menu

Hier kun je zien welke berichten frankmulder als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Alquimista, O - Paulo Coelho (1988)

Alternatieve titel: De Alchemist

2,5
Voor de verandering heb ik dit boek in het Perzisch gelezen, een van de 67 (!) talen waarin dit boek is vertaald. De reden hiervoor was vooral dat ik met het beluisteren van audioboeken mijn (Perzische) uitspraak wilde verbeteren, en het geval wilde dat van dit boek een prachtige versie op cd's is uitgebracht, ingesproken door Mohsen Namjoo.

In dat audioboek spreekt Namjoo zelf alle stemmen in, en weet op wonderbaarlijke wijze alle verschillende personages met een andere stem voor te lezen. Bovendien heeft hij (als ik het goed heb) ook alle instrumentale tussenstukjes zelf ingespeeld; die voegen veel toe aan de sfeer. Ten slotte is de audio van goede kwaliteit (in tegenstelling tot van die audioboeken die overgenomen zijn van cassettebandjes van 30 jaar oud). Dit is allemaal misschien niet zo interessant voor de gemiddelde Nederlandse lezer op deze site, maar het wordt hierdoor wel duidelijk dat het voor mij wat dat betreft een genot was om dit boek te lezen c.q. te beluisteren.

Om nog maar even bij de positieve kant te blijven, zal ik er nog bij zeggen dat ik het altijd erg prettig vind om reisverhalen te lezen. In mijn hoofd reis ik dan mee en ben ik benieuwd wat de volgende bestemming van de hoofdpersoon gaat zijn.

Maar dan de inhoud van het boek zelf... Er zijn een aantal dingen waar ik nogal moeite mee had. Ten eerste de Bijbelse verwijzingen die Coelho door het verhaal heen weeft, zoals koning Melchizedek, de Urim en de Tummim, de uitspraak "waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn", enzovoorts. Ik ben vrij goed bekend met met de manier waarop deze elementen in de Bijbel gebruikt worden, en vind ze helemaal niet passen in het verhaal over de alchemist. Het lijkt wel of Coelho interessant wil doen door dit soort elementen erin te verwerken. Hij haalt ze uit de context en ineens klopt het niet meer.

Dan de zogenaamd wijze uitspraken die keer op keer terugkomen en er duimendik bovenop liggen. Ik weet niet hoe het in de Nederlandse versie is, maar ik las dat bijvoorbeeld Personal Legend in de Engelse versie telkens met hoofdletters wordt geschreven, en in mijn Perzische versie stond dat telkens vetgedrukt. Ik snap dat Coelho een boodschap wil overbrengen maar dan hoeft hij het me nog niet door de strot te duwen... Zoals iemand hier eerder al opmerkte doet het een beetje denken aan "Le petit prince" (dat ik trouwens ook in het Perzisch gelezen heb ), waar ook wel "wijze uitspraken" willen voorkomen, maar bij dat boek vond ik dat niet storend. Ik ben het overigens vaak ook niet eens met de "wijsheden" van Coelho.

Het volgende houd ik dan maar even als laatste punt: de opbouw van het verhaal. Veel dingen zijn nogal voorspelbaar, en als er dan eens een moeilijke situatie optreedt, komt er weer een of ander figuur om de hoek zeilen dat spontaan alle problemen voor hem oplost. En anders is het wel de filosofie "ga maar je persoonlijke legende achterna, dan komt alles vanzelf goed". Weg spanning. Een dieptepuntje vond ik de ontmoeting met Fatima. Hij komt haar tegen, wordt plotsklaps verliefd (hoe diepgaand!), gaat het haar een dag later vertellen, en wat gebeurt er? "Ik hou ook van jou." Als Coelho dan zo graag een liefdesverhaaltje in wil verwerken, dan kan dat toch wel wat spannender?

Hiermee kom ik niet op een voldoende uit... Het audioboek zou ik misschien wel 4,5* willen geven, maar het boek zelf moet het van mij vooralsnog met 2,5* doen.

