menu

Hier kun je zien welke berichten omsk als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

As I Lay Dying - William Faulkner (1930)

Alternatieve titel: Terwijl Ik Al Heenging

4,0
Het verhaal is geweldig origineel, en Faulkner experimenteert bij vlagen heel knap met wat de literatuur vermag. De constante wisseling van verteller vond ik leuk uitgwerkt, maar het weglaten van leestekens en woorden, het mijn moeder is een vis-gelul en het anderszins James Joyce-je spelen is niet echt aan mijn besteed. Dan zie ik grijze Amerikaanse literatuuropa's voor me die dit soort geneuzel per definitie helemaal te wauw vinden, en daar heb ik niks mee.

Niettemin! Een verhaal dat zo'n geestig onderwerp heeft (een chagrijnig gezin dat met een grafkist loop te zeulen en door geen plaag gespaard wordt) en op zo'n scherpe manier uitgewerkt is, verdient het om bij de grootste Amerikaanse boeken van de vorige eeuw gerekend te worden.

Kojinteki na Taiken - Kenzaburo Oë (1964)

Alternatieve titel: Het Eigen Lot

4,0
En dan nu een inhoudelijk berichtje:

Ik hoorde het eerst van Kenzaburo Oë door een verwijzing uit een boek van Murakami. Ik zou het eigenlijk op moeten zoeken, maar ik meende dat hij zowel in Kafka op het Strand als in het nawoord van de Opwindvogelkronieken genoemd wordt, en in dit nawoord wordt Oë een beetje neergezet als het grijze boegbeeld van de oude Japanse literatuur die helemaal niks moet hebben van de Westerse inslag van Murakami.

Ik had dit nog een beetje in het achterhoofd toen ik het bericht van sxesven las, maar ik besloot het boek dan toch een kans te geven. Gelukkig klopte mijn perceptie van Oë geenszins. Het boek is vlot, heeft diepgang en is verre van belegen. Zoals sxesven al opmerkt, zijn de beschrijvingen van de karakters die Oë geeft bijzonder levendig en menselijk. De leegheid die de eerste naoorlogse generatie van Japan gevoeld moet hebben is scherp en eerlijk verwoord.

Na ook wat secundaire literatuur te hebben gelezen, kon mijn vooroordeel van grijs boegbeeld al helemaal in de prullenbak, een schrijver als Oë heeft juist het pad geplaveid voor iemand als Murakami omdat hij begonnen is met het slaan van een brug tussen Amerikaanse en Japanse literatuur.

Mooi boek, mooi verhaal, mooie schrijver.

Krushqit Janë të Ngrirë - Ismail Kadare (1981)

Alternatieve titel: De Versteende Bruidsstoet

3,5
Sterk hoe Kadare een liefdesgeschiedenis verweeft met het politieke, en hoe hij zich (als Albanees, en bij leven van Enver Hoxha) als waarnemer van grote afstand opstelt: "daar zitten we dan, twee vijandige partijen op een minuscuul brokje materie in de kosmos, om ons heen bewegen zich sterren, melkwegstelsels en huiveringwekkende zwarte gaten, en wij kunnen die haat maar niet vergeten".

De oneindigheid van het heelal mag het conflict tussen de Albanezen en Serviërs in een geruststellende context plaatsen, maar daartegenover plaats Kadare de oneindigheid van de tijd:

"[er werd] verwezen naar de Kristalgrot bij Gadima, waar een stalactiet en een stalagmiet vielen te bewonderen die zich precies in elkaar verlengde bevonden Geologen hadden uitgerekend dat het anderhalf miljoen jaar zou duren voordat ze elkaar zouden bereiken. In de pers en op de televisie sprak men erover als over de Romeo en Julia van Kosovo. Nïemand durfde het met zoveel woorden te zeggen, maar iedereen wist dat het ging om een Albanese Romeo en een Servische Julia, en de periode van anderhalf miljoen jaar werd beschouwd als een duidelijke aanwijzijng dat het wantrouwen tussen de beide volkeren niet spoedig zou verdwijnen."

Dat lijkt me een kenmerk van vele conflicten: wat in de ruimte futiel is, wordt in de tijd als oneindig voorgesteld. Door politici en media die oude mythen en haat als een constante opvoeren.

