menu

Hier kun je zien welke berichten Bobbejaantje als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Affaire Saint-Fiacre, L' - Georges Simenon (1932)

Alternatieve titel: Maigret en de Zaak Saint-Fiacre

3,5
Een atypisch gevalletje. In deze policier heeft Maigret het onderzoek dan wel in handen maar hij holt achter de feiten aan tot en met de ontknoping. Dat, en daarnaast is het een bijzonder werkje omdat het zich afspeelt in Saint-Fiacre waar Maigret zijn jeugd heeft doorgebracht. Er wordt dan ook wat afgemijmerd, wat ik niet zo gewend ben t.o.v. het meer functioneel gerichte werk van Simenon. Het vloeit zeker allemaal mooi in mekaar. De sfeerschepping is superbe van begin tot eind, je krijgt als lezer het gevoel deel te nemen aan het plattelandsleven in Frankrijk begin jaren ‘30. Er wordt ingespeeld op gevoelens van nostalgie, zoals te verwachten, waarbij de moderne tijd wordt afgezet tegenover de vervlogen tijd ‘toen er nog geen auto’s in het dorp reden’. De context van deze policier is biografisch in tweeërlei opzichten. We leren hier dat Maigret de zoon was van een kasteel rentmeester/manager (le régisseur). Simenon van zijn kant was in de jaren ‘20 een jaar lang secretaris van Markies Tracy waardoor hij het kasteelleven van binnenuit heeft leren kennen en in het boek is een belangrijke rol weggelegd voor de secretaris. Verder is er ook een rol voor een misdienaar, wat Simenon zelf in zijn jeugd was.

Dus een heel goed geschreven sfeervol werkje hebben we hier. En spannend. Echter vind ik de ontknoping wat al te ongeloofwaardig om een echte topscore te kunnen geven.

Assassin Habite au 21, L' - Stanislas-André Steeman (1939)

Alternatieve titel: De Moordenaar Woont op Nr 21

3,0
Stanislas-André Steeman wordt graag vergeleken met George Simenon. Beiden waren geboren in Luik, en maakten als ex-journalist naam met detectiveromans. Ik was zelf ook al mee met dat idee nog voor ik van Steeman een letter gelezen had, maar met deze eerste policier kan ik er me nu een beter beeld van vormen. Voor mij ligt Steeman alvast veel dichter bij Agatha Christie dan bij Simenon. Simenon focust meer op deductie na de misdaad terwijl deze roman althans in de loop van het verhaal wel wat meer actie bevat. Steeman blijkt ook een anglofiel. Het verhaal speelt zich af in Londen en Steeman doorspekt het boek met wat hij als typisch Britse frasen beschouwt. Je voelt echt zijn liefde voor de Britse cultuur en het zal dan ook wel geen toeval zijn dat één van de grote dromen van Steeman een verfilming door Alfred Hitchcock was. Dat is er nooit van gekomen, al is een aantal van zijn werken wel verfilmd geweest door anderen. Zo is L’Assassin verfilmd geweest door Henri-George Clouzot die ironisch genoeg ook wel eens als de Franse Hitchcock wordt beschouwd. Wat het Britse aspect van de roman van Steeman betreft, heb ik sympathie voor de voorliefde van de auteur maar anderzijds komt het me niet heel authentiek over wanneer een personage in het boek aan de ontbijttafel een droom vertelt waarin de meest toeristische plekjes van Londen opduiken. Het gevaar met bepaalde voorliefdes van een auteur kan zijn dat het er allemaal wat te dik wordt opgelegd.
Waarin Steeman zich verder nog onderscheidt van Simenon is het soort humor dat hij toevoegt aan het verhaal - toch in dit boek. Er mag al eens gelachen worden, al komt het de spanning nu ook weer niet ten goede, het heeft soms meer weg van een zwarte komedie. En dat komt trouwens ook tot uiting in de film van Clouzot.

De plot van deze policier vind ik wel origineel, al mankeert het in de finale aan een confrontatie, wat in de filmversie verbeterd wordt. Ondanks de kwaliteiten die het boek heeft, vind ik de film toch sowieso een upgrade met enkele aanpassingen die prima uitdraaien.
Wel nog bijzonder aan het boek zijn twee momenten waarin de schrijver rechtstreeks de lezer uitdaagt tot het oplossen van de moorden, op basis van de reeds geleverde informatie. Voor mij hoeft dat niet want het haalt je onnodig uit het verhaal, plaatst je als lezer buiten het verhaal.

Met het boek heb ik me toch wel geamuseerd. Nu wil ik graag een keer iets lezen van Steeman dat zich afspeelt in een omgeving waarin hij niet de neiging heeft er vanalles dik te willen opleggen.

Atouts de M. Wens, Les - Stanislas-André Steeman (1932)

3,5
De tweede Steeman die ik nu achter de kiezen heb. Opnieuw een policier waarin hij de intrige verhaalt met een fikse scheut humor. Dat vind ik wel gewaagd maar Steeman komt er goed mee weg omdat hij de juiste doses humor hanteert. Het wordt nooit teveel, gaat er nooit over, maar kruidt het verhaal op leuke wijze.

De roman verscheen oorspronkelijk in 1932 maar werd nog eens herzien en heruitgegeven in 1959. Het is die laatste versie die ik gelezen heb. Het kwam me wel vreemd over dat Steeman - of eender welke schrijver - een afgewerkte roman gaat herzien, alsof het een remake betreft. Ik kan dus niet inschatten in welke mate de herziene versie afwijkt van het origineel. Wat bijkomend uniek is aan de herziene versie, zijn de droogkomische voetnoten die Steeman toevoegt, schijnbaar gericht aan een (fictief) productieteam dat deze roman wel eens zou kunnen verfilmen. Curieus genoeg werd het boek reeds verfilmd in 1946. Was Steeman dan niet tevreden met deze verfilming, of de verfilming van zijn werk in het algemeen? Ook opmerkelijk dat Steeman er genoegen aan beleeft om zich in één van de voetnoten te wenden tot zijn legendarische collega Georges Simenon, met wie hij om enkele evidente redenen (tijdgenoten, geboren in Luik, carrière gestart als journalist, succesvol in hetzelfde literaire genre) graag wordt vergeleken door de buitenwereld.

Wat er ook van zij, in elk geval heb ik plezier beleefd aan dit werkje. Originele plot en prima vertelstijl.

