Hier kun je zien welke berichten J.Ch. als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Achtendertig Nachten - Janne IJmker (2006)

4,5
1
geplaatst: 11 maart 2012, 21:14 uur
Achtendertig nachten is één van de weinige Nederlandse boeken die ik tot nu toe de moeite van het (her)lezen waard vond. De eerste keer was alweer een poos geleden en ik vroeg mij af of het boek mij bij een tweede leesbeurt opnieuw zo zou raken.
De eerste paar bladzijden was ik lichtelijk teleurgesteld, maar bijna vanaf het moment dat Elsjen zelf het woord neemt begreep ik weer helemaal waarom ik Achtendertig nachten de eerste keer zo mooi vond. Sterker nog, ik waardeer het boek na een tweede leesbeurt des te meer. Omdat ik al op de hoogte was van de afloop lijkt het alsof de 'spanning' er dan misschien uit is, maar het blijkt dat heel veel dingen in de loop van het verhaal juist meer betekenis krijgen als je weet waar die dingen uiteindelijk toe geleid hebben.
Eigenlijk heeft Janne IJmker dit boek gewoonweg enorm knap geschreven. Elsjen is een bijzonder intrigerend karakter dat meerdere lagen heeft, die allemaal langzaam zichtbaar worden. In de flashbacks kom je erachter hoe zij de vrouw geworden is die op verdenking van moord in de gevangenis zit. De ontwikkeling van het vrije en onbezonnen meisje dat over de hei zwierf en in sprookjes geloofde tot de huisvrouw die altijd maar hard werkt om niet te hoeven zien hoe haar leven is misgelopen, is zeer goed beschreven. Janna zegt ergens in het boek: 'Jij bent verdwaald, Elsjen, je bent de weg kwijtgeraakt.' Dat is precies hoe ik het beschouw, en je ziet het ook echt gebeuren in het verleden van Elsjen. Langzaam gaat het met haar helemaal de verkeerde kant op en daardoor belandt ze uiteindelijk in de gevangenis.
Eenmaal in de gevangenis maakt Elsjen opnieuw een ontwikkeling door. Ze gaat zichzelf begrijpen, waarom ze de keuzes maakte die ze heeft gemaakt en waar die toe hebben geleid. Ik weet nog dat ik, de eerste keer dat ik het boek las, aanvankelijk dacht dat Elsjen onschuldig was. Later, als blijkt dat ze het wel degelijk gedaan heeft, dacht ik nog dat het per ongeluk was. Zelfs na een tweede leesbeurt weet ik niet helemaal of Elsjen zich wel volledig bewust was van waar ze mee bezig was. Zelf komt ze uiteindelijk tot het inzicht dat ze inderdaad schuldig is aan moord. Ze ziet dat het niet alleen haar fouten zijn, maar ook niet alleen die van Jan Albers. Ze heeft echter haar man de kans ontnomen om het goed te maken of om, zoals zij nu doet, tot zelfinzicht te komen. Ik denk dat ze daar het meest van spijt van heeft, dat hij die kans niet heeft gehad en dat zij nu nooit zijn kant van het verhaal zal weten.
Het is mijns inziens vooral de karakterontwikkeling van Elsjen - die in het verleden, en opnieuw in de gevangenis - die Achtendertig nachten zo'n goed boek maakt. En het einde, denk ik. Wellicht had het boek minder impact gehad als Elsjen vrij was gekomen en opnieuw met haar leven had kunnen beginnen. Ik denk ook dat het besef van haar nadere einde Elsjen aanzet om haar verhaal te voltooien én dat het een grote rol speelt in de verlossing die ze uiteindelijk vindt. Bovendien is dit echt gebeurt, dus in dat opzicht had Janne IJmker ook niet veel keus. Hoe dan ook, het einde maakt het verhaal nog indrukwekkender en nu ik het boek uit heb blijft het in mijn hoofd rondspoken.
Er zou zo nog maar eens een keer een derde leesbeurt kunnen komen. Eerst wil ik het andere boek van deze schrijfster lezen, dat, zo meen ik, verbanden heeft met dit verhaal. Verder hoop ik dat meer mensen Achtendertig nachten zullen lezen, want dit boek verdient dat.
De eerste paar bladzijden was ik lichtelijk teleurgesteld, maar bijna vanaf het moment dat Elsjen zelf het woord neemt begreep ik weer helemaal waarom ik Achtendertig nachten de eerste keer zo mooi vond. Sterker nog, ik waardeer het boek na een tweede leesbeurt des te meer. Omdat ik al op de hoogte was van de afloop lijkt het alsof de 'spanning' er dan misschien uit is, maar het blijkt dat heel veel dingen in de loop van het verhaal juist meer betekenis krijgen als je weet waar die dingen uiteindelijk toe geleid hebben.
Eigenlijk heeft Janne IJmker dit boek gewoonweg enorm knap geschreven. Elsjen is een bijzonder intrigerend karakter dat meerdere lagen heeft, die allemaal langzaam zichtbaar worden. In de flashbacks kom je erachter hoe zij de vrouw geworden is die op verdenking van moord in de gevangenis zit. De ontwikkeling van het vrije en onbezonnen meisje dat over de hei zwierf en in sprookjes geloofde tot de huisvrouw die altijd maar hard werkt om niet te hoeven zien hoe haar leven is misgelopen, is zeer goed beschreven. Janna zegt ergens in het boek: 'Jij bent verdwaald, Elsjen, je bent de weg kwijtgeraakt.' Dat is precies hoe ik het beschouw, en je ziet het ook echt gebeuren in het verleden van Elsjen. Langzaam gaat het met haar helemaal de verkeerde kant op en daardoor belandt ze uiteindelijk in de gevangenis.
Eenmaal in de gevangenis maakt Elsjen opnieuw een ontwikkeling door. Ze gaat zichzelf begrijpen, waarom ze de keuzes maakte die ze heeft gemaakt en waar die toe hebben geleid. Ik weet nog dat ik, de eerste keer dat ik het boek las, aanvankelijk dacht dat Elsjen onschuldig was. Later, als blijkt dat ze het wel degelijk gedaan heeft, dacht ik nog dat het per ongeluk was. Zelfs na een tweede leesbeurt weet ik niet helemaal of Elsjen zich wel volledig bewust was van waar ze mee bezig was. Zelf komt ze uiteindelijk tot het inzicht dat ze inderdaad schuldig is aan moord. Ze ziet dat het niet alleen haar fouten zijn, maar ook niet alleen die van Jan Albers. Ze heeft echter haar man de kans ontnomen om het goed te maken of om, zoals zij nu doet, tot zelfinzicht te komen. Ik denk dat ze daar het meest van spijt van heeft, dat hij die kans niet heeft gehad en dat zij nu nooit zijn kant van het verhaal zal weten.
Het is mijns inziens vooral de karakterontwikkeling van Elsjen - die in het verleden, en opnieuw in de gevangenis - die Achtendertig nachten zo'n goed boek maakt. En het einde, denk ik. Wellicht had het boek minder impact gehad als Elsjen vrij was gekomen en opnieuw met haar leven had kunnen beginnen. Ik denk ook dat het besef van haar nadere einde Elsjen aanzet om haar verhaal te voltooien én dat het een grote rol speelt in de verlossing die ze uiteindelijk vindt. Bovendien is dit echt gebeurt, dus in dat opzicht had Janne IJmker ook niet veel keus. Hoe dan ook, het einde maakt het verhaal nog indrukwekkender en nu ik het boek uit heb blijft het in mijn hoofd rondspoken.
Er zou zo nog maar eens een keer een derde leesbeurt kunnen komen. Eerst wil ik het andere boek van deze schrijfster lezen, dat, zo meen ik, verbanden heeft met dit verhaal. Verder hoop ik dat meer mensen Achtendertig nachten zullen lezen, want dit boek verdient dat.
Adam Bede - George Eliot (1859)

3,5
3
geplaatst: 30 mei 2021, 22:32 uur
Adam Bede zou wel eens het allerlangzaamst op gang komende boek kunnen zijn dat ik ooit gelezen heb. Er zijn maar liefst 300 pagina's verstreken voor we bij een duidelijk plot aan komen. Nu schrijft Eliot best prettig waardoor ik wel gestaag door bleef lezen, en ergens had ik het vermoeden dat er iets broeide. Dat vermoeden bleek te kloppen, maar wat heb ik er lang op moeten wachten!
Eliot investeert uitgebreid in het beschrijven van de setting en van haar personages. Zoals gezegd is dat prima leesbaar, al heb ik wel wat aanmerkingen. De hoeveelheid aan couleur locale is niet aan mij besteed. Niet alleen het landschap wordt uitvoerig beschreven; ook een grote hoeveelheid aan niet-relevante personages komen aan bod. Kwalijker vind ik Eliots neiging om het karakter en de acties van haar personages expliciet te duiden (herhaaldelijk). Die verduidelijking is vaak helemaal niet nodig. Bijvoorbeeld: nadat Eliot een duidelijk symbolisch beeld schetst van Hetty die zichzelf in de spiegel bewondert, vindt ze het nodig om te beschrijven dat Hetty een ijdel en wat dommig meisje is. Het voelt bijna neerbuigend tegenover de lezer: alsof wij zelf niet die conclusie hadden kunnen trekken. In de eerste helft van het boek zijn de meeste personages ook behoorlijk vlak: Dinah is engelachtig, Adam is sterk maar iets hardvochtig, Hetty is oppervlakkig, enzovoort. Alleen Arthur krijgt vrijwel vanaf het begin wat diepgang. Daarnaast vind ik Lisbeth (de meest behoeftige oude zeur die ik in lange tijd ben tegen gekomen in een boek) en de misogyne schoolmeester simpelweg onuitstaanbaar.
