menu

Hier kun je zien welke berichten Raspoetin als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Americana: Omzwervingen in de Amerikaanse Cultuur - Joost Zwagerman (2013)

4,5
geplaatst:
Missie volbracht! Reeds in oktober 2020 overigens, maar het heeft me een poos gekost om een bevredigend verslag op papier te krijgen.

De twee vuistdikke boeken in de geel-blauwe kartonnen cassette met de verweerde Amerikaanse vlag op de omslag waren een feest om te lezen. De bundels staan nog altijd op mijn bureau om ze zo nu en dan weer eens ter hand te nemen en een essay eruit te herlezen. Joost Zwagerman schrijft in Americana met zo’n fijne pen en zulk aanstekelijk enthousiasme over zijn ‘omzwervingen in de Amerikaanse cultuur’ dat de lezer niet veel anders hoeft te doen dan gewillig aan de hand van de auteur zich mee te laten voeren langs schrijvers, boeken en artiesten waarover Zwagerman de loftrompet afsteekt.

‘[Hi]is imagination fired by all things American: movies, novels, rock ‘n roll and the dream they promised of freedom beyond the grey universe of postwar suburbia in Britain.’

Dit ‘All things American’, dat wordt aangehaald in de gelijknamige uitmuntende inleiding en afkomstig is uit een catalogus van een David Bowie-tentoonstelling in Londen, is voor Zwagerman de kern van het begrip Americana. Dit niet te verwarren met het bekende muziekgenre. Net als zijn muzikale held David Bowie, die als tiener in de Britse slaapstad Bromley nog als Davy Jones door het leven ging, ontsnapte Zwagerman aan de neerslachtige realiteit van zijn jeugdjaren in een nieuwbouwwijk in Alkmaar, dankzij het rijke Amerikaanse cultuuraanbod. ‘Hoe ‘al die Amerikaanse fenomenen’ doeltreffender samen te brengen dan het woord ‘americana’?’

In de eerdere hier neergepende kritieken worden de veelzijdige interesses van Zwagerman op het gebied van de Amerikaanse cultuuruiting (schilderkunst, muziek, fotografie, film en pornografie, en de popart van Andy Warhol) reeds treffend becommentarieerd. Mijn lof gaat vooral naar het grootste deel dat het boek Americana behelst, en wel de Amerikaanse literatuur. Hier wil ik dan ook graag wat meer op ingaan. Het werk van Zwagerman vormt dé ideale introductie tot deze niche van de wereldliteratuur en door zijn kundig manier van schrijven is het alsof het een deur is die naar een nieuwe wereld wordt geopend.

De aanleiding voor de Amerikaanse literaire ontdekkingsreis van Zwagerman was de klassieker De Avonden (1947) van Gerard Reve die hij las als middelbaar scholier. De jonge Zwagerman leerde dat deze Nederlandse ‘oer-roman’ door critici veelal werd vergeleken met het werk The Catcher in the Rye (1951) van J.D. Salinger. Tot zijn grote verrassing stond de Nederlandse vertaling met de opmerkelijke titel ‘Puber’ bij zijn ouders in de boekenkast. Deze uitgave kende een vreemde pedagogische inslag, bedoeld ter voorlichting voor diegenen die een beter begrip wilden opdoen van de ‘moderne jeugd’.

In tegenstelling tot de ‘held’ Frits van Egters in De Avonden, die zich heeft neergelegd bij de lethargie van zijn droevig bestaan, streeft de hoofdpersoon Holden Caulfield in The Catcher in the Rye er juist naar om zich van zijn phoney omgeving af te zetten en te ontsnappen aan de opgedrongen dwangbuis van de geknechte samenleving. Dit verlangen sprak Zwagerman aan, omdat het bestaan in het treurige Alkmaar van de jaren zeventig dezelfde verstikkende omstandigheden kende zoals die werden beschreven in De Avonden. Zwagerman wilde net als Holden Caulfield hieruit weg.

