menu

Hier kun je zien welke berichten Wandelaar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

A Short History of Myth - Karen Armstrong (2005)

Alternatieve titel: Mythen: Een Beknopte Geschiedenis

poster
3,5
Voor de schrijfster, die nogal eens flink kan uitpakken in vuistdikke werken over deelaspecten van religie, inderdaad een Short History. En dat nog wel over de geschiedenis van de hele mensheid vanaf het Paleolithicum, de tijd van de mens als jager-verzamelaar, tot wat genoemd wordt: de grote westerse transformatie vanaf 1500 tot heden. Een knappe prestatie om dat op 121 pagina's tekst (Nederlandse editie) en een paar bladzijden met noten, gedrukt te krijgen.

Natuurlijk is het dan eenvoudig hier wat op af te dingen. Zo kun je je afvragen of we genoeg weten van de mythische beleving van de mens van pakweg 10.000 jaar geleden. Natuurlijk, er zijn opgravingen, grafheuvels en dergelijke. Maar de gevoelens die de mens daarbij had, zijn een stuk lastiger te achterhalen. Dat beseft de schrijfster ook en dus komen we vaak de woorden 'misschien'en 'wellicht' tegen. Deden álle jager-verzamelaars aan mythische voorstellingen van het bovennatuurlijke of waren dat, om zo te zeggen, alleen de 'wappies' onder hen? We weten dus heel veel niet.

Wat Armstrong echter duidelijk wil maken is dit: religie, in de zin van een betrokkenheid op het onzichtbare, was er altijd al en maakt een integraal onderdeel uit van het mens-zijn. Dat is haar visie en die klinkt, onverminderd, ook in dit bescheiden boekje door.

Algemeen Betwijfeld Christelijk Geloof: Een Herziening, Het - H.M. Kuitert (1992)

poster
3,0
De veelbesproken gereformeerde theoloog Harry Kuitert legt in dit boek uit wat traditie is, waarom ook het christelijk geloof uit een traditie voortkomt en wat dit betekent voor de geloofswaarheden die in het christelijk geloof worden doorgegeven.

Dit boek, waaraan de Buitenveldertse auteur in december 1991 de laatste hand legde, sloeg in als een bom. Ik tel tenminste 17 herdrukken en zeker twee jaar lang stonden kerkbladen vol met discussie rond het boek.
Was het dan zo opzienbarend? Eigenlijk beweegt Kuitert zich nog redelijk langs de vertrouwde paden van de kerkelijke belijdenis. Alleen verschilt hij van mening over de bronnen van geloof. Die zijn puur menselijk en kunnen fouten bevatten. Zo is geloof een 'zoekontwerp', je kunt op zoek gaan naar God, maar of je hem gevonden hebt, en op de juiste manier, blijkt pas aan het einde.

De kritiek was duidelijk. Kuitert was niet te betrappen op een openlijke ketterij, maar zette het hele geloof op een wankele basis van 'op zoek gaan'. Aantrekkelijk, ruimdenkend misschien ook, maar heel wat anders dan wat voorheen geleerd werd in de synodaal gereformeerde kerken.

Zoals gezegd, het boek is best christelijk. God is schepper en onderhouder, Christus bracht verzoening en er is een leven na de dood. Op het eerste gezicht een traditioneel verhaal.

Maar ook Kuitert ging, volgens eigen recept, op zoektocht. In de boeken die hij hierna schreef, vielen één voor één de zekerheden. Tot hij zelfs geen God in de hemel meer overhield om in te geloven.

Wat ik sterk vind is zijn reactie op Karl Barth. Bij Barth draaide het alleen nog maar om Christus. En in dat spoor een wereldgerichte beweging. Kuitert begint bij God. Hij gaat weliswaar ruwer met mensen om dan ons lief is, maar we kunnen zeker zijn van de goede afloop. Onbegrijpelijk maar te vertrouwen.

Is dit geloof het resultaat van een 'zoekontwerp'? Daar geloof ik niks van. Hoe rationeel Kuitert het ook wil benaderen, hier spreekt toch zijn aloude band met de gereformeerde spiritualiteit: het godsvertrouwen. In Psalmboek en belijdenis.
Jammer is dat Kuitert hier later vanaf dreef en in ijlere, godsdienstfilosofische sferen eindigde. En dat ondanks zijn sterk ponerende formuleringen, waarbij het moeilijk was hem tegen te spreken. In dat opzicht een ouderwetse dominee, gewend aan het gezag van zijn kansel. Voor velen een baken in de storm, voor vele anderen een reden de kerk vaarwel te zeggen.

