menu

Hier kun je zien welke berichten Raspoetin als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Amphitryon - Ignacio Padilla (2000)

2,5
geplaatst:
Teleurstellend. Ik hoopte toen ik aan het boek begon om eens een moderne Mexicaanse schrijver te ontdekken die me met een hedendaagse roman zou kunnen bekoren, in plaats van de oudere schrijvers uit Latijns-Amerika zoals Gabriel García Márquez en Carlos Fuentes.

Na het lezen van een artikel over de Crack /McOndo Beweging, die een tegenbeweging vormt van het Latijns-Amerikaanse magisch-realisme en de schrijvers van de boom generatie, stuitte ik op de naam van de Mexicaanse schrijver Ignacio Padilla en zijn enige boek dat naar het Nederlands is vertaald (bij de uitgeverij De Bezige Bij); Amphitryon.

Het verhaal van Amphitryon, waarin het schaakspel een centrale rol speelt, is enorm ver gezocht en eigenlijk helemaal niet zo spannend wanneer je de plotomschrijving leest. Ook het idee dat Adolf Eichmann een verwoed schaker zou zijn en dat de nazi's een geheim programma van dubbelgangers zou hebben is erg ongeloofwaardig. Waarschijnlijk komt laatste omdat ik geschiedenis heb gestudeerd en dit soort historische gefantaseer gewoonweg niet erg waardeer.

Barbaar in China: Een Reis door Centraal-Azië, Een - Adriaan van Dis (1987)

3,0
Aardig summier boekje, niets meer niets minder. Van Dis schrijft erg braafjes en blijft op de oppervlakte met zijn bevindingen en conversaties die hij voert met de mensen die hij op zijn weg ontmoet. Komisch maar ook erg vluchtig. Je verwacht eigenlijk een volumineus werk wanneer het een reis door Centraal-Azië betreft waarbij de reis langs de oude zijderoute loopt. Echter wordt daar enkel aan het begin en aan de kaart in het begin van het boek verwezen. Je hoopt er als leek toch meer van China en zijn geschiedenis op te steken na het lezen van dit werk.

'Is China een land dat een bijsluiter behoeft, niet te bezoeken en te begrijpen zonder grondige kennis van cultuur en geschiedenis? Kennen de Chinezen geen schuldbesef omdat zij geen bijbel hebben die hen belast met de erfzonde, is duizend jaar voor hen niet meer dan een dag, zijn zijn zo anders omdat zij de woorden 'ja' en 'nee' niet in hun taal kennen?'

Aldus Van Dis op de achterflap. Leuke vragen, maar ik ben er niet achter gekomen of hij daar een antwoord op had dan wel er iets zinnigs over kon melden.

Boekenkast op Reis: Persoonlijke Kroniek 1998, Een - Boudewijn Büch (1999)

Alternatieve titel: Privé-Domein Nr. 231

5,0
Boudewijn Büch is een grote held voor mij en in het bijzonder is het boek Een Boekenkast op Reis mij zeer lief. Zijn aanstekelijke enthousiasme over historische figuren en gebeurtenissen heeft mij voor lange tijd ertoe bewogen om boeken te lezen, tentoonstellingen te bezoeken en films te bekijken over onderwerpen zoals Goethe, keizerin Sissi, de Boerenoorlog en Napoleon. Er gaat geen onderwerp of boek voorbij waarbij ik denk dat Boudewijn niet anders dan ook hier zeer over opgetogen zou zijn. Hoe ik hem nog steeds soms mis en ik zeer uitkijk naar de biografie van Eva Rovers die aankomend jaar wordt verwacht.

Buiten Schot: Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 - Paul Moeyes (2001)

4,5
Buiten Schot: Een klein landje in het oog van de orkaan

Buiten Schot: Nederland Tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 is een kloek boek van de hand van Paul Moeyes, docent aan de Hogeschool van Amsterdam, over de onderbelichte periode waarin Nederland de dans van de Eerste Wereldoorlog ontsprong en tussen de strijdende partijen moest laveren om ‘buiten schot’ te blijven. In 2014 is een uitgebreide herziene versie met nieuwe omslag uitgebracht. Dit in het teken van de honderdjarige herdenking van het uitbreken van deze menselijke catastrofe. Een gruwelijke ramp die zich langs Nederland voltrok en ‘het kleine landje in het oog van een orkaan’ bracht.

Tijdens de boekpresentatie dit jaar van het nieuwe werk De Zwaardjaren: De Verbeelding van het Westelijk Front 1914-1918 stak cabaretier Diederik van Vleuten aan het Spui in Amsterdam de loftrompet over het eerdere boek Buiten Schot. ‘Een moderne Nederlandse overzichtsuitgave die nog als hoofdstuk ontbrak aan de omvangrijke geschiedschrijving van de Eerste Wereldoorlog.’ Het boek inspireerde zo dat hij zijn tweede solo theatervoorstelling naar dit werk vernoemde en het zo de nodige naamsbekendheid verwierf.

Moeyes, die Engels aan de Universiteit van Amsterdam en Liverpool University studeerde, weidt in een bevlogen deskundigheid uit over spionage in Nederland, de Belgenkampen, de smokkelhandel met Duitsland, de Britse zeeblokkade en het gevaar van zeemijnen en onderzeeërs. Verder duidt hij de dilemma’s en problemen van de Nederlandse neutraliteitspolitiek en de zenuwtergende paraatheid van het Nederlandse leger. Zoals hij uitlegt Nederland leed na een verloop van tijd aan een heuse ‘paraatmoeheid’, waarbij de alertheid van de bevolking voor een aanval op een gegeven moment erbij ingeeft door de lange duur ervan.

Van de deelonderwerpen die in Buiten Schot uitvoerig worden behandeld, verdeeld over tien hoofdstukken, is mijns inziens de Nederlandse relatie met onze zuiderburen België het meest noemenswaardig en verdient dit onderwerp meer publieke aandacht in het kader van de solidariteit in het opvangen van oorlogsvluchtelingen. Bovenal omdat de Belgen onze kameraden zijn, zoals Van Vleuten het in zijn voorstelling stelde. Meer algemene verdieping in het lijden van de Belgen tijdens de Eerste Wereldoorlog is dan ook geheel op zijn plaats. In een bondig relaas wil ik hier graag over uitweiden.

Wanneer de Eerste Wereldoorlog op het punt van uitbreken staat zijn er contacten tussen de Nederlandse en Belgische regeringen in het sluiten van een bondgenootschap. Op het moment dat Nederland van zijn correspondent in Berlijn bericht krijgt dat de kansen dat Nederland buiten de oorlog te blijven veel hoger zijn dan die van België is dit reden om de onderhandelingen over een Nederland-Belgische bondgenootschap stop te zetten. Wat later ook zou blijken een correcte inschatting – Nederland zou zelfs tijdens de gehele oorlog de luchtpijp van Duitsland zijn, maar desalniettemin een wrede beslissing, grotendeels ingegeven door angst voor Duitsland, die met terugwerkende kracht wrang is en duidelijk laat zien dat zelfbehoud geprefereerd werd boven broederschap.

In augustus 1914 viel Duitsland met grof geweld België binnen en de val van de Stelling Luik – de moderne vesting waarvan de forten van 1888-1892 dateerden waren niet bestand tegen de Duitse artillerievuur – zorgde voor een golf vluchtelingen uit België die naar Nederland trokken. Dit was de tweede golf, nadat zich een eerste golf in juli had voorgedaan toen de oorlogsdreiging concreet werd en vele Duitsers en Oostenrijkers (waaronder de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig) België verlieten. Niet veel later viel de Stelling Antwerpen die voor een derde vluchtelingengolf zorgde, de grootste. Een direct citaat uit Buiten Schot dat laat zien welk noodlottig toestand het bezette België onderging – oftewel het verdriet van België.

‘Het Duitse invasieleger had opdracht gekregen streng op te treden tegen verzetshaarden achter het front. Men wilde de bezettingsmacht zo klein mogelijk houden om zo aanvalstroepen te sparen, en daarom was het zaak dat er in het bezet gebied rust zou heersen. Dat trachtte men te bereiken door elke vorm van burgerlijk verzet door middel van terreur te smoren. Nerveuze Duitse soldaten vermoedden overal Belgische ‘franc-tireurs’ en het lijkt wel zeker dat vele van de incidenten die door de Duitse autoriteiten aan deze sluipschutters werden toegeschreven, verzonnen waren als onderdeel van de Duitse Schrecklichtkeitstrategie. In Aarschot, Andenne, Tamines en Dinant vonden executies plaats als represaillemaatregel. Op 23 augustus kwam een Duits regiment naar Visé na berichten over sluipschutters; verschillende burgers werden zonder vorm van proces gefusilleerd en de stad werd platgebrand. De grootste Duitse schanddaad was de verwoesting van Leuven (26-29 augustus 1914), die in de wereldpers breed werd uitgemeten. Ook in Nederland was de verontwaardiging groot.’ (p. 94-95)

De Duitse aanval op Antwerpen, waarbij voor het eerst door een zeppelin een luchtbombardement werd uitgevoerd, veroorzaakte grote paniek onder de burgers. Een groot deel van de bevolking uit de omliggende dorpen die al eerder binnen de Stelling haar toevlucht had gezocht, sloeg opnieuw op de vlucht en toen honderdduizenden Antwerpenaren dat voorbeeld volgden, leidde dit tot een complete exodus. Na 7 oktober werd Nederland in een paar dagen overspoeld. Het totale aantal werd door de Centrale Commissie geschat op ruim één miljoen: 500.000 via Noord Brabant, 400.000 via Zeeland en 100.000 via Limburg.