Big Clock, The - Kenneth Fearing (1946)

Alternatieve titel: De Moordende Klok

4,0
Gelezen als vierde boek van 'American Noir: 11 Classic Crime Novels', een prachtige uitgave van Library of America. Na drie jaren ‘30 stories zijn we nu aanbeland in de jaren ‘40 met The Big Clock. Deze novelle speelt zich af in de glossy uitgeverswereld van New York, waar carrières gemaakt en gekraakt worden, scoops voorop staan en er altijd wel een aantrekkelijke collega in de buurt is om buitenechtelijk mee aan de slag te gaan.
De plot van The Big Clock is opgebouwd rond de onverkwikkelijke affaire waarin George Stroud, medewerker van mediagroep Futureways, per toeval verzeild geraakt en die hem in het nauw drijft. Het verhaal wordt beschreven vanuit wisselende perspectieven van de diverse personages, in 21 aparte hoofdstukken, waarbij George Stroud de hoofdmoot toegeschoven krijgt. Auteur Kenneth Fearing gebruikt de techniek van meervoudig perspectief trouwens voor al zijn novelles. En voor mij werkt het hier alvast. Het geeft extra spankracht aan het verhaal omdat je enkel als lezer het overzicht behoudt en de zaken helemaal kan inschatten. Prima schrijfstijl verder van Kenneth Fearing, die bij momenten niet gespeend is van een licht cynische ondertoon. Kenneth Fearing, die zijn carrière startte als dichter, werd in zijn tijd gerekend bij de linkerzijde, en dat verbaast niet vanwege de soms maatschappijkritische ondertoon die hier te ontwaren valt.
De titel van deze novelle verwijst naar een beeld van de samenleving als klokwerk/machine, wiens raderen onvermijdelijk verder malen en tot een gedetermineerde uitkomst leiden, ongeacht het verweer van de ego gedreven personages die menen onafhankelijk hun ding te doen. Dit mechanisme - met toch wel een existentialistische ondertoon - komt enkele malen aan bod, als een kritische bedenking van hoofdpersonage George Stroud. Evenwel gaat het in de eerste plaats toch om een werkje dat je moet lezen als een thriller, en die het op dat vlak prima doet. De nadruk ligt op de handelingen en niet zozeer op dermate uitgewerkte karakters, al krijg je wel een goede indruk van hun drijfveren.

Voor Kenneth Fearing was dit zijn meest succesvolle novelle, en het zou nadien liefst drie keer verfilmd worden. Desondanks raakte hij in de loop der jaren aan lager wal en takelde hij af door zwaar tabak- en alcoholgebruik, wat een constante lijkt bij tal van misdaadschrijvers uit die tijd. The Big Clock heeft hem dan toch overleefd, en tikt rustig verder.

Charretier de la ''Providence'', Le - Georges Simenon (1931)

Alternatieve titel: Maigret en het Lijk bij de Sluis

4,5
Eén van de eerste boeken uit de Maigret reeks. En ook één van de weinige uit het oeuvre van Simenon dat zich afspeelt in het milieu van de Franse binnenscheepvaart. Het is duidelijk dat Simenon dit milieu zelf doorleefd heeft, ook al wanneer je weet dat dit boek geschreven is aan boord van zijn eigen kotter L’Ostrogoth. Simenon was een fervent reiziger en voer in Frankrijk, België, Nederland (waar hij het personage van Maigret zou geconcipieerd hebben) en Duitsland.
Als lezer krijg je een haarfijn beeld van hoe het in die tijd werkte om het scheepsverkeer aan de talrijke sluizen te regelen, waarbij de concurrentie tussen schepen met motor en schepen getrokken door paarden zijdelings aan bod komt. Heel andere tijden, en de realiteit van toen. Le Charretier de la 'Providence' wordt gezien als zijn beste werk inzake beschrijving van het binnenscheepvaart milieu, en ook in vergelijking met wat voorhanden is in literatuur tout court.
Verder maken we terloops ook kennis met toptechnologie van toen (ca. 1930) zoals de belinograaf die door de politie gebruikt werd als een soort voorloper van het faxapparaat - intussen ook al bijna ten grave gedragen - om afbeeldingen over de telefoonlijn of radio te verzenden.

De diverse personages die het boek bevolken zijn van allerlei pluimage, zoals ook te verwachten is in een milieu met veel passage vanuit alle hoeken. Ze worden door Simenon mooi getypeerd en passen als stukjes in de puzzel van het verhaal. De zwaartepunten van de plot gebaseerd zijn op reële gebeurtenissen - krantenartikels - die Simenon onder ogen waren gekomen.

Behalve de scheepscontext is dit verder gesneden Maigret koek. Et alors?

Dit boek heb ik gelezen als onderdeel van Romans I, uitgeven bij Bibliothèque de la Pléiade die een dwarsdoorsnede van het omvangrijke oeuvre van Simenon wil aanbieden, met de nadruk op wat Simenon omschrijft als ‘romans durs’, hoewel in deze verzamelband dus ook enkele Maigret detectiveverhalen opgenomen zijn. Een meerwaarde bij deze uitgave is het uitgebreide voetnotenapparaat met een commentaar bij elk opgenomen boek.

Ciske de Rat - Piet Bakker (1941)

3,5
Het verhaal van dit boek is uiteraard welbekend via de laatste verfilming die toch ook alweer dateert van 1984, en intussen is er ook nog een musicalversie geweest. Wat vliegt de tijd. Toevallig heb ik de Ciske-trilogie op de kop kunnen tikken voor 1 euro. En hoewel mijn verwachtingen niet erg hoog lagen - er kleeft behoorlijk wat drama aan waarbij het oppassen geblazen is voor melodrama - leek mij dit toch het risico waard . En wat is het een aangename verrassing gebleken. Ik had helemaal geen idee dat Ciske De Rat - het boek - verteld wordt vanuit het standpunt van een leerkracht, meester Bruis, die de wereld rond hem aanschouwt, met uiteraard de focus op die ene jongen in zijn klasje. Erg genietbare observaties van de meester die je inzicht verschaffen in het leven van Ciske. In feite is het standpunt van de meester zo ‘meesterlijk’ beschreven dat ik er op gokte dat auteur Piet Bakker zelf onderwijzer was geweest. En een blik op zijn cv heeft zijn biografische insteek bevestigd.
Het is intussen een publicatie met respectabele leeftijd waardoor je er gratis een inkijk op de Nederlandse samenleving van toen bij krijgt. Waar posities duidelijk afgebakend waren en er ook nog een plaatsje ingeruimd blijkt voor de Allerhoogste.

Ciske De Rat is een entertainend naturalistisch werkje, al vraag ik me wel af of dit nog bekendheid zou genieten zonder de filmversies die er geweest zijn. In elk geval mag Piet Bakker credits krijgen voor een sterk verhaal en een fijne vertelstijl.

