Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Children of Húrin, The - J.R.R. Tolkien (2007)
Alternatieve titel: De Kinderen van Húrin

4,0
1
geplaatst: 12 mei 2013, 22:08 uur
Aanvankelijk was ik wat huiverig om met De kinderen van Húrin te beginnen, met name omdat ik behalve The Lord of the Rings en The Hobbit niets van Tolkien gelezen heb (überhaupt weinig in het genre) en ik wel eens heb gehoord dat de rest van zijn werk zeer moeilijk door te komen is. Mijn vrees werd nog vergroot toen ik de inleiding las, die door Christopher Tolkien geschreven is om het één en ander te verduidelijken. Bij mij werkte dat averechts, ik snapte er weinig van en verwachte het hele verhaal in verwarring te moeten lezen wegens allerlei verwijzingen waar ik niks van begreep. De eerste pagina’s waren moeilijk, maar gelukkig veranderde het verhaal daarna compleet.
De kinderen van Húrin leest voor mij als een Griekse tragedie (en mocht ik daar nu net een zwak voor hebben…). Heel anders dan The Lord of the Rings en The Hobbit, minder groots, episch en vooral een stuk minder luchtig. Húrin is een trots man die zolang tegenstand blijft bieden aan Morgoth, de personificatie van het kwaad, dat Morgoth hem straft op de ergst mogelijke manier. Hij dwingt Húrin om machteloos toe te zien hoe zijn geliefden ten gronde worden gericht – niet door marteling of honger, maar door het noodlot dat hen achtervolgt omdat Morgoth hen vervloekt heeft. Zoon Túrin volgen we het eerste deel van het verhaal, waarin hij (door wat pech lijkt, maar het is natuurlijk de vloek) uit zijn beschermde leventje wordt gegooid en uit trots weigert daarin terug te keren. Túrin is in principe een goed mens, moedig en nobel, maar hij heeft zijn zwakheden en die worden door Morgoth en zijn dienaren genadeloos gebruikt om hem door Midden-Aarde op te jagen, gevolgd door ‘de voetstappen van zijn doem’. Hij laat een spoor van ellende achter al waar hij gaat, met de beste bedoelingen. Meermaals in het verhaal zijn er personages die voorzien wat voor ongeluk hij met zich meebrengt, maar nooit slaagt iemand erin om het te veranderen. Húrins dochter Nienor lijkt aanvankelijk een ander lot beschoren, maar ook zij ontkomt niet aan de vloek die over haar familie is uitgesproken. Zij vindt haar ondergang op een wel heel erg Grieks-tragische manier (Oedipus… Ik houd van dat verhaal.), wat ik overigens geen slecht punt vind. Dat Grieks-tragische uit zich ook in wat pompeuze dialogen en dramatische sterfscènes voorafgegaan door al even dramatische woorden – evenmin een minpunt voor mij.
Zowel voor Túrin en Nienor als hun moeder Morwen geldt dat het noodlot hen opjaagt waar zij gaan, maar dat zij zelf ook niet onschuldig zijn. Zoals het een goed tragisch verhaal betaamt maken de personages zeer menselijke vergissingen die door de vloek die op hen rust tot rampzalige gevolgen leiden. Zo krijgt het verhaal meer dimensie. De familie van Húrin is trots en moedig, maar wordt daardoor roekeloos en stort zich blindelings in het onheil. Húrin ziet het aan vanaf zijn betoverde troon en moet wel ondragelijk lijden, hoewel Húrin zelf slechts zeer kort in het verhaal voorkomt. Pas op het einde komt hij vrij, en dat is niet omdat Morgoth vindt dat hij nu voldoende gestraft is.
Ik houd van de personages in dit verhaal, meer dan ik om de setting geef. The Lord of the Rings is al vrij snel volledig uit mijn gedachten gedreven. Het verhaal is meeslepend en tragisch, en dat er toevallig Orks en elven in voor komen vind ik verder niet erg. De draak Glaurung is dan wel weer een geweldige toevoeging, omdat hij zowel een fysieke als psychische dreiging vormt. Wie in zijn buurt komt zal sterven door zijn lichamelijke kracht of de rest van zijn leven gebukt gaan onder zijn listen en leugens. Zelfs stervende kent Glaurung geen genade en onthult de identiteit van Nienor, waardoor zij niet meer met zichzelf kan leven, waardoor Túrin tot waanzin wordt gedreven en ook niet meer met zichzelf kan leven. Wat een schurk…
Hier kan ik nog wel even over doorgaan, maar ik zal gaan afronden. De kinderen van Húrin was niet wat ik van verwacht had – het was beter. Ik zou echter niet durven voorspellen of dit voor anderen ook zal gelden, want als je om andere redenen dan ik van The Lord of the Rings houdt, zou De kinderen van Húrin je wel eens tegen kunnen vallen. Als je van tragisch, meeslepend en mythisch houdt niet.
De kinderen van Húrin leest voor mij als een Griekse tragedie (en mocht ik daar nu net een zwak voor hebben…). Heel anders dan The Lord of the Rings en The Hobbit, minder groots, episch en vooral een stuk minder luchtig. Húrin is een trots man die zolang tegenstand blijft bieden aan Morgoth, de personificatie van het kwaad, dat Morgoth hem straft op de ergst mogelijke manier. Hij dwingt Húrin om machteloos toe te zien hoe zijn geliefden ten gronde worden gericht – niet door marteling of honger, maar door het noodlot dat hen achtervolgt omdat Morgoth hen vervloekt heeft. Zoon Túrin volgen we het eerste deel van het verhaal, waarin hij (door wat pech lijkt, maar het is natuurlijk de vloek) uit zijn beschermde leventje wordt gegooid en uit trots weigert daarin terug te keren. Túrin is in principe een goed mens, moedig en nobel, maar hij heeft zijn zwakheden en die worden door Morgoth en zijn dienaren genadeloos gebruikt om hem door Midden-Aarde op te jagen, gevolgd door ‘de voetstappen van zijn doem’. Hij laat een spoor van ellende achter al waar hij gaat, met de beste bedoelingen. Meermaals in het verhaal zijn er personages die voorzien wat voor ongeluk hij met zich meebrengt, maar nooit slaagt iemand erin om het te veranderen. Húrins dochter Nienor lijkt aanvankelijk een ander lot beschoren, maar ook zij ontkomt niet aan de vloek die over haar familie is uitgesproken. Zij vindt haar ondergang op een wel heel erg Grieks-tragische manier (Oedipus… Ik houd van dat verhaal.), wat ik overigens geen slecht punt vind. Dat Grieks-tragische uit zich ook in wat pompeuze dialogen en dramatische sterfscènes voorafgegaan door al even dramatische woorden – evenmin een minpunt voor mij.
Zowel voor Túrin en Nienor als hun moeder Morwen geldt dat het noodlot hen opjaagt waar zij gaan, maar dat zij zelf ook niet onschuldig zijn. Zoals het een goed tragisch verhaal betaamt maken de personages zeer menselijke vergissingen die door de vloek die op hen rust tot rampzalige gevolgen leiden. Zo krijgt het verhaal meer dimensie. De familie van Húrin is trots en moedig, maar wordt daardoor roekeloos en stort zich blindelings in het onheil. Húrin ziet het aan vanaf zijn betoverde troon en moet wel ondragelijk lijden, hoewel Húrin zelf slechts zeer kort in het verhaal voorkomt. Pas op het einde komt hij vrij, en dat is niet omdat Morgoth vindt dat hij nu voldoende gestraft is.
Ik houd van de personages in dit verhaal, meer dan ik om de setting geef. The Lord of the Rings is al vrij snel volledig uit mijn gedachten gedreven. Het verhaal is meeslepend en tragisch, en dat er toevallig Orks en elven in voor komen vind ik verder niet erg. De draak Glaurung is dan wel weer een geweldige toevoeging, omdat hij zowel een fysieke als psychische dreiging vormt. Wie in zijn buurt komt zal sterven door zijn lichamelijke kracht of de rest van zijn leven gebukt gaan onder zijn listen en leugens. Zelfs stervende kent Glaurung geen genade en onthult de identiteit van Nienor, waardoor zij niet meer met zichzelf kan leven, waardoor Túrin tot waanzin wordt gedreven en ook niet meer met zichzelf kan leven. Wat een schurk…
Hier kan ik nog wel even over doorgaan, maar ik zal gaan afronden. De kinderen van Húrin was niet wat ik van verwacht had – het was beter. Ik zou echter niet durven voorspellen of dit voor anderen ook zal gelden, want als je om andere redenen dan ik van The Lord of the Rings houdt, zou De kinderen van Húrin je wel eens tegen kunnen vallen. Als je van tragisch, meeslepend en mythisch houdt niet.
