Hier kun je zien welke berichten misterfool als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Tafereel van de Overwintering der Hollanders op Nova Zembla in de Jaren 1596 en 1597 - Hendrik Tollens (1819)
Alternatieve titel: De Overwintering der Hollanders op Nova Zembla

4,0
2
geplaatst: 11 augustus 2023, 21:36 uur
--“Uit deernis met de ramp, die 't opzet kosten zou, Geeft zij den tegenwind voor de afgebeden kou.
Maar, vruchtloos is haar wenk op voogd en scheepsgezellen: 't Was Neerland niet meer vreemd, natuur de wet te stellen!” --
In mijn jeugd namen mijn ouders enkele uitzendingen van de NPO voor me op; zo ook een programma over Willem Barentsz (1). Het verhaal maakte indruk. Nog steeds vind ik het een interessant thema: de mens in verzet tegen de ongerepte natuur. Geen wonder dat dit grootgedicht mijn interesse wekte. Verder wil ik me verdiepen in de romantiek en hun kritiek op een mechanisch, rationeel wereldbeeld. Tollens schijnt in Nederland een van de bekendere schrijvers van deze stroming te zijn (2). Schrijvers binnen de romantiek hanteren hoogdravend taalgebruik en dat is hier niet anders. Desalniettemin is de taal niet onduidelijk. In tegendeel! Zelfs 200 jaar na dato leest dit gedicht makkelijk weg. Bovendien voegt de rijm sfeer toe aan de natuurbeschrijvingen. Passages als de onderstaande waardeer ik daardoor zeer:
--“t Zijn klippen van rondom, zoo ver de blikken snellen, 't Zijn rotsen louter ijs, die topzwaar overhellen; die, van den vloed geknaagd en door den wind gekraakt, den dood bedreigen aan den eerste, die hen naakt.”--
Het creëert een mythologische dreiging die men normaal aantreft bij gothic horror. Het vormt bovendien een mooi tegenwicht voor de dwepende teneur van deze dichter (iets waar de tachtigers hem meedogenloos op zouden aanvallen). Het vormt geen stoorzender. Wellicht wordt het stoïcijnse vertrouwen op Gods genade te veel benadrukt. Ik zou verder meer psychologische diepgang willen zien. De zeevaarders worden immers niet minder heldhaftig als ze eens tegen hun onrechtvaardige lot tieren. Ach ja; het is een lofzang en in die voege vormt het een fijne leeservaring.
--"“Vaarwel, rampzalig oord, misdeeld van elken zegen! Geen voet betreê uw boôm, geen adem waai u tegen! Blijf onbezocht en woest en afgescheurd van de aard ...Vaarwel, ongastvrij oord, door Heemskerks ramp vermaard!”"--
Maar, vruchtloos is haar wenk op voogd en scheepsgezellen: 't Was Neerland niet meer vreemd, natuur de wet te stellen!” --
In mijn jeugd namen mijn ouders enkele uitzendingen van de NPO voor me op; zo ook een programma over Willem Barentsz (1). Het verhaal maakte indruk. Nog steeds vind ik het een interessant thema: de mens in verzet tegen de ongerepte natuur. Geen wonder dat dit grootgedicht mijn interesse wekte. Verder wil ik me verdiepen in de romantiek en hun kritiek op een mechanisch, rationeel wereldbeeld. Tollens schijnt in Nederland een van de bekendere schrijvers van deze stroming te zijn (2). Schrijvers binnen de romantiek hanteren hoogdravend taalgebruik en dat is hier niet anders. Desalniettemin is de taal niet onduidelijk. In tegendeel! Zelfs 200 jaar na dato leest dit gedicht makkelijk weg. Bovendien voegt de rijm sfeer toe aan de natuurbeschrijvingen. Passages als de onderstaande waardeer ik daardoor zeer:
--“t Zijn klippen van rondom, zoo ver de blikken snellen, 't Zijn rotsen louter ijs, die topzwaar overhellen; die, van den vloed geknaagd en door den wind gekraakt, den dood bedreigen aan den eerste, die hen naakt.”--
Het creëert een mythologische dreiging die men normaal aantreft bij gothic horror. Het vormt bovendien een mooi tegenwicht voor de dwepende teneur van deze dichter (iets waar de tachtigers hem meedogenloos op zouden aanvallen). Het vormt geen stoorzender. Wellicht wordt het stoïcijnse vertrouwen op Gods genade te veel benadrukt. Ik zou verder meer psychologische diepgang willen zien. De zeevaarders worden immers niet minder heldhaftig als ze eens tegen hun onrechtvaardige lot tieren. Ach ja; het is een lofzang en in die voege vormt het een fijne leeservaring.
