Hier kun je zien welke berichten Sol1 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
O Parisjskoj Kommune - Vladimir Lenin (1907)
Alternatieve titel: Over de Kommune Parijs

3,5
3
Sol1 (moderator)
geplaatst: 7 maart 2018, 15:18 uur
Deze bundel artikelen, brieven en toespraken beloopt ongeveer de periode 1907-1919. In eerste instantie zijn de artikelen en dergelijke verschenen in kranten zoals de Pravda, Robotsjaja Gazeta en Zagranitsjnaja Gazeta, plus in nog wat andere verschijningsvormen zoals communiqués en folders.
In boekvorm verscheen de eerste editie bij de Staatsuitgeverij van Politieke Literatuur (ook wel: Politizdat) in Moskou, eind 20-er jaren, begin 30-er jaren vorige eeuw.
De uitgeverij Pegasus bracht in 1934 de eerste Nederlandse vertaling uit in haar reeks "Marxistische Bibliotheek".
In 1966 en 1969 volgden directe Nederlandse uitgaven van de op hetzelfde adres gevestigde Moskouse uitgeverijen Progres en Uitgeverij voor Literatuur in Vreemde Talen, uitgebreid met andere artikelen van Lenin en een voorwoord.
In het boek hekelt Lenin, met de kracht van de overdrijving, "de vervlakking van het Marxisme door opportunisten" (zoals één van zijn bijdragen ook feitelijk is getiteld). Hij zet zich daarbij fel af tegen het kleinburgerlijke, opportunistische "sociaal-democratisme" van tegenstanders zoals Plechanov en Kautsky. Naast chauvinisten, moeten ook "helden van de wrakke kleinbourgeoisie" zoals Skobelev, Tseretelli, Tsjernov en Avksentjev het ontgelden.
Voor de bloeddorstige dwerg Thiers, die het presteert van de Duitsers te verliezen maar met zijn generaals het Parijse proletariaat uitmoordt, heeft Lenin uiteraard al helemaal geen goed woord over.
De communards van Parijs worden door hem geëerd en hij trekt vergelijkingen met de situatie in Moskou, geeft aan wat er nodig is om een revolutie te doen slagen, hoe de staatsmacht er na een revolutie zal moeten uitzien.
Lenin toont zich, zoals verwacht, een geducht redenaar. Dat aspect, gekoppeld aan de tegenwoordig relatief onbekende Commune van Parijs, maakt dit een boeiend boekje.
In boekvorm verscheen de eerste editie bij de Staatsuitgeverij van Politieke Literatuur (ook wel: Politizdat) in Moskou, eind 20-er jaren, begin 30-er jaren vorige eeuw.
De uitgeverij Pegasus bracht in 1934 de eerste Nederlandse vertaling uit in haar reeks "Marxistische Bibliotheek".
In 1966 en 1969 volgden directe Nederlandse uitgaven van de op hetzelfde adres gevestigde Moskouse uitgeverijen Progres en Uitgeverij voor Literatuur in Vreemde Talen, uitgebreid met andere artikelen van Lenin en een voorwoord.
In het boek hekelt Lenin, met de kracht van de overdrijving, "de vervlakking van het Marxisme door opportunisten" (zoals één van zijn bijdragen ook feitelijk is getiteld). Hij zet zich daarbij fel af tegen het kleinburgerlijke, opportunistische "sociaal-democratisme" van tegenstanders zoals Plechanov en Kautsky. Naast chauvinisten, moeten ook "helden van de wrakke kleinbourgeoisie" zoals Skobelev, Tseretelli, Tsjernov en Avksentjev het ontgelden.
Voor de bloeddorstige dwerg Thiers, die het presteert van de Duitsers te verliezen maar met zijn generaals het Parijse proletariaat uitmoordt, heeft Lenin uiteraard al helemaal geen goed woord over.
De communards van Parijs worden door hem geëerd en hij trekt vergelijkingen met de situatie in Moskou, geeft aan wat er nodig is om een revolutie te doen slagen, hoe de staatsmacht er na een revolutie zal moeten uitzien.
