Hier kun je zien welke berichten Sol1 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Là Où Je Continuerai d'Être: L'Appel des Terres Sauvages - Linda Bortoletto (2016)

4,5
0
Sol1 (moderator)
geplaatst: 13 augustus 2016, 18:44 uur
Linda Bortoletto is het blijkbaar niet gewend halve maatregelen te nemen. Nog vrij jong, begin 30, had zij al opvolgende carrières achter de rug als Franse luchtmachtofficier, kapitein van de nationale Franse gendarmerie en hoge functionaris bij het Franse ministerie van financiën.
Toen zij in 2011 door de dood van haar vader werd getroffen, besloot zij het roer radicaal om te gooien en haar intuïtie te volgen. Zij herkende zich volstrekt niet meer, in het leven dat zij tot dan toe had geleid.
Na het verbreken van haar huwelijk en haar carrière, vond in de tweede helft van 2011 haar reis naar Kamtsjatka plaats. De nomaden, met wie ze optrok, leven in een gebied van circa 1.000 vierkante kilometer met winterse temperaturen van 30 tot 40 graden Celsius onder nul.
Het is niet alleen een kunst, maar zelfs bittere noodzaak, om onder dergelijke omstandigheden onder en boven de sneeuw en het ijs te vinden, wat je dagelijks nodig hebt voor jezelf, je familie, je stam.
Linda Bortoletto is één van die schrijfsters of schrijvers, die de eigen reizen beschrijft. Door haar persoonlijke omstandigheden, is de component van de "innerlijke ontdekkingstocht" hier sterker aanwezig dan in een "normaal" reisverslag.
Het verhaal leent zich goed voor dit boek maar zou, door de natuurlijke omgeving en de aanwezigheid van de nomaden, daarbij een goede basis zijn voor een verfilming.
Toen zij in 2011 door de dood van haar vader werd getroffen, besloot zij het roer radicaal om te gooien en haar intuïtie te volgen. Zij herkende zich volstrekt niet meer, in het leven dat zij tot dan toe had geleid.
Na het verbreken van haar huwelijk en haar carrière, vond in de tweede helft van 2011 haar reis naar Kamtsjatka plaats. De nomaden, met wie ze optrok, leven in een gebied van circa 1.000 vierkante kilometer met winterse temperaturen van 30 tot 40 graden Celsius onder nul.
Het is niet alleen een kunst, maar zelfs bittere noodzaak, om onder dergelijke omstandigheden onder en boven de sneeuw en het ijs te vinden, wat je dagelijks nodig hebt voor jezelf, je familie, je stam.
Linda Bortoletto is één van die schrijfsters of schrijvers, die de eigen reizen beschrijft. Door haar persoonlijke omstandigheden, is de component van de "innerlijke ontdekkingstocht" hier sterker aanwezig dan in een "normaal" reisverslag.
Het verhaal leent zich goed voor dit boek maar zou, door de natuurlijke omgeving en de aanwezigheid van de nomaden, daarbij een goede basis zijn voor een verfilming.
Lebedinyj Ctan - Marina Tsvetajeva (1957)
Alternatieve titel: Zwanenkamp

4,5
3
Sol1 (moderator)
geplaatst: 6 januari 2021, 00:01 uur
De gedichtenreeks ‘Zwanenkamp’ is vrijwel in chronologische volgorde geplaatst. Door één van die gedichten, opgedragen aan haar man Sergej Efron, uit die chronologische volgorde te halen en als eerste in de rij te plaatsen, maakt Marina Tsvetajeva duidelijk dat de hele verzameling aan hem is opgedragen.
Dat eerste gedicht dateert van 18 januari 1918 en beschrijft hoe Sergej Efron, als militair voor zijn vaderland opkomend, de voornaam van zijn vrouw in zijn dolk gegrift heeft staan; omdat zij de eerste en de enige in zijn grootse leven is. Op haar beurt herinnert ze zich in het gedicht de nacht met zijn heldere gezicht in een wagon vol met andere soldaten, haar wapperende haren; terwijl ze zijn epauletten in een ‘heilig kistje’ bewaart.
