menu

Hier kun je zien welke berichten Manta als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Joseph und Seine Brüder: Der Junge Joseph - Thomas Mann (1934)

Alternatieve titel: Jozef en Zijn Broers: De Jonge Jozef

5,0
Was heisst denn auch "unerträglich", wenn's doch ertragen werden muss und gar nichts anderes übrigbleibt, als es zu tragen, solange der Mensch bei Sinnen ist?

(Hfdst 5 / In der Höhle)


Kortste van de vier delen, maar De Jonge Joseph draagt veel gewicht. Het noodlot, dat in de overlevering die we (of nu ja.. ik in ieder geval) als kind kregen voorgeschoteld als matter-of-fact, krijgt van Mann de full treatment; Joseph is wonderlijk en bloedirritant en de extreme woede van zijn broers komt niet uit de lucht vallen. Een hoogtepunt is Josephs vertwijfelde klaagzang die verweven wordt met medeleven voor zijn broers.

Dat is misschien wel Thomas Manns grootste verdienste: hij laat mensen zien met fouten - en niet de minste. Kleinzielige ego's, hebzucht, jaloezie, eigendunk en hoogmoed. Tot grove, onvergeeflijke schending van mensenrechten. Maar nergens laat hij zijn personages in de steek. Ze kunnen haten en bedriegen en toch neemt hij het voor ze op. Niet dat hij een excuus verschaft, maar hij weet als geen ander: niets menselijks is ons vreemd.

Daarnaast is het mooi hoe de schrijver de archetypes van alle tijden bijeen weet te krijgen. Wie denkt, dat "Joseph und seine Brüder" een vrome bijbelvertelling is, komt lelijk bedrogen uit.

Ten slotte nog een overweging. De periode waarin de 4 boeken tot stand zijn gekomen, 1932-1943, valt natuurlijk akelig samen met de opkomst van het Derde Rijk. Hoe moet dat zijn geweest, om een boek zo nadrukkelijk over Joodse stamvaders te schrijven voor een publiek dat juist een rabiaat anti-semitisch regime aan de macht had geholpen? Gezien zijn positie als meest vooraanstaande Duitse schrijver van zijn tijd en Manns betrokkenheid bij zijn volk, de politiek en goed en kwaad kan het toch haast niet anders, dan dat dit boek een reactie is op die actualiteit? Als hij Der junge Joseph schrijft, siddert de horror van de geschiedenis nog onder de oppervlakte, maar zijn de gruwelijkheden die de broers begaan en de redeneringen waarmee zij hun gedrag goed proberen te praten, niet een vertaling van de fascistische retoriek? En verklaart het misschien ook dat dit boek ondanks alles eigenlijk heel hoopvol is? Ja, een noodlot voltrekt zich, ja tranen vloeien en harde lessen worden geleerd, maar het komt goed. Een gedachte die op de laatste pagina van Doktor Faustus (1947) hopeloos aan diggelen ligt...

Oude Kustlijn, De - M. Vasalis (2002)

4,0
Ik las dit als onderdeel van 'Verzamelde Gedichten'. De eerste 3 bundels van Vasalis bleven op veilige afstand. Mooie taal, dat wel, en dito vondsten. Maar onder de huid kroop het nergens, vooralsnog. En dan hakken onverwacht de gedichten van De Oude Kustlijn er vol in. Onvoorstelbaar dat de dichter dit bewaarde voor haar postume werk, en tegelijk, wellicht zo dicht op de dood, dat zij niet anders kon.

Uit de sneeuwwitte weide verrijst onverhoeds
een paard. Hoe het staat, wat het doet
vindt plaats. Nu. Voorgoed.
Adem licht, deze teug, dit paard, deze wei
gaan voorbij, maar zijn, deze nacht, deze pijn
een keer samen met mij. Nu. Voorgoed.


Prachtig, toch?

Turks Fruit - Jan Wolkers (1969)

3,5
Stuiterend van de hormonen was ik in de jaren 80 nauwelijks in staat om Turks Fruit anders te lezen als veredelde porno, het verhaal ging verloren in de zucht naar 'vleselijke' passages. Wat een verademing om het dan nu in zijn geheel te lezen en te ontdekken dat de vele grofgebekte, ongecensureerde anekdotes de trekken zijn van een zich aankondigende tijdsgeest en van een groots schrijverstalent. Turks Fruit is een prachtige, eigen variant op het archetypisch verhaal over liefde, verlies en dood. Met een tomeloos droevig einde en het geleefde leven als troost.