Lenin toont zich, zoals verwacht, een geducht redenaar. Dat aspect, gekoppeld aan de tegenwoordig relatief onbekende Commune van Parijs, maakt dit een boeiend boekje.
Op de Vlaamsche Binnenwateren - Stijn Streuvels (1925)

4,0
1
Sol1 (moderator)
geplaatst: 11 februari 2018, 13:01 uur
Misschien geen literair hoogstandje, om dat geijkte cliché weer eens te gebruiken, maar een grappig en aangenaam boekje om de Vlaamse sfeer uit die tijd te proeven. Die sfeer wordt verstevigd door de karakteristieke taal en uitdrukkingen uit die jaren.
Het reisverhaal van Stijn Streuvels is op zich niet spectaculair, maar de heren lijken zich al met al te vermaken en de combinatie van de tekst met hun foto's en tekeningen is een goede vondst.
Voor wie de levensgenieters aan het 'werk' wil zien: https://tinyurl.com/Streuvels-en-vrienden
In volgorde van links naar rechts Jozef "Seppe" De Coene, Stijn Streuvels, Albert Saverys en Arthur Deleu.
Het reisverhaal van Stijn Streuvels is op zich niet spectaculair, maar de heren lijken zich al met al te vermaken en de combinatie van de tekst met hun foto's en tekeningen is een goede vondst.
Voor wie de levensgenieters aan het 'werk' wil zien: https://tinyurl.com/Streuvels-en-vrienden
In volgorde van links naar rechts Jozef "Seppe" De Coene, Stijn Streuvels, Albert Saverys en Arthur Deleu.
Optimistische Woede: Fix het Seksisme in de Literatuur / Manifest - Yra van Dijk e.a. (2022)

3,5
4
Sol1 (moderator)
geplaatst: 3 oktober 2022, 23:59 uur
De inleiding van het boek onder de titel ‘Lezer!’ geeft een korte ontstaansgeschiedenis van het collectief, elf Nederlandse en Vlaamse vrouwen, en van hun collectieve naam. Het ‘gebrek aan bewustzijn over de mechanismen die achter de voorkeur voor mannelijke auteurs schuilgaan’, zoals dat op diverse plaatsen en tijdstippen de kop opsteekt in de maatschappij, is één van de voornaamste redenen voor de acties van Fixdit.
In de volgende elf hoofdstukken wordt daar door elk van de elf leden van het collectief, ieder vanuit een eigen perspectief, dieper op ingegaan. In hun teksten komen daarbij een hele reeks vrouwelijke auteurs met hun voor Fixdit relevante filosofieën naar voren.
Zo begint Gaea Schoeters haar betoog bijvoorbeeld met een citaat van de Finse componiste Kaija Saariaho uit 2021: ‘Er is maar één manier om als vrouw iets te bereiken in de kunsten: stay in the room until you are seen, even if you are told to leave’. Schoeters trekt die gedachte binnen de kunsten door van de muziek naar de letteren. Dat motiveert ze in haar uitwerking onder andere door onderbouwd te wijzen op de verhoudingsgewijs lagere werkbeurzen en het lagere aantal prijzen, vertalingen of publicaties dat aan vrouwen wordt toegekend. Bovendien wijst ze op psychologische effecten, zoals het ‘Matilda-effect’: ideeën of producten worden beter gewaardeerd als er een mannennaam aan vasthangt, dan in het geval van een vrouwennaam als referentie. Vreemd genoeg komt die betere waardering in de eerste situatie ook van de kant van vrouwen zelf.
In een volgend essay gaat Sanneke van Hassel op haar beurt uitgebreid in op de term ‘vrouwenboek’ en samenhangende kreten als ‘liefdesverhaaltje’, ‘chicklit’, ‘damesroman’, ‘vrouwenpraat’ en zo voorts. Ze verricht historisch archiefonderzoek naar het ontstaan en gebruik van de term ‘vrouwenboek’, met gemotiveerd commentaar op de boeken of artikelen in kranten of tijdschriften die daarbij naar voren komen. Daarbij komt uiteraard ook de vraag naar boven waarom bepaalde thema’s toch al als ‘vrouwelijk’ worden beschouwd door de goegemeente. Sanneke van Hassel verwijst onder meer enkele malen naar het werk Dit Is Geen Vrouwenboek uit 2020 van wetenschapper Corina Koolen. Ook Koolen lijkt te verwijzen naar zoiets als het Matilda-effect; als ze de waardering voor door mannen, of juist de waardering voor door vrouwen, geschreven literaire werken onderling vergelijkt.
