menu

Hier kun je zien welke berichten avdj als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Andere Duitsland: De Voormalige DDR, 20 Jaar na de Val van de Muur, Het - Jeroen Kuiper (2009)

3,5
Leuk reisverslag over een bezoek aan de voormalige DDR. De korte hoofdstukken lezen erg vlot en de foto's voegen het nodige toe. Voorl de stukken over de Stasi zijn toch wel hartverscheurend te noemen. Jammer genoeg blijven analyses uit waardoor de diepgang over het regime en dagelijks leven ontbreekt.

Aussie Grit: My Formula One Journey - Mark Webber (2015)

3,0
Als Formule 1-liefhebber waag ik me regelmatig aan de bijbehorende literatuur. Toen ik eens las dat "Aussie Grit" het enige boek is dat Max Verstappen ooit heeft gelezen, haalde ik het in huis. Voor een bedrag van amper 10 euro hoefde ik het ook niet te laten.

Toen Mark Webber in 2002 debuteerde, volgde ik de Formule 1 waarschijnlijk nog fanatieker dan nu. Ik keek immers de complete voor- en nabeschouwing en was lid van een F1-magazine. Niet veel later begon Webber columns te schrijven voor dit magazine en die vond ik doorgaans erg vermakelijk.

Webbers biografie laat zien dat hij zich in de loop der jaren als schrijver niet erg heeft ontwikkeld. Hij gebruikt vaak dezelfde worden en uitdrukkingen (having a crack, a bloke) en qua structuur is het enigszins rommelig. Zijn boek is wat dat betreft een goede afspiegeling van zijn carrière als coureur: de Australiër was een sportfanaat die vooral door inzet en lef tot de F1 wist door te dringen. Hoewel hij meerdere jaren in de beste auto zat, is de wereldtitel er, terecht, nooit gekomen.

Wat ik Webber na moet geven, is zijn eerlijkheid. Hij geeft weliswaar op een bepaalde manier af op Red Bull, maar geeft toe dat Vettel wel degelijk de betere rijder was. Omdat ik de raceklassen buíten de F1 niet fanatiek volg, vond ik deze hoofdstukken (met name Le Mans) misschien nog wel het meest interessant om te lezen. Onder de streep wil ik dit boek typeren als leuk, maar niet meer dan dat.

3*

Avonden: Een Winterverhaal, De - Simon van het Reve (1947)

Alternatieve titel: De Avonden

3,0
Gerard Reves ‘De avonden’ staat al jaren op mijn verlanglijstje. Dit werd nog versterkt nadat ik een kort artikel van Reve las over Oost-Berlijn. Op levendige, zeer boeiende wijze beschreef hij hierin de toestand van de stad kort nadat de Berlijnse Muur was gebouwd.

Helaas zie ik in ‘De avonden’ vrijwel niets terug van zijn kunde. Natuurlijk was Reve slechts 23 jaar oud toen hij dit boek publiceerde, maar daar koop ik geen boodschap voor. Het verhaal is tamelijk oppervlakkig, langdradig en slaat nooit een boeiende zijweg in. Hoofdpersoon is de (tevens!) 23-jarige Frits, een wat labiele jongeman met een obsessie voor kaalheid.

Alle elementen voor een interessant boek zijn aanwezig (een depressieve hoofdpersoon, een winterachtergrond en botsende karakters). Maar iedere keer als er een potentieel interessante dialoog ontvouwt, springt Reve over naar de volgende alinea die vaak nauwelijks aansluit op de vorige. Persoonlijk stoort mij dit veel meer dan de naargeestige sfeer.

Ik zal geen vrienden maken met liefhebbers van de Nederlandse literatuur, maar in zekere zin vind ik ‘De avonden’ vergelijkbaar met ‘Minder dan niks’ van Bret Easton Ellis. In beide boeken is er vrijwel geen mooie zin te vinden, kruipen de karakters niet onder de huid en is er geen ‘verlossing’. Vreemd genoeg wist ik beide boeken wel redelijk rap uit te lezen.