De bereidheid om te helpen onder de Nederlandse bevolking was bijzonder groot. Desalniettemin kwam het nieuws dat de Duitse bezetter liet weten dat burgers veilig terug konden keren naar hun huizen (zo die nog stonden) en dat ze niet bevreesd hoefden te zijn voor represaillemaatregelen zeer gelegen. Dit was een gevolg van het vastlopen van het Duitse offensief die tot rust leidde in het bezette gebied rond half oktober. De Nederlandse autoriteiten maakten zich al grote zorgen over de omvang en kosten van het vluchtelingenprobleem. Hierover beschrijft Moeyes aan de hand van bronnen en ooggetuigenverslagen de grenzen van gastvrijheid en de waarschuwing van ‘ziekelijke filantropie’, waarbij de vluchtelingenkampen (Belgenkampen) uitvoering aan bod komen. Opmerkelijk genoeg wenste de Nederlandse regering de kosten van de opvang van de Belgische vluchtelingen na de oorlog te verhalen op de Belgische staat, die deze begrijpelijkerwijze afwees. Wel werd achteraf betaald voor het onderhoud van de Belgische soldaten die in Nederland waren gerepatrieerd.

Een laatste detail over de relatie tussen België en Nederland die ik nog wil belichten en de wenkbrauwen deed fronsen deed zich voor op het einde van de Eerste Wereldoorlog. Nadat de relatie tussen beide landen nog zeer gunstig gezind was – België was Nederland immers dankbaar voor de opvang van haar bevolking – veranderde dit na een regeringswijziging in België en werd de relatie zelfs zeer grimmig. Na de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog was een oorlog tussen België en Nederland niet geheel ondenkbaar. Dit kwam omdat de nieuwe Belgische regering de passieve houding van Nederland tijdens de gehele oorlog laakte en willens was om gebiedsuitbreiding bij de Geallieerden te eisen als vorm van schadevergoeding. Waarbij met name de Fransen België steunden.

Dit zou dan ten koste gaan van Nederland en hertogdom Luxemburg. Van Nederland werd Zeeuws Vlaanderen en Limburg opgeëist. Het eerste gebied vanwege de controle over de Schelde en de tweede vanwege de zeer zwakke Nederlandse verdediging van Limburg die niets meer dan een directe toegang vormde naar Belgisch grondgebied. Uiteindelijk zouden de Amerikanen hierop tegen zijn geweest en ging dit plan niet door. Echter dat hier serieus over nagedacht is door de Geallieerden tijdens de onderhandelingen blijkt uit een artikel in het Verdrag van Versailles waarin België het recht zou hebben op het laten graven van een kanaal tussen de Maas en Rijn ter hoogte van Venlo! In dit artikel werd dus vanuit gegaan dat Limburg Belgisch grondgebied zou worden. Een bizarre gewaarwording. Nederlandse diplomatie heeft ervoor gezorgd dat de economische zorgen van België werden tegemoetgekomen en de gekreukte relatie van beide landen grotendeels werd gladgestreken.

Ter afsluiting is Buiten Schot een bijzonder leerzaam werk over het perspectief van een land dat zich tijdens een grote oorlog neutraal opstelt en alle zeilen bij moet zetten om buiten het conflict te blijven. De Eerste Wereldoorlog blijft een onuitputtelijke bron van reflectie en actueel zolang er nog vandaag de dag granaten uit de bodem van België worden gehaald die de gruwelen van de catastrofe doen herinneren.

Buitenvrouw, De - Joost Zwagerman (1994)

3,0
Het eerste boek van Zwagerman dat ik heb gelezen. Hoewel ik eigenlijk meer geinteresseerd ben in zijn non-fictie werk (Americana en zijn essays over de kunst) was dit wel een aardig boek om mee te beginnen. Allicht wat voorspelbaar en een beetje moralistisch; desalniettemin goed geschreven.
Wat hierboven al wordt gesteld is het prima leesvoer voor je Nederlandse literatuurlijst op de middelbare school en zal menig docent Nederlands ermee op de proppen komen.

Campaña, La - Carlos Fuentes (1990)

Alternatieve titel: De Campagne

3,0
Het eerste boek van Carlos Fuentes dat ik heb gelezen. Ik vond hem echter niet heel spannend. Net begonnen met De Oude Gringo; we zullen zien hoe dat afloopt.

Chaos en Rumoer - Joost Zwagerman (1997)

4,0
Zwagerman op de Herman Brusselmans koers en dat doet hij verre van onverdienstelijk. Dit is het tweede boek dat ik na Buitenvrouw van Zwagerman lees en deze bevalt me veel beter. De plotwending is meesterlijk en bijzonder grappig. Het deed me denken aan een film van Alex van Warmerdam of Charlie Kaufman. Het boek verdient meer lof. Ik ben beniewd of zijn andere romans me ook zo zullen bekoren.

Esepejo Enterrado: Refleciones sobre España y el Nuevo Mundo, El - Carlos Fuentes (1992)

Alternatieve titel: De Spaanse Erfenis: Vijf Eeuwen Spaanse Invloeden in Latijns-Amerika

4,5
In mijn optiek een zeer bijzonder boek; en vooralsnog het meest leesbare werk van Carlos Fuentes dat ik van hem heb gelezen. De Spaanse Erfenis gaat over de geschiedenis van het Spaanstalige deel van Latijns Amerika. De Nederlandse vertaling is vreemd genoeg uitgebracht met mooie historische afbeeldingen door de educatieve omroep Teleac. Ik kan op youtube de serie El Espejo Enterrado met Carlos Fuentes in het Spaans vinden. Helaas laat de kwaliteit van het beeldmateriaal te wensen over. Je kan duidelijk zien dat Carlos Fuentes een geleerd persoon was en waar hij zijn inspiratie vandaan haalde voor zijn romans zoals De Dood van Artemio Cruz, De Oude Gringo en De Campagne. Het boek geeft een goed kader over de Latijns Amerikaanse geschiedenis; en onderwijst tevens de invloed van de kunst van zoal de Spaanse schrijver Cervantes en de schilders Goya en Picasso en vele anderen. Een prima aanvulling op de opus magnus van Eduardo Galeano, Kroniek van het Vuur. Het zou insteressant geweest zijn wanneer andere Latijnsamerikaanse grote schrijvers zoals Gabriel Garcia Marquez ook zulke overzichtswerken zou hebben geschreven.

Ferdinand Domela Nieuwenhuis: Een Romantische Revolutionair - Jan Willem Stutje (2012)

4,0
Op het Nassauplein in Amsterdam bij de entree van de Spaarndammerbuurt staat het trotse standbeeld van de socialist-anarchist Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Het was dit monument dat me inspireerde om me in Domela Nieuwenhuis te verdiepen. Ik stuitte op deze biografie met zijn fascinerende cover die een goed inkijk geeft in de sociale politieke ontwikkeling in Nederland en West-Europa in de tweede helft van de 19de eeuw. Het socialisme was een brede stroming die door de gevestigde orde werd veracht en gevreesd. De onderdrukking van de socialisten was dan ook in deze periode geen kleinigheid. Zo werd Domele Nieuwenhuis als hoofdredacteur van het socialistische tijdschrift 'Recht Voor Allen' 1 jaar gevangenisstraf opgelegd voor het plegen van majesteitsschennis enkel door het publiceren van een beledigend artikel over 'Koning Gorilla' Willem III. Daarnaast komen uitvoerig de contacten die Nieuwenhuis onderhield met andere historische figuren zoals Multatuli, Karl Marx, Friedrich Engels en Karl Liebknecht - leidinggevende van de Duitse SPD - onderhield uitvoerig aanbod. Kortom dit boek geeft een interessant en leerzaam beeld waar ik meer van wil opsteken.

Heimwee naar het Heden: De Gouden Eeuw in de Spaans-Amerikaanse Roman - Robert Lemm (1985)

3,5
Boek geleend bij de universiteitsbibliotheek en afgelopen weekend uitgelezen. Interessant werk dat de bloei van de roman in Latijns-Amerika in kaart brengt en vertelt over de achtergronden van de auteurs uit de verschillende Latijns-Amerikaanse landen. Het inspireert om weer literatuur uit deze specifieke uithoek van de wereld te lezen en nieuwe schrijvers te ontdekken. Vooralsnog heb ik nog maar enkel twee werken van zijn besproken boeken gelezen: Honderd Jaar Eenzaamheid van Gabriel García Márquez; en De Dood van Artemio Cruz van Carlos Fuentes. De volgende staan bij mij reeds in de kast en moeten nu toch eens opengeslagen worden: Rayuela: Een Hinkelspel van Julio Cortázar; Het Groene Huis van Mario Vargas Llosa; en Pedro Páramo van Juan Páramo. De volgende werken heb ik aan mijn verlanglijstje toegevoegd: Het Korte Leven van Juan Carlos Onetti; Heimwee naar de Jungle van Alejo Carpentier; De Diepe Rivieren van José María Arguedas; en Over Helden en Graven van Ernesto Sábato.