Van Oude Menschen, de Dingen Die Voorbij Gaan - Louis Couperus (1906)

Alternatieve titel: Van Oude Mensen, de Dingen Die Voorbijgaan

4,0
Vergeleken met die andere (familie), die in hetzelfde tijdsgewricht in Lübeck het eigen verval met lede ogen moet aanzien, is het verhaal over Ottilie Dercksz en haar nazaten beduidend minder ambitieus. Maar dat maakt het voor de betreffende familieleden niet minder schrijnend.

Afgezien van een incidenteel kort verhaal ( De Obsessie ) tijdens de middelbare schooltijd en het in die tijd waarachtig schokkende beeld van een blote Pleuni Touw, badend in bloed voor de televisiebewerking van De Stille Kracht, is Oude Mensen mijn eerste echte kennismaking met Couperus. Ik had schrik voor het stoffige imago van de man die volgens ‘de canon’ misschien wel onze meest vooraanstaande schrijver is. Die aarzeling is ten onrechte, zoals eenieder weet die met het archaïsche Nederlands overweg kan. Op een elegante, suggestieve manier ontvouwt Couperus al vroeg in het boek, waarin alle personages aanhoudend ouder en jonger lijken dan ze zijn, de eerste onthutsende feiten: dood- en erfzonde, bloedschande en zwijgen. En een zware schuld, die als een stil, verwijtend fantoom - Het Ding - voorbijgaat. In plaats van stoffige of trage kost, zien we een schrijver die bij wijlen radicaal zijn tanden kan laten zien:
"recht zat zij, als troonde zij, als ware zij een vorstin naar leeftijd en naar gezag, waardig en zonder blaam, maar zó breekbaar en bros, als zou de adem van de Dood straks haar ziel verwaaien."
Of:
"...zijn dun grijs haar scheen, weggevreten door mot, nog in rafels aan zijn schedel te hangen,..."
Zo borduurt Louis Couperus de details op zijn sluier van authentieke alledaagsheid waaronder de angst, de verdorvenheid en het schandaal trillen en sidderen!

Het duurde even voor ik mijn vinger erachter kreeg, met wie ik nu eigenlijk geacht was mee te leven. Mededogen, of plaatsvervangende spijt, voor deze of gene is niet moeilijk op te brengen maar de enige die ik het geluk kan gunnen is de jonge Ottilie; zij heeft aan het grauwe, schuldige bestaan in Nederland weten te ontkomen en in Nice een modern, vrij leven gevonden met haar minnaar. Echter, zij mag dan weliswaar een verfrissende verschijning zijn, meer dan een voetnoot in de hele geschiedenis neemt ze niet voor haar rekening. Pas op driekwart van het boek drong tot me door dat de momenten waarop Het Ding Dat Voorbij Gaat daadwerkelijk langs trekt, de eigenlijke hoogtepunten van het boek zijn. En daar gaat ook de sympathie naar uit; het Ding wil gekend worden! Want laten we eerlijk wezen, die personages klungelen stuk voor stuk maar wat aan...

De tragedie van Van Oude Mensen lijkt misschien over een noodlottig incident uit het verleden te gaan, maar in essentie beschrijft het de tragiek van niet weten te midden van getrouwen, van weten en zwijgen, en van de zelf-overtuigde eenzaamheid van de zwijgend-wetende. De griezelige wijze waarop het Ding optreedt in nabijheid van de oude Ottilie, die met het verleidelijke uiterlijk en verlangen van haar inmiddels lang vervlogen jeugd alle decadente onheil over haar nazaten heeft afgeroepen, is in feite al niet meer nodig. De stervende over-overgrootmoeder schat haar verzwijgen als haar grootste zegen. In die illusie vouwt ze gelukzalig haar handen en laat een etterende wond achter, die zij niet alleen zichzelf maar ook de anderen heeft ontzegd te verzorgen. En dan toch nog zoveel liefde - of wat daar voor doorgaat - om zich heen...

Twee kwesties knagen nog. In het tamelijk droge nawoord bij de Perpetua-uitgave wijst Fréderic Bastet op een aantal autobiografische details (van Couperus' levensloop ben ik maar weinig op de hoogte) waaronder de impliciete homoseksuele aard van Lot. Laat dat dan eventueel verklaren waarom zijn incestueuze huwelijk met Elly geen enkele bedenking bij hem teweeg brengt. Maar een raadsel blijft waarom de oude Ottilie en de oude Takma, als ze dan zo gepassioneerd van elkaar hielden, na hun schanddaad nooit getrouwd zijn.