Is Reves klassieker dan een prul? Nee, zeker niet. Met name de dromen die Frits ’s nachts heeft, zijn origineel bedacht en interessant omschreven. Ook is er in het laatste hoofdstuk eindelijk iets zichtbaar van Reves schrijftalent. Deze elementen weerhouden mij ervan een onvoldoende uit te delen. Het moge echter duidelijk zijn dat andere schrijvers de komende tijd hoger op mijn leeslijst staan.

3*

Ayrton Senna: De Carrière en Erfenis van 's Werelds Beste Coureur - Olav Mol en Erik Houben (2018)

3,0
Een aantal jaar geleden gaf Olav Mol aan niet van schrijven te houden, en daardom voorlopig geen boeken meer uit te geven. Inmiddels zijn we minstens drie boeken verder, maar dat terzijde. Voor dit werk heeft hij samengewerkt met Erik Houben en dat is maar goed ook. Mol zelf is immers een weinig analytisch ingesteld persoon, en zonder de hulp van Houben zou dit werk iedere kritische noot ontberen.

De carrière van Senna wordt gevolgd vanaf de karttijd tot zijn tragische dood in 1994. In katernen worden bijzondere races extra uitgebreid omschreven. In principe is daar weinig mis mee, maar sommige punten worden te gedetailleerd of juist te vluchtig omschreven. In 1989 komt Senna in aanraking met Alain Prost, waarna er behoorlijk wat ophef ontstond. Mol komt pagina's tekort om het vermeende onrecht te beschrijven dat de Braziliaan werd aangedaan. Als Senna in 1990 zelf een veel gevaarlijker actie onderneemt, wordt dat in één alinea afgedaan. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is om je auto als wapen in te zetten. Ronduit bizar is dat zijn wereldtitel daardoor niet eens in het geding kwam.

Mols aversie tegen Fransen is vaak ronduit irritant. Zo beweert hij dat Senna beter samenwerkte met zijn monteurs dan menig ander coureur, terwijl het in werkelijkheid Prost en Berger waren die al het testwerk voor McLaren verrichtten. Maar door het charisma van de Braziliaan kreeg het publiek blijkbaar het idee dat zijn input veel waardevoller was. Het was toch echt Prost die de juiste set-ups voor de auto's vond. Veel gevoelige kwesties worden niet of nauwelijks toegelicht. Halverwege jaren '80 had Senna een jarenlange relatie die hij buiten de pers hield, omdat hij zich 'op het racen wilde richten'. Wat de auteurs van dit boek er niet bij vermelden is dat Senna op zijn 25ste een meisje van 15 had veroverd. Hoe zouden hedendaagse media hier op hebben gereageerd?

Senna's fysieke tekortkomingen komen pas helemaal aan het einde van het boek aan het licht. Als hij uitstapte, leek hij niet één maar twee raceafstanden achter de rug te hebben. Wat de Braziliaan in de wintermaanden uitspookte komt weinig uitgebreid aan bod, maar de kans is klein dat er keihard werd getraind. Kortom: de legende van de Braziliaan is veel groter dan zijn daadwerkelijke prestaties. Op sommige dagen was de coureur onnavolgbaar, maar met enige regelmaat was hij onzichtbaar of betrokken bij domme crashes. Er zijn simpelweg veel completere coureurs geweest.

Mol spreekt echter nooit over crashes: Senna 'komt in aanraking met coureur x' of 'toucheert de vangrail'. Er wordt nog wel gebruik gemaakt van de nodige bronnen, maar ook hier worden kansen gemist. In het selecteren van zijn bronmateriaal is Mol al net zo selectief als het selecteren van passages die hij waardevol acht. Dat is jammer, want dit boek pretendeert een serieuze biografie te zijn, terwijl bijvoorbeeld het briljante werk van Malcolm Folley gewoon is genegeerd.

Eigenlijk verdient dit boek geen voldoende, maar omdat je het in een paar avonden uitleest en er een aardig tempo inzit, geef ik toch nipt drie sterren.

3*