menu

Hier kun je zien welke berichten Martin Visser als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Alleen Maar Nette Mensen - Robert Vuijsje (2008)

3,0
Zuid botst op Zuidoost in vaardige cultuurschets

David heeft pech. Hij is een keurige joodse jongen uit Amsterdam-Zuid, maar ziet er met zijn zwarte haar uit als een Marokkaan. Als hij niet door zijn vrienden Daan en Bas wordt vergezeld, komt hij moeilijker discotheken binnen en krijgt hij kritische blikken in winkels.

Deze cultuurclash overkomt David, en ten onrechte. Een andere clash zoekt hij zelf op. Hij heeft al jaren een relatie met zijn vriendinnetje Naomi, ook een keurig meisje van het Barlaeus, maar hij voelt zich opgesloten in zijn milieu. Eigenlijk is hij meer aangetrokken door rijkgevormde zwarte meisjes. En dus gaat hij op zoektocht in Amsterdam-Zuidoost, op locaties waar doorgaans geen bakra te vinden is.

Robert Vuijsje beschrijft dit cultuurcontrast in zijn debuut Alleen maar nette mensen, veelvuldig bewierookt en genomineerd voor literatuurprijzen. Deels terecht, want Vuijsje heeft een vaardige pen. Hij sleurt je moeiteloos door zijn verhaal heen met zijn rake observaties en geestige beschrijvingen. Hij stapelt karikatuur op karikatuur, maar weet ondertussen toch een behoorlijke schets te geven, een schets van culturen en een schets van de tijd.

Op een handige manier gebruikt hij de stijlfiguur van het cliché en de herhaling. Hij komt er mee weg omdat de witte, elitaire cultuur clichématig over de zwarte, achterstandscultuur van Zuidoost denkt, en vice versa. Blanken zijn dus bakra's, beter te vertrouwen dan de liegmannen die Davids eerste zwarte vriendin voordien altijd had. Allochtonen zijn in de woorden van Vuijsje de mensen die ze allochtonen noemen, waardoor hij duidt en beschouwt tegelijk. De tafel van Davids ouders heet consequent de Jan des Bouvrietafel, een van de huisvrienden heet consequent de beroemde columnist. Het zijn stijlmiddelen om een sfeer te beschrijven én die op de hak te nemen.

Alle roem die Vuijsje nu ten deel valt, is me een beetje te veel van het goede. Alleen maar nette mensen is een vermakelijk boek, het is een rake beschrijving, maar ook niet meer dan dat. Vuijsje overtreft een gemiddelde Herman Brusselmans (niet in humor overigens), maar raakt niet aan het niveau van Arnon Grunberg. Ik noem deze twee auteurs bewust, omdat Vuijsje wat betreft stijl en onderwerpen een beetje tussen deze twee instaat.

Maar helaas ontstijgt Vuijsje het verhaalniveau niet, zoals Grunberg tot grotere hoogtes komt dan louter een vaardig verteld verhaal. Het boek vertelt wat het te vertellen heeft, en meer niet. Geen diepere gedachten, geen bespiegelingen, geen literaire vondsten - of het zou moeten zijn de introductie van msn in een roman.

Uit een interview bij De Wereld Draait Door bleek dat Vuijsje voor een belangrijk deel zijn eigen zoektocht naar de intellectuele negerin heeft beschreven. Hij voelde zich vervreemd van de witte cultuur waarin hij opgroeide en zet zich in dit boek daarvan af. Ook heeft hij ervaring met de poging zich onder te dompelen in een andere cultuur, waar hij overduidelijk niet thuis hoort. Ik ben zeer benieuwd of Vuijsje, nu hij dit autobiografische gegeven eenmaal heeft gebruikt, ook in een volgend boek nog veel te vertellen heeft.

Begeerte Heeft Ons Aangeraakt - Bert Natter (2007)

4,0
Grotesk drama in superdebuut

Als personages in een boek Huntghburth, Zwier, Dembeck en Kinschot heten, dan kun je al een vermoeden hebben, wat voor soort boek je in handen hebt. Een roman met grotekse figuren; karikaturen à la Tommy Wieringa (Joe Speedboot), John Irving (Owen Meany) of Arjan Visser (Lode Bast uit Hemelval). Niet per se slapstick, maar wel types, typische mensen, vreemde vogels, maar ook onbestemde sferen. Want die mensen met dikke, veelzeggende namen zijn onberekenbaar. In zo'n boek kan alles.

Het debuut Begeerte heeft ons aangeraakt - een zin uit De Internationale - van journalist Bert Natter biedt dit alles dan ook. Hier tobt de hoofdpersoon met zijn onuitsprekelijke naam, Lucas Huntghburth, en hij heeft ook nog eens een wonderlijk beroep: conservator van oude muziekinstrumenten, met specialiteit clavecimbel. Hij verliest zijn vriend, kunstenaar Ernst Zwier, bij de vuurwerkramp in Enschede. Dat verlies maakt zijn leven ineens minder zinvol en hij dobbert al enkele jaren rond in zijn eigen bestaan. Zodra hij zijn baan verliest in het museum begint het hilarische en dramatische avontuur van dit boek.

Huntghburth komt toevallig een heel bijzondere clavecimbel op het spoor in een Gronings gehucht. Hij krijgt telefoon van Dembeck jr wiens vader net is gestorven. De clavecimbel zat in diens nalatenschap en Dembeck wil er vanaf, voor enkele tienduizenden euro's. Lucas zoekt hem op in klooster Bethlehem, waar vader Dembeck heeft gewoond en raakt zo verzeild in een merkwaardige familie op een gevoelig moment van afscheid en begrafenis.

Pas dan doet de echte hoofdpersoon haar intrede, Dido Dembeck, het gek geworden zusje van Diederik. Hier wordt het verhaal spannend, onverwacht en lyrisch en liefdevol tegelijkertijd. Natter spreekt Dido consequent in de jij-vorm aan, waardoor er een intimiteit ontstaat die de begeerte, lust en liefde tussen Lucas en Dido voelbaar maakt. Dido is zogezegd de psychiatrische patiënt in het verhaal, maar tot vlak voor het einde van het boek zijn eigenlijk alle andere personages licht geschift, behalve zij.

Hier en daar maakt Natter een wat onhandig sprongetje in het verhaal, maar voor het overige is het onvoorstelbaar dat iemand zo'n vaardig debuut kan afleveren. Hij heeft groteske personages gecreëerd die ook nog in steeds zijn gevoel op te roepen. Daarbij is Dido een onbetwist hoogtepunt als vrouwelijk personage in de Nederlandse literatuur. Van haar ga je als lezer zelf houden, zo ver kun je in Lucas' perspectief meegaan. Daarentegen blijft Lucas zelf een beetje vlak, al past dat ook wel weer bij zijn wat depressieve toestand. Tegen de matte Lucas schittert Dido des te meer.

De verwikkelingen in het boek zijn hilarisch en dramatisch tegelijkertijd. Lucas is al snel geen meester meer de gebeurtenissen. Hij wordt opgeslokt in een vreemde familie waar zich vreemde taferelen afspelen. Natter slaagt erin al dat gekke en vervreemdende als een heuse Irving precies voldoende geloofwaardigheid te geven om met rode koontjes door te blijven lezen. Nergens denk je, nu maak je het te bont, dit trek ik niet meer. Nee, zoals Lucas ongewild in een steeds raardere familiegeschiedenis verzeild raakt. zo ga je als lezer ook steeds mee in het verhaal dat stap voor stap merkwaardiger wordt.

Bonita Avenue - Peter Buwalda (2010)

4,0
Buwalda sleept je mee in vaardig geschreven debuut

Bonita Avenue zag ik in december in verschillende jaarlijstjes staan. Het debuut van Peter Buwalda was me vorig jaar eigenlijk een beetje ontgaan, maar dankzij de eindejaarsoverzichten trok het alsnog mijn aandacht. Toen mijn collega de roman ook nog tipte, aarzelde ik geen moment en heb het dikke boek (ruim 500 pagina's is uitzonderlijk voor een eerste roman) meteen gekocht en gelezen.

De roman is absoluut de moeite waar. Oneerbiedig gezegd is het een literaire pageturner, een spannend verhaal dat zo slim in elkaar steekt dat je moeiteloos die honderden pagina's doorloopt. Het verhaal is heel nadrukkelijk in de huidige tijd gesitueerd, waarbij de Enschedese vuurwerkramp en het EK Voetbal de ijkpunten in de tijd zijn.

Siem Sigerius is de hoofdpersoon waarmee het in dit boek van kwaad tot erger gaat. Hij zwemt in een fuik van ellende waar hij - door eigen toedoen - niet meer uitkomt. Hij is rector magnificus in Twente en loopt wamt voor een politieke carrière. Hij schaamt zich voor zijn criminele zoon, maar uiteindelijk brengt hij zichzelf, door een serie stommiteiten ten val. De ondergang van Sigerius wordt afwisselend verteld vanuit zijn perspectief, dat van zijn stiefdochter Joni en haar vriend Aaron Bever.

De rampspoed begint als Siem iets ontdekt over zijn zeer geliefde stiefdochter. Zij blijkt een geheim te hebben, waarvan hij nauwelijks kan geloven dat het waar is. Hij ontrafelt dat geheim en probeert ook uit te zoeken wat Aaron daar mee te maken heeft. Daarmee begint een spel van schijn ophouden, want deze drie personen zijn zeer hecht met elkaar en zeer op elkaar gesteld. En terwijl ze alledrie doen alsof er niets aan de hand is, ontdekken ze elkaars geheimen.

Meer dan dit kan ik eigenlijk niet vertellen. Een boek als dit leunt volledig op zijn plot. Daar zit ook Buwalda's grootste verdienste. Hij heeft het verhaal zeer vernuftig in elkaar gezet, waarbij hij niet eens naar de meest vanzelfsprekende ontknoping toewerkt. Op den duur weet je al wat de afloop is, maar je weet nog niet hoe het tot die afloop komt. Ondanks het fikse volume werkt Buwalda daar in een hoog tempo naar toe.

In het eerste kwart van het boek springt de auteur soms iets te enthousiast in de tijd. Daardoor gaat het verhaal je bij tijd en wijle duizelen, omdat dan niet altijd duidelijk is of de scène zich voor of na het voorafgaande afspeelt. Maar dat laat Buwalda op den duur achter zich, als het verhaal goed op stoom is gekomen. Inhoudelijk zie ik maar een minpunt, en dat is het gebrek aan een centraal idee, een hoger thema dat boven het concrete onderwerp van de roman uitstijgt. Voor dit boek is dat teveel gevraagd. Bonita Avenue is gewoon een zeer vaardig geschreven boek, met levensechte personages, dat garant staat voor uren leesgenot.

Chaos en Rumoer - Joost Zwagerman (1997)

4,0
Zwagermans spotprent is Voskuil en Auster ineen

Ik vond Vals licht van Joost Zwagerman niet top, maar aardig genoeg om er maar eens een andere oude Zwagerman achteraan te lezen: Chaos en rumoer. En door deze roman uit 1997 werd ik blij verrast. Het blijkt een hylarische schets van de literaire wereld en van de radiowereld. Bij vlagen doet het denken aan Het bureau van J.J. Voskuil, al iets het ook weer niet zó droogkomisch.

Het verhaal begint met een oercliché, maar Zwagerman geeft het meteen een extra laag. Schrijver Otto Vallei worstelt met een dijk van een writer's block en doet er alles aan om zijn schrijverij toch op gang te brengen. Dat lukt na enkele maanden nog steeds niet, waarop hij de brui geeft aan zijn schrijverschap en bij toeval bij een cultureel radioprogramma (Chaos en rumoer, naar het echt bestaande Ophef & vertier)terecht komt.

De extra laag zit 'm erin dat Zwagermen met succes een Droste-effect toepast waardoor hij het cliché van de auteur met schrijfobstipatie meteen overstijgt. Zwagerman had destijds zelf een writer's block en hij begint aan een boek waarin de hoofdpersoon ook een writer's block heeft. Die hoofdpersoon komt op het idee om een boek te schrijven over een schrijver met een writer's block. Maar zelfs bij dit idee faalt hij, wegens zijn writer's block.

En dan voegt Zwagerman nóg een laag toe via een rivaal van Otto Vallei, Eddy Waterland. Deze schrijver heeft wél succes en Vallei ontdekt dat Waterland zijn idee heeft gepikt. Alleen gaat Waterlands boek niet over zomaar een schrijver met een writer's block, maar over Vallei zelf. Tenminste, dat denkt Vallei. En zo bouwt Zwagerman heel soepeltjes - want zo ingewikkeld als het nu klinkt, is het niet - een spiegellabyrint.

In het boek maakt hij ook een abrupte omslag. Het eerste deel van het boek is een hoogst vermakelijke spotprent van Valleis uitgeverij en van Valleis schrijverschap en later van de personages die in de radioredactie zitten. Ik was verbaasd dat Zwagerman ook deze lichte en spottende toon in zich had. Heel sterk geschreven.

Maar plots belandt Vallei in een surrealistisch verhaal als hij ontdekt wat Waterlands plannen zijn. Als die roman van zijn rivaal eenmaal uit is, lijkt alles uit dat boek ook in het echt te gebeuren. Het is voor Vallie gaandeweg onduidelijk wat echt is en wat fictie. Zwagerman spot ook met de wetten van de realiteit en laat af en toe dingen gebeuren die niet kunnen kloppen.

Ook dit mysterieuze tweede deel is heel geslaagd. Persoonlijk vond ik de overgang wat al te abrupt, maar uit interviews met Zwagerman begrijp ik dat dat welbewuste opzet is geweest. Kwestie van smaak dus. Destijds is dit boek neergesabeld door tal van recensenten, maar in een recente NRC-serie De leesclub is voorzichtig gewerkt aan enig eerherstel voor deze roman. En terecht. Chaos en rumoer is Voskuil en Paul Auster ineen.