Genoeg aanmerkingen dus. En in de eerste helft van het boek ook niet veel meer pluspunten dat een prettige schrijfstijl en een aantal rake beschrijvingen. Maar dan ontdekt Adam de affaire tussen Arthur en Hetty, waarna het verhaal eindelijk op gang komt en leidt naar een voor mij vrij schokkende climax: Hetty wordt veroordeeld voor kindermoord. Niet wat ik verwacht had van dit plattelandsdrama! De hoofdstukken over Hetty's reis en de scènes in de gevangenis vormen het absolute hoogtepunt van het boek en zijn uitstekend geschreven. Eliot weet genoeg te hinten (Hetty's zwangerschap wordt nooit benoemd maar is niet te missen) en toch nog te verrassen (de kindermoord interpreteerde ik aanvankelijk als een illegale abortus, ik was oprecht verbaasd dat het een voldragen kind was dat ze heeft achtergelaten).
Na de climax zakt het verhaal weer wat in. Ik zie niet zo goed wat de reden is voor Hetty's verbanning als zij vervolgens toch uit het verhaal verdwijnt en later blijkt te zijn gestorven. Waarom dan niet de executie door laten gaan? Alleen om Arthur nog een soort van nobele daad te laten verrichten? Er bloeit nog een romance op die ik al heel lang had verwacht en die fraai begint maar uiteindelijk afgeraffeld wordt. En dan is het boek ook ineens vrij abrupt afgelopen.
Al met al een onevenwichtig boek. Ik heb serieuze aanmerkingen en tegelijkertijd grote bewondering voor bepaalde delen van dit boek (en dat Eliot de moed had om een gevallen vrouw en kindermoordenaar met een zekere mildheid te beschrijven! In de Victoriaanse tijd nog wel...). Voor mij zou het boek een stuk beter zijn geweest als een redacteur een heleboel had geschrapt. Dan zou de verbluffende kern van het boek veel beter tot zijn recht zijn gekomen.
Eliot investeert uitgebreid in het beschrijven van de setting en van haar personages. Zoals gezegd is dat prima leesbaar, al heb ik wel wat aanmerkingen. De hoeveelheid aan couleur locale is niet aan mij besteed. Niet alleen het landschap wordt uitvoerig beschreven; ook een grote hoeveelheid aan niet-relevante personages komen aan bod. Kwalijker vind ik Eliots neiging om het karakter en de acties van haar personages expliciet te duiden (herhaaldelijk). Die verduidelijking is vaak helemaal niet nodig. Bijvoorbeeld: nadat Eliot een duidelijk symbolisch beeld schetst van Hetty die zichzelf in de spiegel bewondert, vindt ze het nodig om te beschrijven dat Hetty een ijdel en wat dommig meisje is. Het voelt bijna neerbuigend tegenover de lezer: alsof wij zelf niet die conclusie hadden kunnen trekken. In de eerste helft van het boek zijn de meeste personages ook behoorlijk vlak: Dinah is engelachtig, Adam is sterk maar iets hardvochtig, Hetty is oppervlakkig, enzovoort. Alleen Arthur krijgt vrijwel vanaf het begin wat diepgang. Daarnaast vind ik Lisbeth (de meest behoeftige oude zeur die ik in lange tijd ben tegen gekomen in een boek) en de misogyne schoolmeester simpelweg onuitstaanbaar.
Genoeg aanmerkingen dus. En in de eerste helft van het boek ook niet veel meer pluspunten dat een prettige schrijfstijl en een aantal rake beschrijvingen. Maar dan ontdekt Adam de affaire tussen Arthur en Hetty, waarna het verhaal eindelijk op gang komt en leidt naar een voor mij vrij schokkende climax: Hetty wordt veroordeeld voor kindermoord. Niet wat ik verwacht had van dit plattelandsdrama! De hoofdstukken over Hetty's reis en de scènes in de gevangenis vormen het absolute hoogtepunt van het boek en zijn uitstekend geschreven. Eliot weet genoeg te hinten (Hetty's zwangerschap wordt nooit benoemd maar is niet te missen) en toch nog te verrassen (de kindermoord interpreteerde ik aanvankelijk als een illegale abortus, ik was oprecht verbaasd dat het een voldragen kind was dat ze heeft achtergelaten).
Na de climax zakt het verhaal weer wat in. Ik zie niet zo goed wat de reden is voor Hetty's verbanning als zij vervolgens toch uit het verhaal verdwijnt en later blijkt te zijn gestorven. Waarom dan niet de executie door laten gaan? Alleen om Arthur nog een soort van nobele daad te laten verrichten? Er bloeit nog een romance op die ik al heel lang had verwacht en die fraai begint maar uiteindelijk afgeraffeld wordt. En dan is het boek ook ineens vrij abrupt afgelopen.
Al met al een onevenwichtig boek. Ik heb serieuze aanmerkingen en tegelijkertijd grote bewondering voor bepaalde delen van dit boek (en dat Eliot de moed had om een gevallen vrouw en kindermoordenaar met een zekere mildheid te beschrijven! In de Victoriaanse tijd nog wel...). Voor mij zou het boek een stuk beter zijn geweest als een redacteur een heleboel had geschrapt. Dan zou de verbluffende kern van het boek veel beter tot zijn recht zijn gekomen.
Afscheid van een Engel - Janne IJmker (2012)

3,0
0
geplaatst: 11 juni 2013, 20:17 uur
Afscheid van een engel is een soort vervolg op Achtendertig nachten, over een vrouw die in de gevangenis zit op verdenking van moord op haar echtgenoot. Dat boek vond ik erg mooi en het vervolg, over de zoon van deze ouders, wilde ik dan ook erg graag lezen.
Helaas haalt Afscheid van een engel het niet bij zijn voorganger. Dat was oprecht geschreven en volgde heel geloofwaardig de lijn van koppige ontkenning van schuld tot belijdenis en berouw. Met dit verhaal lijkt het alsof Janne IJmker het te hard probeert. Ze haalt er teveel bij, zoals joden, zigeuners, vagebonden, de Napoleontische oorlogen, verkrachting, prostitutie, ziekte, honger, misdaad, huwelijksproblemen en knellende familiebanden. Er ontstaat een wildgroei aan elementen waar het werkelijke verhaal onder te lijden heeft. De knellende familiebanden op zichzelf hadden al een aardig verhaal kunnen opleveren gezien de bijzondere voorgeschiedenis van de hoofdpersoon en zijn ouders. De andere elementen hadden dit verhaal kunnen ondersteunen, maar leiden hier toch vooral af. Bovendien maakt het verhaal onnodig veel sprongen heen en weer in de tijd, waardoor het wel verwarrender maar niet interessanter wordt.
Ook wordt er wel heel veel van Achtendertig nachten letterlijk in dit boek overgenomen. Dat er verbindingen zijn met dat boek is prima, maar zo letterlijk lijkt me niet nodig; het had denk ik op een andere manier geïntegreerd moeten worden. Daarnaast erger ik me nogal aan de hoeveelheid cursief weergegeven teksten, niet zozeer de passages uit brieven en dergelijke, maar meer de gedachten van de ik-figuur zelf - waarom moeten die toch altijd schuingedrukt staan?
Afscheid van een engel is desalniettemin geen vervelend boek om te lezen. Janne IJmker weet de omgeving goed te beschrijven en ook zit er voldoende vaart en spanning in het verhaal. Het is echter niet wat ik ervan verwacht had op basis van haar vorige boek. Roelfs karakterontwikkeling komt niet half zo geloofwaardig over als die van zijn moeder en het verhaal kent ook geen bevredigend einde. Ik ben teleurgesteld, Achtendertig nachten had een beter vervolg verdiend.
Helaas haalt Afscheid van een engel het niet bij zijn voorganger. Dat was oprecht geschreven en volgde heel geloofwaardig de lijn van koppige ontkenning van schuld tot belijdenis en berouw. Met dit verhaal lijkt het alsof Janne IJmker het te hard probeert. Ze haalt er teveel bij, zoals joden, zigeuners, vagebonden, de Napoleontische oorlogen, verkrachting, prostitutie, ziekte, honger, misdaad, huwelijksproblemen en knellende familiebanden. Er ontstaat een wildgroei aan elementen waar het werkelijke verhaal onder te lijden heeft. De knellende familiebanden op zichzelf hadden al een aardig verhaal kunnen opleveren gezien de bijzondere voorgeschiedenis van de hoofdpersoon en zijn ouders. De andere elementen hadden dit verhaal kunnen ondersteunen, maar leiden hier toch vooral af. Bovendien maakt het verhaal onnodig veel sprongen heen en weer in de tijd, waardoor het wel verwarrender maar niet interessanter wordt.
Ook wordt er wel heel veel van Achtendertig nachten letterlijk in dit boek overgenomen. Dat er verbindingen zijn met dat boek is prima, maar zo letterlijk lijkt me niet nodig; het had denk ik op een andere manier geïntegreerd moeten worden. Daarnaast erger ik me nogal aan de hoeveelheid cursief weergegeven teksten, niet zozeer de passages uit brieven en dergelijke, maar meer de gedachten van de ik-figuur zelf - waarom moeten die toch altijd schuingedrukt staan?