Circe - Madeline Miller (2018)

0
geplaatst: 24 juni 2023, 16:10 uur
Ik zocht in de bibliotheek een ‘dwarsligger’ voor op vakantie en zo viel mijn oog op Circe. Niet veel later haalde ik op de meest willekeurige momenten en plaatsen dit boek tevoorschijn; want zeker het eerste deel van het verhaal was het boek erg moeilijk weg te leggen.
Voor zover ik mij kan herinneren is dit de eerste keer dat ik lees vanuit het perspectief van een god zelf. Opvallend hierbij is dat de Olympische goden grotendeels op afstand blijven en het verhaal vooral bevolkt wordt door mindere goden. Tussen de (letterlijke) Titanen lijkt Circe nog het meest op een gepest basisschoolmeisje dat wanhopig aansluiting zoekt en steeds bedrogen uitkomt. Circe verandert echter met de omstandigheden, wat mooi de metamorfoses weerspiegelt die Circe anderen oplegt. Na een bekentenis uit oprechtheid en/of zelfvernietiging wordt ze verbannen naar Aiaia, waar ze haar eerste transformatie ondergaat. Ze ontdekt de kracht in zichzelf en leeft in verbondenheid met de natuur – het kan zo in een bepaald type tijdschrift. De idylle wordt verbroken door de komst van Daedalus en de tijdelijke opheffing van Circes ballingschap. Haar eenzaamheid maakt onvoorzichtig, ze wordt verkracht en verandert in de klassieke femme fatale die we kennen uit de Odyssee. Miller beschrijft deze transformaties trouwens uitstekend. Als we dan op het punt zijn aangekomen dat Circe achteloos hele bemanningen omtovert tot varkens vind ik dat zowel geloofwaardig als terecht.
Odysseus leidt de volgende transformatie in. Deze is mijn optiek de minst geslaagde van het boek. Toevallig (?) is het verhaal vanaf hier ook het meest apocrief. Ik verkeerde even in de veronderstelling dat Telegonus uit de verbeelding van de schrijfster was voortgekomen omdat ik hem niet herkende vanuit Homerus of Ovidius. Hij blijkt echter wel degelijk te bestaan in tweede- en derdehands bronnen, en ook het verdere verloop van het verhaal is daarop gebaseerd. Hoe het ook komt, na de geboorte van Telegonus kakt het boek wat in. De introductie van een dreigende Athena was interessant en de dood van Odysseus ook, het probleem ligt meer bij Circe zelf. Ze heeft haar aantrekkingskracht als personage grotendeels verloren. Miller heeft echter nog één transformatie gepland: Circe besluit zichzelf te transformeren tot sterveling. Zo is de cirkel weer rond en krijgt het verhaal een waardig einde.
Miller heeft een uitstekend leesbare stijl die ook toegankelijk is voor mensen die niet thuis zijn in de mythologie. Het gaat over goden en monsters maar de menselijkheid is nooit ver te zoeken. De meeste personages zijn sympathiek of in ieder geval boeiend. Sommige had ik alleen graag meer gezien. Pasiphaë omdat ze zo’n mooi contrast vormt met Circe en hun interacties op Kreta naar meer smaken. Daedalus omdat hij Circe beter begrijpt dan wie dan ook. Aeëtes omdat ik benieuwd ben naar hoe hun relatie zich ontwikkelt nadat Circe Medea heeft geholpen. Athena omdat haar goddelijkheid van een heel andere orde is dan die van Circe. Nog even tussen haakjes: is het niet raar dat Athena Telegonus probeert te doden? Ik had onmiddellijk bedacht wat hier de reden voor moest zijn én wist dat het toch niet zou werken. Het is atypisch voor de godin van de Wijsheid om dit niet in te zien, toch? Voor mijn gevoel blijft er wat potentieel onbenut in het verhaal. In plaats daarvan krijgen we de komst van Telemachus en Penelope. Ook sympathieke en goed beschreven figuren maar voor mij minder indrukwekkend. Dat Circe eindigt met Telemachus vond ik niet helemaal goed uitgewerkt.
Al met al enige teleurstelling over Circe, vooral omdat ik het gevoel heb dat er meer in had gezeten. De eerste helft van het boek was uitstekend, niets op aan te merken. De rest van het boek is zeker niet onverdienstelijk en het eind maakt het gedeeltelijk weer goed, maar toch… Ik geef vier sterren, waar ik had gehoopt vijf te kunnen geven.
Voor zover ik mij kan herinneren is dit de eerste keer dat ik lees vanuit het perspectief van een god zelf. Opvallend hierbij is dat de Olympische goden grotendeels op afstand blijven en het verhaal vooral bevolkt wordt door mindere goden. Tussen de (letterlijke) Titanen lijkt Circe nog het meest op een gepest basisschoolmeisje dat wanhopig aansluiting zoekt en steeds bedrogen uitkomt. Circe verandert echter met de omstandigheden, wat mooi de metamorfoses weerspiegelt die Circe anderen oplegt. Na een bekentenis uit oprechtheid en/of zelfvernietiging wordt ze verbannen naar Aiaia, waar ze haar eerste transformatie ondergaat. Ze ontdekt de kracht in zichzelf en leeft in verbondenheid met de natuur – het kan zo in een bepaald type tijdschrift. De idylle wordt verbroken door de komst van Daedalus en de tijdelijke opheffing van Circes ballingschap. Haar eenzaamheid maakt onvoorzichtig, ze wordt verkracht en verandert in de klassieke femme fatale die we kennen uit de Odyssee. Miller beschrijft deze transformaties trouwens uitstekend. Als we dan op het punt zijn aangekomen dat Circe achteloos hele bemanningen omtovert tot varkens vind ik dat zowel geloofwaardig als terecht.
Odysseus leidt de volgende transformatie in. Deze is mijn optiek de minst geslaagde van het boek. Toevallig (?) is het verhaal vanaf hier ook het meest apocrief. Ik verkeerde even in de veronderstelling dat Telegonus uit de verbeelding van de schrijfster was voortgekomen omdat ik hem niet herkende vanuit Homerus of Ovidius. Hij blijkt echter wel degelijk te bestaan in tweede- en derdehands bronnen, en ook het verdere verloop van het verhaal is daarop gebaseerd. Hoe het ook komt, na de geboorte van Telegonus kakt het boek wat in. De introductie van een dreigende Athena was interessant en de dood van Odysseus ook, het probleem ligt meer bij Circe zelf. Ze heeft haar aantrekkingskracht als personage grotendeels verloren. Miller heeft echter nog één transformatie gepland: Circe besluit zichzelf te transformeren tot sterveling. Zo is de cirkel weer rond en krijgt het verhaal een waardig einde.
Miller heeft een uitstekend leesbare stijl die ook toegankelijk is voor mensen die niet thuis zijn in de mythologie. Het gaat over goden en monsters maar de menselijkheid is nooit ver te zoeken. De meeste personages zijn sympathiek of in ieder geval boeiend. Sommige had ik alleen graag meer gezien. Pasiphaë omdat ze zo’n mooi contrast vormt met Circe en hun interacties op Kreta naar meer smaken. Daedalus omdat hij Circe beter begrijpt dan wie dan ook. Aeëtes omdat ik benieuwd ben naar hoe hun relatie zich ontwikkelt nadat Circe Medea heeft geholpen. Athena omdat haar goddelijkheid van een heel andere orde is dan die van Circe. Nog even tussen haakjes: is het niet raar dat Athena Telegonus probeert te doden? Ik had onmiddellijk bedacht wat hier de reden voor moest zijn én wist dat het toch niet zou werken. Het is atypisch voor de godin van de Wijsheid om dit niet in te zien, toch? Voor mijn gevoel blijft er wat potentieel onbenut in het verhaal. In plaats daarvan krijgen we de komst van Telemachus en Penelope. Ook sympathieke en goed beschreven figuren maar voor mij minder indrukwekkend. Dat Circe eindigt met Telemachus vond ik niet helemaal goed uitgewerkt.