Death of Bunny Munro, The - Nick Cave (2009)

Alternatieve titel: De Dood van Bunny Munro

4,0
Zwartgallig boek over het gore leven van Bunny Munro

De Australiër Nick Cave is vooral bekend van zijn donkere, groezelige rockplaten met The Bad Seeds. Ook timmerde hij met de band Grinderman aan de weg. Maar als romancier is hij amper bekend. Erg productief is hij ook niet, want pas 20 jaar na zijn debuut And the ass saw the angel is dit jaar The death of Bunny Munro uitgekomen. De boeken delen met zijn muziek de zware, donkere sfeer en de thema's dood, liefde en religie. Vooral zijn debuut doet erg Oud- Testamentisch aan, de tweede roman is al veel realistischer.

Maar dan wel realisme met een dikke zwarte rouwrand, want een vrolijke boel wil het niet worden in Caves proza. De titel kondigt de afloop al aan. En vanaf het begin weet je waar je met dit boek aan toe bent. 'I am damned', laat Cave hoofdpersonage Bunny Munro denken. De huis-aan-huisverkoper van schoonheidsproducten zit halfdronken op de rand van zijn hotelbed. Hij belt met zijn vrouw Libby terwijl in de badkamer een hoertje wat zit te rommelen. Bunro doet alsof hij ver van huis is, vanwege werk, maar eigenlijk zit hij vlakbij en ontvlucht hij zijn depressieve vrouw om zich in sex en drank te storten.

Als zijn vrouw bij thuiskomst dood blijkt te zijn, staat Munro in zijn eentje voor de zorg voor hun negenjarige zoon Bunny Munro junior. (Het is overigens al een zeer sarcastisch gegeven dat Munro ook zijn zoon weer met die belachtelijke naam Bunny heeft opgezadeld, alsof zijn zoon het absoluut niet beter mag hebben in zijn leven dan de vader.) Munro besluit op pad te gaan met zijn zoon en samen rijden ze stad en land af, langs allemaal adresjes waar hopelijk gewillige vrouwen op de topverkoper zitten te wachten.

Munro is een walgelijke loser. Cave zet de man in al zijn banaliteit neer. Het hoogste genot van Munro is om aan de private parts (ik omschrijf het decenter dan Cave) van Killy Minogue en Avril Lavigne te denken, iets waarvoor Cave zich in een nawoord richting beide zangeressen verexcuseert. Maar Munro groeit tegelijk ook uit tot een antiheld, tot een man met wie je diep en diep medelijden krijgt. En dat medelijden is zo groot dat je Munro op den duur zijn daden bijna niet meer kwalijk neemt.

Het mooie van deze roman is dat zijn zoon Bunny jr. dat zeker niet doet. Het is hartverscheurend om te lezen hoe dit kleine kereltje apetrots is en blijft op zijn pa, ondanks de manier waarop hij de zorg voor zijn zoon op zich neemt. Ook als duidelijk is dat Munro zich compleet de vernieling in helpt, blijft zijn zoon van hem houden. Het lijkt wel zijn lot, want steeds vrees je dat Munro zijn zoon in al die ellende meesleept. Want de dood van Munro staat wel op het kaft aangekondigd, maar welke Bunny Munro overleeft dit boek eigenlijk niet?

Cave is misschien geen Nobelprijswinnende auteur, maar zijn manier van schrijven grijpt wel aan. Hij weeft soms licht poëtische beschrijvingen door zijn boek, maar houdt het meestentijds eenvoudig en daarmee doeltreffend. Het leven van deze mislukkeling wordt in al zijn grimmige details opgedist, tot je er genoeg van hebt. Maar het werkt heel goed. Cave heeft van Munro een personage gemaakt om uit te kotsen, en toch ga je volledig op in dat gore leventje van hem. Hij laat je uiteindelijk met verbijstering achter, terwijl je stiekem voor jezelf moet bekennen dat je toch een klein beetje van deze desperate vader en zijn oneindig lieve zoon bent gaan houden.

Die Zomer - Wanda Reisel (2008)

2,5
Roman over volwassenwording ontbeert herkenbaarheid

Een man een man is een prachtige roman uit 2000 van de niet zo bekende schrijfster Wanda Reisel. Het is een mooigeschreven en dramatische Kaïn-en-Abel-vertelling. Sindsdien ben ik Reisel trouw gebleven. Toen in 2007 Witte liefde verscheen, kocht ik het meteen. Maar helaas viel dat boek alweer een beetje tegen. Prima leesbaar, oordeelde ik destijds. Een nogal zuinig compliment.

Jammer genoeg kan ik over Die zomer (2008) niet veel enthousiaster zijn. Was Een man een man nog een uitsproken modern boek, dwingend geschreven en zelfs spannend, Die zomer kabbelt wat voort en is vooral veel te particulier. Reisel heeft geen enkele poging gedaan het boek universele zeggingskracht te geven. Daardoor blijft ze steken in anekdotes die misschien wel vaardig geschreven zijn, maar uiteindelijk weinigzeggend zijn.

De 17-jarige Dana heeft besloten dat ze deze zomer ontmaagd wil worden. Dat staat vast. Alleen, door wie? Met die vraag houdt ze zichzelf een zomerlang (en ons een boek lang) bezig. Vergeleken met vriendinnen vindt ze zichzelf maar preuts. En de jongens - inclusief de jongere leraren - dringen aan op sex. Het intieme geschuifel op de dansvloer, dat er overigens niet bepaald sexloos aan toe gaat, moet nu maar eens tot echte daden leiden.

Dana kan doen en laten wat ze wil. Ze leidt een luxeleventje in het grote ouderlijk huis, dat pal aan het Amsterdamse Vondelpark ligt. Maar contact met haar ouders heeft ze nauwelijks. Haar moeder zit al wekenlang met haar tweelingbroertjes in Israël en overweegt niet meer terug te komen. Haar vader houdt zich voornamelijk bezig met zijn maîtresse. Alleen met haar broer Daaf heeft ze soms contact, maar erg veel is dat ook niet.

Alle ingrediënten voor een meisje dat vooral met zichzelf bezig is. En dat zou een intiem, reflectief boek kunnen opleveren. Maar helaas blijft het verhaal nogal aan de oppervlakte. De twijfels en onzekerheden zijn amper voelbaar. Zeker als er pontificaal 'een virtuoze coming of age-roman' als betiteling op de achterflap staat, is dat nogal een teleurstelling. Daarbij speelt het boek wel heel nadrukkelijk in 1970, terwijl dat voor de thematiek helemaal niet nodig is.

Het boek heeft het onderwerp gemeen met de film Diep van Simone van Dusseldorp. Ook daar denkt een puberend meisje in de jaren zeventig na over haar eerste keer sex. Maar in die film worden de angsten en onzekerheden voelbaar. De film vertelt ook een veel kleiner verhaal. Het is allemaal veel simpeler gehouden en concentreert zich op het hoofdonderwerp: wat gaat er in zo'n meisje om. Reisel haalt er in haar boek van alles bij aan familiale verwikkelingen. Het resultaat is dat Die zomer maar niet breder wil worden dan dit ene verhaaltje. Grootse coming of age-romans zoals Kees de jongen en de Anton Wachter-cyclus spelen nota bene in een veel vroegere tijd, maar zij verwoorden een voor velen herkenbaar gevoel. Daar slaagt Reisel jammer genoeg niet in.

Diner, Het - Herman Koch (2009)

3,0
Actuele roman graaft niet dieper dan een thriller

Herman Koch heeft met Het diner een veelbesproken boek geschreven. Laaiende recensies, hoge verkoopcijfers, besprekingen in kranten en op tv. Begrijpelijk, want de roman is vaardig geschreven en gaat over een actueel thema, zinloos geweld. En het geeft dat thema een diepere laag dan het geweld als zodanig. De centrale vraag is wat een vader of moeder doet als die weet dat zijn of haar zoon zich schuldig heeft gemaakt aan zinloos geweld. Wordt er gezwegen in het belang van de toekoms van het kind? Of gaat recht voor en eindigt het kind bij politie en justitie?

Een interessante vraag die Koch helaas niet veel verder brengt. Want hoe veelbelovend Het diner ook begint, gaandeweg wordt het vooral een thriller die stapsgewijs op een verrassende plot afstevent. Pa Paul en ma Claire verzwijgen voor elkaar wat ze weten, over hun zoon Michel, maar ook over zichzelf. En het diner met broer Serge en diens vrouw Babette levert ook al niet veel extra informatie op. Zij zijn mede-"slachtoffer", want het geweld is begaan met hun zoon Rick.

Het viertal Paul, Claire, Serge en Babette gaan uitgebreid uit eten in een heel goed restaurant. Serge is oppositieleider en bijna-premier en kan vanwege zijn status op het laatste moment nog een tafel krijgen in deze toptent. Hij wil tijdens dit etentje de daad van hun beider zonen bespreken. Het diner vormt het raamwerk voor de vertelling, dat chronologisch is opgebouwd en de verschillende gangen afwerkt. Aardige zijlijn in het boek is de spottende manier waarop Koch de dikdoenerij in het restaurant beschrijft. Hier is via hoofdpersoon Paul vooral de ironicus Koch zelf aan het woord. Aardig, maar niet ter zaken doende.

Het boek leest als een bekentenis van Paul. Dat maakt Koch realistisch door Paul sommige details en namen niet te laten noemen. Zo stelt hij dat ook expliciet, laat ik dit of dat maar niet zeggen, want het kan tegen me gebruikt worden. Onduidelijk is tegen wie Paul deze bekentenis aflegt. Het leest als een relaas gericht op de lezer, maar Paul spreekt zijn lezer soms aan op een manier die moeilijk te plaatsen is. Volstrekt overbodig en interessantdoenerij om Paul soms namen en andere zaken niet te laten vertellen. Op den duur zelfs irritant.

Opmerkelijk dat dit boek bijna gelijktijdig met Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje zo populair is, ook een boek met een actuele lading. Blijkbaar is het een pre als een roman iets zegt over deze tijd. Maar in allebei de gevallen gaat dat ten koste van een diepere en bredere zeggingskracht. Beide romans blijven steken in dat actuele verhaal en zeggen niet iets meer. Zo zegt Het diner uiteindelijk heel weinig over wat een mens tot dergelijk geweld kan aanzetten, wat ouders drijft om hun kinderen te beschermen, zelfs al zijn het monsters geworden. Wat rest is een vaardig geschreven verhaal, met Paul als sterk personage, Claire als mysterieuze moeder en Serge en Babette als karikaturaal behang.

Dinsdag - Elvis Peeters (2012)

2,0
Een oude man blikt op zomaar een dag terug op zijn leven. Hij is er onbewogen onder, zonder spijt. Toch heeft hij een bijzonder leven achter de rug en gaandeweg blijkt ook van hoeveel daden hij spijt zou kunnen hebben gehad. Maar, zoals gezegd, dat heeft hij niet.

't Is een onbewogen man. Maar hij is niet van steen. Prachtig beschrijft Elvis Peeters, de naam van het Vlaamse schrijversduo Jos Verlooy en Nicole van Bael, in Dinsdag hoe hij verliefd wordt op een prostituee, met haar gaat samenleven en haar verzorgd als ze stervende is. Het is meteen het sterkste deel van de roman.

Tussen de regels door laat Peeters doorschemeren dat de man een donker verleden heeft. Hij heeft zijn jonge jaren doorgebracht in Congo en daar heeft hij zich niet altijd even gewetensvol gedragen. Pas tegen het einde van het boek krijgt de lezer de precieze geschiedenis te horen.

Pas dan valt op dat de thematiek van dit boek raakvlakken heeft met die van Wij, zijn vorige roman. Dat is een gruwelijk verhaal over zedenloze jongeren die doorslaan en geen grenzen meer hebben. Dat leidde in het geval van Wij tot een weerzinwekkend mooi boek.

Onder Dinsdag blijf ik als lezer totaal emotieloos. De spanning wordt zo achteloos opgebouwd dat je blij bent als je het einde van het boek nadert. Op dat moment maakte het Congo-verhaal op mij geen enkele indruk meer. Dat de gruwel in het verleden speelt, werkt ook niet. Bij Wij speelt het verhaal nadrukkelijk in het nu en dat maakt het veel beklemmender.

Peeters grote kracht is de taal. In Wij spetterde en knetterde het, maar dan op basis van pure eenvoud. Geen ingewikkeld lange zinnen, geen moeilijke symboliek, maar recht-toe-recht-aan-taal. In Wij had hij echter een goed verhaal. Diezelfde taal is in Dinsdag door het lege verhaal zelf ook leeg. Met zijn mooie pen redt hij het helaas niet. Ontzettend jammer.

Van: Elvis Peeters – Dinsdag « Martin Visser - vissermartin.wordpress.com

East of Eden - John Steinbeck (1952)

Alternatieve titel: Ten Oosten van Eden

5,0
Over zonen die hunkeren naar een beetje vaderliefde

Het bijbelverhaal over Kaïn en Abel is niet alleen het verhaal van de eerste moord, van een zondige jongen die straf verdient. Het is ook het verhaal van een jongen die afgewezen wordt, of zich tenminste afgewezen voelt. Kaïn wil net als Abel geliefd zijn en als zijn broer wel liefde krijgt en hij niet slaan bij Kaïn de stoppen door. Daarmee is het een verhaal over heel basale emoties: liefde, jaloezie, met op de achtergrond de angst afgewezen te worden.

John Steinbeck heeft dit bijbelverhaal als uitgangspunt genomen voor zijn grootse epos East of Eden, een lijvige roman dat in 1952 verscheen. Het verhaal gaat vooral over twee generaties Trask, Adam en zijn broer Charles, en over Adams zonen Cal en Aron. Tegelijk is dit ook de geschiedenis van John Steinbeck zelf. Hij is de kleinzoon van Samuel Hamilton, de oude, wijze man die Adam Trask met raad en daad bijstaat. Heel eventjes komt Steinbeck zelf ook voor als personage in dit boek.