Afscheid van een engel is desalniettemin geen vervelend boek om te lezen. Janne IJmker weet de omgeving goed te beschrijven en ook zit er voldoende vaart en spanning in het verhaal. Het is echter niet wat ik ervan verwacht had op basis van haar vorige boek. Roelfs karakterontwikkeling komt niet half zo geloofwaardig over als die van zijn moeder en het verhaal kent ook geen bevredigend einde. Ik ben teleurgesteld, Achtendertig nachten had een beter vervolg verdiend.
Alienist, The - Caleb Carr (1994)
Alternatieve titel: De Ontmaskering

4,5
3
geplaatst: 17 mei 2025, 15:45 uur
The Alienist is een van mijn favoriete series van de laatste jaren en nu heb ik dan eindelijk het boek gelezen dat de basis ervoor vormde. Het staat hier als ‘thriller’ gecategoriseerd, en niet onterecht, maar ‘psychologisch’ had hier niet misstaan. Juist die combinatie ervan trok mij aan in de serie, en blijkt ook in het boek zeer goed gelukt.
Ja, er worden moorden gepleegd en gruwelijk ook, en de personages bevinden zich zelf regelmatig in hachelijke situaties, maar dat is voor mij niet de grootste aantrekkingskracht van het boek. Het team van Kreizler heeft namelijk een zeker voor de tijd ongebruikelijke aanpak om de dader te vinden: proberen te begrijpen hoe hij handelt, waarom hij zo handelt, hoe de patronen die daaraan ten grondslag liggen zijn ontstaan, zo een imaginary man vormen en op basis daarvan een echt persoon zoeken die bij het plaatje past. De teamleden zijn intelligent en welbespraakt en hun onderlinge discussies waarin ze schijnbaar willekeurige details proberen te interpreteren worden zo beschreven dat ik zou willen dat ik erbij was.
Doordat het team (en de lezer) steeds beter begrijpt hoe de dader geworden is wat hij is, ontstaat er geleidelijk een rare mengeling van walging van en medelijden met hem. Carr maakt het je als lezer moeilijk om een eenduidig moreel oordeel te vellen en hij lijkt zich daar goed van bewust; vooral in het personage John Moore komen de conflicterende gevoelens goed tot uiting. Juist als het plaatje van de getormenteerde Japheth compleet lijkt vermoordt Beecham die arme Joseph. Sowieso schrikt Carr er niet voor terug om met de gevoelens van zijn personages en lezers te spelen (de timing van de dood van Mary Palmer was ook al zo wreed) maar omdat het werkt kan ik er weinig aanstoot aan nemen.
Carrs schrijfstijl is beeldend, soms net iets té. Een levendig beeld van de minder fijne buurten in New York en de omstandigheden waarin de slachtoffers werken helpt het verhaal absoluut, maar de enthousiaste beschrijvingen van de dure restaurants het eten dat er geserveerd wordt voegen weinig toe. Soms is het bijna karikaturaal: er is een heuse crazy cat lady en er lopen enkele archetypische maffiosi rond wiens rol in het verhaal mij niet helemaal duidelijk is.
Waar het gaat om zijn hoofdpersonen is Carr juist genuanceerd. Zelfs zo dat je je af kunt vragen wie eigenlijk de hoofdpersoon is. We zien alles vanuit het perspectief van John Moore, die het boek schrijft als een soort postuum eerbetoon aan Theodore Roosevelt (die, als dit boek zijn karakter ongeveer juist beschrijft, een erg sympathiek man moet zijn geweest), terwijl het boek genoemd is naar Kreizler (een personage dat eerder fascinerend dan sympathiek is) en draait om het doorgronden van de moordenaar, die we beter leren kennen dan wie dan ook.
Als de speurtocht tot een einde komt blijft iedereen met een wat bittere nasmaak achter. De moordenaar is dan wel gevonden, maar ook dood. Kreizler had gehoopt hem te kunnen helpen om woorden te vinden voor wat hem tot zijn daden dreef maar krijgt de kans er niet toe. Connor, het personage dat het best de gecorrumpeerde samenleving symboliseert, doodt hem om de illusie in stand te kunnen houden dat het kwaad zich buiten onszelf bevindt. Zo eindigt The Alienist allesbehalve triomfantelijk en houdt het de lezer een spiegel voor.
Om Kreizler te citeren:
Ja, er worden moorden gepleegd en gruwelijk ook, en de personages bevinden zich zelf regelmatig in hachelijke situaties, maar dat is voor mij niet de grootste aantrekkingskracht van het boek. Het team van Kreizler heeft namelijk een zeker voor de tijd ongebruikelijke aanpak om de dader te vinden: proberen te begrijpen hoe hij handelt, waarom hij zo handelt, hoe de patronen die daaraan ten grondslag liggen zijn ontstaan, zo een imaginary man vormen en op basis daarvan een echt persoon zoeken die bij het plaatje past. De teamleden zijn intelligent en welbespraakt en hun onderlinge discussies waarin ze schijnbaar willekeurige details proberen te interpreteren worden zo beschreven dat ik zou willen dat ik erbij was.
Doordat het team (en de lezer) steeds beter begrijpt hoe de dader geworden is wat hij is, ontstaat er geleidelijk een rare mengeling van walging van en medelijden met hem. Carr maakt het je als lezer moeilijk om een eenduidig moreel oordeel te vellen en hij lijkt zich daar goed van bewust; vooral in het personage John Moore komen de conflicterende gevoelens goed tot uiting. Juist als het plaatje van de getormenteerde Japheth compleet lijkt vermoordt Beecham die arme Joseph. Sowieso schrikt Carr er niet voor terug om met de gevoelens van zijn personages en lezers te spelen (de timing van de dood van Mary Palmer was ook al zo wreed) maar omdat het werkt kan ik er weinig aanstoot aan nemen.
Carrs schrijfstijl is beeldend, soms net iets té. Een levendig beeld van de minder fijne buurten in New York en de omstandigheden waarin de slachtoffers werken helpt het verhaal absoluut, maar de enthousiaste beschrijvingen van de dure restaurants het eten dat er geserveerd wordt voegen weinig toe. Soms is het bijna karikaturaal: er is een heuse crazy cat lady en er lopen enkele archetypische maffiosi rond wiens rol in het verhaal mij niet helemaal duidelijk is.
Waar het gaat om zijn hoofdpersonen is Carr juist genuanceerd. Zelfs zo dat je je af kunt vragen wie eigenlijk de hoofdpersoon is. We zien alles vanuit het perspectief van John Moore, die het boek schrijft als een soort postuum eerbetoon aan Theodore Roosevelt (die, als dit boek zijn karakter ongeveer juist beschrijft, een erg sympathiek man moet zijn geweest), terwijl het boek genoemd is naar Kreizler (een personage dat eerder fascinerend dan sympathiek is) en draait om het doorgronden van de moordenaar, die we beter leren kennen dan wie dan ook.
Als de speurtocht tot een einde komt blijft iedereen met een wat bittere nasmaak achter. De moordenaar is dan wel gevonden, maar ook dood. Kreizler had gehoopt hem te kunnen helpen om woorden te vinden voor wat hem tot zijn daden dreef maar krijgt de kans er niet toe. Connor, het personage dat het best de gecorrumpeerde samenleving symboliseert, doodt hem om de illusie in stand te kunnen houden dat het kwaad zich buiten onszelf bevindt. Zo eindigt The Alienist allesbehalve triomfantelijk en houdt het de lezer een spiegel voor.
Om Kreizler te citeren:
"We revel in men like [X], Moore – they are the easy repositories of all that is dark in our very social world. But the things that helped make [X] what he was? Those, we tolerate. Those, we even enjoy…"
Amalia's Erfenis - Marianne Hoogstraaten en Theo Hoogstraaten (2018)

2,0
0
geplaatst: 5 april 2020, 14:38 uur
Matig.
Theoretisch heeft dit boek van alles in huis om mij aan te spreken. De Tachtigjarige Oorlog, intriges aan het hof, een hele lijst aan interessante historische personages die hun opwachting mogen maken. Helaas slagen de schrijvers er niet in om er een goedlopend geheel van te maken.
Het begint al met het eerste hoofdstuk. Het wordt mij niet duidelijk waarom het boek op dit punt in Amalia's leven begint (net zoals ik niet snap waarom we soms ineens sprongen in de tijd maken en het boek eindigt waar het eindigt). Er is net iets potentieel interessants gebeurd, namelijk de vlucht van de koning en koningin van Bohemen uit Praag. Koningin Elizabeth, die hier en daar opduikt in het verhaal, wordt de Winterkoningin genoemd omdat ze maar zo kort van de status heeft kunnen genieten alvorens er iets gebeurde waardoor ze vluchten moest. Het weinige dat ik weet van die vlucht heb ik zelf opgezocht, het boek laat er nauwelijks iets over uit. Wat een enorme gemiste kans om zo'n interessant gegeven niet uit te werken.
Het blijkt de eerste van een reeks gemiste kansen. Zo heeft Amalia in de eerste hoofdstukken enkele keren een droom over de onthoofdde Van Oldenbarnevelt. De droom gaat gepaard met de waarschuwing jij kunt voorkomen dat er nog meer onschuldige koppen gaan rollen. Een vooruitwijzing, zou je denken, behalve dat er in de rest van het boek niet meer op teruggekomen wordt (of het moet de lukraak beschreven moord op de gebroeders De Witt zijn in de epiloog?). Ook wordt er in het begin meermaals benadrukt dat Amalia een belangrijke rol gaat spelen als vervanger van haar man, als hij op veldtocht is. Ik had graag gezien met wat voor dingen Amalia zich allemaal bezig zou moeten houden als plaatsvervangend stadhouder, maar daar krijgen we maar weinig van mee.