Diamant - Jef Geeraerts (1982)

4,0
Beenharde rauwe thriller waarin - hoe kan het ook anders - diamantsmokkel de hoofdrol speelt. De diamant kan bijna als een personage op zich beschouwd worden, de enige constante in een verhaal waarin menig personage voortijdig sterft. Jef Geeraerts koppelt zijn intense schrijfstijl aan een meticuleuze research. Voorafgaandelijk heeft hij voor dit boek het Antwerpse en New Yorkse diamantmilieu uitgebreid bezocht en onderzocht. Het eindscript voor dit boek werd nog eens nagelezen door twee insiders uit het diamantmilieu en achteraan in het boek vindt de lezer een technische fiche en classificatie van diamanten, voor het goede begrip.

Diamant speelt zich deels af in België en deels in Zaïre (de toenmalige naamgeving van Congo onder president Mobutu) en kon in feite enkel worden geschreven door Jef Geeraerts. Hij maakt gebruik van zijn kennis als ex-koloniaal om allerlei elementen als de diverse stammen, talen en gebruiken uit Congo te incorporeren in het verhaal. Zoals geweten schuwt Geeraerts verder niet de plastische beschrijving van seks- en geweldscènes, wat ook gretig geafficheerd wordt op de achterflap van het boek.

Bij andere users lees ik commentaar over het einde van het boek. Jef Geeraerts had inderdaad een andere ontknoping kunnen bedenken, maar de geweldexplosie in het dorp lijkt me niet per se onrealistisch in het Zaïre van toen.

Dood in Bourgondië - Jef Geeraerts (1976)

3,5
Autobiografisch relaas over de toestand tussen leven en dood waarin Eleonore, vrouw van de schrijver, in 1975 verkeerde na zware medische blunders. Een roman die Jef Geeraerts met elke vezel van zijn hart geschreven heeft, voel je aan elk woord en punt. De lezer krijgt inzicht in het leven dat Geeraerts met zijn vrouw leidde midden jaren zeventig. Met veel ruimte voor zinnelijkheid. Het voelt bijna voyeuristisch aan om een kijk te krijgen op hun seksuele leven en alle andere zinnelijke genoegens die hen lief zijn. Vermoed kan worden dat de titel van het boek een toespeling is op het tegendeel van het goede leven (leven als een Bourgondiër) waarin ze terechtkwamen, waarbij het geografisch gesitueerde Bourgondië evenzeer een locatie is die (in beperkte mate) een rol speelt.

De kern van het verhaal - medische blunders en hoe men die wil toedekken - is helaas een zeer menselijk gebeuren en niet uitzonderlijk te noemen. Wat wel een beetje uitzonderlijk is, is het feit dat het deze keer een man (zijn geliefde) met een uitzonderlijk literair talent overkwam. En die liet het er niet bij. Dood in Bourgondië dient in feite als wraak- en therapeutische oefening voor Geeraerts die één en ander van zich af te schrijven had. Daarbij is hij zo hoffelijk om ook baan te ruimen voor dagboekfragmenten van Eleonore, zodat we ook haar beleving meekrijgen. Om problemen te vermijden heeft Geeraerts er weliswaar voor gekozen om de betrokken artsen zelfverzonnen namen te geven.

Jef Geeraerts en Eleonore zijn intussen reeds enkele jaren overleden en voor de betrokken artsen van toen zal waarschijnlijk hetzelfde gelden, ofwel zijn ze hoogbejaard. Maar dat maakt dit boek toch niet minder treffend, in al zijn rauwe eerlijkheid en passie.

Edith Kiel & Jan Vanderheyden: Pioniers van de Vlaamse Film - Roel Vande Winkel en Dirk Van Engeland (2014)

5,0
Geïnteresseerden in de vroegste geschiedenis van de Vlaamse (gesproken) film vinden hier hun gading. Het gaat om een uitgebreid portret van pioniers Edith Kiel en Jan Vanderheyden waarbij hun levensloop uiteraard helemaal vervlochten is met de grote stroom films die ze op een kleine dertig jaar tijd creëerden. Prima onderbouwd - met toevoeging van de bronnen - en rijkelijk geïllustreerd boekje, met op het einde een handig overzicht van de filmografie en bijhorende info. Beide schrijvers waren reeds beslagen in het onderwerp, en door het samenvoegen van hun expertise ter zake, is het niet overdreven om te stellen dat dit werkje momenteel een definitieve lezing is van leven en werk van Kiel en Vanderheyden.

Glass Key, The - Dashiell Hammett (1931)

Alternatieve titel: De Versplinterde Sleutel

4,0
The Glass Key verscheen oorspronkelijk als een serie afleveringen in het legendarische pulpmagazine Black Mask in 1930, om nadien gepubliceerd te worden op de Britse en Amerikaanse markt. Wanneer je deze novelle van Dashiell Hammett leest, leg je dan ook al vrij snel de link met het format waaraan het verhaal moest voldoen. Elke aflevering gepubliceerd in Black Mask moest sowieso de nodige thrills opleveren om een sensatiebelust lezerspubliek aan zijn of haar trekken te kunnen laten komen. En je zou kunnen denken dat Hammett daarin wel geslaagd is want de intriges en complexe condities ontwikkelen zich 214 bladzijden lang in een razendsnel tempo waarbij het soms nodig is nog een keertje terug te bladeren om de draad niet te verliezen. 

Samen met de al even illustere Raymond Chandler en in iets mindere mate James M. Cain was Dashiell Hammett één van de vaandeldragers van de Amerikaanse crime novel in de eerste helft van de 20e eeuw, met een invloed die ook vandaag nog steeds doorwerkt. Niet in het minst door de talrijke verfilmingen van hun werk, ten tijde van klassiek Hollywood, dewelke op hun beurt verder invloed bleven uitoefenen.
Een eer die ook The Glass Key te beurt viel met een eerste filmversie in 1935 en een nog bekendere film noir in 1942. Ik heb eerst de beide films bekeken - waarbij een lichte voorkeur voor de versie van 1935 omdat deze wat rauwer en authentieker overkomt - en nadien het boek gelezen. Zijn de films al complex te noemen, wordt dit nog in grote mate overstegen door de complexiteit van de verhaallijn in het boek, zoals eerder al aangegeven. Wat The Glass Key - en ander gelijkwaardig werk -  zo dankbaar maakt om te verfilmen, is volgens mij het feit dat de personages in het boek niet echt in de diepte worden uitgewerkt, maar voornamelijk actoren zijn in een actiegedreven verhaal. Vooral moet er niet te veel gepsychologiseerd worden. Tot het doek valt, is de lijn tussen goed en slecht daarbij moeilijk te trekken in dit werk van Hammett, en bijgevolg had ik als lezer in feite géén sympathie voor hoofdfiguur Ned Beaumont of andere personages. Wél heb ik genoten van de sneltreinvaart en onderkoelde dialogen, de typische hard boiled stuff waar de vroegere Black Mask lezer een boon voor moet gehad hebben. En wat het hard boiled karakter betreft, is Dashiell Hammett misschien wel de meest authentieke protagonist van zijn generatie aangezien hij in het echte leven jarenlang de dienst heeft uitgemaakt als privé-detective. Die man heeft daadwerkelijk het leven geleefd - en gedronken ook trouwens - dat hij heeft beschreven in zijn boeken. Ik kreeg in het geval van The Glass Key ook de indruk dat Dashiell Hammett uiterlijk op het personage Ned Beaumont leek, bij vergelijking van de beschrijving in het boek, en de foto van een jonge Dashiell Hammett - in het pak, met snor en zo'n typische fedora hoed - prijkend op de cover van de schitterende uitgave van Library of America.