--"“Vaarwel, rampzalig oord, misdeeld van elken zegen! Geen voet betreê uw boôm, geen adem waai u tegen! Blijf onbezocht en woest en afgescheurd van de aard ...Vaarwel, ongastvrij oord, door Heemskerks ramp vermaard!”"--
Thérèse Raquin - Émile Zola (1867)

4,0
2
geplaatst: 6 juni 2020, 16:50 uur
Thérèse Raquin is een roman over overspel en moord. In de editie die ik las, komt allereerst de schrijver aan het woord. Plechtig benadrukt Émile Zola dat het boek geschreven is - geheel volgens de uitgangspunten van het naturalisme- omwille van een welhaast wetenschappelijke interesse in tegengestelde persoonlijkheden die het slechtste in elkaar naar boven halen. Ik verwachte een documentaire achtige verteltrant. Aanvankelijk kreeg ik die ook.
Mooi droog, doch ietwat dreigend, beschrijft Zola hoe het hoofdpersonage opgroeit als nicht van een garen- en bandverkoopster. Thérèse's bepaald niet glorieuze leven is al voor haar uitgestippeld: een druilerige baan en een sullige echtgenoot in de vorm van Camille. Dan doet er zich echter een mogelijkheid tot ontsnapping aan in de vorm van de boerse, aspirant-schilder Laurent. Het overspel en de opbouw naar de moord op Camille worden minutieus beschreven.
De verdrinkingsdood van Camille blijkt echter aanleiding te zijn voor een geniepige stijlbreuk naar een psychologisch horrorverhaal. Geestverschijningen in schilderijen en verlamde oude dames met boze ogen worden onder meer van stal getrokken. Het deed mij enigszins aan Edgar Allan Poe denken. Deze stroomversnelling, waarin de hoofdkarakters steeds dieper in de miserie worden getrokken, is intrigerend, spannend en luguber. Als ik niet beter had geweten dan zou ik haast verwachten dat de mededeling aan het begin een soort post-modernistische meesterzet was van Zola, aangezien dit gedeelte mij hierdoor compleet overdonderde.
Al met al zie ik in Thérèse Raquin wel een klein meesterwerkje. Wellicht zou vandaag de dag het verhaal met iets meer tempo worden verteld. Ik heb me echter voor geen seconde verveeld! Émile Zola is in ieder geval een schrijver waar ik meer van wil lezen.
Mooi droog, doch ietwat dreigend, beschrijft Zola hoe het hoofdpersonage opgroeit als nicht van een garen- en bandverkoopster. Thérèse's bepaald niet glorieuze leven is al voor haar uitgestippeld: een druilerige baan en een sullige echtgenoot in de vorm van Camille. Dan doet er zich echter een mogelijkheid tot ontsnapping aan in de vorm van de boerse, aspirant-schilder Laurent. Het overspel en de opbouw naar de moord op Camille worden minutieus beschreven.
De verdrinkingsdood van Camille blijkt echter aanleiding te zijn voor een geniepige stijlbreuk naar een psychologisch horrorverhaal. Geestverschijningen in schilderijen en verlamde oude dames met boze ogen worden onder meer van stal getrokken. Het deed mij enigszins aan Edgar Allan Poe denken. Deze stroomversnelling, waarin de hoofdkarakters steeds dieper in de miserie worden getrokken, is intrigerend, spannend en luguber. Als ik niet beter had geweten dan zou ik haast verwachten dat de mededeling aan het begin een soort post-modernistische meesterzet was van Zola, aangezien dit gedeelte mij hierdoor compleet overdonderde.
Al met al zie ik in Thérèse Raquin wel een klein meesterwerkje. Wellicht zou vandaag de dag het verhaal met iets meer tempo worden verteld. Ik heb me echter voor geen seconde verveeld! Émile Zola is in ieder geval een schrijver waar ik meer van wil lezen.