H.M. Kuitert, de theoloog die de geschiedenis ontdekte en zijn geloof verloor | Wim Berkelaar - wimberkelaar.com

PS. Voor wie zich ongerust maakt; dit was één van de laatste boeken over geloofszaken die ik hier besproken heb. De stapel wordt dunner.

Alles is Politiek, Maar Politiek Is Niet Alles: Een Theologisch Perspectief op Geloof en Politiek - H.M. Kuitert (1985)

poster
3,5
Dit boek kwam uit in een tijd dat het politieke debat in Nederland draaide om plaatsing van kernwapens, Latijns-Amerika en Zuid-Afrika. Ook in de kerken, met name de protestantse, was er een strijdbare protestgeneratie aan het wereld-verbeteren geslagen en die liet van zich horen. De achterblijvers, de behoudende christenen die daar niet direct warm voor liepen, moesten ‘bewerkt’ worden, het liefst vanaf de kansel. In het voetspoor van theologen als Barth, Moltmann en Sölle - ook Bonhoeffer werd daar graag bij gesleept - werd een messiaans visioen gepredikt van een rechtvaardige hervorming van de wereld, liefst naar marxistisch model. En de kerk moest daarin voorop lopen, wilde ze zich nog kerk durven noemen. Jezus was immers gekomen om hen te bevrijden en de maatschappij eens flink op z'n kop te zetten. Geloven werd actievoeren. Denk aan het IKV. Niet meedoen - bijvoorbeeld in de actie tegen plaatsing van de kruisraketten - was verraad aan het evangelie.

Nu was Harry Kuitert (1924-2017), hoogleraar ethiek en theoloog aan de VU, wel voor vernieuwing, maar het gelijkstellen van geloof aan politieke stellingname, welke dan ook, vond hij maar hoogst bedenkelijk. Die mening zette hij duidelijk uiteen in dit boek.
De kerk heeft meer te bieden dan wereld-verbeteren. Want uiteindelijk is er een dimensie die over de grenzen van het hier-en-nu heengaat. Niet alles hoeft hier, en zeker niet door de kerk, verwezenlijkt te worden. En bovendien: ieder zijn vak. De socioloog is geen theoloog en omgekeerd. De kerk heeft een eigen werkterrein.

Daarmee nam Kuitert een relatief gematigd standpunt in, in het oververhitte, gepolariseerde debat van die dagen. Een welkome bijstelling ook. Het werd al gauw een veelbesproken boek. De knuppel in het kerkelijke hoenderhok, vooral in de van activiteiten en commissies overlopende gereformeerde kerken, waar hij lid van was.

Kuitert poneert nogal sterk vanuit zichzelf en doceert op een toon die weinig tegenspraak kan hebben. Daarin is de auteur ouderwets gereformeerd. Hij weet het allemaal goed en formuleert scherp. In zijn latere boeken, vanaf de jaren ‘90, dreef Kuitert verder weg van zijn gereformeerde verleden en hield uiteindelijk geen houvast in het geloof meer over. Het was allemaal mensenwerk en niets van boven.

Die lijn zien we in dit werk uit 1985 nog niet. Het is m.i. zijn beste boek en het kwam op het juiste moment. De tijd heeft dit boek wel ingehaald. Van een levendig maatschappelijk en theologisch debat is in de kerken in ieder geval geen sprake meer.

Het is mensen eigen in de kudde mee te lopen achter de voorman aan. Voor een vorige generatie was Harry Kuitert zo’n voorman. Hij bracht nieuwe dingen, die als bevrijdend werden ervaren. Zulke opiniemakers zijn er tegenwoordig niet meer. En politiek is allang een bedrijf geworden voor pragmatici en populisten. Het idee van een maakbare, betere wereld staat, ook in de kerken, op een laag pitje. Het Koninkrijk Gods hoeft niet meer per se hier en nu gerealiseerd te worden. Er is ook nog een hemel.

