Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Dama s Sobatsjkoj - Anton Tsjechov (1899)
Alternatieve titel: De Dame met het Hondje

4,0
0
geplaatst: 16 december 2013, 20:39 uur
Wat ik nu van Tsjechov vind, kan ik moeilijk zeggen. Ik heb zojuist een aantal van zijn verhalen gelezen, waaronder De dame met het hondje, en ik weet nauwelijks wat ik er van moet vinden.
Tsjechov heeft overduidelijk een enorm talent om personages en situaties in een paar woorden levensecht te beschrijven. Schijnbaar moeiteloos roept hij een bepaalde, vaak melancholische sfeer op die het hele verhaal kleurt. Daarbij wordt het nooit melodramatisch of te zoet.
Waar ik meer moeite mee heb, is het ontbreken van de gangbare plotstructuur, om het zo maar uit te drukken. In korte tijd leren we personages kennen en zien we hoe ze voor een bepaald dilemma komen te staan. Met een beetje geluk, maar lang niet altijd, zien we ook welk besluit de personages nemen, maar hoe dit uitpakt wordt er niet bij verteld. Sowieso heb ik vaak moeite met een open einde, maar in veel van Tsjechovs verhalen komt dat open einde op een voor mij erg onlogische plek.
Aan de andere kant denk ik dat dit voor een groot deel aan het genre ligt en voor een groot deel aan mij. Tsjechov kan ik er niet de schuld voor geven. Ik ben erg benieuwd naar zijn toneelstukken, die vermoedelijk wat vollediger afgerond zijn.
Ondanks mijn niet onverdeelde enthousiasme toch een netjes cijfer voor De dame met het hondje. Tsjechov weet in die weinige pagina's zo ongelooflijk veel te vertellen en uit te drukken!
Tsjechov heeft overduidelijk een enorm talent om personages en situaties in een paar woorden levensecht te beschrijven. Schijnbaar moeiteloos roept hij een bepaalde, vaak melancholische sfeer op die het hele verhaal kleurt. Daarbij wordt het nooit melodramatisch of te zoet.
Waar ik meer moeite mee heb, is het ontbreken van de gangbare plotstructuur, om het zo maar uit te drukken. In korte tijd leren we personages kennen en zien we hoe ze voor een bepaald dilemma komen te staan. Met een beetje geluk, maar lang niet altijd, zien we ook welk besluit de personages nemen, maar hoe dit uitpakt wordt er niet bij verteld. Sowieso heb ik vaak moeite met een open einde, maar in veel van Tsjechovs verhalen komt dat open einde op een voor mij erg onlogische plek.
Aan de andere kant denk ik dat dit voor een groot deel aan het genre ligt en voor een groot deel aan mij. Tsjechov kan ik er niet de schuld voor geven. Ik ben erg benieuwd naar zijn toneelstukken, die vermoedelijk wat vollediger afgerond zijn.
Ondanks mijn niet onverdeelde enthousiasme toch een netjes cijfer voor De dame met het hondje. Tsjechov weet in die weinige pagina's zo ongelooflijk veel te vertellen en uit te drukken!
Darabokra Szaggattatol - Miklós Bánffy (1940)
Alternatieve titel: Uiteengescheurd

4,5
4
geplaatst: 6 september 2022, 20:32 uur
Uiteengescheurd is een grafrede. Nu geldt voor de hele Transsylvaanse trilogie dat het één groot in memoriam is voor de belle époque, maar in de eerdere delen kon je dat soms nog vergeten. Ook tijdens het lezen van dit laatste deel probeerde ik dat, met wisselend succes, maar het einde is onafwendbaar. Toch nog onverwachts rijdt de trein het ravijn in.
De bals, jachtpartijen en ontwikkelingen op de huwelijksmarkt zijn naar de achtergrond verdwenen. Af en toe krijgen we een mooie scène voorgeschoteld die niet had misstaan in Oorlog en Vrede, zoals twee opgewonden standjes die een duel arrangeren tijdens een diner ter ere van de oprichting van de liga tegen het duelleren. Toch zit er vaak een tragische bijsmaak aan: personages beseffen niet hoe vruchteloos en hypocriet hun verzet tegen verandering is.
Hoofdpersoon Bálint Abády lijkt in de loop van de jaren zijn politieke ambities wat te hebben bijgesteld. Hij volgt de chaotische ontwikkelingen in Europa op de voet, maar heeft inmiddels geleerd dat het hopeloos ineffectieve Hongaarse parlement het tij niet ten goede zal kunnen keren. Hij richt zijn inspanningen nu vooral op Transsylvanië, wat meer effect heeft maar toch niet zonder gevaar blijkt te zijn. Overigens noemt Bánffy heel achteloos zijn eigen naam als een van de initiatiefnemers van de Transsylvaanse beweging; een terloopse herinnering aan hoezeer Abády op de schrijver is gebaseerd.
Waar de ontwikkelingen in de politiek duidelijk de slechte kant op gaan, lijkt Bálints persoonlijke leven in rustiger vaarwater te zijn gekomen. Tot mijn niet geringe opluchting blijkt hij te hebben afgezien van een verstandshuwelijk met Lili en keert hij snel terug bij Adrienne. Hun relatie wordt een min of meer geaccepteerd publiek geheim en uiteindelijk lijkt het paar zelfs te kunnen trouwen. Ik zou beter moeten weten dan hoopvol zijn; natuurlijk blijft het vaarwater niet rustig! Hoe vaak kan het hart van de arme Bálint nog gebroken worden?
Het persoonlijke drama blijft niet beperkt tot Bálint. Ondanks duidelijke voortekenen was ik geschokt door de zelfmoord van de sympathieke Gazsi, des te meer omdat het redelijk vroeg in het boek plaatsvindt, als alles nog redelijk zonnig lijkt. Voor László wordt het natuurlijk nooit meer zonnig, maar ook het einde van zijn verhaallijn raakte me onverwacht hard. Ik vind het wel erg jammer dat we Klára Kollonich helemaal niet meer terugzien. Sowieso mis ik wat personages uit eerdere delen. Dat is mijn enige grote punt van kritiek.
En dan het einde… Het is uitstekend gedaan maar tegelijkertijd zo onbevredigend. Ik zei al dat Uiteengescheurd een grafrede is, en op het laatste hoofdstuk is die vergelijking het meest van toepassing. Schrijver en hoofdpersoon lijken volledig samen te smelten als Bálint vrij letterlijk zijn leven en de wereld die hij kent nog eenmaal overziet, beseffende dat de oorlog aan dit alles een einde zal maken. Ik snap dat dit een goed moment is om te stoppen, maar ik was eigenlijk nog niet klaar voor het afscheid. Uiteengescheurd laat me in rouw achter.
De bals, jachtpartijen en ontwikkelingen op de huwelijksmarkt zijn naar de achtergrond verdwenen. Af en toe krijgen we een mooie scène voorgeschoteld die niet had misstaan in Oorlog en Vrede, zoals twee opgewonden standjes die een duel arrangeren tijdens een diner ter ere van de oprichting van de liga tegen het duelleren. Toch zit er vaak een tragische bijsmaak aan: personages beseffen niet hoe vruchteloos en hypocriet hun verzet tegen verandering is.
Hoofdpersoon Bálint Abády lijkt in de loop van de jaren zijn politieke ambities wat te hebben bijgesteld. Hij volgt de chaotische ontwikkelingen in Europa op de voet, maar heeft inmiddels geleerd dat het hopeloos ineffectieve Hongaarse parlement het tij niet ten goede zal kunnen keren. Hij richt zijn inspanningen nu vooral op Transsylvanië, wat meer effect heeft maar toch niet zonder gevaar blijkt te zijn. Overigens noemt Bánffy heel achteloos zijn eigen naam als een van de initiatiefnemers van de Transsylvaanse beweging; een terloopse herinnering aan hoezeer Abády op de schrijver is gebaseerd.
