menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van the Cheshire cat. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2018, februari 2018, maart 2018, april 2018, mei 2018, juni 2018, juli 2018, augustus 2018, september 2018, oktober 2018, november 2018, december 2018, januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019, juni 2019, juli 2019

True History of the Elephant Man: The Definitive Account of the Tragic and Extraordinary Life of Joseph Carey Merrick, The - Michael Howell en Peter Ford (1980) 4,5

Alternatieve titel: De Elephant Man: De Ware Geschiedenis van het Engelse 'Gedrocht' Joseph Carery Merrick (1862-1890), 29 juni, 14:36 uur

In 1923 schreef Frederick Treves (eind 19e, begin 20e eeuw verbonden als arts aan het Royal London Hospital, Whitechapel) het boek The Elephant Man and Other Reminiscences, een bundeling verhalen over chirurgie aan het einde van de negentiende eeuw en het titelverhaal gewijd aan Joseph Merrick (beter bekend als The Elephant Man) die Treves aan het begin van zijn carrière onder zijn hoede nam. Dat boek had ik ook wel willen lezen, maar is in geen enkele Nederlandse bibliotheek te verkrijgen. Het verhaal over Merrick is overigens in zijn geheel opgenomen in deze biografie uit 1980 en nog goed geschreven ook!
Na mijn ziekenhuisopname vorig jaar had ik op het web wat informatie opgezocht over chirurgie in het verleden, blindedarmoperaties met name, en daardoor verkeerde ik een poosje in de veronderstelling dat Frederick Treves de eerste geslaagde appendectomie in de wereld heeft uitgevoerd. Maar dat bleek na het lezen van het boek Onder het Mes: De Beroemdste Patiënten en Operaties uit de Geschiedenis van de Chirurgie van Arnold van de Laar heel iemand anders te zijn. Een of andere Amerikaan. Wel voerde Treves de eerste (geslaagde) blindedarmoperatie in Engeland uit. Vandaar misschien mijn vergissing. Treves was gespecialiseerd in buikoperaties, zijn jongste dochter Hetty is tragisch genoeg op haar achttiende overleden aan de gevolgen van een acute blindedarmontsteking.

De film van David Lynch uit 1980 is gebaseerd op een eerdere biografie: The Elephant Man: A Study in Human Dignity van Ashley Montagu (1971) én op het verhaal van Treves over Merrick en dus niet op deze biografie, die er overigens wel net iets eerder was dan de film. Grappig om te ontdekken waarin de film verschilt van het bronmateriaal; in de film krijgt Merrick regelmatig bezoekjes van de toen zeer beroemde actrice Madge Kendal, maar in het echt hebben die twee elkaar nooit ontmoet. Wel ontving hij zo nu en dan prinses Alexandra van Denemarken, later de Koningin van Engeland door haar huwelijk met Koning Edward VII. Ook de spullenbaas in wiens freakshow Merrick jaren is tentoongesteld, zogezegd, wordt door Lynch geportretteerd als een ploert met losse handjes, maar dat lag in werkelijkheid heel anders. Volgens Merrick waren de circusmensen juist goed voor hem en had hij voor hen in ieder geval niets te vrezen. Voor Merrick kwam aan het einde van zijn leven nog een droom uit, op touw gezet door Treves. Die had vrienden van hem bereid gevonden hun cottage aan te bieden en Merrick mocht zodoende een paar lange weken ongestoord doorbrengen op het Engelse platteland, waar hij vriendschap sloot met een kennelijk onstuimige en drukke hond. Ook dit zie je in de film niet terug. Lynch zal zo zijn redenen wel hebben gehad en het blijft hoe dan ook een meesterwerk, maar jammer is het wel.

Het leven van Joseph Merrick was allerminst gemakkelijk natuurlijk. Hij leed verschrikkelijk onder zijn mismaaktheid en de reacties op zijn uiterlijk waren verre van vriendelijk. Maar het ergste wat hem is overkomen, zo zei hij zelf, was de dood van zijn moeder Mary Jane die op de dag van haar 36e verjaardag overleed aan een longontsteking, toen Joseph nog geen elf jaar oud was. Een jaar daarvoor was zijn broertje, William Arthur, door roodvonk getroffen en overleden en werd slechts vijf jaar oud. Dat gaat een moeder natuurlijk niet in de kouwe kleren zitten. Treves schreef daar het volgende over, een zin die me zeer ontroerde: Hoewel het verlies van een jong kind toen geen ongewone gebeurtenis was, zou het dwaasheid zijn te denken dat dit maatschappelijk verschijnsel van die tijd haar smart ook maar enigszins kon verlichten. Aanvankelijk werd aangenomen dat Merrick door zijn moeder in de steek gelaten was, maar daar is dus niets van waar.