Max Havelaar, of De Koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij - Multatuli (1860)

Alternatieve titel: Max Havelaar

4,5
Tien jaar geleden zat ik op de middelbare school, midden in de "tweede fase" (in de tijd dat die bijvoorbeeld nog een vak "Frans 1" bevatte waarbij je die taal alleen hoefde te kunnen lezen, en niet spreken, schrijven of beluisteren). Misschien mag ik van geluk spreken dat mij toen bij Nederlands niet verplicht werd Max Havelaar te lezen; wie weet of ik er dan ook niet een weerzin tegen gevormd had? Of moet ik er juist rouwig om zijn dat ik hierdoor een gat in mijn algemene ontwikkeling had? In dat geval komt het goed uit dat ik nu mijn literaire (re)naissance doormaak en van dit meesterwerk heb mogen genieten.

Een meesterwerk... Wordt dat niet bepaald door zogenoemde geleerden, die vervolgens nagepraat worden door docenten die zelf niet kunnen aangeven wat er dan zo goed aan is? Ik besloot het boek zelf maar te gaan lezen en zou dan wel ontdekken of er misschien toch niet een intrinsieke kwaliteit in zit die een dergelijk predicaat rechtvaardigt.

Al vanaf de eerste pagina wordt duidelijk dat Multatuli wel wat meer kon dan alleen een beetje Frans lezen. Ik vraag me af of hij niet verbaasd zou zijn als hij zou horen hoe het nu met het onderwijssysteem in Nederland gesteld is... Door het hele boek blijkt hoe belezen en ontwikkeld de schrijver is; om jaloers op te worden!

De eerste paar hoofdstukken zijn gelijk al om te genieten. Erg grappig hoe dhr. Droogstoppel op de onwaarheden in poëzie wijst ("De lucht is guur, en 't is vier uur"). Bij de lijst met de inhoud van het pak van Sjaalman maak ik als het ware het pak zelf open en ben ik nieuwsgierig wat er allemaal in zit (terwijl Droogstoppel zijn droge opmerkingen erbij maakt). En dan nog de meningsverschillen die hij met Frits heeft, die liever "shawl" zegt dan "sjaal". Toen ik de eerste 30 pagina's van een PDF las was ik dan ook geen moment verveeld, en ben ik gelijk maar naar de bibliotheek gegaan om de rest ouderwets op papier te lezen. Daarna heb ik elk vrij uur dat ik had, besteed aan het lezen van dit boek...

Het negentiende-eeuwse taalgebruik maakt het allemaal nog mooier. Toen ik vandaag een reclameposter zag met de tekst "vet makkelijk overstappen", bedacht ik dat Multatuli het eerder zou hebben over "zeer gemakkelyk" of "byzonder eenvoudig". Dat is toch veel mooier? En waarom zouden we in deze eenentwintigste eeuw niet in staat zijn om wat langere zinnen te begrijpen?

In de hoofdstukken na de Droogstoppel-inleiding is Multatuli nog steeds in staat om zijn passages te kruiden met ironie. Geniaal hoe hij in hoofdstuk 5 zegt dat hij de lezer niet wil vermoeien met uitwijdingen, om vervolgens toch meer dan een pagina te wijden aan hersenspinselen over de bouw van torens... En de passages die sommigen "wijdlopig" noemen zie ik vaak als noodzakelijk en zeker niet als straf. De beschrijving van plaatsen en gebeurtenissen doet hij prachtig. De conversaties zijn vlijmscherp, de redevoeringen tot nadenken stemmend. Ik noem nog maar even de klinkende toespraak van Havelaar in hoofdstuk 8, het sarcasme bij de beschrijving van de preek van Wawelaar in hoofdstuk 9, het betoog over de saaiheid van schilderijen in hoofdstuk 11, etc.

De opbouw van het boek is fantastisch. Hoewel ik verbaasd was dat Multatuli al in hoofdstuk 5 het hoofdthema van zijn boek te berde brengt, gaat het daar nog kalmpjes aan. Je begrijpt in de loop van het boek steeds beter de ernst van de situatie, het bedrog dat er wordt gepleegd... Je krijgt een steeds grotere afkeer van Droogstoppel, en meer waardering voor Havelaar. De stemming wordt alsmaar grimmiger, en het leed van de Javaan komt steeds dichterbij, zodat je welhaast zelf de onderdrukking en knevelarij ervaart. Er is geen ontkomen meer aan.