De meeste essays zijn inspirerend en nodigen uit tot verder lezen van de daarin genoemde (aanbevolen) boeken.
Uitgangspunt van deze bundel zou de kreet ‘aanvullen, in plaats van aanvallen’ moeten zijn. Door vrouwen geschreven literair werk komt niet in de plaats van door mannen geschreven literair werk, maar het is een gelijkwaardig onderdeel van de totale literatuur.
In dat opzicht is het essay van Rachida Lamrabet over onder andere de schrijfster Toni Morrison wat teleurstellend. Het essay van Rachida is een antwoord op een essay van Shantie Singh uit deze zelfde bundel. Alle drie deze schrijfsters hebben te kampen gehad met racisme; wat hier het hoofdthema lis van deze twee essays.
De Noord-Amerikaanse Toni Morrison (geen lid van het Fixdit-collectief, dus) heeft nogal wat te lijden gehad van racistische commentaren, maar heeft er daarbij geen moeite mee zelf zonder scrupules sterk generaliserend terug te slaan. In haar essay lijkt Rachida Lamrabet die lijn wat te volgen, maar is gelukkig wel duidelijk genuanceerder bezig.
Rachida Lamrabet beschrijft in haar essay verder een ervaring in 2021 als jurylid voor de Ultima der Letteren, de jaarlijkse prijs van de Vlaamse gemeenschap aan schrijvers. Die beschrijving roept vragen op over de verstandelijke vermogens van haar medejuryleden van dat moment, domheid en racisme gaan bij hen hand in hand.
De slotconclusies uit het essay van Rachida Lamrabet zijn zonder meer 100% juist.
Een ander essay dat wat tegenvalt is dat van Manon Uphoff. Zij wil net even iets teveel ideeën en namen kwijt op slechts tien pagina’s . Het betoog is wel redelijk goed te volgen, maar het was beter tot zijn recht gekomen in een essay van bijvoorbeeld vijftig tot tachtig pagina’s lang.
Op zes ongenummerde pagina’s middenin het boek is het ‘Manifest’ van het Fixdit-collectief opgenomen.
Onderaan elke pagina van het boek staan vetgedrukt twee regels met de namen van vrouwelijke auteurs, die uit alle windstreken komen. Ik zie daarbij veel bekende namen staan, maar helaas komen er ook wat foutjes in voor en ontbreken enkele voor mij bekende schrijfsters; aan dat laatste valt natuurlijk niet te ontkomen. Het blijft verder lastig te controleren, doordat de namen niet in alfabetische volgorde staan. Deze lijstjes-per-pagina geven eveneens aanleiding tot verder onderzoek en lezen.
Per saldo wat mij betreft in ieder geval een ruime voldoende voor dit boek.
3,5* à 4*
In de volgende elf hoofdstukken wordt daar door elk van de elf leden van het collectief, ieder vanuit een eigen perspectief, dieper op ingegaan. In hun teksten komen daarbij een hele reeks vrouwelijke auteurs met hun voor Fixdit relevante filosofieën naar voren.
Zo begint Gaea Schoeters haar betoog bijvoorbeeld met een citaat van de Finse componiste Kaija Saariaho uit 2021: ‘Er is maar één manier om als vrouw iets te bereiken in de kunsten: stay in the room until you are seen, even if you are told to leave’. Schoeters trekt die gedachte binnen de kunsten door van de muziek naar de letteren. Dat motiveert ze in haar uitwerking onder andere door onderbouwd te wijzen op de verhoudingsgewijs lagere werkbeurzen en het lagere aantal prijzen, vertalingen of publicaties dat aan vrouwen wordt toegekend. Bovendien wijst ze op psychologische effecten, zoals het ‘Matilda-effect’: ideeën of producten worden beter gewaardeerd als er een mannennaam aan vasthangt, dan in het geval van een vrouwennaam als referentie. Vreemd genoeg komt die betere waardering in de eerste situatie ook van de kant van vrouwen zelf.