Waar de ontwikkelingen in de politiek duidelijk de slechte kant op gaan, lijkt Bálints persoonlijke leven in rustiger vaarwater te zijn gekomen. Tot mijn niet geringe opluchting blijkt hij te hebben afgezien van een verstandshuwelijk met Lili en keert hij snel terug bij Adrienne. Hun relatie wordt een min of meer geaccepteerd publiek geheim en uiteindelijk lijkt het paar zelfs te kunnen trouwen. Ik zou beter moeten weten dan hoopvol zijn; natuurlijk blijft het vaarwater niet rustig! Hoe vaak kan het hart van de arme Bálint nog gebroken worden?
Het persoonlijke drama blijft niet beperkt tot Bálint. Ondanks duidelijke voortekenen was ik geschokt door de zelfmoord van de sympathieke Gazsi, des te meer omdat het redelijk vroeg in het boek plaatsvindt, als alles nog redelijk zonnig lijkt. Voor László wordt het natuurlijk nooit meer zonnig, maar ook het einde van zijn verhaallijn raakte me onverwacht hard. Ik vind het wel erg jammer dat we Klára Kollonich helemaal niet meer terugzien. Sowieso mis ik wat personages uit eerdere delen. Dat is mijn enige grote punt van kritiek.
En dan het einde… Het is uitstekend gedaan maar tegelijkertijd zo onbevredigend. Ik zei al dat Uiteengescheurd een grafrede is, en op het laatste hoofdstuk is die vergelijking het meest van toepassing. Schrijver en hoofdpersoon lijken volledig samen te smelten als Bálint vrij letterlijk zijn leven en de wereld die hij kent nog eenmaal overziet, beseffende dat de oorlog aan dit alles een einde zal maken. Ik snap dat dit een goed moment is om te stoppen, maar ik was eigenlijk nog niet klaar voor het afscheid. Uiteengescheurd laat me in rouw achter.
De Amor y de Sombra - Isabel Allende (1984)
Alternatieve titel: Liefde en Schaduw

2,0
1
geplaatst: 4 december 2016, 18:50 uur
Ik heb nooit echt de behoefte gevoeld om iets van Isabel Allende te lezen, maar als er gratis boeken worden uitgedeeld, zoals bij Nederland Leest, is het toch wel een beetje tegen mijn erecode in om niets mee te nemen. Nu ken ik The Lord of the Flies al en leek Morten me niet heel boeiend, dus werd het toch Allende. Inmiddels is november voorbij, maar als ik mensen in retrospect zou kunnen adviseren, zou ik iedereen toch Golding aanraden.
Mijn grootste kritiekpunt op De Amor y de Sombra (oké, behalve de titel dan, die een candlelight-roman niet zou misstaan) is dat het hele verhaal me volstrekt koud laat. Het kostte me niet veel moeite om het uit te lezen, en voor een actie als Nederland Leest is dat misschien een pluspunt, maar daar staan heel veel minpunten tegenover. Het lijkt wel alsof Allende niet kan kiezen of ze wil schrijven over de liefde of over de schaduw, en dus maar wat van beide doet in een niet zo geslaagde mix. Soms krijg je het gevoel dat de 'verschrikkingen van het dictatoriaal regime' er alleen maar bij gehaald zijn om het liefdesverhaal wat drama mee te geven. Later lijkt het juist weer zo dat Allende bang was dat niemand het boek zou lezen als het alleen maar over politiek ging, en dat ze er daarom maar een tweedehands liefdesverhaal bij gedaan heeft.
Nu moet ik toegeven dat het ook niet helpt dat ik weinig geïnteresseerd ben in Zuid-Amerika, of in revoluties in het algemeen. Chauvinisme is ook iets wat ik zelden kan hebben. Ik heb snel de neiging om met mijn ogen te gaan rollen bij zinnen als: 'Mijn land... mijn land...' snikte ze. Dat met mijn ogen rollen, of tenen krommen, heb ik ook bij andere zinnen genoeg gedaan. Vooral bij de meer romantisch bedoelde scènes. Deken van goedertierenheid, serieus?
Misschien dat het een en ander in de handen van een andere schrijver nog best een goed boek had kunnen worden. Er zijn lijken in een mijn, de hoofdpersonen moeten het land uit gesmokkeld worden, theoretisch voldoende materiaal om wat spannends van te maken. Allende kiest er echter voor om het geliefde vaderland geen naam te geven, en ons ook niet de minste indruk te geven van wat het dictatoriale regime zoal uithaalt, behalve lijken in mijnen stoppen. Nu hebben we twee kleurloze hoofdpersonen die de strijd aanbinden met een volstrekt onzichtbaar regime. Ook de talloze personages die erbij worden gehaald geven het verhaal weinig kleur. Het enige deel van het boek dat me wist te raken was de dood van Javier Leal. Die paar alinea's deden mij veel oprechter aan dan de rest van het boek, maar zijn onvoldoende om het geheel naar een hoger niveau te tillen.
Er moet voor mij wel een hele goede reden komen om ooit nog iets anders van Allende te lezen. Officieel is het tegen mijn principe in om een boek weg te gooien, maar aangezien dit een gratis exemplaar was in een enorme oplage, en ik vrij zeker weet dat ik het nooit meer zal willen herlezen, gaat De Amor y de Sombra richting papierbak.
Mijn grootste kritiekpunt op De Amor y de Sombra (oké, behalve de titel dan, die een candlelight-roman niet zou misstaan) is dat het hele verhaal me volstrekt koud laat. Het kostte me niet veel moeite om het uit te lezen, en voor een actie als Nederland Leest is dat misschien een pluspunt, maar daar staan heel veel minpunten tegenover. Het lijkt wel alsof Allende niet kan kiezen of ze wil schrijven over de liefde of over de schaduw, en dus maar wat van beide doet in een niet zo geslaagde mix. Soms krijg je het gevoel dat de 'verschrikkingen van het dictatoriaal regime' er alleen maar bij gehaald zijn om het liefdesverhaal wat drama mee te geven. Later lijkt het juist weer zo dat Allende bang was dat niemand het boek zou lezen als het alleen maar over politiek ging, en dat ze er daarom maar een tweedehands liefdesverhaal bij gedaan heeft.
Nu moet ik toegeven dat het ook niet helpt dat ik weinig geïnteresseerd ben in Zuid-Amerika, of in revoluties in het algemeen. Chauvinisme is ook iets wat ik zelden kan hebben. Ik heb snel de neiging om met mijn ogen te gaan rollen bij zinnen als: 'Mijn land... mijn land...' snikte ze. Dat met mijn ogen rollen, of tenen krommen, heb ik ook bij andere zinnen genoeg gedaan. Vooral bij de meer romantisch bedoelde scènes. Deken van goedertierenheid, serieus?
Misschien dat het een en ander in de handen van een andere schrijver nog best een goed boek had kunnen worden. Er zijn lijken in een mijn, de hoofdpersonen moeten het land uit gesmokkeld worden, theoretisch voldoende materiaal om wat spannends van te maken. Allende kiest er echter voor om het geliefde vaderland geen naam te geven, en ons ook niet de minste indruk te geven van wat het dictatoriale regime zoal uithaalt, behalve lijken in mijnen stoppen. Nu hebben we twee kleurloze hoofdpersonen die de strijd aanbinden met een volstrekt onzichtbaar regime. Ook de talloze personages die erbij worden gehaald geven het verhaal weinig kleur. Het enige deel van het boek dat me wist te raken was de dood van Javier Leal. Die paar alinea's deden mij veel oprechter aan dan de rest van het boek, maar zijn onvoldoende om het geheel naar een hoger niveau te tillen.
