menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Raspoetin. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2020, februari 2020, maart 2020, april 2020, mei 2020, juni 2020, juli 2020, augustus 2020, september 2020, oktober 2020, november 2020, december 2020, januari 2021, februari 2021, maart 2021

Tsjaikovskistraat 40: Autobiografische Vertelling over Rusland & Revolutie - Pieter Waterdrinker (2017) 4,5

afgelopen zondag om 22:29 uur

stem geplaatst

» details  

Behouden Huis, Het - Willem Frederik Hermans (1951) 4,0

afgelopen zaterdag om 12:44 uur

stem geplaatst

» details  

Landschap met Klein Vuil: Miniaturen en Maskerades - Joost Zwagerman (2001) 3,0

17 februari, 18:55 uur

In Landschap met Klein Vuil: Miniaturen en Maskerades spuwt de columnist Joost Zwagerman in het eerste deel ‘Van gewest tot gewest’ zijn gal over de drek die met name de Hollandse laagcultuur op het televisiescherm projecteert. Het is het tijdperk van de reality soaps van Big Brother en De Bus, Jerry Springer, Menno Buch en Willibrord Frequin. Kortom wanproducten waarvan het eigenlijk als columnist makkelijk scoren is om dat tot de grond toe af te fikken. Als lezer kan je enkel blij zijn dat dit allemaal toendertijd langs ons heen is gegaan en krijg je met Zwagerman te doen dat hij zo zijn tijd hieraan heeft verbruid door er aandachtig naar te kijken en er uitvoerig over te schrijven.

De columns komen gedateerd over en zijn niet bepaald boeiend om (nog) te lezen. Totdat het succes van de van de VPRO serie Jiskefet aanbod komt en de wenkbrauwen als liefhebber worden gefronst wanneer Zwagerman in zijn column ‘Burgerlijk, dom en zwaar kut’ vol in de aanval gaat op het komieke trio Herman Koch, Michiel Romeyn en Kees Prins en hun parodie en satire afschildert als goedkoop jatwerk van andere komieken zoals Toon Hermans, Monthy Python en Van Kooten en De Bie. Wat natuurlijk zwaar onterecht is.

Zielig wordt het wanneer Zwagerman op het einde van zijn stuk over de columns en de auteur Herman Koch zegt dat hij één aardige roman wist te schrijven [ik veronder Red Ons, Maria Montanelli (1989)] waarop zijn succes nog teerde en dat hij sindsdien de beperktheid van zijn talent had weten te verdoezelen. Zwagerman zal hier later waarschijnlijk wel op terug zijn gekomen.

Rechtop wordt er gezeten als voetballiefhebber bij het lezen van zijn stuk ‘Een gedoogzone voor voetbalsupporters’, over de voetbalhooligans. Een column die werkelijk bijzonder irrationeel en eigenlijk ronduit dom is. Zwagerman betoogt dat het voorstel van de ‘wereldvreemde’ Ajax-voorzitter Michael van Praag om een meldingsplicht op het politiebureau voor het rapaille onder de voetbalaanhagers ‘volstrekt niet in verhouding staat tot de terreur die de hooligans uitoefenen. Alsof je tijdens de Kosovo-crisis de Servische gevechtstroepen in toom kon houden door ze voor een straf hun veldbed te laten opmaken.’ Schijnbaar was Zwagerman niet op hoogte dat deze maatregel wel een bijzondere positieve uitwerking had op het voetbalgeweld in de Engelse competitie.

Maar hierna gaat Zwagerman even verder en tackelt hij de net zo ‘wereldvreemde’ Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa(!), die tijdens het WK van 1998 in de Spaanse krant El País (die Zwagerman in zijn stuk foutief spelt met El Païs) een artikel publiceerde waarin hij het idee bestreed dat de voetbalsupporter tot de onderklasse zou behoren. Vargas Llosa stelde dat de hooligan afkomstig was uit de upper middle class, gezapige huisvaders die tijdens de wedstrijd gedurende twee uur de oermens in hen vrijlieten. Dit uit het simpele feit dat zij al die kosten kunnen maken om naar de voetbalwedstrijden te gaan.