De dramatische ontwikkelingen waar wel aandacht wordt besteed zijn niet altijd even interessant of goed uitgewerkt. Hoe Amalia omgaat met de dementie van haar man vond ik bijvoorbeeld wel interessant, maar daar had meer mee gedaan kunnen worden. Amalia houdt zich verder bezig met het regelen van goede huwelijken voor haar kinderen. Als dat af en toe met een hobbeltje gepaard gaat is dat hobbeltje zo uit de weg gewerkt. De rivaliteit tussen Amalia en Elizabeth, en later tussen Amalia en Mary, is meer een suggestie dan een uitgewerkte verhaallijn. Andere belangrijke gebeurtenissen in het leven van Amalia (sterfgevallen van haar kinderen bijvoorbeeld) worden soms tussen neus en lippen door genoemd.
Ook de personages zijn matig uitgewerkt. Zelfs hoofdpersoon Amalia is weinig afgerond, van haar karakter weten we niet veel meer dan dat ze niet op haar mondje is gevallen en dat ze grenzeloos ambitieus is (niet de meest sympathieke karaktertrek als daar verder weinig tegenover staat). Frederik Hendrik en Constantijn Huygens, die allebei een boeiend leven gehad moeten hebben, zijn ook totaal kleurloze personages. Winterkoningin Elizabeth is misschien nog wel het best gelukt.
De schrijfstijl is niet moeilijk te lezen (anders had ik het halverwege wel opgegeven) maar soms wel tenenkrommend:
- '(...) Ik ben trots op papa, en ik vind dat hij zijn bijnaam heeft verdiend.'
- 'Heb je hem dat ook zelf verteld?' vroeg ze met een glimlach.
- 'Nee. De "Stedendwinger" heeft het te druk met zijn belegeringen en de voorbereidingen daarvan. '
Is dit de manier waarop een dertienjarige met zijn moeder spreekt? Ik snap dat er dingen uitgelegd moeten worden, maar dit is wel een heel kunstmatige manier. Verder stoort het mij dat er de ene keer over king Charles en dan weer over koning Charles gesproken wordt - de redacteur heeft hier duidelijk niet opgelet.
Al met al een tegenvaller dus. Hier had veel meer ingezeten. De Wikipedia-pagina's van de personages zijn interessanter dan het boek. Dat zegt eigenlijk al genoeg.
Theoretisch heeft dit boek van alles in huis om mij aan te spreken. De Tachtigjarige Oorlog, intriges aan het hof, een hele lijst aan interessante historische personages die hun opwachting mogen maken. Helaas slagen de schrijvers er niet in om er een goedlopend geheel van te maken.
Het begint al met het eerste hoofdstuk. Het wordt mij niet duidelijk waarom het boek op dit punt in Amalia's leven begint (net zoals ik niet snap waarom we soms ineens sprongen in de tijd maken en het boek eindigt waar het eindigt). Er is net iets potentieel interessants gebeurd, namelijk de vlucht van de koning en koningin van Bohemen uit Praag. Koningin Elizabeth, die hier en daar opduikt in het verhaal, wordt de Winterkoningin genoemd omdat ze maar zo kort van de status heeft kunnen genieten alvorens er iets gebeurde waardoor ze vluchten moest. Het weinige dat ik weet van die vlucht heb ik zelf opgezocht, het boek laat er nauwelijks iets over uit. Wat een enorme gemiste kans om zo'n interessant gegeven niet uit te werken.
Het blijkt de eerste van een reeks gemiste kansen. Zo heeft Amalia in de eerste hoofdstukken enkele keren een droom over de onthoofdde Van Oldenbarnevelt. De droom gaat gepaard met de waarschuwing jij kunt voorkomen dat er nog meer onschuldige koppen gaan rollen. Een vooruitwijzing, zou je denken, behalve dat er in de rest van het boek niet meer op teruggekomen wordt (of het moet de lukraak beschreven moord op de gebroeders De Witt zijn in de epiloog?). Ook wordt er in het begin meermaals benadrukt dat Amalia een belangrijke rol gaat spelen als vervanger van haar man, als hij op veldtocht is. Ik had graag gezien met wat voor dingen Amalia zich allemaal bezig zou moeten houden als plaatsvervangend stadhouder, maar daar krijgen we maar weinig van mee.
De dramatische ontwikkelingen waar wel aandacht wordt besteed zijn niet altijd even interessant of goed uitgewerkt. Hoe Amalia omgaat met de dementie van haar man vond ik bijvoorbeeld wel interessant, maar daar had meer mee gedaan kunnen worden. Amalia houdt zich verder bezig met het regelen van goede huwelijken voor haar kinderen. Als dat af en toe met een hobbeltje gepaard gaat is dat hobbeltje zo uit de weg gewerkt. De rivaliteit tussen Amalia en Elizabeth, en later tussen Amalia en Mary, is meer een suggestie dan een uitgewerkte verhaallijn. Andere belangrijke gebeurtenissen in het leven van Amalia (sterfgevallen van haar kinderen bijvoorbeeld) worden soms tussen neus en lippen door genoemd.
Ook de personages zijn matig uitgewerkt. Zelfs hoofdpersoon Amalia is weinig afgerond, van haar karakter weten we niet veel meer dan dat ze niet op haar mondje is gevallen en dat ze grenzeloos ambitieus is (niet de meest sympathieke karaktertrek als daar verder weinig tegenover staat). Frederik Hendrik en Constantijn Huygens, die allebei een boeiend leven gehad moeten hebben, zijn ook totaal kleurloze personages. Winterkoningin Elizabeth is misschien nog wel het best gelukt.
De schrijfstijl is niet moeilijk te lezen (anders had ik het halverwege wel opgegeven) maar soms wel tenenkrommend:
- '(...) Ik ben trots op papa, en ik vind dat hij zijn bijnaam heeft verdiend.'
- 'Heb je hem dat ook zelf verteld?' vroeg ze met een glimlach.
- 'Nee. De "Stedendwinger" heeft het te druk met zijn belegeringen en de voorbereidingen daarvan. '
Is dit de manier waarop een dertienjarige met zijn moeder spreekt? Ik snap dat er dingen uitgelegd moeten worden, maar dit is wel een heel kunstmatige manier. Verder stoort het mij dat er de ene keer over king Charles en dan weer over koning Charles gesproken wordt - de redacteur heeft hier duidelijk niet opgelet.
Al met al een tegenvaller dus. Hier had veel meer ingezeten. De Wikipedia-pagina's van de personages zijn interessanter dan het boek. Dat zegt eigenlijk al genoeg.
Amor en los Tiempos del Cólera, El - Gabriel García Márquez (1985)
Alternatieve titel: Liefde in Tijden van Cholera

2,0
2
geplaatst: 4 januari 2022, 13:37 uur
Het is even geleden dat mijn mening over een boek zo afwijkt van de consensus op deze site. Het is ook even geleden dat ik een boek puur op wilskracht heb uitgelezen.
Jaren geleden las ik iets over de verfilming van dit boek en de titel sprak mij meteen aan. Liefde en cholera, wat kan daar nou mis aan gaan? Ik hoopte op iets als Year of Wonders (de pest houdt huis in een dorpje dat zich vrijwillig afzondert van de buitenwereld) of The Trespass (cholera in Londen), maar nee. Zowel de liefde als de cholera kon mij in dit boek niet bekoren.
Allereerst de cholera. Deze speelt geen rol van belang. Pas in de laatste pagina's kreeg ik een idee waar de titel vandaan kwam, als de cholera wordt gebruikt als een smoes om zonder medepassagiers de rivier te kunnen bevaren. Dit zou een sterke metafoor zijn geweest als de cholera eerder in het verhaal enige betekenis had gehad.
Dan de liefde - waar is die? Florentino Ariza vat een volledig ongegronde fascinatie op voor Fermina Daza. Zij geeft zich eerder aan hem over dan dat ze zijn 'liefde' beantwoordt, en zo zijn ze blijkbaar verloofd zonder ooit een fatsoenlijk gesprek te hebben gevoerd. Ze schrijven elkaar weliswaar, maar omdat we niet te lezen krijgen wat ze schrijven moeten we het maar ter kennisgeving aannemen dat deze mensen van elkaar houden. Als de twee elkaar na lange tijd in levende lijve zien beseft Fermina Daza acuut dat ze zichzelf compleet voor de gek heeft gehouden. Dat vond ik overigens het sterkste deel van het boek, omdat het me volledig verraste door het gezonde verstand dat eruit sprak. Fermina Daza geeft zich vervolgens over aan Juvenal Urbino op eenzelfde flegmatische wijze als eerder met Florentino Ariza. Het huwelijk lijkt min of meer geslaagd en is vrij realistisch beschreven. Ik vind het invoelbaarder dat Juvenal Urbino echt van Fermina Daza houdt dan dat Florentino Ariza dat doet. Des te opvallender dat juist dit huwelijk het grote obstakel is voor de Grootse Liefde van de hoofdpersonen.
Dat mij het liefdesverhaal (of eigenlijk het hele boek) zo koud laat, heeft twee redenen. Allereerst vind ik veel personages ronduit onaangenaam. Florentino Arizo spant daarbij de kroon. Ik had hem kunnen verdragen als hij meer het idealistische maar incapabele soort was, maar hij is geen van beide. Ook een cynische antiheld had gekund; ik had sympathie voor hem kunnen opbrengen als ik het gevoel had dat hij eigenlijk diep ongelukkig was. Maar nee, hij fladdert wat door het leven heen zonder zelfspot of zwartgalligheid, zonder dat hij lijkt te lijden onder het leven zonder Fermina Daza, en zonder dat hij offers brengt omwille van haar. De manier waarop hij met vrouwen omgaat maakt alles alleen maar erger. Zijn vele minnaressen zijn volledig inwisselbaar. Behalve natuurlijk zijn pupil die 14 jaar was toen hij haar 'naar zijn clandestiene slachthuis voerde'. Weerzin en verbijstering wisselden elkaar af toen ik dat las. Waarom in vredesnaam?