The Catcher in the Rye was voor Zwagerman de sleutelroman voor zijn hartstochtelijke zoektocht dat tot het volgende leestraject leidde: On the Road (1957) van Jack Kerouac, Portnoy’s Complaint (1969) en de rest van het oeuvre van Philip Roth, de Rabbit-romancyclus van John Updike (Rabbit, Run (1960), Rabbit Redux (1971), Rabbit Is Rich (1981), Rabbit at Rest (1990) en Rabbit Remembered (2001)), Herzog (1954) van Saul Bellow (Zwagerman beschouwde Roth, Updike en Bellow als zijn favoriete naoorlogse schrijvers), Sylvia Plath, Walt Whitman, Melville, Faulkner, Hemingway, F. Scott Fitzgerald en uiteindelijk de jonge Literary Brat Pack schrijversgroep van de jaren tachtig waarmee Zwagerman zich als auteur het meest mee vereenzelvigde. In het bijzonder de werken Bright Lights, Big City (1984) van Jay McInerney en Less than Zero (1985) van de invloedrijke auteur Bret Easton Ellis.

De laatste twee boeken inspireerden Zwagerman tot het schrijven van zijn vroege werk Gimmick! (1989). Zijn poging tot een West-Europese roman over een ‘verloren’ generatie die ten ondergaat aan drugsgebruik, passieloze seks en slechte muziek in discotheken.

Inspirerend zijn de essays over de beatgeneratie met het trio Jack Kerouac van On the Road (1957), William S. Burrough van Naked Lunch (1959), en Allen Ginsberg van de dichtbundel Howl and Other Poems (1959) met de overrompelende openingsregel: ‘I saw the best minds of my generation destroyed by madness, starving hysterical naked, dragging themselves through the negro streets at dawn looking for an angry fix’.

De grillige schrijverscarrière van Truman Capote van de werken Breakfast at Tiffany’s (1958) en In Cold Blood (1966) wordt door Zwagerman levendig verteld. De sterstatus van Capote kwam tot grote hoogtes door zijn verkoopsuccessen, maar de excentrieke auteur ging op den duur door alcohol en een uitbundig uitgaansleven tragisch ten onder, waardoor zijn oeuvre qua omvang zeer beperkt bleef.

Het beste essay uit de bundel vind ik ‘Aan zichzelf bezwijken. Madame Bovary van Gustave Flaubert en Herzog van Saul Bellow’ waarin Zwagerman een herkenbaar zelfverwijt van een lezer aankaart: het tekort schieten in het herlezen van je favoriete boeken. ‘De ervaren lezer onderscheidt twee typen meesterwerken. Tot het eerste type behoren de romans en verhalen die je je uitstekend herinnert. Die boeken herlees je omdat je weet welke genietingen je te wachten staan. (...) Het tweede type meesterwerk herlees je omdat je dénkt dat je weet welke genietingen je te wachten staan. Waarna het is alsof je, bij herlezing, een geheel nieuw boek onder handen hebt.’

Hierop vertelt hij hoe Flauberts Madame Bovary (1857) iedere lezing weer een andere impact op hem had, afhankelijk van de levensfase waarin Zwagerman zich bevond. Zo raakte hij als puber nog hopeloos verliefd op Emma Bovary, toen hij het boek herlas als dertiger en vader, zag hij in hoe de protagoniste haar eigen kind mishandelde en oordeelde hij haar als een ‘ontevreden zeikwijf met griezelige kitschfantasieën.’

Daarop stelt Zwagerman de vraag of je 'te vroeg' kunt zijn met het lezen van een bepaald meesterwerk uit de wereldliteratuur. 'Ik las Herzog voor het eerst toen in begin twintig was. Ik had tot voor kort de indruk dat ik me de belangrijkste elementen van dat boek accuraat en adequaat herinnerde. Zonder dwingende reden herlas ik Herzog - en ontdekte dat vrijwel alles aan en in het boek foutief en onvolledig in mijn geheugen was opgeslagen.'

