menu

Hier kun je zien welke berichten dutch2.0 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Absolutist, The - John Boyne (2011)

Alternatieve titel: De Witte Veer

3,0
Ik had nog nooit iets van John Boyne gelezen, maar de verfilming van The Boy in the Striped Pyjamas maakte nogal indruk. Bovendien heb ik een (ik geef toe, merkwaardig) zwak voor boeken die tijdens de Eerste Wereldoorlog spelen.

The Absolutist past wat mij betreft niet in het rijtje klassiekers die over deze oorlog zijn geschreven. Wel is het een redelijk geschreven, meeslepend en mooi opgebouwd boek, waarbij het geen enkele moeite kost hem uit te lezen. Ook deze roman zou zo maar verfilmd kunnen worden, sterker nog, sommige scènes leken haast wel geschreven met een verfilming voor ogen.

Helaas valt er iets te veel op de roman aan te merken. Ik zal me beperken tot mijn twee grootste struikelblokken. In de eerste plaats maakt Boyne een beginnersfout door allerlei zaken uit te leggen die de lezer al lang weet. Zo is er de scène dat Tristan ’s nacht wakker schiet in de kazerne en allerlei geheimzinnige geluiden hoort. De volgende dag is Wolf verdwenen. Als lezer weet je dan al lang hoe de vork in de steel zit, maar toch legt Boyne het allemaal nog eens uit. Ook laat Tristan de hele roman door doorschemeren waarom hij uit huis is gezet. Als lezer begrijp je het allemaal prima, maar toch moet Boyne de hele episode nog eens uitgebreid beschrijven.

En dit zijn dan nog maar twee van de vele, vele voorbeelden.

Een ander dik minpunt is de overdrijving. De Eerste Wereldoorlog was al ellendig genoeg, dan hoef je het verder niet meer aan te dikken. En toch doet Boyne dit. Met gebruik van alleen maar clichés. De sergeant is een onmens, een gevangen genomen Duitse soldaat huilt eerst om zijn mutti, daarna laat hij een foto van zijn ouders zien en dan plast hij in zijn broek. Hersens belanden op je uniform, ratten kruipen rond tussen je tenen, luizen tussen je haren. Merkwaardiger nog, zo goed als iedere soldaat sterft, bijna niemand overleeft, niemand raakt gewond. Terwijl de cijfers uitwijzen dat de meeste soldaten overleefden, een veel minder groot aantal gewond raakte en er nog minder stierven. Wat de ellende trouwens niet minder maakte.

Kortom, The Absolutist is geen Soldier of the Great War, geen Regeneration en zeker geen Im Westen nichts neues. Maar als dit verfilmd zou worden, het liefst een beetje ingetogen, zou je waarschijnlijk een beste film hebben.

Act of Love, The - Howard Jacobson (2008)

4,0
Na The Finkler Question de tweede roman van Jacobson die ik heb gelezen. Iets minder dan TFQ maar nog altijd erg sterk...en een beetje ziek ook wel. Een man die leeft voor de pijn, en wel pijn van een heel bijzonder soort. De wetenschap dat zijn vrouw aan het rotzooien is met een ander windt hem niet echt op, maar hij kan niet zonder de gierende pijn die dit veroorzaakt.

Klinkt niet echt vrolijk, maar toch is The Act of Love een boek vol humor, of beter gezegd, een boek dat humor en tragiek combineert. Met als tragikomisch hoogtepunt (of dieptepunt, zo je wilt) een bezoek aan een fetishclub. Jacobson kiest er in dit geval niet voor om makkelijk te scoren, wat met deze parade aan merkwaardige fetishisten een fluitje van een cent zou zijn, maar hij opteert voor een respectvolle verwondering. En met hem de lezer.

The Act of Love weet ook nog te ontroeren en heeft wat mij betreft als enig minpunt dat je een woordenboek nodig hebt om hem in het Engels te lezen. Maar dat ligt meer aan deze lezer dan aan deze schrijver.

Afuta Daku - Haruki Murakami (2004)

Alternatieve titel: After Dark

4,0
Mijn achtste Murakami, en weer is het de Japanner niet gelukt me teleur te stellen. Wat dit boek speciaal maakt binnen het oeuvre van Murakami is het filmisch karakter. After Dark schreeuwt er om verfilmd te worden, met die strakke tijdsspanne van één nacht, de kleurrijke locaties en personages, de vlotte dialogen en de bizarre scènes (waarmee ik bijvoorbeeld het mobieltje bedoel dat afgaat op de supermarktplank tussen de zuivelproducten).