Tot twee keer toe voert Steinbeck een Kaïn-en-Abel-vertelling op, de eerste keer in de vorm van de broers Adam en Charles en de tweede keer in de vorm van Adams zonen. De Kaïn-figuren krijgen in dit boek een C mee als eerste letter van hun naam en de Abel-types beginnen allemaal met een A. Beide generaties Trask moeten moeite doen om liefde van hun vader te krijgen. En die poging liefde te krijgen, gaat vaak samen met grote gevoelens van onzekerheid. Of je nu de wildebras bent (Charles, Cal) of de intelligente en lieve jongen (Adam, Aron), nooit is duidelijk of en waarom van je gehouden wordt.

Net als Charles te sterk is voor Adam is Cal dat voor Aron. Het zijn fysiek krachtige jongens en mannen, maar ze hebben ook een krachtige persoonlijkheid. Maar hun hang naar vaderliefde slaat een flinke deuk in al die kracht en stoerdoenerij. Zo groeien ze op met de les dat ze moeten manipuleren om te overleven. Ze worden niet als vanzelf liefgehad, ze pogen dat te verdienen. Overigens heeft Adam het als geliefde ook niet eenvoudig. Hij wordt door zijn vader het leger in gestuurd, een grotere straf is voor hem niet denkbaar. Toch moet hij geloven dat zijn vader hem verkiest boven zijn broer Charles.

Het verhaal van Adam en Charles gaat over de strenge en onbereikbare vader, het verhaal van Aron en Cal gaat ook nog over de afwezige moeder. Zij heet Cathy (let op: met een C) en zij is hoerenmadam en verpersoonlijkt in dit boek het kwaad. Terwijl de andere personages worstelen met goed én kwaad, is Cathy alleen kwaad. Zij denkt alles en iedereen aan te kunnen, maar anderen spiegelen haar voor dat ze een incompleet persoon is.

In de familie Trask komt de wijsheid van buiten. Ik noemde al Samual Hamilton, de wijze buurman die goed is voor enkele zeer lezenswaardige scènes, als hij probeert de door Cathy verlaten Adam weer de zin van het leven in te laten zien. En Lee, de Chinese bediende in huize Trask. Hij doorziet de mechanismen die ontstaan tussen vader Adam en zoons Cal en Aron. Hij weet wat hen drijft, wat hen bij elkaar houdt, wat hen uit elkaar trekt. Hij is de vertrouwenspersoon van iedereen en speelt daarbij nogal eens onder een hoedje met Samuel.

Steinbeck heeft als achtergrond het Westen van de VS gekozen, zijn eigen geboortegrond. In de Salinas Vallei probeert de arme Hamilton een leven bij elkaar te schrapen als boertje en als reparateur van landbouwmachines. De rijke Adam heeft het allemaal veel gemakkelijker. Alleen heeft de breuk met Cathy zijn plan doorkruist om een welvarende farm in de vallei op te bouwen.

De roman is vol met prachtige familietaferelen, vol met symboliek, vol met indrukwekkende beschrijvingen van de locatie en de tijd waarin het speelt. Het verhaal omspant een lange periode, waardoor verschillende dramatische momenten voorbij komen. Het is een boek van leven, liefde en dood. Van geluk en ongeluk. Van goed en kwaad. Het zoekt antwoorden op de vraag hoe wij als mens gevormd worden. Wat en wie bepaalt ons karakter? Hoeveel invloed hebben we zelf op onze levensloop en hoeveel wordt bepaald door de familie waaruit we komen? Wanneer kun je echt zelfstandig je leven leiden? Wanneer hou je op kind te zijn?

Steinbeck introduceert een bonte stoet intrigerende personages. Meestal zijn de Kaïn-types (Cal, Charles en Cathy) iets interessanter dan de Abel-figuren. Hun worsteling met goed en kwaad geeft ze meer dimensies dan de lieverdjes in dit boek. Hun pogingen om liefde te krijgen, zijn zo nu en dan hartverscheurend. Maar dit boek was niet zó fraai geweest zonder Samuel en Lee. Zij geven met hun wijze analyses meteen duiding aan de familiegeschiedenis. Het onbetwiste hoogtepunt is de diepe analyse die Lee maakt van het bijbelverhaal over Kaïn en Abel. Hij ontdoet het verhaal van lot en ongeluk en introduceert keuzevrijheid. Daarmee levert hij de sleutel tot deze roman.

Ensaio Sobre a Cegueira - José Saramago (1995)

Alternatieve titel: De Stad der Blinden

5,0
Saramago toont de ontmaskering van de beschaving

Wat zou er gebeuren als ieder mens blind werd? Zou de maatschappij door kunnen blijven draaien? Of stort de samenleving in? Dit gedachte-experiment heeft José Saramago uitgewerkt in De stad der blinden, een inmiddels verfilmde roman uit 1995. Hij laat de inwoners van Lissabon op mysterieuze wijze plotseling blind worden, een voor een.

De eerste man die getroffen wordt is meteen hulpeloos. Hij staat te wachten voor het stoplicht, maar door zijn accute blindheid kan hij niet meer wegrijden. Omstanders komen kijken wat er gaande is met deze man die voor het groene licht blijft wachten. Wat deze man vervolgens overkomt, is tekenend voor de verdere loop van het verhaal: een vriendelijke passant brengt hem thuis, maar steelt vervolgens wel zijn auto. Van de hulpeloosheid van de man wordt keihard misbruik gemaakt.

Saramago gebruikt dit surrealistische verhaal om zijn visie op de mensheid te kunnen geven. Als steeds meer Portugezen blind worden, vreest de overheid een verschrikkelijke epidemie en de slachtoffers worden bijeengedreven in een gesloten instelling. Wat daar vervolgens aan gruwelen gebeuren, is onbeschrijflijk. Saramago laat zien dat als de mens weer moet vechten voor zijn bestaan, dat dan de meest nare kanten van hem bovenkomen. Zijn ware kanten, zo lijkt de auteur ons te willen vertellen.

De stad der blinden vertelt een snoeihard verhaal. Slechts weinigen in dit boek kunnen nog een beetje goedheid opbrengen. De meesten vertrappen de anderen, stelen, vernederen en doen alles om zelf te overleven. Binnen de instelling ontstaat een nieuwe samenleving, maar eentje met weinig structuur en niet gericht op samen leven, maar op ieder voor zich. Saramago doet geen poging enige warmte te scheppen in deze ellende, zelfs zijn personages zijn anonieme types en worden slechts aangeduid als "de oude man met het zwarte lapje", "het meisje met de zonnebril" of "de vrouw van de oogarts".

Die laatste biedt het enige lichtpuntje dat dit verhaal heeft. Zij kan als enige nog wel zien en wordt gek genoeg niet geraakt door de epidemie. Het is haar grote geheim, want hardop toegeven dat ze ziend is, zou haar meteen tot slaaf van de anderen maken. Alleen om bij haar blinde man te kunnen blijven, heeft ze blindheid geveinsd en zo kwam ze ook in de instelling terecht. Deze vrouw neemt uiteindelijk de leiding over een klein groepje goedwillenden en daarmee is zij het laatste beetje hoop in een wereld van louter kwaadheid.

Ze is de hoop van de blinden om haar heen. Maar ze is ook de hoop van de lezer. Zij toont dat tussen al die kwaadheid en onmenselijkheid er nog een restje goedheid en medemenselijkheid over blijft. In Saramago's wereld gaat niet de gehele mensheid aan diepgewortelde boosheid ten onder. En zo leidt "de vrouw van de oogarts" zowel de mensen om haar heen als de lezer door deze chaos van ellende, gevaar en angst. Maar kan zij ons nog wel naar een happy end brengen? Als we de ontmaskering van de mens op zo'n nietsontziende wijze getoond kregen?
De conclusie is tamelijk zwartgallig: er mag dan een glimpje hoop zijn, een laatste restje goedheid, die zal wel moeten gedijen in een wereld waaronder een heel dun laagje beschaving vooral beestachtigheid, egoïsme en geweld schuil gaat.

Geert Wilders: De Tovenaarsleerling - Meindert Fennema (2010)

2,0
Politieke biografie van Wilders is gemiste kans

Het razend actuele en interessante fenomeen Geert Wilders heeft een politieke biografie gekregen: Geert Wilders, de tovenaarsleerling. Het werd tijd dat iemand een poging deed zijn politieke loopbaan in kaart te brengen en vooral te proberen deze man te doorgronden. In actualiteitenprogramma's en in de geschreven media zijn er al geslaagde en minder geslaagde pogingen gedaan, maar een heus - serieus te nemen - boek over deze man was er nog niet. Hoogleraar politicologie Meindert Fennema heeft het met dit boek gedaan. Maar is het een succes? Mwah, nauwelijks.

Laat ik maar met het kleinste puntje van kritiek beginnen. Wat is dit boek ongelofelijk slordig geredigeerd. Het lijkt wel een haastklus.

"Met vijf zetels was de PVV-fractie net zo groot als het CDA-smaldeel in het Europees Parlement. PvdA, VVD, D66 en GroenLinks hadden elk maar drie zetels. De PVV was nu groter dan de PvdA en de VVD."

Misschien leg ik op te veel slakken zout, maar formuleringen als bovenstaande komen veel vaker voor. In zin twee en drie staat exact dezelfde informatie. Feitelijk is er niets mis mee, maar een eindredacteur had de tekst gecomprimeerd zodat die veel soepeler leest. Dit is nog het minst ergerlijke voorbeeld, maar in sommige gevallen had ik sterk de induk een concepttekst te lezen waarin nog flink geschrapt moest worden.

Maar goed, de inhoud is belangrijker, wat mij betreft. Geert Wilders, de tovernaarsleerling, begint bij Wilders' sollicitatie in 1990 bij de VVD-fractie als medewerker tot de Tweede-Kamerverkiezingen van juni dit jaar. Fennema schrijft alsof hij een vlieg op de muur is bij alle politieke activiteiten van Wilders. Zo geeft hij de lezer inzicht in wat Wilders denkt en vindt. Opmerkelijk, want hij heeft Wilders voor dit boek niet gesproken. Die weigerde. Wel sprak hij met 34 andere bronnen en "een aantal personen die om veiligheidsredenen anoniem willen blijven".

Als je voor het beschrijven van een politieke carrière van twintig jaar maar 34 en een paar bronnen hebt, dan moet je zwaar leunen op kranten tv. En dat doet Fennema dan ook. Daarmee is zijn boek vooral een aardige opsomming en een opfrisser voor het geheugen. Wie in een handzame 250 pagina's wil weten hoe Wilders ook alweer in de politiek belandde, en hoe hij tot zijn standpunten is gekomen, moet dit boek zeker lezen.

Maar wie meer verwacht - en waarom zou je van een hoogleraar politicologie niet meer mogen verwachten? - komt van een kouwe kermis thuis. Mijn indruk is dat Fennema geprobeerd heeft vooral een journalistiek boek te schrijven, terwijl hij beter bij zijn leest had kunnen blijven en een academische (al dan niet populair) analyse kunnen schrijven. Nu leest zijn boek als een reconstructie, maar in doe hoedanigheid hapert het verhaal. Soms leunt hij slechts op één bron, die hij overigens dan wel keurig verantwoord. Soms lijkt hij zelfs geen bron te hebben. Als hij speculeert over amoureuze escapades van Wilders met collega-kamerleden vliegt Fennema volledig uit de bocht. Ondanks een uitgebreid notenapparaat, blijven deze passages compleet onverantwoord. Dat lijkt me een hoogleraar onwaardig.

Als politieke analyse is het boek te dun. Natuurlijk biedt het enig inzicht in de manier van opereren van Wilders en in de ontwikkeling die hij doormaakt. Maar dat inzicht komt er vooral door het overzicht, de samenvatting die Fennema schetst. Je krijgt weer eens voorgeschoteld hoe vroeg Wilders zich eigenlijk al met buitenlandbeleid bezig hield. Daardoor wordt helder dat Wilders' islam-ideeën niet zomaar uit de lucht zijn komen vallen. Maar een diepere analyse, van Wilders' opvattingen van zijn electorale succes ontbreekt. Een gemiste kans.

Geheim van Eberwein, Het - Boudewijn Büch (2003)

3,5
De warmte straalt van de pagina's van Büchs postume roman

De kleine blonde dood is een klassieker in de Nederlandse literatuur. Niet dat deze roman van Boudewijn Büch uit 1985 zo origineel is of uitzinnig goed geschreven. Wel omdat Büch op een tamelijk eenvoudige manier erin slaagt recht naar binnen te komen. Als overdrager van herkenbare menselijke emoties (wat een roman óók is) is dit boek meer dan geslaagd. In het boek beschrijft hij zowel de wonderlijke relatie tussen de hoofdpersoon en zijn Duitse vader als de ronduit liefderijke verhouding die de hoofdpersoon weer met zíjn zoon heeft. Beiden, opa en kleinkind, overlijden in het boek. Als bij de crematie van het zoontje Mickey in een lege aula Out of time van de Rolling Stones wordt gedraaid, lopen de rillingen over je rug.

Eind 2002 overleed Büch en postuum kwam begin 2003 Het geheim van Eberwein uit, door de uitgever gelanceerd als het vervolg op De kleine blonde dood. Ach, ook een boek heeft enige marketing nodig. Een echt vervolg is het niet, wel komen dezelfde verhaallijn en thema's in dit boek terug. Büch beschrijft de Duitse vader die gek is op die ene zoon en hem stimuleert in zijn doorgedraaide leergierigheid, daarmee zijn moeder en broers van zich vervreemdend. En hij beschrijft de moeizame manier waarop de volwassen man relaties in stand probeert te houden. Het dode zoontje en de rare vader maken het voor de hoofdpersoon - overigens ook Boudewijn geheten - heel moeilijk om duurzaam een verbinding met iemand aan te gaan.