De gedichten van Marina Tsvetajeva zijn rijk en symbolisch, diepgaand, terwijl er met de achtergrondinformatie bij nog meer naar boven komt dan eerst al vermoed.
Marina Tsvetajeva was niet tsaargezind, maar zag in de Russische revolutie van 1917 een aanval op de cultuur en geschiedenis van Rusland; een somber voorteken voor de toekomst. Dat was de reden, waarom zij en haar man voor de kant van de Wit-Russen kozen. Nadat de regeringstroepen in oktober 1917 voor de bolsjewieken hadden gecapituleerd, kon Sergej Efron Moskou ontvluchtten door zich te kleden in het uniform van een gewoon soldaat; met daar overheen de bontjas van een arbeider. Officieren werden zonder pardon door de soldaten in de stad geëxecuteerd. Hij moest zijn epauletten wel laten verbergen...
Doorheen de bundel krijgen losse, op zich al suggestieve dichtregels een veel diepere betekenis als de juiste historische context er wordt bijgeplaatst.
Meer dan bizar in dit verband is de achtergrond bij enkele regels uit een gedicht uit maart 1919 ter nagedachtenis aan A.A. Stachovitsj, waarin onder andere wordt gesproken van ‘het zwarte rijk van het eelt van de arbeid’. Wie ten tijde van de Rode Terreur uit 1917-1923 goed verzorgde handen had, dus vermoedelijk geen arbeider was, liep serieuze risico’s. Een persoonlijke ervaring van Marina Tsvetajeva was dat enkele treinreizigers, die met dergelijke schone handen op een station in Moskou uitstapten, enkel om die reden ter plekke onder haar ogen werden geëxecuteerd. Zijzelf ontkwam aan een dergelijk lot: door haar schrijfsterschap had ze inktvlekken aan haar handen, die bovendien wat extra vuil waren, doordat ze in die tijd pijp rookte…Stachovitsj (1856-1919) was als acteur en leraar betrokken bij het Kunsttheater van Moskou, wilde niet leven in een land, waarin voor cultuur geen plaats was, en verhing zich daarom. Elders in haar werk, in deze dichtbundel zelf en in een essay in haar dagboeken, komt Marina Tsvetajeva nogmaals op de persoon Aleksej Stachovitsj terug.
Oorspronkelijke Russische uitgaven van ‘Zwanenkamp’ zijn goed voorzien van annotaties, door de schrijfster tussen de gedichten in vermeld; verder ook van toelichtingen en noten door de uitgever.
Bij een recente vertaling, als die uit 2020 van uitgeverij Pegasus te Amsterdam (tweetalig Russisch/Nederlands voor wat betreft de gedichten en hun directe annotaties van Marina Tsvetajeva, alle extra’s en toelichtingen in het Nederlands), is dat niet anders.
Dat maakt de gedichten toegankelijker voor buitenstaanders. Het geeft die buitenstaanders verder inzicht in een deel van de Russische geschiedenis en in een deel van het leven van Marina Tsevetajeva; een leven, dat niet echt prettig is geweest.
Door de symboliek van de gedichten blijft er, met of zonder toelichtingen van derden, veel over om zelf te overwegen. De inhoud van de gedichten is daarvoor ook gevarieerd genoeg: politieke, militaire, historische, religieuze, of bijvoorbeeld nog persoonlijke motieven van de dichteres komen naar voren; in verdoken of direct zichtbare vorm.
In de eerder genoemde Nederlandse vertaling van Pegasus is het rijm uit de oorspronkelijke Russische tekst losgelaten. Incidentele Franse tekstregels, in de feitelijke gedichten of als motto boven een gedicht, zijn onvertaald gebleven. Pegasus biedt als extra een uitgebreide inleiding over de dichteres en haar tijdvak.
Dat eerste gedicht dateert van 18 januari 1918 en beschrijft hoe Sergej Efron, als militair voor zijn vaderland opkomend, de voornaam van zijn vrouw in zijn dolk gegrift heeft staan; omdat zij de eerste en de enige in zijn grootse leven is. Op haar beurt herinnert ze zich in het gedicht de nacht met zijn heldere gezicht in een wagon vol met andere soldaten, haar wapperende haren; terwijl ze zijn epauletten in een ‘heilig kistje’ bewaart.
