Hier kun je zien welke berichten Sol1 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
James Herriot's Cat Stories - James Herriot (1994)

4,0
5
Sol1 (moderator)
geplaatst: 4 maart 2018, 21:36 uur
Mooi boekje, weergegeven op een wat betere kwaliteit wit papier en voorzien van een aantal aardige illustraties van Lesley Holmes.
De originele ambitie van James Herriot was, om zich als dierenarts te richten op katten en honden. Onder andere door de grote depressie van de dertiger jaren van de vorige eeuw, kwam hij terecht in een praktijk waar juist de grotere (boerderij)dieren werden behandeld.
Hoewel hij dacht zijn katten te moeten missen, kwam hij ze desondanks overal tegen. In die jaren werden katten echter vooral nog gezien als nuttig om muizen te bestrijden. De gedachte om ze als huisdier te houden kwam pas langzaamaan op. In één van zijn meer solide studieboeken (Sisson's Anatomy of Domestic Animals), was zelfs nog geen enkel hoofdstuk aan ze gewijd.
Het boekje volgt een aantal katten, die op de weg van James Herriot komen. Daaruit blijkt duidelijk hun eigenzinnigheid en ondoorgrondelijkheid. James krijgt niet altijd zijn zin in wat hij van ze wil, moet hun tanden en nagels ook maar zien te ontwijken bij zijn werk, ziet soms hoe zijn vrouw Helen meer van ze gedaan krijgt, beschrijft tussendoor de interactie tussen de katten en de typische bewoners van de streek waar hij werkt. Humor is nooit ver weg.
Zoals met zijn andere boeken (en de vroegere TV-serie: All Creatures Great and Small - TvMeter.nl ), overheerst ondanks de barheid van die periode een feel good sentiment. Dat moet de lezer wel liggen.
De betrokkenheid van James bij zijn werk en bij deze kittigkattige kattenkarakters komt ook hier authentiek over. Die zoals altijd intrigerende kattenkarakters, houden in ieder geval de aandacht gevangen bij dit tiental korte verhalen. Enkele van die katten, komen overigens in meerdere verhaaltjes terug.
De originele ambitie van James Herriot was, om zich als dierenarts te richten op katten en honden. Onder andere door de grote depressie van de dertiger jaren van de vorige eeuw, kwam hij terecht in een praktijk waar juist de grotere (boerderij)dieren werden behandeld.
Hoewel hij dacht zijn katten te moeten missen, kwam hij ze desondanks overal tegen. In die jaren werden katten echter vooral nog gezien als nuttig om muizen te bestrijden. De gedachte om ze als huisdier te houden kwam pas langzaamaan op. In één van zijn meer solide studieboeken (Sisson's Anatomy of Domestic Animals), was zelfs nog geen enkel hoofdstuk aan ze gewijd.
Het boekje volgt een aantal katten, die op de weg van James Herriot komen. Daaruit blijkt duidelijk hun eigenzinnigheid en ondoorgrondelijkheid. James krijgt niet altijd zijn zin in wat hij van ze wil, moet hun tanden en nagels ook maar zien te ontwijken bij zijn werk, ziet soms hoe zijn vrouw Helen meer van ze gedaan krijgt, beschrijft tussendoor de interactie tussen de katten en de typische bewoners van de streek waar hij werkt. Humor is nooit ver weg.
Zoals met zijn andere boeken (en de vroegere TV-serie: All Creatures Great and Small - TvMeter.nl ), overheerst ondanks de barheid van die periode een feel good sentiment. Dat moet de lezer wel liggen.
De betrokkenheid van James bij zijn werk en bij deze kittigkattige kattenkarakters komt ook hier authentiek over. Die zoals altijd intrigerende kattenkarakters, houden in ieder geval de aandacht gevangen bij dit tiental korte verhalen. Enkele van die katten, komen overigens in meerdere verhaaltjes terug.
Je Ne Suis Pas Seul à Être Seul - Jean-Louis Fournier (2019)
Alternatieve titel: Ik Ben Niet de Enige Die Alleen Is

4,0
3
Sol1 (moderator)
geplaatst: 1 mei 2021, 22:39 uur
Onverwacht genoegen!