Boudewijn pluist zijn verleden uit en probeert te achterhalen waarom zijn vader zo bezeten was van de verder tamelijk onbekende componist Eberwein. Hij wil ontdekken waar de bezeten fascinatie vandaan is gekomen. Het ontdekken van dit geheim lijkt daarbij minder belangrijk dan het proces van ontrafelen. Opvallend is dat de strenge vader uit andere boeken hier vooral liefdevol is - al is de man nogal vreemd - en dat er een bijzondere band bestaat tussen de gründliche Vati en zijn leergretige zoon. In de zoektocht naar het verleden komt vooral de wonderlijke weetjesjager Boudewijn Büch naar voren, de innemende én merkwaardige enthousiasteling die we van de televisie kennen.

Büchs stijl is eenvoudig en de opbouw van zijn boek is nogal fragmentarisch. Zeer diepgravend en hoog-literair is ook zijn laatste roman niet geworden. Maar ook nu raakt hij met gemak zijn lezers met zijn groot opgeblazen verdriet en depressieve gedachten. Tegelijk zet hij de schijnwerpers op die momenten van klein geluk. Dan straalt de warmte van de pagina's. Juist dat is de verdienste van deze maniakele reiziger, lezer en schrijver.

Grover - Allard Schröder (1999)

4,0
Loutering van een dierlijk en zoekend mens

't Is zo'n titel die je steeds maar links laat liggen: Grover. Dat kan toch niks zijn. Maar ja, de auteur Allard Schröder staat doorgaans wel voor kwaliteit. En als je je dan eenmaal over die rare Sesamstraat-titel heen zet, kun je aan deze roman uit 1999 nog veel plezier beleven. Want met Bert, Ernie en Grover heeft dit alles niets te maken. Schröder schreef met Grover een gevoelige en fantasierijke roman over een zoon van een garagehouder.

Deze zoon, die met zijn achternaam Grover wordt aangeduid, heeft zich opgewerkt tot bankemployée, maar zijn eenvoudige afkomst uit een simpel dorpje verloochent hij niet. Tot in zijn uiterlijk aan toe is hij nooit een echte kantoorklerk geworden. Nee, Grover is bijna dierlijk. Zo is zijn uiterlijk, niet mooi, maar wel goed gebouwd, zo is zijn manier van doen. Fijnzinnige gedachten komen dan ook niet bij hem op. Als hij het aanlegt met Madeleine Bork, de vrouw van zijn baas, die door dat dierlijke is aangetrokken, ontstaat er een bijzondere relatie van aantrekken en afstoten.

Schröder weeft twee verhaallijnen door elkaar, gelardeerd door kleine zijpaadjes. In het heden komt Grover diep in de problemen als hij Madeleine Bork met de auto achtervolgt en zij prompt een meisje aanrijdt. Daardoor staat hun net ontstane relatie meteen onder druk. Zij heeft het meisje dood gereden, hij achtervolgde haar echter en is net zo goed schuldig. Maar zij reed door, hij stopte om het meisje naar het ziekenhuis te brengen. Een vilein kat-en-muisspel ontvouwt zich.

Verhaallijn twee speelt zich deels af in het verleden van Grover, in de tijd dat hij nog in het dorpje woonde en opgroeide met zijn vriend Kalle. Deze Kalle is een magische figuur, iemand die niemand kwaad doet maar daar toch voor wordt bestraft. Een halve Jezus is hij, die volgens Grovers herinnering echt eens boven het water zweefde. Heus, de geesten in het bos kunnen het beamen. Deze Kalle zoekt hij na jaren weer eens op. Diens leven heeft dan een volstrekt onverwachte wending genomen en Grover vindt niet meer de oude Kalle terug.

Schröder heeft een paar prachtige karakters neergezet. Grover zelf is een vreemd hoofdpersonage, niet echt sympathiek, al is het gegraaf in zijn jeugdherinneringen wel weer aandoenlijk. Dat levert een prachtig intermezzo op in het boek, waarin beschreven is hoe Grover en Kalle op hetzelfde meisje verliefd werden. Een klein juweeltje halverwege het boek. Ook Madeleine en Kalle zijn twee intrigerende personen in dit boek. Het zijn unieke karakters, die vooral uitvergrotingen lijken en zo het pallet aan types in het boek mooi rondmaken.

Misschien dat Schröder er iets te veel bij haalt, iets te vaak een klein zijweggetje inslaat, waardoor het boek in de ruim 400 pagina's af en toe wat ongericht wordt. Maar mij heeft dat niet echt gedeerd. De zoektocht van Grover naar de zin in zijn leven, een zoektocht die hij maakt in heden én verleden, is op een hoogst originele manier neergezet. Hij zoekt de loutering, hij zoekt het in het aardse, de erotiek, de vernedering, de afgunst, hij zoekt het in het hemelse, de religie, de onschuld van de jeugd. En als hij alles op rij heeft, kan hij weer door, moet hij weer door, met een duidelijk afgesloten fase in zijn leven.

Huid en Haar - Arnon Grunberg (2010)

4,5
Achter de normale buitenkant schuilt de rauwe, rare realiteit

De voorlaatste roman van Arnon Grunberg, Onze oom, staat nog ongelezen in mijn boekenkast. Te veel slechte verhalen over gehoord. Maar zijn nieuwste roman Huid en haar wilde ik niet te lang laten staan, want daar waren recensenten en liefhebbers zeer enthousiast over. Beide boeken vergelijken kan ik dus niet, maar Huid en haar behoort absoluut tot het beste wat Grunberg gemaakt heeft. Met Tirza heeft hij afscheid genomen van de onbegrensde absurditeit. Destijds vond ik dat jammer, maar met deze nieuwste roman laat Grunberg zien wat de kracht is van een meer realistische aanpak.

Roland Oberstein is econoom en tot zijn verdriet nog steeds geen hoogleraar. Hij werkt aan een boek over economische bubbels en heeft de economische achtergronden van genocide als hobby. Hij heeft de Eramus Universiteit achter zich gelaten, en ook vrouw en kind, om in de Verenigde Staten carrière te kunnen maken. Inmiddels heeft hij een nieuwe vriendin, maar ook die woont in Nederland, en dus onderhoudt hij daarmee een nogal afstandelijke relatie. Maar hier houden zijn relaties en affaires niet op, want gedurende de roman leert hij ook nog andere vrouwen kennen met wie hij het bed deelt.

Alles in Obersteins leven wordt economisch benadert. In zijn leven is er geen ruimte voor liefde, jaloezie, empathie en romantiek. In Obersteins beleving dienen al deze gevoelens voor. Hij wil liefst zo veel mogelijk werken aan zijn boek en verder met rust gelaten worden. Des te wondelijker dat hij op al die avances van vrouwen ingaat (en dat al die vrouwen voor deze koele kikker vallen!). Oberstein laat zich als het ware door deze vrouwen gebruiken op voorwaarde dat hij zo snel mogelijk weer aan het werk kan.

Hiermee ontkent hij dat menselijke relaties economische wetmatigheden overstijgen. Deze ontkenning drijft hem vanzelf in groteske, Grunbergiaanse problemen. Qua thematiek doet dit boek sterk denken aan De wereld als markt en strijd van Michel Houellebecq, waarin relationele problemen ook puur economisch worden benaderd.

Hoe weinig empathisch hoofdpersoon Oberstein ook is, hij is op een bepaalde manier ook de meest sympathieke figuur. Weliswaar niet de meest normale, maar op den duur worden al die vrouwen rondom Oberstein tijdverkwistende zeurkousen, precies zoals Oberstein zelf ze ziet. Tegelijk is Oberstein ongetwijfeld een alter ego van Grunberg zelf, al zou ik de schrijver en het personage niet een op een aan elkaar gelijk willen stellen.

Ik begon ermee te zeggen dat het overdreven absurdisme bij Grunberg verdwenen is. Het verhaal is niet meer vanaf bladzijde een louter waanzin. Hoewel ik helemaal gek ben van boeken als De asielzoeker en De joodse messias vind ik toch dat dit een heel krachtig boek is. Grunberg neemt tijd voor de opbouw van zijn verhaal. Aanvankelijk lijkt hij een redelijk normale wereld te beschrijven, al is de hoofdpersoon dan wat merkwaardig. Maar gaandeweg ontsporen de personages toch. Achter die gewone wereld schuilt wel degelijk die rauwe, rare realiteit. En door die prachtige opbouw komt dat des te beter aan.

Verder is Huid en haar weer een droogkomisch boek, zoals we van Grunberg mogen verwachten. Herlezing met een potlood in de hand is ook aan te raden. Want dan pas kun je stilstaan bij al die mooie zinnetjes en die krankzinnige dialogen, die binnen het verhaal een eigen logica hebben, maar los gezien toch een glimp van dat prachtige absurdisme van Grunberg tonen.

Hurmaava Joukkoitsemurha - Arto Paasilinna (1990)

Alternatieve titel: De Zelfmoordclub

3,5
Zelden zat een boek over zelfmoord zo vol levenslust

In Finland gaat Arto Paasilinna al jaren mee, in Nederland kreeg hij pas enige bekendheid in 1993 toen zijn roman Haas uit 1975 in vertaling uitkwam. En sindsdien zijn nog zeker vijf andere romans van hem in het Nederlands vertaald. De zelfmoordclub, die mij vanwege de titel en het hilarische verhaalidee altijd heeft gefascineerd, is er daar een van.

Paasilinna verstaat de kunst om van een thema dat loodzwaar is iets luchtigs en hilarisch te maken. Haas vertelt het onwaarschijnlijke verhaal van een cynische journalist die besluit samen met een haas de natuur in te trekken en zijn oude leven te ontvluchten. De zelfmoordclub, een boek uit 1990 dat in 2004 in Nederland verscheen, verhaalt over een groep Finnen die zich van het leven wil beroven. Ze komen samen om het leed te delen en zinnen op een collectieve zelfmoord.

Ondernemer Onni Rellonen besluit op de vroege morgen na de midzomernacht om zich door het hoofd te schieten. Zijn zoveelste faillissement heeft hem zijn zin in het leven ontnomen en zijn slechte huwelijk is ook geen reden meer om te blijven leven. Als hij zich terugtrekt in een boerenschuur om in eenzaamheid te sterven, ziet hij een man in de weer met een touw. Precies op het moment dat de man zich verhangt, grijpt Rellonen in.

De man blijkt kolonel Hermanni Kemppainen te heten en vanaf dat moment realiseren beiden zich dat ze niet alleen zijn. Hun ontmoeting is reden de geplande zelfmoord nog even uit te stellen. Al pratende vatten ze het idee op om met andere suïcidalen een club te beginnen. En dat is het startschot van een slapstick over levensmoeie Finnen die samen op pad gaan om zich in een spectaculaire, gezamenlijke daad van het leven te beroven. Aanvankelijk is het plan nog om in een touringcar bij de Noordkaap de zee in te rijden, maar steeds als het afgesproken doel is gehaald, stellen de suïcidalen hun plannen bij.

Paasilinna laat het onwaarschijnlijke tot leven komen en laat zich in zijn fantasie niet remmen. Daarmee wordt dit een onwerkelijk verhaal, dat desondanks toch iets over het echte leven zegt. Het boek leest als een road movie - de snel wisselende scènes doen erg filmisch aan - waarbij steeds nieuwe verwikkelingen ervoor zorgen dat de Finnen hun leven steeds meer gaan waarderen. Zelden was een boek over zelfmoord zo levenslustig.

Hoe origineel ook en hoe makkelijk en losjes Paasilinna zijn verhaal ook schrijft, heel ver boven de middelmaat stijgt het boek toch niet uit. Hij haalt er veel te veel personages bij, die daardoor lang niet allemaal uit de verf komen. De hilarische toon maakt het ook lastig echt mee te voelen met de hoofdpersonen.

Maar mijn grootste bezwaar is het verloop van het verhaal zelf. Mij komt het tamelijk willekeurig over hoe Paasilinna de scènes aan elkaar plakt. Dan weer beleeft de groep dit, dan weer dat, totdat de tweehonderdveertig pagina's bereikt zijn. Al snel is duidelijk waar hij heen wil, en dat er van collectieve zelfmoord niets komt, voel je al direct aan je water. Daarom had de auteur zich beter wat ingehouden met alle zijlijnen en grappige anekdotes. Een puntig verhaal en uitgediepte karakters hadden dit boek stukken sterker gemaakt.

Invisible - Paul Auster (2009)

Alternatieve titel: Onzichtbaar

4,0
Auster stapelt raadsel op raadsel in nieuwe mysterieuze roman

Net als bij Ian McEwan draait het bij Paul Auster om het raadsel. In hun boeken hangt een vergelijkbare unheimische sfeer. Alleen gaat het in boeken van McEwan vooral om de menselijke emotie en hun neiging dingen verkeerd te interpreteren, bij Auster staat de constructie van het raadsel voorop. Het verhaal en de personages zijn slechts instrumenten. Auster heeft er zelfs geen moeite mee eerdere thema's te hergebruiken. Persoonsverwisselingen, anonieme figuren, gevonden manuscripten, het zijn vaker terugkerende elementen in het mysterieuze oeuvre van Auster.

Met Onzichtbaar heeft Auster dit jaar weer een klassieker aan zijn lange rij intrigerende romans toegevoegd. Nederlanders en Vlamingen kregen de primeur want de Nederlandse vertaling was zelfs iets eerder uit dan het Engelse origineel, net als vorig jaar met Man in het duister het geval was. Zijn nieuwste boek is echter wel net een paar tandjes beter dan dat vorige. Ook nu wordt de lezer weer opgezadeld met allerlei raadsels en vooral onverwachte wendingen in het verhaal, die allen moeten aantonen dat de waarheid onkenbaar is en het leven vol zit met subjectieve waarnemingen.

De jonge student Adam Walker ontmoet op een feestje Rudolf Born en zijn vriendin Margot. Hoewel ze geen enkel raakvlak met elkaar lijken te hebben, raken ze verwikkeld in een geanimeerd gesprek. In korte tijd verdiept hun relatie. Born blijkt plots bereid Walkers droom te financieren, namelijk het uitgeven van een eigen tijdschrift, Margot is vooral fysiek tot Walker aangetrokken. Op een onverwacht moment leert Walker echter de donkere kant van Born kennen. Als het tweetal overvallen wordt, trekt Born een mes en steekt op de aanvaller in. Omdat Walker wegrent om hulp te halen, ziet hij niet hoe deze schermutseling afloopt. Zeker is dat de overvaller aan het eind dood in een park is aangetroffen.