Wat er ook van zij. Als er dan toch een universum moet bestaan waarin gemoord, bedrogen en bestolen wordt, laat het dan alstublieft een universum met stijl en panache zijn. Dankjewel Dashiell Hammett.

I Married a Dead Man - Cornell Woolrich (1948)

3,5
De titel van het boek heeft veel weg van een instant shocker. Een aandachtstrekker die haar doelpubliek over de streep moet trekken om over te gaan tot de aankoop ervan. En in dit geval wordt de lading wel gedekt door de vlag. Een kleine 300 blz. lang ben je als lezer getuige van een onwaarschijnlijk verhaal waarvan de eindjes zorgvuldig aan mekaar geknoopt blijken. Het boek opent met een uiterst mysterieuze proloog, een soort innerlijke monoloog van het hoofdpersonage Helen waarin al onmiddellijk duidelijk wordt dat we met een bijzonder verhaal te maken hebben. Een teaser voor wat nog komen moet. En wat nog komen moet, is genoeg om je aandacht de hele tijd gaande te houden, tot het bizarre einde toe.

Auteur Cornell Woolrich was in zijn tijd één van de meest succesvolle misdaadauteurs en bediende zich daarbij van verschillende pseudoniemen (waaronder William Irish). En ook wie hem nooit gelezen heeft, kan hem kennen van films als Rear Window die gebaseerd zijn op zijn werk. Voor mij is het de eerste kennismaking met zijn geschreven woord, en dat heeft alvast niet ontgoocheld. Een erg vlotte pen wordt gecombineerd met een feeling voor een doorgedreven plot die je als het ware toeschreeuwt “verfilm mij!”. Ook I Married a Dead Man werd verfilmd, tot verschillende keren toe zelfs, al moet ik het zelf voorlopig doen met de film die zich in mijn hoofd afspeelde bij het lezen ervan.
De nadruk ligt op de spanning opgewekt door de opeenvolgende gebeurtenissen, waar ook nog een romantische component aan te pas komt. Misschien vandaar dat ik bij het lezen ervan bij momenten een stationsromannetjesgevoel kreeg (niet dat ik daar zo’n kenner van ben), maar dan in een uitgekiende misdaadversie. Grootse literatuur met uitgediepte personages is het niet, maar daarvoor lees je dit soort werk doorgaans niet.

Gelezen als deel zes van de verzamelband “American Noir: 11 classic Crime Novels”, uitgegeven bij Library of America waarin werk verzameld wordt van de jaren ‘30 tot ‘50.

Killer inside Me, The - Jim Thompson (1952)

Alternatieve titel: De Geboren Moordenaar

3,5
Boeiende, confronterende rit. Confronterend omdat het boek geschreven is vanuit het standpunt van een psychopaat die alweer z’n volgende moord beraamt en nuchter uit de doeken doet waar het op aankomt. En het vervolgens ook zo uitvoert. Doet me denken aan American Psycho dat ik tijden geleden gelezen heb. Misschien was The Killer Inside Me wel z’n tijd vooruit.

Goed geschreven, en geen schroom om de geweldscènes vrij gedetailleerd weer te geven. Misschien dankt schrijver Jim Thompson aan dat soort zaken ook wel zijn faam binnen het hard boiled crime wereldje. Het lijkt me inderdaad dat hij hierin verder ging dan auteurs als Dashiell Hammett en Raymond Chandler. Net zoals vele van zijn confraters werd ook zijn werk trouwens opgepikt door Hollywood. Niemand minder dan Stanley Kubrick werd er door begeesterd en het zou leiden tot een samenwerking waarin Jim Thompson bijdroeg aan enkele scenario’s (The Killing, Paths of Glory). Ook zijn eigen werk werd en wordt verfilmd. Deze The Killer Inside Me meest recent nog in 2010.

Dus enkel goed nieuws over deze misdaadroman? Toch niet helemaal. Het einde van een boek vind ik zeer belangrijk en in dit geval wordt het helaas snel afgeraffeld hoewel de setting er was om er nog iets spetterend van te maken. Mij kwam het bijna over alsof Jim Thompson er geen zin meer in had of hij zijn aantal betaalde pagina’s binnen het format bereikt had. Ik heb het zelfs nog een keer moeten nalezen omdat ik dacht iets gemist te hebben maar neen. Daardoor is dit werkje voor mij net geen regelrechte topper.

Maigret en Meublé - Georges Simenon (1951)

Alternatieve titel: Maigret op Kamers

4,0
Vintage Maigret. Simenon beschrijft in zijn typerende zinnelijke stijl de talrijke figuren in en rond het appartement waar het onderzoek van Maigret zich concentreert. Over elk personage valt zoals gewoonlijk wel een sappige roddel te rapen. De verhaallijn klopt zoals altijd als een bus, met een mooie ingehouden apotheose. Het is voor de liefhebber heerlijk toeven in het wereldje van Maigret, waar alles uiteindelijk wordt opgelost. En dan is het alweer tijd om een pijp te stoppen.

Maltese Falcon, The - Dashiell Hammett (1930)

Alternatieve titel: De Maltezer Valk

5,0
The Maltese Falcon was de derde misdaadnovelle geschreven door Dashiell Hammett, eerst gepubliceerd als serie in detectivepulpmagazine Black Mask in 1929, en het jaar nadien uitgegeven in boekvorm. Samen met schrijvers als Raymond Chandler en James M. Cain stond Dashiell Hammett aan de wieg van wat zou uitgroeien tot een nieuw genre: noir crime. Een genre waarin een hard boiled detective het hoofd biedt aan een complexe wereld bezaaid met valstrikken, femme fatales en ongure types, in zijn (want het gaat steeds over mannelijke hoofdpersonages) zoektocht naar waarheid/existentiële zingeving/dough.