Treasure Island - Robert Louis Stevenson (1883)
Alternatieve titel: Schateiland

2,5
1
geplaatst: 20 december 2020, 13:13 uur
Het avonturenverhaal ligt mij wellicht niet echt (uitzonderingen daargelaten). Enerzijds kan actie en sensatie een boek spannender maken, maar anderzijds ontbeert een narratief zo al snel diepgang. De zoveelste vechtscene verliest exponentieel zijn impact. Dit is een van de valkuilen waar Treasure Island intrapt.
Dit boek voelt daarnaast oubollig aan. Mijns inziens zijn hier twee redenen voor. Ten eerste zijn bepaalde beschrijvingen clichématig. De lezer mag ruwe rumzuipende zeevaarders, met papagaaien en afgezette benen, verwachten. Dit soort figuren zoeken ook nog eens naar een schat verborgen onder een kruisje. Goed, het banale van deze beeldvorming kan het boek niet worden aangerekend. Het was origineel toen Stevenson ze opschreef. Niettemin zijn deze beelden daarna zo veelvuldig ingezet dat de impact heden ten dage verloren gaat. Ten tweede voelt het boek gehaast aan. Zo besteedt de schrijver te weinig tijd aandacht aan het uitwerken van karakters en het scheppen van een sfeer. De actie staat centraal en de actoren blijven prentachtig. Dit resulteert in een verhaal dat vermaakt, maar niet ontroert.
Het is mogelijk dat ik met de verkeerde verwachtingen begon aan Treasure Island. Het boek wordt genoemd als een van de 1001 boeken die je moet lezen voor je sterft. Ik had een gelaagder verhaal verwacht.
Dit boek voelt daarnaast oubollig aan. Mijns inziens zijn hier twee redenen voor. Ten eerste zijn bepaalde beschrijvingen clichématig. De lezer mag ruwe rumzuipende zeevaarders, met papagaaien en afgezette benen, verwachten. Dit soort figuren zoeken ook nog eens naar een schat verborgen onder een kruisje. Goed, het banale van deze beeldvorming kan het boek niet worden aangerekend. Het was origineel toen Stevenson ze opschreef. Niettemin zijn deze beelden daarna zo veelvuldig ingezet dat de impact heden ten dage verloren gaat. Ten tweede voelt het boek gehaast aan. Zo besteedt de schrijver te weinig tijd aandacht aan het uitwerken van karakters en het scheppen van een sfeer. De actie staat centraal en de actoren blijven prentachtig. Dit resulteert in een verhaal dat vermaakt, maar niet ontroert.
Het is mogelijk dat ik met de verkeerde verwachtingen begon aan Treasure Island. Het boek wordt genoemd als een van de 1001 boeken die je moet lezen voor je sterft. Ik had een gelaagder verhaal verwacht.
Treatise of Human Nature: Being an Attempt to Introduce the Experimental Method of Reasoning into Moral Subjects, A - David Hume (1739)

4,5
4
geplaatst: 5 oktober 2024, 13:43 uur
David Hume’s schreef A Treatise of Human Nature voor een groot publiek; al was het toentertijd een grote flop (“the book fell stillborn from the press.”). Dat deze filosoof zich richtte tot een brede doelgroep, heeft als fijne bijkomstigheid dat de taal helder is. Niettemin kostte het mij enige tijd om dit boek door te lezen.
Hume bouwt zijn stellingen namelijk nauwgezet op. We hebben in beginsel te maken met een empirist. De basis van zijn betoog is dan ook dat ideeën volgen uit impressies (onze zintuigelijke waarnemingen). Ideeën zijn minder helder dan impressies. Een idee is ook geen een-op-een weergave van een impressie. We kunnen namelijk complexe ideeën vormen, waarin impressies zijn gewijzigd. Niemand heeft een Minotaurus gezien, maar we hebben wel een stier en een mens gezien en kunnen die impressies samenvoegen. Ideeën staan vervolgens doorgaans in een bepaalde relatie tot elkaar, te weten: continuïteit, identiteit, ruimte/tijd, kwantiteit, kwaliteit, tegenstrijdigheid en causaliteit. Tot zo ver zijn de overwegingen niet opmerkelijk.
Vervolgens plaatst Hume echter een bom onder het idee dat deze relaties rechtstreeks volgen uit onze impressies. De enige reden dat we tussen twee gebeurtenissen een causaal verband aannemen, is omdat de ene gebeurtenis tot nog toe wordt opgevolgd door de andere. Dat bepaalde objecten hun identiteit behouden, volgt evenzeer niet uit onze impressies. Tot nog toe is mijn koelkast steeds een koelkast gebleven, maar wie zegt me dat het, indien niemand kijkt, niet eigenlijk een wasdroger is? Het verklarend vermogen van empirisme is zo een stuk beperkter dan aanvankelijk gedacht. De mens heeft gelukkig een gewoonte om causaliteit en identiteit aan te nemen. Deze gewoonte is nuttig, maar daarmee volgen identiteit en causaliteit nog niet uit onze impressies.