Dit incident zet het leven van Walker en zijn relatie met Born en Margot op zijn kop. Het effect ervan beschrijft hij jaren later in een boek. En dat boek heb je met Onzichtbaar zelf in handen. Zo creëert Auster een vertelling in een vertelling, maar hier houdt het Droste-effect nog niet op. Auster laat nog enkele andere personages langskomen, waarbij steeds een nieuw licht op Walker en zijn levensloop wordt geworpen. Op magische wijze introduceert Auster steeds nieuwe mysteries, zonder zich genoodzaakt te voelen eerdere raadsels op te lossen.

Personages worden door andere personages in de gaten gehouden. Iedereen heeft geheimen en zelfs als iemand de waarheid vertelt, geeft Auster je geen aanwijzingen op dat nu echt de waarheid is. Daarbij heeft Auster een mooie schrijfstijl gevonden. Hij knipt het verhaal in vieren, waarbij de eerste drie hoofdstukken een eenheid vormen, die afwisselend in de ik-, de jij- en de hij-persoon zijn geschreven. Zo creëert hij gaandeweg steeds meer afstand tot de hoofdpersoon. Ging je als lezer in hoofdstuk een nog helemaal mee met deze ik-figuur, aan het eind van het boek weet je niet meer wat te moet geloven.

Io Non Ho Paura - Niccolò Ammaniti (2001)

Alternatieve titel: Ik Ben Niet Bang

3,5
Prachtig geschreven jongensboek

Het is bloedheet. De brandende zomerzon houdt de inwoners van het Zuid-Italiaanse gehucht Acqua Traverse binnen. Maar alle kinderen zijn buiten. Het handjevol is min of meer veroordeeld tot elkaar. Het negenjarige jongetje Michele speelt ook, al is het niet altijd van harte. Hij heeft ook nog een eigen fantasiewereld waarin hij leeft. Maar hij moet meedoen met de ruwe en competitieve spelletjes die de anderen bedenken.

Als de groep eens ver van huis is, voorbij een grote heuvel, ontdekken de kinderen een oud, vervallen huis. Michele wordt gedwongen het huis in te gaan en aan de achterkant er op de eerste verdieping via een boom weer uit te klimmen. Het huis is gammel, verlaten en dus eng. Maar Michele zet door en doet wat de anderen van hem verwachten. Maar aan de achterkant van het huis is hij alleen en daar doet hij een gruwelijke ontdekking.

Als hij zich weer bij zijn kameraadjes voegt, zwijgt hij in alle toonaarden over wat hij heeft gezien. Ook later, tegenover zijn vader en moeder, doet hij er het zwijgen toe. Wat hij zag is zo verschrikkelijk, het gaat zijn bevattingsvermogen bijna te boven. Maar toch niet helemaal, want dit past wonderwel in de fantasiewereld die hij door de echte wereld heen ziet, een wereld waarin kwaardaardige monsters en reuzen op de loer liggen.

Het kwaad in zijn fantasie gaat zo moeiteloos over in het kwaad dat er op de echte wereld is. Of is het toch niet echt wat Michele heeft gezien? Is het een verzinsel? Hij is immers de enige getuige en hij praat er met niemand over. Even staat hij op het punt zijn vader deelgenoot te maken van zijn ontdekking, maar dat gaat op het laatste moment niet door.

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti geeft in zijn roman Ik ben niet bang uit 2001 een mooi en overtuigend portret van de belevingswereld van een negenjarige. Hij zit vol branie én onzekerheid, zoekt onafhankelijkheid én de liefde van zijn vader en moeder. Hij ziet dingen die er helemaal niet zijn, maar wordt gaandeweg ook al wat wijzer en wordt klein kind af.

Het moet gezegd, Ammaniti heeft een prachtige pen. Hij schrijft heel beeldend zonder dat het overdreven of langdradig wordt. Hij is een top-verhalenverteller. Dit boek las ik in mijn vakantie moeiteloos in een ruk uit. Maar ook dankzij de spanning die hij in het verhaal legt, is Ik ben niet bang een heuse pageturner.

Maar toch maakt hij een paar keuzes die jammer zijn. Ik kan er niet te expliciet op ingaan, omdat ik dan het plot zou kunnen verraden. Om het wat algemeen te houden: het had van mij geen spannend verhaal hoeven zijn. Een mooi geschreven studie van een negenjarige vind ik uiteindelijk interessanter dan een spannend verhaal met een duidelijke kop en een staart, met een verrassende clou. Want die wendig krijgt dit boek gaandeweg.

Het is wat tegenstrijdig, want vanwege dat plot en die spanning wil je steeds maar doorlezen. Maar is het boek eenmaal uit, dan heb je het gevoel vooral naar een spannende film te hebben gekeken. Het literaire, het fijnzinnige is er dan inmiddels wel vanaf. Een diepgaande Bildungsroman is het daardoor niet geworden. Maar een prachtig geschreven jongensboek is het absoluut. En ook in die hoedanigheid is Ik ben niet bang zeker aanbevelenswaardig.

Kar - Orhan Pamuk (2002)

Alternatieve titel: Sneeuw

4,5
Meesterwerk over politiek, religie en liefde

Ik heb mezelf de opdracht gegeven Sneeuw van Orhan Pamuk te lezen. Eerder strandde ik al in een ander boek van Pamuk en bij Sneeuw wilde ik niet dat me hetzelfde overkwam. Het is een rare ervaring, want Pamuk schrijft prachtig en zijn vertellingen zijn intrigerend. Toch is zijn werk niet eenvoudig doordringbaar. En juist omdat ik het zo mooi vind, zo anders en zo rijk, vreesde ik ook in dit boek te zullen blijven steken.

Het klinkt niet als een aanbeveling, maar zo was wel mijn leeservaring. Pamuk moet je met mate tot je nemen. Gelukkig zijn de hoofdstukken in Sneeuw kort, waardoor het boek zich er goed voor leent om die in behapbare brokken te consumeren. Anders raak je overvoerd, mis je de schoonheid van de taal of vermeng je de vele personages. En dat zou zonde zijn, want als je Pamuk goed op je laat inwerken, krijg je er een fantastische leeservaring voor terug.

In Sneeuw keert de dichter Ka na twaalf jaar ballingschap in Duitsland terug naar zijn moederland, Turkije. Hij is daar voor een journalistieke klus. In het stadje Kars, diep in het oosten van het land, woedt vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen een heftige strijd om de hoofddoek. Van overheidswege wordt de hoofddoek steeds meer teruggedrongen, onder meer uit het onderwijs. Maar veel diepgelovige moslims, en vooral moslima's, verzetten zich hiertegen.

Ka wil hiervan verslag doen voor de krant. Intrigerend aan deze stad is het zeer hoge aantal zelfmoorden onder de hoofddoekdragers. Wat drijft deze jonge vrouwen? Staan zij onder druk van de mannelijke religieuze leiders? Of is dit hun eigen initiatief? Waarom verkiezen ze de dood boven het afwerpen van dit religieuze symbool? En waarom slagen hun families er niet in de meiden van deze daad te weerhouden? Kopiëren de vrouwen elkaar alleen maar, of zit er werkelijk een diepgewortelde overtuiging achter?

Ka wil het allemaal uitzoeken. Maar, hij heeft een dubbele agend. In Kars hoopt hij een vrouw voor zichzelf te vinden. En al snel weet hij dat Ipek, de dochter van de hoteleigenaar, die ware is.

De schrijver Pamuk is zelf aanwezig in dit boek. Hij voert zichzelf op als de verteller van Ka's verhaal, enkele jaren na dato. Pamuk is niet alleen de alwetende verteller, zoals alle auteurs dat zijn, hij speelt soms ook een actieve rol als personage in zijn eigen roman. Dat maakt dit verhaal op slag authentiek. Daar komt bij dat Ka als journalist te werk gaat en daarom reden alle partijen in dit politiek-religieuze conflict te ontmoeten. Dat leidt ertoe dat de hoofdpersonage een bonte verzameling mensen aan zich voorbij ziet trekken, van overheidsdienaars tot fanatieke moslimterroristen (of vermeende, dat is de vraag).

Maar Ka slaagt er niet in een afstandelijke beschouwer te blijven. Al snel wordt hij speler in het verhaal en sleuren de anderen hem mee. Maar partij kiezen doet hij nergens. Dat maakt dit boek overigens ook erg krachtig. Ka lijkt dan misschien een windvaan die het met iedereen goed kan vinden, maar als vehikel voor deze politieke roman is hij zeer geschikt. Voor de argumentatie van elke partij is wel iets te zeggen, zo lijkt Pamuk ons te willen vertellen. En gemakkelijk is de afweging ook niet. Want religie is te privé en te particulier om zomaar aan de staat over te laten.

Ipeks vader verbeeldt dat ook. Hij is absoluut niet religieus en is geen voorstander van de hoofddoekjes. Maar slaafs de overheid volgen, vindt hij zo mogelijk nog erger. Uiteindelijk is hij een rebel en kan hij desnoods aan de kant van de geloofsfanatici gaan staan, om samen tegen een overheersende overheid ten strijde te trekken. Tja, zo ingewikkeld maakt Pamuk deze kwestie.

In 468 pagina's heeft Pamuk heel wat te vertellen. Samen met Ka laat hij ons insneeuwen in dit afgelegen oord. De vallende sneeuw stemt melancholisch, maar bedekt ook veel dat we eigenlijk aan de oppervlakte willen krijgen. Al het rumoer in dit boek wordt gedempt door die immer vallende sneeuw en Ka blijft deze weersomstandigheid dan ook steeds benoemen. Zolang het boek duurt, bestaat de buitenwereld eventjes niet en daardoor ben je met Ka even helemaal ondergedompeld in deze stad met deze nijpende kwestie.

Pamuk is een prachtige verteller. Je moet je aandacht erbij houden, maar dan ontdek je een geweldige combi van een westerse en een oosterse schrijfstijl. Voor je idee lees je een gewone moderne roman, maar de vertelkunst doet toch weer onwesters aan. Personages zeggen niet zomaar iets, nee ze vertellen een verhaal, soms zelf letterlijk. De liefde van twee moslimsjongens voor de zus van Ipek komt in een prachtige alegorische duizend-en-een-nachtvertelling tot je. Daar neemt Pamuk dan ook goed de tijd en de ruimte voor.

De structuur van Sneeuw is onwaarschijnlijk knap. Het verhaal waaiert uit, aanvankelijk alsof het gaat ontsporen. Het aantal lijntjes en personages neemt in het begin rap toe. Maar gaandeweg voel je dat Pamuk to the point blijft. En aan het eind komt het als in een klassieke roman toch weer mooi samen. Bij het dichtslaan van het boek heb je zowel een politieke roman als een culturele ontdekkingsreis achter de rug, en daarbovenop een klassiek liefdesverhaal.

Last Night in Twisted River - John Irving (2009)

Alternatieve titel: De Laatste Nacht in Twisted River

3,0
Alles komt samen in Irvings twaalfde, maar sterk is die niet

John Irvings twaalde roman lijkt wel een vergaarbak van alle thema's en situaties uit al zijn eerdere boeken. Verstoorde gezinsverhoudingen, afwezige ouders, abortus, politiek, zoektochten, vluchten, schrijvers, vaders en zonen, alles komt voor in De laatste nacht in Twisted River. Daardoor is het een feest der herkenning, maar komt de roman soms ook een beetje gemakzuchtig over. Dit boek zou het meest autobiografisch zijn en in de boeken die hoofdpersoon Danny schrijft, zijn dan ook Irvings boeken zelf te herkennen.

De twaalfjarige Danny leeft met zijn vader Dominic Baciagalupo in een kamp van houthakkers. Vader Dominic is kok en hij maakt de meest heerlijke Italiaanse gerechten voor de geharde werkers in het kamp. Danny is zijn moeder kwijt door een ongelukkige samenenloop van toevalligheden - precies de cocktail van noodlottigheden waar Irving het patent op heeft. Inmiddels heeft Dominic een nieuwe vriendin, de Indiaanse Jane. Alleen heeft zij al een relatie met de politieman Carl. Als Jane door Danny's toedoen dood gaat, vluchten vader en zoon voor de wraaklustige agent.

Vanaf 1954 tot in het heden beschrijft Irving de levens van deze vader en zoon. Tientallen jaren blijven zij op de vlucht en steeds bouwen ze in een andere woonplaats hun bestaan weer op. De band met de mysterieuze Ketchum, een eigenzinnige en geharde man uit het houthakkerskamp, blijft al die jaren in stand. Deze wonderlijke vriendschap is een van de hoofdelementen in het boek. Ketchum is daarbij van alle bijfiguren verreweg het interessantst. Steeds leer je van dit personage nieuwe kanten kennen.

De verhalen buitelen over elkaar heen in deze roman. Net als bijna al zijn andere boeken is dit een verlokkelijk en verslavend boek, maar toch gaat de veelheid aan anekdotes soms vervelen. In het oeuvre van Irving is dat ongekend en een forse tegenvaller. Geen enkele keer heb ik overwogen het boek terzijde te schuiven, maar zeker in de eerste helft zitten te veel zijlijnen die het verhaal ophouden. En hoewel de hoofdstukken in overzichtelijke chronologie zijn opgebouwd, wordt er binnen de hoofdstukken soms nogal vermoeiend in de tijd heen en weer gesprongen.

Net als in zijn andere romans komt ook in dit boek nogal veel drama voor. Hoewel het boek licht en luchtig is van schrijfstijl, overkomt de hoofdpersonages bijna niets anders dan ellende. In andere romans krijgt dit tegenwicht door uiterst komische en hilarische scènes. Dit boek wil maar moeizaam komisch worden. Natuurlijk is er veel te genieten en blijft Irving je keer op keer verbazen met verrassende wendingen en situaties, maar het drama overheerst. En zonder de hilariteit van andere boeken valt extra op hoe grillig het noodlot is dat Irving zijn personages laat overkomen. Is het ingebed in humor, dan werkt dat, maar nu krijgt het iets heel willekeurigs.