Een tweede reden dat Liefde in Tijden van Cholera me zo weinig doet, is dat er zo weinig gebeurt dat betekenis aan het verhaal geeft. Het begint interessant met een zelfmoord, die vervolgens geen enkele relevantie voor het verhaal blijkt te hebben. Even later is daar de zoektocht naar een verdronken schat, maar ook die verhaallijn loopt dood. Zo zwalkt het verhaal tussen potentieel interessante ontwikkelingen (een van de minnaressen wordt vermoord door haar echtgenoot) die nergens op uitlopen, en ronduit saaie uitweidingen over kunstgebitten en pratende papegaaien. Er is altijd wel ergens een burgeroorlog aan de gang, maar ook dat speelt geen rol. Ik snap niet hoe een boek van 500 pagina's zo weinig te zeggen kan hebben.
Genoeg geklaagd. Wat mij betreft is het meest geslaagde aan Liefde in Tijden van Cholera de titel. Blijkbaar zit er een heleboel meer in, maar ik heb het niet kunnen vinden.
Jaren geleden las ik iets over de verfilming van dit boek en de titel sprak mij meteen aan. Liefde en cholera, wat kan daar nou mis aan gaan? Ik hoopte op iets als Year of Wonders (de pest houdt huis in een dorpje dat zich vrijwillig afzondert van de buitenwereld) of The Trespass (cholera in Londen), maar nee. Zowel de liefde als de cholera kon mij in dit boek niet bekoren.
Allereerst de cholera. Deze speelt geen rol van belang. Pas in de laatste pagina's kreeg ik een idee waar de titel vandaan kwam, als de cholera wordt gebruikt als een smoes om zonder medepassagiers de rivier te kunnen bevaren. Dit zou een sterke metafoor zijn geweest als de cholera eerder in het verhaal enige betekenis had gehad.
Dan de liefde - waar is die? Florentino Ariza vat een volledig ongegronde fascinatie op voor Fermina Daza. Zij geeft zich eerder aan hem over dan dat ze zijn 'liefde' beantwoordt, en zo zijn ze blijkbaar verloofd zonder ooit een fatsoenlijk gesprek te hebben gevoerd. Ze schrijven elkaar weliswaar, maar omdat we niet te lezen krijgen wat ze schrijven moeten we het maar ter kennisgeving aannemen dat deze mensen van elkaar houden. Als de twee elkaar na lange tijd in levende lijve zien beseft Fermina Daza acuut dat ze zichzelf compleet voor de gek heeft gehouden. Dat vond ik overigens het sterkste deel van het boek, omdat het me volledig verraste door het gezonde verstand dat eruit sprak. Fermina Daza geeft zich vervolgens over aan Juvenal Urbino op eenzelfde flegmatische wijze als eerder met Florentino Ariza. Het huwelijk lijkt min of meer geslaagd en is vrij realistisch beschreven. Ik vind het invoelbaarder dat Juvenal Urbino echt van Fermina Daza houdt dan dat Florentino Ariza dat doet. Des te opvallender dat juist dit huwelijk het grote obstakel is voor de Grootse Liefde van de hoofdpersonen.
Dat mij het liefdesverhaal (of eigenlijk het hele boek) zo koud laat, heeft twee redenen. Allereerst vind ik veel personages ronduit onaangenaam. Florentino Arizo spant daarbij de kroon. Ik had hem kunnen verdragen als hij meer het idealistische maar incapabele soort was, maar hij is geen van beide. Ook een cynische antiheld had gekund; ik had sympathie voor hem kunnen opbrengen als ik het gevoel had dat hij eigenlijk diep ongelukkig was. Maar nee, hij fladdert wat door het leven heen zonder zelfspot of zwartgalligheid, zonder dat hij lijkt te lijden onder het leven zonder Fermina Daza, en zonder dat hij offers brengt omwille van haar. De manier waarop hij met vrouwen omgaat maakt alles alleen maar erger. Zijn vele minnaressen zijn volledig inwisselbaar. Behalve natuurlijk zijn pupil die 14 jaar was toen hij haar 'naar zijn clandestiene slachthuis voerde'. Weerzin en verbijstering wisselden elkaar af toen ik dat las. Waarom in vredesnaam?
Een tweede reden dat Liefde in Tijden van Cholera me zo weinig doet, is dat er zo weinig gebeurt dat betekenis aan het verhaal geeft. Het begint interessant met een zelfmoord, die vervolgens geen enkele relevantie voor het verhaal blijkt te hebben. Even later is daar de zoektocht naar een verdronken schat, maar ook die verhaallijn loopt dood. Zo zwalkt het verhaal tussen potentieel interessante ontwikkelingen (een van de minnaressen wordt vermoord door haar echtgenoot) die nergens op uitlopen, en ronduit saaie uitweidingen over kunstgebitten en pratende papegaaien. Er is altijd wel ergens een burgeroorlog aan de gang, maar ook dat speelt geen rol. Ik snap niet hoe een boek van 500 pagina's zo weinig te zeggen kan hebben.
Genoeg geklaagd. Wat mij betreft is het meest geslaagde aan Liefde in Tijden van Cholera de titel. Blijkbaar zit er een heleboel meer in, maar ik heb het niet kunnen vinden.
Anna Karenina - Lev Tolstoj (1877)
Alternatieve titel: Анна Каренина

5,0
0
geplaatst: 16 juli 2012, 15:18 uur
Over dit boek durf ik nauwelijks iets te beweren omdat ik het gevoel heb dat ik er teveel van onder de indruk ben, en dat er nog zoveel meer in zit dan ik er deze eerste keer heb uitgehaald. Desondanks zou ik over Anna Karenina wel pagina's vol kunnen schrijven, maar ik zal me proberen in te houden....
Het is ongelooflijk hoeveel er in dit boek zit, zoveel thema's, lagen, personages en dramatische ontwikkelingen; ik kan me nauwelijks voorstellen dat iemand die van lezen houdt dit boek niet schitterend vindt. Tolstoj heeft zo'n enorm inzicht in de menselijke ziel dat je heel dicht bij de personages komt, of je nou wel of niet sympathie voor ze voelt. Neem Stepan Arkadjitsj Oblonski, Stiva, van wie al op de eerste pagina duidelijk wordt gemaakt dat hij overspelig is en meer aan zijn eigen gerief denkt dan aan zijn gezin. Neem Anna, die overspel pleegt - in principe toch een verkeerde daad - of Levin, die onredelijk, nurks, ongezellig en vreselijk inconsequent is. Wie zijn wij om over hen te oordelen? De verschillende personages zijn zo menselijk en je kan zo ver in hun diepste ziel doordringen, dat ik althans het niet aandurfde ze te veroordelen, ondanks hun vele fouten. Deze bewonderenswaardige eigenschap van Tolstoj - het beschrijven van personages die ondanks hun gebrekkige karakter, of juist daardoor, heel menselijk zijn en heel dichtbij komen - viel mij ook al op in Oorlog en Vrede. Levin is mijn favoriet, overigens, maar ook de minder sympathieke personages zijn bijzonder treffend beschreven, Karenin bijvoorbeeld.
Het verhaal, of de verhalen aangezien het twee verweven plots zijn, zijn groots en meeslepend en de vele pagina's die dit boek telt zijn zeker niet voor niets. Soms is het moeilijk om lange stukken te lezen over filosofie of politiek of een verkiezingssysteem waar ik weinig van snap, maar dit doet geenszins afbreuk aan de grootsheid van dit boek. Bovendien vind ik de schrijfstijl van Tolstoj bijzonder aangenaam, waardoor de inhoudelijk minder interessante delen door het mooie taalgebruik toch goed te lezen zijn. De openingszin is hierboven al enkele keren bejubeld; ik vind zelf de laatste zin mooier. Wat een prachtig eind! Niet alleen omdat Levin eindelijk het geloof vindt en daarmee de verlossing van de kwelling die hem bijna het hele boek achtervolgt maar ook omdat het verhaal daarmee heel bevredigend eindigt: Levins problemen, worstelingen en fouten zijn niet ineens zomaar verdwenen, maar hij vindt eindelijk de zin van zijn leven waardoor hij hier mee om kan gaan.
Het einde van het andere verhaal, dat van Anna, is daarentegen heel anders, maar daarom niet minder mooi. Al in het begin, wanneer Anna en Vronski elkaar ontmoeten op het station, krijg je al de eerste hints hoe het verhaal gaat eindigen, en dat het onmogelijk goed kan aflopen voor Anna - zelfs als ik niet bij voorbaat al had geweten dat ze zich onder de trein zou werpen. In het hele boek zie je deze langzame aftakeling zich langzaam voltrekken, gespiegeld aan de ontwikkeling van Levin in precies de andere richting. Het einde voor Anna lijkt onontkomelijk, en komt op mij over als een verlossing.
