologie, maar te weinig plot. Ik blijf daarom de voorkeur geven aan Lila.
Go-Between, The - L.P. Hartley (1953)

4,0
3
geplaatst: 12 maart 2019, 21:37 uur
The Go-Between heeft jarenlang ergens op een lijstje gestaan van boeken die ik nog eens wilde lezen. Ik geloof dat mijn leraar Engels het boek ooit aanbevolen heeft. Het zal daarom wel zijn dat ik het idee had dat dit een klassieke Engelse roman was die in allerlei talen vertaald is en door iedereen gelezen wordt. Maar nu ik het boek uit heb en benieuwd was naar de Nederlandse titel, blijkt er helemaal geen vertaling te bestaan (voor zover ik kan vinden). En ik vraag me ernstig af waarom; de door mij reeds toebedachte klassieke status lijkt me geenszins onterecht.
Tijdens het lezen viel mij op hoeveel overeenkomsten ik kon vinden tussen The Go-Between en Atonement. Een hete zomer in een landhuis op het Engelse platteland, een kind van een jaar of twaalf, dertien dat onbedoeld meegesleurd wordt in een affaire tussen de upper class dochter des huizes en een jongeman uit de onderklasse die ergens op het landgoed werkt, waarna alles gruwelijk fout gaat. De grote thema's van beide boeken komen dan ook overeen: klasseverschil, verlies van onschuld, de op hol geslagen fantasie van een kind tegenover het harde oordeel van de volwassene, enzovoort. Overigens is de reactie van de hoofdpersonen van beide boeken juist heel anders, wat ik erg interessant vind maar waar ik gezien de spoilers maar niet over zal uitweiden.
Hartley lijkt nauwelijks moeite te hoeven doen om je mee te sleuren naar het Engeland van 1900. De kostschool, de stijve mores in het landhuis en het contrast met het leven van boer Ted beschrijft hij uitstekend. Zelfs als hij een hoofdstuk lang een cricketwedstrijd beschrijft, waar ik inhoudelijk niets van begrijp, blijft het goed leesbaar, en wat nog belangrijker is, invoelbaar. Een groter verdienste is echter dat hij niet alleen de setting maar ook de leefwereld van een twaalfjarige jongen zo goed begrijpt en beschrijft. Het komt niet eens op in Leo dat de brieven die hij bezorgt liefdesbrieven zijn; wel heeft hij een theorie dat Ted misschien een misdaad heeft gepleegd en Marian hem wil helpen. Als lezer weet je meteen waar de brieven over gaan, terwijl je tegelijkertijd moeiteloos gelooft dat Leo hier oprecht geen vermoeden van heeft.
Om heel eerlijk te zijn had ik verwacht dat de ontknoping dramatischer zou zijn. Het principe van Tsjechovs geweer in gedachten, had ik bedacht dat Ted misschien een moord zou plegen (op Marian, op Hugh Trimingham?) en dan wellicht zelf aan de galg zou eindigen. Maar een jachtgeweer kun je natuurlijk ook op jezelf richten (hoewel ook dat niet in de jonge Leo opkomt, blijkt uit de epiloog). Waarmee niet gezegd is dat het einde niet dramatisch is, het drama ligt alleen op een ander vlak. De onthulling komt pas op het eind van het laatste hoofdstuk, de schok letterlijk in de laatste zin voor de epiloog. En waar er vanaf het begin al wordt gezinspeeld op de verpletterende indruk die het gebeuren op Leo heeft gemaakt, wordt pas in de epiloog duidelijk wat voor tragische gevolgen het heeft gehad voor alle betrokkenen. Door de bijna nonchalante manier waarop het geschreven is komt het des te harder aan. Ik heb de epiloog twee keer achter elkaar gelezen en ben er nog niet uit wie van de personages er het slechtst van afkomt. Misschien dat ik daarvoor het hele boek nog eens moet lezen. Sowieso lijkt een tweede leesbeurt me een goed plan, want het boek staat zo stijf van de symboliek dat ik zeker weet dat ik van alles gemist heb de eerste keer.