De gedichten van Marina Tsvetajeva zijn rijk en symbolisch, diepgaand, terwijl er met de achtergrondinformatie bij nog meer naar boven komt dan eerst al vermoed.
Marina Tsvetajeva was niet tsaargezind, maar zag in de Russische revolutie van 1917 een aanval op de cultuur en geschiedenis van Rusland; een somber voorteken voor de toekomst. Dat was de reden, waarom zij en haar man voor de kant van de Wit-Russen kozen. Nadat de regeringstroepen in oktober 1917 voor de bolsjewieken hadden gecapituleerd, kon Sergej Efron Moskou ontvluchtten door zich te kleden in het uniform van een gewoon soldaat; met daar overheen de bontjas van een arbeider. Officieren werden zonder pardon door de soldaten in de stad geëxecuteerd. Hij moest zijn epauletten wel laten verbergen...
Doorheen de bundel krijgen losse, op zich al suggestieve dichtregels een veel diepere betekenis als de juiste historische context er wordt bijgeplaatst.
Meer dan bizar in dit verband is de achtergrond bij enkele regels uit een gedicht uit maart 1919 ter nagedachtenis aan A.A. Stachovitsj, waarin onder andere wordt gesproken van ‘het zwarte rijk van het eelt van de arbeid’. Wie ten tijde van de Rode Terreur uit 1917-1923 goed verzorgde handen had, dus vermoedelijk geen arbeider was, liep serieuze risico’s. Een persoonlijke ervaring van Marina Tsvetajeva was dat enkele treinreizigers, die met dergelijke schone handen op een station in Moskou uitstapten, enkel om die reden ter plekke onder haar ogen werden geëxecuteerd. Zijzelf ontkwam aan een dergelijk lot: door haar schrijfsterschap had ze inktvlekken aan haar handen, die bovendien wat extra vuil waren, doordat ze in die tijd pijp rookte…Stachovitsj (1856-1919) was als acteur en leraar betrokken bij het Kunsttheater van Moskou, wilde niet leven in een land, waarin voor cultuur geen plaats was, en verhing zich daarom. Elders in haar werk, in deze dichtbundel zelf en in een essay in haar dagboeken, komt Marina Tsvetajeva nogmaals op de persoon Aleksej Stachovitsj terug.
Oorspronkelijke Russische uitgaven van ‘Zwanenkamp’ zijn goed voorzien van annotaties, door de schrijfster tussen de gedichten in vermeld; verder ook van toelichtingen en noten door de uitgever.
Bij een recente vertaling, als die uit 2020 van uitgeverij Pegasus te Amsterdam (tweetalig Russisch/Nederlands voor wat betreft de gedichten en hun directe annotaties van Marina Tsvetajeva, alle extra’s en toelichtingen in het Nederlands), is dat niet anders.
Dat maakt de gedichten toegankelijker voor buitenstaanders. Het geeft die buitenstaanders verder inzicht in een deel van de Russische geschiedenis en in een deel van het leven van Marina Tsevetajeva; een leven, dat niet echt prettig is geweest.
Door de symboliek van de gedichten blijft er, met of zonder toelichtingen van derden, veel over om zelf te overwegen. De inhoud van de gedichten is daarvoor ook gevarieerd genoeg: politieke, militaire, historische, religieuze, of bijvoorbeeld nog persoonlijke motieven van de dichteres komen naar voren; in verdoken of direct zichtbare vorm.
In de eerder genoemde Nederlandse vertaling van Pegasus is het rijm uit de oorspronkelijke Russische tekst losgelaten. Incidentele Franse tekstregels, in de feitelijke gedichten of als motto boven een gedicht, zijn onvertaald gebleven. Pegasus biedt als extra een uitgebreide inleiding over de dichteres en haar tijdvak.
Legendi i Skazki Vostoka - Vlas Dorosjevitsj (1902)
Alternatieve titel: Легенды и сказки Востока

4,0
5
Sol1 (moderator)
geplaatst: 17 augustus 2017, 21:13 uur
De sprookjes van Vlas Dorosjevitsj werden niet door iedereen op dezelfde waarde geschat.