Al met al enige teleurstelling over Circe, vooral omdat ik het gevoel heb dat er meer in had gezeten. De eerste helft van het boek was uitstekend, niets op aan te merken. De rest van het boek is zeker niet onverdienstelijk en het eind maakt het gedeeltelijk weer goed, maar toch… Ik geef vier sterren, waar ik had gehoopt vijf te kunnen geven.
Clash of Kings, A - George R.R. Martin (1998)
Alternatieve titel: De Strijd der Koningen

4,5
0
geplaatst: 1 april 2016, 17:36 uur
Na A Game of Thrones krijgen we in A Clash of Kings meer van hetzelfde, en meer – en dat is precies wat ik wilde. Zoals te verwachten viel, gaat het na de dood van Eddard Stark alleen maar verder bergafwaarts. Inmiddels begint het conflict zich uit te breiden en krijgen we nieuwe spelers in het veld te zien.
Om maar met de nieuwe spelers te beginnen: Stannis is de meest opvallende nieuwkomer, maar het is Davos die de hoofdstukken krijgt. Gelukkig maar, want hoewel Stannis de rechtmatige erfgenaam mag wezen, sympathiek is hij niet. Davos, zijn moreel kompas en een van de zeldzame mensen in Westeros met gezond verstand, is dat wel. Daarnaast leren we de Greyjoys kennen, door de ogen van Theon. Theon zelf was al niet sympathiek, maar hij slaagt er in dit deel in om, na Joffrey, de meest gehate persoon in Westeros te worden (op dit moment…) en de naam Theon Turncloak te verdienen. Verder nieuw in dit deel: een gigantische zeeslag, door Martin heel succesvol uit drie oogpunten beschreven, en een heleboel mysterieuze dromen en visioenen (en niet alleen van Bran!).
Gelukkig zijn we de ‘oude’ personages niet uit het oog verloren, hoewel de meeste elkaar wel uit het oog verloren zijn. Arya’s plotlijn vind ik erg goed. Ze maakt een roadtrip door het land, komt interessante figuren tegen (Jaqen H’ghar!), ondergaat een aantal identiteitswisselingen/-crises, en neemt uiteindelijk haar lot in eigen hand. Sansa doet ook een poging tot dat laatste, maar slaagt daar weinig in. Ik vind haar wel veel sympathieker dan in het eerste deel, en haar merkwaardige relatie met The Hound is fascinerend. Tyrion doet het verbazingwekkend goed als Hand, al krijgt hij daar weinig waardering voor. Zoals Tyrion probeert de stad te redden, vecht Catelyn voor de vrede, en krijgt al even weinig bijval. Ik vind Catelyn een fantastisch personage; ze wordt met elk hoofdstuk harder, eenzamer en wanhopiger, en hoe harder ze vecht hoe minder ze bereikt. Het is het soort tragiek dat mij aanspreekt. Ondertussen heeft Bran het op Winterfell zwaar te verduren; gelukkig wordt zijn personage dit boek een stuk interessanter. Hetzelfde geldt voor Jon Snow, op missie ten noorden van de muur. Daenerys’ personage laat mij tot nog toe koud, maar het hoofdstuk in The House of the Undying was fascinerend.
Zoals ik al zei, meer van hetzelfde na het vorige boek. Politiek gekonkel, ingewikkelde familiebanden, moord en doodslag. Zelf vond ik geen dood zo schokkend als die van Ned in A Game of Thrones, maar de moord op Renly was schokkend genoeg, en er zijn flink wat oude bekenden die tot mijn verdriet het loodje leggen, zoals Ser Rodrik, Maester Luwin en Yoren. Martin heeft er ook geen moeite mee om nieuwe personages te introduceren, met een paar zinnen je sympathie voor hen te laten voelen, en ze vervolgens op vreselijke manieren af te maken. Van treurende weduwe (tot het huwelijk gedwongen door de bastaard Bolton, vervolgens uitgehongerd totdat ze haar eigen vingers opat), tot legendarische strijder (Qhorin Halfhand). Net zoals Ned Stark in het vorige boek verraden werd door Littlefinger, worden de Starks in A Clash of Kings verraden door mensen die ze vertrouwden, tweemaal zelfs. Ik denk dat, van alle schokkende sterfgevallen en gebeurtenissen in dit boek, de val van Winterfell qua impact de dood van Ned nog het meest benadert.
Al met al een erg geslaagde voortzetting van de serie. De perspectiefwisselingen werken nog steeds fantastisch, de wereld wordt hoe groter hoe levendiger, en de verhaallijnen ingewikkelder en de spanning is regelmatig om te snijden. De pakweg 1000 pagina’s van mijn uitgave gingen erin als zoete koek. Kom maar op met dat volgende deel!
Om maar met de nieuwe spelers te beginnen: Stannis is de meest opvallende nieuwkomer, maar het is Davos die de hoofdstukken krijgt. Gelukkig maar, want hoewel Stannis de rechtmatige erfgenaam mag wezen, sympathiek is hij niet. Davos, zijn moreel kompas en een van de zeldzame mensen in Westeros met gezond verstand, is dat wel. Daarnaast leren we de Greyjoys kennen, door de ogen van Theon. Theon zelf was al niet sympathiek, maar hij slaagt er in dit deel in om, na Joffrey, de meest gehate persoon in Westeros te worden (op dit moment…) en de naam Theon Turncloak te verdienen. Verder nieuw in dit deel: een gigantische zeeslag, door Martin heel succesvol uit drie oogpunten beschreven, en een heleboel mysterieuze dromen en visioenen (en niet alleen van Bran!).
Gelukkig zijn we de ‘oude’ personages niet uit het oog verloren, hoewel de meeste elkaar wel uit het oog verloren zijn. Arya’s plotlijn vind ik erg goed. Ze maakt een roadtrip door het land, komt interessante figuren tegen (Jaqen H’ghar!), ondergaat een aantal identiteitswisselingen/-crises, en neemt uiteindelijk haar lot in eigen hand. Sansa doet ook een poging tot dat laatste, maar slaagt daar weinig in. Ik vind haar wel veel sympathieker dan in het eerste deel, en haar merkwaardige relatie met The Hound is fascinerend. Tyrion doet het verbazingwekkend goed als Hand, al krijgt hij daar weinig waardering voor. Zoals Tyrion probeert de stad te redden, vecht Catelyn voor de vrede, en krijgt al even weinig bijval. Ik vind Catelyn een fantastisch personage; ze wordt met elk hoofdstuk harder, eenzamer en wanhopiger, en hoe harder ze vecht hoe minder ze bereikt. Het is het soort tragiek dat mij aanspreekt. Ondertussen heeft Bran het op Winterfell zwaar te verduren; gelukkig wordt zijn personage dit boek een stuk interessanter. Hetzelfde geldt voor Jon Snow, op missie ten noorden van de muur. Daenerys’ personage laat mij tot nog toe koud, maar het hoofdstuk in The House of the Undying was fascinerend.
Zoals ik al zei, meer van hetzelfde na het vorige boek. Politiek gekonkel, ingewikkelde familiebanden, moord en doodslag. Zelf vond ik geen dood zo schokkend als die van Ned in A Game of Thrones, maar de moord op Renly was schokkend genoeg, en er zijn flink wat oude bekenden die tot mijn verdriet het loodje leggen, zoals Ser Rodrik, Maester Luwin en Yoren. Martin heeft er ook geen moeite mee om nieuwe personages te introduceren, met een paar zinnen je sympathie voor hen te laten voelen, en ze vervolgens op vreselijke manieren af te maken. Van treurende weduwe (tot het huwelijk gedwongen door de bastaard Bolton, vervolgens uitgehongerd totdat ze haar eigen vingers opat), tot legendarische strijder (Qhorin Halfhand). Net zoals Ned Stark in het vorige boek verraden werd door Littlefinger, worden de Starks in A Clash of Kings verraden door mensen die ze vertrouwden, tweemaal zelfs. Ik denk dat, van alle schokkende sterfgevallen en gebeurtenissen in dit boek, de val van Winterfell qua impact de dood van Ned nog het meest benadert.
Al met al een erg geslaagde voortzetting van de serie. De perspectiefwisselingen werken nog steeds fantastisch, de wereld wordt hoe groter hoe levendiger, en de verhaallijnen ingewikkelder en de spanning is regelmatig om te snijden. De pakweg 1000 pagina’s van mijn uitgave gingen erin als zoete koek. Kom maar op met dat volgende deel!