Obsluhoval Jsem Anglického Krále - Bohumil Hrabal (1971)

Alternatieve titel: Ik Heb de Koning van Engeland Bediend

4,0
Wonderlijk leven van kleine kelner weergaloos beschreven

Ik heb de koning van Engeland bediend is een merkwaardig maar hartverwarmend boek. Het boek van Bohumil Hrabal dat begin jaren zeventig al illegaal circuleerde in het communistische Tsjechië vertelt het wonderlijke verhaal van kelner Jan Dite. Dite is een kort mannetje die door velen over het hoofd wordt gezien, maar die toch bijzondere eigenschappen ontwikkelt waardoor hij zich staande weet te houden. Hij leert het vak van een ervaren ober die ooit de koning van Engeland heeft bediend.

De eerste helft van het boek beschrijft hoe Ditie van de ene baan in de andere terecht komt. In een surrealistische en dan weer hyperrealistische stijl beschrijft Hrabal de vreemde plekken waar Ditie terecht komt. Hoe hij ontdekt hoe de rijke Tsjechen hun geld en tijd verbrassen. Hoe hij geld opspaart om naar het bordeel te gaan en daar diepe indruk weet te maken op de dames van lichte zeden. Hoe hij leert te raden wat het budget van een klant is en wat die klant zal bestellen. Hoe hij de koning van Ethiopië bedient en daar een eresjerp aan overhoudt.

Maar dan komt de oorlog en begint de 20e eeuwse historie van Tsjechië een nadrukkelijker rol in het verhaal te spelen. Dite valt voor een nazi-meisje en komt in een oord terecht waar blonde Ariërs worden gekweekt. Hij mag, en dat is bijzonder, als niet-Duitser een kind verwekken bij zijn nazi-vriedin. En - o hilarisch noodlot - dat blijkt een verstandelijk gehandicapt kereltje die niets anders doet dan de hele dag spijkers in de houten vloer rossen. Na de oorlog is hij korte tijd miljonair tot het communisme korten metten maakt met rijke lui. Hij eindigt als een arme man die zware en nutteloze werkstraffen moet volbrengen.

Zo verteld is het misschien een heel raar en oninteressant aandoend verhaal. Maar het de schrijfstijl van Hrabal die de werkelijke magie van dit boek vormt. Hrabal schrijft lange, meanderende zinnen. Aan de bladspiegel van het boek is al te zien dat dit één lange, doorlopende verteltrant is. Amper alinea's, amper punten, maar vooral veel komma's. En alles wordt door elkaar heen verteld. Kleine details krijgen evenveel ruimte als belangrijke historische gebeurtenissen.

In die stijl schuilt de aantrekkingskracht van dit boek. En dan zijn er nog een paar scènes die werkelijk onvergetelijk zijn. Als de koning van Ethiopië op bezoek is, bereikt deze roman een onbetwist hoogtepunt. De beschrijvingen van de gerechten zijn fantastisch. En dan ook fantastisch in de zin van de fantasie gebruikend. Want wat moet je je nu voorstellen bij een hoofdgerecht van gebraden kameel, gevuld met antilope dat weer gevuld is met kalkoen, die op zijn beurt weer gevuld is met vis en dat de gaatjes her en der dan weer gevuld zijn met eieren.

De beschrijving van het kookproces zijn meesterlijk, alsook de manier waarop het eettafereel is geschetst. Het mooist is hoe een van de meegereisde topambtenaren dit gerecht zo geweldig lekker vindt dat hij overeind springt, rare bewegingen maakt, gilt, rent en naar buiten snelt om direct weer terug te keren voor een volgende hap. Scènes als deze maken dit boek subliem.

Road, The - Cormac McCarthy (2006)

Alternatieve titel: De Weg

4,5
Grens tussen goed en kwaad is flinterdun

Tussen mij en The road van Cormac McCarthy wilde het eerst niet zo vlotten. De roman uit 2006 werd me meermaals zeer warm aanbevolen, maar ik kon steeds niet wennen aan de vreemde en troosteloze sfeer die er in het boek hangt. Door eerst de verfilming ervan te kijken ben ik als het ware over de drempel geholpen en las ik het boek moeiteloos uit. En ademloos.

Want de kracht van de film is ook de kracht van het boek: de kleine, intieme dialogen tussen vader en zoon. En die werken op tekst nog beter dan op beeld. Maar nog even kort het verhaal. De wereld is getroffen door een niet nader omschreven catastrofe. Of het een natuurramp is of een nucleaire oorlog, dat blijft onduidelijk. Wel duidelijk is dat nagenoeg al het leven op aarde is vernietigd. Dieren leven niet meer en mensen zijn er nog amper,

In deze uitzichtloze situatie moeten een vader en zijn zoontje zien te overleven. Bijna nergens is meer eten te vinden en dus zijn ze onderwerg, hopend dat ze nog onontdekt voedsel op het spoor komen. Voor de spaarzame mensen die ze onderweg tegenkomen zijn vader en zoon zeer op hun hoede, want deze apocalypyische tijding heeft het slechtste in mensen bovengehaald. Kanibalisme is opgekomen als uiterste redmiddel voor mensen die hun eigen overleven belangrijker achten dan dat van hun naasten.

In deze letterlijk grauwe wereld springt de liefde tussen vader en zoon in het oog. Zij vertegenwoordigen het laatste restje goedheid, het laatste beetje hoop. De jongen is geboren na de ramp en kent alleen deze wereld. De vader heeft wel herinneringen aan hoe het ooit was. Hij voelt vooral gemis, terwijl de jongen het goede in deze trieste setting probeert te blijven vinden. Samen willen ze overleven, die drang zit diep in hun lijf, al is volstrekt onduidelijk waarvoor ze willen blijven leven. Elk doel is weg. Reële hoop op een mooie afloop is er niet.

McCarthy is een meester in kleine, puntige observaties. Hij heeft geen gezwollen taal nodig. Precieze beschrijvingen in klare taal volstaan om je onder te dompelen in deze onvoorstelbare treurnis. Maar ook om je te laten gloeien bij de paar lieve en mooie momenten die vader en zoon meemaken. Hun trouw aan elkaar is roerend. En de jongen is een prachtig karakter, doordat hij zowel een kinderlijke naïviteit heeft als een onverwacht volwassen kijk. Hij benoemt zaken die ander onbesproken zouden blijven en hij is, nog meer dan zijn vader, de ultieme bron van het goede.

Het is een ongelofelijke prestatie dat McCarthy erin slaagt in zo'n apocalyptische en sciencefiction-achtige setting een warm portret van het vaderschap en het kindzijn heeft kunnen maken. Dat contrast werkt heel erg goed. Maar klef wordt het nergens, want de auteur maakt duidelijk dat er ten diepste niet alleen liefde en goedheid is. De grens tussen goed en kwaad is in zijn boek juist flinterdun en dat maakt de band tussen deze vader en deze zoon juist extra kwetsbaar.

Slow Man - J.M. Coetzee (2005)

Alternatieve titel: Langzame Man

4,0
Liefde en zorg als ultieme menselijke behoeften

Na drie romans begin ik de Zuid-Afrikaanse auteur J.M. Coetzee steeds meer te waarderen. Mijn kennismaking met hem via zijn bekendste boek In ongenade was er een met gemengde gevoelens. Het is een intrigerend en vooral verontrustend boek, maar ik had het gevoel dat ik de portee ervan miste. Daarna las ik In het land van het land, zo mogelijk nog verontrustender, maar wel een boek waar ik volop van genoot - voorzover bij zoveel zwartgalligheid van genieten sprake kan zijn.

Met boek nummer drie Langzame man, een recentere roman van hem uit 2005, heb ik mij tot Coetzee bekeerd. Hoewel Coetzee's thema nogal aan de zware kant zijn en zijn hoofdpersonages weinig sympathiek (vooral dat blijkt nogal wennen te zijn), zijn zijn boeken de moeite waard, zowel vanwegen de prachtige schrijfstijl als vanwege de onderwerpen die hij aansnijdt. Coetzee laat je nooit onaangedaan achter, en dat is voor een boekenschrijver toch een bijzondere eigenschap.

Langzame man is verhaaltechnisch wat minder sterk, maar dit boek moet het hebben van de thematiek. Via het verhaal van de oudere Paul Rayment, die kind noch kraai op de wereld heeft, raakt Coetzee aan onderwerpen als ouderdom en ouderschap, en aan de sterke behoefte van mensen om liefde te ontvangen en liefde te geven, maar ook om zorg te ontvangen en te geven. Het verhaal speelt zich af in het Australische Adelaide, maar die plaatsbepaling doet in het boek eigenlijk helemaal niet terzake. Terwijl andere romans van hem nadrukkelijk in Zuid-Afrika spelen en ook tegen de politieke achtergrond van dat land, is Langzame man een veel universeler verhaal.

Rayment is de langzame man uit de romantitel, wiens onderbeen na een ongeluk wordt geamputeerd. Met dat stuk been is ook de levenslust en het levensdoel uit Rayment weggesneden. Na de ziekenhuisopname belandt hij weer thuis en komt dan pas tot de ontdekking hoe alleen hij eigenlijk is. Eenzaam was hij tot dan toe niet, maar het besef van alleen zijn maakt hem bang voor de eenzaamheid.

De zorg die de Kroatische Marijana Jokic, een door hem ingehuurde verpleegster, wil hij met liefde beantwoorden. Het gebrek aan eigen kinderen doet hem besluiten haar zoon financieel te helpen. Maar deze onverwachte liefdesaanbiedingen worden niet zonder slag of stoot aangenomen. Onbedoeld zet hij de verhoudingen in de familie Jokic helemaal op zijn kop.

En dan stapt de mysterieuze Elizabeth Costello Rayments leven binnen. Geheel ongevraagd staat zij ineens op zijn stoep en kondigt aan bij hem te zullen blijven voor een tijdje. Costello kwam al in een eerder boek voor, en uit de besprekingen maak ik op dat ze daarin vooral de rol als geweten speelde. In dit boek blijft haar precieze functie wat ongewisser, maar ik heb de neiging haar als schrijver van het verhaal van Rayment te zien. Costello is als het ware een alter ego van Coetzee die zijn eigen roman binnenstapt, om zijn hoofdpersonage voor verdere fouten te behoeden en hem te adviseren over leven en liefde.

Hoe het ook zij, de komst van Costello is in de opbouw van het verhaal nogal merkwaardig. Het is een flinke breuk in de roman. Aangezien Coetzee verder geen andere surrealistische trucjes uithaalt, staat deze mysterieuze personage op zichzelf. Verteltechnisch niet erg fraai, maar inhoudelijk verrijkt zij het verhaal. Zij gaat met Rayment het gesprek aan, de strijd soms. Zij dwingt hem te reflecteren en zo brengt Coetzee zijn thema's verder dan wanneer hij die impliciet had gelaten.

Heeft een mens kinderen nodig om gelukkig te zijn? Of is het misschien zelfs de taak van de mens om het gekregen leven weer door te geven? Kan een mens uiteindelijk alleen zijn, lees: zonder liefde? Heeft de mens een diepgewortelde behoefte om voor een ander te zorgen? Deze levensvragen komen zeer pregant aan de orde in dit boek. En dat vanuit de aanvankelijk niet zo sympahtieke Rayment, die je als lezer gaandeweg wel steeds meer gaat begrijpen waardoor je uiteindelijk zeer begaan raakt met zijn lot.

Soort Familie, Een - Kees van Beijnum (2010)

3,0
Pas na 300 bladzijden komt Van Beijnum eindelijk op stoom

Ik heb niks tegen dikke boeken, maar als je 436 bladzijden nodig hebt om het verhaal van kopieerapparatenverkoper Teun Draaijer te vertellen, dan moet het wel een heel goed en goed geschreven verhaal zijn. Kees van Beijnum heeft zich bij het schrijven van zijn jongste roman niet ingehouden, dat is duidelijk. En laat ik maar met de conclusie in huis vallen: het ware beter geweest als een strenge redacteur bij zijn uitgeverij het script had teruggegeven met de opmerking: "Kees, goed verhaal, 200 pagina's schrappen a.u.b."

Maar goed, dat is dus niet gebeurd. En dat is jammer, want Kees van Beijnum kan goed schrijven, is eigentijds, maar veel van zijn romans zijn het net niet. Boeken als De ordening, De vrouw die alles had en De oesters van Nam Kee lezen heerlijk weg en zijn intrigerend genoeg om ze met plezier uit te lezen, maar ze missen steeds dat beetje extra. Echt beklijvende literatuur zijn al die romans niet. En dat probleem heb ik ook met Een soort familie.(Overigens vind ik dit geval de titel alleen al heel lelijk en de cover van het boek onbegrijpelijk, maar dat is bijzaak.)

Zoals gezegd, Teun Draaijer verkoop kopieermachines. Hij is vertegenwoordiger en gaat bedrijven af om ze te verleiden hun oude apparaat weg te doen en Draaijers machine aan te schaffen. Teun is topverkoper, totdat hij ontdekt dat zijn vrouw vreemd gaat. De relatie loopt als snel stuk en Teun zakt steeds dieper weg in de puree. Deze crisis is een opstap om terug te blikken op zijn jeugd in Wieringen.

En dat is pas het eigenlijk verhaal. De familie Draaijer is een buitenbeetje in het noordelijkste stukje van Noord-Holland. Ze zijn oorspronkelijk niet van Wieringen en daarbij zijn pa en ma Draaijer vreemde snuiters die volledig opgaan in de pacifistische beweging. Als volleerde Jehova-getuigen gaan ze elke zaterdag van deur tot deur om het blijde vredesevangelie te verkondigen. Teun en zijn oudere broer moeten mee. Deze beweging staat zo ver af van de andere mensen in hun omgeving en ze zien er ook zo wereldvreemd uit, dat Teun en zijn broer flink gepest worden op school.