Van de genoemde schrijvers kan Dashiell Hammett toch wel onbetwist de pionier genoemd worden. Onder zijn invloed werd Black Mask begin jaren ‘20 van vorige eeuw omgeturnd vaneen allegaartje tot een blaadje met enkel detectiveverhalen.
Dashiell Hammett was dan ook de man die zichzelf omschoolde van real life detective naar auteur, aldus puttend uit zijn eigen ervaringen, wat ongetwijfeld heeft bijgedragen aan het authentiek gehalte van zijn schrijfsels.
Op het moment dat The Maltese Falcon werd gepubliceerd, moest de veelgeprezen Raymond Chandler nog aan zijn carrière beginnen, om maar iets te zeggen.

The Maltese Falcon werd goed onthaald door de critici en zou liefst drie maal verfilmd worden, met als hoogtepunt de film gemaakt door regisseur John Huston met Humphrey Bogart in de rol van detective Sam Spade. Deze versie uit 1941 zou min of meer ook de geschiedenis ingaan als het startpunt van de film noir.
So what’s all the fuss about?

The Maltese Falcon beschrijft de lotgevallen en handelingen van hard boiled detective Sam Spade in zijn zoektocht naar het beeldje van een maltese valk - waarop niet zo toevallig gejaagd wordt door een bende gangsters. Het is een avontuur waarin Sam Spade zich voortdurend verplaatst van hotellobby naar appartement, van politiekantoor naar de straat, en sterk is met verbale vaardigheden en losse handjes. Gedurende 200 pagina’s staat Sam Spade centraal in deze zoektocht, elke scene wordt beschreven vanuit zijn subjectieve aanwezigheid, wat volgens mij toch ook wel wijst op de persoonlijke betrokkenheid van Dashiel Hammett als ex-detective. De actie beperkt zich hoofdzakelijk tot het rollen van sigaretten, het stelen van een kus, en er valt al eens een vuist onzacht op de kin van een gesprekspartner, naast het trekken van een revolver. En ja, er worden moorden gepleegd, maar deze worden buiten het gezichtsveld van Sam Spade gepleegd, zoals het hoogstwaarschijnlijk ook de ervaring was van Hammett in het echte leven. Moorden vormen hier een aanleiding om te palavaren en de pieren uit de neus van de gesprekspartner te halen. Als lezer kan je genieten van de smart talk en de kleurrijke beschrijvingen van de personages, en dit alles binnen de gestileerdheid van de laten jaren ‘20 (waar ik persoonlijk gek op ben). De plot werkt prima, met een zinderende finale er bovenop.

De Maltese valk heeft toch wel het noirgenre In de hoogte getild. Respect voor deze vogel.

Meeste Mensen Deugen: Een Nieuwe Geschiedenis van de Mens, De - Rutger Bregman (2019)

4,0
Rutger Bregman was me enkel bekend van zijn media-optreden, intussen al een tijdje geleden, waar hij voor het oog van de wereld de rijken der aarde de mantel uitveegde. Vond ik wel geweldig. Dit boek heb ik op vraag van mijn vrouw voor haar verjaardag gekocht enkele maanden geleden, en heb het maar meteen ook zelf gelezen. En ik moet zeggen dat dit werk heel welkom is om een tegenwicht te bieden aan de zurigheid die via allerlei mediakanalen in stand wordt gehouden. Ontluisterend daarbij is de ontmaskering van een aantal wereldberoemde sociale experimenten die decennia lang onderwezen werd aan studenten (waaronder ondergetekende) en die dus vooral experimenten in wetenschappelijke manipulatie blijken te zijn, wanneer ik Bregman mag geloven (en laat ik er maar vanuit gaan dat hij deugt). Dat impliceert ook de andere kant van het verhaal van Bregman; dat een aantal mensen niet deugen en waakzaamheid dus geboden is. Bregman meent wel dat we mensen steeds het voordeel van de twijfel moeten geven, en daarin kan ik hem wel volgen. Maar uit wat we leren over de wereld van de academische wetenschap - was me al langer duidelijk - is het m.i.toch wel raadzaam om steeds dubbel waakzaam te blijven, aangezien het immers gaat om een wereld waarin promotie moet gemaakt kunnen worden en bovendien politieke belangen meespelen. De titel van dit boek van Bregman werkt dus als een tweesnijdend zwaard. Bovendien zou je van de titel ook nog kunnen maken; ‘De meeste mensen deugen, maar ze laten zich makkelijk misleiden’. Want dat blijkt evenzeer uit het verhaal dat Bregman brengt. Om dat tweede zinsdeel te ontkrachten is het inderdaad nodig dat mensen zich kritisch opstellen, en meestal gaat het (in de geschiedenis) om een kritische minderheid die een rol kan spelen.

Bijkomende bedenking. De kennis die Rutger Bregman etaleert is niet nieuw, en het kan niet anders dan dat dit soort zaken ook bekend is bij de elites van deze wereld. En dan kan je je de vraag stellen in welke mate de media (in handen van diezelfde elites) worden ingezet om zoveel mogelijk zurigheid te spuien en mensen - sheeple - zoveel als mogelijk in negativiteit te wentelen en onder de knoet te houden, verdeel en heers, met het oog op het vasthouden van de eigen elitaire positie.

Moving Finger, The - Agatha Christie (1943)

Alternatieve titel: De Giftige Pen

5,0
Een misdaadverhaal geschreven vanuit het perspectief van Jerry Burton die met zus Joanna zijn intrek neemt in Lymstock. Het was alweer een tijdje geleden dat ik een Christie gelezen heb, maar werd helemaal ingepakt door stijl en plot. De observaties van Jerry rond de inwoners van het plattelandsdorp zijn onophoudelijk heerlijk tongue in cheek - so British - en daardoor is dit werkje voor mij sowieso al grotendeels geslaagd. Komt daar nog een plot bij die niet alleen op papier klopt, maar me ook nog psychologisch geloofwaardig blijkt. Toppie.

