menu

Hier kun je zien welke berichten Robsessie als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Adolf & Eva & de Dood - Jeroen Brouwers (1995)

4,0
In vier episodes schetst Brouwers een alternatieve biografie van Adolf Hitler, "Voor iedereen die gezworen heeft nooit meer een boek over Hitler te lezen". Van zijn geboorte in Braunau tot de dood in Berlijn.

Het is die dood, of beter gezegd: de dubbele suïcide van de pasgetrouwde Adolf en Eva, die de reden is voor deze bundel. We beginnen nog wel lollig in het geboortedorp, waar niemand met Brouwers wil spreken en men hem ervan verdenkt een neonazi te zijn. Ook het essay daarna over de gelijkenissen tussen Duitse seriemoordenaars van begin 20e eeuw en één van de grootste moordenaars van diezelfde eeuw is verrassend luchtig, gezien het onderwerp.

Vervolgens is er een essay over de beeltenis, het gezicht, van de dictator en het propagandateam achter hem, om uiteindelijk uit te komen bij het laatste essay, waar het allemaal om draaide: Hitler en zelfmoord. Het blijkt dat hij van jongs af aan geobsedeerd was door zelfmoord en er in zijn leven veelvuldig mee geconfronteerd werd.

Op z'n Brouweriaans neergepend allemaal, in de stijl van De Laatste Deur. De bundeling van deze vier stukken behoort mijns inziens wel tot de betere essays over zelfmoord die hij geschreven heeft.

Avond Is Ongemak, De - Marieke Lucas Rijneveld (2018)

3,0
Dit boek van de week uitgelezen. Hoewel mijn cijfer een gemiddeld boekje doet vermoeden is dat het zeker niet. Het begon heel sterk, maar allengs gingen bepaalde zaken me tegenstaan. Laat ik beginnen met het positieve.

Leuk zijn de herkenbare zaken van 'mijn vroeger': Fireballs, Hitzone, het wit uit de Duo Penotti scheppen, snake op de Nokia. Weer eens wat anders dan de verhalen over spelen met een hoepel en een stok.

Ook het leven op de boerderij wordt mooi beschreven. Een voor mij vrij onbekende omgeving komt echt een beetje tot leven. Duidelijk wordt meteen hoe klein de wereld van Jas eigenlijk is, helemaal in combinatie met het relatief strenge geloof. Beklemmend. Als door het tragische ongeval met Matthies de ouders, broer en zusje langzaam instorten, als de pilaren van die kleine wereld instorten, dan kan je nergens heen, dan komt het dak naar beneden (of in dit geval, uiteindelijk, de deksel van de vrieskist).

Hoe eenzaam dat is voor iedereen in het gezin en hoe niemand bij machte lijkt om op een constructieve manier met het rouwproces om te gaan. Heel treurig. De kinderen aan hun lot overgelaten, ontsporing tot gevolg. De enige controle, als je het zo mag noemen, want het is misschien eerder onmacht, lijkt nog het eigen lichaam te zijn: wat trek je aan, wat stop je erin, wat mag eruit.

En dat ontsporen vliegt wat mij betreft uit de bocht: punaise in je navel, een half jaar, jaar, twee jaar? niet poepen, colaclipjes in de vagina van het zusje, groene zeep en vingers van broer in de kont, tongen met je zusje, een hamster in de broek van je broer, je vinger in de stierensperma dopen en dan proeven, een vriendinnetje insemineren met datzelfde sperma, een kaasboor in de kont van een koe. En dan vergeet ik vast nog wel iets. Too. Much.

Een ander aspect waar ik weinig mee kon, hoewel het minder was dan bij andere boeken die zich afspelen in een soortgelijke context: de bijbelcitaten. Ik lees er overheen als de referenties in een wetenschappelijke tekst en ga weer verder waar ze stoppen. Ik snap de functie ervan wel, want het is, samen met het leven op de boerderij, de dieren, de gewassen, de seizoenen, het referentiekader van Jas, meer heeft ze niet. Maar die gereformeerde benauwdheid ken ik nu wel, zelden komt er een nieuw of verrassend perspectief uit naar voren.

Een sterk begin, maar halverwege het boek begon het veel van hetzelfde te worden. Toch blijf ik wel benieuwd naar ander werk van Rijneveld. Kijken of dat me constanter weet te boeien.