Er moet voor mij wel een hele goede reden komen om ooit nog iets anders van Allende te lezen. Officieel is het tegen mijn principe in om een boek weg te gooien, maar aangezien dit een gratis exemplaar was in een enorme oplage, en ik vrij zeker weet dat ik het nooit meer zal willen herlezen, gaat De Amor y de Sombra richting papierbak.
Death Comes to Pemberley - P.D. James (2011)
Alternatieve titel: Pemberley

2,0
0
geplaatst: 24 augustus 2015, 19:42 uur
Een tijd geleden hoorde ik van het bestaan van Death Comes to Pemberley en ik was onmiddellijk enthousiast - zowel over het concept als over de titel (ik vind 'm echt briljant). Vrij recent zag ik de miniserie die de BBC hiervan maakte en die beviel me erg goed. De miniserie was een zeer geslaagde mix van misdaadverhaal (wat is de waarheid over Wickham?) en drama (wat voor invloed zal dit hebben op het huwelijk van Elizabeth en Mr Darcy?).
Nu heb ik dan ook het boek gelezen, en tot mijn verbazing ben ik teleurgesteld. Waar verfilmingen meestal een boel schrappen uit het oorspronkelijke verhaal, is er in dit geval juist veel aan toegevoegd. In het boek is er weinig sprake van drama, behalve het drama dat direct in verband staat met de geplaagde misdaad. In de verfilming doet het verschijnen van Wickham weer allerlei gevoelens loskomen bij Mr Darcy en Georgiana, wat weer leidt tot onzekerheid, onenigheid, enzovoort, met andere woorden: heerlijk drama. In het boek zijn meneer en mevrouw Darcy gelukkig getrouwd en gebeurt er toevallig iets naars op hun terrein.
In het voorwoord verontschuldigt James zich voor het feit dat zij Austens personages gebruikt. Nu heb ik daar geen problemen mee als ze goed gebruikt worden, maar in dit verhaal maken ze geen enkele ontwikkeling door en zijn het niet veel meer dan bordkartonnen figuren voor wie we alleen maar sympathie hebben omdat we ze nog kennen uit Pride and Prejudice. Dat is niets minder dan misbruik maken van geliefde personages. Mensen die dit boek lezen zullen dat waarschijnlijk niet alleen doen omdat ze zo geïnteresseerd zijn in de misdaad. Ze willen drama zien, maar in plaats van nieuwe ontwikkelingen worden alleen de gebeurtenissen uit Pride and Prejudice herkauwd. Daarvoor kun je beter het oorspronkelijke boek nog eens lezen. Ook de nieuwe personages die worden opgevoerd, zoals Alveston en de Bidwells, krijgen geen enkele kleur of diepgang. Referenties naar andere Austen-personages vond ik dan wel weer grappig, al zij het een beetje geforceerd soms.
Zo zonder het drama-deel van het verhaal blijft alleen het misdaadverhaal nog over. Dat zit qua plot wel stevig in elkaar, hoewel het voor mij dus niet meer verrassend was omdat ik de miniserie al kende. Wat ik er wel op tegen heb is dat de ontknoping nogal geforceerd is. Hoofdstukken lang wordt alleen maar de informatie herhaald die we al weten, en daarna komt er ineens een duidelijke, chronologische uitleg. Zo werkt het verhaal niet naar een climax, maar komt de oplossing vrij zakelijk en weinig schokkend op een presenteerblaadje aangereikt. Jammer van een op zich leuk uitgedacht plot.
Naar aanleiding van de miniserie had ik een beter boek verwacht. Mijn advies zou dan ook zijn om het boek aan je voorbij te laten gaan en de miniserie te kijken. P.D. James mogen we bedanken voor het misdaadplot, maar laten we de uitwerking van het verhaal maar aan de BBC overlaten.
Nu heb ik dan ook het boek gelezen, en tot mijn verbazing ben ik teleurgesteld. Waar verfilmingen meestal een boel schrappen uit het oorspronkelijke verhaal, is er in dit geval juist veel aan toegevoegd. In het boek is er weinig sprake van drama, behalve het drama dat direct in verband staat met de geplaagde misdaad. In de verfilming doet het verschijnen van Wickham weer allerlei gevoelens loskomen bij Mr Darcy en Georgiana, wat weer leidt tot onzekerheid, onenigheid, enzovoort, met andere woorden: heerlijk drama. In het boek zijn meneer en mevrouw Darcy gelukkig getrouwd en gebeurt er toevallig iets naars op hun terrein.
In het voorwoord verontschuldigt James zich voor het feit dat zij Austens personages gebruikt. Nu heb ik daar geen problemen mee als ze goed gebruikt worden, maar in dit verhaal maken ze geen enkele ontwikkeling door en zijn het niet veel meer dan bordkartonnen figuren voor wie we alleen maar sympathie hebben omdat we ze nog kennen uit Pride and Prejudice. Dat is niets minder dan misbruik maken van geliefde personages. Mensen die dit boek lezen zullen dat waarschijnlijk niet alleen doen omdat ze zo geïnteresseerd zijn in de misdaad. Ze willen drama zien, maar in plaats van nieuwe ontwikkelingen worden alleen de gebeurtenissen uit Pride and Prejudice herkauwd. Daarvoor kun je beter het oorspronkelijke boek nog eens lezen. Ook de nieuwe personages die worden opgevoerd, zoals Alveston en de Bidwells, krijgen geen enkele kleur of diepgang. Referenties naar andere Austen-personages vond ik dan wel weer grappig, al zij het een beetje geforceerd soms.
Zo zonder het drama-deel van het verhaal blijft alleen het misdaadverhaal nog over. Dat zit qua plot wel stevig in elkaar, hoewel het voor mij dus niet meer verrassend was omdat ik de miniserie al kende. Wat ik er wel op tegen heb is dat de ontknoping nogal geforceerd is. Hoofdstukken lang wordt alleen maar de informatie herhaald die we al weten, en daarna komt er ineens een duidelijke, chronologische uitleg. Zo werkt het verhaal niet naar een climax, maar komt de oplossing vrij zakelijk en weinig schokkend op een presenteerblaadje aangereikt. Jammer van een op zich leuk uitgedacht plot.
Naar aanleiding van de miniserie had ik een beter boek verwacht. Mijn advies zou dan ook zijn om het boek aan je voorbij te laten gaan en de miniserie te kijken. P.D. James mogen we bedanken voor het misdaadplot, maar laten we de uitwerking van het verhaal maar aan de BBC overlaten.
Dictator - Robert Harris (2015)

4,5
1
geplaatst: 14 februari 2021, 22:38 uur
De afgelopen maanden heb ik, met een aantal onderbrekingen, mij uitstekend thuis gevoeld in de Romeinse Republiek in haar nadagen. Met Dictator komt er een tragisch maar spectaculair eind aan een tijdperk. Imperium introduceerde mij in de wereld van de Romeinse rechtbanken en van Cicero, van wie ik voorheen niet veel meer wist dan dat hij in de tijd van Caesar leefde (nu ik de trilogie uit heb voelt het ronduit beledigend om Cicero zo te beschrijven). Vervolgens kwam Lustrum, waarin het speelveld een stuk groter werd en dat eindigde in een bittere afgang voor Cicero. Zoals eerder gezegd ben ik weliswaar een liefhebber maar niet per se een kenner van de Romeinse geschiedenis, dus ik wist niet precies waar het laatste deel van de trilogie heen zou gaan. De titel Dictator zette mij ietwat op het verkeerde been (net als de beschrijving op deze site overigens), maar daarover later meer.