Claudius the God - Robert Graves (1934)
Alternatieve titel: Claudius de God

4,0
0
geplaatst: 17 november 2015, 20:34 uur
Na I, Claudius kon ik niet lang wachten om het vervolg te lezen. Het eerste boek eindigde vrij abrupt met Claudius die tot zijn eigen stomme verbazing tot keizer uitgeroepen wordt. Ik wilde erg graag weten hoe hij het zou doen als keizer, en daar geeft Claudius the God gelukkig uitgebreid antwoord op. Verrassend genoeg doet Claudius het helemaal niet slecht als keizer. Na de volledige chaos onder Caligula is het haast een opluchting om te lezen dat iemand de boel weer in het gareel krijgt. Daarnaast is het natuurlijk ook fijn dat Claudius eindelijk de kans krijgt om te laten zien dat hij geen idioot is, al zijn de meeste mensen die dat beweerd hebben inmiddels niet meer in leven.
Maar eerst gaan we even terug in de tijd en horen we het verhaal van Herodes Agrippa, dat an sich ook al fascinerend is. Deze Herodes speelde een grote rol in het stabiliseren van Claudius’ troon en geeft hem de raad nooit iemand te vertrouwen – inclusief Herodes zelf. Als iemand zoiets over zichzelf zegt geeft dat al te denken. De gecompliceerde relatie tussen Herodes en Claudius is één van de sterkste punten in dit boek.
Over niemand vertrouwen gesproken… Net als Caligula in het vorige boek was Messalina een naam die ik vaag associeerde met een notoire schurk. Die reputatie maakt ze meer dan waar, en Claudius ziet het natuurlijk niet. Nu schrijft Claudius zijn memoires aan het eind van zijn leven, waardoor hij in staat is commentaar te leveren op zijn eigen blindheid voor de ontaardheid van zijn vrouw. Ik kon soms niet wachten tot het moment dat hem eindelijk de ogen zouden opengaan.
Verrassend genoeg gaat het vanaf dan bergafwaarts met Claudius. Na een aantal jaren zich intensief en succesvol met de gang van zaken in zijn rijk te hebben bemoeid, laat hij de teugels steeds meer vieren. Hij trouwt zelfs met zijn nicht Agrippinilla, wat me compleet verbijsterd zou hebben als ik het niet eerder al in de stamboom had zien staan. Met de introductie van Agrippinilla krijgt het verhaal er weer een interessant personage bij. Ze lijkt op veel manieren op haar overgrootmoeder Livia, die ook al zo’n imposant persoon was. Helaas zijn er nog maar weinig bladzijden over op dat punt in het verhaal.
Ik had liever gehad dat het verhaal zich meer had gefocust op de laatste jaren van Claudius’ leven, en bijvoorbeeld wat minder op zijn verovering van Britannië (hoewel ik het wel leuk vond om te lezen dat olifanten en kamelen daarin een grote rol speelden). Ook had ik graag wat meer over Calpurnia gelezen, de ex-prostituee die van al Claudius’ vrienden de enige lijkt te zijn die oprecht en onzelfzuchtig om hem geeft. Ze schijnt ook daadwerkelijk degene te zijn geweest die Claudius de ogen opende voor Messalina’s kwaadaardigheid. Ik had Calpurnia meer aandacht en een minder tragisch einde toegewenst.
Waar Claudius in I, Claudius voornamelijk een bijrol speelde in zijn eigen biografie, staat hij in dit vervolg meer op de voorgrond. Opvallend is dat ik ook in dit deel de hoofdstukken over anderen (met name Herodes Agrippa) vaak interessanter vond dan de hoofdstukken over Claudius zelf. Dat betekent echter niet dat ik niet een zwak heb ontwikkeld voor de manke, stotterende en eeuwig ondergewaardeerde Claudius. Met al zijn geleerdheid is hij hopeloos naïef en wereldvreemd, een verstrooide professor avant la lettre, hopeloos verstrikt in de paleisintriges. Het is niet moeilijk om te voorspellen welke kant het met hem op zal gaan. En hoewel Claudius zelf vrede lijkt te hebben met zijn naderende einde, vind ik het verdrietig om hem zo gedesillusioneerd te zien sterven. Het maakt Seneca’s parodie op zijn dood en vergoddelijking des te pijnlijker.
Robert Graves is er met zijn twee boeken over Claudius, die ik eigenlijk als twee delen van hetzelfde boek beschouw, erin geslaagd een intrigerend beeld neer te zetten van het Romeinse hof en de man die daar geheel ongewild het middelpunt van wordt. Mijn fascinatie voor alles wat Romeins is is daarmee ook flink aangewakkerd. Nu wil ik meer lezen over Julius Caesar, Augustus, Nero, Vespasianus, alles dankzij Robert Graves. Ook kijk ik er nu al naar uit om in de toekomst nog eens volop te genieten van Claudius.
Maar eerst gaan we even terug in de tijd en horen we het verhaal van Herodes Agrippa, dat an sich ook al fascinerend is. Deze Herodes speelde een grote rol in het stabiliseren van Claudius’ troon en geeft hem de raad nooit iemand te vertrouwen – inclusief Herodes zelf. Als iemand zoiets over zichzelf zegt geeft dat al te denken. De gecompliceerde relatie tussen Herodes en Claudius is één van de sterkste punten in dit boek.
Over niemand vertrouwen gesproken… Net als Caligula in het vorige boek was Messalina een naam die ik vaag associeerde met een notoire schurk. Die reputatie maakt ze meer dan waar, en Claudius ziet het natuurlijk niet. Nu schrijft Claudius zijn memoires aan het eind van zijn leven, waardoor hij in staat is commentaar te leveren op zijn eigen blindheid voor de ontaardheid van zijn vrouw. Ik kon soms niet wachten tot het moment dat hem eindelijk de ogen zouden opengaan.
Verrassend genoeg gaat het vanaf dan bergafwaarts met Claudius. Na een aantal jaren zich intensief en succesvol met de gang van zaken in zijn rijk te hebben bemoeid, laat hij de teugels steeds meer vieren. Hij trouwt zelfs met zijn nicht Agrippinilla, wat me compleet verbijsterd zou hebben als ik het niet eerder al in de stamboom had zien staan. Met de introductie van Agrippinilla krijgt het verhaal er weer een interessant personage bij. Ze lijkt op veel manieren op haar overgrootmoeder Livia, die ook al zo’n imposant persoon was. Helaas zijn er nog maar weinig bladzijden over op dat punt in het verhaal.
Ik had liever gehad dat het verhaal zich meer had gefocust op de laatste jaren van Claudius’ leven, en bijvoorbeeld wat minder op zijn verovering van Britannië (hoewel ik het wel leuk vond om te lezen dat olifanten en kamelen daarin een grote rol speelden). Ook had ik graag wat meer over Calpurnia gelezen, de ex-prostituee die van al Claudius’ vrienden de enige lijkt te zijn die oprecht en onzelfzuchtig om hem geeft. Ze schijnt ook daadwerkelijk degene te zijn geweest die Claudius de ogen opende voor Messalina’s kwaadaardigheid. Ik had Calpurnia meer aandacht en een minder tragisch einde toegewenst.
Waar Claudius in I, Claudius voornamelijk een bijrol speelde in zijn eigen biografie, staat hij in dit vervolg meer op de voorgrond. Opvallend is dat ik ook in dit deel de hoofdstukken over anderen (met name Herodes Agrippa) vaak interessanter vond dan de hoofdstukken over Claudius zelf. Dat betekent echter niet dat ik niet een zwak heb ontwikkeld voor de manke, stotterende en eeuwig ondergewaardeerde Claudius. Met al zijn geleerdheid is hij hopeloos naïef en wereldvreemd, een verstrooide professor avant la lettre, hopeloos verstrikt in de paleisintriges. Het is niet moeilijk om te voorspellen welke kant het met hem op zal gaan. En hoewel Claudius zelf vrede lijkt te hebben met zijn naderende einde, vind ik het verdrietig om hem zo gedesillusioneerd te zien sterven. Het maakt Seneca’s parodie op zijn dood en vergoddelijking des te pijnlijker.