Eén van de redenen waarom je over dit boek zoveel zou kunnen zeggen en waarom je het mijns inziens gemakkelijk meerdere keren kunt lezen, is dat er zoveel personages zijn die allemaal zo goed zijn uitgewerkt, met elk een heel eigen karakter. Nadelen heeft dat echter ook, vooral omdat de personages met wisselende combinaties van voornaam, bijnaam, vadersnaam, en achternaam worden aangeduid, vaak nog onuitspreekbaar ook - een euvel dat ik vaker tegenkom in Russische boeken. Daarnaast worden er zoveel thema's aangesneden, waaronder liefde, vergeving, schuldgevoel, de natuur, politiek, karakter, het huwelijk, religie en nog veel meer, dat het bijna teveel is. Dit doet op zich geen afbreuk aan het boek, maar zorgt bij mij wel voor een gevoel dat ik nog lang niet alles gelezen heb, ook al heb ik het boek wel uit. Dat is aan de ene kant vervelend, maar aan de andere kant juist fijn omdat dit betekent dat ik Anna Karenina nog vele keren kan lezen en er elke keer iets nieuws in kan ontdekken.
Al met al heb ik het toch nog aardig kort weten te houden, zeker voor een boek met zoveel inhoud en met zo'n lengte. Maar goed, er kan nog veel meer over gezegd worden en veel daarvan is hier ook al gezegd. Ik geef Anna Karenina de volle vijf sterren, en voel me nu gedwongen om nog eens goed na te denken over mijn met moeite samengestelde top tien. Met recht één van de beste boeken ooit.
Het is ongelooflijk hoeveel er in dit boek zit, zoveel thema's, lagen, personages en dramatische ontwikkelingen; ik kan me nauwelijks voorstellen dat iemand die van lezen houdt dit boek niet schitterend vindt. Tolstoj heeft zo'n enorm inzicht in de menselijke ziel dat je heel dicht bij de personages komt, of je nou wel of niet sympathie voor ze voelt. Neem Stepan Arkadjitsj Oblonski, Stiva, van wie al op de eerste pagina duidelijk wordt gemaakt dat hij overspelig is en meer aan zijn eigen gerief denkt dan aan zijn gezin. Neem Anna, die overspel pleegt - in principe toch een verkeerde daad - of Levin, die onredelijk, nurks, ongezellig en vreselijk inconsequent is. Wie zijn wij om over hen te oordelen? De verschillende personages zijn zo menselijk en je kan zo ver in hun diepste ziel doordringen, dat ik althans het niet aandurfde ze te veroordelen, ondanks hun vele fouten. Deze bewonderenswaardige eigenschap van Tolstoj - het beschrijven van personages die ondanks hun gebrekkige karakter, of juist daardoor, heel menselijk zijn en heel dichtbij komen - viel mij ook al op in Oorlog en Vrede. Levin is mijn favoriet, overigens, maar ook de minder sympathieke personages zijn bijzonder treffend beschreven, Karenin bijvoorbeeld.
Het verhaal, of de verhalen aangezien het twee verweven plots zijn, zijn groots en meeslepend en de vele pagina's die dit boek telt zijn zeker niet voor niets. Soms is het moeilijk om lange stukken te lezen over filosofie of politiek of een verkiezingssysteem waar ik weinig van snap, maar dit doet geenszins afbreuk aan de grootsheid van dit boek. Bovendien vind ik de schrijfstijl van Tolstoj bijzonder aangenaam, waardoor de inhoudelijk minder interessante delen door het mooie taalgebruik toch goed te lezen zijn. De openingszin is hierboven al enkele keren bejubeld; ik vind zelf de laatste zin mooier. Wat een prachtig eind! Niet alleen omdat Levin eindelijk het geloof vindt en daarmee de verlossing van de kwelling die hem bijna het hele boek achtervolgt maar ook omdat het verhaal daarmee heel bevredigend eindigt: Levins problemen, worstelingen en fouten zijn niet ineens zomaar verdwenen, maar hij vindt eindelijk de zin van zijn leven waardoor hij hier mee om kan gaan.
Het einde van het andere verhaal, dat van Anna, is daarentegen heel anders, maar daarom niet minder mooi. Al in het begin, wanneer Anna en Vronski elkaar ontmoeten op het station, krijg je al de eerste hints hoe het verhaal gaat eindigen, en dat het onmogelijk goed kan aflopen voor Anna - zelfs als ik niet bij voorbaat al had geweten dat ze zich onder de trein zou werpen. In het hele boek zie je deze langzame aftakeling zich langzaam voltrekken, gespiegeld aan de ontwikkeling van Levin in precies de andere richting. Het einde voor Anna lijkt onontkomelijk, en komt op mij over als een verlossing.
Eén van de redenen waarom je over dit boek zoveel zou kunnen zeggen en waarom je het mijns inziens gemakkelijk meerdere keren kunt lezen, is dat er zoveel personages zijn die allemaal zo goed zijn uitgewerkt, met elk een heel eigen karakter. Nadelen heeft dat echter ook, vooral omdat de personages met wisselende combinaties van voornaam, bijnaam, vadersnaam, en achternaam worden aangeduid, vaak nog onuitspreekbaar ook - een euvel dat ik vaker tegenkom in Russische boeken. Daarnaast worden er zoveel thema's aangesneden, waaronder liefde, vergeving, schuldgevoel, de natuur, politiek, karakter, het huwelijk, religie en nog veel meer, dat het bijna teveel is. Dit doet op zich geen afbreuk aan het boek, maar zorgt bij mij wel voor een gevoel dat ik nog lang niet alles gelezen heb, ook al heb ik het boek wel uit. Dat is aan de ene kant vervelend, maar aan de andere kant juist fijn omdat dit betekent dat ik Anna Karenina nog vele keren kan lezen en er elke keer iets nieuws in kan ontdekken.
Al met al heb ik het toch nog aardig kort weten te houden, zeker voor een boek met zoveel inhoud en met zo'n lengte. Maar goed, er kan nog veel meer over gezegd worden en veel daarvan is hier ook al gezegd. Ik geef Anna Karenina de volle vijf sterren, en voel me nu gedwongen om nog eens goed na te denken over mijn met moeite samengestelde top tien. Met recht één van de beste boeken ooit.
Armata Perduta, L' - Valerio Massimo Manfredi (2007)
Alternatieve titel: Het Verloren Leger

2,5
0
geplaatst: 20 juni 2011, 09:45 uur
Best aardig, maar meer niet. De enige reden dat ik dit boek lees, is omdat ik dergelijke onderwerpen wel interessant vind, en er niet erg veel boeken over te vinden zijn. Het verhaal zelf heeft zeker iets groots; het gaat immers over een enorm leger dat tegen alle verwachtingen in de zwaarste ontberingen overleeft. Dat het uit het perspectief van een vrouw is verteld, is ook wel origineel. Het probleem is dat Manfredi niet echt een natuurtalent is waar het schrijven betreft. Hij weet er duidelijk veel van en hij houdt van het verhaal, maar hij weet het niet goed over te brengen. Zijn manier van vertellen is vaak warrig en soms merk ik dat ik een halve bladzijde lees zonder iets op te nemen. Ook vervalt hij vaak in clichés en herhaalt hij zichzelf veelvuldig. Daarnaast slaagt de schrijver er allerminst in om mij een beeld te laten vormen van hoe de mensen eruit zagen (Abira bijvoorbeeld, hoe loopt zij erbij in het dagelijks leven? Gesluierd? In toga? Zoiets moet je toch wel een beetje weten om je een beeld te kunnen vormen van een personage) en hoe zij leefden. Vooral in het begin had ik nog wel eens de neiging het boek aan de kant te leggen, in het midden vond ik het makkelijker om te lezen. Het einde had van mij wel iets netter mogen worden afgewerkt. Ik denk dat meneer Manfredi beter opgravingen kan blijven doen en zijn verhalen door iemand anders moet laten optekenen. Jammer genoeg dus een interessant verhaal op een slechte manier verteld.
As Sure as the Dawn - Francine Rivers (1995)
Alternatieve titel: De Onafwendbare Dageraad

2,5
0
geplaatst: 13 juni 2015, 15:22 uur
Dit laatste deel in een trilogie die zich afspeelt in de eerste eeuw na Christus kan mij minder bekoren dan het tweede en al helemaal dan het eerste. Het eerste deel handelde over de lotgevallen van een joods slavinnetje en een Germaanse gladiator. Het tweede deel vervolgde het verhaal van de joodse Hadassa, in As Sure as the Dawn krijgen we te horen hoe het afloopt met Atretes, de brute Germaan. Hij kon me helaas nooit zoveel schelen als Hadassa en haar gecompliceerde relatie met haar meesters. Atretes is vooral woest en dat werkt me soms nogal op de zenuwen.
Atretes is vrij na tien jaar gladiator te zijn geweest en weet niet wat hij moet doen met zijn leven. Hij wil zijn zoon terug, maar diens pleegmoeder Rizpah wil hem niet zomaar laten gaan. Rizpah is weliswaar christelijk, maar niet zo meegaand als Hadassa. Dit levert een aantal aangename confrontaties op tussen de Atretes en Rizpah. Het eerste deel, waarin ze elkaar constant tot het uiterste drijven, is zeker vermakelijk. Als het uiteindelijk zo ver is dat Atretes zich bekeert is het verhaal meteen de spanning kwijt. Vervolgens komt die slechts nog bij vlagen terug. Waar de vorige twee delen respectievelijk een enorme cliffhanger en een bevredigend einde hadden, eindigt dit boek nogal lauw.
