menu

Hier kun je zien welke berichten memorable als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bienveillantes, Les - Jonathan Littell (2006)

Alternatieve titel: De Welwillenden

4,0
Een gedenkwaardig epos, waar ik in de eerste plaats een aantal loftuitingen voor wil maken. Het is een totale roman; de ambitie die Littell aan de dag legt, is bandeloos. Te midden van de persoonlijke besognes van de hoofdpersoon, leren we enorm veel over de Tweede Wereldoorlog. Minutieus worden locatie, tijd en handeling met historische verantwoording opgetekend. En niet alleen feitelijke handelingen, ook wordt er voorzichtig getracht inzicht te geven in het karakter van de hoofdrolspelers van de holocaust, voornamelijk Rudolf Höss, Adolf Eichmann en natuurlijk Heinrich Himmler. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat daar zeer nauwkeurig met de beraadslaagde secundaire literatuur en de voorhanden primaire bronnen is omgesprongen.

Wat betreft de titel, dacht ik lange tijd dat het een uitgemaakte zaak was, waar deze op sloeg: welwillend in de zin van gedienstig, dus bereidwillig om om het even te buigen voor het juk van de starre hiërarchie van de Nazi-ideologie. Dat dit iedereen kan overkomen, de centrale stellingname van het boek, sluit hier naadloos op aan. Het gaat uiteindelijk maar om de structuur, een mens onderwerpt zich er toch wel aan, de mens is immers een groepsdier die iets wil bijdragen aan de collectieve constellatie van dat moment. Dat spreekt Max Aue op een bepaald moment in het boek ook letterlijk uit; hij wil ergens bij horen. En het tijdsbeeld noopt hem er nu eenmaal toe een verderfelijke ideologie ten dienste te staan. Totdat die laatste zin wordt uitgesproken, ik herhaal hem even: ‘De welwillenden waren mij weer op het spoor.’ Men zou kunnen beargumenteren dat dit juist bovenstaande these versterkt. De oorlog is voorbij, dus er komt snel een nieuwe orde, en ook die zullen hem willen inlijven en voor het karretje van een andere ideologie willen spannen. Niet voor niets heeft Aue een paar bladzijden tevoren een bizarre ontmoeting met zijn beschermheer, de grijze eminente Herr Mandelbrood, die via zijn contacten een betrekking in nota bene de Sovjet-Unie heeft geronseld, het land van het communisme dat na de joden, staatsvijand van de nazi’s nummer één is.

Een andere these, zoals die hierboven door BobdH is aangedragen, zijn het de goedertierenste mensen die de dood hebben gevonden in de oorlog, die hem ‘op het spoor zijn’, in zijn herinneringen welteverstaan. Een fragment pleit daarvoor: wanneer hij verschrikkelijk ziedend op zijn nieuwste liefje Helene wordt, puur vanwege haar onbetamelijke goedheid. Het zijn de goeden, die de mensen die verachtelijke daden heeft begaan, zoals Max Aue, altijd zullen achtervolgen in hun geheugen, dromen en geestesoog. Enniewee, die dubbelzinnigheid, de mogelijkheid om eindeloos over de exacte betekentis te kunnen discussiëren, met een even eindeloos reservaat aan argumenten voor beide kanten van de zaak, is een pluspunt aan het boek.

De opzet is er een van een meesterwerk, maar de uitwerking is dat niet, althans geen onbetwistbaar meesterwerk. Niet zoals bijvoorbeeld de Voyage van Celine dat is, dat ook deels over de (Eerste) Wereldoorlog handelt. Waarom niet? Omdat Littell wel talent heeft, maar geen echt oorspronkelijk zinnen kan smeden, waarin wijsheid, genialiteit en emotionele inslag troef zijn. Literair dus geen echte top. De proloog, de blikvanger die de lezer 962 pagina’s bij zich moet houden, is goed, maar nergens staan er zinnen in die je systeem onherroepelijk ingaan, en die je over 40 jaar nog moeiteloos met een krachtig gevoel van weemoed kan oplepelen.