Robert Graves is er met zijn twee boeken over Claudius, die ik eigenlijk als twee delen van hetzelfde boek beschouw, erin geslaagd een intrigerend beeld neer te zetten van het Romeinse hof en de man die daar geheel ongewild het middelpunt van wordt. Mijn fascinatie voor alles wat Romeins is is daarmee ook flink aangewakkerd. Nu wil ik meer lezen over Julius Caesar, Augustus, Nero, Vespasianus, alles dankzij Robert Graves. Ook kijk ik er nu al naar uit om in de toekomst nog eens volop te genieten van Claudius.
Clerkenwell Tales, The - Peter Ackroyd (2003)
Alternatieve titel: Nacht over Clerkenwell

3,0
0
geplaatst: 27 mei 2013, 13:34 uur
Peter Ackroyd ken ik vooral door zijn The Fall of Troy, één van mijn favoriete boeken. The Clerkenwell Tales heb ik dan ook zonder veel na te denken uit de bibliotheek meegenomen. Pas later las ik de beschrijving aandachtig en was toen des te meer geïnteresseerd. Een non, geboren als onwettig kind, opgroeiend in een geheim gangenstelsel...
Het verhaal is echter heel anders dan verwacht. Zoals de Engelse titel al doet vermoeden gaat het hier om een verzameling verhalen, in navolging van The Canterbury Tales (heb ik overigens niet gelezen). Clarice de non is niet de hoofdpersoon, sterker nog, er is helemaal geen hoofdpersoon. De verhalen hebben elk een ander personage als hoofdpersoon, en de verhalen worden naarmate je verder leest steeds meer met elkaar verbonden. Op zich zit het vrij ingenieus in elkaar, maar het was niet wat ik van dit boek verwacht had. De zeer vele personages en verschillende gezichtspunten brachten me nogal in de war. Aan de andere kant denk ik dat The Clerkenwell Tales voor liefhebbers van complottheorieën om te smullen is.
Een beetje jammer dus. Pluspunten zijn er gelukkig ook. Ondanks de verwarring was het boek wel degelijk spannend. Ackroyd kent Londen duidelijk als z'n broekzak en lijkt de stad moeiteloos tot leven te brengen, al speelt het verhaal zich eeuwen geleden af. Akcroyds schrijfstijl is ook aangenaam als altijd.
The Clerkenwell Tales is zeker geen slecht boek, maar niet wat ik ervan verwacht had, en ook niet echt iets voor mij. Daarom drie sterren.
Het verhaal is echter heel anders dan verwacht. Zoals de Engelse titel al doet vermoeden gaat het hier om een verzameling verhalen, in navolging van The Canterbury Tales (heb ik overigens niet gelezen). Clarice de non is niet de hoofdpersoon, sterker nog, er is helemaal geen hoofdpersoon. De verhalen hebben elk een ander personage als hoofdpersoon, en de verhalen worden naarmate je verder leest steeds meer met elkaar verbonden. Op zich zit het vrij ingenieus in elkaar, maar het was niet wat ik van dit boek verwacht had. De zeer vele personages en verschillende gezichtspunten brachten me nogal in de war. Aan de andere kant denk ik dat The Clerkenwell Tales voor liefhebbers van complottheorieën om te smullen is.
Een beetje jammer dus. Pluspunten zijn er gelukkig ook. Ondanks de verwarring was het boek wel degelijk spannend. Ackroyd kent Londen duidelijk als z'n broekzak en lijkt de stad moeiteloos tot leven te brengen, al speelt het verhaal zich eeuwen geleden af. Akcroyds schrijfstijl is ook aangenaam als altijd.
The Clerkenwell Tales is zeker geen slecht boek, maar niet wat ik ervan verwacht had, en ook niet echt iets voor mij. Daarom drie sterren.
Conclave - Robert Harris (2016)
Alternatieve titel: Conclaaf

4,5
2
geplaatst: 11 februari 2024, 16:47 uur
Wat een fijn boek weer van Robert Harris! De beste man heeft het talent om mijn interesse te wekken voor zaken die ik eerder niet bijster interessant vond. Vulkanen, het rechtssysteem in de Romeinse republiek, en deze keer de verkiezing van een nieuwe paus.
Het werk van Harris heeft iets ambachtelijks. Elementen ervan zijn herkenbaar uit eerder werk. Zo is zijn hoofdpersoon, kardinaal Lomeli, een typisch Harris-personage: bedachtzaam, wat onwillig om in het middelpunt van de belangstelling te staan, maar met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid waardoor hij toch een intrige wordt ingesleurd. Daar sympathiseer je gemakkelijk mee.
Ambachtelijk is vaak iets anders dan vernieuwend, maar dat is wat mij betreft geen probleem als het zo goed wordt gedaan. De eenheid van tijd, plaats en handeling geeft het verhaal iets van een klassiek toneelstuk. Er zijn kandidaten die stuk voor stuk afvallen en lijken die uit de kast komen. Soms kon ik voorspellen wat er ging gebeuren - er moest een keer wat gaan ontploffen - maar dat vond ik nergens vervelend. Het gaf me meer dat triomfantelijke gevoel dat je als lezer slim genoeg bent om tussen de regels door te lezen. Ik vind het niet erg om niet in volstrekte verwarring en schok achtergelaten te worden.
Zoals altijd zet Harris de setting uitstekend neer; des te belangrijker voor een verhaal dat zich achter gesloten deuren afspeelt. Of het nou gaat om de beschrijvingen van Michelangelo's Laatste Oordeel of de benauwdheid van de dichtgetimmerde kamers in het Casa Santa Marta, het draagt altijd bij aan het verhaal. Ook de vele kardinalen worden genoeg ingekleurd om ze uit elkaar te kunnen houden. Wat ik mooi vind is hoe de schrijver de kardinalen als heel erg menselijk neerzet. Hij is kritisch maar ook respectvol. Met een onderwerp als het kiezen van een nieuwe paus had het verhaal makkelijk de kant op kunnen gaan van een achterbakse machtsstrijd tussen hypocriete oude mannen; of, saaier nog, een vrome discussie tussen kardinalen die meer symbool en instituut zijn dan mens. Harris houdt heel netjes het midden en laat uiteindelijk de menselijkheid winnen.
Concluderend is Conclaaf precies wat ik ervan verwachtte: spannend maar niet wereldschokkend, met groot vakmanschap gemaakt en heerlijk om te lezen.
Het werk van Harris heeft iets ambachtelijks. Elementen ervan zijn herkenbaar uit eerder werk. Zo is zijn hoofdpersoon, kardinaal Lomeli, een typisch Harris-personage: bedachtzaam, wat onwillig om in het middelpunt van de belangstelling te staan, maar met een sterk gevoel voor rechtvaardigheid waardoor hij toch een intrige wordt ingesleurd. Daar sympathiseer je gemakkelijk mee.
Ambachtelijk is vaak iets anders dan vernieuwend, maar dat is wat mij betreft geen probleem als het zo goed wordt gedaan. De eenheid van tijd, plaats en handeling geeft het verhaal iets van een klassiek toneelstuk. Er zijn kandidaten die stuk voor stuk afvallen en lijken die uit de kast komen. Soms kon ik voorspellen wat er ging gebeuren - er moest een keer wat gaan ontploffen - maar dat vond ik nergens vervelend. Het gaf me meer dat triomfantelijke gevoel dat je als lezer slim genoeg bent om tussen de regels door te lezen. Ik vind het niet erg om niet in volstrekte verwarring en schok achtergelaten te worden.
Zoals altijd zet Harris de setting uitstekend neer; des te belangrijker voor een verhaal dat zich achter gesloten deuren afspeelt. Of het nou gaat om de beschrijvingen van Michelangelo's Laatste Oordeel of de benauwdheid van de dichtgetimmerde kamers in het Casa Santa Marta, het draagt altijd bij aan het verhaal. Ook de vele kardinalen worden genoeg ingekleurd om ze uit elkaar te kunnen houden. Wat ik mooi vind is hoe de schrijver de kardinalen als heel erg menselijk neerzet. Hij is kritisch maar ook respectvol. Met een onderwerp als het kiezen van een nieuwe paus had het verhaal makkelijk de kant op kunnen gaan van een achterbakse machtsstrijd tussen hypocriete oude mannen; of, saaier nog, een vrome discussie tussen kardinalen die meer symbool en instituut zijn dan mens. Harris houdt heel netjes het midden en laat uiteindelijk de menselijkheid winnen.
Concluderend is Conclaaf precies wat ik ervan verwachtte: spannend maar niet wereldschokkend, met groot vakmanschap gemaakt en heerlijk om te lezen.