Wat me al lezend wel opvalt is, behalve zijn zelfverzekerdheid, dat ook deze theoloog zich richt op de intellectuele lezer, de mede-theoloog, de bovenlaag. Voor gewone belijdende kerkleden was deze discussie nog nauwelijks te volgen. Kuitert gold als progressief maar was geen man van de dialoog. Hij kon flink schelden op zijn opponenten. De theoloog bepaalde in die jaren nog steeds het debat. Die pretentie heeft de theologie, inmiddels bijna 40 jaar later, noodgedwongen achter zich gelaten. En dat lijkt me winst. Een tweede Kuitert zal niet nodig zijn.

Een mooi citaat tenslotte:
“Als maatschappelijk heil alle heil is dat mensen verwachten mogen, is er maar één conclusie mogelijk: dan moet inderdaad alles hier gebeuren, alle geluk hier gesmaakt, alle genot hier genoten en al het verschuldigde hier voldaan. Want wat hier niet wordt ontvangen of afgemaakt, wordt het nergens.” (215).

Altijd Dat Kruis - A. van de Beek (2018)

poster
3,0
Zoals gezegd kom ik hier graag nog eens op terug na herlezing. Een vlot geschreven, maar tegelijk moeilijk boek. En, als relatieve buitenstaander, ik ben geen lid van een kerk, vraagt het wat inspanning. En voorlopig is dit het laatste boek over geloof en theologie dat ik hier bespreek. Want de zon schijnt en om de één of andere reden ben ik in de wintermaanden hier meer voor in de stemming. Dan nu mijn recensie:

Theoloog A. van de Beek is niet uit het meest buigzame hout gesneden. Hij ziet zichzelf nogal eens als een roepende in de woestijn. En zoekt, net als de woestijnvaders in de oudste geschiedenis van het christendom, de eenzame positie.

In dit boekje draait het eigenlijk maar om één ding. Dat is de uitspraak van de apostel Paulus in zijn eerste brief aan de Korintiërs. Met die tekst begint het boekje: “Ik heb mij voorgenomen niets te weten onder u dan Jezus Christus en Hem als Gekruisigde”. Het verdere betoog van de auteur is hier een uitwerking van. Wars van activisme, enthousiaste geestesuitingen, opgewekte bijeenkomsten is de harde, maar daarom ook troostrijke gedachte die hij hier centraal stelt. Het bevrijd worden van iedere vorm van 'heilig moeten'.

Sinds Auschwitz (en het lijkt me ruim daarvoor ook al) is er een theologie ontstaan die met een God met een baard, die boven de wolken ons leven bestuurt en ons beneden vriendelijk toeknikt, heeft afgerekend. Bram van de Beek stelt het radicaal: die God bestaat niet. God is in Jezus - opvallend is hoe vaak van de Beek hamert op het gelijk aan God zijn van Jezus - die ware God, is gestorven aan een kruis, als de lijdende. Alleen zó representeert God zich in deze wereld.
En alleen in het lijden in óns leven herkennen we God. Van de Beek zegt: 'als het verdriet in je leven gekomen is'. Door de dood van God is er uitzicht op het leven. Dat organiseren we niet zelf, maar wordt ons geschonken. De doop betekent: ingedoopt worden in de dood van de Zoon, die God zelf is. Niet meer ik, maar Hij leeft in mij.

Tegen de verdrukking in - want protesten komen van alle kanten - positioneert de geleerde theoloog zich op dit eenzijdige, christologisch hoge standpunt. Voor de historische Jezus heeft hij, evenals Paulus, maar heel weinig belangstelling. Het gaat alleen om het ergerniswekkende kruis.

Inderdaad wekt dat ergernis. Het kruis kun je naar mijn mening niet meer zomaar onbevangen neerzetten als symbool van geloof en verlossing. Tot aan de vijfde eeuw is er in de christelijke kunst nog geen kruis te vinden. De eerste christenen gingen daar zuinig mee om. En inmiddels, na vele eeuwen christendom, staat dat kruis niet alleen meer voor weerloze overgave, maar ook voor machtsmisbruik, kruistochten, godsdienstoorlogen, exorcisme en bijgeloof. Dus ja, de critici hebben gelijk: altijd dat kruis, daar moet je voorzichtig mee zijn als je niet goed uitlegt wat je daar precies mee bedoelt.