Ik had dit boek al eerder aan de website toegevoegd en aan de hand van een recensie de plotomschrijving geschreven. Hieronder de plotomschrijving zoals zij daadwerkelijk op de achterflap staat.

“ De laatste vijftig jaar is er in Spaans Amerika een literatuur gaan opbloeien, waarvan de auteurs – als groep – kunnen worden beschouwd als de laatste grote vertellers van het westerse proza. Langzamerhand verschenen, meestal in navolging van het Engels en het Frans, ook in het Nederland hun verhalen en romans. Weldra ontdekte een steeds groter publiek dat hier sprake was van een nieuw literair gebied, dat vroeg om in kaart gebracht te worden. Opvallend in deze meesterwerken is de veelvuldigheid waarmee een gelukkig verleden tegenover een ongelukkig heden wordt gesteld.

In deze essaybundel onderzoekt Robert Lemm dit fenomeen. Hij doet dat aan de hand van het werk van de schrijvers Leopoldo Marechal, Juan Carlos Onetti, Alejo Carpentier, Juan Rulfo, José María Arguedas, Ernesto Sábato, Carlos Fuentes, Julio Cortázar, Mario Vargas Llosa, José Lezama Lima, Gabriel García Márquez, José Donoso en Octavio Paz. Door zijn verrassende analyses wordt de lezing van ‘Heimwee naar het Heden’ een belangrijke aanvulling bij de lectuur van de grote Latijns-Amerikaanse schrijvers.”

De volgende boeken/schrijvers worden door Robert Lemm in Heimwee naar het Heden besproken:

Leopoldo Marechal - Adán Buenosay (1948)
Juan Carlos Onetti – La Vida Breve (1950) [Het Korte Leven]
Alejo Carpentier – Los Pasos Perdidos (1953) [Heimwee naar de Jungle]
Juan Rulfo – Pedro Páramo (1955) [Pedro Páramo]
José María Arguedas – Los Ríos Profundos (1958) [De Diepe Rivieren]
Ernesto Sábato – Sobre Héroes y Tumbas (1961) [Over Helden en Graven]
Carlos Fuentes – La Muerte de Artemio Cruz (1962) [De Dood van Artemio Cruz]
Julio Cortázar – Rayuela (1963) [Rayuela: Een Hinkelspel]
Mario Vargas Llosa – La Casa Verde (1964) [Het Groene Huis]
José Lezama Lima – Paradiso (1966)
Gabriel García Márquez – Cien Años de Soledad (1967) [Honderd Jaar Eenzaamheid]
José Donoso – El Obsceno Pájaro de la Noche (1970) [Obscene Nachtvogel]
De Gouden Eeuw bij Octavio Paz

*Enkel de boeken van Marechal [Adán Buenosay] en Lezama Lima [Paradiso] zijn niet naar het Nederlands vertaald.

Homem Duplicado, O - José Saramago (2002)

Alternatieve titel: De Man in Duplo

3,5
Mijn tweede van Jose Saramago. Nadat ik overdonderd was geraakt van De Stad der Blinden ben ik naarstig op zoek gegaan naar ander werk van de Portugees. In een kringloopwinkel in Amsterdam Noord werd ik op mijn wenken bediend en trof ik in gebonden versie De Stad der Zienden, Het Beleg van Lissabon en De Man in Duplo aan. Met de laatste titel ben ik als eerste begonnen. Ik vind deze jammer genoeg niet zo sterk als De Stad der Blinden ; het tempo is bij vlagen ietwat aan de saaie kant. Pas rond de 200 pagina's werd het verhaal interessanter; wanneer de twee mannen elkaar voor het eerst ontmoeten en de ontwikkelingen die hierop volgen. De schrijfstijl van de auteur blijft echter een lust voor het oog.

Joseph Goebbels, Hitlers Spindoctor: Een Selectie uit de Dagboeken 1933-1945 - Willem Melching en Marcel Stuivenga (2011)

4,5
Dagboeken van de spindoctor van het kwaad (van mijn blog)

Het boek Joseph Goebbels, Hitlers spindoctor: een selectie uit de dagboeken 1933-1945 van de historici Willem Melching en Marcel Stuivenga schetst een bijzonder beeld van de geschiedenis van het Derde Rijk en het privé-leven van Joseph Goebbels. In deze Nederlandse vertaling, ondersteund met historisch commentaar, wordt een interessant inzicht gegeven op de visie van Goebbels over zaken zoals de actuele politiek, de strategie en de motieven van de nazi’s, het verloop van de oorlog en zijn relatie met kunstenaars zoals Leni Riefenstahl. Tevens doet hij verslag van de openhartige gesprekken met Hitler, die ook de basis vormden voor de klassieke Hitler-biografie van de Britse historicus Ian Kershaw. Ook komt zijn grote liefde voor auto’s en mooie vrouwen aan bod. Zo onderhield hij talloze buitenechtelijke affaires met actrices uit de filmwereld.

Nationaalsocialisme
Paul Joseph Goebbels (1897-1945) kwam uit een vroom katholiek gezin en door een ontsteking aan zijn rechtervoet op driejarige leeftijd liep hij de rest van zijn leven kreupel. Door hard studeren kon hij zijn handicap goed compenseren. Na een diepe geestelijke crisis in 1923 begon Goebbels met het bijhouden van een dagboek. In 1924 raakte hij in de ban van het nationaalsocialisme. Na een aantal ontmoetingen met Hitler beloofde hij hem onvoorwaardelijke trouw en werd hij actief voor de politieke partij de NSDAP.

‘Dr. Goebbels’ leidde met succes de verkiezingscampagnes van 1930 en 1932 van de NSDAP. Hij kende het belang van publiciteit in de moderne politiek en maakte graag gebruik van de modernste technieken, zoals het verspreiden van grammofoonplaatjes met de redevoeringen van Hitler en een verkiezingstournee per vliegtuig. Op 13 maart 1933 kreeg Goebbels de ministerpost van ‘Volksvoorlichting en Propaganda’. Hij kreeg daarmee de macht over de radio, de kranten en de film. Goebbels was een meester in subtiele manipulatie van de publieke opinie. Propaganda moest volgens hem zo dicht mogelijk bij de waarheid liggen. Censuur en onderdrukking waren van ondergeschikt belang.

Filmindustrie
Goebbels besefte dat beeld veel belangrijker was dan het woord, daarom kreeg de filmindustrie grote aandacht. Geen enkele film ging in première zonder zijn goedkeuring en vaak bracht hij nog ingrijpende veranderingen aan. Het doel van de films was ongemerkt de nationaalsocialistische normen en waarden overbrengen, veelal verpakt in gezellig amusement. Hoewel Goebbels de genialiteit van de propagandafilms van de regisseuse Leni Riefenstahl (1902-2003) inzag; Triumph des Willens (1935) en de twee Olympia films: Fest der Völker (1938) en Fest der Schönheit (1938), was hij meer voorstander van de antisemitische kostuumfilm Jud Süß (1940). Dit soort films waren volgens hem effectiever dan de langdradige films van Riefenstahl. Op 9 november 1939 schreef hij: ‘Vlucht naar München. Onderweg het draaiboek van Jud Süß gelezen. (…) Is uitstekend geworden. De eerste waarlijk antisemitische film.’ In totaal zou het Derde Rijk 1094 films produceren.

Reichskristallnacht
Goebbels was één van de grote aanjagers van het antisemitisme in het Derde Rijk. Melching en Stuivenga betogen dat hij dit vooral deed om in de gunst van Hitler te komen. Goebbels maakte er werk van om Berlijn ‘jodenvrij’ te maken. Zo was hij de initiatiefnemer van de Reichskristallnacht op 9 november 1938. Een aanslag op een Duitse diplomaat in Parijs door de joodse student Herschel Grynszpan twee dagen eerder was de aanleiding voor deze georganiseerde pogrom tegen de Duitse joden. Hierover schreef Goebbels vanuit München:

‘De joden moeten de volkswoede maar eens goed voelen. (…) Paar slappelingen krabbelen terug. Maar ik zweep ze weer op. Deze laffe moord mogen we niet onbeantwoord laten. (…) Ik wil naar het hotel, dan zie ik dat de hemel bloedrood is. De synagoge brandt. (…) We laten blussen zodat de belendende percelen veilig zijn. Verder af laten branden. (…) Uit het hele Rijk komen nu meldingen binnen: 50, dan 75 synagogen in brand. De Führer heeft bevolen om direct 25.000 tot 30.000 joden te arresteren. (…) Ze moeten voelen dat ons geduld uitgeput is. Wanneer ik naar het hotel rijd, rinkelen de winkelruiten. Bravo! Bravo! In alle grote steden branden synagogen. Duits eigendom is niet in gevaar. ‘

Polycratie
Goebbels zou absoluut niet de ‘tweede man van het Derde Rijk’ zijn geweest. Hitler voerde een verdeel-en-heerstactiek op zijn ondergeschikte functionarissen. De bestuursstijl van de top van het Derde Rijk was een ‘polycratie’: een bestuurlijke chaos, waarbij alleen de ‘charismatische’ Hitler onbetwist bleef. Tot in de bunker ging Goebbels de strijd aan met zijn concurrenten. De grote angst van Goebbels was dan ook uit de gratie van de Führer te raken. In zijn dagboeken schreef hij dan ook veelal over zijn relatie met Hitler. Op vrijdag 10 januari 1939 schreef hij:

‘Bij de Führer. (…) Na het eten geeft de Führer ons een rondleiding in de nieuwe Rijkskanselarij. Het hele complex is overweldigend. Dit is het meesterwerk van Speer. Daarna nog twee uur met de Führer gesproken. Hij is buitengewoon vriendelijk en aardig tegen me. (…) Hij is zo goed en menselijk tegen mij. Je moet wel van hem houden.’