Constant Princess, The - Philippa Gregory (2005)
Alternatieve titel: The Tudor Court #1

4,0
0
geplaatst: 29 juli 2011, 13:48 uur
Dit is een boek uit mijn lievelingsgenre... Historische romans, met name die geschreven zijn door Engelsen en zich afspelen in Engeland, kunnen mij altijd wel bekoren. Dit boek speelt zich af ten tijde van de Tudors, een periode die volgens mij z'n weerga niet kent als het gaat om de enorme hoeveelheid intriges rond het hof.
Catalina, de hoofdpersoon, komt uit Spanje en is de dochter van het befaamde koningspaar Ferdinand en Isabella. Ze heeft altijd geweten dat ze haar vaderland zou moeten verlaten om te trouwen met de kroonprins van Engeland, maar ze is nauwelijks voorbereid op de situatie die ze daar aantreft. Met haar man kan ze het aanvankelijk niet zo goed vinden, ze is eenzaam en heeft heimwee. Als ze dan eindelijk het geluk gevonden heeft is dat maar van korte duur, want Arthur sterft al na een paar maanden (het boek is dan nog niet eens op de helft). Voor zijn dood laat hij haar beloven dat ze er alles aan zal doen om te trouwen met zijn broertje Henry zodat ze alsnog koningin van Engeland zal worden. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan, want Catalina heeft over haar eigen huwelijk weinig te zeggen. Lange jaren wordt ze als weduwe weggestopt in een armzalig kasteel. Als het haar dan lukt om Henry te trouwen, zijn haar beproevingen allerminst voorbij. Met haar vastberadenheid en slinksheid weet ze zich echter lange tijd te handhaven als Katherine, koningin van Engeland, en maakt zich geliefd bij en bewonderd door het hele volk.
Hiermee eindigt het boek echter niet. De meeste aandacht gaat uit naar Katherines successen die ze uiteindelijk behaalt door nooit op te geven en te blijven vechten voor datgene dat zij gelooft dat haar lot en haar recht is. Pas het laatste hoofdstuk verhaalt van haar ondergang, die ze zelf al had zien aankomen. Ze heeft haar man geen troonopvolger kunnen schenken en hij is ingepalmd door ene Anne Boleyn. Hij staat erop van zijn vrouw te scheiden, en hoewel Katherine weet dat het geen zin heeft weigert ze zich daarbij neer te leggen. Het boek eindigt een beetje in mineur. Als je bekend bent met de geschiedenis zul je weten dat Henry het land afscheurt van de katholieke kerk om zich maar te kunnen scheiden van zijn vrouw. Katherine wordt, onteerd en armoedig, opnieuw weggestopt in een kasteel en sterft daar een eenzame en ellendige dood. Echter is ook uit de geschiedenis bekend dat zij vriend en vijand versteld deed staan door tijdens het proces naar voren te stappen en haar zaak te verdedigen - iets wat hoogst ongebruikelijk was in die tijd, zeker voor een vrouw. Het boek eindigt precies op dit punt:
This is my moment. This is my battle cry.
I step forwards.
Ze gaat dus strijdend ten onder, een heel mooi einde, vind ik zelf.
Het boek is weliswaar historische fictie, maar het belangrijkste is niet verzonnen: Katherine of Aragon, de eerste vrouw van Henry VIII, was een uitzonderlijk sterke vrouw. Ik houd zoveel van dit boek omdat het een vrouw beschrijft die zeer veel leed te dragen krijgt en die bijzonder onheus wordt bejegend - om die uitdrukking maar eens te gebruiken - en die desondanks recht overeind blijft staan.
Philippa Gregory heeft nog meer boeken geschreven over de Tudors en ik heb veel daarvan gelezen. Ze schrijft met een begrijpelijk en goed leesbaar Engels en sleurt je zo mee naar het Engeland van de 16e eeuw. Dit boek blijft van al haar boeken, dankzij de bewonderenswaardige hoofdpersoon, mijn favoriet.
Catalina, de hoofdpersoon, komt uit Spanje en is de dochter van het befaamde koningspaar Ferdinand en Isabella. Ze heeft altijd geweten dat ze haar vaderland zou moeten verlaten om te trouwen met de kroonprins van Engeland, maar ze is nauwelijks voorbereid op de situatie die ze daar aantreft. Met haar man kan ze het aanvankelijk niet zo goed vinden, ze is eenzaam en heeft heimwee. Als ze dan eindelijk het geluk gevonden heeft is dat maar van korte duur, want Arthur sterft al na een paar maanden (het boek is dan nog niet eens op de helft). Voor zijn dood laat hij haar beloven dat ze er alles aan zal doen om te trouwen met zijn broertje Henry zodat ze alsnog koningin van Engeland zal worden. Dit is echter makkelijker gezegd dan gedaan, want Catalina heeft over haar eigen huwelijk weinig te zeggen. Lange jaren wordt ze als weduwe weggestopt in een armzalig kasteel. Als het haar dan lukt om Henry te trouwen, zijn haar beproevingen allerminst voorbij. Met haar vastberadenheid en slinksheid weet ze zich echter lange tijd te handhaven als Katherine, koningin van Engeland, en maakt zich geliefd bij en bewonderd door het hele volk.
Hiermee eindigt het boek echter niet. De meeste aandacht gaat uit naar Katherines successen die ze uiteindelijk behaalt door nooit op te geven en te blijven vechten voor datgene dat zij gelooft dat haar lot en haar recht is. Pas het laatste hoofdstuk verhaalt van haar ondergang, die ze zelf al had zien aankomen. Ze heeft haar man geen troonopvolger kunnen schenken en hij is ingepalmd door ene Anne Boleyn. Hij staat erop van zijn vrouw te scheiden, en hoewel Katherine weet dat het geen zin heeft weigert ze zich daarbij neer te leggen. Het boek eindigt een beetje in mineur. Als je bekend bent met de geschiedenis zul je weten dat Henry het land afscheurt van de katholieke kerk om zich maar te kunnen scheiden van zijn vrouw. Katherine wordt, onteerd en armoedig, opnieuw weggestopt in een kasteel en sterft daar een eenzame en ellendige dood. Echter is ook uit de geschiedenis bekend dat zij vriend en vijand versteld deed staan door tijdens het proces naar voren te stappen en haar zaak te verdedigen - iets wat hoogst ongebruikelijk was in die tijd, zeker voor een vrouw. Het boek eindigt precies op dit punt:
This is my moment. This is my battle cry.
I step forwards.
Ze gaat dus strijdend ten onder, een heel mooi einde, vind ik zelf.
Het boek is weliswaar historische fictie, maar het belangrijkste is niet verzonnen: Katherine of Aragon, de eerste vrouw van Henry VIII, was een uitzonderlijk sterke vrouw. Ik houd zoveel van dit boek omdat het een vrouw beschrijft die zeer veel leed te dragen krijgt en die bijzonder onheus wordt bejegend - om die uitdrukking maar eens te gebruiken - en die desondanks recht overeind blijft staan.
Philippa Gregory heeft nog meer boeken geschreven over de Tudors en ik heb veel daarvan gelezen. Ze schrijft met een begrijpelijk en goed leesbaar Engels en sleurt je zo mee naar het Engeland van de 16e eeuw. Dit boek blijft van al haar boeken, dankzij de bewonderenswaardige hoofdpersoon, mijn favoriet.
Count Belisarius - Robert Graves (1938)
Alternatieve titel: Heer Belisarius

4,0
3
geplaatst: 11 april, 16:20 uur
Vorig jaar viel mijn oog in een tweedehandsboekwinkel op Count Belisarius. De titel zei me niets maar de auteur wel: van Robert Graves las ik eerder al I, Claudius en Claudius the God, wat destijds mijn interesse in Romeinse geschiedenis aanwakkerde. Ruim ten jaar later heeft Count Belisarius een vergelijkbaar effect.
Interesse in (niet per se kennis ván) geschiedenis is ook wel een vereiste om van dit boek te kunnen genieten. De verteller hopt van het ene onderwerp naar het andere, net zoals je op wikipedia kunt blijven doorklikken omdat je steeds weer iets interessants tegenkomt. De religieuze onenigheid over de natuur van Christus of de ingewikkelde verhoudingen tussen de verschillende ‘barbaarse’ stammen en het Romeinse rijk zal niet ieders interesse kunnen opwekken. Gelukkig zijn daar ook de beschrijvingen van sensationele gebeurtenissen als de Nika-rellen of het beleg van Rome.
