Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Donkerwoud.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026
Kniven i Ilden: Ruijan Rannalla - Sanger fra Ishavet - Ingeborg Arvola (2022)
Zachte strelingen in een hard bestaan. Of zoals 'Het Mes in het Vuur' (2022) leest alsof je je na een intensieve werkdag terugtrekt in een Noorse sauna. Wat stoom afblazen na het schapen scheren, vis snijden of hachelijke sneeuwtochten met de slee. Ingeborg Arvola heeft namelijk een heerlijk zinnelijke schrijfstijl vol naturalistische sfeerbeschrijvingen over de strijd tegen de elementen en innerlijke verlangens. Met een sympathieke ik-verteller als Brita Caisa Seipajærvi, die met haar twee buitenechtelijke zoons probeert te ontsnappen aan de strenge Finse kerktucht. Maar het verlangen is sterker dan het verstand wanneer Brita Caisa opnieuw valt voor een getrouwde man. Kan zij deze keer wel een leven met hem opbouwen, of zal zij weer afgestraft worden voor haar zonde? Misschien snijdt de kerkelijke moraal dieper door haar ziel dan welke sneeuwstorm ook.
Ik denk dat veel lezers 'Het Mes in het Vuur' (2022) een heel mooi historisch epos zullen vinden. Het zet namelijk een fijn beeld neer van de Noorse wildernis in de 19e eeuw, waar Lappen en Samen hun nomadische bestaan kwijtraken aan de opkruipende modernisering. In die zin voelt het zelfs wat als een western (Zonder het wapengekletter, natuurlijk.) Brita Caisa is ook een fijn personage als een soort medicijnvrouw met overtuigingen die passen bij de tijdsgeest, zoals haar spiritualistische wereldbeeld en geloof in dwergen. Helaas schiet Arvola ook een tikkeltje door met overdreven gedetailleerde beschrijvingen van familietakken en hun onderlinge verhoudingen tot andere dorpsgenoten. Het lijkt ook niet altijd een duidelijk doel te dienen voor de spanningsboog. En als Nederlandse lezer raak je sowieso snel de tel kwijt met zoveel Finse/Noorse namen.
Maar begrijp me niet verkeerd. Soms is het lekker om je literair terug te trekken in een Noorse sauna en simpelweg te genieten van de warmte. Niet te diep hoeven nadenken. Niet geconfronteerd worden met de gruwelijke actualiteit. Mijmeren over verboden liefdes. Arvola zuigt je met 'Het Mes in het Vuur' (2022) wel echt op in een onontgonnen wildernis die zo ver weg lijkt en toch zo dichtbij. Ik zou een vervolgdeel van deze reeks zonder nadenken oppakken.
»
details
» naar bericht » reageer
Hadiqat Alsiyqan - Mahmoud Jouda (2020)
Geamputeerde trots
In 'Een Tuin Voor Verloren Benen' (2020) vraagt de ik-verteller zich af of hij zijn eigen lijf en leden in de waagschaal wil stellen voor het Palestijnse verzet. Nog voor de gebeurtenissen rond 7 oktober was er de zogenaamde 'Mars van de Terugkeer', waarbij Israëlische soldaten op scherp schoten om demonstranten de mond te snoeren. Wat voor hoopvolle Gazanen aanvankelijk begon als een sprankje verzet tegen het schrijnende machtsoverwicht, liep uit op een vernederende realiteitscheck. Het protest zou 200 Palestijnen het leven kosten en rond de 8000 mensen raakten gewond. De Gazaanse auteur Mahmoud Jouda tekent de getuigenissen op van achterblijvers wiens ledematen werden weggeschoten met dumdumkogels. Of van de mensen die plotseling moesten zorgen voor gehandicapte familieleden en vrienden. Welk extra leed droegen deze Gazanen op een plek zonder specialistische zorg of enige vorm van psychische hulp!?
