Hier kun je zien welke berichten Sol1 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.
Famille - Lydie Salvayre (2021)

3,5
1
Sol1 (moderator)
geplaatst: 6 november 2021, 12:29 uur
Kort maar krachtig verhaal.
Lydie Salvayre is één van die typische Franse schrijfsters met een vrij constant œuvre; misschien niet altijd vijf sterren werk, maar doorgaans wel aangenaam om te lezen. In het verleden is ook werk van haar in het Nederlands vertaald.
‘Famille’ beschrijft een arbeidersgezin van drie personen, waarvan de zoon met schizofrenie wordt gediagnosticeerd. Vader en moeder zitten niet op één lijn, wat de situatie van de zoon niet bepaald bevordert. Ze zijn slachtoffer van elkaar en maken de ander tot slachtoffer.
De moeder komt wat simpel en op mij niet echt sympathiek over. Haar commentaar op een Franse TV-serie ‘Cœurs Brisés’ (‘Gebroken Harten’) is wel vermakelijk en wordt deels opgepakt door de zoon; het voedt zijn zelfbeklag. De naam van de serie doet denken aan die van een feitelijke reality-serie in Frankrijk. In het boek volgen moeder en zoon alle afleveringen, waarbij de moeder geen probleem heeft om herhaald tegen het scherm te schelden als ene Jessica in beeld komt en een zekere Bradley in de serie tot slachtoffer maakt.
Voor het ontstaan van de schizofrenie van de zoon wordt verder geen verklaring gegeven. Er wordt nu wel gesuggereerd dat omgevingsfactoren van negatieve invloed zijn.
Naar de climax wordt redelijk toegewerkt.
Door de beperkte setting en het beperkte aantal personen, doet het werk wel wat aan een toneelstuk denken; het is in ieder geval een goede basis ervoor.
Het verhaal is een herschrijving van een korter verhaal uit een vroegere verzamelbundel van Lydie Salvayre. Zij heeft eerst moderne literatuur gestudeerd aan de universiteit in Toulouse en vervolgens geneeskunde in dezelfde plaats. Ze is kinderpsychiater en is vijftien jaar directrice geweest van een medisch-psychisch-pedagogisch centrum voor jongvolwassenen tot circa 20 jaar. Ze kan hier uit haar beide studies en ruime ervaringen putten.
Zij heeft dit verhaal gebruikt als uitgangspunt voor een reeks lezingen-ontmoetingen, die zij in 2021 in een aantal Franse steden heeft georganiseerd en gegeven.
Lydie Salvayre is één van die typische Franse schrijfsters met een vrij constant œuvre; misschien niet altijd vijf sterren werk, maar doorgaans wel aangenaam om te lezen. In het verleden is ook werk van haar in het Nederlands vertaald.
‘Famille’ beschrijft een arbeidersgezin van drie personen, waarvan de zoon met schizofrenie wordt gediagnosticeerd. Vader en moeder zitten niet op één lijn, wat de situatie van de zoon niet bepaald bevordert. Ze zijn slachtoffer van elkaar en maken de ander tot slachtoffer.
De moeder komt wat simpel en op mij niet echt sympathiek over. Haar commentaar op een Franse TV-serie ‘Cœurs Brisés’ (‘Gebroken Harten’) is wel vermakelijk en wordt deels opgepakt door de zoon; het voedt zijn zelfbeklag. De naam van de serie doet denken aan die van een feitelijke reality-serie in Frankrijk. In het boek volgen moeder en zoon alle afleveringen, waarbij de moeder geen probleem heeft om herhaald tegen het scherm te schelden als ene Jessica in beeld komt en een zekere Bradley in de serie tot slachtoffer maakt.
Voor het ontstaan van de schizofrenie van de zoon wordt verder geen verklaring gegeven. Er wordt nu wel gesuggereerd dat omgevingsfactoren van negatieve invloed zijn.
Naar de climax wordt redelijk toegewerkt.
Door de beperkte setting en het beperkte aantal personen, doet het werk wel wat aan een toneelstuk denken; het is in ieder geval een goede basis ervoor.
Het verhaal is een herschrijving van een korter verhaal uit een vroegere verzamelbundel van Lydie Salvayre. Zij heeft eerst moderne literatuur gestudeerd aan de universiteit in Toulouse en vervolgens geneeskunde in dezelfde plaats. Ze is kinderpsychiater en is vijftien jaar directrice geweest van een medisch-psychisch-pedagogisch centrum voor jongvolwassenen tot circa 20 jaar. Ze kan hier uit haar beide studies en ruime ervaringen putten.