Zwagerman gaat daar niet in mee. ‘Je vraagt je af of Vargas Llosa ooit wel eens een voetbalwedstrijd heeft bezocht en oog in oog heeft gestaan met hooligans. (...) Zo’n half-antropologisch stuk als van Vargas Llosa draagt onbedoeld bij tot de romantisering (?!) van de voetbalvandaal.’ Of Vargas Llosa ooit naar een wedstrijd is geweest is moeilijk te zeggen, maar in het geval van Zwagerman is dat overduidelijk wel te zien. Want Vargas Llosa heeft ontegenzeggelijk gelijk en Zwagerman heeft wel een enorm bekrompen simplistisch beeld van het sociale probleem in de voetbalwereld.

Nee, stelt Zwagerman het is de schuld van de aandacht in de pers voor de hooligan, die is namelijk buitenproportioneel. ‘Al die media-exposure maakt van iedere vandaal toch een beetje a rebel without a cause.’ Er moet volgens Zwagerman een mediastilte in acht worden genomen (dit is zijn politiek-correcte voorstel), want dat hielp ook bij de Centrumdemocraten van Hans Janmaat. Zo wordt de aandacht die de voetbalcrimineel anders in de krant krijgt - en waar het hem om te doen is - gemarginaliseerd.

Echter is zo’n mediastop op het voetbalgeweld uiteraard moeilijk haalbaar, dus zijn tweede (politiek-incorrecte) voorstel is een consequent gedoogbeleid. Wat inhoudt dat aanhangers van diverse clubs elkaar voor, tijdens en na de wedstrijd naar hartenlust in elkaar op speciale terreinen mogen tremmen en er zelfs slag- en steekwapens worden gefaciliteerd. De mond valt werkelijk open dat hij zoiets heeft kunnen opschrijven.

» details   » naar bericht  » reageer  

Correspondent, De - Pieter Waterdrinker (2014) 3,5

15 februari, 18:10 uur

stem geplaatst

» details  

Imperium - Ryszard Kapuściński (1993) 4,0

Alternatieve titel: Imperium: Ondergang van een Wereldrijk, 7 februari, 21:07 uur

Imperium: Ondergang van een Wereldrijk van de Poolse schrijver-journalist Ryszard Kapuściński is een zeer lezenswaardig en in mijn optiek een beter boek over Rusland en de Sovjet-Unie dan het veelgeprezen werk Het Einde van de Rode Mens: Leven op de Puinhopen van de Sovjet-Unie (2013) van de Nobelprijswinnares Svetlana Alexijevitsj.

Imperium is het tweede boek dat ik op rij las in wat een persoonlijk leesproject is geworden, namelijk het kort achter elkaar lezen van literatuur over Rusland/ de Sovjet-Unie. Zo heb ik zojuist het tevens zeer leeswaardige en leerrijke reisboek Het Brilletje van Tsjechov: Reizen door Rusland (2014) van Michel Krielaars dichtgeslagen en ben ik nu van plan om aan De Correspondent (2014) van Pieter Waterdrinker te beginnen.

‘Stalin beval dat er een weg tussen Jakoetsk en Magadan moest worden aangelegd. Tweeduizend kilometer door de taiga en het eeuwige hal (bevroren grond). Men begon aan beide uiteinde tegelijk te werken. De zomer kwam, het ging dooien, de bevroren grond werd zacht, het water zakte omlaag en alles veranderde in drasland, de weg verdronk. Met de weg verdronken ook de gevangenen die er werkten. Stalin beval overnieuw te beginnen. Maar het liep net zo af. Dus beval hij het nog een keer. Die wegen zijn nooit bij elkaar gekomen, maar hun bouwers hebben elkaar misschien in de hemel ontmoet.’ [pag. 193-194]