Qua opbouw doet het boek ‘in de verte’ wat denken aan het werk van Franca Treur in ‘X & Y’ en ‘Slapend Rijk’: allemaal kleine, anekdotische verhaaltjes. Het verschil is dat die in dit geval verbonden zijn door het thema van eenzaamheid, een apart soort (soms zwarte of macabere) humor dragen, een eigen stijl hebben en autobiografisch zouden moeten zijn; wat in het laatste geval niet altijd te hopen is voor de schrijver.
De regisseur en schrijver Jean-Louis Fournier creëerde onder andere de tekenfilmfiguren La Noiraude (een hypochondrische koe, die stelselmatig met de veearts telefonisch contact opneemt) en Antivol (een vogel die zijn natuurlijke vliegbehoefte gefrustreerd ziet door zijn hoogtevrees). De karaktertrekken van die koe en van die vogel zijn duidelijk te herkennen bij de hoofdpersoon uit het boek, die zijn beide creaties soms bij name noemt. Die verwijzingen zijn steeds duidelijk; kennis van de tekenfilms is niet van belang.
De problemen zijn al vroeg ontstaan voor die hoofdpersoon.
Hij is “een gestoorde gek, vervuld van existentiële angsten, voor wie alles van een leien dakje ging, tot die vervloekte dag dat hij geboren werd”.
De emoties van het jongetje, dat zijn moeder is kwijtgeraakt in een supermarkt en is achtergebleven bij de klantenservice, trekken hun sporen in de anekdotes. Na het overlijden van zijn moeder schrijft de hoofdpersoon: “niemand die me nog bij de klantenservice zal komen ophalen”. Met als toevoeging vanwege de supermarkt: ‘Alle gevonden kinderen zullen worden vernietigd’.
Daarnaast heeft hij een obsessie met de gesloten rolluiken van de overburen, met wie hij contact probeert te maken. In diverse varianten, keert gecursiveerd commentaar terug op losse pagina’s tussen een aantal hoofdstukjes:
De luiken van mijn buren zijn nog steeds potdicht. Ze zijn nog altijd niet terug, en het is al zondagavond. Erg sympathiek zijn ze niet…
De luiken aan de overkant zijn nog steeds gesloten. Mijn buren zijn nog steeds niet terug. Wat een egoïsten, kennelijk kan ik de pot op…Ik haat ze!
De luiken aan de overkant zijn nog steeds dicht. Ik denk dat ze er wel zijn en ze gewoon dicht laten om mij ongerust te maken. Sadisten zijn het.
Het macabere komt vooral naar voren als de hoofdpersoon in een hoofdstukje op het ijzig koude station van Arras wacht op de trein naar Parijs. Hij kan het wachten niet langer verdragen. De enig andere aanwezige persoon is een controleur van de SNCF. Die stelt de hoofdpersoon gerust: “de trein is precies op tijd, u kunt hem in uw toestand echt niet missen.” De hoofdpersoon blijkt dan ook op de rails te liggen…
In zijn omgang met vrouwen of met de kleinkinderen, lopen de zaken eveneens mis. Hij is blij als zijn culturele vriendin Claire, met wie hij musea bezoekt, weer weg is en de kleinkinderen laten zijn huis in een ravage achter en jagen de kat weg. Het grote probleem hier is dat de kleinkinderen zullen terugkeren, maar de kat niet…
De specifieke klaagzangen en sociale onhandigheid van de hoofdpersoon, schetsen een opmerkelijk beeld van zijn situatie. Het maakt het boek genietbaar en makkelijk leesbaar en geeft gelijk een les in hoe het vooral niet te doen in het (latere) leven.
Qua opbouw doet het boek ‘in de verte’ wat denken aan het werk van Franca Treur in ‘X & Y’ en ‘Slapend Rijk’: allemaal kleine, anekdotische verhaaltjes. Het verschil is dat die in dit geval verbonden zijn door het thema van eenzaamheid, een apart soort (soms zwarte of macabere) humor dragen, een eigen stijl hebben en autobiografisch zouden moeten zijn; wat in het laatste geval niet altijd te hopen is voor de schrijver.