De auteur schrijft heel goed en boeiend en is een man van deze tijd. Er zijn nog weinigen met zoveel kennis van de oude christelijke bronnen als van de Beek te vinden in ons land. Dus is het goed luisteren naar de man altijd de moeite waard. Maar dit volledig scheeftrekken van de dogmatiek, de ene eenzijdigheid bestrijden met de andere, dat wringt toch wel. Hier en daar zo kort door de bocht dat het pijn doet.
Voor Paulus had het effect, als correctie van de op drift geraakte gemeente in Korinte. Dat zal nodig geweest zijn misschien. Voor ons zijn weer heel andere vragen aan de orde. We zijn tweeduizend jaar verder. De theologie doet er goed aan niet achteraan te lopen. Stel spannende vragen, blijf in gesprek.

Angst voor de Mythe - Arne Jonges (2018)

poster
4,0
Het woord ‘mythe’ doet denken aan een ‘verzonnen verhaal’, iets wat door helder en logisch denken ontkracht moet worden. Een rest uit een duister verleden waarin we nog in sprookjes geloofden.

Toch heeft mythe precies de betekenis van 'geloofsverhaal'. Het gaat daarin niet om de meetbare feiten. Er wordt niets geconstateerd, maar meegemaakt.

Arne Jonges houdt in dit essay een vurig pleidooi voor een geloof dat inspiratie vindt in de mythe. Daarmee komt hij frontaal in botsing met twee partijen: de orthodoxie van ‘waar gebeurd’ en het liberale idee dat we de mythe voorbij zijn en van een ‘historische Jezus’ moet uitgaan. Fel haalt de auteur uit naar beide kanten, maar het meest naar de rationalisten die de bijbel laten buikspreken, alsof er iets met zekerheid gezegd kan worden over wie Jezus precies was en hoe hij leefde.
Daarin volgt hij voor een groot deel de lijn van zijn grootvader dr. G.A. van den Bergh-Eysinga, die niet geloofde dat de historische Jezus iets toevoegde aan het geloof.
Geloof moet gericht zijn op de toekomst en niet op het verleden.

Arne Jonges is bekend in de Vrijzinnig Protestantse kring. Van de theologische wetenschap die geloof en echte wetenschap vermengt, heeft hij geen hoge pet op. Toch kun je zeker wel zeggen dat de auteur als gelovige spreekt in zijn kleine boek, meer een pamflet.

Het heeft me van m’n stuk gebracht en aan het denken gezet nadat ik de afgelopen twee jaar me verdiepte in de vele onderzoeken naar ‘de historische Jezus’. Ook de bijbelwetenschappers en nieuwtestamentici, weten eigenlijk vrijwel niets met zekerheid. Het zijn speculaties die met geloof zelf weinig te maken hebben. Een toontje lager past de theologen.

'Wie de verhalen reduceert tot ‘berichten’ over een onschuldig gekruisigde, charismatische, goede rabbi die een prediker was van het komende Godsrijk, doet onrecht aan de geschriften zelf en aan het geloof dat daaruit spreekt. Er zijn immers erg veel goede, onschuldige mensen op brute wijze vermoord, op de mestvaalt van de geschiedenis beland en vervolgens in vergetelheid geraakt.'
...
' Wie naar een ‘historische Jezus’ als een mens tussen de mensen zoekt, naar een man van vlees en bloed, heeft de wereld van de mythe en het godsdienstig geloof verlaten en construeert feitelijk niets anders dan een romanfiguur.' (41)

'Wie het mythische karakter van deze geschriften niet onderkent en erkent, blijft steken in een merkwaardige mengelmoes van negentiende-eeuws liberalisme en twintigste-eeuwse halfwassen orthodoxie. Angst voor de mythe beneemt menig theoloog het zicht op het karakter van de teksten die hij voor zich heeft en dat reduceert zijn hermeneutische taak tot vroom gebeuzel.' (64)

Een krachtig geformuleerd boekje met veel inhoud, waarmee de schrijver ongetwijfeld op vele zere tenen heeft gestaan.

Voor wie ook met de grootvader wil kennismaken, verwijs ik naar zijn boek, te vinden op:
DE OUDSTE CHRISTELIJKE GESCHRIFTEN : G. A. van den Bergh van Eysinga :Internet Archive