menu

Hier kun je zien welke berichten WildeOscar als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Druivenplukkers, De - A. den Doolaard (1931)

4,0
geplaatst:
Het heeft even geduurd, eRCee, maar nu kwam A. dan toch aan de beurt, zoals beloofd!

Ofschoon het inderdaad, zoals het plot vermeldt, gebaseerd is op A.'s eigen ervaringen als zwerver en druivenplukker (zie voor meer achtergrondinformatie De druivenplukkers | A. den Doolaard - adendoolaard.nl), is het boek gefictionaliseerd, en is moeilijk te achterhalen wie bijvoorbeeld A. zou kunnen voorstellen. Is het de Oost-Europese Vladja (niet gek bedacht, gezien A.'s grote liefde voor Joegoslavië en omstreken), of André met het woeste oog? Ik denk dat beide hoofdpersonen wat kenmerken en opvattingen van de schrijver delen. Zo lijkt Vladja simpel en goedmoedig in zijn gedachten, wat me precies de dingen lijken die A. zo fijn scheen te vinden aan "des zwervers bestaan". André aan de andere kant lijkt het zichzelf ontzettend moeilijk te maken met interne conflicten: hij kan maar niet lijken te ontkomen aan de taken die hij zichzelf oplegt, en die hem meerdere malen in de gevangenis dreigen te doen belanden. Hij vertoont in ieder geval één sterke gelijkenis met de schrijver, waardoor ik wel moet constateren dat bepaalde meningen die André erop nahoudt overeen zouden moeten komen: het vermoorden van de minnaar van zijn echtgenote. Als je dit weet, maakt het het lezen van Andrés woorden in deze roman een stuk omineuzer, wetende wie het zegt en wie het schrijft.

Bepaalde zaken waaraan belang wordt gehecht in het boek houden het verdedigen van eer in: of het nu familie-eer, "'s lands (van herkomst) eer", eer van oorlogsdaden (helden- of mis-) &c. is. Deze vormen van eer worden niet onderbouwd of gemotiveerd, en komen nogal archaïsch over. Nu zijn er meerdere zaken die oud overkomen, maar het (al dan niet vrijwillig gekozen) zwerversbestaan en de perikelen van seizoensarbeiders en (al dan niet) economische migranten vinden nog steeds plaats. De plaats en de personen kunnen dan wel anders zijn, maar je vult andere woorden in en veel gebeurtenissen en wijsheden staan nog steeds overeind. Ik kon me bij deze zaken dus ook heel wat voorstellen. Bij de voornoemde zaken van eergevoel en bijbehorende motivaties voor acties kon ik me wat minder voorstellen, en dacht ik dus vaker: "Och jongen, wat ga je nu toch doen?" (Ja, het waren steeds jongens die dergelijke stommiteiten gingen ondernemen.) Ik leef dan op zulke momenten minder met die personen mee, helaas. Andere zaken, zoals de jonge Vladja die meermalen hopeloos verliefd werd, waarbij zijn hulpeloze acties niet altijd het gewenste effect leken te hebben, waren juist heel erg herkenbaar. Tja, hopeloze liefde is uiteraard iets van alle tijden.

Dan de natuur. Het is overduidelijk dat de schrijver een grote liefde kent voor de omgeving van de zwerver (of misschien wel gewoon de bohémien), en dat is de natuur. Het romantiseren, soms zelfs verheerlijken van het zwerversbestaan van haast honderd jaar geleden kan gemakkelijk vertaald worden naar het nu (het "één zijn met de natuur"), en niet altijd heeft dat het beoogde effect bij mij (ik zie dan vaak een cartoon voor me, ik weet niet meer van wie, met een man die op een uitgestorven plek, verbaasd of gepikeerd, de woorden uitstoot: "is dít nu de vrije natuur?"), maar in dit boek was het goed uitgewerkt! Gecombineerd met des auteurs liefde voor woorden zorgt dit dan ook voor mooie beschrijvingen van de natuur, die niet uitgeweid werden, maar krachtig neergezet, en mooi egaal verdeeld werden over de rest van het verhaal. De schrijver wist dan ook, uit eigen ervaring, goed waar hij over sprak: zijn haast als zwerver professionele, eigen impressies van de natuur. Ik denk dat vooral het niet langdradige, maar goed samengevatte plaatsen in kernachtige zinnen wist te bereiken, dat ik me goed wist voor te stellen, wat de schrijver bedoelde; en dat was waarschijnlijk ook, wat hij poogde te bereiken bij de lezer. Middels sterke, heldere en simpele metaforen leek ik meteen te weten wat hij bedoelde. Normaal kan ik me weinig voorstellen bij een beschrijving van een omgeving of de natuur, maar hier lukte het de schrijver dus goed om me mee te nemen. Wellicht kan meegespeeld en geholpen hebben dat ik vaak op vakantie ben geweest in het gebied van Frankrijk waar A. over schrijft (sommige plaatsnamen herkende ik zelfs, waar ik op de camping heb gestaan), en ook vaak de natuur ben ingetrokken. (Over of "ben ingetrokken" als actieve of passieve handeling gelezen dient te worden, ben ik nog niet uit.) Zo kon ik me goed voorstellingen bij het geschrevene maken, en waande me soms genoeg ter plaatse om bijvoorbeeld de hitte van de Franse zomerzon te denken te voelen.