Ik ben het er trouwens niet mee eens dat dit verhaal nergens over gaat. Nou zal ik de laatste zijn om het verhaal binnenste buiten te keren en uit leggen, om te beginnen zou ik het niet eens kunnen, maar Murakami laat genoeg zien om in ieder geval een spoor van betekenis te ontdekken.

Neem alleen de hoofdpersonages. Drie zeer autonome karakters (Mari, Kaoru en Takahashi) tegenover drie karakters in verscheidene stadia van desintegratie. Om te beginnen Eri Asai, een meisje dat een dagtaak heeft om het mooie, perfecte modelletje te zijn. Net als Gotanda uit Dance, Dance, Dance is Eri Asai’s persoonlijkheid verdwenen onder de valse persoonlijkheid die de buitenwereld van haar heeft gemaakt. Haar echte persoonlijkheid is in slaap gesukkeld, maar heeft nog wel de mogelijkheid te ontwaken. Met de hulp van dat lieve zusje.

Een stapje naar onder ontmoeten we Shirakawa, een (soort) zakenman die ‘s nachts leeft, zijn gezin nooit ziet en zich alleen gelukkig voelt als hij werkt. Tijd voor menselijke gevoelens heeft hij nauwelijks, en wie hem observeert begrijpt ook dat die gevoelens nooit meer terug komen. Dit karakter deed me een beetje denken aan Patrick Bateman uit American Psycho.

En dan is er nog een soort menselijke robot, de Chinese gangster die volkomen beroofd is van wat voor gevoel dan ook. Zelfs als hij dreigende taal uitslaat klinkt hij als een nieuwslezer die het laatste nieuws oplepelt. Dit is geen mens meer maar een machine.

Het hele boek gaat naar mijn idee over de ontmoeting tussen duister en licht, tussen mensen en onmensen, tussen de wezens van de nacht (Shirikawa, de gangster) de verdwaalde wezens van de dag (Takahashi en Mari) en de wezens van de schemering (Eri en Kaoru). Die ontmoeting is wat mij betreft voldoende interessant. Denk je die ontmoeting weg, dan hou je nog altijd een ontroerend en boeiend geheel over. Zonder echte plot, maar daar kan ik in dit soort gevallen prima mee leven.

Art of Fielding, The - Chad Harbach (2011)

Alternatieve titel: De Kunst van het Veldspel

3,5
Heerlijk om te lezen, lastiger om te beoordelen. Om met het eerste te beginnen: The Art of Fielding leest lekker weg (Harbach kan ook echt wel schrijven), de personages zijn sympathiek genoeg, de verhaallijnen zijn zodanig sterk dat je wilt weten hoe het afloopt, en dan zijn er ook nog wat uitstapjes naar Melville en andere literaire grootheden. Waarbij een andere schrijver (John Irving) nooit wordt genoemd, maar zijn schaduw is overal te bekennen in dit boek.

Wat het alweer een stuk minder maakt, is het gebrek aan originaliteit. Het lijkt alsof Harbach een stuk of wat personages in de mal van het Amerikaanse sportdrama heeft gemikt, en rustig achteroverleunend zag wat dat opleverde. Werkelijk niets aan dit boek is origineel, of het nu om de personages, verhaallijn of uitwerking van de thema's gaat.

Wat het boek lastig te beoordelen maakt is het baseballgebeuren. Toevallig schreef ik kort geleden bij dit boek iets over het belang van details en dat sommige schrijvers zich verliezen in jargon. Dat doet Harbach hier. Een zin als Amherst pieced together a hit batsman, a single and a sacrifice fly to tie the game is voor een baseballliefhebber gesneden koek, maar voor hen die de sport niet kennen is het een stuk lastiger. En dit boek staat vol met dergelijke zinnen.

Voor mij niet zo'n probleem. Ik ben dol op baseball (net als Henry Cardinalsfan) dus voor mij was het prima te volgen. Maar voor niet-baseballfans staat er naar mijn smaak te veel baseball in. Wat er meteen voor zorgt dat dit niet een psychologisch drama is tegen een baseballachtergrond, maar een baseballdrama.

Kortom, een Irving-light van behoorlijke kwaliteit, maar een literaire sensatie kan ik er ook niet in zien.