Het boek biedt tevens een interessante kijk op het Victoriaanse circus- en kermisleven, de freakshow met name, die rond die tijd op steeds meer weerstand kon rekenen. Ik lees op dit moment 'De Vulkaan' van Klaus Mann, daarin komt toevallig ook een passage met een freakshow voorbij.
Een bizar verhaal over ene Wombwell, de beroemdste naam in de annalen van de Engelse kermishistorie en baas van een rondreizende menagerie. In Londen was de drukbezochte Bartholomew Fair in volle gang en toen Wombwell na een lange reis met zijn dierenkaravaan aankwam in de hoofdstad viel zijn olifant bij aankomst dood neer. Zijn concurrent Atkins greep onmiddellijk zijn kans en liet Londen weten dat hij 'de enige levende olifant op de jaarmarkt had', gevolgd door een tegenaanval van Wombwell met de kreet 'De enige dode olifant op de jaarmarkt!' Die tactiek wierp vruchten af, want een 'dode' olifant was een veel grotere zeldzaamheid dan een levende en de voorstelling zat derhalve elke dag van de jaarmarkt stampvol, terwijl die van Atkins betrekkelijk onbezocht bleef.

De schilder Francis Bacon maakte in zijn leven verschillende prachtige zelfportretten die merkwaardige gelijkenissen vertonen met het gelaat van Joseph Merrick. Vanwege zijn uiterlijk had Merrick niet alleen last van starende blikken en gillende dames, hij moest ook nog eens oppassen niet onder de voet gelopen te worden door hordes mensen die allemaal een glimp van hem wilden opvangen. Toen hij op uitnodiging van Treves een bezoek bracht aan het theater werd hij daarom uit voorzorgsmaatregelen vervoerd in een geblindeerde koets. Hij vond dat avondje theater trouwens fantastisch, een uitvoering van De Gelaarsde Kat, en raakte er maar niet over uitgepraat. De dokter had nog nooit iemand zo geboeid naar een voorstelling zien kijken als Joseph Merrick. Daarentegen reageerde hij wel met de nodige pret, toen de waardigheid van de politieagent krachtig ondermijnd werd door een slag in het gelaat, waardoor de man achterover tuimelde. Wat hij aan politiebemoeizucht, tegen de freakshows gericht, heeft meegemaakt, zal zeker een rol hebben gespeeld bij zijn vrolijke reactie op dit voorval.

Kwam de hulp die de dokter bood aan Merrick voort uit eigenbelang? Ik vind die vraag niet zo interessant eigenlijk. Hoe je het ook wendt of keert, dankzij de dokter heeft Merrick een deel van zijn leven een menswaardig bestaan kunnen leiden. Volgens Treves was Merrick een van de gelukkigste en meest tevreden schepsels die hij ooit heeft gekend. Je zou verwachten dat iemand als Merrick een wrokkige en kwaadaardige misantroop zou zijn geworden, vol giftige haat jegens de medemens, maar hij was een vriendelijk, toegenegen en beminnelijk wezen, zonder een spoor van cynisme of wrok, zonder een onvriendelijk woord voor wie dan ook en Treves heeft hem nooit ook maar een klacht horen uiten.
Joseph Merrick las ook graag; aan het einde van zijn leven bezat hij zelfs een bescheiden bibliotheek. Helaas wordt nergens vermeld wat zijn lievelingsboeken waren en welke boeken hij zoal bezat, afgezien van de bijbel en Emma van Jane Austen. Onder andere de pet die Merrick droeg om een deel van zijn gelaat mee te bedekken alsmede de kartonnen replica van de Dom van Mainz die Merrick zelf heeft gemaakt, hij was ook zeer creatief, zijn nog altijd te bewonderen in het Royal London Hospital Museum. Merrick schreef ook veel brieven die helaas allemaal verloren zijn gegaan. Een korte levensbeschrijving van eigen hand is nog wel bewaard gebleven en terug te vinden in dit boek. Daarin citeert Merrick het gedicht False Greatness van Isaas Watts dat eindigt met de regels:

I would be measured by the soul
The mind's the standard of the Man.