Het Engels van Hartley vond ik mooi en goed te volgen, maar ik denk niet dat het voor iedereen goed leesbaar is. (Mijn uitgave was overigens voorzien van tientalen annotaties die wel een boel verklaren, maar die naar mijn zin veel te veel spoilers bevatten.) Dat maakt het zo jammer dat er geen Nederlandse vertaling is. Zo bereikt het boek waarschijnlijk niet zoveel lezers als het eigenlijk zou verdienen.
Tijdens het lezen viel mij op hoeveel overeenkomsten ik kon vinden tussen The Go-Between en Atonement. Een hete zomer in een landhuis op het Engelse platteland, een kind van een jaar of twaalf, dertien dat onbedoeld meegesleurd wordt in een affaire tussen de upper class dochter des huizes en een jongeman uit de onderklasse die ergens op het landgoed werkt, waarna alles gruwelijk fout gaat. De grote thema's van beide boeken komen dan ook overeen: klasseverschil, verlies van onschuld, de op hol geslagen fantasie van een kind tegenover het harde oordeel van de volwassene, enzovoort. Overigens is de reactie van de hoofdpersonen van beide boeken juist heel anders, wat ik erg interessant vind maar waar ik gezien de spoilers maar niet over zal uitweiden.
Hartley lijkt nauwelijks moeite te hoeven doen om je mee te sleuren naar het Engeland van 1900. De kostschool, de stijve mores in het landhuis en het contrast met het leven van boer Ted beschrijft hij uitstekend. Zelfs als hij een hoofdstuk lang een cricketwedstrijd beschrijft, waar ik inhoudelijk niets van begrijp, blijft het goed leesbaar, en wat nog belangrijker is, invoelbaar. Een groter verdienste is echter dat hij niet alleen de setting maar ook de leefwereld van een twaalfjarige jongen zo goed begrijpt en beschrijft. Het komt niet eens op in Leo dat de brieven die hij bezorgt liefdesbrieven zijn; wel heeft hij een theorie dat Ted misschien een misdaad heeft gepleegd en Marian hem wil helpen. Als lezer weet je meteen waar de brieven over gaan, terwijl je tegelijkertijd moeiteloos gelooft dat Leo hier oprecht geen vermoeden van heeft.
Om heel eerlijk te zijn had ik verwacht dat de ontknoping dramatischer zou zijn. Het principe van Tsjechovs geweer in gedachten, had ik bedacht dat Ted misschien een moord zou plegen (op Marian, op Hugh Trimingham?) en dan wellicht zelf aan de galg zou eindigen. Maar een jachtgeweer kun je natuurlijk ook op jezelf richten (hoewel ook dat niet in de jonge Leo opkomt, blijkt uit de epiloog). Waarmee niet gezegd is dat het einde niet dramatisch is, het drama ligt alleen op een ander vlak. De onthulling komt pas op het eind van het laatste hoofdstuk, de schok letterlijk in de laatste zin voor de epiloog. En waar er vanaf het begin al wordt gezinspeeld op de verpletterende indruk die het gebeuren op Leo heeft gemaakt, wordt pas in de epiloog duidelijk wat voor tragische gevolgen het heeft gehad voor alle betrokkenen. Door de bijna nonchalante manier waarop het geschreven is komt het des te harder aan. Ik heb de epiloog twee keer achter elkaar gelezen en ben er nog niet uit wie van de personages er het slechtst van afkomt. Misschien dat ik daarvoor het hele boek nog eens moet lezen. Sowieso lijkt een tweede leesbeurt me een goed plan, want het boek staat zo stijf van de symboliek dat ik zeker weet dat ik van alles gemist heb de eerste keer.
Het Engels van Hartley vond ik mooi en goed te volgen, maar ik denk niet dat het voor iedereen goed leesbaar is. (Mijn uitgave was overigens voorzien van tientalen annotaties die wel een boel verklaren, maar die naar mijn zin veel te veel spoilers bevatten.) Dat maakt het zo jammer dat er geen Nederlandse vertaling is. Zo bereikt het boek waarschijnlijk niet zoveel lezers als het eigenlijk zou verdienen.