Er zitten verschillende verhaallijnen in dit boek, die op een mooie en verrassende manier bijeenkomen op een krachtig, doch ietwat onverwacht en daardoor wellicht toch wat abrupt einde. Niet iedere verhaallijn wist me echter altijd evenveel te boeien; misschien omdat de problemen van sommige, adellijke mensen meer met eergevoel dan met "aardsere" problematiek, zoals anderen, als de druivenplukkers, die hadden, te maken hadden. Dan komen de kwellingen van de eersten minder goed over dan die van de laatsten, als waren het onversneden eerstewereldproblemen tegenover derdewereldproblematiek. Dit kan ook opzettelijk zo geschreven zijn, met een dosis niet goed waar te nemen ironie, want het lijkt toch soms expres te schuren; maar je lijkt toch iets van empathie voor iedereen te moeten voelen, en dat voelde ik toch niet altijd. De onderliggende verhalen voor deze problemen an sich waren daarnaast ook niet van iedereen even interessant, dus bepaalde hoofdstukken heb ik onbewust (uit interesse, niet om ervan af te zijn) sneller gelezen dan andere.

Alles bijeen was het dus erg interessant om deze roman te ervaren! Den Doolaard heeft een eigen stijl (al is dit dus het eerste werk dat ik van hem lees), en die is vaak recht-door-zee! Geen zon die aan het einde van de beschrijving al onder is gegaan, zoals van Couperus nogal eens wordt gezegd (ik weet helaas niet door wie), en dat is ook wel eens fijn (al wil ik geen onvertogen woord over Couperus schrijven), en in dit geval ook zeer geslaagd!
Ik ga graag verder met de omnibus die ik van hem heb, en waar dit het eerste deel van is, dus de andere twee delen, Oriënt Express - A. den Doolaard (1934) en De Bruiloft der Zeven Zigeuners - A. den Doolaard (1939), zullen vlug volgen, alsmede de reacties/recensies op de desebetreffende pagina's!

Oriënt-Express - A. den Doolaard (1934)

