menu

Hier kun je zien welke berichten kosmo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

American Pastoral - Philip Roth (1998)

Alternatieve titel: Amerikaanse Pastorale

3,0
In het eerste hoofdstuk laat Roth zien dat hij een bijzonder begenadigd verteller kan zijn. De schets van de jeugd van 'de Zweed' die eigenlijk vooral de jeugd van Nathan schetst is heel onderhoudend om te lezen en geeft een heel intrigerend beeld van de Joodse gemeenschap in Newark tijdens de jaren '40.

Tijdens de volgende vierhonderd pagina's wordt dat niveau eigenlijk zelden nog gehaald. Boeiende karakterschetsen van een rebelse, betweterige, ideologisch radicale tiener en een ex-miss New Jersey die met de gevolgen van haar missverkiezing moet leren leven worden te dikwijls afgewisseld met ellenlange semi-abstracte beschrijvingen van de maatschappij, ideologie en wat nog meer. Het probleem hierbij was dat het, naar mijn aanvoelen, eigenlijk veel meer probeerde te zeggen dan het eigenlijk zei.

Stylistisch was dit boek absoluut vakwerk, maar echt wild van de stijl werd ik nergens. Daarvoor bleef het te vlak. Uiteindelijk was het grootste euvel van 'American Pastoral' dat Roth zichzelf te vaak leek te verliezen in subplotten van subplotten van subplotten. Ik heb er op zich geen probleem mee als een schrijver ruim zijn tijd neemt om alle details en trekjes van zijn karakters volledig uit te werken, maar doordat hij dit op zo'n vlakke manier en aan zo'n gezapig tempo deed, zorgde dit ervoor dat de weliswaar zware inhoud bij momenten totaal niet insloeg zoals dat bedoeld leek.


3*

Nesnesitelná Lehkost Bytí - Milan Kundera (1984)

Alternatieve titel: De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan

4,5
De Ondraaglijke Lichtheid van het Bestaan is een eigenaardig boek: in plaats van een verhaal schreef Kundera eigenlijk een filosofisch-psychologische analyse van een verhaal. De grootste verdienste van Kundera is hoe hij die analyse lichtvoetig en vooral prettig om te lezen maakt(neemt u notities, meneer Roth?) zonder het geheel te simplificeren.

Hiervoor kan ik twee redenen aanwijzen. Ten eerste is Kundera een zeer bekwaam schrijver; met sprekend gemak weet hij weinig tastbare zaken helder en inzichtelijk te definiëren. Als geen ander slaagt hij erin datgene wat door zijn hoofd spookt de hoofden van zijn lezers binnen te loodsen. De tweede (en meer zeldzame) reden is de sympathie van Kundera voor zijn lezers. Hij lijkt de leeservaring van zijn lezers, ondanks de zware inhoud, oprecht aangenaam te willen maken(ik verdenk er een aantal vooraanstaande schrijvers van deze ambitie niet te hebben). Zijn primaire ambitie is niet om verstandig of diepzinnig te lijken door zijn ideeën opzettelijk vaag te verwoorden, hij wil net zeker zijn dat de lezers 'het' begrepen hebben. Hij legt zijn filosofische observaties met handen en voeten uit, vaak neemt hij de tijd om de zaken te herdefiniëren, concretiseren of abstraheren naar gelang de specifieke situatie. Dit zorgt ervoor dat hij het tempo van zijn roman perfect beheerst, door de afstandelijke, niet lineaire vertelstijl en de korte hoofdstukjes ligt het tempo aangenaam hoog, door langer stil te staan bij de theoretische mijmeringen geeft hij ons de nodige adempauzes. Daarnaast gebruikt hij ook humor om het verhaal lichtvoetig te houden, het viel mij op dat de stukjes die ik het grappigst vond(het stukje over de verwekking van Tereza en het stuk over de mars naar Cambodja) ook de meest wrange stukken waren, dit lijkt me geen toeval.