» details   » naar bericht  » reageer  

Pinguïn en Andere Beesten, De - Midas Dekkers (1985) 4,5

Alternatieve titel: Beestenbundel 4, 23 juni, 12:42 uur

Op de kermis van Tilburg staat ieder jaar weer een attractie die met een beetje fantasie doet denken aan de Moulin Rouge in Parijs, maar van veel kleiner formaat. Tegen het geveltje hangen affiches met daarop schreeuwerige teksten als 'Komt dat zien, de langste mens ter wereld!' en 'Treedt binnen en sta oog in oog met de vrouw met de baard!', die kermisgangers naar binnen proberen te lokken.
Jaren geleden zag ik deze attractie voor het eerst, het trok door zijn 19e-eeuwse aanblik vrijwel meteen mijn aandacht. Ik kom eigenlijk nooit op de kermis, maar ik moest bij de bibliotheek zijn en om daar tijdens de kermis te geraken moet je nu eenmaal het vertier door, toen nog wel tenminste. Terwijl ik wat bedachtzaam naar het kitscherige theatertje stond te kijken vroeg ik me af wat zich daar binnen allemaal afspeelde en raakte ik behoorlijk nieuwsgierig. Ten slotte won mijn zucht naar sensatie het van mijn afkeer jegens dit soort immoreel volksvermaak en besloot ik een kaartje te kopen.

Maar eenmaal binnen stond mij een grote verrassing te wachten. Ik had me eerst nog langs een donkerrood velours gordijn moeten wurmen, waarna ik een halfronde ruimte betrad waar rossig licht brandde en waar in totaal twaalf spiegels tegen de wand hingen. Lachspiegels! Geen dramatische voorstelling van menselijke bezienswaardigheden, waar ik op gehoopt had, maar een duf rijtje lachspiegels. Toen ik het even op me in had laten werken viel eindelijk het kwartje. Ik voelde me belazerd en voor gek gezet. Geen moment had ik eraan gedacht dat dingen als freakshows al jaren niet meer bestonden. Teleurgesteld, maar ook boos dat ik erin was getrapt, stapte ik met tegenzin op de eerste de beste spiegel af en ging er voor staan. Mijn vervormde spiegelbeeld had twee hoofden en wel drie benen. Gek genoeg had ik nog wel gewoon twee armen. Het was verschrikkelijk mezelf zo te zien, maar eigenlijk had ik het ook wel verdiend. Aan de bovenkant van de spiegel hing een klein bordje en ik moest goed kijken wat er op stond: De Siamese Tweeling.
Ik ging alle spiegels maar af en aangekomen bij de laatste zag ik dat deze vreemd genoeg een normale spiegel was. Ik las wat er op het bordje stond: Homo sapiens - het gevaarlijkste dier in de wereld.

Wanneer ik iets van Midas Dekkers lees moet ik altijd aan deze (fop)attractie denken, die net als het vlooiencircus een illusie verkoopt. Het vlooiencircus werd vroeger met echte vlooien gedaan, maar er waren dus ook vlooiencircussen zónder vlooien waarbij de wagentjes en draaimolens en dergelijke op elektrische of mechanische wijze werden aangedreven.
Ook Midas Dekkers houdt ons als het ware een spiegel voor door ons voortdurend voor aap te zetten; een lachspiegel, want niets zo lachwekkend als de mens (en zijn enorm grote ego) natuurlijk.
In de column 'De Siamese Tweeling' vertelt Dekkers over de tragische geschiedenis van Chang en Eng, de Siamese broers aan wie de Siamese tweelingen hun naam te danken hebben. Het is een interessante column, maar Dekkers zou Dekkers niet zijn als hij er nog wat humor tegenaan gooit. Hij eindigt met de vraag die de Siamese tweeling zich al eeuw na eeuw in wanhoop heeft gesteld:

Wie ben wij? Wie zijn ik?