3,5
geplaatst:
Dolen door Doolaard, deel 2

In 1934 verschijnen twee boeken over de Oriënt-Express; naast een van Agathe Christies bekendste werken een wat minder bekend werk uit de pen des Doolaards.
Doolaard koos zijn pseudoniem goed: dolen lag erg in zijn aard. Hij heeft heel wat afgezworven in de twintiger en dertiger jaren, en dat levert doorgaans interessante thema's op in zijn werk. Keken we eerder mee naar het roerige druivenplukkersbestaan in 'De Druivenplukkers', nu gaan we op naar Macedonië! Pardon, heden ten dage Noord-Macedonië genaamd, maar toentertijd heette het dus zo. Een land dat ik alleen maar ken als "FYR of Macedonia" ten tijde van het Songfestival en heel af en toe als genoemd vakantieland; hoog tijd dus om eens wat te lezen en te leren over dit interessante land, alsmede meerdere voormalig-Joegoslavische landen.
Het is zeer begrijpelijk dat A. vanwege dit en andere werken (als 'De Bruiloft der Zeven Zigeuners', welke deel drie zal vormen) zulke bekendheid genoot, en zelfs een soort heldenstatus verwierf onder de Macedoniërs: hij schreef immers over hun vrijheidsstrijden in dit boek: eerst die met het Ottomaanse Rijk, dan met onderdrukkers uit andere omringende landen, als andere voormalig-Joegoslavische landen en Bulgarije.
Ik was, en ben, niet zo bekend met de strijden die het Macedonische volk moest leveren. Ik schrijf "en ben" erbij, want het boek is daarin ook niet zo verlichtend voor me geweest. Let wel: Ik verwachtte dan ook geen informatief werk over de oorlogen; het is juist, zeker op het eerste oog, interessant om een strijd mee te maken vanuit het perspectief van personen die op enigerlei wijze in de strijd verwikkeld zijn geraakt; hetzij als soldaat in de strijd, hetzij als degenen die thuis moesten blijven. Personen van verschillende zijden in de strijd komen aan bod, dus het is, zeker wat de tweede besproken strijd betreft, een niet al te eenzijdig werk. De lezer krijgt dan ook interessante inkijken in de hoofden van vooral de Macedonische strijders; dit weet echter niet altijd even lang te blijven boeien. Het boek is namelijk wel erg gefixeerd op de strijd an sich, en niet zozeer op andere zaken des levens: het gaat almaar over de strijd om het land Macedonië, en het Macedonische volk. Het gaat dus wel erg veel over... Macedonië. Haast elke gedachtegang, elke geuite emotie, valt in maximaal twee stappen terug te voeren op de vrijheidsstrijd. Elke zoveel zinnen wordt het wel genoemd; er gaat haast geen pagina voorbij of er wordt aandacht aan gegeven. Ik snap zeer goed dat in tijden van strijd personages zich heel erg bezig houden met voornoemde strijd, maar het moet ook wel als boek boeiend blijven voor de lezers.
Daarnaast komen vaak zaken als eerwraak (net als in het eerdere werk dat ik van A. las), het belang van familiebanden en vooral de positie van de vrouw daarin, evenals andere normen en waarden aan bod die kennelijk in die tijd op die plaats erg belangrijk waren; dit zorgt wederom voor een minder groot inlevingsvermogen ten aanzien van de personages.
Ik weet, nu ik het zo overlees, vooral negatieve dingen over dit boek te schrijven. Dat kan een vertekend beeld geven, want het was op heel veel plaatsen zeker wel boeiend, en interessant. Het voelde alleen vaak alsof dit boek haast geschreven was voor de Macedoniër; en dat zou in zekere zin ook best kunnen: ik vermoed dat Den Doolaard, toen hij daar was, veel over de toen recentelijk geleverde strijd gehoord heeft, zich erg verwant voelde met het volk aldaar, en dat erg graag goed wilde verwerken in dit boek: de dichtheid van de "strijd-sympathieën" was dan ook erg hoog. Het was zeer zeker interessant om daarover te lezen; maar ik voelde me dan misschien net niet Macedoniër genoeg om me volledig in te leven in, alsmede mee te leven met de personages.

De stijl van Den Doolaard sprak me overigens wederom aan: mooie beschrijvingen van de, naar ik las, prachtige omgevingen in Macedonië en omstreken in compacte vorm, in een fijn taalgebruik.

To Have and Have Not - Ernest Hemingway (1937)

Alternatieve titel: Hebben en Niet Hebben

4,5
Dit boek zou volgens Ernest Hemingway zelf en/of Howard Hawks, die de eerste "verfilming'' van dit boek maakte (met aanhalingstekens, omdat er van het boek toch wel erg weinig elementen overleefden op weg naar het witte doek, oftewel "loosely based'') Hemingways slechtste boek zijn. Ik las dit pas nadat ik het uit had, en moet zeggen, dat ik het niet gemerkt heb. Ik zou het trouwens ook niet eens echt kunnen weten, want dit is pas het eerste boek dat ik van hem gelezen heb, en ik ben dus lang niet op het eind. Maar zou ik wel deze indruk gehad kunnen hebben? Heel misschien: de naam Ernest Hemingway is mij niet onbekend als van een gelauwerd, dus vast groots schrijver; en als ik dat van tevoren al weet, springen die paar zaken die het boek een beetje naar beneden zouden kunnen halen me ook net wat meer in het oog. Maar voordat ik aan die specifieker zaken toekom, moet ik eerst even de algemener zaken uitlichten, die overigens het boek naar een grote hoogte tillen.