Dit soort boeiende observaties doet je als lezer jezelf afvragen waar Joost Zwagerman in je levensloop was als de docent literatuurgeschiedenis. Des te treuriger is het dat hij in 2015 besloot om uit het leven te stappen.

INHOUD

All things American 13

Bohemia, suburbia
Ingeburgerd anarchisme. Greenwich Village 1910-1960 35
Rebellie als burgerlijk ideaal. De verwording van de outlaw 43
Soms een onschuldige klop, soms een harde klop. Bernard-Henri Levy davert door Amerika 51
Het fluwelen vacuüm. De verbeelding van suburbia 61

Angelheaded hipsters
Introductie 71
In voortdurende staat van ontwenning. Leven en dood van William Burroughs 76
Spion in andermans lichaam. William Burroughs als literaire sleutelfiguur 86
1 Moedwil en misverstand 86
2 Burroughs’ bunker 94
Go! Go! Go! Allen Ginsbergs Howl 105
Honger naar banale en sacrale ervaringen. Jack Kerouac en het zenkatholicisme 115

Met de vrije slag
Introductie 131
‘I celebrate myself’. De herwaardering van Walt Whitman 135
Herman Melville en de triomf van het nee 143
Henry Miller 148
1 De kut als kosmos 148
2 ‘Respectabel? Ik?’ 156
Truman Capote 165
1 Enkele reis Glamourland 165
2 Dear little Truman 178
Norman Mailer 185
1 Verslaafd aan verzet 185
2 ‘Mijn werk moet catastrofaal zijn.’ 208
J.D.Salinger 217
1 Schoenen poetsen voor de Dikke Dame 217
2 Salingers toorn 228
Words on paper. Charles Bukowski en de precisie van de weerzin 236
‘Waarom schrijft u?’ The Paris Review-interviews 245
Mooie kennis. Elizabeth Hardwick 253
Aan zichzelf bezwijken. Madame Bovary van Gustave Flaubert en Herzog van Saul Bellow 256
Saul Bellow en John Updike 266
John Updike 275
1 A portrait of the critic as a younger brother 275
2 Een gebutste lafaard. De Rabbit-romancyclus 291
3 Planeet Updike 294
4 Iedere zin was een héérlijke zin. Bij de dood van John Updike 299
Philip Roth 302
1 Het spiegelpaleis van Philip Roth 302
2 In gossip we trust 329
3 It can’t happen here 334
4 Voer voor rothologen. Exit Ghost 339
Tom Wolfe 343
1 De wetten van de kermis.The Bonfire of the Vanities 343
2 Rutrutrutrutrutrutrut! Waarom Wolfe vroeger beter was 347
Don DeLillo: Zen en de kunst van het inloggen 354
Seks met Nicholson Baker 358
Het kickboxfeminisme van Camille Paglia 362
Wachten tot de dood hem brengt. The Year of Magical Thinking van Joan Didion 374
Ooit keren de doden terug. Joyce Carol Oatesen Joan Didion 382
Vervreemding en verval in postmoderne tijden. Shopping in Space als recente Amerikaanse literatuurgeschiedenis 386
David Leavitt, zondagsjongen, bête noire 395
Jay McInerney 403
1 Gevierd, gewantrouwd, verketterd, miskend 403
2 De strijd tussen Jimi Hendrix en Richard Nixon. In gesprek met Jay McInerney 415
Bret Easton Ellis 421
1 Perfecte schoonheid als het absolute kwaad 421
2 Mode en apocalyps. In gesprek met Bret Easton Ellis 425
3 Het moment dat je innerlijk doodging. Imperial Bedrooms 430
Douglas Coupland 436
1 Couplands generatieromans 436
2 Stoelendans als voorbereiding op het leven. In gesprek met Douglas Coupland 448
Nine Eleven 454
1 Sterven om te doden, doden om te sterven 454
2 Emma Bovary op Ground Zero. The Good Life van Jay McInerney 458
3 De speldenpunt van de ziel. Terrorist van John Updike 462
De stille majesteit van een lang huwelijk. Freedom van Jonathan Franzen 469
Niemand ontkomt. In gesprek met Michael Cunningham 473
Jeffrey Eugenides 479
1 Kleinsteeds puberverdriet. The Virgin Suicides 479
2 Meedoen met de gewone, gezonde mensen. The Marriage Plot 482
Eerst de feiten, dan de fictie. De journalistieke en literaire traditie van Rolling Stone 488
Alles tussen Twain en Tarantino. Essayeren in de VS 493
Het sublieme en het ridicule ineen. God en de Amerikaanse schrijver 497