Ten aanzien van de passies (harstochten als: jaloezie, haat, liefde etc), observeert Hume dat de impressie van een object pijn of plezier veroorzaakt. Er is dus een dubbele impressie: van het object en van de pijn of plezier. Een passie is een complex idee dat gevormd wordt uit deze dubbele impressie. Bij heftige hartstochten zie je dat de emotie verspringt van het ene naar het andere object. Zo laat goed gezelschap ons beter voelen over het eten. Vervolgens overweegt Hume dat rationaliteit eigenlijk met name onze hartstochten volgt (“reason is, and ought only to be the slave of the passions). Het zijn immers de hartstochten die aanzetten tot handelen. Rationaliteit bepaalt welk object een emotie oproept om vervolgens te bepalen welke relatie bestaat tussen het object en onze emotie. Onze rationaliteit wordt het sterkst gedreven door de huidige hartstocht; hoewel eerdere emoties nog steeds sluimerend aanwezig zijn en langzaam wegsterven.
Aangezien het de hartstocht is die aanzet tot handelen, wordt onze moraliteit vormgegeven door onze emoties en niet door onze rationaliteit. Emoties worden deels gevormd door gewoonten. Derhalve is er geen sprake van een (objectieve) moraliteit die rechtstreeks volgt uit de natuur. We voelen echter wel een zekere sympathie indien we overeenkomstigheden signaleren. Dit komt nog het dichtst bij een natuurlijke moraliteit. Hume stelt tevens dat de mens van nature egoïstisch is t.o.v. de wijde wereld en barmhartig ten opzichte van de directe omgeving (gezin o.a.). Het is dit conflict tussen enerzijds egoïsme en selectieve barmhartigheid en anderzijds schaarste dat aanleiding geeft tot ideeën over rechtvaardigheid.
Samenlevingen ontstaan omdat een meer rechtvaardige verdeling van middelen resulteert in een stabielere en veiligere leefomgeving. Zo’n omgeving maakt ook specialisatie mogelijk. Een samenleving vergt volgens Hume: dat bezit stabiel is, consensueel wordt overgedragen en dat beloftes grotendeels worden nagekomen. Deze vereisten veronderstellen niet dat er een overheid bestaat. Het vestigen van een overheid lost echter wel bepaalde problemen op. Mensen zijn namelijk met name geïnteresseerd in kortetermijn-belangen. Een overheid werkt omdat ze op korte termijn het nastreven van een langetermijn-belang beloont. De bevolking accepteert vervolgens de (gewelddadige) dwang van de overheid omdat de voordelen van stabiliteit zwaarder wegen dan de (relatief) geringe voordelen van (absolute) vrijheid en omdat de overheid verraad en rebellie ontmoedigt. Bij aanvang van een bepaalde machtshebber is er soms sprake van consensus (vaker van een gewelddadige machtsovername), maar vervolgens wordt de machtsverhouding veelal uit pragmatisme geaccepteerd. Al kunnen er moverende redenen zijn (tirannieke willekeur bijvoorbeeld) voor rebellie.
Een van de spannendste aspecten van dit traktaat is hoe Hume stapsgewijs opbouwt van een vrij onopvallende observatie (ideeën worden gevormd uit impressies) naar een robuuste politieke theorie. Hier merk je ook wel de invloed van de natuurwetenschappen (Newton met name) op het werk van Hume. Daar wordt evenzeer geredeneerd vanuit “First Principles.”
Na het lezen van A Treatise of Human Nature heb ik wel een ander beeld van David Hume. Zijn naam wordt in een adem genoemd met de verlichting; terwijl hij juist de vinger legt op slecht gemotiveerde denkstappen binnen het verlichtingsdenken. Ook is hij relativistisch t.o.v. moraal, aangezien hij een grote rol ziet voor gewoonte. Epistemologisch doet Hume mij eerder denken aan Kurt Gödel. Daar waar Gödel met wiskunde aantoonde dat de verklarende kracht van wiskunde niet onbeperkt is, laat Hume zien dat dat de verklarende kracht van empirisme niet onbegrensd is. Wat rest is een groot vraagteken. Hoe robuust is ons begrip van de omringende wereld? Hoe het ook zij; A Treatise of Human Nature is deswege een buitengewoon interessant boek dat de (aanzienlijke) moeite van het lezen waard is.