Dictator onderscheidt zich van zijn voorgangers doordat het allereerst meer tijd en ruimte bestrijkt. Het verhaal beperkt zich niet meer tot Rome maar heeft zich uitgebreid over maar liefst drie continenten. Doordat er soms jaren verstrijken tussen de meer dramatische ontwikkelingen is de spanningsopbouw niet zo constant als in (met name de eerste helft van) Lustrum. Daar staat tegenover dat er veel meer op het spel staat. We begonnen met rechtszaken en verkiezingen, toen waren het politieke complotten, nu is het volledig geëscaleerd in een burgeroorlog - of meerdere; de militaire verwikkelingen zijn zo’n chaos dat ik geen idee heb wanneer de ene oorlog eindigt en de volgende begint. Die chaos lijkt mij overigens geen tekortkoming van de schrijver, maar een geloofwaardige weergave van hoe het er in die periode aan toe moet zijn gegaan. Onvermijdelijk in deze chaos gaan er koppen rollen.
Door dat koppen rollen laat Dictator een veel tragischer indruk achter dan zijn voorgangers. Zonder te veel te willen verklappen kan ik gerust zeggen dat er aan het eind van dit boek weinig van de personages die we kennen uit de eerdere boeken meer in leven zijn. De moord op Caesar mag geen spoiler heten, maar waar ik door de titel en beschrijving dacht dat dit de climax van het boek zou vormen, blijkt dit simpelweg het begin te zijn van een nieuwe reeks slachtingen. Vóór deze beroemdste aller politieke moorden hebben we al de brute moord op Pompeius en de zelfmoord van Cato achter de rug en lijkt de Romeinse Republiek dood. Cicero lijkt zich min of meer verzoend te hebben met het idee dat zijn rol uitgespeeld is en ergens voelt het ook wel als een natuurlijk einde van zijn verhaal. De geschiedenis wil het echter anders; de iden van maart luiden een heel nieuw hoofdstuk in.
Vanaf dat moment merkte ik dat ik steeds langzamer ging lezen. Om twee redenen: omdat de trilogie richting haar eind liep en omdat ik heel sterk het vermoeden had dat dat eind niet rooskleurig zou zijn. Cicero’s vriendschap met Octavianus deed me tegen beter weten in hopen dat onze hoofdpersoon toch nog een vredige dood zou mogen sterven. Hoe Harris het doet weet ik niet, maar hij slaagt er perfect in om zowel die hoop op te roepen als het gevoel dat het heel binnenkort, misschien wel op de volgende bladzijde, helemaal fout gaat. Daardoor slaagde ik er uiteindelijk niet meer in om het boek weg te leggen en heb ik de laatste vijftig bladzijden in één ruk uitgelezen. Het einde is, om het in één dramatisch woord samen te vatten, verpletterend. Ik was oprecht verbijsterd door het verraad van Octavianus. Dat hij de macht wilde grijpen zie je wel aankomen, maar dat hij zou samenspannen met Antonius en een prijs op Cicero’s hoofd zou zetten deed letterlijk mijn mond openvallen. Vanaf dat moment is de enige vraag die nog rest of Cicero in staat zal zijn om zijn ideeën over een goede dood in praktijk te brengen (antwoord wat mij betreft: ja).
Te midden van het telkens oplaaiende strijdgewoel, de nieuwe vijanden die als paddenstoelen uit de grond schieten (waardoor het mij niet altijd lukt om iedereen uit elkaar te houden; mijn voornaamste kritiekpunt op dit boek is dan ook dat de dramatis personae aan het einde niet lijkt te zijn vernieuwd na het vorige deel) en de voortdurend wijzigende onderlinge bondgenootschappen maakt Harris ook nog ruimte voor de meer persoonlijke tragediën in Cicero’s leven. Omwille van de al uit de hand lopende lengte van mijn verhaal zal ik hier nu niet verder op ingaan, maar Harris slaagt erin om ook die ‘kleine’ gebeurtenissen indruk te laten maken.
Kritiekpunten heb ik nauwelijks. De dramatis personae vind ik zoals gezegd een serieus probleem. Verder zijn er een aantal lelijke vertaalfouten en -inconsequenties waaraan ik mij heb geërgerd. De weinige gebeurtenissen die ik verhaaltechnisch liever anders gezien (het verdwijnen van Terentia uit het verhaal bijvoorbeeld) kan ik Harris niet verwijten omdat dit nou eenmaal is zoals de geschiedenis zich vertrokken heeft.
Het boek eindigt niet met de ‘val van het Romeinse Rijk’, zoals wel op de kaft en in de beschrijving hierboven staat. De Romeinse Republiek zal nog een aantal jaren stuiptrekken (en wat de meeste mensen bedoelen met het Romeinse Rijk moet nog beginnen). Toch voelt Cicero als de laatste overgebleven vertegenwoordiger van die republiek en is het einde van zijn verhaal, zoals ik al zei, een einde van een tijdperk. Ik zal hem missen.
Dictator onderscheidt zich van zijn voorgangers doordat het allereerst meer tijd en ruimte bestrijkt. Het verhaal beperkt zich niet meer tot Rome maar heeft zich uitgebreid over maar liefst drie continenten. Doordat er soms jaren verstrijken tussen de meer dramatische ontwikkelingen is de spanningsopbouw niet zo constant als in (met name de eerste helft van) Lustrum. Daar staat tegenover dat er veel meer op het spel staat. We begonnen met rechtszaken en verkiezingen, toen waren het politieke complotten, nu is het volledig geëscaleerd in een burgeroorlog - of meerdere; de militaire verwikkelingen zijn zo’n chaos dat ik geen idee heb wanneer de ene oorlog eindigt en de volgende begint. Die chaos lijkt mij overigens geen tekortkoming van de schrijver, maar een geloofwaardige weergave van hoe het er in die periode aan toe moet zijn gegaan. Onvermijdelijk in deze chaos gaan er koppen rollen.
Door dat koppen rollen laat Dictator een veel tragischer indruk achter dan zijn voorgangers. Zonder te veel te willen verklappen kan ik gerust zeggen dat er aan het eind van dit boek weinig van de personages die we kennen uit de eerdere boeken meer in leven zijn. De moord op Caesar mag geen spoiler heten, maar waar ik door de titel en beschrijving dacht dat dit de climax van het boek zou vormen, blijkt dit simpelweg het begin te zijn van een nieuwe reeks slachtingen. Vóór deze beroemdste aller politieke moorden hebben we al de brute moord op Pompeius en de zelfmoord van Cato achter de rug en lijkt de Romeinse Republiek dood. Cicero lijkt zich min of meer verzoend te hebben met het idee dat zijn rol uitgespeeld is en ergens voelt het ook wel als een natuurlijk einde van zijn verhaal. De geschiedenis wil het echter anders; de iden van maart luiden een heel nieuw hoofdstuk in.
Vanaf dat moment merkte ik dat ik steeds langzamer ging lezen. Om twee redenen: omdat de trilogie richting haar eind liep en omdat ik heel sterk het vermoeden had dat dat eind niet rooskleurig zou zijn. Cicero’s vriendschap met Octavianus deed me tegen beter weten in hopen dat onze hoofdpersoon toch nog een vredige dood zou mogen sterven. Hoe Harris het doet weet ik niet, maar hij slaagt er perfect in om zowel die hoop op te roepen als het gevoel dat het heel binnenkort, misschien wel op de volgende bladzijde, helemaal fout gaat. Daardoor slaagde ik er uiteindelijk niet meer in om het boek weg te leggen en heb ik de laatste vijftig bladzijden in één ruk uitgelezen. Het einde is, om het in één dramatisch woord samen te vatten, verpletterend. Ik was oprecht verbijsterd door het verraad van Octavianus. Dat hij de macht wilde grijpen zie je wel aankomen, maar dat hij zou samenspannen met Antonius en een prijs op Cicero’s hoofd zou zetten deed letterlijk mijn mond openvallen. Vanaf dat moment is de enige vraag die nog rest of Cicero in staat zal zijn om zijn ideeën over een goede dood in praktijk te brengen (antwoord wat mij betreft: ja).