Sportpalast
Goebbels nam naarmate de oorlog steeds slechter verliep de centrale rol van spreker tot het Duitse volk over. Hitler wilde niet met slecht nieuws komen. Het hoogtepunt voor Goebbels als spreker was op 18 februari 1943, wanneer hij de ‘Totaler Krieg’ in het Sportpalast in Berlijn aankondigde. De totale oorlogsvoering was het laatste redmiddel om de oorlog nog tot een goed einde te brengen. Het Duitse volk werd verzocht om nog grotere opofferingen te maken om zo de economie volledig voor de oorlogsproductie vrij te maken. Het voorstel werd met luid gejuich door een geselecteerd publiek aanvaard.

‘Om vijf uur vindt de langverwachte bijeenkomst in het Sportpalast plaats. De bezoekersaantallen zijn overweldigend. Al om halfvijf moeten de deuren wegens de grote toeloop gesloten worden. Een wild geraas binnen. Het publiek bestaat uit alle lagen van de bevolking. Van regeringsmedewerkers tot fabrieksarbeiders. Mijn rede laat een diepe indruk achter. Al bij de openingszinnen werd ik constant onderbroken door luidruchtige bijval. De reacties van het publiek zijn bijna niet te beschrijven. Nog nooit eerder was het in het Sportpalast zo turbulent als aan het einde van deze redevoering. (…) Het blijkt tijdens deze bijeenkomst dat het volk bereid is om alles op te geven voor deze oorlog en de overwinning.’

Ook tijdens de oorlog bleef Goebbels vast geloven in het gelijk van de Führer. Op zaterdag 3 maart 1945 schreef hij toen het overduidelijk was dat Duitsland de oorlog aan het verliezen was:

‘[SS bevelhebber Josef Dietrich] maakt zich zorgen over het feit dat de Führer zijn militaire staf te weinig de vrije hand geeft wat ertoe heeft geleid dat de Führer zich nu zelf bemoeit met de inzet van bijna iedere compagnie. (…) De Führer kan niet vertrouwen op zijn militaire raadgevers. Zij hebben hem als zo vaak bedrogen of het verkeerde pad op gestuurd, dat hij zich nu zelf met alles bemoeit. Godzijdank doet hij dat. Als hij dat niet zou doen, dan zouden de zaken er waarschijnlijk nog een stuk slechter voor staan.’

Op 1 mei 1945 pleegde Goebbels met zijn vrouw Magda zelfmoord, nadat ze met de hulp van een arts hun zes kinderen hadden vermoord.

Laberinto de la Soledad, El - Octavio Paz (1950)

Alternatieve titel: Het Labyrint der Eenzaamheid

5,0
Dit is werkelijk een geniaal boek van de hand van Octavio Paz over de Mexicaanse geschiedenis. Zeer interessante inzichten. Tijdloos. Deed me bij vlagen denken aan de retorische kracht van De Aderlating van een Continent van Eduardo Galeano. Ik heb het boek De Kinderen van het Slijk van Octavio Paz ook in de kast staan waar ik zeker eens aan wil beginnen.

Liaisons Dangereuses, Les - Pierre Choderlos de Laclos (1782)

Alternatieve titel: Gevaarlijk Spel met de Liefde

5,0
geplaatst:
Wat. Een. Meesterwerk.
Hoe kan een boek uit 1782 nog steeds zo spannend en meeslepend zijn? Alle lof aan de vertaler Martin de Haan voor de laatste Nederlandse vertaling met de titel 'Riskante Relaties' - in een radio-interview bij de VPRO vertelt hij uitgebreid mede over zijn noeste arbeid als vertaler van dit boek.

Lokroep van Mexico, De - Cees Zoon (1991)

4,0
Bijzonder leuk en interessant boek over het land Mexico en de literatuur die hierover is geschreven. Ondanks weer stukken uit herlezen nadat ik een aantal boeken van Carlos Fuentes, Octavio Paz en Eduardo Galeano op de kop heb getikt. De bibliografie achterin het boek is een zeer prettige doorverwijzing voor verder leeswerk. Hierbij zijn inbegrepen:
Homero Aridjis
- 1492 of De Tijd en het Leven van Juan Cabezón uit Castilië (1985).
- Onafhankelijkheidsfeest (1977).
Luis Buñuel
- Mijn Laatste Snik (1982).
Carlos Fuentes
- De Dood van Artemio Cruz (1961).
- De Oude Gringo (1985).
- Cristóbal Nonato (1984).
Eduardo Galeano
- Kroniek van het Vuur (1982-1986).
Jack Kerouac
- On the Road [Onderweg] (1955).
D. H. Lawrence
- The Plumped Serpent (1926).
Malcolm Lowry
- Onder de Vulkaan (1947).
Octavio Paz
- Het Labyrint der Eenzaamheid (1950).
Abel Posse
- De Honden van het Paradijs (1983).
Juan Rulfo
- De Vlakte in Vlammen (1953).
- Pedro Páramo (1955).

Mi Último Suspiro: Las Memorias - Luis Buñuel en Jean-Claude Carrière (1983)

Alternatieve titel: Mijn Laatste Snik: Discrete Herinneringen

5,0
Onlangs gelezen, het zeer indrukwekkende egodocument van de Spaanse filmmaker Luis Buñuel (1900-1983), Mijn Laatste Snik [Mi Ultimo Suspiro] uit 1983. Een memoires over zijn leven, zijn films - zoals Un Chien Andalou (1929), Los Olvidados (1950), El (1953), Nararin (1959), Viridiana (1961), El Angel Exterminador (1963), Le Journal d'une Femme de Chambre (1964), Belle de Jour (1667) en Le Charme Discret de la Bourgeoisie (1972) - en zijn confronterende passages over ouder worden.

Narcostaat Mexico: Hoe de Drugsmaffia de Macht in het Land Heeft Overgenomen - Cees Zoon (2011)

4,5
"Legaliseren van drugs de enige uitweg"

Mark van den Brink


In het nieuw verschenen boek Narcostaat Mexico: hoe de drugsmaffia de macht in het land heeft overgenomen schetst Cees Zoon een meer dan verontrustend en somber beeld van het verloop van de drugsoorlog die zich al een tijdlang in Mexico voortsleept en de laatste jaren zelfs is verergerd tot gruwelijke proporties. De projectvrijwilligers in Mexico van Peace Brigades International ondervinden dit aan den lijven en zetten zich in voor de begeleiding van verschillende mensenrechtenverdedigers.

De oorlog in Mexico heeft sinds de publiekelijke oorlogsverklaring van de Mexicaanse president Felipe Calderón vier jaar geleden aan de drugskartels al meer dan 35.000 dodelijke slachtoffers in zijn land geëist. Een aantal dat de oorlog in Afghanistan overstijgt en een dag zonder geweld is zelfs nieuwswaardig en haalt daarmee de krantenkoppen. Het Amerikaanse ministerie van Defensie waarschuwde dat Mexico de weg dreigt in te slaan van failed state en Hillary Clinton, minister van Buitenlandse Zaken, trok de vergelijking met het Colombia van twintig jaar geleden. Volgens Cees Zoon is de Colombianisering van Mexico al lang voltrokken en is Mexico verworden tot een 'narcostaat'. Een volgend doemscenario is volgens de Mexicaanse minister van Financiën, Gerardo Ruíz Mateos, niet ondenkbaar: “Als de oorlog tegen de georganiseerde misdaad niet snel wordt gewonnen, zal de volgende president van Mexico een drugshandelaar zijn.”