Ik sloeg het boek open, en merkte dat ik inderdaad met een groot, ervaren schrijver te maken had. De schrijfstijl, die hem zo karaktiseren zou, is immers werkelijk subliem: een enorm drijvende kracht achter het verhaal, en wel door de snelheid, gelegen in de compactheid die elke zin uitademt. Een hoop van het verhaal, zoals onderlinge spanningen, wordt verteld tussen de regels door, en ik had de indruk dat ik telkens, bij elke zin, precies de juiste dosis aan informatie kreeg om alwat verscholen ligt tussen diezelfde zinnen op te vangen. Dit sprong me al meteen in het oog. De "slang", het idioom van tijd en plaats, was daarnaast ook goed gedoseerd, dus niet afleidend, wat mij als buitenstaander in tijd, plaats en taal, ook ten goede kwam.

Wat me bovendien opviel in de onderverdeling van de hoofdstukken, is dat de verhalen in elk daarvan nogal op zichzelf staan: we maken een aantal episoden mee uit het leven van Harry Morgan (die, dat ben ik na elf jaar volledig met Aca eens, echt niet "goedhartig" is: ik heb alvast een correctie ingediend!). Mijn indruk dat het goed aparte verhalen konden zijn werd gesterkt: deze roman is ontstaan uit twee eerder gepubliceerde korte verhalen over Harry en een novelle die Hemingway toentertijd aan het (her-)schrijven was. Dit bijeenvoegen is enerzijds slim gedaan, want het werkt in het algemeen erg goed: we kunnen zo via die episodes getuige zijn van de ontwikkeling van Harry over langere tijd. (Nou ja, ontwikkeling klinkt nog te positief: we kunnen beter spreken over aftakeling.)

Hier, in dat vernuftige, zit voor mij echter ook net het kleine minpunt (of eerder min-halfpunt, gezien de score): ik kreeg in de tweede helft namelijk steeds maar weer het idee, dat Ernest die novelle waar hij aan werkte (al is mij geheel onduidelijk waaruit dat precies zou moeten hebben bestaan: dit kan ik nergens vinden), met Harry's verhaal probeerde te laten aansluiten; en dat kan niet niet de bedoeling zijn geweest. Waar ik namelijk op stuitte, was dat Harry het levenspad van bepaalde andere personages (van wie ik vermoed dat ze uit die novelle kwamen) eenmaal kruist, zonder enig (belang in het) weerzien. Dit was an sich niet zo erg, maar hierdoor had ik wel steeds maar, en naar het einde toe steeds meer, in mijn achterhoofd het idee: komt er nog wel een tweede kruispunt van de levenspaden, of niet? Wat was anders het "nut" om die personages elkaar eenmaal te laten ontmoeten, met bepaalde (niet veel betekenende) verwikkelingen tijdens die ontmoeting, die uiteindelijk nergens toe voeren, uitmonden op niets? Begrijp me niet verkeerd: het is slechts mijn achterhoofd, en daardoor ook louter mijn mening, maar ik had ergens toch wel het idee dat ofwel hier meer in had moeten/kunnen zitten, ofwel dat dit boek uitgewerkt had kunnen/moeten worden tot twee totaal disjuncte mooie (vijfsterren-?)novellen.

Zoals ik net al trachtte te schrijven: naar het einde toe wordt de roman fragmentarischer, want we volgen plots meerdere personages, met twee afzonderlijke hoofdlijnen in het verhaal, die elkaar in ras tempo en met nauwelijks overlap afwisselen. Dit zijn echter allemaal mooie fragmenten, dus het verveelt geenszins; daarnaast houdt het het verhaal ook weer fris. Vlak voor het einde schiet Ernest mijns inziens plots wel heel erg uit met het schrijven, met een uitstapje naar de gedachten van verscheidene jachteigenaren die overnachten in hun jacht, verteld in een aantal mini-fragmentjes. Stuk voor stuk erg mooi en soms geestig beschreven, dus vermakelijk ook; maar dat was wel opeens erg disjunct ten aanzien van de hoofdlijn(en) in het verhaal. Ik kreeg dan ook echt even eerst de indruk dat ik het verkeerde boek had teruggepakt (het was laat), en toen dat een misdruk in mijn handen had (wederom, het was laat).