Golden Tulip, The - Rosalind Laker (1991)
Alternatieve titel: De Gouden Tulp

3,5
0
geplaatst: 25 oktober 2015, 19:29 uur
Een aantal jaren geleden las ik The Golden Tulip voor het eerst. Ik vond het een redelijk prettig en vermakelijk boek, al zij het niet van het hoogste niveau. Vrij onlangs, ik weet niet meer waarom, moest ik eraan terugdenken en wilde ik het toch weer lezen. En niet omdat ik de belevenissen van Francesca Visser nu zo interessant vind, maar omdat ik een subplot van het boek zo interessant vind (maar daarover later meer).
Nederland, de Gouden Eeuw, sowieso wel een prima setting voor een verhaal. Zoals de periode levendig en kleurrijk lijkt te zijn geweest, is The Golden Tulip dat ook. Interessant is ook de heersende moraal destijds, waarin vrouwen prima gildemeester kunnen worden en hun eigen brood kunnen verdienen, terwijl ze aan de andere kant volledig afhankelijk zijn van hun vader als ze bijvoorbeeld wensen te trouwen. In ieder geval is er in deze setting ruimte voor vrouwen die meer willen dan alleen het aanrecht.
Francesca Visser heeft dan ook helemaal geen probleem met haar ambities, tot er een schurk in de weg komt staan. Van Deventer is een vrij karikaturaal schurkachtig personage, dat dan ook niet bijster boeiend is. Waar hij een platte bad guy is, zijn een boel andere personages vrijwel vlekkeloos. Pieter van Doorne is vanaf het begin de ideale schoonzoon, Johannes Vermeer is een vriendelijk vaderfiguur, Griet de trouwe bediende. Francesca zelf is, zoals ons herhaaldelijk verteld wordt, adembenemend mooi en buitengewoon getalenteerd. Mensen om haar heen maken haar het leven zuur, maar dat doet haar niets. Met andere woorden: een beetje een saaie hoofdpersoon.
Gelukkig is daar Aletta Visser, zus van, voor eeuwig in de schaduw van haar oudere, mooiere, talentvoller zus. Aletta raakt reeds in het begin van het verhaal beschadigd voor het leven. Haar volstrekt incompetente vader bevordert haar herstel niet bepaald. Toch ontwikkelt ze zich; ze vecht voor haar toekomst, gaat sterker in haar schoenen staan en trekt haar eigen plan. Dat pakt helaas niet goed uit, waarna ze besluit haar lot te binden aan dat van een man die na een ongeluk zich beenloos en ellendig in een afgelegen landhuis heeft opgesloten. En daar hebben we dan ook de reden dat ik The Golden Tulip opnieuw wilde lezen. Het subplot van het beschadigde meisje en haar al even beschadigde werkgever is in mijn ogen bijzonder goed geslaagd.
En ja, dan lees ik de rest er ook maar bij. Het is best een aardig verhaal, hoewel ik soms de neiging had met mijn ogen te rollen, en de ontwikkelingen op het eind niet al te geloofwaardig zijn (laten we Francesca ook nog even heldhaftig laten zijn in de oorlog…). Ach, het leest makkelijk weg, je hoeft niet al te veel van geschiedenis te weten om het te kunnen volgen en het is nooit vervelend om je even in de Gouden Eeuw te wanen. Maar het is alleen aan Aletta te danken dat ik ook een tweede keer van The Golden Tulip heb kunnen genieten.
Nederland, de Gouden Eeuw, sowieso wel een prima setting voor een verhaal. Zoals de periode levendig en kleurrijk lijkt te zijn geweest, is The Golden Tulip dat ook. Interessant is ook de heersende moraal destijds, waarin vrouwen prima gildemeester kunnen worden en hun eigen brood kunnen verdienen, terwijl ze aan de andere kant volledig afhankelijk zijn van hun vader als ze bijvoorbeeld wensen te trouwen. In ieder geval is er in deze setting ruimte voor vrouwen die meer willen dan alleen het aanrecht.