Hume bouwt zijn stellingen namelijk nauwgezet op. We hebben in beginsel te maken met een empirist. De basis van zijn betoog is dan ook dat ideeën volgen uit impressies (onze zintuigelijke waarnemingen). Ideeën zijn minder helder dan impressies. Een idee is ook geen een-op-een weergave van een impressie. We kunnen namelijk complexe ideeën vormen, waarin impressies zijn gewijzigd. Niemand heeft een Minotaurus gezien, maar we hebben wel een stier en een mens gezien en kunnen die impressies samenvoegen. Ideeën staan vervolgens doorgaans in een bepaalde relatie tot elkaar, te weten: continuïteit, identiteit, ruimte/tijd, kwantiteit, kwaliteit, tegenstrijdigheid en causaliteit. Tot zo ver zijn de overwegingen niet opmerkelijk.
Vervolgens plaatst Hume echter een bom onder het idee dat deze relaties rechtstreeks volgen uit onze impressies. De enige reden dat we tussen twee gebeurtenissen een causaal verband aannemen, is omdat de ene gebeurtenis tot nog toe wordt opgevolgd door de andere. Dat bepaalde objecten hun identiteit behouden, volgt evenzeer niet uit onze impressies. Tot nog toe is mijn koelkast steeds een koelkast gebleven, maar wie zegt me dat het, indien niemand kijkt, niet eigenlijk een wasdroger is? Het verklarend vermogen van empirisme is zo een stuk beperkter dan aanvankelijk gedacht. De mens heeft gelukkig een gewoonte om causaliteit en identiteit aan te nemen. Deze gewoonte is nuttig, maar daarmee volgen identiteit en causaliteit nog niet uit onze impressies.
Ten aanzien van de passies (harstochten als: jaloezie, haat, liefde etc), observeert Hume dat de impressie van een object pijn of plezier veroorzaakt. Er is dus een dubbele impressie: van het object en van de pijn of plezier. Een passie is een complex idee dat gevormd wordt uit deze dubbele impressie. Bij heftige hartstochten zie je dat de emotie verspringt van het ene naar het andere object. Zo laat goed gezelschap ons beter voelen over het eten. Vervolgens overweegt Hume dat rationaliteit eigenlijk met name onze hartstochten volgt (“reason is, and ought only to be the slave of the passions). Het zijn immers de hartstochten die aanzetten tot handelen. Rationaliteit bepaalt welk object een emotie oproept om vervolgens te bepalen welke relatie bestaat tussen het object en onze emotie. Onze rationaliteit wordt het sterkst gedreven door de huidige hartstocht; hoewel eerdere emoties nog steeds sluimerend aanwezig zijn en langzaam wegsterven.
Aangezien het de hartstocht is die aanzet tot handelen, wordt onze moraliteit vormgegeven door onze emoties en niet door onze rationaliteit. Emoties worden deels gevormd door gewoonten. Derhalve is er geen sprake van een (objectieve) moraliteit die rechtstreeks volgt uit de natuur. We voelen echter wel een zekere sympathie indien we overeenkomstigheden signaleren. Dit komt nog het dichtst bij een natuurlijke moraliteit. Hume stelt tevens dat de mens van nature egoïstisch is t.o.v. de wijde wereld en barmhartig ten opzichte van de directe omgeving (gezin o.a.). Het is dit conflict tussen enerzijds egoïsme en selectieve barmhartigheid en anderzijds schaarste dat aanleiding geeft tot ideeën over rechtvaardigheid.