Nietzsche als Opvoeder, of: Hoe een Mens Wordt Wat Hij Is - Jan Keij (2011)

4,5
In dit boek ontleedt Jan Keij de filosofie van Friedrich Nietzsche, maar meer nog dan dat maakt hij Nietzsche weer levend en relevant voor onze huidige tijd. Na een bespreking van de voorgangers en inspiratiebronnen van Nietzsche, kwestie van wat context te geven, volgen tien hoofdstukken waarin de kernbegrippen uit Nietzsches’ filosofie worden besproken en uitgedaagd.
Achtereenvolgens komen de wil tot macht, relativisme, moraal, de dood van God, de eeuwige wederkeer, de Übermensch, vrijheid en het lijden aan bod. Jan Keij gaat daarbij geen heikel punt uit de weg, zoals hij ook ingaat op de redenen waarom de figuur en filosofie van Nietzsche op een bepaald ogenblik in de 20e eeuw gecompromitteerd werd.

Naarmate het boek vorderde, kreeg ik meer en meer een aha-erlebnis. Dat ligt niet enkel aan Nietzsche, maar vooral ook aan de manier waarop Keij de zaken onder woorden brengt en filosofie écht tot een mogelijke leidraad van het leven maakt. Dit in tegenstelling tot zovele filosofen/docenten die zich lijken te beperken tot hermetische besprekingen vanuit de eigen ivoren toren. Je hoeft het niet met alles eens te zijn wat Keij en Nietzsche ten berde brengen, maar dat hoeft ook niet, de filosofie van Nietzsche betekent dan ook een uitnodiging tot zelfstandig denken. “Wie niet denkt zoals ik, volge mij”, wordt Nietsche dan ook gepast geciteerd.

Zelf heb ik al regelmatig filosofieboeken gelezen - en ooit nog filosofievakken gestudeerd - maar met Jan Keij is het wel de eerste maal dat ik het zo duidelijk heb weten verwoorden. De analyse van Keij wordt bovendien illustratief aangevuld met citaten uit de wereldliteratuur die de besproken thematieken raak weten te verhelderen.

Dit boek kan ik aanraden aan ware liefhebbers van het leven

Nightmare Alley - William Lindsay Gresham (1946)

4,5
Een misdaadroman met heel wat laagjes. Stanton Carlisle is een complex en ook wel tragisch figuur die zijn American Dream wil realiseren. Het verhaal speelt zich af in het milieu van kermissen en freakshows zoals die rondgingen in de USA tijdens de eerste helft van de 20e eeuw. Voor auteur William Lindsay Gresham was ‘carnival’ één van zijn grote passies blijkt uit zijn bio. Behalve deze roman heeft hij over dit onderwerp eveneens een non-fictie werkje geschreven over Houdini.

De titel van het boek verrraadt dat het pad van Carlisle niet over rozen gaat, maar het betreft meer dan enkel een metafoor. Een nachtmerrie overkomt je per definitie ‘s nachts op het moment dat je bewustzijn zich ‘elders’ bevindt. Een soort magische sfeer waarin vanalles mogelijk is, en dat is ook de sfeer waarin Stanton Carlisle zich begeeft. HIj werkt zich op van handige circusartiest tot mentalist gerespecteerd in spiritistische kringen (waar men geesten pleegt op te roepen). De auteur was ook in het echte leven nogal begaan met spiritisme en wat daarbij komt kijken (aan mogelijke fraude). Het mooie aan het boek is ook dat elk hoofdstuk van het boek opgehangen is aan een kaart van de Tarot (grote Arcana), het eeuwenoude (magische) kaartspel waarmee waarzeggers (en hobbyisten) de toekomst willen voorspellen. Vorm sluit aan bij inhoud.

Stilistisch goed geschreven, met hier en daar gebruik van slang wat een authentiek sfeertje geeft. Behalve de magische laag bevat het boek ook nog een psychologische laag waar Jung zich misschien ook wel thuis zou in voelen. Het lijkt me geen toeval dat één van de personages op het pad van Stanton een vrouw genaamd Lilith blijkt. Volgens de oude joodse mythologie is Lilith een soort demonische vrouw en voorganger van Eva. Wat ik hierover kan zeggen, is dat ze haar naam eer aan doet in het boek.
En niet te vergeten is er het onderliggende thema van trauma: mij lijkt het dat Stanton Carlisle met een kanjer van een Oedipuscomplex worstelt afgaand op zijn vroege en latere herinneringen en voorstellingen. Freud, psycho-analyse en de plaats van seksualiteit in het leven van het individu genoten een bijzondere belangstelling in de jaren veertig (je ziet dat ook in de films van toen) en dat sluit hierbij aan.

Nightmare Alley heb ik gelezen als vijfde boek van American Noir: 11 Classic Crime Novels, een verzamelband van uitgeverij The Library of America. Behalve dat zijn werk verfilmd werd, heeft William Lindsay Gresham nog met zijn collega misdaadauteurs gemeen dat hij worstelde met een alcoholverslaving en bijhorende gezondheidsproblemen. Helaas kreeg hij daarbovenop ook nog af te rekenen met tongkanker, waarna hij zichzelf van het leven benam om zichzelf en zijn familie een pijnlijke aftakeling te besparen. Nightmare Alley was zijn debuut en meteen ook zijn bekendste werk. Gresham hoopte dat dit werk het begin zou worden van een vruchtbare carrière maar dat is niet echt gebeurd. Maar vergeten is hij nog steeds niet want in 2021 zou er een nieuwe verfilming van zijn werk op stapel staan.

PG, De - Jef Geeraerts (1999)

4,0
Prima thriller die zich afspeelt in het Vlaanderen van eind jaren negentig. Dat laatste is heel voelbaar via de maatschappelijke en politieke context die Geeraerts meesterlijk weet te verweven in de mekaar kruisende verhaallijnen. Zo valt verschillende keren de term ‘nieuwe politieke cultuur’ wat gehypet werd eind jaren negentig (om vervolgens weer een stille dood te sterven), worden zijdelings politieke partijen vernoemd die intussen al lang van naam veranderd zijn, word je met je neus in een zaak als Opus Dei geduwd. De politiehervormingen, de Witte Mars, de ontsnapping van volksvijand nr. 1 Marc Dutroux … het komt hier allemaal langs. En dan is er nog de technologie. Geeraerts stond er voor bekend dat hij grondige research deed voor zijn politieromans, waarin telkens de meest recent gebruikte professionele technologie opdook. Dat geeft zijn werk authenticiteit, en maakt het tegelijk ook makkelijk te dateren. Niet zozeer gelinkt aan het politiewerk is hier de opmars van de GSM (netjes met kapitalen geschreven) eind jaren negentig. De manier waarop het toestelletje wordt gebruikt, geeft aardig weer dat het in die tijd nog meer een dingetje was voor een bepaalde elite.