De schrijver blijft steeds in de buurt; als je even in de veronderstelling verkeert dat je een werk van fictie in je hand hebt, haalt hij je weer uit de droom. Hij maakt zelfs expliciet hoe hij met de lezer speelt, bijvoorbeeld aan het begin van hoofdstuk 9: "Ik gaf er veel voor, met juistheid te weten, lezer, hoe lang ik nu een heldin in de lucht zou kunnen laten zweven, voor ge, by de beschryving van een kasteel, myn boek moedeloos uit de hand zoudt leggen, zonder te wachten tot het mensch op den grond kwam?" Dit gebeurt steeds indringender naarmate het boek vordert. Meestal vond ik dit een verfrissende stijl, maar af en toe vond ik het onnodig of zelfs wat bot (zoals waar hij het verhaal met enige regelmaat "eentonig" noemt).

Dat is dan ook het enige probleem dat ik heb met dit boek. Telkens wanneer je denkt dat je een "leuk verhaal" aan het lezen bent, vindt Multatuli het nodig om je te verzekeren dat dit allemaal de keiharde waarheid is. Ik ga me haast schuldig voelen om dit een literair meesterwerk te noemen; het is immers slechts een aanklacht tegen de misstanden in Indië? Als dat punt je niet raakt, is Multatuli niet tevreden. En hij laat ook behoorlijk de context waar hij in verkeerde doorschemeren: de gespannen situatie met zijn vrouw (die hij kennelijk probeert te compenseren door haar in het boek al te rooskleurig voor te stellen) en zijn verontwaardiging over de situatie op Java in combinatie met zijn sterke rechtvaardigheidsgevoel (waardoor hij het continu nodig vindt om te melden dat "de stukken hier voor my liggen!").

Toch maakt juist het feit dat het hier om waargebeurde zaken gaat, de vertellingen in het boek extra krachtig. De briefwisselingen met Havelaars meerderen zijn al schrijnend, maar als je beseft dat die woorden ook in werkelijkheid aan dovemansoren gericht waren...

Rest mij nog te vermelden dat ik de versie met commentaar van Annemarie Kets gelezen heb. De voetnoten in die uitgave zijn zeer verhelderend. Of het verstandig is om de inleiding van Kets te lezen, weet ik niet. Ik heb het wel gedaan, maar er gaat van de spanning verloren op die manier (omdat daarin bijvoorbeeld al onthuld wordt dat Sjaalman dezelfde is als Havelaar, en dat die weer dezelfde is als Multatuli, iets wat Multatuli zelf pas minder dan 5 pagina's voor het eind onthult). Voor iemand die het boek niet eerder gelezen heeft is het dus te overwegen om die inleiding over te slaan; je kunt hem altijd nog lezen. Hetzelfde geldt voor de Aantekeningen en Ophelderingen van Multatuli zelf, die helaas door elkaar gemengd zijn. De Ophelderingen zijn zeer nuttig omdat die bepaalde Indische zaken verklaren. De Aantekeningen (veelal onderbouwingen van de feiten in het boek) hebben echter hetzelfde probleem als de inleiding van Kets: er wordt te vroeg wat van de spanning weggenomen omdat je te veel aanvullende informatie krijgt. Wellicht is het dus beter om het verhaal te lezen zonder naar achteren te bladeren als je een cijfer tussen haakjes ziet.

Een meesterwerk! 4,5*

Moriae Encomium - Desiderius Erasmus (1511)

Alternatieve titel: Lof der Zotheid, of De Dwaasheid Gekroond: Een Pronkrede

4,5
Dit boekje leest lekker weg. Ik kan de humor erin wel waarderen. En binnen elk grapje zit toch weer een kern van waarheid verstopt. Overigens is ook het gedeelte met de Bijbelcitaten (waar men hierboven niet zo enthousiast over lijkt) behoorlijk grappig als je de betreffende Bijbelgedeeltes kent (waardoor je ziet dat Erasmus op een sluwe manier die citaten uit hun verband rukt om het punt van de Zotheid te maken).

Verder is de kritiek op allerlei figuren in de maatschappij natuurlijk heel treffend. Mij hielp het boekje om me te verplaatsen in die tijd; een tijd waarin de aflatenhandel bijvoorbeeld nog hoogtij vierde. Veel sprekender dan wanneer je hierover leest in een geschiedenisboek.

Ik geniet van alle verwijzigen naar de klassieken. De voetnoten in de uitgave die ik gelezen heb, zorgden ervoor dat ik gelijk ook wat meepakte van die werken (bijvoorbeeld het verhaal van de personen in een grot die alleen maar schaduwen van andere personen zien; voor hen zijn die schaduwen de werkelijkheid, terwijl een ander zal zeggen dat die andere personen zelf de werkelijkheid zijn).