Vlas was goudeerlijk, had een hekel aan onrechtvaardigheid en kon zijn mond niet houden. Zijn sprookjes zijn in het grijze verleden in een aantal Russische kranten verschenen. Mede daardoor, werd aan een deel van die kranten door de toenmalige Tsaristische censuur een verschijningsverbod opgelegd. Zijn boek uit 1902 kreeg met eenzelfde censuur te maken.
Erger nog: zijn latere werk viel volledig ten prooi aan de Bolsjewistische censuur.
Pas in 1983 verscheen van het boek uit 1902 een Sovjet-editie. Daarvan zijn geen herdrukken.
De Russische titel van zijn boek uit 1902 betekent letterlijk: 'Legenden en Verhalen uit het Oosten'.
Een Engels boek, een eerste vertaling en nota bene pas uit 2012, heeft een enigszins vergelijkbare titel: 'What the Emperor Cannot Do: Tales and Legends of the Orient'
('What the Emperor Cannot Do' is de titel van één van de sprookjes uit het boek).
Desondanks lopen de twee boeken niet helemaal parallel. Beide boeken bestaan uit circa 30 sprookjes, maar het zijn niet volledig dezelfde verhalen.
Zijn sprookjes, vol van humor en stuk voor stuk aanklachten tegen de Russische autoriteiten uit die periode, zijn ook nu nog goed leesbaar. Dat ze daarbij herkenbaar blijven, is opnieuw een aanklacht tegen falende en nog steeds niet geëvolueerde overheden; ondanks het tijdsverloop van een slordige 120 jaar.
Staaltjes van zijn humor, om enkele voorbeelden van de achterkant van het Engelse boek te volgen, zijn onder meer:
"The law is like a dog: it must bite strangers and love its master";
"It is hereby the law, ignorance of which shall be no excuse, that at all times and under all circumstances 2 x 2 shall be 4½";
"As to hospitality, this is a true specialty of a judge: he always keeps his guests much longer than they wish to remain".
Ander voorbeeld uit de sprookjes, is een wijze raadgever van een Chinese keizer. Hoewel deze wijze raadgever door de keizer met welwillendheid wordt bekeken, is het oordeel van de keizer dat wijsheid slechts een wolk is, die een schaduw werpt op plezier. Wolken in de lucht blokkeren op dezelfde wijze het zonlicht.
Of de manier, waarop de naakte Waarheid (een vrouw) zich aanmeldt bij de poorten van een Arabisch paleis. De poortwachter Schaamteloosheid wijst haar erop, dat ze niet alleen haar sluier vergeten is, maar nog iets meer. Als de Grootvizier van haar komst hoort, constateert hij tegenover zijn vizieren: "haar komst betekent dat velen van ons zullen moeten vertrekken".
Wie de schoen past trekke hem aan: hoewel onschuldig in hedendaagse ogen, waren dit soort kreten en situatieschetsen voldoende om in die tijd heersers, hun vrienden en censoren woedend te maken.
Wie van sprookjes houdt, komt met deze verzamelbundel toch al goed aan zijn trekken.
De onderliggende boodschap aan het adres van de voormalige Russische heersers en hun volgers, maakt dat alleen maar beter.
Terzijde: Vlas Dorosjevitsj was een vriend van Anton Tsjechov. Zij schreven soms voor dezelfde kranten. Vlas heeft zijn ongebruikelijke voornaam te danken aan een verwarring tussen twee Russische en Latijnse letters, de V en de B. Direct na zijn geboorte werd hij te vondeling gelegd, met een Franstalig briefje erbij. Opmerking daarin dat hij nog niet gedoopt was, verzoek daarin hem als eerbetoon te vernoemen naar de Franse wis- en natuurkundige Blaise Pascal.
Vlas was goudeerlijk, had een hekel aan onrechtvaardigheid en kon zijn mond niet houden. Zijn sprookjes zijn in het grijze verleden in een aantal Russische kranten verschenen. Mede daardoor, werd aan een deel van die kranten door de toenmalige Tsaristische censuur een verschijningsverbod opgelegd. Zijn boek uit 1902 kreeg met eenzelfde censuur te maken.
Erger nog: zijn latere werk viel volledig ten prooi aan de Bolsjewistische censuur.