Francesca Visser heeft dan ook helemaal geen probleem met haar ambities, tot er een schurk in de weg komt staan. Van Deventer is een vrij karikaturaal schurkachtig personage, dat dan ook niet bijster boeiend is. Waar hij een platte bad guy is, zijn een boel andere personages vrijwel vlekkeloos. Pieter van Doorne is vanaf het begin de ideale schoonzoon, Johannes Vermeer is een vriendelijk vaderfiguur, Griet de trouwe bediende. Francesca zelf is, zoals ons herhaaldelijk verteld wordt, adembenemend mooi en buitengewoon getalenteerd. Mensen om haar heen maken haar het leven zuur, maar dat doet haar niets. Met andere woorden: een beetje een saaie hoofdpersoon.
Gelukkig is daar Aletta Visser, zus van, voor eeuwig in de schaduw van haar oudere, mooiere, talentvoller zus. Aletta raakt reeds in het begin van het verhaal beschadigd voor het leven. Haar volstrekt incompetente vader bevordert haar herstel niet bepaald. Toch ontwikkelt ze zich; ze vecht voor haar toekomst, gaat sterker in haar schoenen staan en trekt haar eigen plan. Dat pakt helaas niet goed uit, waarna ze besluit haar lot te binden aan dat van een man die na een ongeluk zich beenloos en ellendig in een afgelegen landhuis heeft opgesloten. En daar hebben we dan ook de reden dat ik The Golden Tulip opnieuw wilde lezen. Het subplot van het beschadigde meisje en haar al even beschadigde werkgever is in mijn ogen bijzonder goed geslaagd.
En ja, dan lees ik de rest er ook maar bij. Het is best een aardig verhaal, hoewel ik soms de neiging had met mijn ogen te rollen, en de ontwikkelingen op het eind niet al te geloofwaardig zijn (laten we Francesca ook nog even heldhaftig laten zijn in de oorlog…). Ach, het leest makkelijk weg, je hoeft niet al te veel van geschiedenis te weten om het te kunnen volgen en het is nooit vervelend om je even in de Gouden Eeuw te wanen. Maar het is alleen aan Aletta te danken dat ik ook een tweede keer van The Golden Tulip heb kunnen genieten.
Great Expectations - Charles Dickens (1861)
Alternatieve titel: Grote Verwachtingen

4,0
0
geplaatst: 25 september 2013, 15:54 uur
Great Expectations is het tweede boek van Dickens dat ik gelezen heb en heeft mijn verwachtingen ver overtroffen. Door Oliver Twist heb ik me tijden geleden met heel veel moeite heen geworsteld en ik had niet meteen zin om een dik boek als Great Expectations te proberen. Toch maar gedaan uiteindelijk, en tot mijn grote verrassing pakte het heel anders uit.
Waar ik bij Oliver Twist al vanaf het begin moeite had om er door te komen en er nooit in geslaagd ben om ín het verhaal te komen, boeide Great Expectations me al vanaf de eerste pagina. Het taalgebruik is ook heel anders dan ik me herinner, in Great Expectations vind ik het wel prettig en dat vond ik voorheen helemaal niet. Juist om die ervaring heb ik de vertaling gelezen, vrezend dat ik er al helemaal nooit doorheen zou komen als ik Engels las. Misschien was dat naderhand niet nodig geweest. Slechts heel af en toe had ik wat moeite om door te lezen omdat de toon wat te lang beschouwend bleef.