Zij heeft dit verhaal gebruikt als uitgangspunt voor een reeks lezingen-ontmoetingen, die zij in 2021 in een aantal Franse steden heeft georganiseerd en gegeven.
Film en Kunst in Ballingschap 1933-1945: Duitse Artiesten en Kunstenaars op de Vlucht voor het Naziregime - Adrian Stahlecker (2000)

4,0
3
Sol1 (moderator)
geplaatst: 23 mei 2021, 17:33 uur
Zoals het loutere pagina-aantal al aangeeft, betreft dit een vrij uitgebreide cultuur-historische beschrijving van de periode 1933-1945 in Nazi-Duitsland; met een nadruk op de filmindustrie en de gevolgen van de Nazi-cultuurpolitiek voor de betrokken artiesten en voor andere landen. Daarbij is ook aandacht voor de ervaringen van de emigranten en ballingen in hun nieuwe vaderland; voor de positieve en negatieve ervaringen van de bij cinema betrokkenen onder hen in Hollywood; voor propagandafilms van geallieerde zijde; of nog voor de niet altijd even positieve belevingen van degenen die na afloop van de oorlog terugkeren naar hun geboortegrond. Het valt verder op dat de vluchtelingen of ballingen geen homogene groep zijn, maar dat hun belangen onderling met enige regelmaat botsten. Daarnaast bestaat er door omstandigheden of erger de nodige onderlinge argwaan…
Het boek geeft onder andere een algemeen, chronologisch beeld van de Duitse oorlogsgeschiedenis en de plaats die de cultuur daarbij inneemt.
Een aantal artiesten wordt daarbij met name gevolgd. Hun biografieën zijn ingebed in de Duitse culturele geschiedenis van de periode 1933-1945. In hoofdstukken, waarin zij ter sprake komen, wordt op één enkele pagina een kader met hun zwart-witfoto geplaatst met een verkorte biografie. In de pagina’s daaromheen vindt een uitgebreide toelichting op henzelf en hun omgeving plaats.
Daarbij komt, behalve hun levensloop en hun contacten met andere artiesten, ook hun relatie met het naziregime naar voren: de hulp die zij bij vervolging door of botsingen met het regime van anderen kregen of aan anderen boden, gedwongen ballingschap, eventuele vervalsingen van hun eigen joodse achtergrond of die van anderen, …of juist de wijze waarop zij zich moeiteloos aan het regime aanpasten…
Zonder volledig te kunnen zijn, volgen hierbij op filmgebied een aantal willekeurige namen uit de tientallen uit het boek.
Willi Forst (1903-1980), een charmeur uit Duitse en Oostenrijkse films, die met Goebbels botste omdat die Forst ervan verdacht een jood te zijn.
De Weense Joe May, regisseur en producent van films waarin vrouw (een operazangeres) en dochter meespelen. In 1933 en 1934 wordt Joe door zijn joodse achtergrond gedwongen met zijn vrouw via Frankrijk naar de Verenigde Staten uit te wijken. Zijn dochter had eerder zelfmoord gepleegd.
De Weense Hedy Kiesler, die in 1937 in Londen door Louis Mayer wordt ontdekt en naar Hollywood vertrekt, waar ze onder de naam Hedy Lamarr furore maakt.
De Weense acteur Adolf Wohlbrück, die om meer dan één reden zijn naam in Engeland in Anton Walbrook verandert. Wrang detail in zijn verhaal is dat hij weliswaar in 1947 de Engelse nationaliteit krijgt, maar door zijn homoseksuele geaardheid ook in dat land tegen bepalingen uit het strafrecht oploopt. Het boek geeft aan dat hij voor zijn jongere vriend een bloemenwinkel koopt, zodat die in zijn eigen onderhoud kan voorzien.
Naamswijzigingen van de artiesten komen in het boek vaak voor. Zo ook bij de Duitse acteur Nicolai Yoshkin, die zich in de Verenigde Staten Martin Kosleck noemt. Door zijn gelijkenis met Goebbels, mag hij deze ‘vertegenwoordigen’ in propagandafilms van de geallieerden. Ook speelt hij in zijn carrière vaak andere schurkenrollen.
De actrice Paula Wessely, die naar eigen zeggen gedwongen werd in een nazi-propagandafilm mee te spelen. Zij mocht na onderzoek twee jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog haar werk weer uitoefenen.
De Duitse acteur en regisseur Wilhelm (‘William’) Dieterle, die in Amerika veel vluchtelingen aan papieren en werk helpt, maar door zijn betrokkenheid in de oorlogsjaren bij het ondergrondse communistische verzet in Duitsland helaas zelf slachtoffer wordt van het Mccarthyisme van de jaren 1950 in de Verenigde Staten.