Pas in 1983 verscheen van het boek uit 1902 een Sovjet-editie. Daarvan zijn geen herdrukken.
De Russische titel van zijn boek uit 1902 betekent letterlijk: 'Legenden en Verhalen uit het Oosten'.
Een Engels boek, een eerste vertaling en nota bene pas uit 2012, heeft een enigszins vergelijkbare titel: 'What the Emperor Cannot Do: Tales and Legends of the Orient'
('What the Emperor Cannot Do' is de titel van één van de sprookjes uit het boek).
Desondanks lopen de twee boeken niet helemaal parallel. Beide boeken bestaan uit circa 30 sprookjes, maar het zijn niet volledig dezelfde verhalen.
Zijn sprookjes, vol van humor en stuk voor stuk aanklachten tegen de Russische autoriteiten uit die periode, zijn ook nu nog goed leesbaar. Dat ze daarbij herkenbaar blijven, is opnieuw een aanklacht tegen falende en nog steeds niet geëvolueerde overheden; ondanks het tijdsverloop van een slordige 120 jaar.
Staaltjes van zijn humor, om enkele voorbeelden van de achterkant van het Engelse boek te volgen, zijn onder meer:
"The law is like a dog: it must bite strangers and love its master";
"It is hereby the law, ignorance of which shall be no excuse, that at all times and under all circumstances 2 x 2 shall be 4½";
"As to hospitality, this is a true specialty of a judge: he always keeps his guests much longer than they wish to remain".
Ander voorbeeld uit de sprookjes, is een wijze raadgever van een Chinese keizer. Hoewel deze wijze raadgever door de keizer met welwillendheid wordt bekeken, is het oordeel van de keizer dat wijsheid slechts een wolk is, die een schaduw werpt op plezier. Wolken in de lucht blokkeren op dezelfde wijze het zonlicht.
Of de manier, waarop de naakte Waarheid (een vrouw) zich aanmeldt bij de poorten van een Arabisch paleis. De poortwachter Schaamteloosheid wijst haar erop, dat ze niet alleen haar sluier vergeten is, maar nog iets meer. Als de Grootvizier van haar komst hoort, constateert hij tegenover zijn vizieren: "haar komst betekent dat velen van ons zullen moeten vertrekken".
Wie de schoen past trekke hem aan: hoewel onschuldig in hedendaagse ogen, waren dit soort kreten en situatieschetsen voldoende om in die tijd heersers, hun vrienden en censoren woedend te maken.
Wie van sprookjes houdt, komt met deze verzamelbundel toch al goed aan zijn trekken.
De onderliggende boodschap aan het adres van de voormalige Russische heersers en hun volgers, maakt dat alleen maar beter.
Terzijde: Vlas Dorosjevitsj was een vriend van Anton Tsjechov. Zij schreven soms voor dezelfde kranten. Vlas heeft zijn ongebruikelijke voornaam te danken aan een verwarring tussen twee Russische en Latijnse letters, de V en de B. Direct na zijn geboorte werd hij te vondeling gelegd, met een Franstalig briefje erbij. Opmerking daarin dat hij nog niet gedoopt was, verzoek daarin hem als eerbetoon te vernoemen naar de Franse wis- en natuurkundige Blaise Pascal.
Lettre de Mordovie - Nadja Tolokonnikova (2013)

4,5
1
Sol1 (moderator)
geplaatst: 6 juli 2018, 21:48 uur
In eerste instantie is door Nadja Tolokonnikova op 30 augustus 2013 officieel tegen de leiding van haar strafkamp aangifte gedaan bij de bevoegde Russische autoriteiten, aangezien de kampdirectie onder meer de Russische arbeidswetgeving en de mensenrechten negeert. Toen dat zonder gevolg bleef, is zij op 23 september 2013 haar hongerstaking begonnen. Haar ‘brief uit Mordovië’ heeft geen (officiële) Russische titel en beschrijft de details van het gevangenisleven.
Werkdagen van 16 à 17 uur zijn de regel, te beginnen om half acht ’s-morgens en doorlopend tot net na middernacht. Er is effectief één vrije dag in de zes weken; op de meeste zondagen wordt gewerkt.