De regisseur en schrijver Jean-Louis Fournier creëerde onder andere de tekenfilmfiguren La Noiraude (een hypochondrische koe, die stelselmatig met de veearts telefonisch contact opneemt) en Antivol (een vogel die zijn natuurlijke vliegbehoefte gefrustreerd ziet door zijn hoogtevrees). De karaktertrekken van die koe en van die vogel zijn duidelijk te herkennen bij de hoofdpersoon uit het boek, die zijn beide creaties soms bij name noemt. Die verwijzingen zijn steeds duidelijk; kennis van de tekenfilms is niet van belang.
De problemen zijn al vroeg ontstaan voor die hoofdpersoon.
Hij is “een gestoorde gek, vervuld van existentiële angsten, voor wie alles van een leien dakje ging, tot die vervloekte dag dat hij geboren werd”.
De emoties van het jongetje, dat zijn moeder is kwijtgeraakt in een supermarkt en is achtergebleven bij de klantenservice, trekken hun sporen in de anekdotes. Na het overlijden van zijn moeder schrijft de hoofdpersoon: “niemand die me nog bij de klantenservice zal komen ophalen”. Met als toevoeging vanwege de supermarkt: ‘Alle gevonden kinderen zullen worden vernietigd’.
Daarnaast heeft hij een obsessie met de gesloten rolluiken van de overburen, met wie hij contact probeert te maken. In diverse varianten, keert gecursiveerd commentaar terug op losse pagina’s tussen een aantal hoofdstukjes:
De luiken van mijn buren zijn nog steeds potdicht. Ze zijn nog altijd niet terug, en het is al zondagavond. Erg sympathiek zijn ze niet…
De luiken aan de overkant zijn nog steeds gesloten. Mijn buren zijn nog steeds niet terug. Wat een egoïsten, kennelijk kan ik de pot op…Ik haat ze!
De luiken aan de overkant zijn nog steeds dicht. Ik denk dat ze er wel zijn en ze gewoon dicht laten om mij ongerust te maken. Sadisten zijn het.
Het macabere komt vooral naar voren als de hoofdpersoon in een hoofdstukje op het ijzig koude station van Arras wacht op de trein naar Parijs. Hij kan het wachten niet langer verdragen. De enig andere aanwezige persoon is een controleur van de SNCF. Die stelt de hoofdpersoon gerust: “de trein is precies op tijd, u kunt hem in uw toestand echt niet missen.” De hoofdpersoon blijkt dan ook op de rails te liggen…
In zijn omgang met vrouwen of met de kleinkinderen, lopen de zaken eveneens mis. Hij is blij als zijn culturele vriendin Claire, met wie hij musea bezoekt, weer weg is en de kleinkinderen laten zijn huis in een ravage achter en jagen de kat weg. Het grote probleem hier is dat de kleinkinderen zullen terugkeren, maar de kat niet…
De specifieke klaagzangen en sociale onhandigheid van de hoofdpersoon, schetsen een opmerkelijk beeld van zijn situatie. Het maakt het boek genietbaar en makkelijk leesbaar en geeft gelijk een les in hoe het vooral niet te doen in het (latere) leven.
Je Vous Écris de Téhéran - Delphine Minoui (2015)

4,5
2
Sol1 (moderator)
geplaatst: 1 november 2017, 22:19 uur
Je zou wensen dat dit soort werk ook in andere talen dan het Frans zou worden vertaald, zodat het een groter publiek bereikt. ‘Je Vous Écris de Téhéran’ is een grondig gedetailleerd boekje over de periode, die Delphine Minoui in de jaren 1997-2009 in Iran doorbracht. Het is van haar kant een soort van eerbetoon aan haar grootvader.