Te midden van het telkens oplaaiende strijdgewoel, de nieuwe vijanden die als paddenstoelen uit de grond schieten (waardoor het mij niet altijd lukt om iedereen uit elkaar te houden; mijn voornaamste kritiekpunt op dit boek is dan ook dat de dramatis personae aan het einde niet lijkt te zijn vernieuwd na het vorige deel) en de voortdurend wijzigende onderlinge bondgenootschappen maakt Harris ook nog ruimte voor de meer persoonlijke tragediën in Cicero’s leven. Omwille van de al uit de hand lopende lengte van mijn verhaal zal ik hier nu niet verder op ingaan, maar Harris slaagt erin om ook die ‘kleine’ gebeurtenissen indruk te laten maken.
Kritiekpunten heb ik nauwelijks. De dramatis personae vind ik zoals gezegd een serieus probleem. Verder zijn er een aantal lelijke vertaalfouten en -inconsequenties waaraan ik mij heb geërgerd. De weinige gebeurtenissen die ik verhaaltechnisch liever anders gezien (het verdwijnen van Terentia uit het verhaal bijvoorbeeld) kan ik Harris niet verwijten omdat dit nou eenmaal is zoals de geschiedenis zich vertrokken heeft.
Het boek eindigt niet met de ‘val van het Romeinse Rijk’, zoals wel op de kaft en in de beschrijving hierboven staat. De Romeinse Republiek zal nog een aantal jaren stuiptrekken (en wat de meeste mensen bedoelen met het Romeinse Rijk moet nog beginnen). Toch voelt Cicero als de laatste overgebleven vertegenwoordiger van die republiek en is het einde van zijn verhaal, zoals ik al zei, een einde van een tijdperk. Ik zal hem missen.
Disappearance of Adèle Bedeau, The - Graeme Macrae Burnet (2014)
Alternatieve titel: De Verdwijning van Adèle Bedeau

4,0
1
geplaatst: 15 april 2023, 15:48 uur
The Disappearance of Adèle Bedeau zet je al vanaf de kaft op het verkeerde been. Allereerst wordt er op mijn uitgave gesproken over ‘a historical thriller’. Over het genre zou je kunnen twisten, maar historisch? Het verhaal lijkt zich aan het eind van de vorige eeuw af te spelen (niet mijn idee van historisch), maar dat wordt nergens expliciet gemaakt noch is het erg van belang. Ten tweede doet de schrijver zich voor als de vertaler, inclusief titelpagina waarop een fictieve Fransman als schrijver wordt opgevoerd, en een nawoord waarin deze Raymond Brunet van een korte biografie wordt voorzien. Graeme Macrae Burnet lijkt zijn eigen schrijverschap graag met enig mysterie te onthullen: in het latere His Bloody Project: Documents Relating to the Case of Roderick Macrae doet hij zich voor als een ver familielid van de fictieve hoofdpersoon; in zijn debuut verschuilt hij zich achter een fictieve schrijver met een vergelijkbare achternaam. De grootste misleiding is echter de titel.
Adèle Bedeau is verre van de hoofdpersoon, en haar verdwijning is niet de hoofdlijn van het verhaal. Hooguit is het een startschot voor een zoektocht die uiteindelijk de levens van de werkelijke hoofdpersonen overhoop gooit. Verdachte Manfred Baumann wordt door paranoia bevangen en inspecteur Gorski wordt met zijn eigen onvermogen en gebrek aan ambitie geconfronteerd. Na een paar hoofdstukken verwacht je als lezer een soort kat-en-muisverhaal, tot de schrijver je abrupt op een ander spoor zet. In een flashback zien we Manfred als eenzame tiener die een geheime zomerliefde beleeft, die resulteert in moord. Het is deze moord die zowel Manfred als Gorski jaren later nog niet loslaat. Wat er precies met Adèle gebeurd is verdwijnt steeds meer naar de achtergrond, en als zij in het laatste hoofdstuk zonder verklaring weer opduikt was ik in het geheel niet verbaasd. Het is een riskante manoeuvre, maar goed geslaagd.
Macrae Burnet heeft een subtiele, bijna argeloze manier van vertellen. Hij lokt de lezer onopvallend mee naar onverwachte wendingen. Het mooiste voorbeeld is de dood van Juliette. Ik was er dusdanig door verrast dat ik de laatste alinea’s nog eens moest lezen om te begrijpen hoe dit in vredesnaam gebeurd was. Ook maakt de schrijver Manfreds paranoia tot een heel eind in het verhaal heel invoelbaar. Een groot deel van de tijd gaat het over hoe Manfred probeert zich zo onverdacht mogelijk te gedragen, wat natuurlijk een averechts effect heeft. Je zou ondertussen bijna vergeten dat we al die tijd geen enkel idee hebben of hij überhaupt betrokken is bij de verdwijning van Adèle.
Het is heel knap hoe de schrijver me als een rattenvanger achter zich aan lokt. Toch weet ik dat hij beter kan. In His Bloody Project was ik veel meer emotioneel geïnvesteerd in de hoofdpersoon. The Disappearance of Adèle Bedeau is in vergelijking iets te cerebraal naar mijn smaak, maar technisch uitstekend.
Adèle Bedeau is verre van de hoofdpersoon, en haar verdwijning is niet de hoofdlijn van het verhaal. Hooguit is het een startschot voor een zoektocht die uiteindelijk de levens van de werkelijke hoofdpersonen overhoop gooit. Verdachte Manfred Baumann wordt door paranoia bevangen en inspecteur Gorski wordt met zijn eigen onvermogen en gebrek aan ambitie geconfronteerd. Na een paar hoofdstukken verwacht je als lezer een soort kat-en-muisverhaal, tot de schrijver je abrupt op een ander spoor zet. In een flashback zien we Manfred als eenzame tiener die een geheime zomerliefde beleeft, die resulteert in moord. Het is deze moord die zowel Manfred als Gorski jaren later nog niet loslaat. Wat er precies met Adèle gebeurd is verdwijnt steeds meer naar de achtergrond, en als zij in het laatste hoofdstuk zonder verklaring weer opduikt was ik in het geheel niet verbaasd. Het is een riskante manoeuvre, maar goed geslaagd.
Macrae Burnet heeft een subtiele, bijna argeloze manier van vertellen. Hij lokt de lezer onopvallend mee naar onverwachte wendingen. Het mooiste voorbeeld is de dood van Juliette. Ik was er dusdanig door verrast dat ik de laatste alinea’s nog eens moest lezen om te begrijpen hoe dit in vredesnaam gebeurd was. Ook maakt de schrijver Manfreds paranoia tot een heel eind in het verhaal heel invoelbaar. Een groot deel van de tijd gaat het over hoe Manfred probeert zich zo onverdacht mogelijk te gedragen, wat natuurlijk een averechts effect heeft. Je zou ondertussen bijna vergeten dat we al die tijd geen enkel idee hebben of hij überhaupt betrokken is bij de verdwijning van Adèle.
Het is heel knap hoe de schrijver me als een rattenvanger achter zich aan lokt. Toch weet ik dat hij beter kan. In His Bloody Project was ik veel meer emotioneel geïnvesteerd in de hoofdpersoon. The Disappearance of Adèle Bedeau is in vergelijking iets te cerebraal naar mijn smaak, maar technisch uitstekend.