Samenlevingen ontstaan omdat een meer rechtvaardige verdeling van middelen resulteert in een stabielere en veiligere leefomgeving. Zo’n omgeving maakt ook specialisatie mogelijk. Een samenleving vergt volgens Hume: dat bezit stabiel is, consensueel wordt overgedragen en dat beloftes grotendeels worden nagekomen. Deze vereisten veronderstellen niet dat er een overheid bestaat. Het vestigen van een overheid lost echter wel bepaalde problemen op. Mensen zijn namelijk met name geïnteresseerd in kortetermijn-belangen. Een overheid werkt omdat ze op korte termijn het nastreven van een langetermijn-belang beloont. De bevolking accepteert vervolgens de (gewelddadige) dwang van de overheid omdat de voordelen van stabiliteit zwaarder wegen dan de (relatief) geringe voordelen van (absolute) vrijheid en omdat de overheid verraad en rebellie ontmoedigt. Bij aanvang van een bepaalde machtshebber is er soms sprake van consensus (vaker van een gewelddadige machtsovername), maar vervolgens wordt de machtsverhouding veelal uit pragmatisme geaccepteerd. Al kunnen er moverende redenen zijn (tirannieke willekeur bijvoorbeeld) voor rebellie.
Een van de spannendste aspecten van dit traktaat is hoe Hume stapsgewijs opbouwt van een vrij onopvallende observatie (ideeën worden gevormd uit impressies) naar een robuuste politieke theorie. Hier merk je ook wel de invloed van de natuurwetenschappen (Newton met name) op het werk van Hume. Daar wordt evenzeer geredeneerd vanuit “First Principles.”
Na het lezen van A Treatise of Human Nature heb ik wel een ander beeld van David Hume. Zijn naam wordt in een adem genoemd met de verlichting; terwijl hij juist de vinger legt op slecht gemotiveerde denkstappen binnen het verlichtingsdenken. Ook is hij relativistisch t.o.v. moraal, aangezien hij een grote rol ziet voor gewoonte. Epistemologisch doet Hume mij eerder denken aan Kurt Gödel. Daar waar Gödel met wiskunde aantoonde dat de verklarende kracht van wiskunde niet onbeperkt is, laat Hume zien dat dat de verklarende kracht van empirisme niet onbegrensd is. Wat rest is een groot vraagteken. Hoe robuust is ons begrip van de omringende wereld? Hoe het ook zij; A Treatise of Human Nature is deswege een buitengewoon interessant boek dat de (aanzienlijke) moeite van het lezen waard is.
Tumba, Una - Juan Benet (1971)
Alternatieve titel: Een Graf

4,0
1
geplaatst: 10 maart 2024, 14:06 uur
Oorlog vernietigt niet enkel het heden en de toekomst, maar het vernietigt tevens het verleden. De Spaanse burgeroorlog wordt hier bezien door de ogen van het prepuberale hoofdpersonage. Deze novelle focust zich op ervaringen, waarvoor nog geen conceptueel kader bestaat. De jongen ervaart namelijk de oorlogschaos zonder dat hij iets weet van de voorgeschiedenis. Hij verschanst zich in een herenhuis, waarnaast een kerkhof ligt. Dit herenhuis wordt zo nu en dan belaagd door de republikeinen (er wordt door de aanvallers een socialistische leuze gescandeerd). Er bestaat een aanleiding voor deze aanvallen, maar die wordt verzwegen voor het hoofdpersonage. Sluiks wordt de jongen in een getroebleerde traditie geplaatst die -ware het verteld aan het hoofdpersonage - wellicht ten grave was gebracht. Qua schrijfstijl doet Juan Benet mij voornamelijk denken aan Gabriel García Márquez; al schrijft Benet hermetischer en mysterieuzer. Qua thematiek is dit kortverhaal een voorganger van de boeken van Javier Marias. Al richt Marias zich op geheimen die beter verzwegen hadden kunnen worden, daar waar Benet juist wijst op het gevaar van het verzwijgen van het verleden. Een Graf voelt in ieder geval aan als een vergeten parel die door het lezend publiek nodig weer opgegraven moet worden!
Turn of the Screw, The - Henry James (1898)
Alternatieve titel: De Onschuldigen

3,5
2
geplaatst: 5 oktober 2019, 16:25 uur
Prima griezelverhaal dat wordt gedreven door suggestie. Het hoogdravende taalgebruik creëert al snel gotische beelden en doordat het verhaal multi-interpretabel is,het is zeer de vraag of het hoofdkarakter een betrouwbare verteller is , raak je als lezer al gauw geïntrigeerd. De tekst weet bovendien op sluimerende wijze een bedrukkend gevoel op te wekken. Eigenlijk is The Turn of The Screw vooral een uitstekende vingeroefening. Goed geschreven, enigszins interessant, maar ook weer niet zo verheffend dat het een diepe indruk achterliet. Niettemin heb ik mij goed vermaakt met deze novelle.