Terwijl haar ploeg in juni 2013 150 politie-uniformen (…) per dag produceert, ontvangt Nadja een maandloon van omgerekend minder dan één Euro. Met de bijkomende vraag, wie dan de winst van de verkoop van die uniformen toucheert …
Een ander voorbeeld: de uiterst beperkte sanitaire voorzieningen worden gebruikt als psychologisch pressiemiddel; om de individuele gevangene zich vooral als een ‘vuil beest’ en als ‘onmachtig’ te laten voelen.
Tegen die hele gang van zaken (en andere hier niet genoemde) durven de gevangenen, uit angst voor represailles, niet in opstand te komen. Daarbij komt dat die geraffineerde represailles niet alleen bestaan uit de officiële, maar ook uit een aantal niet nader in de reglementen genoemde … Erger nog, de gevangenen gaan eerder tegen elkaar te keer, zetten elkaar onder druk, zelfs zonder dat er een bewaker aan te pas komt - en houden daarmee het systeem in stand.
Ondanks de beperkte omvang, geeft de brief van Nadja Tolokonnikova een gedetailleerd, inktzwart, schokkend en ontluisterend beeld van de dagelijkse gang van zaken in het kamp. Misschien geen prettige lectuur om te lezen, maar wel dringend noodzakelijk dat dit is vastgelegd voor de buitenwereld.
Werkdagen van 16 à 17 uur zijn de regel, te beginnen om half acht ’s-morgens en doorlopend tot net na middernacht. Er is effectief één vrije dag in de zes weken; op de meeste zondagen wordt gewerkt.
Terwijl haar ploeg in juni 2013 150 politie-uniformen (…) per dag produceert, ontvangt Nadja een maandloon van omgerekend minder dan één Euro. Met de bijkomende vraag, wie dan de winst van de verkoop van die uniformen toucheert …
Een ander voorbeeld: de uiterst beperkte sanitaire voorzieningen worden gebruikt als psychologisch pressiemiddel; om de individuele gevangene zich vooral als een ‘vuil beest’ en als ‘onmachtig’ te laten voelen.
Tegen die hele gang van zaken (en andere hier niet genoemde) durven de gevangenen, uit angst voor represailles, niet in opstand te komen. Daarbij komt dat die geraffineerde represailles niet alleen bestaan uit de officiële, maar ook uit een aantal niet nader in de reglementen genoemde … Erger nog, de gevangenen gaan eerder tegen elkaar te keer, zetten elkaar onder druk, zelfs zonder dat er een bewaker aan te pas komt - en houden daarmee het systeem in stand.
Ondanks de beperkte omvang, geeft de brief van Nadja Tolokonnikova een gedetailleerd, inktzwart, schokkend en ontluisterend beeld van de dagelijkse gang van zaken in het kamp. Misschien geen prettige lectuur om te lezen, maar wel dringend noodzakelijk dat dit is vastgelegd voor de buitenwereld.
Lettres de Mon Moulin - Alphonse Daudet (1869)
Alternatieve titel: Brieven uit Mijn Molen

4,5
2
Sol1 (moderator)
geplaatst: 8 augustus 2017, 21:39 uur
Bij het verschijnen van dit werk in Franse kranten in de loop van 1866 tot en met 1869, gevolgd door de publicatie in boekvorm eind 1869, moest Alphonse Daudet eerst concurreren met in die tijd gevestigde namen als Victor Hugo, Alexandre Dumas en Émile Zola.
Daardoor bleef zijn eigen werk eerst wat onopgemerkt. Pas later is het, door zijn vertelkunst, deel uit gaan maken van de Franse nationale folklore.
Daudet heeft in de Zuid-Franse gemeente Fontvieille wel bij familie in een kasteeltje gewoond, maar zou nooit een eigen molen hebben bewoond - een duidelijke wens van hem.
Desondanks begint deze verzameling aantrekkelijke losse schetsen, indrukken en anekdotes met de overdracht, bij notaris Honorat Grapazi in het schone plaatsje Pampérigouste, van een molen aan Alphonse Daudet. Een molen vrij van hypotheek, maar ook zonder het recht de vorige eigenaar lastig te vallen met zaken als achterstallig onderhoud... ...