Great Expectations is een boek dat rustig de tijd neemt en ook meermaals een zijpaadje bewandeld. Er zijn al vele hoofdstukken en personages voorbijgekomen als Pip eindelijk in bezit komt van zijn fortuin en de bijbehorende Verwachtingen. Ik voor mij vind dat geen probleem, het maakt het boek een stuk levendiger. Dickens creëert een groot aantal personages, die soms volstrekt karikaturaal zijn en soms juist heel menselijk. Door de ik-vorm (waar ik nooit een groot fan van ben geweest, maar het pakt hier wel goed uit) is het gemakkelijk om met Pip mee te leven, ook al wordt zijn karakter er met het hoofdstuk lelijker op.
Gelukkig hoeven we niet constant met Pip bezig te zijn, want zijn beslommeringen worden afgewisseld door die van een hele bonte stoet personages. Miss Havisham vind ik het interessantst. Aan de ene kant is het een absurd personage, iemand die je alleen in een boek kunt tegenkomen. Aan de andere kant is zij een soort schets van wat er gebeurt als je blijft hangen in je verdriet en gehoor geeft aan je impuls om de wereld buiten te sluiten - iets wat de meeste mensen wel eens gewild hebben maar waar slechts weinigen gehoor aan geven. Wat zij doet met Estella is onmenselijk maar niet geheel onbegrijpelijk. Wemmick met zijn bewust gespleten persoonlijkheid vind ik een erg leuk personage en geheel geslaagd als comic relief (ik vind 'vrolijke noot' zo'n slechte vertaling).
Personages te over in Great Expectations, evenals ideeën en plotlijntjes. Ik hou daar wel van. Het hoofdthema mag dan zijn hoe een jongen op en neer de sociale ladder gaat, maar Dickens heeft er nog veel meer in gestopt waardoor Great Expectations een heel rijk en kleurrijk boek is. In figuurlijke zin dan, Great Expectations bevestigt in alles het idee dat het in Engeland altijd nat, grauw en mistig is. Londen is stinkend en duister, het moeras is al niet veel beter. De setting is in dat opzicht best grimmig, en dat past prima bij het verhaal.
Wat het einde betreft, ik weet nog niet wat ik daarvan vind. Allereerst lijkt het me dat het wel een heel gemakkelijke oplossing is om Pip ziek te laten worden, zodat hij niet meer hoeft na te denken over wat hem te doen staat, en zodat Joe weer in het verhaal geïntroduceerd kan worden. Dat ben ik nog bereid om te slikken, omdat het een functie heeft en een verandering in Pip teweeg brengt. Vervolgens is het verhaal ineens heel snel afgelopen. Waar Pips jeugd nog een boel tijd en aandacht kreeg worden hier steeds grotere stappen genomen. Pip besluit dat hij eigenlijk met Biddy wil trouwen en komt er dan achter dat ze net met Joe getrouwd is. Dat is een behoorlijk abrupte plotwending waar ik gemengde gevoelens over heb. Aan de ene kant zijn Biddy en Joe geen vreemde combinatie, aan de andere kant ging ik er bijna vanaf het begin van uit dat Pip en Biddy samen zouden komen. Toen dat bevestigd werd door Pips voornemen om haar een aanzoek te doen was ik wel heel verbaasd over de plotwending, en nog veel verbaasder over hoe snel er voorbij gegaan wordt aan Pips gevoelens hierover. Erachter komen dat de vrouw met wie je wilde trouwen zojuist gehuwd is met je zwager/beste vriend, dat is vreemd en verdient wel meer vervolg dan alleen flauwvallen en afscheid nemen. Daar kan ik niet echt bij, toch wel jammer. Van het laatste hoofdstuk staan in mijn vertaling twee versies, de oorspronkelijke (Pip komt een ongelukkige Estella tegen in Londen, er gebeurt niets) en de herziene (Pip komt Estella tegen bij Huize Satis en er wordt heel vaagjes gehint op een happy end). Ik ben er nog niet uit welke mijn voorkeur heeft, ik had liever gehad dat Estella helemaal niet meer terugkwam in het verhaal en dat we in plaats daarvan een iets uitgebreidere blik in Pips leven in Egypte hadden mogen werpen.