Freelance correspondent in Latijns-Amerika en hispanist Cees Zoon, die in Mexico-stad werkzaam is, beschrijft per hoofdstuk in zijn boek de facetten van de drugsoorlog die zich compleet hebben doordrongen in de hedendaagse Mexicaanse cultuur en daarmee haar samenleving. Alles en iedereen in het land heeft ermee te maken, of ze het willen of niet. Een heel hoofdstuk wordt gewijd aan de heropleving van de narcocorridos, oftewel de drugsballades, waarin de heldendaden van de drugsbazen worden bezongen. Naast de muziek zijn culturele zaken zoals literatuur, taal, film, kunst, mode, religie, politiek, voetbal en de economie allemaal beïnvloed door de drugswereld. Daar komt bij dat de drugsbazen in het land meer mogelijkheden bieden dan de Mexicaanse regering aan haar plaatselijke bevolking, die zwaar lijdt onder de extreme armoede, de gebrekkige werkgelegenheid, de politieke corruptie en een uitzichtloze toekomst. Werkloze jongeren zien vaak geen andere uitweg dan te kiezen voor de georganiseerde misdaad en geven zelfs te kennen bewondering te hebben voor de ‘narcos’ en hebben de ambitie om zelf ‘narco’ te worden. Ze kiezen voor het principe 'liever een dag geleefd als een koning dan als een rund door het leven te gaan'. Dat de meeste van de criminelen jong sterven doet er niet toe.

De Mexicaanse drugskartels laten zich omschrijven als de hydra, het meerkoppige monster waarbij voor iedere kop die wordt afgeslagen onmiddellijk twee of drie nieuwe terug groeien. Voor elke ‘capo’ die van een kartel wordt opgepakt, komt een ander voor in de plaats om deze vacante machtspositie in de drugshandel op te vullen en te verdedigen. Het gevolg is een nietsontziende bloedige oorlog waarbij de drugskartels elkaar en de Mexicaanse overheid bevechten. De drugsoorlog escaleerde nadat de Mexicaanse president Calderón na zijn verkiezingsoverwinning in juli 2006 de confrontatie met de drugskartels openlijk opzocht en het Mexicaanse leger inzette om de strijd te beslechten. Gesuggereerd wordt dat Calderón deze strijd begon om zo de aandacht van de beschuldiging van verkiezingsfraude tijdens de presidentsverkiezingen af te wenden. De politiekorpsen in Mexico, die zwaar worden onderbetaald door de regering, staan vaak op de loonlijst van criminelen en leveren hun medewerking aan de drugshandel. Talloze ex-politiemensen maken carrière in de drugswereld. Veel gemeenten hebben helemaal geen politieapparaat meer.

Feit is dat het Mexicaanse leger de oorlog aan het verliezen is. De drugskartels hebben zoveel macht dat ze hun eigen privélegers vormen, compleet met uniform. Ze zijn vaak beter bewapend en zoeken de strijd met het leger op. Amerika is daarbij de belangrijkste leverancier van wapens aan de kartels. Tienduizenden soldaten zijn sindsdien gedeserteerd en een groot deel is gerekruteerd door de kartels. Zolang de overheid niet de financiën van de kartels aanpakt en de armoede en de werkloosheid, ‘de kweekvijver van de narcos’, bestrijdt, zal de strijd tegen drugs altijd tot geweld leiden. Door middel van militair terreur en het zaaien van angst onder de Mexicaanse burgerbevolking krijgen de drugskartels haar greep op het land en zwicht de samenleving voor hun macht. ‘Niemand is meer veilig’ is alsmaar de nadrukkelijk boodschap.

De kern van het probleem van de drugsoorlog ligt bij de consumerende landen, concludeert Cees Zoon, en daarmee in het bijzonder het machtige buurland de Verenigde Staten en Europa. Mexico, die als doorvoerhaven dient voor de handel in drugs naar de Verenigde Staten, moet altijd een hoge prijs hiervoor betalen. Zolang de consumerende landen de drugsproductie en drugshandel niet zullen legaliseren zal er altijd enorm veel geld aan deze wereld te verdienen zijn en zal daarom ook nooit verdwijnen. Het legaliseren van de drugshandel zal echter waarschijnlijk nooit gebeuren omdat de wereldeconomie niet zonder de drugsgelden kan en sommige banken (vooral de Amerikaanse) innig deelnemen aan de witwaspraktijken van drugsgelden van de Mexicaanse kartels. “De honderden miljarden afkomstig uit de drugshandel hebben het economisch systeem overeind gehouden op het hoogtepunt van de wereldcrisis; sommige banken zijn er door gered.”

Nesnesitelná Lehkost Bytí - Milan Kundera (1984)

Alternatieve titel: De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan

4,5
Ronduit geniaal boek. Ik ben om. Kundera heeft een zeer aangename stijl van schrijven; deed me erg aan het briljante schrijven van Houellebecq denken. Een vorm van romanpoezie. Ik zal naar meer werk van Kundera uitkijken. Vandaag op een rommelmarkt in Oosterend op Texel tijdens mijn vakantie alvast 'Afscheidswals' gescoord. Gek genoeg had ik 'De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan' - schitterende titel trouwens - ook al eerder op Texel in een kringloopwinkel (in het dorp Oudeschild) gevonden. Voltrekt zich een literair parallel?

Oliekoning: Hugo Chávez en de Beloftes van Zijn Latijns-Amerikaanse Revolutie, De - Edwin Koopman (2010)

4,5
De ‘valse’ beloftes van Hugo Chávez

De Venezolaanse president Hugo Chávez kan worden gerekend tot één van de meest kleurrijke leiders van de moderne tijd die ervoor heeft gezorgd dat Venezuela als natie op het wereldtoneel is getreden. Tevens is Chávez van invloed geweest voor een linkse omwenteling in andere Latijns-Amerikaanse landen. Deze landen zetten zich af tegen de neo-liberale politiek die wordt gedomineerd door de Amerikaanse regering, de Wereldbank en het IMF. In het zeer interessante boek De oliekoning vertelt Latijns-Amerika correspondent Edwin Koopman over de opkomst van Hugo Chávez als president, zijn Bolivariaanse revolutie en het streven van Chávez om als de ideologische troonopvolger van Fidel Castro op te treden. Wie is Hugo Chávez, is hij werkelijk een verbetering voor Venezuela ten opzichte van zijn voorgangers en bestrijdt hij de armoede en de corruptie? Koopman laat zowel voor- als tegenstanders van Chávez aan het woord. Het boek is een persoonlijk verslag van een twaalftal bezoeken aan Venezuela en Curaçao tussen 1999 en 2011.

Het presidentschap
De politieke carrière van Hugo Chávez begint na de mislukte staatsgreep tegen de toenmalige regering van Venezuela op 4 februari 1992. Chávez was nog luitenant-kolonel van het Venezolaanse leger en was één van de beramers van deze staatsgreep. Via de televisie kondigt hij de mislukking aan en maant zijn soldaten dat verder strijden geen zin heeft. Dit korte televisie-optreden maakt van Chávez een bekendheid, die tevergeefs heeft geprobeerd om de gehate corrupte Venezolaanse regering ten val te brengen. Na een gevangenisstraf wordt Chávez in 1994 gratie verleend en hij maakt daarna een zegetocht door het land. Hij is zo populair dat hij zich voorbereidt op de komende presidentsverkiezingen. Eind 1998 wordt Hugo Chávez verkozen tot president van Venezuela. Hugo Chávez verschilt opzienbarend van eerder gekozen leiders in Venezuela. Hij is benaderbaar en zoekt actief contact met de mensen. Hij is geen onbereikbare president van de traditionele blanke elite in een ivoren toren. Hij heeft net als zijn aanhang de armoede aan den lijve ondervonden en heeft een getinte huidskleur. Het volk behandelt hij alsof het zijn eigen familie is en spreekt met hen de taal van de straat, zoals via zijn wekelijkse televisieshow ¡Hola presidente!

Met de hulp van zijn kiezers wordt er een nieuwe grondwet geschreven en laat Chávez deze uitvoerig drukken en verspreiden onder de bevolking. Het gevolg is dat de grondwet uitvoerig door de Venezolanen wordt gelezen en bestudeerd. Op straat worden levendige discussies over de grondwet gehouden. Chávez maakt de Venezolanen enthousiast voor de democratie en schrijft vele verkiezingen en referenda uit, die hij allemaal wint tot hij in december 2005 zelfs een heel parlement met louter vertrouwelingen heeft.

Volgens Koopman is Chávez een ‘caudillo’: een autoritaire leider in de Latijns-Amerikaanse traditie met een militaire achtergrond. Caudillos zijn sterk nationalistisch en geloven in een sterke staat die de massa meeneemt in de vaart der volkeren. Dit wordt vaak omschreven als een populistische dictatuur. Een voorbeeld van de meest bekende caudillo is Fidel Castro; verder zijn er de minder bekende Mexicaanse generaal Lázaro Cárdenas, de Braziliaanse generaal Getúlio Vargas en de Argentijnse kolonel Juan Perón. Tijdgenoten uit Europa waren Francisco Franco uit Spanje en de Italiaanse fascistenleider Benito Mussolini. Koopman citeert historicus Maarten van Rossem die een perfecte beschrijving gaf van het populisme van Hugo Chávez:

‘Populistische bewegingen claimen dat er zoiets is als een homogeen organisch volk. Dat volk is verdeeld over allerlei partijen dankzij de gemene, satanische strategie van de elites die het volk uit elkaar spelen. Maar in werkelijkheid vormt dat volk een eenheid. Bovendien heeft dat volk ook een politieke wil en die is ook kenbaar. En degene die deze wil kent, dat is de charismatische leider. De leider is een essentiële figuur omdat hij langs een soort van instinctieve weg weet wat het volk werkelijk wil. Daarmee wordt hij een soort verlosser en krijgt zijn leiderschap een semireligieuze tint.’