In een volgend essay gaat Sanneke van Hassel op haar beurt uitgebreid in op de term ‘vrouwenboek’ en samenhangende kreten als ‘liefdesverhaaltje’, ‘chicklit’, ‘damesroman’, ‘vrouwenpraat’ en zo voorts. Ze verricht historisch archiefonderzoek naar het ontstaan en gebruik van de term ‘vrouwenboek’, met gemotiveerd commentaar op de boeken of artikelen in kranten of tijdschriften die daarbij naar voren komen. Daarbij komt uiteraard ook de vraag naar boven waarom bepaalde thema’s toch al als ‘vrouwelijk’ worden beschouwd door de goegemeente. Sanneke van Hassel verwijst onder meer enkele malen naar het werk Dit Is Geen Vrouwenboek uit 2020 van wetenschapper Corina Koolen. Ook Koolen lijkt te verwijzen naar zoiets als het Matilda-effect; als ze de waardering voor door mannen, of juist de waardering voor door vrouwen, geschreven literaire werken onderling vergelijkt.
De meeste essays zijn inspirerend en nodigen uit tot verder lezen van de daarin genoemde (aanbevolen) boeken.
Uitgangspunt van deze bundel zou de kreet ‘aanvullen, in plaats van aanvallen’ moeten zijn. Door vrouwen geschreven literair werk komt niet in de plaats van door mannen geschreven literair werk, maar het is een gelijkwaardig onderdeel van de totale literatuur.
In dat opzicht is het essay van Rachida Lamrabet over onder andere de schrijfster Toni Morrison wat teleurstellend. Het essay van Rachida is een antwoord op een essay van Shantie Singh uit deze zelfde bundel. Alle drie deze schrijfsters hebben te kampen gehad met racisme; wat hier het hoofdthema lis van deze twee essays.
De Noord-Amerikaanse Toni Morrison (geen lid van het Fixdit-collectief, dus) heeft nogal wat te lijden gehad van racistische commentaren, maar heeft er daarbij geen moeite mee zelf zonder scrupules sterk generaliserend terug te slaan. In haar essay lijkt Rachida Lamrabet die lijn wat te volgen, maar is gelukkig wel duidelijk genuanceerder bezig.
Rachida Lamrabet beschrijft in haar essay verder een ervaring in 2021 als jurylid voor de Ultima der Letteren, de jaarlijkse prijs van de Vlaamse gemeenschap aan schrijvers. Die beschrijving roept vragen op over de verstandelijke vermogens van haar medejuryleden van dat moment, domheid en racisme gaan bij hen hand in hand.
De slotconclusies uit het essay van Rachida Lamrabet zijn zonder meer 100% juist.
Een ander essay dat wat tegenvalt is dat van Manon Uphoff. Zij wil net even iets teveel ideeën en namen kwijt op slechts tien pagina’s . Het betoog is wel redelijk goed te volgen, maar het was beter tot zijn recht gekomen in een essay van bijvoorbeeld vijftig tot tachtig pagina’s lang.
Op zes ongenummerde pagina’s middenin het boek is het ‘Manifest’ van het Fixdit-collectief opgenomen.
Onderaan elke pagina van het boek staan vetgedrukt twee regels met de namen van vrouwelijke auteurs, die uit alle windstreken komen. Ik zie daarbij veel bekende namen staan, maar helaas komen er ook wat foutjes in voor en ontbreken enkele voor mij bekende schrijfsters; aan dat laatste valt natuurlijk niet te ontkomen. Het blijft verder lastig te controleren, doordat de namen niet in alfabetische volgorde staan. Deze lijstjes-per-pagina geven eveneens aanleiding tot verder onderzoek en lezen.
Per saldo wat mij betreft in ieder geval een ruime voldoende voor dit boek.
3,5* à 4*