Terwijl de 13-jarige Teun nog braaf meegaat naar allerlei bijeenkomsten, begint zijn twee jaar oudere broer te rebelleren. Dat brengt Teun in een loyaliteitsconflict tussen zijn broer en zijn ouders. In de beschrijving daarvan is Van Beijnum op zijn allerbest. Het moet gezegd dat bijna het hele verhaal over de jonge Teun heel sterk is (al had ook dit korter gekund). In de gedeeltes zie je wat Van Beijnum in zich heeft. Zonder hoogdravend gedoe beschrijft overtuigend en indringend hoe Teun steeds meer in de mangel komt en het contact met zijn broer aan het verliezen is.

En dan na een bladzijde of 300 is de roman pas echt goed op stoom en tot de kern gekomen. Het laatste kwart van het boek is verreweg het mooist en Van Beijnum slaagt er in om je mee te nemen in de gedachten en de belevingswereld van de dertienjarige hoofdpersoon. Alleen al om die reden is dit boek desondanks zeer aan te raden. En ik vermoed dat ik, ondanks mijn kritiek, de volgende Van Beijnum gewoon weer zal aanschaffen.

Sprakeloos - Tom Lanoye (2009)

4,5
Rijke en talige ode van een schrijver aan zijn moeder

Een ode aan zijn moeder en de totstandkoming van die ode. Beide boeken is Sprakeloos (2009) ineen. Een rijk en talig boek over een aftakelende moedere die de spraak ontnomen is. De Vlaamse Tom Lanoye heeft een zeer bijzonder en aangrijpend boek gemaakt, dat het midden houdt tussen biografie en roman. In drie delen schetst hij het slagersgezin Lanoye in Sint-Niklaas, het leven in de Vlaamse provincie in de jaren zestig en zeventig en de verhouding van zoon Tom tot zijn ouders.

Maar dit boek is meer dan dat. Want Lanoye beschrijft ook de moeiten waarmee dit werk tot stand kwam. Hij past een ongebruikelijke truc toe door in deel een van zijn boek te beschrijven waarom hij worstelt met deze biografie van zijn moeder. Op een openhartige en gevoelige manier toont hij zijn twijfels en laat hij zien hoe vader Lanoye hem prest om snel met dit boek te komen. Maar uiteindelijk moet de vader eerst dood zijn voordat de zoon zich zonder te veel ballast dit boek kan maken.

En daarbovenop is het ook nog een boek over taal en schrijverschap. Nu is dat laatste wel aan Lanoye besteedt, omdat hij normaliter ook al heel talig is. Hij heeft een barokke, pompeuse schrijfstijl waar je van moet houden. En ik hou ervan. Zijn pen is trefzeker en beeldend. Maar ook krachtig en gevoelig. De eenvoudigste scènes en settings veranderen in theatraal drama als hij ze beschrijft. En met die instelling moet hij schrijven over een moeder die dankzij een hersenbloeding haar spraak verliest. Als ze langzamerhand weer in staat is te praten, kan ze slechts onsamenhangende woorden uitkramen.

Sprakeloos is een vol boek. Er staan prachtige anekdotes in, over de zeer onvriendelijke huisbazin bijvoorbeeld, of over een eeuwig kibbelende moeder en dochter die pal naast de Lanoyes wonen. Op die momenten gaat het boek over klein menselijk leed. Maar centraal staan de verhoudingen tussen de ouders en kinderen Lanoye. Moeder offert haar carrière als bediende op om in de slagerswinkel van haar man te staan. Op voorwaarde dat ze altijd aan amateurtoneel mag blijven doen. Belangrijk is ook zoon Guy die maar niet wil deugen. Maar als deze jongen verongelukt, heeft dat een ongekende impact in het gezin.

Op aangrijpende manier schrijft Lanoye over het aftakelingsproces van zijn moeder. Minstens zo aandoenlijk is de liefde en zorg die vader Lanoye voor zijn vrouw blijft houden - tegen beter weten in. Tot de hoogtepunten uit deze biografische roman behoort absoluut de beschrijving van Lanoye's coming out als homo tegenover deze provinciaalse middenstanders. Het zet de verhouding in het gezin, na de dood van de broer, opnieuw op scherp.

Lanoye kan meer dan content zijn met deze ode aan zijn moeder, het moederbeest zoals hij haar zelf plastisch omschrijft. Doordat het over het echte leven gaat komt het zo dichtbij en raakt het je diep. En omdat Lanoye nergens zoetsappig wordt of negatieve kanten verbloemt is het ook nog eens een heel overtuigend verhaal van een zoon over zijn moeder.

Suezkade - Jan Siebelink (2008)

3,5
Siebelink bespot schoolcultuur meesterlijk

Jan Siebelinks boeken kennen grofweg twee thema's: religie en school. Het eerste onderwerp is inmiddels in Knielen op een bed violen geperfectioneerd. Terecht is Siebelink om deze weergaloze roman geroemd. Het boek is een immens beklemmend verhaal over een van religie bezeten vader en de manier waarop vrouw en twee zonen zich tot deze waanzinnige proberen te verhouden.

Alleszins begrijpelijk dat Siebelink zich na dit meesterwerk toelegt op dat andere grote thema uit zijn boeken. Als voormalig leraar Frans heeft hij voldoende van het middelbareschool-leven gezien om er op overtuigende wijze van binnenuit over te kunnen schrijven. Suezkade, dat dit najaar verscheen, schreef Siebelink tijdens de ochtenden waarop hij zijn zegetocht van Knielen op een bed violen vierde. 's Morgens aan de noeste schrijfarbeid, 's avonds naar zijn fans in een van de vele zaaltjes in biobliotheken en buurtcentra.

Het schoolleven is een veel minder diepgaand en allesbetekenend onderwerp dan religie. Logisch daarom dat Suezkade je veel minder van je sokken blaast dan Siebelinks vorige boek. Desondanks weet hij een verslag van een ambitieuze leraar op een school naar grotere hoogten te brengen. Deze roman is losjes geschreven en daardoor vlot te lezen. Maar Siebelink heeft er toch voor gekozen het zichzelf niet te gemakkelijk te maken. Hij haalt nogal overhoop. Hij beschrijft zowel de verstikkende schoolcultuur (op de ironische manier waarop Maarten 't Hart de gereformeerde kerkcultuur aanpakt), de allesoverwoekerende bureaucratie van schoolbestuur én overheid, de liefde tussen een leraar en een Marokkaanse leerling én een bewogen verleden van de hoofdpersoon dat van hem nog steeds een verknipt figuur maakt.

De 26-jarige Marc Cordesius woont aan de Suezkade in Den Haag. Hij is welgesteld, rijdt in dure auto's en kleedt zich als een dandy. Hij heeft alles wat zijn hartje begeert en toch wil hij uren doorbrengen op het Descartes College. Hij solliciteert om leraar Frans te worden voor een minimaal aantal lesuren en vraagt daarbij zijn lessen aan het begin en aan het einde van de dag in te plannen. Zo is hij verplicht lange lesdagen op school door te brengen. Zo kan hij zijn huis aan de Suezkade ontvluchten. Siebelink is weinig scheutig met informatie over de jeugd van deze Cordesius. Alleen duidelijk is dat zijn moeder is ontvoerd toen Cordesius nog jong was.

Hoewel Cordesius in een bepaald opzicht niet spoort (hij is nog niet in staat geweest een liefdesrelatie aan te gaan) is hij op school al snel de held. Er gaat een zindering door het stoffige lerarencorps na de komst van de opvallende nieuwe leraar. Hoewel hij een echte buitenstaander is, sluiten de leraren hem al snel in hun armen. De rector neemt hem vaak in vertrouwen, leraressen maken avances en leraren delen met hem hun meest privé gevoelens en ideeën. Ook de geadopteerde Marokkaanse leerling Najoua valt voor hem. Maar alleen deze relatie is wederzijds. Hoewel de verhouding met de leerling slechts platonisch is, vermoeden de collega's dat er meer speelt, maar ze accepteren dat desondanks.

Het moge voor zich spreken dat dit niet goed kan blijven gaan. Siebelink trekt de ene helft van het boek uit om de opgang van deze merkwaardige leraar te beschrijven en dan zet de neergang in. En die is groots en grotesk. Niets, maar dan ook niets van het opgebouwde in helft een blijft in helft twee overeind. Het steeds terugkerend verhaal van een schandaal rond een vroegere conrector blijkt al vroeg in het boek een voorafschaduwing van de te verwachten ellende te zijn.

Rondom Cordesius blijft veel onduidelijk. In het begin van het boek is dat spannend, maar tegen het einde stelt dat toch teleur. Siebelink heeft verschillende verhalen tegelijk willen vertellen en diverse thema's aan willen snijden. Dan is het wel de kunst alles op het eind op zijn plek te laten vallen. Dat lukt hem niet. Toch zijn zijn personages voldoende meeslepend beschreven om je in sneltreinvaart naar het einde van het boek te loodsen. Er valt ontzettend veel te genieten van de treurige, ironische en lachwekkende scènes in het boek. Daarbij zijn de spottende beschrijvingen van het schoolleven geslaagder dan de uitwerking van de relatie tussen Cordesius en Najoua. Een meesterwerk is het niet. Dat kon ook bijna niet na Knielen op een bed violen. Maar Suezkade biedt een alleszins boeiende leeservaring.

Ultramarijn - Henk van Woerden (2005)

4,0
donnie darko schreef:
Niks aan. Deze heeft alleen maar de gouden uil gewonnen omdat hij dit jaar gestorven is(sorry dat ik het zo cru moet zeggen.)


hartgrondig mee oneens! zie onderstaande recensie:

Van Woerden onderscheidt zich met sublieme stijl

Literatuurkritiek is traditioneel verdeeld in vorm versus inhoud. Laat ik eens een keertje over de vorm beginnen. Maar dan niet de vorm van de vertelling, maar van het tastbare boek zelf. Ultramarijn, het in 2005 gepubliceerde boek van Henk van Woerden, ziet er werkelijk prachtig uit. De omslag ademt de sfeer van de roman en wanneer je het boek geheel openslaat is de titel voluit te lezen: ULTRA en de regel eronder MARIJN. Dat afgedrukt op een prachtig blauwe ondergrond, verwijzend naar de kleurstof Ultramarijn die gewonnen wordt uit lapis lazuli.

Van Woerden stierf enkele weken na publicatie van deze roman en is een door een kleine groep geliefd auteur gebleven. Door Ultramarijn maakte ik kennis met 's mans werk en dat smaakt absoluut naar meer. In zijn roman hangt een heel eigen atmosfeer, eentje die sterk naar melancholie neigt. En de schrijfstijl is ook zeer authentiek, waardoor je al snel het gevoel krijgt iets unieks te lezen.

Hoofdpersoon Joakim wordt op vijftienjarige leeftijd op een kamp gestuurd. Hij moet verplicht afstand nemen van zijn halfzus Aysel. Tussen beiden is een te intieme band gegroeid en de ouders hanteren geen halve middelen. Als Joakim enkele weken van huis is, verhuist vader met Aysel naar Frankfurt waar zij een nieuw bestaan moet opbouwen. Joakims verlangen naar Aysel blijft bestaan en wordt op een onverwachte manier decennia later beantwoord.

Ultramarijn speelt nadrukkelijk in een niet-Westerse cultuur. De plaats van handeling wordt niet expliciet genoemd, maar het is duidelijk dat de roman zich in Turkije afspeelt. In die Oosterse cultuur zoekt de hunkerende Joakim zijn heil en zijn rust in het luit-spel. Hij krijgt les van een beroemde luitspeler en ontwikkelt zelf tot een veelgevraagd bespeler van dit weemoedige en melancholieke instrument. In schril contrast hiermee staat het nieuwe leven van halfzus Aysel en van het kind dat ze in Europa krijgt.

De grootste kracht van Van Woerden is zijn prachtige pen. Zijn stijl is heel bijzonder. Hij schrijft namelijk in korte en krachtige zinnetjes. Geen dikdoenerij, geen vaag gedoe, geen lange beschrijvingen. En toch weet hij met die rake zinnetjes en woorden grootste sferen te creëren. Hij weet met redelijk normaal vocabulaire in een bijna introverte stijl een wereld van geuren en kleuren, gevoelens en emoties op te roepen. Dat is een ongekende prestatie.

De opbouw van zijn verhaal vond ik iets minder sterk. Grofweg waren de eerste honderd en de laatste honderd pagina's boeiend en fascineren. Maar de middelste honderd bladzijden zakte de spanningsboog enigszins in. Zijn kracht blijkt vooral te liggen in de gevoelige liefdesgeschiedenissen waar het boek mee begint en die waarmee het boek eindigt. Daarbij is het contrast prachtig, tussen die jonge, levenslustige Joakim die dramatisch gescheiden wordt van zijn grote liefde en die oude, eenzame man die een onverwachte liefde heeft gevonden.

Ondanks het wat dunne middengedeelte is Ultramarijn een prachtig boek. De stijl is subliem en het is een grote verdienste dat een Nederland wat betreft sfeer en cultuur een zo on-Nederlands boek kon schrijven. Helemaal opgegaan in de dramatiek van het einde van Joakims leven sloot ik met een weemoedige zucht de roman na het lezen van de laatste pagina. Wat is het soms toch jammer als je een boek uit hebt.

Vals Licht - Joost Zwagerman (1991)

3,0
Analyticus en verhalenverteller botsenin Vals licht

Joost Zwagerman is de meester van het actuele commentaar en van de column. Hij weet als geen ander verrassende verbanden te leggen en (door)ziet dingen op een heel oorspronkelijke manier. Zo kan hij verrassen met zijn kijk op politiek, maar net zo goed op muziek en schilderkunst. Hij is in staat het heden direct in een historische en maatschappelijke context te plaatsen. Daarom ben ik een groot bewonderaar van zijn bijdrages in kranten en vind ik hem bijna altijd sterk als observator en commentator in De wereld draait door.