Prettig leesbaar, grappig, historisch relevant maar ook actueel. Wat mij betreft verdient de Lof der Zotheid de volle lof.

Utopia - Thomas More (1516)

4,0
Toen ik dit boek de eerste keer begon te lezen, vond ik het ook lastig om door te komen. Al is het alleen maar omdat ik de "Open Utopia"-versie las (http://theopenutopia.org), die gebaseerd is op een vertaling uit 1684 (iets minder makkelijk verteerbaar Engels dus). Boek I leest nog een beetje als een verhaal, maar het ging More om Boek II (dat hij dan ook als eerste schreef). Op het eerste gezicht is Boek II inderdaad een droge opsomming van gewoontes en wetten op het eiland Utopia. Om hier beter doorheen te komen, kan het wel helpen om wat over de achtergrond van dit boek te lezen. In "Open Utopia" zit bijvoorbeeld een inleiding waarin uitgelegd wordt hoe slim More dit aangepakt heeft: Raphael Hythloday probeert in Boek I aan te geven wat er allemaal mis is met het huidige politieke systeem, maar zijn ideeën zijn zo radicaal anders dat ze geen ingang vinden bij zijn toehoorders. In Boek II volgt hij een andere aanpak: hij schetst een beeld van een samenleving waarin deze ideeën gemeengoed zijn en met succes toegepast worden. Als lezer verplaatst je je hierin, waardoor het ineens veel eenvoudiger wordt om die ideeën te accepteren.

Als je op zoek bent naar een verhaal, dan is dit boek misschien niets voor je. Maar als je kunt genieten van diepgaande discussies (zoals in Boek I) of interessante ideeën (zoals in Boek II) dan kan dit boek je nog meer bieden dan alleen maar "historische waarde".

Een aantal citaten die ik opmerkelijk vond:

If you do not find a remedy to these evils it is a vain thing to boast of your severity in punishing theft, which, though it may have the appearance of justice, yet in itself is neither just nor convenient

(Stop met het steeds strenger maken van straffen, en zoek in plaats daarvan naar de oorzaak en pak die aan.)

One is never to offer propositions or advice that we are certain will not be entertained. [...] You spoil and corrupt the play that is in hand when you mix with it things of an opposite nature, even though they are much better.

(Als het "toneelstuk" één bepaalde kant op gaat, heeft het geen zin om er ineens met iets anders tussendoor te komen, want dan vindt dat idee geen ingang, zelfs als het een heel goed idee is.)

While they are on the road they carry no provisions with them, yet they want for nothing, but are everywhere treated as if they were at home.

(Aantrekkelijk idee: lekker op reis zonder bagage, want je kan toch overal gratis eten en slapen.)

Nature, as an indulgent parent, has freely given us all the best things in great abundance, such as water and earth, but has laid up and hid from us the things that are vain and useless

(Een interessante omkering van ons idee van waarde: wij vinden zeldzame, moeilijk te vinden dingen waardevol, terwijl de Utopiërs juist de meeste waarde hechten aan dingen die we echt nodig hebben, zoals water. Ook elders wordt dit leuk uitgewerkt: een edelsteen onder de grond is aan het oog onttrokken, maar zodra we er een opgegraven hebben verstoppen we het thuis weer omdat we bang zijn dat we hem kwijtraken; wat heeft dat voor zin?)

This lively health, when entirely free from all mixture of pain, of itself gives an inward pleasure, independent of all external objects of delight.

(Een scherpe constatering over geluk: er bestaat een vorm van voldoening die zo inherent is dat hij onafhankelijk is van het tijdelijke plezier dat je hebt van eten of muziek of dergelijke dingen.)

It often falls out that they who are related, and were hired in the same country, and so have lived long and familiarly together, forgetting both their relations and former friendship, kill one another upon no other consideration than that of being hired to it for a little money by princes of different interests

(De absurditeit van het verschijnsel van huursoldaten.)

They lament no man's death

(Als het in die "andere wereld" zoveel beter is, waarom zou je dan treuren om iemands dood? Niet dat ik het hiermee eens ben, maar zoiets prikkelt de gedachten wel.)

Een oud boek dat nog steeds relevant is. Verplicht materiaal voor doorzetters dus.