Al met al dus wel wat dingen die ik jammer vond, maar gelukkig een heleboel meer dingen die daarvoor compenseren. Great Expectations is een memorabel en 'vol' boek in de goede zin van het woord, dat ik met veel plezier gelezen heb en dat hopelijk veel belooft voor andere boeken van Dickens, waaraan ik me nu ook maar eens moet gaan wagen.
Waar ik bij Oliver Twist al vanaf het begin moeite had om er door te komen en er nooit in geslaagd ben om ín het verhaal te komen, boeide Great Expectations me al vanaf de eerste pagina. Het taalgebruik is ook heel anders dan ik me herinner, in Great Expectations vind ik het wel prettig en dat vond ik voorheen helemaal niet. Juist om die ervaring heb ik de vertaling gelezen, vrezend dat ik er al helemaal nooit doorheen zou komen als ik Engels las. Misschien was dat naderhand niet nodig geweest. Slechts heel af en toe had ik wat moeite om door te lezen omdat de toon wat te lang beschouwend bleef.
Great Expectations is een boek dat rustig de tijd neemt en ook meermaals een zijpaadje bewandeld. Er zijn al vele hoofdstukken en personages voorbijgekomen als Pip eindelijk in bezit komt van zijn fortuin en de bijbehorende Verwachtingen. Ik voor mij vind dat geen probleem, het maakt het boek een stuk levendiger. Dickens creëert een groot aantal personages, die soms volstrekt karikaturaal zijn en soms juist heel menselijk. Door de ik-vorm (waar ik nooit een groot fan van ben geweest, maar het pakt hier wel goed uit) is het gemakkelijk om met Pip mee te leven, ook al wordt zijn karakter er met het hoofdstuk lelijker op.
Gelukkig hoeven we niet constant met Pip bezig te zijn, want zijn beslommeringen worden afgewisseld door die van een hele bonte stoet personages. Miss Havisham vind ik het interessantst. Aan de ene kant is het een absurd personage, iemand die je alleen in een boek kunt tegenkomen. Aan de andere kant is zij een soort schets van wat er gebeurt als je blijft hangen in je verdriet en gehoor geeft aan je impuls om de wereld buiten te sluiten - iets wat de meeste mensen wel eens gewild hebben maar waar slechts weinigen gehoor aan geven. Wat zij doet met Estella is onmenselijk maar niet geheel onbegrijpelijk. Wemmick met zijn bewust gespleten persoonlijkheid vind ik een erg leuk personage en geheel geslaagd als comic relief (ik vind 'vrolijke noot' zo'n slechte vertaling).
Personages te over in Great Expectations, evenals ideeën en plotlijntjes. Ik hou daar wel van. Het hoofdthema mag dan zijn hoe een jongen op en neer de sociale ladder gaat, maar Dickens heeft er nog veel meer in gestopt waardoor Great Expectations een heel rijk en kleurrijk boek is. In figuurlijke zin dan, Great Expectations bevestigt in alles het idee dat het in Engeland altijd nat, grauw en mistig is. Londen is stinkend en duister, het moeras is al niet veel beter. De setting is in dat opzicht best grimmig, en dat past prima bij het verhaal.