Maar Zwagerman is in eerste instanties natuurlijk een romancier. En als boekenweekauteur van 2010 wilde hij zich nadrukkelijk weer zo presenteren. Hij kreeg redelijk goede recensies, maar NRC-recensent Arnold Heumakers riep de Nederlandse kranten op Zwagerman zo snel mogelijk weer een wekelijkse column te geven, want als literator kan Zwagerman gemist worden, als commentator niet.

De boekenweek bracht wel weer de reeks succesromans van Zwagerman onder de aandacht. Reden genoeg om een van zijn toppers eens te lezen. Vals licht verscheen in 1991, twee jaar na het grote succes Gimmick!. In Vals licht belandt student Simon Prins in de wereld van de prostitutie. Hiij is niet alleen gefascineerd door hoeren en hun rol in de maatschappij, maar hij ontwikkelt zich ook tot een doorgewinterde hoerenloper. Tijdens een van zijn bezoekjes ontmoet hij Lizzie, een mooie, jonge prostituee en zij raken al snel verliefd op elkaar.

Maar echte liefde is in het leven van een hoer ingewikkeld. Hoe verhouden de betaalde en geveinsde liefde en de werkelijke liefde zich tot elkaar? Is een meisje dat haar lichaam verkoopt voor geld nog wel in staat datzelfde lichaam opnieuw weg te geven, maar dan aan de man van haar dromen? In Vals licht schuurt dat enorm, maar Simon is zo gek op Lizzie dat hij alle begrip opbrengt. Hij wil niets liever dan in haar aanwezigheid zijn.

Vervolgens ontwikkelt Vals licht zich niet zozeer als een schets van de wereld van de prostitutie, maar de roman wordt eerder een spannend boek dat stap voor stap naar een plot toewerkt. Lizzie blijkt namelijk een mysterieus meisje dat veel geheimen kent. Zwagerman laat Simon Prins die geheimen een voor een ontdekken. De vraag is dan of hun relatie al deze geheimzinnigheid kan overleven.

Hier zit de zwakte van het boek. Want de plots en subplots blijven zich maar opstapelen. Is het ene verhaal onthult, dan volgt een tijdje later het andere. Verhaaltechnisch zit dat allemaal wel knap in elkaar, het eindplaatje laat alle puzzelstukjes op zijn plaats vallen. Maar deze aanpak maakt de karakters er niet per se interessanter op. Op den duur tel je als lezer de bladzijden af, wachtend op het moment dat alles duidelijk is.

Daar waar het boek wel een schets is van het leven aan de Amsterdamse wallen, is het verhaal wel geslaagd. Maar ook hier botsen Zwagerman de verteller en Zwagerman de analyticus. Hij vertelt zijn verhaal helder en beeldend, maar kan het niet laten er zo nu en dan een duidende alinea tussen te stoppen. Die duiding is niet bepaald vloeiend verwerkt. Dat is jammer, want de observaties van Zwagerman over het hoerenleven, de invloed daarvan op de meisjes en de rol van hoeren in de maatschappij zijn absoluut de moeite waard.

Vissen Redden - Annelies Verbeke (2009)

3,0
Geestige roman over milieufreak in de schaduw van de groten

Monique Champagne, Oskar Wanker, Sven Nootjes. Dat zijn de plastische namen die personages in Annelies Verbekes Vissen redden zoal hebben. De keuze voor bijna melige naamgrapjes zegt wel iets over de stijl van deze wonderlijke roman uit 2009. Verbeke vertelt een absurdistisch verhaal, waarbij kleine dingen uit de werkelijkheid ontpoppen tot grootse hilarische drama's. Waarbij het begingegeven van het boek al geestig en goed gevonden is: schrijfster verliest haar grote liefde en legt zich ter compensatie toe op het probleem van de overbevissing.

Monique heeft geen enkele aandrang meer om te schrijven als zij en haar vriend uit elkaar zijn. Een snedig stukje van haar in de krant over het ecologisch probleem van de vis, bezorgt haar een bijzondere rol op tal van viscongressen in steden over heel Europa. Tijdens deze vis-toernee, waar ze de komische en poëtische terzijde op congressen mag zijn, overdenkt ze haar leven en zoekt zij een nieuwe koers. Maar reflectie leidt bij haar niet tot berusting en bezinning, maar eerder tot ontsporing en waanzin.

Ze ontmoet de wonderlijke Oskar Wanker die een meesterwerk denkt te hebben geschreven en Monique nu op elk congres stalkt. En ze maakt kennis met Michaela die haar voor een oude vriendin houdt, een vergissing waarin Monique in mee gaat. Het zijn twee spannende verhaallijnen die op een zeker moment tot een hoogtepunt komen, al hadden de lijnen best iets fraaier bij elkaar kunnen komen.

Opvallend aan Vissen redden is toch vooral de schrijfstijl. Die is jolig, springerig, energiek, maar met behoud van drama. Dat is een kunst op zich. Al gaat de stijl op den duur wel vermoeien. Verbeke moet opboksen tegen iemand als Arnon Grunberg die met iets meer ingetogenheid, tongue in cheek, vaak meer effect bereikt. Misschien leren Grunbergs romans ook dat stijl niet genoeg is, het verhaal moet ook ijzersterk zijn.

En Verbeke heeft nog een concurrent, Charlotte Mutsaers, die met Koetsier herfst (2008) een bijna perfecte roman schreef die erg aan dit boek doet denken. Ook Koetsier herst is absurdistisch en ook deze roman gaat over een dierenredder, namelijk een vrouw die zich inzet voor het Lobster Liberation Front. Op voorhand is dat al een oneerlijke strijd, want Mutsaers roman was zo subliem en als dan ook nog eens de thematiek overlapt, dan sta je vanzelf in de schaduw van dat grootse boek.

Wij - Elvis Peeters (2009)

4,0
Sadistisch verhaal over ontspoorde pubers in prachtproza

Thomas, Ena, Ruth, Karl, Femke, Jens, Liesl en een naamloze ik-figuur. Om deze vier jongens en vier meisjes draait Wij (2009), het verontrustende boek van de Vlaming Elvis Peeters. De namen hadden net zo goed achterwege kunnen blijven, want de acht pubers vormen een collectief. Peeters schreef een flink deel van dit boek in de wij-vorm. De groep vijftien-, zestien-jarigen is helemaal op elkaar ingespeeld en ze zonderen zich goeddeels van anderen af. En binnen die gesloten groep ontstaan nieuwe mores, worden nieuwe spelletjes gespeeld, worden grenzen afgetast en al snel overschreden.

Alsof het een schunninge rapplaat betreft, waarschuwt een stickertje op de omslag de lezer voor de schokkende, expliciete tekst van Wij. Geen overbodige mededeling. Want het verhaal is maar heel eventjes onschuldig. De beginscène beschrijft hoe de kleine Thomas gefascineerd is door een ijspegel. Het jongetje kan er geen afstand van doen en zijn moeder bewaart de ijspegel in de vriezer. Daar wordt hij vergeten [totdat de ijspegel in een gruwelijke scène - jaren later - terugkeert in het verhaal.

De acht pubers ontdekken hun lichaam, elkaars lichaam en vooral de kracht en de macht van het lichaam. De meisjes staan op een zomerdag - hoe idyllisch - op een viaduct. De jongens kijken van afstand toe wat er gaat gebeuren. Als er auto's onder het viaduct doorrijden tillen de meisjes hun rokjes op en zwaaien met hun onderbroekjes die ze in hun hand hebben. Dat er op de eerste dag alleen maar een paar automobilisten met hun auto's slingerden is de jongelui niet genoeg. Op dag twee proberen ze het nog eens, en met succes. Deze keer is de afloop veel dramatischer.

Peeters beschrijft hoe de spelletjes van de acht steeds verder en verder gaan. Ze luisteren naar hun iPods, spelen Kolonisten van Catan en voeren allerlei sexuele experimenten op elkaar uit. Voor deze jongens en meisjes is er geen onderscheid meer tussen onschuldig genieten van muziek of sex hebben en daar sadistische spelletjes bij bedenken. Moraal is in dit verhaal ver te zoeken. En dus gaan de pubers steeds verder. Als lezer voel je van meet af aan aan dat dit wel uit de hand móet lopen. Daarmee is dit boek een hedendaagse variant van Lord of the flies waarin kinderen ook moreel volledig ontsporen.

De kracht van dit boek is de droge én literair zeer fraaie manier waarop Peeters al het afschuwelijks beschrijft. Je houdt je adem in als je leest over weer zo'n smerig, sadistisch spel dat de jongens en meisjes uitvoeren, maar ondertussen doet het prachtige taalgebruik je genieten. Zo slingert Peeters je op een heel vervreemdende manier heen en weer in je gevoelens en emoties.

Maar bovenal is de roman verontrustend. Niet alleen de pubers kennen geen moraal, ook de auteur geeft geen moraal mee. Hij beschrijft alleen maar. Verklaren doet hij niet, afkeuren al helemaal niet. Zo zadelt hij de lezer op met dit verhaal. Daardoor blijft het in je hoofd spoken, zeker op de momenten dat je gedurende het lezen het boek even hebt weggelegd. Soms wil je al dat smerigs uit je hoofd wissen, voordat je verder gaat lezen. Maar het verhaal achtervolgt je. En Peeters geeft je geen gelegenheid de smerigheid en normloosheid toe te schrijven aan een beroerde jeugd of aan slechte afkomst. Wellicht is de gemene deler dat de kinderen niet uit erg warme nesten komen. Maar is dergelijk gedrag daarmee volledig verklaard?

Wij is een boek dat je amper kunt aanbevelen. Het is te gruwelijk om echt mooi te vinden. En toch is het een prachtig kunstwerk. De roman brengt je van je stuk, zet je aan het denken, laat je genieten van prachtig proza, poogt een tijdsbeeld te geven, zet een inktzwart mensbeeld neer en sleept je, ondanks al dat sadisme, moeiteloos door het verhaal heen.

Zaak 40/61, De - Harry Mulisch (1962)

4,5
Mulisch filosofeert naar een inktzwart mensbeeld toe

't Is altijd een raar fenomeen dat een overleden schrijver weer goed gaat verkopen. Maar ook ik maak me schuldig aan het aanschaffen en gaan lezen van boeken na de media-aandacht bij een overlijden. Is dat erg? Nou, lijkt me niet. Je wordt op zo'n moment er weer aan herinnerd wat er nog allemaal voor moois te koop is. Zo ging het bij mij na het overlijden van Harry Mulisch. Van hem kende ik wel het beroemdste prozawerk, De aanslag, De ontdekking van de hemel, Siegfried, Het stenen bruidsbed, maar aan een boek als De zaak 40/61 was ik eigenlijk nooit toegekomen.

Na de dood van Mulisch kwam ik dat boek in diverse lijstjes tegen. Het zou een van zijn beste werken zijn. En dat bleek inderdaad te kloppen. In dit non-fictieboek is hij literator, filosoof en journalist ineen, en dat levert een zeer indrukwekkend en persoonlijk verhaal op.

Mulisch bood zichzelf begin jaren zestig aan Elseviers Weekblad aan om het proces tegen oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann te volgen en te verslaan. Die was in 1960 door de Israëlische geheime dienst ui Argentië ontvoerd om in Jeruzalem te worden berecht. Mulisch doet daarvan in een wekelijkse serie verslag dat later gebundeld als dit boek is uitgekomen.

Maar Mulisch doet veel meer dan alleen journalistieke verslaggeverij. Hij gaat op reportage, onder meer naar Berlijn om Eichmanns kantoor te zoeken en naar concentratiekamp Auschwitz. En hij construeert een mensbeeld op basis van Eichmanns profiel en daden. Want Eichmann was in het rijtje WO2-misdadigers een bijzondere, zo stelt Mulisch. Hij was niet een heilige messias, zoals Hitler zelf, zeker ook geen gelovige zoals veel andere nazi's. Nee, hij was een eenvoudige ambtenaar (niet eens zo heel hoog in rang) die als een machine zijn bevelen uitvoerde, maar daarmee wel verantwoordelijk werd voor het transport en de dood van miljoenen joden.

Mulisch is zeer gefascineerd door Eichmann en vraagt zich af wat deze man bewoog, of hij wel verantwoordelijk te houden is voor zijn daden, waarom hij geen spijt heeft, waarom hij zich nog steeds als een machine-achtige ambtenaar presenteert en vooral wat de daden van deze man zeggen over de mensheid. En Mulisch redeneert dan naar een inktzwart, zeer schriftuurlijk mensbeeld toe. Met Eichmann is volgens hem een soort nieuwe mens opgestaan en hij maakt zich geen illusies dat andere mensen na Eichmann niet ook tot deze daden in staat zijn.

Doelbewust lardeert hij zijn boek met vele Duitse citaten. Soms maken die het boek wat lastig te doorgronden (behalve voor mensen die echt heel goed Duits lezen uiteraard). Ook moet ik zeggen dat ik af en toe de redeneerlijn van Mulisch niet helemaal kon volgen, maar dat zijn slechts kleine details bij een verder meesterlijk boek. Het is geen dik geschrift, maar het zit desondanks boordevol. Boordevol historie, literatuur, filosofie en bijbelkunde.

Het slot is werkelijk adembenemend. Dat gaat niet eens over het slot van het proces. Mulisch is dan allang zijn interesse verloren voor deze mens. Eichmann diende als uitgangspunt voor een filosofisch-literaire reis, hoe Eichmann vervolgens veroordeeld wordt en aan zijn einde komt, is voor Mulisch helemaal niet relevant. Hij eindigt bij Eichmanns daden door een bezoek aan Auschwitz te beschrijven. Dat doet hij nuchter en zakelijk, maar absoluut niet kil. Want in die zakelijke beschrijvingen grijpt de keiharde werkelijkheid van de jodenmoord je naar de keel. De onmenselijk feiten die hij beschrijft, maken indruk, ondanks alles wat ik al wist over de holocaust. Het maakt dit verhaal rond, over de mens Eichmann, maar vooral over de mens, en over het gruwelijks waartoe die in staat is.