Bij aankomst blijkt de molen bevolkt door een grote groep konijnen, die er in galop vandoor gaan. Op de bovenste etage heeft een uil, met het gezicht van een denker, zich gehuisvest, zodat Daudet zijn intrek op de benedenetage neemt. Vandaar uit, met de grote deur open en in het volle zonlicht, richt hij zich in briefvorm rechtstreeks tot de lezer.
Een gevarieerde reeks onderwerpen komt daarbij naar voren, waarbij vooral het ruwe, lawaaierige stadsleven van Parijs tegenover de natuur en bevolking van Zuid Frankrijk wordt geplaatst. In het voordeel van de laatsten, uiteraard. Die onderwerpen worden rijk en levendig beschreven, op een manier waarop je wordt meegetrokken in de fantasiestroom van de schrijver, en met een licht bittere humor. Ondanks die fantasiestroom, lijkt vooral sprake te zijn van min of meer gewone personen en gebeurtenissen. Prettig voor de liefhebbers is, dat er verder ook aandacht is voor Zuid-Franse folklore.
Hoewel Daudet deel uitmaakte van het Félibrige-literaire genootschap, dat het gebruik van het Zuid-Franse Occitaans als taal wilde aanmoedigen, is zijn boek grotendeels in 'gangbaar algemeen' Frans geschreven. Daarmee maakte hij het ook toegankelijk voor de inwoners van andere delen van Frankrijk. Bijzondere Franse woorden, persoonsnamen en woordspelingen daarmee en toespelingen daarop worden, tenminste in de Franse Folio-editie die ik hier heb, in voetnoten verklaard. Daarmee blijft een aansluiting, met de Zuid-Franse cultuur, bewaard. Dat aspect is interessant, soms humoristisch, maar zal er in de Nederlandse vertaling helaas vermoedelijk grotendeels tussenuit zijn gevallen.
De losse opbouw van het geheel zal misschien niet iedereen bevallen, maar was voor mij geen probleem.
Daardoor bleef zijn eigen werk eerst wat onopgemerkt. Pas later is het, door zijn vertelkunst, deel uit gaan maken van de Franse nationale folklore.
Daudet heeft in de Zuid-Franse gemeente Fontvieille wel bij familie in een kasteeltje gewoond, maar zou nooit een eigen molen hebben bewoond - een duidelijke wens van hem.
Desondanks begint deze verzameling aantrekkelijke losse schetsen, indrukken en anekdotes met de overdracht, bij notaris Honorat Grapazi in het schone plaatsje Pampérigouste, van een molen aan Alphonse Daudet. Een molen vrij van hypotheek, maar ook zonder het recht de vorige eigenaar lastig te vallen met zaken als achterstallig onderhoud... ...
Bij aankomst blijkt de molen bevolkt door een grote groep konijnen, die er in galop vandoor gaan. Op de bovenste etage heeft een uil, met het gezicht van een denker, zich gehuisvest, zodat Daudet zijn intrek op de benedenetage neemt. Vandaar uit, met de grote deur open en in het volle zonlicht, richt hij zich in briefvorm rechtstreeks tot de lezer.
Een gevarieerde reeks onderwerpen komt daarbij naar voren, waarbij vooral het ruwe, lawaaierige stadsleven van Parijs tegenover de natuur en bevolking van Zuid Frankrijk wordt geplaatst. In het voordeel van de laatsten, uiteraard. Die onderwerpen worden rijk en levendig beschreven, op een manier waarop je wordt meegetrokken in de fantasiestroom van de schrijver, en met een licht bittere humor. Ondanks die fantasiestroom, lijkt vooral sprake te zijn van min of meer gewone personen en gebeurtenissen. Prettig voor de liefhebbers is, dat er verder ook aandacht is voor Zuid-Franse folklore.
Hoewel Daudet deel uitmaakte van het Félibrige-literaire genootschap, dat het gebruik van het Zuid-Franse Occitaans als taal wilde aanmoedigen, is zijn boek grotendeels in 'gangbaar algemeen' Frans geschreven. Daarmee maakte hij het ook toegankelijk voor de inwoners van andere delen van Frankrijk. Bijzondere Franse woorden, persoonsnamen en woordspelingen daarmee en toespelingen daarop worden, tenminste in de Franse Folio-editie die ik hier heb, in voetnoten verklaard. Daarmee blijft een aansluiting, met de Zuid-Franse cultuur, bewaard. Dat aspect is interessant, soms humoristisch, maar zal er in de Nederlandse vertaling helaas vermoedelijk grotendeels tussenuit zijn gevallen.