Delphine, een Franse journaliste en schrijfster, is in Frankrijk geboren als dochter van een Franse moeder en een Iraanse vader. Haar grootvader is met zijn vrouw achtergebleven in Iran, maar komt naar Frankrijk om zich te laten behandelen aan een hartkwaal. Zijn overlijden aan die kwaal komt in alle opzichten te vroeg. Delphine had niet alleen veel meer willen weten over haar grootvader zelf, maar ook over zijn geliefde dichter Hafez, over de Perzische taal, over het land Iran. Die dichter Hafez speelt een belangrijke rol in haar relatie met haar grootvader. Tegen de zin van haar vader in Frankrijk, die door de religieuze machtsgreep van Khomeini in Iran zich zodanig schaamt Iraans te zijn dat hij zelfs een Franse voornaam aanneemt, vertrekt zij toch naar Téhéran.
Na een korte inleiding in het boek, richt zij zich in een lange brief tot haar overleden grootvader. Die briefvorm wordt echter niet bepaald consequent volgehouden. Dat schrijven is namelijk sterk autobiografisch, omdat ze nauwkeurig vanuit haar eigen ervaringen in Iran weergeeft hoe de revolutie in Iran verloopt, welke mensen er bij betrokken zijn, hoe de bevolking (en vooral de studenten) tegenover het religieuze element van het politieke systeem staan. Haar contacten met dissidenten brengen haarzelf in conflict met de religieuze veiligheidsdiensten. Daarnaast is ze er niet alleen van op afstand, maar ook van nabij, getuige van hoe er in haar eigen omgeving in Iran slachtoffers vallen door dezelfde diensten.
Haar schrijfstijl is redelijk boeiend en met passie en introduceert de lezer in politiek, religie en cultuur van Iran. De continue dreiging, die uitgaat van bepaalde (religieuze) staatsdiensten, legt een zekere nadruk op haar verhaal. Op persoonlijk vlak, geeft het boek soms met wat humor een beeld van haar relatie met haar eigen familie; zoals van de eerst wat afstandelijke relatie met haar grootmoeder in Iran. Humor, maar daarbij helaas tegelijk weer die dreiging op de achtergrond van de staatsdiensten, komt verder terug in de manier, waarop er in Iran in het geheim met westerse cultuuruitingen wordt omgesprongen of in besloten kring feestjes worden georganiseerd.
Door de beschrijving van vele, deels ook in het westen bekende, politieke en religieuze leiders en daarnaast van diverse overige personen ‘uit het publiek’, ontstaat een goed beeld van Iran. Delphine maakt die mensen mee tijdens bijeenkomsten, maar ook in persoonlijke gesprekken, interviews, soms zelfs als vriend(in). Dat maakt opnieuw dat de lezer er direct bij wordt betrokken.
Er komen in haar verhaal nogal wat Iraanse persoonsnamen voor. Een aantal Iraanse woorden, of Iraanse religieuze functies en – structuren, worden direct toegelicht.
Het beeld dat ontstaat van Iran, geeft in eerste instantie een redelijk scherp contrast met de westerse levensstijl, maar laat ook zien dat er (ondanks dat er een aantal afgrijselijke zaken hebben plaatsgevonden in de recente geschiedenis van Iran), veel meer nuances moeten worden aangebracht in de manier waarop er in het westen tegen Iran en haar bevolking wordt aangekeken.
Delphine, een Franse journaliste en schrijfster, is in Frankrijk geboren als dochter van een Franse moeder en een Iraanse vader. Haar grootvader is met zijn vrouw achtergebleven in Iran, maar komt naar Frankrijk om zich te laten behandelen aan een hartkwaal. Zijn overlijden aan die kwaal komt in alle opzichten te vroeg. Delphine had niet alleen veel meer willen weten over haar grootvader zelf, maar ook over zijn geliefde dichter Hafez, over de Perzische taal, over het land Iran. Die dichter Hafez speelt een belangrijke rol in haar relatie met haar grootvader. Tegen de zin van haar vader in Frankrijk, die door de religieuze machtsgreep van Khomeini in Iran zich zodanig schaamt Iraans te zijn dat hij zelfs een Franse voornaam aanneemt, vertrekt zij toch naar Téhéran.