'Een Tuin Voor Verloren Benen' (2020) is alleszins een gruwelijke en macabere roman. Jouda laat geen passage onbenut om te focussen op amputaties, rottende wonden, operaties met weinig verdoving en mensen die hun geslachtsdelen verliezen. Het schetst een immens grimmig beeld van Gaza als een plek waar zelfs de ik-verteller naarstig weg probeert te komen van menselijk lijden. Het is teveel. Te hopeloos. Te onmogelijk om er iets aan te veranderen. De jonge professor wil zijn intellectuele vermogens inzetten om schoonheid te creëren en kennis te vergaren. Niet steeds geconfronteerd worden met de eigen gevangenschap van lichaam en geest. Het defaitistische wereldbeeld van de ik-verteller vormt een contrast met z'n jeugdvriend Hassan, die nog steeds gelooft dat de 'Mars van de Terugkeer' betekenis heeft. Het ultieme verlies is wanneer je je menselijkheid verliest, zeker richting de gehandicapte Gazanen die verder moeten na hun opoffering.
In Gaza liggen de gedeelde trauma's op straat. Zo vertelt een medepassagier tijdens een taxiritje of een toevallige notenverkoper zomaar een triest verhaal over iets of iemand wat ze hebben verloren. Ik waardeer de journalistieke insteek waarmee Jouda anekdotes van gewone Gazanen heeft verwerkt in het narratief. Zulke wrange en pijnlijke verhalen geven 'Een Tuin Voor Verloren Benen' (2020) absoluut een bepaalde authenticiteit. Al moet ik eerlijk zeggen dat Jouda zijn eigen literaire stijl nog niet heeft geperfectioneerd. De existentiële twijfels van de ik-verteller over zijn eigen rol in het verzet zijn interessant, maar door diens afstandelijke positie als toeschouwer voelen de gruwelijkheden tegelijkertijd een tikkeltje droog en repetitief. Het levert weinig psychologische diepgang op als dierbaren van de ik-verteller hun ledematen verliezen tijdens de demonstraties.
Toch is het duidelijk waarom Mahmoud Jouda een schrijver is om in de gaten te houden. Hij bouwt met 'Een Tuin Voor Verloren Benen' (2020) op naar een genadeloze climax waarin werkelijkheid en fictie bij elkaar komen. Waar verzet, hoop en verlangen botsen met de bikkelharde realiteit. Het is voor de ik-verteller misschien onmogelijk om te ontsnappen aan de trauma's uit Gaza, maar hij weet schoonheid te vinden om het menselijke lijden over te brengen aan anderen. Voor even proeven we als lezer aan een Gazaanse stem die nog steeds ongehoord blijft. En ondertussen blijven de Israëlische gruwelijkheden zich maar opstapelen en is hun vrijheidsstrijd hopelozer dan ooit.
(Ik reageer niet op mensen die het boek niet hebben gelezen. Literatuur deel je met medelezers, maar niet met mensen die eigen meningen belangrijker vinden dan literaire werken.)
»
details
» naar bericht » reageer
Drei Kameradinnnen - Shida Bazyar (2021)
In de ogen van anderen. Ze zijn jong, links, hoogopgeleid en staan midden in het leven. Eigenlijk verschillen twintigers Kasih, Hani en Saya nauwelijks van andere leeftijdsgenoten: hun vermoeiende dates met teleurstellende mannen, hun carrièregerichte ambities en hun eerste teleurstellingen over een wereld die minder te vormen blijkt dan gehoopt. Maar de drie hartsvriendinnen hebben een migratieachtergrond in een tijdsgeest waarin extreemrechtse sentimenten de overhand krijgen. De meest afschuwelijke dingen worden openlijk gezegd en bij de jonge vrouwen leeft het besef dat ze zich altijd ergens tegen moeten verdedigen. Toch gaan ze er alle drie anders mee om. De ik-verteller Kasih ziet ook wel waarom conformiste Hani er bijvoorbeeld voor kiest om de lieve vrede te bewaren en waarom activiste Saya juist steeds het conflict opzoekt. Accepteer je gelaten wat mensen over jou denken of verzet je je ertegen? Tegen welke prijs?