Het gevaar van een boek schrijven op deze manier is dat plot en personages al te zeer worden gereduceerd tot instrumenten om de visie van de schrijver te verkondigen. Kundera weet dit grotendeels te voorkomen. De gebeurtenissen voelen nergens gratuit doordat dit boek zo intellectueel geëngageerd lijkt om de waarheid en de ‘juiste’ houding tegenover de Sovjetoverheersing in Tsjecho-Slowakije en de Praagse lente in het bijzonder te achterhalen. Zoals reeds door anderen hier aangehaald voelen de personages net door de heel gedetailleerde psychologische besprekingen van hen ‘echt’ aan. Desondanks ben ik er vrij zeker van de stukken rondom kitsch, rondom lichtheid vs. zwaarte en rondom het belang van toeval mij langer zullen bijblijven dan Tereza en Tomas. Ik ben er nog niet uit of dat positief of negatief is, daarom houdt ik het voorlopig bij 4.5*.

Tirza - Arnon Grunberg (2006)

4,0
'Tirza' was mijn eerste kennismaking met Grunberg en die hakte er meteen serieus in. 'Tirza' is rauw, compromisloos en heeft geen enkel mededogen met de lezers.

Dit boek is in mijn ogen een diepgravend portret van Jörgen Hofmeester. Het boek verliep zoals je iemand leert kennen. In het begin las het boek aangenaam, de droge, lichtjes cynische stijl van Grunberg past perfect bij het beeld dat we krijgen van Hofmeester. Hoewel hij wat merkwaardig, asociaal en onbeholpen is, lijkt hij in de eerste plaats een liefhebbende vader die een talent heeft om tegenslag aan te trekken. Dit zorgt voor een aantal grappige momenten: de eerste gesprekken met zijn teruggekeerde echtgenote, de jongens in zijn badkamer en zijn kijk op huurders.

Maar we kijken naar Hofmeester door de ogen van Hofmeester. Zoals met echte mensen, kan je ze pas echt goed inschatten wanneer je er meer tijd mee doorbrengt en ze beter leert kennen. Dan beginnen de lijken uit de kast te vallen. En bij Jörgen zijn dat er nogal wat. Eén voor één brengt Grunberg ze allemaal naar buiten. Hofmeester blijkt zijn huurders actief afgezet te hebben, al zijn geld 'vergokt' te hebben, met zijn werkster een regeling te hebben die praktisch prostitutie is, een dochter te hebben die een eetstoornis had en niet langer nodig te zijn op zijn werk, wat eigenlijk nog vernederender is dan ontslagen te worden. Des te verder ik in het boek kwam des te meer ik begreep waarom Jörgen zoveel belang stelde in het goed verlopen van het feestje dat zich afspeelde in het eerste deel van het boek.

Tegelijkertijd krijgen we ook een een fundamenteler en veel verontrustender inzicht in de persoonlijkheid van Hofmeester. Hij blijkt een bijzonder zwakke persoonlijkheid te hebben waardoor hij moet terugvallen op zijn fysieke kracht. Hij is niet asociaal, maar extreem xenofoob(ik zie hem overigens niet als racistisch, de Mohammed Atta's zijn de mensen die hem het leven zuur maken, die zijn geluk afpakken) en de invloed die hij op zijn dochters uitoefent valt op zijn minst schadelijk te noemen.

Hierdoor verandert het perspectief van de lezer gestaag doorheen het boek. Waar 'de echtgenote' en 'Ibi' in het begin van de boek onredelijke, ondankbare personages lijken, wordt het uiteindelijk duidelijk dat ze volledig gelijk hadden in hun beoordeling van Hofmeester.

Het onrustwekkende beeld dat we hebben opgebouwd gedurende het boek komt volledig tot uiting in het hallucinante derde deel. De stoppen slaan volledig door wanneer hij zijn dochter en haar Mohammed Atta betrapt, iets wat hem al een keer eerder overkomen was met zijn andere dochter. Zijn relatie met Kaisa toont dan weer perfect aan wat zijn echtgenote hem eerder zei, iets in de trant van "Jij hebt iemand nodig die je volledig kan beheersen en die onmogelijk zonder jou kan leven." De eerder aangehaalde Grunbergiaanse stijl die het begin zo genietbaar maakte, geeft aan het einde een bijzonder lugubere sfeer aan het boek. Met als hoogtepunt die laatste zin.


4*