Belisarius blijkt niet alleen in dit boek maar ook in de geschiedenis een bijna mythisch figuur. Graves maakt in zijn inleiding al een mijns inziens terechte vergelijking met koning Arthur. In Belisarius wordt een bovenmenselijke deugd met een uitzonderlijk militair talent verenigd. Hij is in vele opzichten het ideaal van een Romeinse keizer – alleen blijft hij de daadwerkelijke keizer hardnekkig trouw, tot frustratie van vriend en vijand. ’Vijand’ bedoel ik hier letterlijk: de verslagen Visigoten bieden aan Belisarius tot keizer te kronen! Zelfs Justinianus, een fantastisch onuitstaanbare schurk, kan Belisarius’ onkreukbaarheid niet verdragen en stuurt hem steeds weer op schier onuitvoerbare missies.
Belisarius en Justinianus hebben allebei een uitzonderlijke vrouw aan hun zijde. Antonina vergezelt haar man niet alleen op zijn campagnes maar is er een actief onderdeel van. Keizerin Theodora heeft een grote invloed op haar man, die ze verreweg overtreft in moed en daadkracht. Antonina’s vriendschap met Theodora klinkt het viertal definitief aan elkaar vast, tot Theodosius de onderliggende verhoudingen compliceert. Dit levert het meer persoonlijke drama op dat een goed tegenwicht biedt aan al het wapengekletter.
Graves’ verteller Eugenius is allesbehalve onpartijdig, en het mooie van historische fictie is dat dat ook gewoon mág. Eugenius schrijft als amateurhistoricus, wat betekent dat we veel tell krijgen in plaats van show, met weinig dialogen. Desondanks weet de schrijver complete personages te maken van de vele historische figuren (een overzicht daarvan had trouwens geen kwaad gekund; ik kan de generaals en Gotische koningen niet allemaal meer uit elkaar houden). Het maakt Count Belisarius een boek dat meer is dan een interessant overzicht van een onderbelichte periode in de geschiedenis. Het is misschien een boek voor een select publiek, maar wie van historische fictie houdt heeft het minstens zo veel te bieden als Graves' bekendere werk.
Interesse in (niet per se kennis ván) geschiedenis is ook wel een vereiste om van dit boek te kunnen genieten. De verteller hopt van het ene onderwerp naar het andere, net zoals je op wikipedia kunt blijven doorklikken omdat je steeds weer iets interessants tegenkomt. De religieuze onenigheid over de natuur van Christus of de ingewikkelde verhoudingen tussen de verschillende ‘barbaarse’ stammen en het Romeinse rijk zal niet ieders interesse kunnen opwekken. Gelukkig zijn daar ook de beschrijvingen van sensationele gebeurtenissen als de Nika-rellen of het beleg van Rome.
Belisarius blijkt niet alleen in dit boek maar ook in de geschiedenis een bijna mythisch figuur. Graves maakt in zijn inleiding al een mijns inziens terechte vergelijking met koning Arthur. In Belisarius wordt een bovenmenselijke deugd met een uitzonderlijk militair talent verenigd. Hij is in vele opzichten het ideaal van een Romeinse keizer – alleen blijft hij de daadwerkelijke keizer hardnekkig trouw, tot frustratie van vriend en vijand. ’Vijand’ bedoel ik hier letterlijk: de verslagen Visigoten bieden aan Belisarius tot keizer te kronen! Zelfs Justinianus, een fantastisch onuitstaanbare schurk, kan Belisarius’ onkreukbaarheid niet verdragen en stuurt hem steeds weer op schier onuitvoerbare missies.
Belisarius en Justinianus hebben allebei een uitzonderlijke vrouw aan hun zijde. Antonina vergezelt haar man niet alleen op zijn campagnes maar is er een actief onderdeel van. Keizerin Theodora heeft een grote invloed op haar man, die ze verreweg overtreft in moed en daadkracht. Antonina’s vriendschap met Theodora klinkt het viertal definitief aan elkaar vast, tot Theodosius de onderliggende verhoudingen compliceert. Dit levert het meer persoonlijke drama op dat een goed tegenwicht biedt aan al het wapengekletter.
Graves’ verteller Eugenius is allesbehalve onpartijdig, en het mooie van historische fictie is dat dat ook gewoon mág. Eugenius schrijft als amateurhistoricus, wat betekent dat we veel tell krijgen in plaats van show, met weinig dialogen. Desondanks weet de schrijver complete personages te maken van de vele historische figuren (een overzicht daarvan had trouwens geen kwaad gekund; ik kan de generaals en Gotische koningen niet allemaal meer uit elkaar houden). Het maakt Count Belisarius een boek dat meer is dan een interessant overzicht van een onderbelichte periode in de geschiedenis. Het is misschien een boek voor een select publiek, maar wie van historische fictie houdt heeft het minstens zo veel te bieden als Graves' bekendere werk.
Cranford - Elizabeth Gaskell (1853)

3,5
0
geplaatst: 6 juli 2012, 11:21 uur
Alleraardigst...
Het boek heeft weinig plot, maar is meer een beschrijving van een aantal gebeurtenissen in de levens van de dames van Cranford. Tijdens het lezen vermoedde ik al dat Cranford oorspronkelijk als feuilleton is uitgegeven, omdat elk hoofdstuk grotendeels op zichzelf staat. Normaal gesproken ben ik toch meer een voorstander van een verhaal met een duidelijk plot, maar in dit geval vind ik de rustig voortkabbelende levens van een stel vrijgezelle vrouwen boeiend genoeg - haast tot mijn eigen verbazing. Wellicht komt het door de aangename schrijfstijl van Elizabeth Gaskell. Bovendien is het niet alleen maar zoetig en lieflijk, maar zijn er soms ook spoortjes van echt drama te vinden (wanneer Peter verdwijnt wordt er gedacht aan zelfmoord, verschillende bijpersonen sterven, en er is natuurlijk de romance tussen juffrouw Matty en Mr Holbrook, die zo mooi had kunnen zijn...) die sober zijn beschreven, waardoor het boek de kitsch ontstijgt.
Nu ben ik ook wel benieuwd naar de verfilming, hoewel die natuurlijk ook voor een deel gebaseerd is op andere verhalen. Hoe dan ook, Cranfrod is en blijft een alleraardigst boek om te lezen.
Het boek heeft weinig plot, maar is meer een beschrijving van een aantal gebeurtenissen in de levens van de dames van Cranford. Tijdens het lezen vermoedde ik al dat Cranford oorspronkelijk als feuilleton is uitgegeven, omdat elk hoofdstuk grotendeels op zichzelf staat. Normaal gesproken ben ik toch meer een voorstander van een verhaal met een duidelijk plot, maar in dit geval vind ik de rustig voortkabbelende levens van een stel vrijgezelle vrouwen boeiend genoeg - haast tot mijn eigen verbazing. Wellicht komt het door de aangename schrijfstijl van Elizabeth Gaskell. Bovendien is het niet alleen maar zoetig en lieflijk, maar zijn er soms ook spoortjes van echt drama te vinden (wanneer Peter verdwijnt wordt er gedacht aan zelfmoord, verschillende bijpersonen sterven, en er is natuurlijk de romance tussen juffrouw Matty en Mr Holbrook, die zo mooi had kunnen zijn...) die sober zijn beschreven, waardoor het boek de kitsch ontstijgt.
Nu ben ik ook wel benieuwd naar de verfilming, hoewel die natuurlijk ook voor een deel gebaseerd is op andere verhalen. Hoe dan ook, Cranfrod is en blijft een alleraardigst boek om te lezen.
Crimson Peak - Nancy Holder (2015)

2,5
2
geplaatst: 9 oktober 2017, 21:54 uur
Het is niet vaak dat ik een 'verboeking' lees. Van de film was ik echter erg onder de indruk en dus was ik erg benieuwd wat het boek zou brengen. Films gebaseerd op boeken missen soms iets qua diepgang en reikwijdte van het verhaal, wie weet of een verboeking iets kan toevoegen aan het verhaal van een film?