Eenzaamheid in Eindeloos Meervoud: Over het Oeuvre van Jeroen Brouwers - Lodewijk Verduin (2021)

4,5
Als je voor het eerst een boek van een schrijver leest dan staat dat boek vaak op zichzelf. Naarmate je meer gaat lezen van diezelfde schrijver zie je steeds meer parallellen: overkoepelende thema's, personages met dezelfde karaktertrekken, fascinaties voor bepaalde historische gebeurtenissen. Je gaat de boeken inhoudelijk met elkaar verbinden, je ziet ontwikkelingen in vorm, en beetje bij beetje kom je meer over de schrijver te weten. Als je daarna nóg meer gaat lezen, dwars door tijd en vorm, vroeg werk, recent werk, essays, romans, kladbloek, autobiografisch, citaten... dan raak je het wel eens kwijt. Hoe zat dat ook alweer? Gebeurde dit nou voor of na? Hoe dacht hij hier over? Wat was er nou waar en wat niet? Wat vond ik hier zelf eigenlijk van?

En dan heb je dit boek, Eenzaamheid in eindeloos meervoud. Een feest der hekenning. Verduin plaatst alle puzzelstukjes van het al maar uitdijende Universum Brouwers weer op de juiste plaats en doet dat ook nog eens in de juiste chronologische volgorde. Alle grote en minder grote werken komen aan bod. Veel bekends en minder bekend. Verduin weet het allemaal mooi aan elkaar te verbinden en op een hele prettige manier op te schrijven. Mooier en gestructureerder dan ik soms mijn eigen gedachtes kan verwoorden. (Om dit laatste wat te ontwikkelen is een van mijn voornemens om bij ieder boek dat ik dit jaar lees iets te schrijven. Mag dat eigenlijk? Een voornemen dat niet genoemd is in het voornemens-topic?)

Om nog terug te komen op wat hierboven al besproken was, tussen eRCee en mij, over de lengte van het boek: het was precies goed zo. Het boek behandelt nadrukkelijk alleen het werk van Brouwers. Je ontkomt er dan niet aan om ook wat over zijn privéleven te leren: Indië, Brussel, Exel, Anne Walravens, etc. Zoals het onderwerp van deze studie zelf eens schreef:

Ik ben geboren in 1940 en vandaag of morgen, - al kan dit nog jaren duren, - ga ik dood.
In de tussentijd heb ik boeken geschreven.
Dit is alles. Van 'biografie' wil ik niets weten.
De boeken die ik heb geschreven vormen mijn biografie: zij zijn de voetstappen die ik nalaat op mijn weg. Al mijn boeken zijn autobiografisch en niettemin alle gelogen, - ik schrijf dan ook niet historie, maar literatuur: de mijne.
Ik ben de verhalen die ik vertel.
Niet ik wil mijzelf 'overleven', ik zou willen dat mijn boeken mij overleefden: dit is de enige reden waarom ik schrijf.
Misschien slaag ik in mijn opzet, misschien niet, - in beide gevallen zijn mijn persoon en levensloop van geen belang.


In dit citaat, de wens dat de boeken de schrijver overleven, de angst om vergeten te worden, lezen we natuurlijk ook een van de grote motivaties voor het schrijven van De Laatste Deur en Winterlicht . Hoewel dat eerste boek ook weer een andere oorsprong kent: de vele zelfdodingen in de directe omgeving van de schrijver, waaronder Anne Walravens. "Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt", Bezonken Rood . Enfin, het moge duidelijk zijn.

Dit essay van Verduin zorgt ervoor dat ik nog meer respect heb gekregen voor het oeuvre van Jeroen Brouwers als samenhangend geheel, voor zijn enorme toewijding aan het schrijven, en voor het prachtige werk dat daaruit is voortgekomen.

Met ontzettend veel plezier gelezen.

En Finir avec Eddy Bellegueule - Édouard Louis (2014)

Alternatieve titel: Weg met Eddy Bellegueule

2,5
Aardige schets van een conservatief Frans arbeidersgezin. Deze leefomgeving werkt niet in het voordeel van de behouden, gevoelige Eddy en het opgroeien hierbinnen moet zeer onprettig zijn geweest. Familieleden komen redelijk eendimensionaal over, het zijn allemaal eenvoudige, ongevoelige boerenpummels.