Ik klink nu misschien plots erg negatief, maar integendeel: ik stel nogmaals dat het gewoon erg goed geschreven is! En dan maakt mij het echt niet zozeer uit of eender welk verhaallijntje wel ergens ophoudt. Een lijn heeft sowieso geen begin- of eindpunt, dus een verhaallijn hoeft dat al evenmin te hebben. Als het maar interessant genoeg geschreven is, vind ik zulke zaken allerminst een punt! Het eind laat wat dat betreft ook zeker nog wat vragen open: het is geen afgerond geheel, en het zette me ook aan het denken aan hoe het verder zou kunnen gaan. Vooral dit was erg sterk en daardoor verzadigend geschreven: we volgen de gedachten van iemand die het moeilijk heeft (d.i. Harry's vrouw na zijn dood), en toch de kracht moet vinden om verder te gaan. De manier waarop het beschreven was, liet me ontzettend met diegene mee leven, en tegelijkertijd de voor diegene te hervinden kracht voelen. Ik las gewoon dat ze die kracht zou vinden, terwijl ze haar nog niet had. En dit alles middels haar directe gedachten verteld, die dus ontroeren, verzekeren, terwijl ze het zelf nog niet zeker lijkt te weten. Dat is dus wat ik net tussen de regels door schrijven noemde!

En zo las-voelde ik, dat het leven voor diegene verder kon en moest gaan, of ze nu wel of niet genoeg daarvoor in haar leven had. En zo is ook in dit soms ietwat fragmentarisch aandoende roman toch de cirkel net zo rond.

Wonderlijke Nachten - Godfried Bomans (1949)

4,5
Ik vind dit soort sprookjesachtige verhalen erg mooi: letterlijk fantastische verhalen, waar de verbeelding mooi los kan gaan, en waar meer in zit: namelijk een mini-catharsis, een overgang voor de jeugdige hoofdpersoon. Het raakt dan wellicht een nostalgisch, (misschien vlug) vertederd plekje in me, waardoor ik met weemoed terug kan denken aan soortgelijke gedachten van / door mezelf heringevulde herinneringen aan de vroegere ik.

Genoeg over mij: het gaat hier nu immers om Simon en de kabouter die in de provisiekast woont, en Simon weet mee te voeren naar allerlei oorden: in Simon's eigen huis, zoals het aquarium waarvoor Simon had moeten zorgen; maar ook China, waar Simon de keizer opvolgt, maar al vlug merkt dat dat ook niet alles is... Er liggen zo wat leermomenten voor Simon (en de lezer) verscholen in de verhalen, die zich op leuke wijze voordoen aan Simon en via hem aan de lezer. Elke nacht steekt hij weer wat op uit de situaties die erg creatief bedacht zijn, en de kabouter is een uiterst gezellige gesprekspartner. Ze ontmoeten mooie, kleurrijke figuren, die elk een eigen, interessante zienswijze hebben op het/hun leven. We hebben geen last van een belerende kabouter of een alwetende verteller: aan deze stenen hoeft Bomans zich niet te stoten.

Wat het boek echter nog optilde, was de tiende, en ook laatste nacht. Deze kon me namelijk echt ontroeren: hier betreft het niet alleen een reis naar een andere plek, maar ook een andere tijd: Simon ziet zijn latere ik: een schrijver, die aan "Wonderlijke Nachten" schrijft. Hoe dit beschreven is vanuit het kind Simon, die door deze laatste reis aan de toekomst denkt: de verre, maar ook de nabije, was in zekere zin herkenbaar voor me, via gedachten die ik zelf ook heb gekend. Ouder worden is een fenomeen dat we allemaal kennen, maar op bepaalde momenten in het leven weet het ons toch te verrassen. Dan ondervinden we een soort realisatie: we herkennen iets van heel vroeger, of iets dergelijks. Dat moment van besef kunnen we dan later ons ook weer herinneren als een "ouder worden"-moment. En zo'n moment is op het einde van het boek echt heel mooi beschreven, vond ik. De denkwijze van het kind Simon: het besef, vervolgens berusting, etc.; daar kon ik heel wat elementen uit herkennen, toen ik vroeger aan ouder worden dacht... maar net zo goed als ik zulke momenten nog steeds heb. Sommige dingen veranderen niet als je ouder wordt; en in de meesten van ons blijft toch een zeker deel van onze vroegere ik, "het kind in ons", zitten, dat zo onbevangen blijft denken. Zo wist Simon het kind in mij nog wat nieuws te leren, en aan het denken te zetten. Zo blijf ik zulke mooie jeugdboeken dan ook hartstikke dankbaar, en blijven ze mij dierbaar.