Wat je echter vooral merkt aan het boek, is dat het er niet half zo goed in slaagt om de fijne creepy sfeer van de film neer te zetten. Ik ben geen kenner van het genre (boek of film) maar Guillermo del Torro maakte van zijn film een mooie gothic romance die zowel qua sfeer als verhaal goed zit. Nancy Holder probeert hetzelfde, maar slaagt daar niet in. Ontdaan van de fantastische sets van de film, de soundtrack en het goede acteerwerk van de drie hoofdrolspelers, blijft er van Crimson Peak niet veel meer over dan een aardig plot. Dat plot is niet van Holder afkomstig, en haar stijl doet het - in mijn ogen althans - geen eer aan. Het leest wel makkelijk weg hoor, dat wel. Maar deze Edith is nogal een bakvis, Thomas eerder een vage dan mysterieuze figuur en Lucille is niet half zo angstaanjagend als zou moeten.
Met andere woorden, deze verboeking voegt weinig toe aan de film. Mijn advies: laat deze liggen, ga de film kijken.
Wat je echter vooral merkt aan het boek, is dat het er niet half zo goed in slaagt om de fijne creepy sfeer van de film neer te zetten. Ik ben geen kenner van het genre (boek of film) maar Guillermo del Torro maakte van zijn film een mooie gothic romance die zowel qua sfeer als verhaal goed zit. Nancy Holder probeert hetzelfde, maar slaagt daar niet in. Ontdaan van de fantastische sets van de film, de soundtrack en het goede acteerwerk van de drie hoofdrolspelers, blijft er van Crimson Peak niet veel meer over dan een aardig plot. Dat plot is niet van Holder afkomstig, en haar stijl doet het - in mijn ogen althans - geen eer aan. Het leest wel makkelijk weg hoor, dat wel. Maar deze Edith is nogal een bakvis, Thomas eerder een vage dan mysterieuze figuur en Lucille is niet half zo angstaanjagend als zou moeten.
Met andere woorden, deze verboeking voegt weinig toe aan de film. Mijn advies: laat deze liggen, ga de film kijken.
Crystal Cave, The - Mary Stewart (1970)
Alternatieve titel: De Kristallen Grot

4,0
1
geplaatst: 30 mei 2023, 20:23 uur
Net als de Trojaanse oorlog kan ik ook van de legende van koning Arthur nooit genoeg krijgen. Verhalen waarin historie en fictie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, in de loop der eeuwen door verschillende schrijvers beschreven, zonder definitieve versie waardoor elke invalshoek even legitiem is. Altijd is het episch, altijd is het tragisch, en elke keer anders. De versie van Mary Stewart had ik al enkele jaren in de kast staan; nu ik er eindelijk aan begonnen ben vraag ik me af waarom ik zo lang gewacht heb.
Stewart voert Merlijn op als verteller, en het eerste deel van de trilogie eindigt bij de conceptie van Arthur. Dat de koning zelf niet in het boek voorkomt maakt het plezier er gelukkig niet minder om. Merlijn is een interessante hoofdpersoon: kinderlijk en volwassen tegelijk, wijs en onbeholpen, vaak dicht op het vuur maar toch zelden echt onderdeel van de actie. Hij is een tovenaar die zelden magie gebruikt, een profeet die vaak zijn eigen profetieën niet kan herinneren. Hij is meestal sympathiek, maar ook vaak genoeg vreemd afstandelijk en bijna kil.
De koning in dit verhaal is Ambrosius, de jarenlang in ballingschap verkerende graaf die de weg zal banen voor Arthur. De overeenkomsten zijn nu al duidelijk. Ambrosius is een krijgsheer die ook wijs is, die verschillende mensen onder een vlag samenbrengt en mensen ‘gebruikt voor wat ze waard zijn’; een natuurlijke leider. Niet verwonderlijk dat mijn grote sympathie voor Arthur zich ook blijkt uit te strekken naar zijn voorganger. Verwonderlijker is dat ik, net als Merlijn, ondanks alle aanwijzingen niet vermoedde dat Ambrosius Merlijns vader was. Ik weet niet of dat nu dom van mij was of goed geschreven door Mary Stewart, maar het was fijn om weer eens zo’n moment te hebben dat alle puzzelstukjes ineens op hun plaats vallen.
Vrouwelijke personages zijn dun gezaaid, zoals meestal in epische verhalen, maar worden opvallend goed beschreven. Niniane heeft haar onverzettelijkheid als grootste wapen. Het grootste deel van het verhaal zwijgt ze, maar als ze spreekt luistert zelfs de koning eerbiedig. Ygraine wordt beschreven als ‘heel mooi en niemands speelgoed’ en als verstandiger en sterker dan Uther. Beide vrouwen zitten letterlijk opgesloten in klooster of burcht, maar zitten daar niet geduldig te wachten tot een koene ridder ze komt bevrijden. De gebruikelijke manier om te breken met damsel in distress-stereotypes - de jonkvrouw wordt tot onafhankelijke amazone gemaakt - lijkt me eenvoudiger dan de gebalanceerde manier waarop Stewart haar personages neerzet.
Gebalanceerd is trouwens ook de beste kwalificatie voor The Crystal Cave. Realisme en magie, historie en legende, afstand en nabijheid worden door Stewart vakkundig in balans gehouden. Die balans ontbreekt soms in het taalgebruik, dat soms eerder stijf en pretentieus aandoet dan authentiek, maar ik weet niet of dit aan de vertaling ligt (waar ik sowieso een aantal lelijke fouten in heb ontdekt). Verder heb ik weinig op het boek aan te merken; als losstaand boek is het misschien te onafgerond maar dat kan je het eerste deel van een trilogie niet verwijten. Het maakt in ieder geval nieuwsgierig naar de volgende delen.
Stewart voert Merlijn op als verteller, en het eerste deel van de trilogie eindigt bij de conceptie van Arthur. Dat de koning zelf niet in het boek voorkomt maakt het plezier er gelukkig niet minder om. Merlijn is een interessante hoofdpersoon: kinderlijk en volwassen tegelijk, wijs en onbeholpen, vaak dicht op het vuur maar toch zelden echt onderdeel van de actie. Hij is een tovenaar die zelden magie gebruikt, een profeet die vaak zijn eigen profetieën niet kan herinneren. Hij is meestal sympathiek, maar ook vaak genoeg vreemd afstandelijk en bijna kil.
De koning in dit verhaal is Ambrosius, de jarenlang in ballingschap verkerende graaf die de weg zal banen voor Arthur. De overeenkomsten zijn nu al duidelijk. Ambrosius is een krijgsheer die ook wijs is, die verschillende mensen onder een vlag samenbrengt en mensen ‘gebruikt voor wat ze waard zijn’; een natuurlijke leider. Niet verwonderlijk dat mijn grote sympathie voor Arthur zich ook blijkt uit te strekken naar zijn voorganger. Verwonderlijker is dat ik, net als Merlijn, ondanks alle aanwijzingen niet vermoedde dat Ambrosius Merlijns vader was. Ik weet niet of dat nu dom van mij was of goed geschreven door Mary Stewart, maar het was fijn om weer eens zo’n moment te hebben dat alle puzzelstukjes ineens op hun plaats vallen.
Vrouwelijke personages zijn dun gezaaid, zoals meestal in epische verhalen, maar worden opvallend goed beschreven. Niniane heeft haar onverzettelijkheid als grootste wapen. Het grootste deel van het verhaal zwijgt ze, maar als ze spreekt luistert zelfs de koning eerbiedig. Ygraine wordt beschreven als ‘heel mooi en niemands speelgoed’ en als verstandiger en sterker dan Uther. Beide vrouwen zitten letterlijk opgesloten in klooster of burcht, maar zitten daar niet geduldig te wachten tot een koene ridder ze komt bevrijden. De gebruikelijke manier om te breken met damsel in distress-stereotypes - de jonkvrouw wordt tot onafhankelijke amazone gemaakt - lijkt me eenvoudiger dan de gebalanceerde manier waarop Stewart haar personages neerzet.
Gebalanceerd is trouwens ook de beste kwalificatie voor The Crystal Cave. Realisme en magie, historie en legende, afstand en nabijheid worden door Stewart vakkundig in balans gehouden. Die balans ontbreekt soms in het taalgebruik, dat soms eerder stijf en pretentieus aandoet dan authentiek, maar ik weet niet of dit aan de vertaling ligt (waar ik sowieso een aantal lelijke fouten in heb ontdekt). Verder heb ik weinig op het boek aan te merken; als losstaand boek is het misschien te onafgerond maar dat kan je het eerste deel van een trilogie niet verwijten. Het maakt in ieder geval nieuwsgierig naar de volgende delen.