Dit citaat uit het hoofdstuk ‘Springend over de plassen’ over de wreedheid van de dictator Stalin is een goed voorbeeld van de schrijfstijl van Kapuściński die mij zo bevalt en inspireert en wat bij het boek van Svetlana Alexijevitsj veel meer ontbrak. Wanneer me trouwens werd gezegd dat dit citaat uit het werk Kroniek van het Vuur van de door mij bewonderde Uruguayaanse schrijver Eduardo Galeano kwam had ik dat trouwens ook geloofd. De twee schrijvers ontlopen elkaar niet erg op de manier hoe zij op een bijna poëtische wijze sociaal onrecht en misstanden uit zowel het verleden en het deden kunnen duiden, zonder de waarheid en de naakte feiten geweld aan te doen.

Bandieten
In het vorige boek dat ik las, Het Einde van de Rode Mens, stoorde ik me eraan dat er meerdere keren door geïnterviewden die de revue passeerden werd verwezen naar het plotselinge gevaar van straatbendes en bandieten die na de val het communisme de straten van Rusland terroriseerden, maar de schrijfster verzuimde er enige uitleg of verklaring voor te geven waar deze bendes plotsklap vandaan kwamen. Dit onderwerp komt interessant genoeg ook in het boek van Kapuściński voorbij wanneer in een gesprek met een taxichauffeur terloops de ‘Kaukasische maffia’ wordt genoemd.

Kapuściński legt hierop aan de lezer uit dat de maffia verdeeld is over de etniciteiten in het Sovjetimperium. Zo is er de Russische, Kaukasische en de Aziatische maffia, die dan weer in kleinere groepen te verdelen zijn, zoals de Tsjetsjeense en Georgische, Tataarse en Oezbeekse maffia, de maffia van Tsjeljabinsk en Odessa.

‘Die obsessie van de maffia is niet zomaar uit de lucht komen vallen, het heeft zijn diepe, tragische wortels. Door de grote catastrofe rond 1920 - de wereldoorlog, de revolutie van oktober 1917, daarna burgeroorlog en de enorme hongersnood - raakten miljoen Russische kinderen hun ouders en huis kwijt. Die miljoenen wezen (toezichtlozen) dwaalden over de wegen van het land, door dorpen en steden, op zoek naar eten en een dak boven het hoofd (honger lijden en geen thuis hebben is in Rusland niettemin wat anders dan in Afrika: zonder een warme plek vries je in Rusland gewoon dood). Veel van deze toezichtlozen leefden van diefstal en roof.

Met de tijd werd een deel van hen bij de NKVD (het beruchte en wrede staatsapparaat dat verantwoordelijk was voor het opsporen van ‘vijanden’ in het binnen- en buitenland) ingelijfd, waar ze een instrument van de stalinistische repressie werden, anderen werden beroepscriminelen en zij waren in de latere kampen de rechterhand van de NKVD-bewakers en terroriseerden de politieke gevangenen.

Veel maffioso's van vandaag zijn de kleinkinderen van die dakloze en vaak naamloze toezichtlozen. Je losmaken van het verleden was niet makkelijk, vaak gewoon onmogelijk. Wie in conflict kwam met het gezag, gaf zijn conflictstatus door aan zijn zoon en kleinzoon. Dit kenmerkt de postcommunistische samenleving van de voormalige Sovjet-Unie: er zijn daar geen individuele misdadigers, geen criminele elementen maar er bestaat een complete criminele bevolkingslaag die een andere genealogie en traditie heeft dan de rest van de samenleving. Elke nieuwe crisis - de Tweede Wereldoorlog, de naoorlogse zuiveringen, de corruptie van de Brezjnevtijd, het uiteenvallen van de Sovjet-Unie - zorgde voor een aanvulling en vermeerdering van de criminele gelederen. [pag. 200-201]