De losse opbouw van het geheel zal misschien niet iedereen bevallen, maar was voor mij geen probleem.
Life on the Mississippi - Mark Twain (1883)
Alternatieve titel: Leven op de Mississippi

4,5
1
Sol1 (moderator)
geplaatst: 1 april 2017, 12:39 uur
Zijn bekendere boeken over Tom Sawyer en Huckleberry Finn, dreigen ander werk van Mark Twain wat in de verdrukking te brengen. Desondanks is 'Life on the Mississippi' aangenaam leesgenot, goed leesbaar en daardoor ook aan te bevelen.
Men moet zich niet laten afschrikken door de vermelde omvang. Door de inderdaad anecdotische opbouw in liefst 60 hoofdstukken, de humor en de verdere algemene esprit vormt die omvang geen enkel beletsel.
Het boek is behalve een reisverslag ook een staaltje geschiedschrijving, een duik in de memoires van Mark Twain en een aangename gelegenheid om na te gaan wat hem als schrijver heeft gevormd.
Voor wie nog niet in de gelegenheid was dit boek eerder te lezen, is de aangekondigde vertaling van vrijdag 7 april 2017 een dwingende aanleiding alsnog een duik in de Mississippi te nemen.
Men moet zich niet laten afschrikken door de vermelde omvang. Door de inderdaad anecdotische opbouw in liefst 60 hoofdstukken, de humor en de verdere algemene esprit vormt die omvang geen enkel beletsel.
Het boek is behalve een reisverslag ook een staaltje geschiedschrijving, een duik in de memoires van Mark Twain en een aangename gelegenheid om na te gaan wat hem als schrijver heeft gevormd.
Voor wie nog niet in de gelegenheid was dit boek eerder te lezen, is de aangekondigde vertaling van vrijdag 7 april 2017 een dwingende aanleiding alsnog een duik in de Mississippi te nemen.
Loteling, De - Hendrik Conscience (1850)

3,5
1
Sol1 (moderator)
geplaatst: 14 februari 2017, 20:03 uur
Boek, waarvan ik zelf altijd had gedacht dat het één van de bekendere van Hendrik Conscience zou zijn, maar dat ik hier nog niet toegevoegd zag staan. Bij deze dan!
Sfeerbeeld van die tijd, met de problemen waar gewone mensen tegen aan lopen in zo'n bijzondere situatie van een loteling, is goed getroffen. Alledaagse en goed weergegeven problemen zijn er ook; problemen die we nu nauwelijks meer herkennen, zoals die rond het schrijven van de brief door Trien.
Taal van die tijd is makkelijk te volgen en Hendrik Conscience weet er terdege mee om te gaan. Getuige onder andere de natuurbeelden die hij doorheen het verhaal (terloops) oproept.
Jammer dat "de man die zijn (Vlaamse) volk leerde lezen" inmiddels wat is weggezakt in de collectieve herinnering.
Gegevens van de verfilming van dit boek zijn terug te vinden op De Loteling (1973) - MovieMeter.nl
Sfeerbeeld van die tijd, met de problemen waar gewone mensen tegen aan lopen in zo'n bijzondere situatie van een loteling, is goed getroffen. Alledaagse en goed weergegeven problemen zijn er ook; problemen die we nu nauwelijks meer herkennen, zoals die rond het schrijven van de brief door Trien.
Taal van die tijd is makkelijk te volgen en Hendrik Conscience weet er terdege mee om te gaan. Getuige onder andere de natuurbeelden die hij doorheen het verhaal (terloops) oproept.
Jammer dat "de man die zijn (Vlaamse) volk leerde lezen" inmiddels wat is weggezakt in de collectieve herinnering.
Gegevens van de verfilming van dit boek zijn terug te vinden op De Loteling (1973) - MovieMeter.nl