Shida Bazyar maakt al vrij vroeg in 'Drei Kameradinnen' (2021) korte metten met het idee dat je deze drie jonge vrouwen kunt reduceren tot hun afkomst. Haar ik-verteller Kasih spreekt de lezer direct aan om verwachtingen bij te stellen over wat men gaat lezen. Het is eigenlijk best verfrissend, maar dit is met klem géén roman over opgroeien met een specifieke achtergrond. Compleet irrelevant dat auteur Bazyar zelf bijvoorbeeld Iraanse roots heeft, want de zusterschap die ze schetst is er eentje op basis van gedeelde ervaringen over alledaags racisme. Geen exotische sfeerschetsen van hun anders-zijn. Geen nostalgische of melancholische mijmeringen naar een land waar de roots liggen. Geen fascinatie met vreemde tradities die afwijken van wat witte lezers kennen. Geen vrijheidsstrijd om te moeten ontsnappen aan dominante ouders of een conservatieve geloofsgemeenschap. Kasih, Hana en Saya zijn zelf aan zet als individuen.
De drie vrouwelijke kameraden merken dat de sfeer grimmiger wordt. Centraal in het narratief van 'Drei Kameradinnen' (2021) is Saya's obsessie met een geruchtmakende moordzaak rond een groep neonazi's, die zich richtten op slachtoffers met een migratieachtergrond. Tot groot chagrijn van de jonge activiste lijkt de ernst van deze zaak niet door te dringen tot witte Duitsers. De grote olifant in de kamer wordt stelselmatig vermeden: hoe ver staan deze nazidenkbeelden nog af van hoe men in bredere zin denkt over multiculturaliteit? Zo lijken de traditionele media meer geïnteresseerd in psychologische portretjes van de daders dan in maatschappijkritiek. Op sociale media verschijnt zelfs opvallend veel steun voor de neonazi's. Openlijk en ongegeneerd. Zonder veel tegengas van links. Het maakt Saya steeds woedender dat zij hierin niet begrepen lijkt te worden.
Ook Hani en Kasih weten niet goed wat ze met Saya's queeste aan moeten. Ze twijfelen of het niet aan paranoia grenst dat hun vriendin achter elk incident racistische motieven zoekt, maar intuïtief snappen ze haar frustratie wel. Zo ervaart Hani dat positieve discriminatie in haar functie bij een dierenrechtenorganisatie vooral leidt tot ongemak en onderwaardering. Het lijkt nooit helemaal te klikken met witte collega's, omdat ze zich niet kunnen verplaatsen in haar ervaringen. Ook Kasih loopt tegen soortgelijk onbegrip aan als afwijzing op afwijzing volgt in haar zoektocht naar een eerste baan. Mevrouw Duncker van het jobcenter lijkt maar niet door te hebben hoe frustrerend het is dat een ambitieuze jongedame geen kansen krijgt. Op onduidelijke gronden. Uiteindelijk sluimert Saya's onbehagen óók door in de ervaringen van haar vrouwelijke kameraden. Als een fundamenteel gevoel van niet begrepen worden.
Het vuurtje van Saya's activisme zal leiden tot een explosieve finale. Ze zal met een laatste daad stelling nemen en zich eindelijk direct richten tot de neonazi's. Zonder angst voor de gevolgen. Zal haar verzet tegen de status quo te ver gaan? Of is het gerechtvaardigd om geweld met gelijke munt terug te betalen? Maar dan komt Shida Bazyar met een aantal onthullingen die opeens alles in een ander licht zetten. Misschien ging je al lezend toch teveel af op eigen vooroordelen en verkeerde informatie. Het maakt 'Drei Kameradinnen' (2021) een speelse ideeënroman over alledaags racisme en de grenzen van activisme om dingen te veranderen. Over vrouwelijke bondgenoten in tijden van maatschappelijke onrust als er te weinig wordt geluisterd naar individuele ervaringen.
»
details
» naar bericht » reageer