Jef Geeraerts kon schrijven, en dat blijkt ook uit deze thriller. Redelijk to the point met een mix van actie, geweld, seks, psychologisch drama, politieke conspiracy. Het soort werk dat schreeuwt om een verfilming. Net zoals eerder gelezen werk van Geeraerts heeft ook deze roman een gewelddadig en nihilistisch einde waar ik persoonlijk niet vrolijk van word. Maar dat is dan ook niet zijn bedoeling.

Postman Always Rings Twice, The - James M. Cain (1934)

Alternatieve titel: De Postbode Belt Altijd Tweemaal

5,0
Gelezen als onderdeel van de verzamelband “American Noir: 11 Classic Crime Novels”, een schitterende uitgave van Library of America. Deze Postman is de opener van het stel, en hoewel ik al helemaal bekend was met het verhaal via de filmversies, bleek het nog steeds een kleine pageturner, met zijn amper honderdtal bladzijden.

Voor mij was het meteen ook de eerste roman van James M. Cain, en moet vaststellen dat dit op het niveau staat van wat Raymond Chandler en Dashiell Hammett - als vaandeldragers van het hardboiled genre - presteren. Net zoals bij genoemde auteurs drijft de stijl van Cain toch wel op puntigheid met gevatte dialogen. Dat is ook gepast omdat het verhaal beschreven wordt vanuit het standpunt van hoofdpersonage Frank Chambers. Het geeft een zinderende authentieke sfeer waarbij geen ruimte moet zijn voor uitgebreide literaire uitwijdingen. Het leven is kort, grijpen wat er te grijpen valt, en laat het vooruitgaan. Navenant ontwikkelt het verhaal zich dan ook met een haast koortsachtige snelheid. De finale in de dodencel hield voor mij nog een verrassing in, kon ik me niet herinneren van de filmversies, maar misschien wel passend in de zin dat loontje om zijn boontje komt. Daarmee krijgt het verhaal alsnog een morele dimensie, en sluit het aan bij wat in Hollywood gangbaar was middels de instelling van de Hays code in 1934. Ik vernoem hier Hollywood omdat James M. Cain leefde en werkte in L.A., en een carrière heeft gehad in de filmindustrie (hoewel hij officieel maar twee credits als scenarist achter zijn naam heeft staan). Straf wel dat Postman tweemaal geweigerd werd voor publicatie, en het is verleidelijk om de mogelijkheid te overwegen dat hij omwille van die weigeringen elementen van de plot heeft gewijzigd. In elk geval is het gepubliceerde werk voor mij een voltreffer en een terechte klassieker.

Seven Dials Mystery, The - Agatha Christie (1929)

Alternatieve titel: De Zeven Wijzerplaten

4,5
Een aantal elementen van het verhaal - om het geheime gemaskerd internationaal genootschap niet te noemen - komen bijna clichématig klassiek over. En dat moet zelfs al in de tijd van het verschijnen van deze story zo geweest zijn, de commentaar van de personages bij bepaalde gebeurtenissen in acht genomen. Anderzijds is het clichématige van dit verhaal intussen ook achterhaald in onze huidige compleet geglobaliseerde wereld waardoor het in feite een blik in het verleden is geworden waarin maatschappelijke en politieke lijnen nét even anders liepen.
Sowieso present in dit verhaal - en wat je wel verwacht van Christie - is de Britse upperclass en zijn maniertjes, verbonden aan heerlijk observerende tongue in cheek humor. In feite vind ik de humor hier minstens even belangrijk als de plot en (geslaagde) karaktertekening van de personages.

Toch wel een (zoveelste) topper wat mij betreft.

Six Hommes Morts - Stanislas-André Steeman (1931)

Alternatieve titel: Le Dernier des Six

3,5
De enige uit het oeuvre van Steeman die een prijs gewonnen heeft met de “Grand Prix Du Roman d’Aventures 1931”. En ook de beste van de drie policiers die ik tot nog toe van Steeman gelezen heb.
Inspecteur Wens - weerkerend figuur in het werk van Steeman - is hier van de partij en doet zijn werk naar behoren in dit moordverhaal vol mysterie. De dosis humor die Steeman wel eens loslaat in zijn werk, is deze keer bijna afwezig, komt enkel tot uiting in het personage van onderzoeksrechter Voglaire. Maar dat deert hoegenaamd niet. Actie en hoofdbrekens maken van het boekje een echte pageturner, tot het verrassende einde toe.

Talented Mr. Ripley, The - Patricia Highsmith (1955)

Alternatieve titel: Ripley, een Man van Talent

4,0
Van dit boek zag ik met Plein Soleil de allereerste verfilming. Een prima film, die een heel ander einde kent dan het boek (en toch een goed alternatief). Maar op basis van de film had ik niet kunnen vermoeden hoe goed het boek zou zijn. Waar film nog gebonden is aan de beperkingen van het medium (naast uiteraard de mogelijkheden die het evenzeer biedt) laat het boek je volledig onderduiken in de psyche van de getalenteerde maar toch wel antisociale Mr Ripley. De actie blijft in feite beperkt tot dialoog, en uiteraard de 2 moorden. Die moorden zijn van belang voor de ontwikkeling van het verhaal maar op zich zijn het niet de hoogtepunten van het werk. Wat ik vooral goed vind aan het werk is de haast continue innerlijke monoloog van Tom Ripley waarin je het beeld krijgt van een intelligent getormenteerd man die steeds een stap verder gaat in normloosheid. Zijn innerlijke monoloog loopt parallel aan de (van zijn kant geforceerde) dialogen wat zorgt voor een heerlijke spanningsboog.

Ook wel bijzonder aan dit jaren ‘50 werkje is de inzet van homoseksualiteit (van Tom Ripley) als onderliggend thema. In die tijd was homoseksualiteit verboden in de USA - strafrecht - dus het is niet zomaar te bekijken als een enigszins progressief thema van een Amerikaanse auteur. Je kan je dan misschien eerder vragen stellen bij de insteek van een (verborgen) homoseksuele moordenaar en de benadering van dit beladen onderwerp in deze misdaadroman. Het woord "queer” valt verschillende keren (op een negatieve manier), de jeugdtrauma’s van Tom Ripley komen aan bod, alsook zijn typerende esthetisch talent, en dan is er natuurlijk de driehoeksverhouding Marge-Dickie-Tom die voor spanning zorgt. De seksualiteit van Ripley moet even verborgen blijven als zijn andere (!) misdaden, en dat zorgt voor een dubbele spanning.