Kolyma
De hoofdstukken die mij het meest in Imperium frappeerden waren ‘De tempel en paleis (nog in Moskou)’ - waar ik eerder al naar verwees bij het autobiografische werk Mijn Leven van Leon Trotski - en ‘Kolyma, mist en mist’ waarin Kapuściński naar het grote strafkamp in Kolyma reist, in de uiterste noordoostelijk uithoek van de Sovjet-Unie. De streek die is vernoemd naar de lokale rivier en enkel bestaat uit een onherbergzame ijswoestijn kon ten tijde van het strafkamp enkel per boot (acht à tien dagen varen) worden bereikt vanuit de zuidelijk gelegen kustplaats Vladivostok of Nachodka, die dan weer bereikt kon worden met de Transsiberische Spoorlijn.

De hoofdstad in deze bijna onbevolkte streek, Magadan, werd pas na de vondst van waardevolle grondstoffen zoals goud en zilver in 1929 gesticht. De communistische partij nam het besluit om deze metalen te winnen door politieke gevangen in te zetten als arbeidskrachten, wat door de bank genomen neerkwam op slavenarbeid.

‘Het begin van Magadan was eveneens het begin van de grote terreur van de Stalintijd. Miljoenen mensen kwamen in de gevangenis. In de Oekraïne stierven tien miljoen boeren van de honger. Maar ze waren nog niet allemaal dood. Ontelbare massa’s ‘koelakken’ en andere ‘volksvijanden’ konden naar Kolyma worden gestuurd. De uitdaging was enkel het vervoer. Er was maar één spoorlijn, naar Vladivostok, vanwaar niet meer dan een paar schepen regelmatig naar Magadan voeren. Langs die weg vond, ononderbroken gedurende vijfentwintig jaar, het vervoer van levende skeletten uit het hele Imperium naar Magadan plaats.’ [pag. 202-203]

In Magadan en verder weg op Kolyma waren honderdzestig gevangenkampen of, zoals men ze ook noemt, arctische doodskampen. Het kamp bezat een sadistisch en tegelijkertijd nauwkeurig doordachte structuur die de vernietiging en ondergang van de mens ten doel had, en wel zo dat hij voor zijn dood de ergste vernederingen, ontberingen en martelingen onderging. Het was een netwerk van vernietiging waar een mens, als hij er eenmaal in terecht was gekomen, zich dikwijls niet meer uit kon werken. [pag. 204-205]

Het verhaal over Magadan herinnerde me aan de aflevering ‘Vergeten verleden’ van het zeer bezienswaardige reisprogramma Van Moskou tot Magadan (2009) van Jelle Brandt Corstius. Beslist de moeite waard om eens te bekijken.

Vergelijking tussen twee kampgevangenen
Het interessantste gedeelte van dit naargeestige hoofdstuk is de vergelijking die Kapuściński trekt tussen de levens en levensbeschouwingen van twee gevangenen aan de hand van de boeken die ze hebben geschreven: Verhalen van Kolyma van Varlam Sjalamov (een dikke pil die nog ongelezen bij mij in de kast staat) en Heksensabbat van Alexander Weißberg-Cybulksi.

De schrijvers behoorden tot dezelfde generatie en werden allebei in 1937 gearresteerd. Beiden waren volkomen onschuldig en werden door de NKVD geslagen, gemarteld, vertrapt en vernederd. Sjalamov was een Russische anti-communist en de Oostenrijker Weißberg was juist een vurig overtuigd communist.

Weißberg dacht dat hij in een gekkenhuis terecht was gekomen, dat de NKVD-officieren krankzinnigen waren, dat de Sovjet-Unie onder Stalin de wereld van de waanzin, paranoia, het absurde was. Hij ging in tegen de valse beschuldiging die hem was opgelegd, deed geen enkel moment afstand van zijn communistische overtuiging en bestreed de nachtmerrie waarin hij zich bevond met een rationele benadering. Dit hield hem op de been.