Het zwarte vaandel op mijn schedel
Introductie 507
‘Your face broods from my table, Suicide.’ John Berryman, Ernest Hemingway en de erfelijke belasting 512
Bloed stroomde langs zijn wang. De dagboeken van Sylvia Plath 521
Styrons duisternis 530
‘He looked like suicide. He walked like suicide.’ Kurt Cobain en de kroniek van een aangekondigde dood 541
‘Het zwarte vaandel op mijn schedel.’In gesprek met Andrew Solomon 545
David Foster Wallace 555
1 De zon spreekt in bedekte termen. The Broom of the System 555
2 ‘Most pretty girls have pretty ugly feet.’In memoriam David Foster Wallace 559
3 Doodgaan van verveling. The Pale King 564

‘Onze nationale kunstvorm’
Waar poëzie eindigt en de werkelijkheid begint. Het korte verhaal in Amerika 573
1 ‘Ik ook, ik ook!’ 573
2 ‘Een essentiële schrijfvorm’ 576
De kunst van het bloemlezen. Het Amerikaanse korte verhaal volgens Richard Ford 590
De zwarte gaten tussen de sterren. Updikes short stories 594
‘Je laat je bespelen door het verhaal.’ In gesprek met Tobias Wolff 599
Kevin Canty’s wonderschone troosteloosheid in A Stranger in This World 606
Spelen met kale kinderen. Birds of America van Lorrie Moore 610
Michael Chabon 613
1 Kristalfijne charmes. A Model World 613
2 Eeuwig het aangeharkte leven. Werewolves in Their Youth 615
Intens, snel en bizar. Nathan Englander 619
Alles tussen smerigheid en schoonheid. A.M.Homes 623
Zen en de kunst van het levensonderhoud. Het talent van Dave Eggers 629

Greencard
Introductie 639
Vladimir Nabokov 645
1 Lolita 645
2 Pnin 651
De kunstcriticus als pianist in de hoerenkit. Robert Hughes 1938-2012 655
Wantrouw elke uitvlucht. Christopher Hitchens als eeuwige dwarsdenker 659
Standje strijkplank. Ik Jan Cremer 3 668

The bourgeoisie and the rebel
Introductie 691
Reis door het einde van de goot. De autobiografie van David Crosby 697
Perfect Day 703
American Music van Annie Leibovitz 709
Alles tussen Swing Jugend en trance. De geheime geschiedenis van de disco 714
Michael Jackson, angstkunstenaar 722
1 It hurts to be him 722
2 Terug tot Off the Wall 724
Prince 728
1 De prinselijke drie-eenheid 728
2 Het post-Princetijdperk 744
Madonnarama 749
1 Macho Madonna 749
2 Goddess 760
3 Midlife Madonna 766
Dada, West-Afrika, Italo Calvino. De muziek van de Talking Heads, de kunst van David Byrne 771

A model world
Het Kwaad is de Weg, de Waarheid en het Licht. Dennis Hopper en Blue Velvet 781
A Portrait of the Artist As a Cold Man. Philip Seymour Hoffman en Truman Capote 789
Woody Allens Midnight in Paris 793
De gebroeders Coen en de knuckleheads 797
Niemand wordt gespaard. Mannen en vrouwen in Mad Men 802
De dode droom. The Great Gatsby in woord en beeld 806
Harige jaren. Deep Throat 817
Het lijden van de late Lovelace. Bij de dood van een pornoster 820
Pornocopia: de troost van de pornografie revisited 825
Kleine fenomenologie van de Playmate 829