Two Concepts of Liberty: An Inaugural Lecture Delivered before the University of Oxford on 31 October 1958 - Isaiah Berlin (1958)
Alternatieve titel: Twee Opvattingen van Vrijheid

4,5
2
geplaatst: 7 juli 2025, 20:02 uur
Isaiah Berlin is voornamelijk bekend van zijn negatieve en positieve interpretatie van vrijheid. Een negatieve uitleg van vrijheid betekent dat je een ander niet (actief) mag verhinderen om zijn mogelijkheden te ontplooien. indien iemand iets niet kan doen, omdat deze de middelen of eigenschappen daartoe niet heeft, is dat -onder de negatieve intepretatie- geen inperking van zijn vrijheid. De positieve uitleg van vrijheid kijkt juist wel naar de feitelijke mogelijkheden om doelen te behalen. Dit vormt een goede aanvulling op de negatieve interpretatie. Een hongerige vlotdobberaar is vrij in de negatieve zin des woords, maar hij kan met deze vrijheid niets anders dan sterven.
Daarnaast beschrijft deze filosoof de manieren waarop men vrijheidsbeperking herdefinieerd als een uiting van vrijheid. Als je als individu niet kan bereiken wat je wilt, kun je kiezen slechts te willen wat je kunt bereiken. Berlin noemt deze houding een innerlijk citadel. Naargeestiger zijn de pogingen om vrijheid te definiëren als rationele zelfverwezenlijking. Ouders beknotten de vrijheid van hun kinderen zodat deze zichzelf niet beschadigen. Een machtshebber kan op vergelijkbare wijze de vrijheid inperken omdat de ware zelf van de zijn onderdanen zo meer vrijheid krijgt. Dit is paternalistisch. De machthebber betoogt beter te weten dan zijn onderdanen hoe vrijheid dient te worden benut. De drang om te worden erkend in overeenstemming met de innerlijke beleving, wordt tot slot vaak hergeformuleerd als een gevecht voor vrijheid. Het is juist een van de belangrijkste redenen waarom men vrijheidsbeperkingen tolereert.
Berlin concludeert uiteindelijk dat het idee, dat er een perfecte harmonie bestaat tussen al deze verschillende interpretaties van ‘vrijheid’, een uiterst destructieve gedachte is. Vrijheid vergt een voorlopige balans, onder meer met andere idealen als rechtvaardigheid. Het is een onmogelijk richtsnoer dat noopt tot pragmatisch pluralisme. Het pluralisme dat Berlin voorstaat, resulteert in ieder geval in een verdomd interessant betoog. Veel tendensen die deze filosoof beschrijft, zie je nog steeds terug. Alleen daarom al is dit een van de meer indrukwekkende boeken die ik dit jaar las.
Daarnaast beschrijft deze filosoof de manieren waarop men vrijheidsbeperking herdefinieerd als een uiting van vrijheid. Als je als individu niet kan bereiken wat je wilt, kun je kiezen slechts te willen wat je kunt bereiken. Berlin noemt deze houding een innerlijk citadel. Naargeestiger zijn de pogingen om vrijheid te definiëren als rationele zelfverwezenlijking. Ouders beknotten de vrijheid van hun kinderen zodat deze zichzelf niet beschadigen. Een machtshebber kan op vergelijkbare wijze de vrijheid inperken omdat de ware zelf van de zijn onderdanen zo meer vrijheid krijgt. Dit is paternalistisch. De machthebber betoogt beter te weten dan zijn onderdanen hoe vrijheid dient te worden benut. De drang om te worden erkend in overeenstemming met de innerlijke beleving, wordt tot slot vaak hergeformuleerd als een gevecht voor vrijheid. Het is juist een van de belangrijkste redenen waarom men vrijheidsbeperkingen tolereert.
Berlin concludeert uiteindelijk dat het idee, dat er een perfecte harmonie bestaat tussen al deze verschillende interpretaties van ‘vrijheid’, een uiterst destructieve gedachte is. Vrijheid vergt een voorlopige balans, onder meer met andere idealen als rechtvaardigheid. Het is een onmogelijk richtsnoer dat noopt tot pragmatisch pluralisme. Het pluralisme dat Berlin voorstaat, resulteert in ieder geval in een verdomd interessant betoog. Veel tendensen die deze filosoof beschrijft, zie je nog steeds terug. Alleen daarom al is dit een van de meer indrukwekkende boeken die ik dit jaar las.