Na een korte inleiding in het boek, richt zij zich in een lange brief tot haar overleden grootvader. Die briefvorm wordt echter niet bepaald consequent volgehouden. Dat schrijven is namelijk sterk autobiografisch, omdat ze nauwkeurig vanuit haar eigen ervaringen in Iran weergeeft hoe de revolutie in Iran verloopt, welke mensen er bij betrokken zijn, hoe de bevolking (en vooral de studenten) tegenover het religieuze element van het politieke systeem staan. Haar contacten met dissidenten brengen haarzelf in conflict met de religieuze veiligheidsdiensten. Daarnaast is ze er niet alleen van op afstand, maar ook van nabij, getuige van hoe er in haar eigen omgeving in Iran slachtoffers vallen door dezelfde diensten.
Haar schrijfstijl is redelijk boeiend en met passie en introduceert de lezer in politiek, religie en cultuur van Iran. De continue dreiging, die uitgaat van bepaalde (religieuze) staatsdiensten, legt een zekere nadruk op haar verhaal. Op persoonlijk vlak, geeft het boek soms met wat humor een beeld van haar relatie met haar eigen familie; zoals van de eerst wat afstandelijke relatie met haar grootmoeder in Iran. Humor, maar daarbij helaas tegelijk weer die dreiging op de achtergrond van de staatsdiensten, komt verder terug in de manier, waarop er in Iran in het geheim met westerse cultuuruitingen wordt omgesprongen of in besloten kring feestjes worden georganiseerd.
Door de beschrijving van vele, deels ook in het westen bekende, politieke en religieuze leiders en daarnaast van diverse overige personen ‘uit het publiek’, ontstaat een goed beeld van Iran. Delphine maakt die mensen mee tijdens bijeenkomsten, maar ook in persoonlijke gesprekken, interviews, soms zelfs als vriend(in). Dat maakt opnieuw dat de lezer er direct bij wordt betrokken.
Er komen in haar verhaal nogal wat Iraanse persoonsnamen voor. Een aantal Iraanse woorden, of Iraanse religieuze functies en – structuren, worden direct toegelicht.
Het beeld dat ontstaat van Iran, geeft in eerste instantie een redelijk scherp contrast met de westerse levensstijl, maar laat ook zien dat er (ondanks dat er een aantal afgrijselijke zaken hebben plaatsgevonden in de recente geschiedenis van Iran), veel meer nuances moeten worden aangebracht in de manier waarop er in het westen tegen Iran en haar bevolking wordt aangekeken.
Jihad van Liefde, Een - Mohamed El Bachiri en David Van Reybrouck (2017)

4,0
5
Sol1 (moderator)
geplaatst: 30 maart 2017, 16:06 uur
Het is heel apart om onder die omstandigheden zo te kunnen denken, als Mohamed El Bachiri dat doet. Dat zal niet aan iedereen zo zijn gegeven. Het boekje is opgedeeld in een hele reeks kleinere hoofdstukken, waarin gedichten elkaar afwisselen met proza; met name de laatste geeft stukje bij beetje een biografie van Mohamed. Hij is blijkbaar altijd al open en geïnteresseerd in anderen geweest. In de losse hoofdstukjes, staan een reeks aforismen en wijsheden vermeld. Over de Islam, over Loubna, over de maatschappij, over zijn familie, over hemzelf. Ik denk dat het de schrijver en zijn situatie, zijn gedachten, geen recht doet dat allemaal klakkeloos achter elkaar door te lezen. Daarvoor is er teveel om tot je te laten doordringen en met je mee te nemen.
Het boekje is gebaseerd op, na de aanslagen van 22 maart 2016, door Mohamed geschreven teksten en een door hem gegeven uitgebreid interview. Er heeft daarbij wel een vertaling plaatsgevonden van Frans naar Nederlands door Manik Sarkar en een herbewerking door David Van Reybrouck. Aldus het nawoord.
Het boekje is gebaseerd op, na de aanslagen van 22 maart 2016, door Mohamed geschreven teksten en een door hem gegeven uitgebreid interview. Er heeft daarbij wel een vertaling plaatsgevonden van Frans naar Nederlands door Manik Sarkar en een herbewerking door David Van Reybrouck. Aldus het nawoord.