De vorm, waarbij steeds citaten of terminologie van de gezinsleden worden opgevoerd, is aardig, maar het voegt niet altijd evenveel toe. De citaten zijn niet mooi of verrassend, maar al snel meer van hetzelfde. Het doet me denken aan de resultatenparagraaf van een kwalitatief wetenschappelijk onderzoek; een manier om de belevingswereld van de onderzochten meer tot leven te laten komen.

Op de achterflap lees ik dan ook dat Louis socioloog is en eerder al werk publiceerde over Pierre Bourdieu. Ik zie daarnaast ook de dramaturgie van het dagelijks leven van Erving Goffman terugkomen. Beide zwaargewichten uit de westerse sociologie komen naar voren in onderstaand citaat; Goffman in de rollen, Bourdieu in de reproductie van bestaande verhoudingen. "Als je bleef aandringen, gaf mijn moeder uiteindelijk altijd toe. Mijn vader daarentegen brulde liever, was liever streng. Alsof het rollen waren die zij onderling verdeelden en die tegelijkertijd door maatschappelijke krachten die hen te boven gingen werden opgelegd én bewust werden gereproduceerd. Mijn moeder: Als je niet rustig wordt, zeg ik het tegen je vader, en wanneer mijn vader niet reageerde: Jacky, speel een beetje je rol, verdomme."

Thematisch vind ik het interessant: klassenverhoudingen, armoede, genderrolpatronen, kleine arbeidersgemeenschappen, seksualiteit, cultureel kapitaal, uitsluiting en uitbuiting. Maar, zoals ik eerder zei: het is, althans voor mij, niets nieuws en ook niet heel bijzonder opgeschreven. Hoewel dit laatste misschien ook de vertaling kan zijn. Een debuut waarin Louis zich veel op de hals haalt (te veel? Misschien meer focussen op één of twee van de thema's i.p.v. de hele rataplan?), maar niets echt heel overtuigend uitwerkt, hij blijft vooral steken op herhalingen van min of meer vergelijkbare herinneringen uit zijn jeugd.

Hoeren - Ischa Meijer (1980)

1,5
Meijer profileert zich als een soort Amsterdamse antropoloog van donkere steegjes en rood oplichtende ramen. Dat gegeven kan best aardig zijn, iemand die je meeneemt naar plekken waar een ander niet snel zal komen wellicht. De uitwerking is echter matig. Meijer komt betweterig over, hij zal het wel eens even vertellen, hoe die hoertjes zich voelen, wat hen beweegt, en dat prostituee en prostituant eigenlijk opzoek zijn naar hetzelfde.

Het zal wel Meijer! Ik geloof er niks van in ieder geval. De auteur is vooral met zichzelf bezig, maar beschrijft het met een soort afstand: "de hoerenloper zus", "de klant zo". Nul kritische noten, nergens iets over de ethiek van dit alles of een beetje inlevingsvermogen. Misschien waren die geluiden er destijds nog niet, geen idee, maar bij de auteur komt het niet eens op. "De maatschappelijke functie van de hoer is de hoer te zijn - niets meer, maar ook niets minder."

Verder kent het boek een dagen-van-de-week-structuur, maandag tot en met het weekend. De maandag en dinsdag behelzen 70 pagina's, de overige dagen een stuk of 20. Prima joh.

Ischa Meijer is van voor mijn tijd. Ik heb hem nooit op de radio gehoord of een interview van hem gelezen. Dat ik wel de serie I.M. zag, over zijn periode met Connie Palmen, helpt daar niet bij. Constant zie ik flitsen van een zichzelf met sardientjes volvretende Ramsey Nasr voor me, met z'n opgeblazen buik. Goed, ik dwaal af, een boekje om snel te vergeten.