They Shoot Horses, Don't They? - Horace McCoy (1935)

4,5
Gelezen als onderdeel van ‘American Noir: 11 Classic Crime Novels’, een schitterende uitgave van Library of America. Wat mij betreft gaat het niet echt om een misdaadroman, al bevat het verhaal wel misdaadelementen. Eerder is dit een coming of age story van jonge mensen die het nog willen maken in het leven, zij het op een vrij wanhopige manier. Het grootste deel van het verhaal speelt zich af in een broeierige dance hall aan de rand van het Hollywood van de jaren ‘30. Hollywood, het mekka van de nog steeds jonge filmindustrie waar filmsterren komen en gaan, als inspiratiebron voor de hoofdpersonages Robert Syverten en danspartner Gloria Beatty. Beiden nemen deel aan een dansmarathon in de hoop met de hoofdprijs een financiële springplank in Hollywood te verkrijgen, dan wel het Hollywood van de filmsterren. Het universum waarin zij zich bevinden, is de onderbuik van Hollywood, waar het plebs mekaar vertrappelt in de zoektocht naar een plaatsje hoger op de sociale ladder. Voor liefhebbers van klassiek Hollywood is het hier verder fijn toeven, om met de verwijzingen naar toenmalige coryfeeën een soort pas in de tijd van toen te kunnen zetten. Auteur Horace McCoy was dan ook een kenner van de filmindustrie niet in het minst omdat hij er professioneel actief was als scenarist.

Het verhaal wordt verteld in flashbackvorm vanuit het standpunt van Robert Syverten. Als lezer krijg je vanaf de eerste pagina de afloop al mee, maar het blijft gissen naar het waarom. De laatste zin van het boek is dan ook een echte punchline waarin alle elementen op hun plaats vallen. Hoewel je vanaf het begin een zwaarte voelt in het verhaal, blijft het einde toch verrassend. Dat dit werkje in de smaak viel bij de existentialisten uit die tijd, is dan weer geen verrassing maar een bevestiging van de ondertoon en uitgesproken finale. Naderhand zou dit boek nog op succesvolle wijze verfilmd worden in Hollywood, met échte sterren als Jane Fonda, o ironie, wat intussen ook alweer meer dan een halve eeuw geleden is.

Thieves Like Us - Edward Anderson (1937)

Alternatieve titel: Your Red Wagon

4,0
Gelezen als onderdeel van ‘American Noir: 11 Classic Crime Novels’, een schitterende uitgave van Library of America.

Deze misdaadroman beschrijft de belevenissen van een bende criminelen bestaande uit T-Dub Masefeld, Chicamaw en Bowie Bowers. Misdaad krijg je op je bord in de vorm van enkele bankovervallen, wat daaraan voorafgaat en de afloop ervan. Gesitueerd in de jaren ‘30 wanneer de USA gebukt gaat onder de uitloop van de depressie is dit een typische expressie van die tijd. Vind je bijvoorbeeld ook terug in de Hollywood gangstermovies die in die tijd opgang maakten. Werden die laatste regelmatig onder vuur genomen door de goegemeente omwille van (vermeende) glorificatie van het bandietenbestaan, vinden we in feite een heel andere invalshoek terug in deze Thieves Like Us. Waarbij de titel ons - als weerkerend thema - diets maakt dat de goegemeente - respectabele bankiers en zo - geen haar beter is dan de vermeende bandieten. Thieves Like Us schotelt dan ook geen moment verheerlijking van het bandietenbestaan voor, maar poogt hun bestaan te tonen in rauwe eerlijkheid. De lezer leert de verschillende personages kennen als mensen met goeie en slechte kanten - die laatste kunnen wel eens doorslaan - en met hun twijfels over het leven en hoe dat te leven. Het geweld in het boek is functioneel, zou de lezer kunnen besluiten. Het gitzwarte einde van het verhaal betekent uiteindelijk de ultieme bevestiging van de in het boek sudderende stellingname.

Thieves Like Us was de tweede van slechts twee novelles die Edward Anderson in zijn korte carrière heeft geschreven. Erg goed geschreven stuff, met gebruik van beeldspraak en slang, heel gepast. Het boek zou nadien tweemaal verfilmd worden, hoewel de auteur ironisch genoeg geen succes kende bij zijn pogingen om door te breken als scenarist in Hollywood. Zijn leven zou jammer genoeg eindigen in de obscuriteit en de alcohol. Thieves Like Us staat echter nog steeds schaduwrijk overeind.

Urteil, Das - Franz Kafka (1913)

Alternatieve titel: Het Vonnis

2,0
Franz Kafka is of was een topschrijver maar dit kortverhaal deed me niet veel. Hoogstwaarschijnlijk een schrijfsessie met therapeutische kwaliteit - die vaderfiguur - voor de auteur zelf maar wat mij betreft geen starter voor de lezer met interesse in het oeuvre van Kafka. De thematiek is te hermetisch om tot zijn recht te laten komen in het bestek van een kortverhaal.

Verwandlung, Die - Franz Kafka (1915)

Alternatieve titel: De Metamorfose

4,5
Schitterend werkje van K. Een horrorverhaal, in de ware betekenis van het woord, dat de lezer niet onberoerd laat, tot het intreurige einde toe.

Z17 - Jef Geeraerts (1991)

4,0
Na het literaire 'De Nachtvogels' heb ik me nu gewaagd aan deze 'Z17', is meteen ook de eerste misdaadroman van Geeraerts die ik gelezen heb. Wat een tripje! Dit boek leest als een trein. Met een rotvaart volg je de avonturen van Max oftewel Z17, lid van de (intussen terziele gegane) Belgische Rijkswacht. Helemaal geen sympathiek figuur, eerder van het humorloze hardboiled type, en macho tot en met.

Jef Geeraerts slaagt erin om een realistische sfeer te scheppen waarbij hij gebruik maakt van zijn uitgebreide technische kennis omtrent het Rijkswachtmilieu (waaraan zelfs een lexicon achteraan het boek wordt gewijd).
Het verhaal is geschreven vanuit de ikfiguur Max waarbij je als lezer de beschrijving krijgt in de woorden van Max; een rechttoe rechtaan stijl in spreektaal die erg passend is. In 'De Nachtvogels' had Geeraerts voor mij al bewezen tot welke literatuur hij in staat is, maar het is mooi dat hij voor deze misdaadroman zijn stijl aanpast aan de leefwereld van Max. Iets wat bij vele andere schrijvers minder vanzelfsprekend is.
Tenslotte heb ik erg genoten van het beginjarennegentigsfeertje van het boek. Leuk ook dat er enkele verwijzingen zijn naar neo-noirfilms (Les Noces Rouges en MIami Blues).

Het treft dat ik onlangs een hele doos Geeraertsen gekocht heb op de rommelmarkt want ik ben door de eerste twee picks gemotiveerd geraakt om ze alle te gaan lezen