Waar ik bij de vorige twee delen al mijn twijfels had over de geloofwaardigheid en het gebrek aan subtiliteit, in dit deel is het omgeslagen in ergernis. De wonderen zijn niet van de lucht - en niet de minste wonderen ook. Zo lijkt het alsof Rivers zegt dat je bijna alleen tot geloof kunt komen als je iemand uit de dood hebt zien opstaan of op bovennatuurlijke wijze aan de dood hebt zien ontsnappen. Dat terwijl in de vorige delen personages zich bekeren na een lang intern conflict en door met gelovigen geleefd te hebben die hen Gods liefde tonen - meer de normale gang van zaken, en een stuk geloofwaardiger. De Germaanse afgod Tiwaz heeft ook allerlei duistere en bovennatuurlijke eigenschappen en wordt gerepresenteerd door de intens slechte priesteres Anomia. Is het kwaad niet juist veel gevaarlijker als het zich verschuilt achter redelijkheid in plaats van zwarte magie? Maar goed, de redelijkheid is ver te zoeken hier. Wel kun je er uitgebreide samenvattingen van het evangelie tegenkomen, meer dan het boek goed doet. De meeste mensen die dit boek zullen lezen kennen het evangelie al, en zij die dat niet doen zullen er eerder door worden afgeschrikt, vrees ik.
Desondanks leest het gemakkelijk weg, en met name de eerste helft is zeker vermakelijk. Toch haalt As Sure as the Dawn het niveau van de eerste twee delen niet. Die waren misschien niet van hoogstaande literaire kwaliteit, maar wel mooi genoeg om steeds te herlezen. Voor dit laatste deel geldt dit helaas wat minder. Een magere voldoende.
Atretes is vrij na tien jaar gladiator te zijn geweest en weet niet wat hij moet doen met zijn leven. Hij wil zijn zoon terug, maar diens pleegmoeder Rizpah wil hem niet zomaar laten gaan. Rizpah is weliswaar christelijk, maar niet zo meegaand als Hadassa. Dit levert een aantal aangename confrontaties op tussen de Atretes en Rizpah. Het eerste deel, waarin ze elkaar constant tot het uiterste drijven, is zeker vermakelijk. Als het uiteindelijk zo ver is dat Atretes zich bekeert is het verhaal meteen de spanning kwijt. Vervolgens komt die slechts nog bij vlagen terug. Waar de vorige twee delen respectievelijk een enorme cliffhanger en een bevredigend einde hadden, eindigt dit boek nogal lauw.
Waar ik bij de vorige twee delen al mijn twijfels had over de geloofwaardigheid en het gebrek aan subtiliteit, in dit deel is het omgeslagen in ergernis. De wonderen zijn niet van de lucht - en niet de minste wonderen ook. Zo lijkt het alsof Rivers zegt dat je bijna alleen tot geloof kunt komen als je iemand uit de dood hebt zien opstaan of op bovennatuurlijke wijze aan de dood hebt zien ontsnappen. Dat terwijl in de vorige delen personages zich bekeren na een lang intern conflict en door met gelovigen geleefd te hebben die hen Gods liefde tonen - meer de normale gang van zaken, en een stuk geloofwaardiger. De Germaanse afgod Tiwaz heeft ook allerlei duistere en bovennatuurlijke eigenschappen en wordt gerepresenteerd door de intens slechte priesteres Anomia. Is het kwaad niet juist veel gevaarlijker als het zich verschuilt achter redelijkheid in plaats van zwarte magie? Maar goed, de redelijkheid is ver te zoeken hier. Wel kun je er uitgebreide samenvattingen van het evangelie tegenkomen, meer dan het boek goed doet. De meeste mensen die dit boek zullen lezen kennen het evangelie al, en zij die dat niet doen zullen er eerder door worden afgeschrikt, vrees ik.
Desondanks leest het gemakkelijk weg, en met name de eerste helft is zeker vermakelijk. Toch haalt As Sure as the Dawn het niveau van de eerste twee delen niet. Die waren misschien niet van hoogstaande literaire kwaliteit, maar wel mooi genoeg om steeds te herlezen. Voor dit laatste deel geldt dit helaas wat minder. Een magere voldoende.
Autobiography of Henry VIII, The - Margaret George (1986)
Alternatieve titel: De Autobiografie van Hendrik VIII

4,5
1
geplaatst: 6 september 2020, 21:07 uur
De afgelopen weken heb ik het bizarre genoegen gehad in het brein te verkeren van Henry VIII. Natuurlijk weet ik dat De Autobiografie van Hendrik VIII historische fictie is, maar het is zó goed geschreven dat ik eigenlijk geneigd ben om het als de volledige waarheid te bestempelen. De waarheid vanuit het standpunt van de koning zelf, welteverstaan.
Dat het hof van Henry VIII als decor gebruikt wordt voor een historische roman is niet zo heel bijzonder. Ik las zelf eerder al de niet altijd helemaal historisch correcte maar zeer leesbare boeken van Philippa Gregory en Hilary Mantels werk over Thomas Cromwell (minder makkelijk leesbaar maar zeker indrukwekkend). De keus van Margaret George om Henry zelf als hoofdpersoon te nemen en hem zelfs de ik-figuur te maken is echter dapper. Zes keer getrouwd, twee vrouwen laten onthoofden – volgens mij geldt dat niet eens als spoiler – wie wil er nou luisteren naar het relaas van zo’n man?
Henry begint (of eigenlijk doet Margaret George dat, maar dat vergeet ik steeds) met zijn jeugd als eeuwige tweede, met een hardvochtige vader en een aanbeden maar afstandelijke moeder. Tegen mijn eigen wil in begon ik sympathie voor hem op te vatten. Henry neemt uitgebreid de tijd om te vertellen over zijn eerste jaren als koning en zijn huwelijk met Catharina van Aragon. De langverwachte troonopvolger blijft uit, de spanningen in Europa lopen op en heel geleidelijk ontstaan de barstjes in het mooie verhaal. Enter Anne Boleyn en het begin van het eerste en langdurigste schandaal van Henry’s regering: de ontbinding van het eerste van zijn zes huwelijken.
Tegen de tijd dat dit goed en wel gelukt is zijn we al halverwege het boek en is Henry eigenlijk ook alweer klaar met Anne Boleyn, al heeft hij ondertussen het land in grote chaos gestort. Blijkbaar is het na deze eerste drempel een stuk gemakkelijker voor Henry om zich van ongewenste personen te ontdoen. In duizelingwekkend tempo rollen de koppen: van echtgenotes, familieleden, staatsmannen, vrienden. Het is in dit middelste en bloederigste deel van het boek dat Henry de opgebouwde sympathie verspeelt. De verklaringen die hij geeft voor zijn gedrag zijn niet altijd helemaal geloofwaardig (heeft hij nou echt zichzelf wijsgemaakt dat Anne Boleyn een heks is?) en soms ronduit ploertig. Tegelijkertijd is het fascinerend hoe de koning de ene keer een heel scherp inzicht kan hebben in mensen, en de andere keer volledig blind kan zijn voor wat zich voor zijn ogen afspeelt. De emoties van de koning zijn heftig, onvoorspelbaar, en vaak genoeg volledig tegenstrijdig. Daardoor blijft het verhaal spannend, óók als ik al weet wie het gaat overleven en wie niet.
Pas na de dood van echtgenote nummer vijf lijkt Henry wat milder te worden, hoewel zijn geestelijke gezondheid soms te wensen overlaat en hij tot op het eind een gevaarlijk man blijft. Henry begint zich bewust te worden van zijn ouderdom en eenzaamheid. Als het boek eindigt met het roemloze sterfbed van Henry blijkt er een klein wonder te zijn geschied: ik merk dat ik oprecht verdrietig ben over zijn sterven. De enige verklaring hiervoor is dat Margaret George er zo uitstekend in geslaagd is om Henry menselijk neer te zetten. Een mens met een moeilijk karakter en vreselijke dingen op zijn geweten, maar een mens niettemin.
Ik heb weinig aan te merken op dit boek. Ik ergerde mij aan het wisselende gebruik van Henry/Hendrik, Mary/Maria enzovoort, maar dat moet aan de vertaling liggen. Verder vind ik het jammer dat de commentaren van Will Somers zo summier zijn. Ik had regelmatig de behoefte aan verificatie (had Anne Boleyn echt een zesde vinger?) en wat nuancering (hoe lelijk was Anna van Kleef nu echt?).
Dat neemt allemaal niet weg dat Margaret George er niet alleen in geslaagd is om de opeenvolgende historische ontwikkelingen constant interessant te houden, maar ook om één van de beruchtste figuren uit de Europese geschiedenis als mens van vlees en bloed neer te zetten. Bewonderenswaardig.
Dat het hof van Henry VIII als decor gebruikt wordt voor een historische roman is niet zo heel bijzonder. Ik las zelf eerder al de niet altijd helemaal historisch correcte maar zeer leesbare boeken van Philippa Gregory en Hilary Mantels werk over Thomas Cromwell (minder makkelijk leesbaar maar zeker indrukwekkend). De keus van Margaret George om Henry zelf als hoofdpersoon te nemen en hem zelfs de ik-figuur te maken is echter dapper. Zes keer getrouwd, twee vrouwen laten onthoofden – volgens mij geldt dat niet eens als spoiler – wie wil er nou luisteren naar het relaas van zo’n man?
Henry begint (of eigenlijk doet Margaret George dat, maar dat vergeet ik steeds) met zijn jeugd als eeuwige tweede, met een hardvochtige vader en een aanbeden maar afstandelijke moeder. Tegen mijn eigen wil in begon ik sympathie voor hem op te vatten. Henry neemt uitgebreid de tijd om te vertellen over zijn eerste jaren als koning en zijn huwelijk met Catharina van Aragon. De langverwachte troonopvolger blijft uit, de spanningen in Europa lopen op en heel geleidelijk ontstaan de barstjes in het mooie verhaal. Enter Anne Boleyn en het begin van het eerste en langdurigste schandaal van Henry’s regering: de ontbinding van het eerste van zijn zes huwelijken.