Kennismaking. Faxen aan Ger, De - Nicolien Mizee (2017)

Alternatieve titel: Faxen aan Ger #1

3,5
Dit boek slingerde mij alle kanten op. Soms wilde ik Nicolien wurgen, dan weer ontroerde ze me enorm. Soms wilde ik haar toeschreeuwen: "Wie hou je nou voor de gek?!", dan weer zag ik een eerlijkheid die je zelden ziet of leest. Nicolien is een ontzettend gecompliceerde persoon die eigenlijk alleen een cappuccino wil drinken en een fax wil sturen aan de allesverpletterende Ger van haar hart. "En met mij loopt het ook wel goed af, want ik ben al gelukkig als ik leef en adem en niet iets tegen mijn zin hoef te doen. De rest is toegift."

Door haar sociale angsten, depressies en het gedrag dat daaruit voortkomt voelt de schrijfster zich vaak onbegrepen door anderen, terwijl ze, volgens zichzelf, zo duidelijk is. En daar zit iets dubbels in, of het roept iets dubbels op. Want aan de ene kant ís Nicolien heel eerlijk en duidelijk, en vind ik dat heel prettig en benijdenswaardig, maar aan de andere kant wil ik ook dat ze meer doet, iets onderneemt, en, sorry dat ik het zeg, niet zo zeurt en egoïstisch doet. Maar waarom maak ik me hier eigenlijk druk om? Waarom wil ik, willen we, zo graag dat iedereen 'gewoon lekker meedoet', net als de rest? Naast een soort persoonlijk dagboek fungeren de faxen dus ook als een soort spiegel voor de maatschappij.

In de aflevering van Boeken FM over dit boek hadden ze meerdere hele interessante discussies over dit boek en de schrijfster. En bijna alle punten die langskwamen, voors en tegens, zijn ook bij mij langsgekomen tijdens het lezen. Zeer de moeite waard voor hen die dit boek ook nog gaan lezen.

Het kijkje over de schouder van iemand met sociale angsten was heel interessant. Hoe iemand in het leven staat, hoe anderen daarop reageren en wat een dagelijkse worsteling dat kan zijn. Mizee kan goed schrijven, met humor, maar bij tijd en wijle was het ook bijzonder vermoeiend.

Nachtboek van een Slapeloze - Patricia De Martelaere (1988)

5,0
geplaatst:
Na een matige boekenstart dit jaar drijf ik al weken mee op een grandioze golf van leesplezier. Zo ook bij dit tweede boek dat ik van Patricia de Martelaere las, haar eerste. Wat een debuut!

Via nachtboeknotities volgen we de sympathieke slapeloze hoofdpersoon gedurende een langere periode. Niet of nauwelijks kan hij de slaap vatten. In een gehorig huis met vrouw, kinderen en huisdieren zit er niets anders op dan stil te blijven: lezen, muziekluisteren met de koptelefoon op, roken, nadenken, piekeren. De nachten lijken steeds langer te worden, steeds eenzamer en hij heeft steeds meer slaappillen en alcohol nodig om zijn pogingen niet op te geven en de wanhoop weg te spoelen. Langzaamaan vervreemdt hij van zijn lichaam, geest en van zijn familie.

Door de notities zit je, als een “petit homme intérieur”, in het hoofd van de hoofdpersoon en volg je zijn observaties en overpeinzingen. Je lacht, denkt, gist en huilt mee. Het is prachtig geschreven door De Martelaere en de vele filosofische verwijzingen, waarvan ik waarschijnlijk de helft niet eens goed heb begrepen, zorgen ervoor dat je af en toe pas op de plaats maakt, het boek even neerlegt en zelf ook na gaat denken.

Prachtig boek, meeslepend, zuiver op m'n oprit.

Oefeningen in Nergens bij Horen. Over Jean Améry - Jeroen Brouwers (1995)

4,0
Treurige 'biografie' over filosoof en schrijver Jean Améry, geboren Hans Mayer. Kind uit een joods gezin, maar niet-joods opgevoed. Aanhanger van de Wiener Kreis maar daar nooit deel van uitmakend. Op de vlucht voor het Naziregime, maar nooit kunnen aarden in België. Vier verschillende concentratiekampen van binnen gezien, waarin hij onder andere een barak deelde met Primo Levi. Levi schreef later nog een essay over Améry.