The painted world
Introductie 835
George Bellows en de mensendieren in de boksring 840
God en de gewone man. The American Scene 846
Een familie verzamelt. Gertrude, Leo en Michael Stein 852
Hoppers Hollywood 858
The Importance of Being Peggy 863
Worstelen, kopiëren, annexeren. Picasso en de Amerikaanse kunst 870
De gemusealiseerde metropool. Parijs versus New York 880
Mark Rothko 884
1 Zwart geeft licht 884
2 ‘Ik hoop dat mijn werk hun eetlust bederft.’Rothko versus de rich bastards 889
Willem de Kooning en de glimp van ‘het Al’ 897
‘Ik ben de natuur.’ Jackson Pollock en de oorsprong van het ‘drippen’ 911
De satori’s van Cy Twombly 918
Moderne kunst in Amerikaanse literatuur 927
1 Een hongerkunstenaar maakt naam in New York. When the Sons of Heaven van Fernanda Eberstadt 927
2 ‘Drippings’ als renaissancistische fresco’s. Het abstract expressionisme volgens John Updike 931
Eeuwig wit. Robert Ryman en de stilte 939
De zachtgroene rechthoek. Nebraska van Brice Marden 944
Pictures of nothing. Kirk Varnedoe en de abstracte kunst sinds Pollock 948
Alle kunst in een wasje van negentig graden. Roy Lichtenstein 952
Ballingschap als keurmerk. De kunstenaars in ‘Exile on Main Street’ 959
Schnabels spierballen 969
Keith Haring versus Jeff Koons 975
Tussen primitief en pop. Leven en dood van Keith Haring 981
Nobele wilde in een Armani-pak. Jean-Michel Basquiat contra de Amerikaanse kunstwereld 985
Heimwee naar de pruikentijd. John Currin 995
De haai die ging rotten. Kunsthandel van Leo Castelli tot Charles Saatchi 999
Bevangen door kunst. Pictures & Tears van James Elkins 1007

In het warhola
De meesterfreak met perfect zakeninstinct. In gesprek met Victor Bockris 1015
Tastend, poëtisch, expressief. Andy Warhols vroege tekeningen 1023
Vacuümkunst. Andy Warhol in het Stedelijk Museum 1029
Sfinx zonder geheimen. De Time Capsules 1036
Echte momenten. Andy Warhol als fotograaf en model 1039
Lou’s Views. In gesprek met Lou Reed 1049
Iedere kat heette Sam. In gesprek met Gerard Malanga, assistent in The Factory 1052
De revolutie van de Brillo Boxes. In gesprek met Arthur Danto 1063
Het raadsel is dat er geen raadsel is. Wat Warhol zei en niet zei 1075
De dood van een uptown girl. Edie Sedgwick 1943-1971 1078
Alles moet weg. Warhols nazaten 1088
‘Regarding Warhol’ 1096

Picture this
Introductie 1101
Man Ray, meester in de fotometrie 1107
De fotograaf als instrument. Over Eve Arnold 1116
Arnold Newman: dubbelspel 1120
Diane Arbus 1126
1 ‘Hoe meer je ziet, hoe minder je weet.’ 1126
2 ‘Omdat ik van hen houd.’ Arbus en haar modellen 1140
Annie Leibovitz 1144
1 Kijken naar de pijn van dierbaren. Leibovitz en Sontag 1144
2 ‘Meer in dingen dan in mensen’.Pelgrimage van Annie Leibovitz 1150
Nan Goldin en de kruistocht tegen het vergeten 1156
Haar naam is Legioen. De zelfportretten van Cindy Sherman 1168
Droevig licht. Gregory Crewdson en de bijna-doodervaringen in suburbia 1174

Amphitryon - Ignacio Padilla (2000)

2,5
Teleurstellend. Ik hoopte toen ik aan het boek begon om eens een moderne Mexicaanse schrijver te ontdekken die me met een hedendaagse roman zou kunnen bekoren, in plaats van de oudere schrijvers uit Latijns-Amerika zoals Gabriel García Márquez en Carlos Fuentes.

