menu

Hier kun je zien welke berichten Gaby den Held als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Aldus Sybren - Micha Meinderts (2016)

4,0
Zonder omhaal, in heldere woorden vertelt Micha Meinderts over Sybren, een jonge transman, die zijn eerste aarzelende stappen zet op het glibberige pad van het gay-daten. Door Micha's invoelende manier van vertellen, met veel levendige dialogen, kruip je in zijn huid. Tijdens het lezen bèn je Sybren. Of je nu een transman bent of niet. Met hem vraag je je allerlei dingen af tijdens het daten. Wanneer vertel ik 'het' hem? Wat doe ik als we echt gaan vrijen? Komt er een moment waarop hij 'iets' zal missen? Ben ik dan wel een echte man voor hem? Je voelt zijn angsten en aarzelingen. Samen met hem kijk je schoorvoetend in de badkamerspiegel of een winkelruit om te zien hoe mannelijk je eruit ziet. Samen met hem stuntel je met je penisprothese. En doordat we een deel van de jeugd van Sybren meekrijgen (de tijd dat hij nog Brechtje heette) wordt hij een nog completer mens. Dan ontdek je dat hij altijd al een jongen was. En zeker geen 'freak' zoals de nare meiden uit zijn klas hem toewerpen. Een gewone jongen waarbij alleen de verpakking nog moest worden aangepast.

Wie na deze beschouwing nog denkt dat dit een loodzwaar coming of age verhaal is kan opgelucht ademhalen: de roman is met een aangename lichtheid en milde zelfspot geschreven. Pijnlijk èn hilarisch zijn de confrontaties met ooms en tantes die het goed bedoelen maar het verkeerde zeggen. Dat deze roman je tegelijkertijd aan het denken zet over je eigen vooroordelen over transgender mensen is mooi meegenomen. Maar bovenal is het een prachtig en ontroerend verhaal van een jongen op liefdespad. Een gewone jongen met een bijzonder verhaal die je van heel nabij leert kennen.

Coef: De Weg van de Waanzin - Rein Hannik (2016)

4,0
De titel Coef : de weg van de waanzin, en de tekst op de achterflap waarschuwen je al: 'een achtbaanrit door een nucleaire persoonlijkheid.' Dit wordt een onverbloemd verslag over een krankzinnige moeder. Zet je maar schrap. Als je op de eerste bladzijde van de proloog bent weet je dat saillante details niet worden geschuwd als beschreven wordt dat het lichaam van de moeder van Rein Hannik zo versleten is dat de endeldarm eruit hangt en dat ze haar kamer onder de poep smeert.  Zo recht voor z'n raap, agressief, egocentrisch en krankjorum als Coef is, zo onbesmuikt wordt het verhaal opgediend. Geen liflafjes. Stevige kost zal je vreten!  En ja, soms is de sfeer zo claustrofobisch en zonder mededogen dat het je naar de keel grijpt. Maar waarom blijf je dan verder lezen? Omdat het verhaal, in al zijn hoekigheid, ook zo goudeerlijk, beeldend en vol humor is geschreven. Natuurlijk, het is geen kattenpis wat daar allemaal te berde wordt gebracht: opgroeien in een gezin waarvan de moeder steeds waanzinniger wordt. Maar gaandeweg sleept het verhaal je mee. En zoals Coef, die ondanks haar onhebbelijkheid mensen om de vinger kon winden, zo krijgt het verhaal je uiteindelijk toch in de greep en huiver je mee met haar gruwelijke ervaringen in het jappenkamp en verbaas je je over de LSD sessies die ze onderging bij de omstreden professor Bastiaans waar ze zo idolaat van was. En zit je samen met haar 'met een potje thee, twee rum en een pols van 120 door het raam te gluren' van het Witte huis, die chique tent aan de overkant van de Rhijngeesterstraatweg. En moet je glimlachen om haar botte opmerking: 'ik hoop dat er twee auto's tegen elkaar aan knallen. Dan gebeurt er tenminste wat.' Aan Coef is niet alleen een kunstenares, maar ook een vlijmscherpe en onbarmhartige comédienne verloren gegaan. En zo loop je de weg van de waanzin uiteindelijk helemaal af. In het hart sluiten doe je ze niet: die rare Coef en haar zoon Rein. Die sympathie roepen ze eenvoudigweg niet op. Maar fascineren doen ze je wel, tot de laatste letter.