Volgens Brouwers viel Améry in vrijwel alle facetten van zijn leven tussen wal en schip, wat ook de titel verklaart. Dit kwam mooi, en bizar, tot uiting in een gebeurtenis waarbij Améry, deel uitmakend van een verzetsgroepje tussen 1940 en 1943, een vergadering had in hun hoofdkwartier. In hetzelfde gebouw, een verdieping lager, waren ook Duitse soldaten gestationeerd. Een soldaat kon de slaap niet vatten door het gebonk en gepraat boven zijn hoofd, stormde de trap op, stapte vloekend de ruimte binnen, en schreeuwde dat iederen stil moest zijn omdat hij en zijn kameraden vermoeid waren van hun nachtdienst. De verzetsgroep muisstil achterlatend, in doodsangst. Améry merkte daarover op:

Hij stelde zijn eis - en dat was waar ik eigenlijk nog het meest van schrok - in het dialect van mijn geboortestreek. Ik had deze tongval lang niet meer gehoord en daarom kwam het krankzinnige verlangen in me op hem in zijn eigen streektaal antwoord te geven. Ik bevond me in een paradoxale, bijna perverse gevoelstoestand van sidderende angst en tegelijkertijd opbruisende familiaire hartelijkheid, want de kerel, die weliswaar op dit ogenblik mijn leven niet bedreigde, maar wiens met vreugde uitgevoerde opdracht het was mijnsgelijken liefst massaal naar een vernietigingskamp te transporteren, kwam me plotseling voor als een potentiële kameraad. Zou het niet volstaan hem in zijn, mijn taal aan te spreken, om dan met een paar flessen wijn een Heimat- en verzoeningsfeest te vieren?


Uiteindelijk kwam hij dus toch terecht in vier verschillende kampen, waar hij gruwelijk werd gemarteld. Hij zou nooit meer hetzelfde zijn daarna.

Wie ooit gefolterd werd, voelt zich in deze wereld nooit meer thuis. De smaad van de vernietiging laat zich nooit meer uitwissen. Het vertrouwen in de wereld, dat deels al bij de eerste slag en later tijdens de foltering in zijn volle omvang wordt gebroken, komt nooit meer terug. Dat de medemens als tegenmens wordt ervaren, staat als een berg van verschrikkingen in de gefolterde overeind; daar kijkt niemand overheen naar een wereld waarin het principe van hoop regeert.


In oktober 1978 overleed Jean Améry, hij nam zijn eigen leven.

Ragazzo Selvatico, Il - Paolo Cognetti (2013)

Alternatieve titel: De Buitenjongen

3,0
De eerste paar dagen in de bergen die Cognetti beschrijft zijn heerlijk verfrissend. Je ziet de wolken, hoort het ritselende gras en voelt de kou. Alenig in een berghut, stukje kaas, beetje nadenken, boekie erbij. Klinkt goed!

Misschien komt het doordat ik eerst De Acht Bergen las dat het toch wel snel veel van hetzelfde wordt. Nog een beekje, nog een bokje, weer een wijntje. Cognetti's overpeinzingen zijn niet vervelend om te lezen, maar het levert allemaal ook niet veel op.

Gelukkig was het niet zo'n dik boek. Ik las het in bed en op de bank, maar ik kan me voorstellen dat je je in de tuin van je vakantiehuisje niet zult vervelen.

Stoner - John Williams (1965)

3,0
Eén van de favoriete boeken van mijn vriendin, hoger dan een vier gemiddeld hier, vier pagina's aan blurps voordat ik kon beginnen. Ik kan niet anders zeggen dat verwachtingen hooggespannen waren, maar dat ik uiteindelijk licht teleurgesteld ben.

Het (leven) hoeft niet groots en meeslepend te zijn om de moeite waard te zijn. Eens. Maar wat als het enige dat je hebt je werk is, je beste vriend een collega is waarmee je eens in de zoveel weken informeel contact hebt voorafgaand aan een werkoverleg, je een gevangene of een gast bent in je eigen huis en je niets inbrengt/hebt in te brengen, je bloedeigen kind zonder ook maar één weerwoord van je afgenomen wordt en richting de afgrond gepusht. Wat een verschrikking.

Alle belangrijke personages in het boek worden geïntroduceerd zonder dat we ook maar iets over ze te weten komen, met uitzondering van een enkele uitspraak of een dialoog van meer dan drie zinnen of gedachten die wat met elkaar te maken hebben. Het is pas halverwege het boek, vanaf de mondelinge toets van Walker dat we eindelijk eens een normale dialoog lezen en leren hoe Stoner ergens in staat. Vanaf dat moment komt ook Finch iets meer tot leven, iets later gevolgd door Kathrine.