Lolita - Vladimir Nabokov (1955)

4,0
Woaah, wat hebben we hier dan? Wát een navrant en boeiend relaas is hier in een paar honderd pagina's samengebald. Nabokov schrijft zo scherp, met zoveel humor en liefde voor liefde dat er helemaal geen twaalfjarig meisje nodig is - dat het boek door de ongekend scherpe pen van de auteur evengoed spannend zou zijn geweest wanneer er een meer alledaags liefdesverhaal uitgewerkt was. Maar het verhaal is niet alledaags, en dat zorgt voor het beetje extra diepte dat dit boek één der beste ooit maakt.

Ik heb de gewoonte de beste vondsten van een schrijver te onderstrepen, waardoor er in dit boek op gegeven moment al even veel houtskool als inkt op de pagina's stond.

Mensen die zich verontschuldigend of beschaamd opstellen tegenover de thematiek snap ik trouwens helemaal niet - als je een goed boek over een inbreker leest, plaats je toch ook niet de toevoeging: éigenlijk ben ik tegen misdaad?

Soumission - Michel Houellebecq (2015)

Alternatieve titel: Onderworpen

3,0
Na het in mijn ogen verrassend goede De Kaart En Het Gebied, levert Houellebecq nu een roman af die een stuk minder raakt. Het hoofdpersonage is niet boeiend, heeft geen opvattingen, laveert tussen misantropisch hedonisme en de plotse drang het klooster in te gaan en weet geen enkele sympathie of speciale belangwekkendheid los te brengen.

Daarnaast lijken de beschrijvingen erg op automatische piloot: een kloosterbroeder die 'je het ministerie van financiën zou toevertrouwen' en twee pagina's verder 'een Pierre Moscovici-hoofd' blijkt te hebben? Wat een associatief gekunstel.

De roman wordt gered door de originaliteit van het politieke subplot. Dat komt deels door het realistische (en soms haast voorzienende) scenario - inderdaad kán dit in het Franse systeem - en anderszijds door de knappe ingehoudenheid waarmee Houellebecq de ik-persoon dit scenario laat ondergaan. De cultuur-kritiek is omfloerst en ingehouden, en daarmee vreemd genoeg krachtiger dan de twee gestrekte benen die ik me herinner uit Platfom.

Dus daarom een krappe voldoende, maar ergens vrees ik dat een volgend boek wel door de ondergrens gaat.

Voyage au Bout de la Nuit - Louis-Ferdinand Céline (1932)

Alternatieve titel: Reis naar het Einde van de Nacht

5,0
Humor ontbreekt volledig? Ik heb me nu juist ontzettend vermaakt met dit boek. Het geweeklaag van de verteller is bij vlagen al zeer amusant, maar het allergrappigste vond ik dat werkelijk iédereen die Céline tegen komt op de zelfde klagerig-filosofische manier tegen de wereld aan kijkt. Zo ontvouwt Céline een hele eigen wereld die alleen in een boek zou kunnen bestaan.

En dat is waar de hele literatuur om gaat, een schrijver heeft een aantal blanco velletjes en van daaruit heeft hij de vrijheid de wereld neer te zetten zoals hij dat wil. De absurde manier waarin Céline een wereld beschrijft die werkelijk op geen enkele manier deugt, is heerlijk om te lezen. En ik dat vind dat niet omdat ik een naar herkenning zoekende misantroop ben, maar omdat Céline zijn beschrijvingen zó over de top trekt dat het me haast onmogelijk lijkt om dit boek als een serieuze Schopenhauer-achtige aanklacht te zien. Céline gebruikt zijn misantropie om een sfeer te schetsen, niet om de superioriteit van zijn persoonlijkheid door te drukken. Dat is althans hoe ik dit boek beleef, en dat is waarom ik zoveel sympathie voor de ik-persoon opbreng.

Ik heb dit boek haast aan één ruk door uitgelezen en toen ik het uit had dacht ik: dit is pas een boek. Een boek, zoals het idee dat je je voorstelt bij een goed boek als je een jaar of twaalf bent en buiten Carry Slee totaal nog geen literaire bagage hebt. Het verhaal is boeiend, bijtend, afwisselend en grappig. Ik dacht na ieder beschreven avontuur: nu zal het boek toch zeker wel een inzinking krijgen, dit niveau zal Céline toch niet kunnen vasthouden. Maar de inzinking kwam niet, en het boek boeide tot het einde. Vijf sterren en een hoge notering in mijn top 10.