Dochter van Juda, Vrouw van Rome - Annemarie Willems (2005)

3,5
0
geplaatst: 31 maart 2014, 20:19 uur
Ergens las ik dat iemand Dochter van Juda, vrouw van Rome wel wat vond lijken op een boek van Thea Beckman. Dit eenmaal gelezen hebbende kon ik de gelijkenissen niet ontkennen. Het gaat om een jonge vrouw in een historisch verhaal die moet leren om haar eigen weg te vinden. Het verhaal is spannend, de achtergrond wordt heel levendig gekleurd, de hoofdpersoon maakt een duidelijke ontwikkeling door, er zijn bepaalde archetypen te herkennen, enzovoort.
De personages zijn, zoals ik al zei, vaak archetypen. De rijke, nobele edelman, de zorgzame pleegmoeder, het jaloerse pleegzusje, de wrede echtgenoot. De personages ontwikkelen zich geen van allen in een onverwachte richting en velen zijn heel duidelijk óf goed óf slecht. Hoewel dit aan de ene kant wat jammer is, wordt het boek er niet minder leesbaar van. Ik houd van verhalen die zich in de Romeinse tijd afspelen en de bijzonder levendige manier waarop Willems de setting beschrijft compenseert een boel. Ook heeft Willems een vrij sobere stijl die ik erg prettig vind (en die me ook wel wat aan Thea Beckman doet denken, eigenlijk). Dramatische ontwikkelingen hoeven wat mij betreft niet samen te gaan met dramatisch taalgebruik, en in dat opzicht alleen al is Dochter van Juda, vrouw van Rome geslaagd.
Wat ik dan wel weer vrij vreemd vond is dat het christelijke plotelement zo weinig wordt uitgewerkt. Er wordt gesproken van een nieuwe leer die behoorlijk revolutionair lijkt te zijn, maar we krijgen er nauwelijks iets over te horen en in het leven van de christenen die we leren kennen merken we er weinig van dat hun levensstijl radicaal anders is. Als je zelf niet veel weet over christenvervolgingen moet het je wel een compleet raadsel zijn waarom de eerste christenen vervolgd worden en waarom er zoveel onmin bestaat tussen christenen en joden. Dit hele element had ofwel beter uitgewerkt moeten worden, of er gewoon helemaal uitgelaten. Het Romeinse antisemitisme was opzichzelfstaand al boeiend genoeg geweest.
Er valt dus genoeg aan te merken aan dit boek, maar dat neemt niet weg dat ik het al twee keer met plezier gelezen heb. Ik krijg nu ineens heel veel zin om weer eens iets van Thea Beckman te lezen...
De personages zijn, zoals ik al zei, vaak archetypen. De rijke, nobele edelman, de zorgzame pleegmoeder, het jaloerse pleegzusje, de wrede echtgenoot. De personages ontwikkelen zich geen van allen in een onverwachte richting en velen zijn heel duidelijk óf goed óf slecht. Hoewel dit aan de ene kant wat jammer is, wordt het boek er niet minder leesbaar van. Ik houd van verhalen die zich in de Romeinse tijd afspelen en de bijzonder levendige manier waarop Willems de setting beschrijft compenseert een boel. Ook heeft Willems een vrij sobere stijl die ik erg prettig vind (en die me ook wel wat aan Thea Beckman doet denken, eigenlijk). Dramatische ontwikkelingen hoeven wat mij betreft niet samen te gaan met dramatisch taalgebruik, en in dat opzicht alleen al is Dochter van Juda, vrouw van Rome geslaagd.
Wat ik dan wel weer vrij vreemd vond is dat het christelijke plotelement zo weinig wordt uitgewerkt. Er wordt gesproken van een nieuwe leer die behoorlijk revolutionair lijkt te zijn, maar we krijgen er nauwelijks iets over te horen en in het leven van de christenen die we leren kennen merken we er weinig van dat hun levensstijl radicaal anders is. Als je zelf niet veel weet over christenvervolgingen moet het je wel een compleet raadsel zijn waarom de eerste christenen vervolgd worden en waarom er zoveel onmin bestaat tussen christenen en joden. Dit hele element had ofwel beter uitgewerkt moeten worden, of er gewoon helemaal uitgelaten. Het Romeinse antisemitisme was opzichzelfstaand al boeiend genoeg geweest.
Er valt dus genoeg aan te merken aan dit boek, maar dat neemt niet weg dat ik het al twee keer met plezier gelezen heb. Ik krijg nu ineens heel veel zin om weer eens iets van Thea Beckman te lezen...
Donderdagmiddagdochter - Stevo Akkerman (2013)

1
geplaatst: 11 januari 2016, 20:19 uur
Ik heb nogal gemengde gevoelens bij boeken die handelen over geloofsstrijd, gebaseerd op eerdere ervaringen met het 'genre'. Aan de ene kant is daar bijvoorbeeld het schitterende The Short Day Dying, aan de andere kant het voor mij tegenvallende Knielen op een Bed Violen. Daarom ben ik altijd wat huiverig om aan dergelijke boeken te beginnen, al lees ik ze wel. De combinatie met het verlies van het dochtertje sprak me dan wel weer aan.
Het eerste hoofdstuk greep me meteen al bij keel. Het afschuwelijke gegeven van een niet-levensvatbaar kind dat wordt geboren en sterft, wordt op nuchtere, afgematte toon verteld, waardoor het voor mij althans alleen maar meer indruk maakt. Gelukkig bleef het boek niet alleen maar in het tranendal hangen. Meer dan ik verwacht had, op basis van de titel, gaat Donderdagmiddagdochter over de geloofsstrijd van de vader, en niet over het verlies van zijn dochter. Die strijd blijkt eigenlijk al jaren geleden te zijn begonnen, zonder opzienbarende gebeurtenis vooraf. De vader is een twijfelend persoon in een milieu waar iedereen het zeker lijkt te weten. Op een gegeven moment moet het dan 'mis' gaan. Dat moment van misgaan is nog niet eens zo zeer de dood van Evy, meer de nasleep daarvan. De vader en moeder drijven uit elkaar; beide op een heel andere manier zoekend naar God en Zijn bedoeling. De frustratie van de vader is begrijpelijk, maar ook de positie van de moeder, die bij haar man niet de troost vindt die ze nodig heeft.
Zo wordt Donderdagmiddagdochter het verhaal van een zoektocht naar God, en een zoektocht naar elkaar. Die wordt weinig chronologisch beschreven, maar dat draagt denk ik juist bij aan het verhaal. Voor een verhaal met zo'n zware thematiek valt dit boek verrassend gemakkelijk te lezen. Ik was ook echt benieuwd hoe het af zou lopen, waar de vader zou eindigen. Nu vond ik het einde wel mooi, maar misschien ook wat te kort. Het boek is behoorlijk dun; het had geen kwaad gekund als er wat meer pagina's waren besteed aan de breuk tussen de vader en de moeder en het geleidelijke herstel dat daarop volgt.
Hoewel ik dit boek met interesse gelezen heb, viel het met de emotionele betrokkenheid wel mee. Het eerste en ook het laatste hoofdstuk weten mij wel te raken, maar voor de rest vind ik het verhaal meer interessant dan aangrijpend. Misschien is dat wel een reflectie van de schrijver zelf..? Hoe dan ook, Donderdagmiddagdochter heb ik misschien niet met plezier gelezen - daar is het het boek niet voor - maar ik ben wel blij dat ik het gelezen heb.
PS: en gelukkig bewijst Akkerman dat je niet per se een afvallige christen hoeft te zijn om goed te kunnen schrijven...