Voor Sjalamov was alles wat hem omringde een deel van de natuur, de kampen hoorden tot de orde van de natuur, niet tot die van de mens. Het had dus geen enkele zin om daar tegenin te gaan. ‘Als iemand in het kamp komt, moet hij niet rebelleren, want daarvoor krijgt hij de kogel, hij moet alleen leven om te overleven. Meer valt er niet te doen en meer hoef je ook niet te doen.’

De tegenstelling van de twee culturen, het oosterse van Sjalamov en het westerse van Weißberg, ten aanzien van de repressie wordt volgens Kapuściński misschien verklaard door de grootste Russische filosoof, Vladimir Solovjov in Over het Oosten en Westen. Solovjov schrijft hierin dat het verschil in de twee culturen zich al aftekende in het begin van de geschiedenis van de mensheid, waarin het Oosten zijn cultuur baseerde op absolute onderwerping van de mens aan een hogere macht, aan het bovennatuurlijke, en de mens in het Westen werd overgelaten aan zijn eigen vindingrijkheid die hem alle ruimte af om zijn aangeboren creativiteit te ontwikkelen. [pag. 214-217]

Het fabel van de Sovjet-Unie
Ryszard Kapuściński sluit het boek af met een ironische fabeltje over de Sovjetunie uit het boek Staliniada van Joeri Borev, die hij na Brezjnev nog verder aanvulde en het absurde verhaal dit verdwenen sovjetimperium niet beter kan duiden.

‘De Russische schrijver Joeri Borev vergeleek de geschiedenis van de Sovjetunie met een rijdende trein: ‘De trein reed naar de lichtende toekomst. Lenin was de bestuurder. Opeens stopte hij - het spoor hield op. Lenin voerde onbetaalde zaterdagsarbeid in en de trein reed verder. Nu was Stalin de bestuurder. De Weg hield weer op. Stalin beval de helft van de conducteurs en passagiers dood te schieten en dwong de rest om nieuwe rails te leggen. De trein reed weer verder. Stalin werd vervangen door Chroesjtsjov en toen de rails ophielden, beval deze de rails weg te halen waarover de trein al had gereden en ze voor de locomotief te leggen. Chroestjov werd door Brezjnev afgelost. Toen het spoor weer ophield, besloot Brezjnev de ruiten af te schermen en de wagons zo te laten schommelen dat de passagiers dachten dat de trein doorreed.’ (Joeri Borev, Staliniada)

En zo kwamen we aan in het Tijdperk van de Drie Begrafenissen (van Brezjnev, Andropov en Tsjernenko), waarin de treinpassagiers zelfs niet meer de illusie hebben dat ze ergens naar toe rijden. Maar in april 1985 zet de trein zich weer in beweging. Het is alleen zijn laatste rit. Deze rit duurt zesenhalf jaar. Ditmaal is Gorbatsjov de bestuurder, en op de locomotief is de leus ‘Glasnost - Perestrojka’ geschilderd.’ [pag. 307]

» details   » naar bericht  » reageer  

Brilletje van Tsjechov: Reizen door Rusland, Het - Michel Krielaars (2014) 4,0

7 februari, 11:48 uur

stem geplaatst

» details  

Heer Bommel en Tom Poes: Het Lastpak - Henk Hardeman (2016) 3,5

1 februari, 20:48 uur

Een dapper en smaakvol Bommelverhaal dat in de geest van Marten Toonder is gemaakt. Bovenal de tekeningen van Henrieke Goor die het verhaal vergezellen zijn zo wonderlijk goed getekend dat je zou geloven dat deze nog door Marten Toonder zelf zijn getekend. Het is dan ook jammer dat er niet voor is gekozen voor een dezelfde opzet als de normale Bommelverhalen van Toonder met voor de helft plaatjes en de andere helft tekst.

Voor de rest is het verhaal van Het Lastpak aardig maar niet subliem en blijft het daarom bij een dappere poging.

» details   » naar bericht  » reageer