Tegen de tijd dat dit goed en wel gelukt is zijn we al halverwege het boek en is Henry eigenlijk ook alweer klaar met Anne Boleyn, al heeft hij ondertussen het land in grote chaos gestort. Blijkbaar is het na deze eerste drempel een stuk gemakkelijker voor Henry om zich van ongewenste personen te ontdoen. In duizelingwekkend tempo rollen de koppen: van echtgenotes, familieleden, staatsmannen, vrienden. Het is in dit middelste en bloederigste deel van het boek dat Henry de opgebouwde sympathie verspeelt. De verklaringen die hij geeft voor zijn gedrag zijn niet altijd helemaal geloofwaardig (heeft hij nou echt zichzelf wijsgemaakt dat Anne Boleyn een heks is?) en soms ronduit ploertig. Tegelijkertijd is het fascinerend hoe de koning de ene keer een heel scherp inzicht kan hebben in mensen, en de andere keer volledig blind kan zijn voor wat zich voor zijn ogen afspeelt. De emoties van de koning zijn heftig, onvoorspelbaar, en vaak genoeg volledig tegenstrijdig. Daardoor blijft het verhaal spannend, óók als ik al weet wie het gaat overleven en wie niet.
Pas na de dood van echtgenote nummer vijf lijkt Henry wat milder te worden, hoewel zijn geestelijke gezondheid soms te wensen overlaat en hij tot op het eind een gevaarlijk man blijft. Henry begint zich bewust te worden van zijn ouderdom en eenzaamheid. Als het boek eindigt met het roemloze sterfbed van Henry blijkt er een klein wonder te zijn geschied: ik merk dat ik oprecht verdrietig ben over zijn sterven. De enige verklaring hiervoor is dat Margaret George er zo uitstekend in geslaagd is om Henry menselijk neer te zetten. Een mens met een moeilijk karakter en vreselijke dingen op zijn geweten, maar een mens niettemin.
Ik heb weinig aan te merken op dit boek. Ik ergerde mij aan het wisselende gebruik van Henry/Hendrik, Mary/Maria enzovoort, maar dat moet aan de vertaling liggen. Verder vind ik het jammer dat de commentaren van Will Somers zo summier zijn. Ik had regelmatig de behoefte aan verificatie (had Anne Boleyn echt een zesde vinger?) en wat nuancering (hoe lelijk was Anna van Kleef nu echt?).
Dat neemt allemaal niet weg dat Margaret George er niet alleen in geslaagd is om de opeenvolgende historische ontwikkelingen constant interessant te houden, maar ook om één van de beruchtste figuren uit de Europese geschiedenis als mens van vlees en bloed neer te zetten. Bewonderenswaardig.
Aviary Gate, The - Katie Hickman (2008)
Alternatieve titel: De Vogelpoort

3,5
0
geplaatst: 12 december 2011, 19:06 uur
Gisteren voor de tweede keer uitgelezen. Toen ik hier kwam kijken vroeg ik me af waarom er nog niemand een bericht geplaatst had, maar ja, ik ben wel vaker de eerste om dat te doen...
Ik heb The Aviary Gate weliswaar niet letterlijk in één ruk uitgelezen, maar wel in een moordend tempo. Het verhaal is bijzonder spannend en het taalgebruik leest gemakkelijk weg. De setting vind ik zelf misschien nog wel het allerleukst: in de harem van een zestiende-eeuwse sultan. Celia, een Engels meisje, komt daar wel heel onfortuinlijk terecht en heeft vervolgens grote moeite zich staande te houden. De etiquette is soms eenvoudigweg absurd, de rivaliteit is enorm en de intriges zijn vreselijk ingewikkeld.
Intriges op hoog niveau kunnen mij eigenlijk altijd boeien; hier is het nog interessanter omdat hier om een vrouwencultuur gaat. De hoogste posities in de harem zijn die van de moeder van de sultan, de sultane walidé, die als een soort Godmother over de harem heerst, en die van de haseki, de favoriete van de sultan en een positie waar hordes ambitieuze vrouwen voor over lijken willen gaan. Spannend...
Aan spanning ontbreekt het dit boek dus niet, en ook het verhaal zelf is tragisch en dramatisch genoeg om te boeien. Persoonlijk ben ik blij dat een suikerzoet einde ontbreekt. De verhaallijn die in 2008 afspeelt is op zich wel aardig, maar boeit me verder niet zo heel veel. Ik had het mooier gevonden als de schrijfster erin geslaagd was om wat parallellen tussen de beide verhalen te maken, alsof de geschiedenis zich herhaalt maar dan in een heel andere setting. Maar goed, als omlijsting voor het verhaal van Celia is het wel prima.
Wat ik dan wel weer jammer vind, is dat het soms een beetje warrig wordt. Het verhaal van Celia speelt zich volgens mij binnen één week af, maar daarin wordt heen en weer gesprongen tussen de verschillende dagen en steeds vanuit een ander perspectief. Nu ik dit boek voor een tweede keer gelezen heb was het makkelijker om te onthouden wie wáár nu was op welk moment en wat diegene wist van alle anderen. Het is gecompliceerd, en dat is ook wel goed omdat het natuurlijk de spanning erin houdt, maar toch een beetje warrig af en toe. Een iets chronologischer verloop had het boek verder geen kwaad gedaan, denk ik. Verder zijn er soms nét iets teveel zijsporen, wat het verhaal soms nodeloos ingewikkeld maakt.
Dit zijn eigenlijk de enige minpunten van belang, verder heb ik eigenlijk vooral heel erg genoten van dit boek. Het einde is niet helemáál gesloten, wat mij vreselijk frustreerde toen ik voor de eerste keer dit boek las. Dat lag overig niet eens zo zeer aan het einde zelf; ik ben niet zo'n liefhebber van open einden in het algemeen. Hoe dan ook, dit keer heb ik daar veel minder last van omdat ik nu ook het vervolg, The Pindar Diamond, bij de hand heb. Daar heb ik nog maar enkele hoofdstukken van uit, maar het bevalt me wel prima om gewoon in één ruk door te kunnen lezen. Als dat boek ook zo onderhoudend blijkt als dit, dan zal ik er zeker van genieten!
Ik heb The Aviary Gate weliswaar niet letterlijk in één ruk uitgelezen, maar wel in een moordend tempo. Het verhaal is bijzonder spannend en het taalgebruik leest gemakkelijk weg. De setting vind ik zelf misschien nog wel het allerleukst: in de harem van een zestiende-eeuwse sultan. Celia, een Engels meisje, komt daar wel heel onfortuinlijk terecht en heeft vervolgens grote moeite zich staande te houden. De etiquette is soms eenvoudigweg absurd, de rivaliteit is enorm en de intriges zijn vreselijk ingewikkeld.
Intriges op hoog niveau kunnen mij eigenlijk altijd boeien; hier is het nog interessanter omdat hier om een vrouwencultuur gaat. De hoogste posities in de harem zijn die van de moeder van de sultan, de sultane walidé, die als een soort Godmother over de harem heerst, en die van de haseki, de favoriete van de sultan en een positie waar hordes ambitieuze vrouwen voor over lijken willen gaan. Spannend...
Aan spanning ontbreekt het dit boek dus niet, en ook het verhaal zelf is tragisch en dramatisch genoeg om te boeien. Persoonlijk ben ik blij dat een suikerzoet einde ontbreekt. De verhaallijn die in 2008 afspeelt is op zich wel aardig, maar boeit me verder niet zo heel veel. Ik had het mooier gevonden als de schrijfster erin geslaagd was om wat parallellen tussen de beide verhalen te maken, alsof de geschiedenis zich herhaalt maar dan in een heel andere setting. Maar goed, als omlijsting voor het verhaal van Celia is het wel prima.
Wat ik dan wel weer jammer vind, is dat het soms een beetje warrig wordt. Het verhaal van Celia speelt zich volgens mij binnen één week af, maar daarin wordt heen en weer gesprongen tussen de verschillende dagen en steeds vanuit een ander perspectief. Nu ik dit boek voor een tweede keer gelezen heb was het makkelijker om te onthouden wie wáár nu was op welk moment en wat diegene wist van alle anderen. Het is gecompliceerd, en dat is ook wel goed omdat het natuurlijk de spanning erin houdt, maar toch een beetje warrig af en toe. Een iets chronologischer verloop had het boek verder geen kwaad gedaan, denk ik. Verder zijn er soms nét iets teveel zijsporen, wat het verhaal soms nodeloos ingewikkeld maakt.
Dit zijn eigenlijk de enige minpunten van belang, verder heb ik eigenlijk vooral heel erg genoten van dit boek. Het einde is niet helemáál gesloten, wat mij vreselijk frustreerde toen ik voor de eerste keer dit boek las. Dat lag overig niet eens zo zeer aan het einde zelf; ik ben niet zo'n liefhebber van open einden in het algemeen. Hoe dan ook, dit keer heb ik daar veel minder last van omdat ik nu ook het vervolg, The Pindar Diamond, bij de hand heb. Daar heb ik nog maar enkele hoofdstukken van uit, maar het bevalt me wel prima om gewoon in één ruk door te kunnen lezen. Als dat boek ook zo onderhoudend blijkt als dit, dan zal ik er zeker van genieten!