De Bolivariaanse revolutie
De inspirator van de missie van Hugo Chávez is de negentiende eeuwse bevrijder Simón Bolivar. Bolivar bevrijdde het nooderlijke deel van Latijns-Amerika van het Spaanse juk, wat nu het huidige Panama, Colombia, Ecuador, Bolivia, Peru en Venezuela is. Chávez noemt zijn socialistische missie steevast de Bolivariaanse revolutie en beweert zelfs dat Bolivar in feite socialist was. Chávez ziet zijn revolutie tegen armoede en corruptie als een opstand van de armen tegen de rijken, net zoals de opstand van Bolivar tegen de Spanjaarden. Hij stuurt militairen en Cubaanse artsen de arme wijken van Venezuela in, zodat de armen voor het eerst in hun leven onderwijs en medische aandacht krijgen. Opmerkelijk is dat hij de naam van de natie naar de ‘Bolivariaanse Republiek Venezuela’ en het wapen van de nationale vlag van Venezuela verandert; en hij zorgt ervoor dat Venezuela een unieke tijdzone krijgt die compleet afwijkt van de rest van het Latijns-Amerikaanse continent. Met dit laatste beoogt Chávez dat meer mensen eerder opstaan als het vroeger licht is. Daardoor zouden mensen beter presteren en zouden kinderen het op school beter gaan doen.

Koopman beaamt dat hij steeds minder begrijpt wat de Bolivariaanse revolutie behelst naarmate hij er meer over te weten komt. Hij stuit op zoveel tegenstrijdigheden. Chávez neemt uitgesproken socialistische maatregelen, zoals landonteigening, nationalisering van de oliesector en andere strategische bedrijven. Banken worden verplicht microkredieten te verstrekken en leningen voor landbouwprojecten en sociale woningbouw. De grondwet schrijft voor dat privé-eigendom het algemeen belang moet dienen; wannneer dit niet gebeurt volgt er onteigening. Maar de mensen houden hun eigen huis, auto en televisie, er zijn privé-ondernemingen en particuliere banken.

Chávez en Venezuela hebben een tweeslachtige relatie met de Verenigde Staten. Terwijl beide landen elkaar in de haren vliegen, houdt achter de schermen het economische pact probleemloos stand. Venezuela blijft één van de belangrijkste leveranciers van olie aan de Verenigde Staten en steunt daarmee de Bolivariaanse revolutie. Ook in het dagelijks leven in Venezuela is er weinig haat te vinden tegen de Amerikanen. Honkbal en grote Amerikaanse auto’s blijven populair in Venezuela. Chávez scheldt op het kapitalisme en tegelijkertijd consumeren Venezuelanen als nooit tevoren. Opmerkelijk is hierbij de explosieve groei van borstimplantaten. In sommige kringen krijgen dochters op hun vijftiende verjaardag een borstvergroting van hun ouders cadeau.

De oppositie
Tegenover het enthousiasme voor Chávez bestaat ook felle weerstand tegen hem en dan vooral van de mensen die wat te verliezen hebben. De eerste groep tegenstanders zijn grootgrondbezitters, conservatieve militairen, grote ondernemers, mediatycoons en leden van de traditionele politieke partijen. Voorheen waren ze gewend hun belangen begunstigd te zien worden door de president, maar met Chávez aan de macht verandert dit en krijgen ze nul op rekest. De tweede groep zijn gematigde mensen die ook voorstanders waren van radicale veranderingen, maar teleurgesteld raakten in Chávez, omdat ze geen inspraak in deze veranderingen krijgen. Toch blijft de oppositie in Venezuela te verdeeld om Chávez op de politieke weg te bestrijden en het enige wat hen bindt is de vurige wens om Chávez weg te krijgen.

In april 2002 wordt een staatsgreep tegen Chávez gepleegd. Echter in twee dagen tijd wordt hij door zijn fanatieke aanhang (de chavistas) en leden van het leger bevrijd en teruggehaald. Dit alles gaat gepaard met een grote demonstratie die eerder op een heuse volksopstand tegen de coupplegers lijkt. Na de staatsgreep promoveert Chávez tientallen loyale topmilitairen om zo de protesten tegen zijn oppositie te bestrijden. Van kritische televisiestations worden de licenties ingetrokken en deze worden zo monddood gemaakt. Verder kan Chávez rekenen op zijn chavistas die in de arme wijken van Caracas leven. De chavistas fungeren als een politieke knokploeg om mensen die openlijk kritiek leveren op de president een pak rammel te geven.

Venezuela is het derde olieland ter wereld en olie vormt de levensader van de Venezolaanse economie. Hugo Chávez zorgt ervoor dat de olieprijs stijgt door de organisatie OPEC nieuw leven in te blazen en met deze olieproducerende landen een overeenkomst te sluiten om de olieproductie te beperken. Daarna gaat Chávez de strijd aan tegen het autonome Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA om zo meer toegang te krijgen tot de olie-inkomsten.

Begin 2003 legt het oliebedrijf PDVSA als protest tegen de bemoeienis van Chávez de olieproductie enkele maanden plat door te gaan staken. Venezuela lijdt hierdoor grote economische schade. Deze staking wordt niet door de arbeiders geïnitieerd, maar door de directeuren van het oliebedrijf die Chávez weg willen hebben. Uiteindelijk breekt Chávez de staking door het stakende personeel te ontslaan, zijn eigen mensen op die posities te benoemen en zo de complete controle over het oliebedrijf en zijn inkomsten te vergaren.

De toekomst
In 2010 breekt er in Venezuela een energiecrisis uit door een gebrek aan regen. Hierdoor lopen de stuwmeren leeg en kan er geen stroom worden opgewekt. Chávez gaat besparen op energie waardoor de stroom in de steden met enige regelmaat uitvalt. Dit leidt tot felle protesten en zijn populariteit komt in het geding. Koopman is zeer verbaasd dat na twaalf jaar revolutie met de steun van de absolute meerderheid van de bevolking, zoveel macht en zoveel geld, en het besef dat het land toe was aan een grondige hervorming, Chávez het heeft nagelaten in de toekomst te investeren.

‘De enorme inkomsten hebben niet geleid tot ontwikkeling maar tot afhankelijkheid. Het volk is afhankelijk van de staat en de staat van voedselimporten en daarmee van de olie-inkomsten. In 2010 heeft Venezuela de hoogste inflatie van Latijns-Amerika en als enige land een krimpende economie. Chávez doet eigenlijk precies hetzelfde met het oliegeld als al zijn voorgangers: opmaken.’

In tegenstelling tot het eerste boek van Edwin Koopman, De ritselaars van Havana over het Cuba van Fidel Castro, lijkt Koopman in De oliekonging geen duidelijk standpunt te kunnen innemen ten opzichte van Hugo Chávez. Deels veroordeelt hij Chávez dat hij de grondstoffen verbruikt maar de inkomsten niet investeert in de ontwikkeling van het land op de lange termijn. Op een ander moment lijkt hij met bewondering te spreken over hoe Chávez probeert om de armoede te bestrijden en de arme bevolking een stem geeft.

Het onduidelijke standpunt van Koopman ten opzichte van Chávez blijkt ook uit het feit dat De oliekoning met twee verschillende ondertitels is gedrukt. Naast de ondertitel Hugo Chávez en de beloftes van zijn Latijns-Amerikaanse revolutie is het boek ook verschenen met de ondertitel Hugo Chávez en de valse beloftes van zijn Latijns-Amerikaanse revolutie. Is Chávez volgens Koopman een held die iedereen hoop geeft of toch een dictator die de bevolking voorliegt?

Van mijn blog.

Oorlog en Kermis - Olaf Koens (2015)

3,0
geplaatst:
'Iedere poging Rusland uit te leggen is bij voorbaat mislukt.’ Voor Olaf Koens is Rusland ‘het meest absurde land ter wereld. Ik heb er niets van begrepen. Ik heb er de tijd van mijn leven gehad.’

Daarmee is eigenlijk het credo van dit boek wel benoemd. De schrijver en journalist Olaf Koens legt in zijn boek 'Oorlog en Kermis' bar weinig uit. Ik begrijp in het 'woord vooraf' dat er niet wordt gestreefd naar een 'doorwrochte politieke analyse', maar om Rusland dan maar af te doen als een onbegrijpelijk en absurd land vind ik als lezer eigenlijk nogal makkelijk en neigen de beschrijvingen van de brandhaarden die de auteur voor zijn werk opzoekt naar sensatiezucht.