Wat het einde betreft, ik weet nog niet wat ik daarvan vind. Allereerst lijkt het me dat het wel een heel gemakkelijke oplossing is om Pip ziek te laten worden, zodat hij niet meer hoeft na te denken over wat hem te doen staat, en zodat Joe weer in het verhaal geïntroduceerd kan worden. Dat ben ik nog bereid om te slikken, omdat het een functie heeft en een verandering in Pip teweeg brengt. Vervolgens is het verhaal ineens heel snel afgelopen. Waar Pips jeugd nog een boel tijd en aandacht kreeg worden hier steeds grotere stappen genomen. Pip besluit dat hij eigenlijk met Biddy wil trouwen en komt er dan achter dat ze net met Joe getrouwd is. Dat is een behoorlijk abrupte plotwending waar ik gemengde gevoelens over heb. Aan de ene kant zijn Biddy en Joe geen vreemde combinatie, aan de andere kant ging ik er bijna vanaf het begin van uit dat Pip en Biddy samen zouden komen. Toen dat bevestigd werd door Pips voornemen om haar een aanzoek te doen was ik wel heel verbaasd over de plotwending, en nog veel verbaasder over hoe snel er voorbij gegaan wordt aan Pips gevoelens hierover. Erachter komen dat de vrouw met wie je wilde trouwen zojuist gehuwd is met je zwager/beste vriend, dat is vreemd en verdient wel meer vervolg dan alleen flauwvallen en afscheid nemen. Daar kan ik niet echt bij, toch wel jammer. Van het laatste hoofdstuk staan in mijn vertaling twee versies, de oorspronkelijke (Pip komt een ongelukkige Estella tegen in Londen, er gebeurt niets) en de herziene (Pip komt Estella tegen bij Huize Satis en er wordt heel vaagjes gehint op een happy end). Ik ben er nog niet uit welke mijn voorkeur heeft, ik had liever gehad dat Estella helemaal niet meer terugkwam in het verhaal en dat we in plaats daarvan een iets uitgebreidere blik in Pips leven in Egypte hadden mogen werpen.
Al met al dus wel wat dingen die ik jammer vond, maar gelukkig een heleboel meer dingen die daarvoor compenseren. Great Expectations is een memorabel en 'vol' boek in de goede zin van het woord, dat ik met veel plezier gelezen heb en dat hopelijk veel belooft voor andere boeken van Dickens, waaraan ik me nu ook maar eens moet gaan wagen.
Gulden Vlies van Thule, Het - Thea Beckman (1989)

4,0
2
geplaatst: 20 juni 2021, 17:45 uur
Met enige vertraging heb ik dan eindelijk de volledige trilogie herlezen. En het moet gezegd worden: ik vind het jammer dat het nu voorbij is! Vanuit nostalgie, maar ook omdat de Thule-trilogie zo goed geslaagd is qua combinatie van avontuur en 'world building' (suggesties voor een goede vertaling hiervan zijn welkom). Ik kan daar nog net zo goed van genieten als 15 jaar geleden.
In vergelijking met Het Helse Paradijs is dit slotdeel rijker en duisterder. Er zijn serieuze aanslagen, bloedige rellen, welhaast Egyptische plagen en zowel onder de Thulenen als onder de Badeners vallen er doden. Zoals altijd lukt het Beckman om het desondanks niet deprimerend te maken. Doordat er nu meer op het spel staat, is Het Gulden Vlies van Thule het meest volwassen boek van de trilogie.
Een ander verschil met de vorige delen is dat de Badense en Thuleense hoofdpersonen nu evenveel diepte krijgen. De Thulenen zijn nog steeds ontegenzeggelijk de goeierikken, maar in Tjalf zien we een zekere wrokzucht en veel van de anonieme Thulenen zijn in eerste instantie hardvochtig tegenover de Badense meisjes die hun land doorkruisen. Allemaal gerechtvaardigd sentiment natuurlijk, maar wel een groot verschil met de vrolijke onverstoorbaarheid van de vorige delen. Terwijl Elvira begint in te zien dat de Thuleense manier van leven misschien wel beter is dan haar eigen, begint Tjalf in te zien dat niet iedere Badener een vijand is. Het is voor het eerst dat dat inzicht echt wederzijds groeit.
Elvira heb ik altijd een leuk personage gevonden. Net als Kilian een typische Beckman-held: intelligent, nieuwsgierig, niet onfeilbaar. Haar interactie en uiteindelijke relatie met Tjalf is het type romance dat ik ook in 'volwassen' boeken graag zie. Shasita en haar zussen waren op zich niet vervelend, maar ze voegden mijns inziens niet veel aan het verhaal toe. Ik ben benieuwd of ik het boek nog beter zou vinden als het verhaal vanuit Badens (Elvira) en uit Thuleens (Tjalf) perspectief werd verteld, en de zussen waren weggelaten. Verder vind ik het jammer dat uit de vorige boeken alleen Thura in het laatste deel nog verschijnt. Ik had liever Christian of Killian gezien. Gelukkig heeft de Konega uit de vorige delen een waardige opvolger gekregen in Kalina-dottir.
