menu

Hier kun je zien welke berichten Sol1 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

'Sterven Is Doodeenvoudig. Iedereen Kan Het.' - René Gude en Wim Brands (2014)

4,0
Sol1 (crew)
‘Sterven is Doodeenvoudig. Iedereen Kan Het’ is gebaseerd op gesprekken die Brands en Gude op 7 en 9 juli 2014 voerden voor Oba Live van Human, NPO, op radio 5. Het boekje gaat niet alleen over het stervensproces van René Gude, maar vooral over de plaats die filosofie zou moeten innemen en daarnaast ook over enkele maatschappelijke vragen.

In zeven hoofdstukken zet Gude zijn gedachten uiteen, naar aanleiding van strategisch door Brands gekozen vragen. Gude spreekt erover dat we leven alsof onze tijd oneindig is, maar bij een mededeling dat we nog slechts een beperkte tijd te leven hebben daar op verschillende (soms extreme of onzinnige manieren) mee om kunnen gaan.

Hij zoekt de troost van de filosofie en wil, ondanks dat zijn leven een grote verandering heeft ondergaan, aansluiting houden bij wat hij altijd al deed. En dat betekent in zijn geval vooral: contact blijven houden met andere mensen.

In zijn filosofische benadering gaat hij uit van de opvattingen van de sceptici, met name de filosoof Pyrrho van Ellis. De interpretatie van Pyrrho door Gude is, dat je nergens dogmatisch in moet zijn; als je geen zekerheid hebt, moet je je niet vastleggen op een (negatief) scenario, maar alle mogelijkheden nog openlaten. Gude noemt tevens de stoïcijn Seneca. De boodschap van stoïci is, dat je je emoties niet moet uitschakelen, maar hun gang moet laten gaan. Emoties laaien op en doven vanzelf weer uit.
Wat je niet moet doen, is met een verkeerd type ‘rationele’ gedachte emoties blijven voeden of versterken. Zoals Gude het uitdrukt: “om te voorkomen, dat er allerlei warhoofderij in jezelf plaatsvindt, heb je filosofie nodig.”

In de verdere loop van het boek past Gude filosofie ook toe op maatschappelijke situaties en geeft hij een korte biografie van zichzelf, zijn studie, zijn ontmoeting met zijn vriendin.

Aan de titel van het boek neem ik op zich geen aanstoot, ik vind die (zoals hier eerder is opgemerkt) inderdaad wel scherp en nuchter, zoals Gude is, maar het moet wel geschreven worden dat die titel nogal uit zijn context is gehaald. Dit citaat van Gude is onderdeel van zijn reactie op een boodschap in de geschriften van Zhuang Zi, een Chinees dichter en taoïstisch filosoof uit de klassieke periode van de Chinese filosofie. Daarnaast beperkt de titel het geheel tot de privé situatie van Gude, terwijl uit het boek juist blijkt dat hij een veel bredere rol ziet weggelegd voor filosofie. Het boek gaat dus dieper dan de titel.

10 op een Ezel: Berbers Spreekwoordenboek - Mohammed Benzakour (2018)

Alternatieve titel: Tien op een Ezel: Berbers Spreekwoordenboek

4,5
Sol1 (crew)
Afgezien van enkele woorden vooraf met toelichtingen over de Berbertaal en dergelijke, is het boek verdeeld in veertien hoofdstukken, waarna nog een paar andere kopjes volgen inclusief een appendix met een korte geschiedenis van de Berbers.

De veertien hoofdstukken hebben originele thema's, zoals 'Slang & Jakhals', 'Zee & Vis', 'God & Tuinbonen', 'Kat & Blind' of bijvoorbeeld nog 'Brood en Buik'.

Elk van de veertien hoofdstukken wordt voorafgegaan door één of enkele inleidende pagina's over het thema. Per hoofdstuk worden een aantal spreekwoorden weergegeven, met hun betekenis en een Nederlands equivalent (voor zover aanwezig). Bij een aantal spreekwoorden geeft Mohammed Benzakour een extra toelichting in relatie tot de Berbers. Een andere aardigheid is dat er van een aantal spreekwoorden niet direct een betekenis is gegeven. De lezer mag daar eerst zelf over nadenken, voordat die lezer er de appendices van het boek op doorloopt.

Het boek is niet zuiver informatief, maar er komt daarbij uit het boek een heel beeld over een volk naar voren. Dat karakter, het humoristische en beeldende van de spreekwoorden, de interessante elementen voor taalkundigen, maken het tot een aangenaam leeswerk.

Willekeurig voorbeeld uit tientallen: 'Ittet rebsar souqemoum n miedden': 'Hij eet uien met de mond van anderen'. Wie tijdelijk de mond van anderen leent voor het eten van uien, heeft wel het genot van de uien, maar zit niet met de stank als hij die mond weer teruggeeft aan de ander. Het wordt gezegd van een profiteur; van iemand die wel de lusten wil, maar niet de lasten.

Het boek is verder opgesierd met een reeks zwart-wittekeningen van Fleur van der Weel.

Âne et le Cheval, L' - Marcel Aymé (1936)

3,5
Sol1 (crew)
Deze fabels zijn eerst in het Frans in periodieken verschenen en daarna, afzonderlijk en in qua samenstelling steeds wisselende bundels, in boekvorm.

In het Nederlands zijn zij in boekvorm verschenen in de bundels 'Verhalen van de Spinnende Poes' (1954) en 'Nieuwe Verhalen van de Spinnende Poes' (1955); zie de berichten bij de schrijver.

De verhalen zijn toch al minimaal licht ironisch, maar dit is zeker één van de meer sarcastische in de manier waarop de ouders met hun tweemaal van vorm veranderende dochters omgaan. Eerst worden die dochters gedwongen, zich het dierenleven op de boerderij eigen te maken als werkpaard en lastezel.
Als zij uiteindelijk terug veranderen in hun menselijke vorm, weten zij niet meer hoe het toegaat op school, halen onvoldoendes en worden door hun ouders op droog brood en water gezet.
De dochters reageren daarop door zich (voor zo lang dat bij hen duurt ...) overdreven netjes te gaan gedragen.


Dat sarcasme keert terug in de slotconclusie van het verhaal:
"Les parents était maintenant bien heureux d'avoir retrouvé les deux petites filles qu'ils aimaient si tendrement, car c'étaient, au fond, d'excellents parents."

Citaat van DBNL: Vanwege de originele benadering van de gezagsrelaties wordt Les contes du chat perché wel gezien als een voorloper van de anti-autoritaire kinderliteratuur.; zie opnieuw de toelichtingen bij de schrijver.

Het is jammer dat er met dit aspect van deze fabels bij de lay-out van de latere edities te weinig rekening is gehouden. Daar ligt de nadruk te sterk op een bepaalde opvatting over wat jeugdboeken zouden zijn. De daarmee samenhangende conventionele tekeningen van die latere edities doen afbreuk aan het oorspronkelijke karakter van de verhalen.