Het eerste hoofdstuk greep me meteen al bij keel. Het afschuwelijke gegeven van een niet-levensvatbaar kind dat wordt geboren en sterft, wordt op nuchtere, afgematte toon verteld, waardoor het voor mij althans alleen maar meer indruk maakt. Gelukkig bleef het boek niet alleen maar in het tranendal hangen. Meer dan ik verwacht had, op basis van de titel, gaat Donderdagmiddagdochter over de geloofsstrijd van de vader, en niet over het verlies van zijn dochter. Die strijd blijkt eigenlijk al jaren geleden te zijn begonnen, zonder opzienbarende gebeurtenis vooraf. De vader is een twijfelend persoon in een milieu waar iedereen het zeker lijkt te weten. Op een gegeven moment moet het dan 'mis' gaan. Dat moment van misgaan is nog niet eens zo zeer de dood van Evy, meer de nasleep daarvan. De vader en moeder drijven uit elkaar; beide op een heel andere manier zoekend naar God en Zijn bedoeling. De frustratie van de vader is begrijpelijk, maar ook de positie van de moeder, die bij haar man niet de troost vindt die ze nodig heeft.
Zo wordt Donderdagmiddagdochter het verhaal van een zoektocht naar God, en een zoektocht naar elkaar. Die wordt weinig chronologisch beschreven, maar dat draagt denk ik juist bij aan het verhaal. Voor een verhaal met zo'n zware thematiek valt dit boek verrassend gemakkelijk te lezen. Ik was ook echt benieuwd hoe het af zou lopen, waar de vader zou eindigen. Nu vond ik het einde wel mooi, maar misschien ook wat te kort. Het boek is behoorlijk dun; het had geen kwaad gekund als er wat meer pagina's waren besteed aan de breuk tussen de vader en de moeder en het geleidelijke herstel dat daarop volgt.
Hoewel ik dit boek met interesse gelezen heb, viel het met de emotionele betrokkenheid wel mee. Het eerste en ook het laatste hoofdstuk weten mij wel te raken, maar voor de rest vind ik het verhaal meer interessant dan aangrijpend. Misschien is dat wel een reflectie van de schrijver zelf..? Hoe dan ook, Donderdagmiddagdochter heb ik misschien niet met plezier gelezen - daar is het het boek niet voor - maar ik ben wel blij dat ik het gelezen heb.
PS: en gelukkig bewijst Akkerman dat je niet per se een afvallige christen hoeft te zijn om goed te kunnen schrijven...
Dood van een Non - Maria Rosseels (1961)

4,0
2
geplaatst: 1 november 2020, 17:59 uur
Niet het gemakkelijkste boek van Maria Rosseels (overigens wel het best verkrijgbare in Nederland). Wacht Niet op de Morgen en Ik Was een Christen behoren tot mijn favoriete boeken en zijn ook zeker verwant aan Dood van een Non. In alle drie de boeken is de hoofdpersoon iemand die constant op zoek is naar zichzelf en naar God, en die zoektocht is elke keer uitstekend uitgewerkt. Dood van een Non speelt zich echter in een veel recenter verleden af dan de andere twee boeken en de historische setting is ook niet van groot belang. De setting is wél op een andere manier ‘exotisch’: een deel van het boek speelt zich af in het klooster, een wereld die de meesten van ons niet van binnen zullen kennen.
Aan de ene kant is het kloosterleven fascinerend, aan de andere kant staat het ver van mij af. Dat hoeft geen probleem te zijn; de Romeinse tijd staat ook ver van me af en toch lees ik daar graag over. In Ik was een Christen had ik echter meer het gevoel alsof ik de wereld van de hoofdpersoon ingezogen werd. De dingen die ik over de geschiedenis moest weten om het verhaal te begrijpen werden op een natuurlijke manier in het verhaal verweven. In Dood van een Non wordt nauwelijks iets uitgelegd. Als niet-katholiek ken ik lang niet alle termen die nodig zijn om het kloosterleven te begrijpen en de verwijzingen naar ontwikkelingen in de katholieke kerk of het leven van bepaalde heiligen gaan langs mij heen. Het is niet dat daardoor het verhaal niet te volgen is, maar het is zo jammer dat ik het idee heb dat ik soms dingen mis.
Overigens laat Rosseels in het eerste deel, waarin ze Sabines leven tot haar toetreding in het klooster beschrijft, zien hoe ze wel degelijk een onbekende wereld tot leven kan wekken. Sabine groeit op tijdens het interbellum op een landgoed dat buiten de tijd en misschien zelfs werkelijkheid lijkt te bestaan. De zorgeloosheid verdwijnt als Sabine ziek wordt en afhankelijk raakt. Het markeert het begin van een gecompliceerde relatie met de mensen om haar heen, maar vooral met God. De belangrijkste personages, waaronder de levenslustige Simon, de vrome Gertrude en de zachtaardige Nicolas, worden zonder uitzondering uitstekend gekarakteriseerd. Op dit eerste deel kan ik dan ook hoegenaamd geen aanmerkingen maken.
Het tweede deel (in het klooster) en derde deel (leven na het klooster) zijn nog steeds goed geschreven. Toch voel ik me later in het boek meer op een afstand staan tot Sabine, al ben ik nog steeds met haar begaan. Die afstand kan deels verklaard worden door de mij vreemde wereld van het klooster (en in mindere mate het verre Oosten, dat Rosseels goed kende maar ik niet, waardoor ik ook in het derde deel niet altijd snap waar ze nou precies op doelt). Ik weet niet of dat de enige verklaring is. Het is in ieder geval jammer dat ik na het uitstekende eerste deel die afstand ervaarde, hoewel de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat ik Sabine ook in het tweede en derde deel een beter beschreven en gedenkwaardiger personage vind dan het merendeel van de personages die ik in andere boeken gelezen heb.
Ik kan er ook bij deze tweede lezing niet de vinger op leggen wat het maakt dat ik dit boek moeilijker vind dan het andere werk van Maria Rosseels. Ik weet ook niet waarom van al haar boeken juist deze verfilmd is (in een grijs verleden, en blijkbaar niet heel goed). Haar andere werk is qua plot interessanter en vermoedelijk geschikt voor een iets breder publiek. Dat neemt niet weg dat ik het absoluut de moeite van het herlezen waard vond. Wie weet kom ik er in de toekomst nog eens op terug. Voor nu vier welverdiende sterren.
Aan de ene kant is het kloosterleven fascinerend, aan de andere kant staat het ver van mij af. Dat hoeft geen probleem te zijn; de Romeinse tijd staat ook ver van me af en toch lees ik daar graag over. In Ik was een Christen had ik echter meer het gevoel alsof ik de wereld van de hoofdpersoon ingezogen werd. De dingen die ik over de geschiedenis moest weten om het verhaal te begrijpen werden op een natuurlijke manier in het verhaal verweven. In Dood van een Non wordt nauwelijks iets uitgelegd. Als niet-katholiek ken ik lang niet alle termen die nodig zijn om het kloosterleven te begrijpen en de verwijzingen naar ontwikkelingen in de katholieke kerk of het leven van bepaalde heiligen gaan langs mij heen. Het is niet dat daardoor het verhaal niet te volgen is, maar het is zo jammer dat ik het idee heb dat ik soms dingen mis.
Overigens laat Rosseels in het eerste deel, waarin ze Sabines leven tot haar toetreding in het klooster beschrijft, zien hoe ze wel degelijk een onbekende wereld tot leven kan wekken. Sabine groeit op tijdens het interbellum op een landgoed dat buiten de tijd en misschien zelfs werkelijkheid lijkt te bestaan. De zorgeloosheid verdwijnt als Sabine ziek wordt en afhankelijk raakt. Het markeert het begin van een gecompliceerde relatie met de mensen om haar heen, maar vooral met God. De belangrijkste personages, waaronder de levenslustige Simon, de vrome Gertrude en de zachtaardige Nicolas, worden zonder uitzondering uitstekend gekarakteriseerd. Op dit eerste deel kan ik dan ook hoegenaamd geen aanmerkingen maken.