De mondeling, de affaire en het naderend eind waren passages waar ik werkelijk doorheen vloog, maar het is eeuwig zonde dat de rest allemaal zo op de oppervlakte bleef, zo beschrijvend, en zoals anderen al zeiden: zo bordkartonnerig. Passieve en ellendige hoofdpersonen zijn goed aan mij besteed, maar dan wil ik wel weten waarom ze niks doen of zeggen of durven, of ik moet zelf kunnen puzzelen hoe het zo zou komen. Omdat hier bijna niks gegeven wordt, behalve ellenlange beschrijvingen van de omgevingen, zat dat er helaas ook niet in.

Absoluut geen slecht boek, ik las het in een paar dagen uit, maar ik betwijfel of het me lang bij zal blijven.

Op naar het kwartaalboek. Hopelijk kan de misère van Eddy mij meer bekoren.

Suicide - Edouard Levé (2008)

Alternatieve titel: Zelfmoord

3,5
geplaatst:
Een boek als een onderzoek naar een vriend van de schrijver die, zoals in de plotomschrijving beschreven, zelfmoord pleegde.

Wat direct opvalt is de stijl: de jij-vorm. Het is een opeenstapeling van fragmenten die samen over het leven van de vriend vertellen: waar hij (‘jij’ dus) woonde, hoe zijn kamer eruitzag, hoe hij weinig zei en daardoor veelal gelijk had (of in ieder geval geen ongelijk), hoe hij een concert bezocht waarbij de zanger zijn polsen doorsneed op het podium en de voorste rij met bloedspetters op de jas na afloop weer huiswaarts keerde, hoe hij dwaalde door een voor hem onbekende stad, en zo verder, van de eerste tot de laatste bladzijde.

Maar bij veel van de opgesomde zaken is ook iets geks aan de hand, bijvoorbeeld dat toen hij vijf was, hij zo’n moeite had met zijn trui aantrekken en zijn vader hem uitfoeterde. Hoe weet de auteur dit? Of hoe hij, eens op zijn eigen verjaardag, bij de schrijver thuis was en de moeder van de schrijver een taart voor de vriend gebakken had. Waarom? Steeds meer twijfels komen op, gaat dit nog wel over ‘de vriend’ of gaat dit eigenlijk over de schrijver? Later in het boek komen steeds meer observaties die veel meer aanvoelen als persoonlijke herinneringen, veel te intiem om te weten van een vriend. Het komt over alsof ‘de vriend’ fungeert als een stijlmiddel voor de auteur om zijn eigen ervaringen en gevoelens op papier te zetten. Een aantal dagen nadat hij het manuscript voor Suicide inleverde pleegde Levé namelijk zelfmoord, ook dit weten we al van de achterflap van het boek.

Doordat ‘het einde’ al vanaf het begin vaststaat krijgt alles wat daarna volgt een heel onheilspellend en definitief karakter. Alsof elke gebeurtenis gedoemd is te mislukken en elke karaktertrek medeverantwoordelijk is voor de fatale afloop. Je gaat als lezer op zoek naar tekenen van wat nog komen gaat. De vriend vervreemdt steeds meer, van zijn geest, van zijn lichaam, van zijn vrouw. Ik las hierin misschien ook minder het verslag van een vriend, maar meer de aftakeling van een depressieve man. Geen levenslust, geen plezier, geen perspectief. Veel gelezen en gehoord in materie over dit onderwerp, zelfmoord, is dan ook dat de zelfmoordenaar niet per se dood wil, maar niet meer op deze manier verder wil of kan leven.

Een bijzondere leeservaring, vooral door de stijl, die vooral aan het begin en het eind erg sterk is. Het middenstuk kabbelt een beetje voort en niet alle gebeurtenissen lijken even relevant, veelzeggend of boeiend. De stukken hierboven lezend (Volkskrant, Literair Nederland) kan dit boek misschien ook wel gezien worden als een kunstwerk op zich, een geschreven installatie waar de lezer deel van uit gaat maken. Niet overal even interessant, maar zeker de moeite waard.