Boek van Violet en Dood, Het - Gerard Reve (1996)

4,0
Reve is een meesterlijk stilist. Zijn grappen getuigen niet alleen van een grote schare aan humor, maar ook van taalkundigheid. Hij was van dezelfde leeftijd, zij het een stuk jonger. Hiermede haalt hij clichés en afgezaagde taalprocedures genadeloos onderuit. Ja, van dat soort humor houd ik. Het is zo simpel, maar je moet een Reviaan zijn om erop te komen. En dat is niet iedereen gegeven.

In de tweede helft van deze autobiografische roman valt Reve helaas te veel in herhaling. Dan wordt het flauw. Ook dat heeft zijn functie, zou je kunnen betogen, en af en toe heeft het dat ook, maar het effect van dit eindeloze, melige gedram op de lezer neemt vanaf een bepaald moment exponentieel af. En dan heb ik het vooral over zijn begeerte naar jongens, die in eerste instantie nog met bijzondere taalkundige finesse alsmede op emotioneel front hoogstaand worden uitgewerkt. Wanneer hij zich echter rechtstreeks tot de lezer wendt, blijft het altijd wel vermakelijk.

Ik snap overigens niet waarom dit het Boek der Boeken geheten moet. Ja, centrale thema's uit het leven van Reve komen wel voor - zijn slechte relatie met zijn broer, het communistische milieu waar hij altijd zo op gespuwd heeft, zijn homoseksualiteit en bekering tot Rooms-Katholieke Kerk- maar het zijn niet deze onderwerpen die blijven hangen. Het is gewoon een grote gedachtevloed, die zich ongebreideld en zonder ontwaarbare logica manifesteert, daarbij ijlings herinneringen uit Reves verleden meevoerend.

Nu zie ik overigens hoezeer Herman Brusselmans is geïnspireerd door Gerard Reve. Beiden bedienen zich van een aantal ingrediënten die het stutwerk van oeuvre behelzen: eindeloze hersenscheten die als een tank door een miniatuurhuis donderen, op papier worden gestift dat het een aard heeft, onophoudelijke taalkundige running gags, de constant aanwezig ironie, maar tegelijkertijd ook niet te flauw zich van tijd tot tijd wenden tot oprechte, emotionele mijmeringen en zielenkronkels die iets zeer zoetigs meedragen. Talent om hun gevoelde leed zwaar te laten wegen op de lezer hebben beide virtuozen niet, maar hé, wat kan je anders met al dat levensleed aanvangen dan het maar te relativeren.

Herman Brusselmans is voor mij dan ook de enige rechtmatige epigoon van Reve. - Hierbij ga ik niet voorbij aan het feit dat Brusselmans wel degelijk een eigengereide humorstijl heeft en alleenheerser over zijn literaire biotoop is.- Arnon Grunberg moet zijn pen in de ladekast opbergen, en spoedig zijn luiers gaan wassen.

Bouvard et Pécuchet - Gustave Flaubert (1881)

Alternatieve titel: Bouvard en Pécuchet

4,0
Deze roman kan gelezen als een reactie op - of het zo bedoeld is weet ik niet - het eenheidsdenken dat in de negentiende eeuw, met name in Duitsland, zo welig tierde, onder de invloed van onder meer Hegel en Fichte. Flaubert maakt korte metten met de gedachte dat de wereld tot een eenduidig principe kan worden teruggebracht. Welk vakgebied men ook betreedt, zo laat de levenswandel van Bouvard en Pécuchet ons zien, stuit men op contradicties, onduidelijkheden en onoplosbaarheden. Dat de hoofdpersonages daar vervolgens niet mee om kunnen gaan is behalve een satire een aanklacht jegens de burgerman die boven alles zocht naar houvast. Ja, in zekere zin mag deze roman ook stichtelijk gelezen worden: het doel van de wetenschap is niet om ons kant-en-klare recepten voor het leven mee te geven, maar om ons kennis te laten maken met de complexiteit van het bestaan in al zijn facetten. Omarm die complexiteit, en je bent als mens beter af.