Het tweede deel (in het klooster) en derde deel (leven na het klooster) zijn nog steeds goed geschreven. Toch voel ik me later in het boek meer op een afstand staan tot Sabine, al ben ik nog steeds met haar begaan. Die afstand kan deels verklaard worden door de mij vreemde wereld van het klooster (en in mindere mate het verre Oosten, dat Rosseels goed kende maar ik niet, waardoor ik ook in het derde deel niet altijd snap waar ze nou precies op doelt). Ik weet niet of dat de enige verklaring is. Het is in ieder geval jammer dat ik na het uitstekende eerste deel die afstand ervaarde, hoewel de eerlijkheid mij gebiedt te zeggen dat ik Sabine ook in het tweede en derde deel een beter beschreven en gedenkwaardiger personage vind dan het merendeel van de personages die ik in andere boeken gelezen heb.
Ik kan er ook bij deze tweede lezing niet de vinger op leggen wat het maakt dat ik dit boek moeilijker vind dan het andere werk van Maria Rosseels. Ik weet ook niet waarom van al haar boeken juist deze verfilmd is (in een grijs verleden, en blijkbaar niet heel goed). Haar andere werk is qua plot interessanter en vermoedelijk geschikt voor een iets breder publiek. Dat neemt niet weg dat ik het absoluut de moeite van het herlezen waard vond. Wie weet kom ik er in de toekomst nog eens op terug. Voor nu vier welverdiende sterren.
Dracula - Bram Stoker (1897)

2,5
0
geplaatst: 6 december 2012, 21:43 uur
Dracula heb ik eigenlijk alleen gelezen omwille van de status die het boek heeft als moeder aller vampierverhalen. Nu ben ik niet per se een liefhebber van vampiers, maar als je er dan toch over leest, dan wel graag het alleroorspronkelijkste verhaal. Heel eng was het niet, maar met een beetje fantasie is het wel spannend - vooral in het begin met Jonathan Harker in het kasteel, en iets later als het nog niet helemaal duidelijk is wat er met Lucy aan de hand is, en als je ook nog geen idee hebt wat die enge psychiatrische patiënt ermee te maken heeft.
Van de brief-en-dagboeken-vorm had ik eerlijk gezegd iets meer verwacht. Het blijkt dat alle personages een vrij uitgebreid dagboek bijhouden, dat ze geen problemen hebben om lange monologen woord voor woord weer te geven en dat ze allemaal eenzelfde schrijfstijl hebben. Toch een beetje jammer. Ook zijn er geen gaten in de berichtgeving, om zo maar te zeggen, er is altijd wel íemand die iets vastlegt. Had af en toe een dag overgeslagen, zoals in een echt dagboek, zodat wij kunnen raden wat er tussentijds gebeurd is.
Maar dat is niet het grootste punt waar ik me aan ergerde. Het is vooral het feit dat de personages behoorlijk theatraal zijn: ze ontmoeten elkaar, worden meteen vrienden op leven en dood, geloven elkaar onvoorwaardelijk, vallen elkaar telkens huilend in de armen of bezwijmen van ellende. Ik neem aan dat het Victoriaanse publiek hiervan smulde; van mij mag het wel iets subtieler. Daarnaast vind ik het jammer dat Mina in de loop van het boek zo verandert. In het begin stond ze nog haar mannetje, maar als er echt iets moet gebeuren vindt ze het helemaal niet erg om alles aan de mannen over te laten. Ze schijnt er volkomen mee tevreden te zijn dat haar bijdrage uit nauwelijks meer bestaat dan voor secretaresse spelen.
En de Nederlandse dokter Van Helsing praat Duits - pijnlijk.
Het einde vond ik niet bepaald spectaculair. Het was een mooie jacht, maar vrij plotseling is de jacht afgelopen en dan is het ook allemaal ineens klaar. Had er een mooi dramatisch eind aan gemaakt, waarin Mina in een vampier veranderd of zo. Ik verwachtte eigenlijk dat ze te laat zouden zijn om haar nog te redden, maar helaas. En als er toch iemand dood moet gaan, waarom dan niet Van Helsing in plaats van de vrij onbetekenende Quincy Morris?
Ook had ik eigenlijk gehoopt veel meer te weten over de achtergrond van Dracula. Hoe is hij zo geworden, hij moet toch ook eens gebeten zijn? Wie zijn de vrouwen in zijn huis? Als daar nu eens een mooi tragisch liefdesverhaal achter had gezeten was zijn personage wat minder saai geweest.
Al met al niet helemaal wat ik ervan verwacht had. Wel dramatisch, maar niet op de manier die ik zou willen. Ook al is het niet mijn genre, zelfs dan had ik het boek kunnen waarderen ware het niet voor bovengenoemde punten. Toch jammer. 2,5 ster.
Van de brief-en-dagboeken-vorm had ik eerlijk gezegd iets meer verwacht. Het blijkt dat alle personages een vrij uitgebreid dagboek bijhouden, dat ze geen problemen hebben om lange monologen woord voor woord weer te geven en dat ze allemaal eenzelfde schrijfstijl hebben. Toch een beetje jammer. Ook zijn er geen gaten in de berichtgeving, om zo maar te zeggen, er is altijd wel íemand die iets vastlegt. Had af en toe een dag overgeslagen, zoals in een echt dagboek, zodat wij kunnen raden wat er tussentijds gebeurd is.
Maar dat is niet het grootste punt waar ik me aan ergerde. Het is vooral het feit dat de personages behoorlijk theatraal zijn: ze ontmoeten elkaar, worden meteen vrienden op leven en dood, geloven elkaar onvoorwaardelijk, vallen elkaar telkens huilend in de armen of bezwijmen van ellende. Ik neem aan dat het Victoriaanse publiek hiervan smulde; van mij mag het wel iets subtieler. Daarnaast vind ik het jammer dat Mina in de loop van het boek zo verandert. In het begin stond ze nog haar mannetje, maar als er echt iets moet gebeuren vindt ze het helemaal niet erg om alles aan de mannen over te laten. Ze schijnt er volkomen mee tevreden te zijn dat haar bijdrage uit nauwelijks meer bestaat dan voor secretaresse spelen.
En de Nederlandse dokter Van Helsing praat Duits - pijnlijk.
Het einde vond ik niet bepaald spectaculair. Het was een mooie jacht, maar vrij plotseling is de jacht afgelopen en dan is het ook allemaal ineens klaar. Had er een mooi dramatisch eind aan gemaakt, waarin Mina in een vampier veranderd of zo. Ik verwachtte eigenlijk dat ze te laat zouden zijn om haar nog te redden, maar helaas. En als er toch iemand dood moet gaan, waarom dan niet Van Helsing in plaats van de vrij onbetekenende Quincy Morris?
Ook had ik eigenlijk gehoopt veel meer te weten over de achtergrond van Dracula. Hoe is hij zo geworden, hij moet toch ook eens gebeten zijn? Wie zijn de vrouwen in zijn huis? Als daar nu eens een mooi tragisch liefdesverhaal achter had gezeten was zijn personage wat minder saai geweest.
Al met al niet helemaal wat ik ervan verwacht had. Wel dramatisch, maar niet op de manier die ik zou willen. Ook al is het niet mijn genre, zelfs dan had ik het boek kunnen waarderen ware het niet voor bovengenoemde punten. Toch jammer. 2,5 ster.