Want er valt toch wel een rustige rationele analyse van de situatie in het moderne Rusland te ontvouwen? Ik bedoel ik heb net ervoor het boek Rusland voor Beginners: Tien Opstellen over Literatuur (1962) van Karel van het Reve gelezen en ik heb het gevoel dat ik meer van de Slavist Van het Reve heb opgestoken dan van dit werk. Schijnbaar kan een literair vertaler en academicus een exotisch land beter doorgronden dan een journalist.

Maar goed, echt slecht is het allemaal niet. Ik had enkel door de lovende kritieken wel een andere verwachting. Zo frons ik achteraf wel mijn wenkbrauwen over de lovende citaten op de achterflap van Arnon Grunberg ('Koens illustreert wat realisme is in de kunst en de literatuur: een selectie concrete details') en van het juryrapport journalist van het jaar 2015 ('Journalistiek is meer dan rennen naar de brandhaard. Olaf Koens weet de diepere laag te vinden in de, soms dramatische, nieuwsfeiten. Hij neemt zijn lezer keer op keer mee in zijn eigen verbazing').

Tsja.

Ritselaars van Havana: Cuba, De - Edwin Koopman (2005)

4,5
‘In Cuba zijn we allemaal ritselaars en prostituees’

In het boek De ritselaars van Havana van journalist Edwin Koopman (correspondent van onder meer Trouw, VPRO-radio en de Wereldomroep) wordt een meer dan boeiend beeld van Cuba gecreëerd dat zucht onder de halsstarrigheid van een leider en een revolutie die het land en haar bevolking al decennia lang in een wurggreep houden. De Cubaanse bevolking telt de dagen af totdat hun leider Fidel Castro eindelijk het loodje legt. De ritselaars van Havana is een vlot geschreven en persoonlijk boek en toont Cuba als de DDR van het westelijk halfrond, waarin de Golf van Mexico de Berlijnse Muur is en de geheime dienst CDR (Comité para la Defensa de la Revolución, Comité voor de Verdediging van de Revolutie) net als de Stasi tot de nerven van de samenleving is doordrongen. Het boek is een verslag van zes reizen tussen 1993 en 2004.

Desinformatie
Eén van de redenen dat het regime van Fidel Castro zo lang in het zadel blijft in Cuba is de totale verspreiding van ‘desinformatie’. De partijkrant de Granma (volgens cynici is het communistische dagblad nergens goed voor, behalve de datum) de nationale televisiejournaals en de staatsradiozenders worden bewust gebruikt om de Cubaanse bevolking onwetend te houden. De nieuwsmedia melden alleen wat goed is voor de Revolutie en filteren het slechte nieuws. Goed nieuws uit bevriende communistische naties zoals China en slecht nieuws uit landen die het communistische kamp hebben verlaten zoals de voormalige Oostbloklanden. Het gevolg van het verspreiden van desinformatie (lees censuur) is een verwrongen wereldbeeld, zo is het begrip oppositie onbekend en denken sommige Cubanen dat vóór de invoering van de euro iedereen ter wereld in dollars betaalde.
Alternatieve media worden onbereikbaar gemaakt door met name de lage lonen waardoor bijvoorbeeld de Spaanse krant El País onbetaalbaar voor de gewone Cubaan is. Het internet is alleen toegankelijk voor hoge functionarissen van de Communistische Partij. Het enige betaalbare alternatief zijn internationale radiozenders zoals de Cubaanse dissidentenzender Radio Martí vanuit Miami in de Verenigde Staten en de Spaanse uitzendingen van de Nederlandse Wereldomroep. Een bijkomstigheid is dat beide radiostations op de lange golf te beluisteren zijn op oude radio´s, want in heel Cuba zijn geen kortegolfradio’s te koop.


De zwarte markt
Door het wegvallen van de economische steun aan Cuba na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1992 raakte Cuba in de jaren ‘90 in een zware economische crisis. Dit leidde tot sociale onrusten en een massale uittocht van bootvluchtelingen. Castro opende hierop de Cubaanse markt voor buitenlands kapitaal van met name Europa en Canada dat voornamelijk wordt geïnvesteerd in de bloeiende toeristenindustrie die de Cubaanse staat veel dollars oplevert. Tot 1994 was het voor de gewone Cubanen verboden om dollars in bezit te hebben en om spullen te kopen in de dollarwinkels. Intussen proberen ze op allerlei sluikse wijze de buitenlandse toeristen hun dollars afhandig te maken door middel van ritselen of aftroggelen en het verlenen van seksuele pleziertjes door jineteras. ‘In Cuba zijn we allemaal ritselaars en prostituees,’ laat de dissident journalist en dichter Raúl Rivero optekenen als commentaar hierop.
De handelsblokkade die de Verenigde Staten heeft opgeworpen tegen Cuba (in Amerika steevast handelsembargo genoemd) geeft het regime in Cuba het legitieme recht om haar beleid steevast te blijven uitvoeren. Immers is de armoede en alle ellende die Cuba ondergaat de schuld van el puto bloqueo van de Amerikanen. De blokkade is voor Fidel Castro dus een politieke rechtvaardiging voor het aanblijven van zijn regime waarmee hij niet meer zonder kan.
De zwarte markt is de enige reden waarom de Cubaanse samenleving nog leeft. Door de hongerlonen worden de Cubanen gedwongen om de wet te overtreden door het plegen van diefstal en inkopen te doen op de zwarte markt. Vervolgens heeft de staat altijd een reden klaar om hen te arresteren door de overtreding uit een strikt gedocumenteerd archief te plukken. Anders kan de staat altijd iemand oppakken wegens de vage aanklacht peligrosidad oftewel ‘een gevaar voor de staat’. Door overtredingen te verhullen is door zich als een goed revolutionair te gedragen en bij elke politieke manifestatie die in dienst staat van de Revolutie op te draven.


Dissidenten
Edwin Koopman interviewt in De ritselaars van Havana Cubanen van verschillende achtergronden, maar komt er terloops achter dat zomaar iemand op zijn woord vertrouwen alles behalve vanzelfsprekend is in Cuba. Dissidenten en verklikkers van de staat lopen door elkaar heen en op den duur komt Koopman erachter dat hij als buitenlands journalist geen uitgesproken uitzonderingspositie geniet. De geheime dienst in Cuba vormt de hoeksteen van de Cubaanse samenleving en houdt van iedereen een dossier bij door middel van het afluisteren van telefoons, verplichte melding van je bevindingen, infiltratie en aanhoudingen. Na de zoektocht naar een bekend dissident wordt op den duur ook Edwin Koopman opgepakt en verandert het vredig lijkende vakantie eiland voor hem in een Kafkaiaanse roman.
Edwin Koopman beschrijft tot vaak in detail de soms wel surrealistische wereld waarin Cuba zich bevindt. De grote tegenstellingen van het land zoals de toegang tot gratis onderwijs en medicatie, het hoge alfabetisme, tegenover het verbieden van literatuur (zoals Animal Farm van George Orwell), de schrijnende armoede, de schending van mensenrechten, de overvolle gevangenissen en heropvoedingskampen met politieke en gewetensgevangenen. Een mooie ervaring van Koopman is wanneer hij gebruik maakt van het openbaar vervoer in Havana, die namelijk bestaat uit oude stadsbussen uit Rotterdam en Amsterdam, compleet met de Nederlandse bushaltes en “Wilt U zitten? Ik kan staan” stickers. De Nederlandse bussen worden steevast hornos oftewel ovens genoemd, omdat ze niet berekend zijn op de Cubaanse tropische hitte.

Ruido de las Cosas al Caer, El - Juan Gabriel Vásquez (2011)

Alternatieve titel: Het Geluid van Vallende Dingen

3,0
Een jammerlijke teleurstelling; en ik vond het eerste werk dat ik van Vasquez heb gelezen zo veelbelovend beginnen, met de verhandeling over het ontsnapte nijlpaard uit het dierenpark Hacienda Napoles van de overleden narco Pablo Escobar. Echter begon het verhaal na het tweede hoofdstuk me steeds minder te boeien en de protagonist me enorm tegen te staan. Daarnaast was de schrijfstijl in mijn ogen niet bijster spannend te noemen en bij vlagen zelfs langdradig. Allicht had ik te hoge verwachtingen en zal een ander boek van Vasquez me meer bekoren. Ik wens hem nog een kans te geven.

SmÄ›šné Lásky - Milan Kundera (1968)

Alternatieve titel: Lachwekkende Liefdes

3,5
Ik citeer hieronder de tekst van de achterflap van mijn versie van Lachwekkende Liefdes; mijn inziens van leerzame aard en een toevoeging op de reeds geschreven plotomschrijving wat deze verhalenbundel in perspectief brengt:

“In de jaren zestig schreef Milan Kundera een tiental korte verhalen, die successievelijk in boekvorm verschenen. De beste verhalen bundelde hij in 1970 onder de titel Lachwekkende Liefdes. In tegenstelling tot zijn latere romans voert in deze verhalenbundel luchthartigheid de boventoon: alles draait om het spel.

Kundera zou echter Kundera niet zijn als hij met dit spel niet weer een ander spel zou spelen. Het op het eerste gezicht onschuldige amusement maakt algauw plaats voor spanning en onzekerheid, want het spel slaat zijn eigen weg in en keert zich tegen degene die het bedacht heeft. De personages zijn niet alleen personages van een verhaal, maar tevens figuranten in een hun onbekend toneelstuk. Wat ze ons over onszelf onthullen, is zowel fascinerend als huiveringwekkend.