Na het lezen van een artikel over de Crack /McOndo Beweging, die een tegenbeweging vormt van het Latijns-Amerikaanse magisch-realisme en de schrijvers van de boom generatie, stuitte ik op de naam van de Mexicaanse schrijver Ignacio Padilla en zijn enige boek dat naar het Nederlands is vertaald (bij de uitgeverij De Bezige Bij); Amphitryon.

Het verhaal van Amphitryon, waarin het schaakspel een centrale rol speelt, is enorm ver gezocht en eigenlijk helemaal niet zo spannend wanneer je de plotomschrijving leest. Ook het idee dat Adolf Eichmann een verwoed schaker zou zijn en dat de nazi's een geheim programma van dubbelgangers zou hebben is erg ongeloofwaardig. Waarschijnlijk komt laatste omdat ik geschiedenis heb gestudeerd en dit soort historische gefantaseer gewoonweg niet erg waardeer.

Archief Reve: 1961-1980 - Gerard Reve (1982)

4,0
geplaatst:
‘Publiek, ik veracht U niet. Wel houd ik rekening met de beperktheid van Uw bevattingsvermogen, zodat ik, als ik dat wou, vele malen moeilijker zou kunnen schrijven dan ik al doe.’ (Uit: Publiek, ik veracht U niet, pag. 89)

Een cabaretesk schrijfsel van Gerard Reve dat onderstreept wat hij ten voeten uit is: een treiteraar met een fijne pen. Archief Reve: 1961-1980 is een boeiende en leeswaardige aanvulling op zijn eerder gelezen werk Op Weg naar het Einde en Nader tot U, dat hij omstreeks dezelfde periode schreef en daarom een interessant inzicht verschaft.

Tevens is dit samenraapsel van materiaal als document zeer boeiend in het kader van het Ezelproces, waar Reve tussen 1966 en 1968 mee te maken kreeg. Dat begon met het stuk Brief aan mijn bank in het tijdschrift Dialoog met de gewraakte passage over de ezel, dat tevens in het boek is opgenomen. De passage werd hierna in een iets andere vorm in het boek Nader tot U herhaald. In de aantekeningen achterin staat de brief met de aanklacht van twee Godgeleerden die reageerden op Brief aan mijn bank, vervolgd door het weerwoord van de redactie van het tijdschrift Dialoog, de literatuur die omtrent deze affaire nadien is geschreven, en het meest interessant: een dictaat van de getuigenverklaring tijdens de eerste ronde van het godslasteringsproces in de Amsterdamse rechtbank van een vriendin van Reve, en wel mevrouw Drooglever Fortuyn-Leenmans; beter bekend als de dichteres en psychiater M. Vasalis. Onderstaand citaat duidt direct de absurditeit van dit hele proces.

Officier: ‘Hoe ziet u het werk van deze schrijver? Getuigt dat van ziekteverschijnselen?’
Getuige: ‘Nee, per se niet.’
Officier: ‘Maar als iemand zo duidelijk droomt, dan is het of dit werkelijkheid wordt?
Getuige: ‘Ik zou u niet graag vertellen wat er zou gebeuren, indien wij leefden, zoals wij dromen. Als je op dromen veroordeeld kunt worden, zouden we allemaal achter de tralies komen.’ Toen het gelach in de zaal ophield, voegde ze er nog aan toe: ‘Dromen is geen ziekte, hoor.’