Ik heb gemengde gevoelens over het einde. Het Gulden Vlies vond ik iets te veel een deus ex machina. Wat mij positief verraste is de focus op Elvira in de laatste pagina's. Ze kijkt bijna als buitenstaander toe naar wat er gebeurt en vraagt zich af wat haar rol in dit alles is geweest. Haar zelfreflectie verwordt bijna tot een existentiële crisis. Van mij had dat zeker gemogen, maar dan haken de jongere lezers misschien af. Hoe dan ook lijkt Beckman met haar focus op het persoonlijke verhaal van Elvira te willen benadrukken dat het niet gaat om een idee, om botsing tussen culturen, maar om mensen. Dat maakt Het Gulden Vlies van Thule het subtielste, genuanceerdste en daarom voor mij het beste deel van de trilogie.
In vergelijking met Het Helse Paradijs is dit slotdeel rijker en duisterder. Er zijn serieuze aanslagen, bloedige rellen, welhaast Egyptische plagen en zowel onder de Thulenen als onder de Badeners vallen er doden. Zoals altijd lukt het Beckman om het desondanks niet deprimerend te maken. Doordat er nu meer op het spel staat, is Het Gulden Vlies van Thule het meest volwassen boek van de trilogie.
Een ander verschil met de vorige delen is dat de Badense en Thuleense hoofdpersonen nu evenveel diepte krijgen. De Thulenen zijn nog steeds ontegenzeggelijk de goeierikken, maar in Tjalf zien we een zekere wrokzucht en veel van de anonieme Thulenen zijn in eerste instantie hardvochtig tegenover de Badense meisjes die hun land doorkruisen. Allemaal gerechtvaardigd sentiment natuurlijk, maar wel een groot verschil met de vrolijke onverstoorbaarheid van de vorige delen. Terwijl Elvira begint in te zien dat de Thuleense manier van leven misschien wel beter is dan haar eigen, begint Tjalf in te zien dat niet iedere Badener een vijand is. Het is voor het eerst dat dat inzicht echt wederzijds groeit.
Elvira heb ik altijd een leuk personage gevonden. Net als Kilian een typische Beckman-held: intelligent, nieuwsgierig, niet onfeilbaar. Haar interactie en uiteindelijke relatie met Tjalf is het type romance dat ik ook in 'volwassen' boeken graag zie. Shasita en haar zussen waren op zich niet vervelend, maar ze voegden mijns inziens niet veel aan het verhaal toe. Ik ben benieuwd of ik het boek nog beter zou vinden als het verhaal vanuit Badens (Elvira) en uit Thuleens (Tjalf) perspectief werd verteld, en de zussen waren weggelaten. Verder vind ik het jammer dat uit de vorige boeken alleen Thura in het laatste deel nog verschijnt. Ik had liever Christian of Killian gezien. Gelukkig heeft de Konega uit de vorige delen een waardige opvolger gekregen in Kalina-dottir.
Ik heb gemengde gevoelens over het einde. Het Gulden Vlies vond ik iets te veel een deus ex machina. Wat mij positief verraste is de focus op Elvira in de laatste pagina's. Ze kijkt bijna als buitenstaander toe naar wat er gebeurt en vraagt zich af wat haar rol in dit alles is geweest. Haar zelfreflectie verwordt bijna tot een existentiële crisis. Van mij had dat zeker gemogen, maar dan haken de jongere lezers misschien af. Hoe dan ook lijkt Beckman met haar focus op het persoonlijke verhaal van Elvira te willen benadrukken dat het niet gaat om een idee, om botsing tussen culturen, maar om mensen. Dat maakt Het Gulden Vlies van Thule het subtielste, genuanceerdste en daarom voor mij het beste deel van de trilogie.