» details   » naar bericht  » reageer  

Bestiarium: De Eenhoorn, Meermin, Aspidochelone, Manticore, Mosseleend, Pegasos, Sater en Andere Fascinerende Dieren uit de Middeleeuwse Beestenboeken - Midas Dekkers (1977) 4,5

17 juni, 20:14 uur

Het debuut van Midas Dekkers, althans daar ga ik van uit. Het stamt uit 1977 en dat is inmiddels alweer 42 jaar geleden. Van Fantastic Beasts and Where to Find Them of The Mother of Dragons had nog niemand gehoord, niet in onze wereld tenminste; het zijn onder andere de verhalen van Olivier B. Bommel en Alice in Wonderland waar Dekkers aan refereert. Erg goed geschreven in elk geval, in latere boeken schrijft Dekkers wellicht wat onbevangener, maar de humor en het venijn is al onmiskenbaar zijn stijl. Anders gezegd, Midas Dekkers was in 1977 al Midas Dekkers.

Uiteenlopende fabeldieren passeren op alfabetische volgorde de revue. Wel zo handig. Het spreekt voor zich dat aan de bekendere fabeldieren zoals de draak en de eenhoorn meer aandacht wordt geschonken dan aan minder bekende fabeldieren als de hydra en de zeemonnik. Dekkers zoekt vooral naar de oorsprong van de mythische wezens, die in de meeste gevallen niet helemaal te achterhalen valt, en hoe ze in de loop der eeuwen zijn geëvolueerd als het ware. Opvallend veel vergelijkingen worden er getrokken met Christus en dientengevolge vliegen de christelijke metaforen je om de oren. Ook Jung en Freud zijn er steeds als de kippen bij hun psychoanalytische stempel op het fabeldier te drukken, wat soms erg boeiend proza oplevert, kan ik u verzekeren.

In het hoofdstuk over de feniks vertelt Dekkers met onverholen sarcasme dat er zelfs kachels bestaan van het merk Feniks of Phoenix. Ik moest daar erg om lachen. Ik heb zelf namelijk in mijn badkamer een wastafel hangen van het merk Sphinx, haha.… Volgens Jung symboliseert de sfinx eenvoudig de angst voor de moeder. Ik vraag me af of de bedenker van dat wastafelmerk de naam niet zomaar heeft bedacht maar vanuit een onderliggende angst voor zijn moeder?

Dekkers was in 1977 al niet van gisteren en windt er als het om de mens gaat geen doekjes om: Momenteel wordt het grootste dier aller tijden - de blauwe vinvis - dan ook zonder moeite het laatste eindje over de kling geholpen. En dat allemaal omdat de mens zo graag de grootste wil zijn. Of het gruwelijke stukje over kolonialen die in de 19e eeuw bij Chinese handelaars terechtkonden voor een opgezette zeemeermin. Zo'n zeemeermin werd voorzien van een certificaat van echtheid en als aandenken meegenomen naar het Westen waar het veel geld opleverde; in Londen ging in 1830 nog een exemplaar van de hand voor 40.000 dollar. Tot nader onderzoek leerde dat het vervalsingen waren en dat de souvenirs bestonden uit het bovenlijf van een aapje en de staart van een vis, kunstig aaneengenaaid.

» details   » naar bericht  » reageer  

On Murder Considered as One of the Fine Arts - Thomas de Quincey (1827) 4,5

Alternatieve titel: Over Moord Beschouwd als Een der Schone Kunsten, 12 juni, 14:44 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren

» details  

Kiss before Dying, A - Ira Levin (1953) 5,0

Alternatieve titel: Een Kus voor Je Sterft, 12 juni, 14:41 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Troost - Arie Boomsma (2014) 1,0

12 juni, 14:40 uur

Slecht. Het onderwerp interesseert me wel en had met meer kennis van zaken zeker iets boeiends kunnen opleveren; 'Troost door de eeuwen heen', zoiets. Waarin vonden moeders in tijden van hoge babysterfte troost? Was er buiten het geloof om wel enige troost? Hoe vinden mensen tegenwoordig steun bij verdriet? Wat zijn de verschillen tussen vroeger en nu? Dat soort dingen. Maar Boomsma praat alleen maar over zichzelf, ik had ook eigenlijk niet anders verwacht. Hoe hij als kind zijn hoofd had gestoten en door de juf getroost werd of hoe hij een paar jaar later, in de winter, een duw kreeg van een vriendje en door het ijs zakte, wat hem deed beseffen dat niet iedereen zomaar te vertrouwen is. Daarna volgt een reeks van nare gebeurtenissen in het leven van AB: een vriend waar het niet goed mee gaat (Hij zag er ook slecht uit. ), z'n broer die het slechte pad opgaat, de begrafenis van een oom..