Lachwekkende Liefdes is voor Kundera het boek waarvan hij het meeste houdt, omdat het de weerspiegeling is van de gelukkigste periode in zijn leven. Door een vreemde samenloop van omstandigheden beëindigde hij zijn laatste verhaal drie dagen voor de inval van de Russen in Tsjechoslowakije, waardoor aan zijn geluk een einde werd gemaakt.”

Na de meesterlijke werken De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan en Afscheidswals is dit de derde Kundera die ik tot mij heb genomen. Ik vind Lachwekkende Liefdes helaas niet zo sterk als de twee andere werken wat volgens mij komt omdat het een verhalenbundel is; waarbij enkelen van de zeven verhalen niet erg spanned worden; en het laatste verhaal dat mij het meeste aansprak (Eduard en God) van mij veel langer had gemogen.

Desalniettemin is de stijl van Kundera die zo schitterend van toepassing is in de twee eerder genoemde werken wel ontegenzeggelijk aanwezig; en laat de vroege hand van zijn schoonschrijverij zich herkennen. Ik vervolg mijn weg door zijn aansprekende oeuvre.

Under the Volcano - Malcolm Lowry (1947)

Alternatieve titel: Onder de Vulkaan

2,5
Ik houd van Mexico. Ik verdiep me graag in het land; en het lezen van deze klassieker leek voor mij daarom een must. Echter werd het een grote worseling en kan ik niet anders concluderen dat ik blij was dat ik hem uit had. De hoofdpersoon van Onder de Vulkaan is een dronkelap; en het boek laat zich ook lezen alsof het is geschreven door een alcoholist. Wat ik van de schrijver Malcolm Lowry weet, was hij inderdaad ook een grote drankorgel. Onder de Vulkaan moet het mijn inziens puur hebben van de sfeerzetting van de Mexicaanse achtergrond; ruige figuren, Spaanse citaten, el dia de los muertos en de alom aanwezigheid van tequila en mezcal. De dubbele laag die er zou moeten zijn ontging me compleet. Ik vrees dat ik deze allleen nog vind door het boek te herlezen en daarbij aan de drank te gaan. 'Le gusta este jardin? Que es suyo? Evite que sus hijos lo destruyan!'

Vagamundo y Otros Relatos - Eduardo Galeano (1973)

Alternatieve titel: Vagamundo

3,0
Lang niet zo sterk als de andere boeken die ik van Eduardo Galeano heb gelezen zoals Het Kroniek van het Vuur, De Aderlating van een Continent en Glorie en Tragiek van het Voetbal. De plotomschrijving hierboven geeft een spannender indruk dan het werkje eigenlijk is. De verhalen zijn te onsamenhangend en bieden te weinig context om te begrijpen waar ze daadwerkelijk over gaan. Het blijft bij vage sfeerimpressies. Ik veronderstel dat Vagamundo enkel een tussendoortje was of anders een probeersel of aanzet. Jammerlijk genoeg ben ik er ook niet achter gekomen wat de titel inhoudt. Toch ben ik willens om meer van de beste man te lezen.

Venas Abiertas de América Latina, Las - Eduardo Galeano (1971)

Alternatieve titel: De Aderlating van een Continent: Vijf Eeuwen Economische Exploitatie van Latijns-Amerika

4,0
‘De arbeid is internationaal zo verdeeld dat sommige landen zich specialiseren in winnen en andere in verliezen. Ons deel van de wereld, dat tegenwoordig Latijns-Amerika heet, Eduardo Galeanowas er al vroeg bij: het is zich gaan specialiseren in verliezen sinds het moment, lang geleden, dat de Europeanen van de Renaissance de oceaan overstaken en hun tanden in haar keel zetten.’

Dit zijn de eerste regels van het monumentale boek De Aderlating van een Continent: Vijf Eeuwen Economische Exploitatie van Latijns-Amerika (1971) van de hand van schrijver en journalist Eduardo Galeano. In een bevlogen tirade gaf hij een verklaring voor de al eeuwenlang durende armoede van het rijke Latijns-Amerikaanse continent.

Waarom We Ineens van de Duitsers Houden (Maar Zij Daar Zelf van Schrikken) - Merlijn Schoonenboom (2013)

3,5
Aardig boek, waarvan de titel het leukste blijft. is eigenlijk niet veel meer dan een update van 'Duitsland achter de Schermen'.

War of the Worlds, The - H.G. Wells (1898)

Alternatieve titel: De Oorlog der Werelden

3,5
geplaatst:
Mijn fascinatie voor het verhaal van "The War of the Worlds" komt van het gelijknamige conceptalbum van Jeff Wayne waar ik als kleuter op de koptelefoon naar luisterde; terwijl ik het doodenge boekwerk dat bij de dubbel LP inbegrepen zat aan de bureautafel bestudeerde. De muziek van deze plaat is sindsdien een soundtrack voor mij gebleven wanneer ik de artwork weer voor me zie. Mocht dit album onbekend zijn, kan ik deze van harte aanbevelen.

Later als tiener zag ik de oude speelfilm uit de jaren '50 die ik toendertijd griezelig spannend vond; en leerde ik in het planetarium in dierentuin Artis van de blinde paniek die op 30 oktober 1938 in de Verenigde Staten uitbrak tijdens het radiohoorspel van Orson Welles. Het boek van H.G. Wells werd zo levendig over de radio vertolkt dat de luisteraars die halverwege de uitzending invielen of het begin hadden gemist, het verhaal als een werkelijk verslag van een invasie door de Marsbewoners aanzagen.

Het was dan ook een grote bof dat ik de Nederlandse vertaling van het boek met de titel "De Planetenoorlog" pardoes in een kringloopwinkel aantrof. Ik had het boek zelf nog nimmer gelezen. Hoewel het verhaal hier en daar een beetje oubollig overkomt zijn er toch passages die nog steeds erg sterk overeind blijven, zoals de beschrijvingen van de kapotgeschoten stad Londen waar de Marsbewoners huis hadden gehouden; en het Rode Wier dat de straten overwoekerde in het negentiende hoofdstuk 'Dood Londen':

'Nadat ik bij de artillerie was weggegaan liep ik de heuvel af, en in de buurt van High Street over de brug naar Fulham. Het Rode Wier groeide toen in een verwarde massa en blokkeerde bijna de weg over de brug, maar er zaten al bleke vlekken van de zich verspreidende ziekte op de bladeren, die ze kort daarna zo snel vernietigde.

Bij de bocht in het pad dat naar Putney Station Bridge voert kwam ik bij een man die op de grond lag. Hij was zo zwart als een schoorsteenveger van het zwarte stof, hij leefde maar was machteloos en stomdronken. Het enige wat hij me naar mijn hoofd slingerde waren vloeken en razende uitvallen. Ik denk dat als hij niet zo'n grof gezicht had gehad, ik hem zou hebben geholpen.

(...) Toen ik in de richting van Brompton verderging waren de straten weer stil. Hier kwam ik op de straten en op lijken weer het zwarte poeder tegen. In totaal zag ik over de hele lengte van Fulham Road ongeveer een stuk of twaalf. Ze waren al vele dagen dood, zodat ik er snel langsliep. Het zwarte poeder bedekte hen geheel en vervaagde hun omtrekken. Een stuk of twee waren door honden aangevreten.

Daar waar geen zwart poeder lag leek het merkwaardig veel op een zondag in een grote stad, met de winkels die dicht waren, de huizen die gesloten waren met de blinders ervoor, de verlatenheid en de stilte. In sommige huizen waren plunderaars aan het werk geweest, (...) Verderop lag een vrouw die aan flarden was gereten als een bundel op een drempel; er zat een diepe wond in haar hand die over haar knie hing en er liep bloed langs haar roestbruine jurk naar beneden; (...) Ze leek te slapen, maar ze was dood.

Hoe verder ik in Londen doordrong, hoe dieper de stilte werd. Maar het was niet zozeer de stilte van de dood - het was de stilte van spanning, van afwachting. Elk ogenblik zou de vernietiging die de noordwestelijke randen van de wereldstad al had verzengd, en die Ealing en Kilburn had uitgeroeid, misschien tussen deze huizen neerrazen en ze als rokende puinhopen achterlaten. Het was een veroordeelde en verlaten stad...'


Het was ook enthousiasmerend dat sommige stukken tekst (bijna) letterlijk in de muziek van Jeff Wayne wordt bezongen, zoals de openingsregel: 'No one would have believed in the last years of the nineteenth century. That human affairs were being watched from the timeless worlds of space. No one could have dreamed that we were being scrutinised. As someone with a microscope studies creatures that swarm and multiply in a drop of water. Few men even considered the possibility of life on other planets. And yet, across the gulf of space, minds immeasurably superior to ours regarded this Earth with envious eyes. And slowly and surely they drew their plans against us' en de hypnotiserende regel 'The chances of anything coming from Mars are a million to one he said'.