De Hongaars-Joodse komiek Szöke Szakall, die eerst naar Oostenrijk en Hongarije vlucht en gedwongen wordt van daaruit verder naar de Verenigde Staten te vluchten.
Het boek is zeer gedetailleerd en biedt voorts nog een hele reeks filmtitels uit die periode; van nazi-zijde of van geallieerde zijde en met korte omschrijvingen van de films. Voor geïnteresseerden in cultuurgeschiedenis, vooral op cinemagebied, van de periode 1933-1945 is het boek een duidelijke aanbeveling. En een inspiratie om de genoemde regisseurs, acteurs, actrices, producenten en hun films verder te onderzoeken...
Het boek geeft onder andere een algemeen, chronologisch beeld van de Duitse oorlogsgeschiedenis en de plaats die de cultuur daarbij inneemt.
Een aantal artiesten wordt daarbij met name gevolgd. Hun biografieën zijn ingebed in de Duitse culturele geschiedenis van de periode 1933-1945. In hoofdstukken, waarin zij ter sprake komen, wordt op één enkele pagina een kader met hun zwart-witfoto geplaatst met een verkorte biografie. In de pagina’s daaromheen vindt een uitgebreide toelichting op henzelf en hun omgeving plaats.
Daarbij komt, behalve hun levensloop en hun contacten met andere artiesten, ook hun relatie met het naziregime naar voren: de hulp die zij bij vervolging door of botsingen met het regime van anderen kregen of aan anderen boden, gedwongen ballingschap, eventuele vervalsingen van hun eigen joodse achtergrond of die van anderen, …of juist de wijze waarop zij zich moeiteloos aan het regime aanpasten…
Zonder volledig te kunnen zijn, volgen hierbij op filmgebied een aantal willekeurige namen uit de tientallen uit het boek.
Willi Forst (1903-1980), een charmeur uit Duitse en Oostenrijkse films, die met Goebbels botste omdat die Forst ervan verdacht een jood te zijn.
De Weense Joe May, regisseur en producent van films waarin vrouw (een operazangeres) en dochter meespelen. In 1933 en 1934 wordt Joe door zijn joodse achtergrond gedwongen met zijn vrouw via Frankrijk naar de Verenigde Staten uit te wijken. Zijn dochter had eerder zelfmoord gepleegd.
De Weense Hedy Kiesler, die in 1937 in Londen door Louis Mayer wordt ontdekt en naar Hollywood vertrekt, waar ze onder de naam Hedy Lamarr furore maakt.
De Weense acteur Adolf Wohlbrück, die om meer dan één reden zijn naam in Engeland in Anton Walbrook verandert. Wrang detail in zijn verhaal is dat hij weliswaar in 1947 de Engelse nationaliteit krijgt, maar door zijn homoseksuele geaardheid ook in dat land tegen bepalingen uit het strafrecht oploopt. Het boek geeft aan dat hij voor zijn jongere vriend een bloemenwinkel koopt, zodat die in zijn eigen onderhoud kan voorzien.
Naamswijzigingen van de artiesten komen in het boek vaak voor. Zo ook bij de Duitse acteur Nicolai Yoshkin, die zich in de Verenigde Staten Martin Kosleck noemt. Door zijn gelijkenis met Goebbels, mag hij deze ‘vertegenwoordigen’ in propagandafilms van de geallieerden. Ook speelt hij in zijn carrière vaak andere schurkenrollen.
De actrice Paula Wessely, die naar eigen zeggen gedwongen werd in een nazi-propagandafilm mee te spelen. Zij mocht na onderzoek twee jaar na afloop van de Tweede Wereldoorlog haar werk weer uitoefenen.
De Duitse acteur en regisseur Wilhelm (‘William’) Dieterle, die in Amerika veel vluchtelingen aan papieren en werk helpt, maar door zijn betrokkenheid in de oorlogsjaren bij het ondergrondse communistische verzet in Duitsland helaas zelf slachtoffer wordt van het Mccarthyisme van de jaren 1950 in de Verenigde Staten.
De Hongaars-Joodse komiek Szöke Szakall, die eerst naar Oostenrijk en Hongarije vlucht en gedwongen wordt van daaruit verder naar de Verenigde Staten te vluchten.
Het boek is zeer gedetailleerd en biedt voorts nog een hele reeks filmtitels uit die periode; van nazi-zijde of van geallieerde zijde en met korte omschrijvingen van de films. Voor geïnteresseerden in cultuurgeschiedenis, vooral op cinemagebied, van de periode 1933-1945 is het boek een duidelijke aanbeveling. En een inspiratie om de genoemde regisseurs, acteurs, actrices, producenten en hun films verder te onderzoeken...