Hier verder op ingaand zet Reve in het kritische prozastuk Mijn bondgenoot Algra (pag. 98-99) een recensent op zijn plek, die de naam van Reve noemde in zijn stelling dat het anticommunisme uit de tijd was: ‘En wat roept onze senator Algra niet allemaal tegen Gerard van het Reve! Wezenlijk verschil met de situatie in de Sovjet-Unie is hier nauwelijks aan te wijzen.’ De recensent nam het (ongevraagd) voor Reve op tegen de conservatieve volksvertegenwoordiger Algra die de verantwoordelijke minister ertoe wilde bewegen om het werk van Reve geen verdere subsidie toe te kennen, vanwege het boek Nader tot U dat slecht viel in rechts-reformatorische orthodoxe kringen.

Reve, die zelf uitgesproken fel anti-communist was, stelt dat de aanval die Algra op zijn persoon pleegde niet in verhouding staat tot de situatie in de Sovjetunie, alwaar hij gedwongen zou zijn geweest zijn werk naar het buitenland te smokkelen en een straf in een concentratiekamp zou riskeren. ‘Naar aanleiding van bepaalde passages in mijn werk is jegens mij een gerechtelijke strafvervolging ingesteld, maar ik ondervind geen enkele beperking in mijn persoonlijke of professionele vrijheid, mijn boek is overal in de winkels te koop en ik lees er zelfs voor televisie en radio uit voor. Algra en zijn medestanders schreeuwen inderdaad van alles tegen me, maar, in tegenstelling tot Babel, Pilnjak, duizenden andere vermoorde kunstenaars, Pasternak en de zopas in een schijnproces veroordeelde beide schrijvers, kan ik terugschreeuwen, in kranten, op radio en televisie, die mij met onbekrompen maat plaatsruimte en zendtijd aanbieden. (...) Hier kan ik in vrijheid leven, werken, en publiceren. Daar zou ik niet kunnen publiceren, niet kunnen werken, en niet één dag in vrijheid gelaten worden. Ziedaar het ‘wezenlijk verschil’.’

De kritiek die Reve heeft op het communisme komt ook naar voren in zijn Brief uit Berlijn (pag. 148) wat ik zijn sterkste stuk vind in deze bundel. Een reisverslag over de opgedeelde stad ten tijde van de Koude Oorlog. Hij observeert het onthutsende contrast tussen het westelijk en oostelijk deel van Berlijn en onderbouwt met simpele vergelijkingen het failliet van het communistische systeem al in jaren ‘60.

Ik was wel enigszins verbaasd het racistische gedicht Voor Eigen Erf (op pagina 64) in deze bundel aan te treffen, dat (allicht wijselijk) niet is opgenomen in de bloemlezing Verzamelde Gedichten (1985) en zijn Verzameld Werk (1998). Ik was in de veronderstelling dat Reve dit dichtwerk - nadat het eerder onopgemerkt in het studententijdschrift Propria Cures had gestaan - enkel had gebruikt om op de Nacht van de Poëzie in 1975 in Kortrijk een rel te veroorzaken. Op de website van Andere Tijden is een uitvoerig verslag te lezen en een documentaire te bekijken rondom deze nogal pijnlijke affaire.

Avonden: Een Winterverhaal, De - Simon van het Reve (1947)

Alternatieve titel: De Avonden

4,5
Deze zomer heb ik bij een lokale vintage winkel deel één en drie van het verzameld werk van Gerard Reve gescoord. In deel één staan negen boeken en verhalen waaronder De Avonden en deze heb ik gelezen met het Audioboek - Gerard Reve leest De Avonden beschikbaar op YouTube. Dat leverde een interessante en plezierige leeservaring op.

Een boek waarvoor ik nochtans een beetje huiverig was door de negatieve reacties op de sombere en oubollige stemming van het verhaal. Maar dat viel me enorm mee. De stijl is zeer aansprekend en de treiterende humor of cynisme van Frits van Egters maakt het eigenlijk wel luchtig. Echter denk ik wel dat De Avonden een boek is dat je het beste op rijpere leeftijd kan lezen. Op de middelbare school had dit werk me waarschijnlijk minder aangesproken. Dat ik heb gehad met de boeken van Wolkers en Mulisch.