Wat voor Boomsma vooral troostend werkt is de natuur, het geloof, de kunst, maar de voorbeelden die hij daarbij geeft zijn dan weer zo voor de hand liggend: in de kerk een kaarsje aansteken, een wandeling door het bos of een bezoek aan het Van Gogh-museum: De schoonheid van kunst is op zo'n moment een stuk hout waar ik me aan kan vastklampen op de zee van mijn verdriet. (de meest poëtische zin die ik in heel het boekje heb kunnen ontdekken). Daar slaat hij wel de donkere doeken die Van Gogh in Nuenen maakte over, want daar wordt hij alleen maar melancholisch van. Liever de schilderijen met veel kleur, de zonnebloemen, de korenvelden.. Dat stukje sluit hij af met de zin: Op een regenachtige dag bepalen de gele poncho's voor mij het straatbeeld en niet de zwarte of grijze varianten. Ik moet bij gele poncho's altijd aan horrorfilms denken, al helemaal wanneer het kinderen betreft, maar waar zie je die dingen trouwens nog?

» details   » naar bericht  » reageer  

Heart Is a Lonely Hunter, The - Carson McCullers (1940) 5,0

Alternatieve titel: Het Hart Is een Eenzame Jager, 6 juni, 18:21 uur

'The Heart is a Lonely Hunter', een van de mooiste boektitels die ik ken; had zo de titel van een popsong uit de 80s kunnen zijn en zou in een rijtje als dit: I Want to Know What Love Is, When The Rain Begins to Fall, The Sun Always Shines On TV, Dancing with Tears In My Eyes, Here Comes The Rain Again, Everybody Wants to Rule The World, I Still Haven't Found What I'm Looking For, Do You Really Want to Hurt Me, zeker niet misstaan.. (sprak de 80s kid in mij).

Niet te bevatten dat iemand op zijn 22ste zo'n boek schrijft, op zijn 62ste overigens ook niet hoor. De manier van vertellen deed mij aan Dostojevski denken, aan Misdaad & Straf kan ik beter zeggen, daar ik slechts 2 boeken van de beste man gelezen heb; hoe McCullers net als Dostojevski zich in haar personages weet te verplaatsen; dolende zielen die hunkeren naar rechtvaardigheid en liefde maar elkaar net niet weten te bereiken. Uiteindelijk staat iedereen er alleen voor. Het boek is soms griezelig profetisch. In Copeland, de zwarte dokter, horen we eigenlijk al de stem van de burgerrechtenbeweging en ergens zegt hij zelfs dat hij vindt dat er in Washington een grote protestmars gehouden zou moeten worden.

Het boek heeft me vanaf de eerste bladzijde in mijn hart genesteld en na het dichtslaan nog weken beziggehouden. Wanneer ik ergens fraaie muziek hoorde dacht ik meteen aan Mick, het jonge meisje dat talent heeft voor muziek en voortdurend melodietjes in haar hoofd verzint, maar niet weet hoe ze die op moet schrijven, want voor een piano is er nu eenmaal geen geld, laat staan voor pianolessen. Uiteindelijk werkt ze dan vanwege geldzorgen, ze is dan nog maar een kind, bij Woolworth's op de afdeling fantasiesieraden. Ik had zo met haar te doen. Ze probeerde zich te herinneren wie ook weer die muziek had gecomponeerd die ze afgelopen winter op de radio had gehoord. Ze had het gevraagd aan een meisje van school die een piano had en muziekles kreeg, en dat meisje had het weer aan haar muziekjuf gevraagd.
En de doofstomme Singer niet te vergeten; wat het verlies van een vriend/dierbare met iemand kan doen.
Of ik stond in de supermarkt in de rij bij de kassa of zat op mijn fiets en dan had ik zomaar ineens een binnenpretje om een grappige opmerking uit het boek: De lerares Spaans was een keer in Europa geweest. Ze zei dat de mensen in Frankrijk hun brood mee naar huis namen zonder een zak eromheen. Als ze op straat stonden te praten sloegen ze met het brood tegen een lantaarnpaal. En er was geen water in Frankrijk, alleen maar wijn.
Of dan zag ik ergens een dikke hommel door de lucht zweven en dacht ik aan hoe mooi het Diepe Zuiden van Amerika door McCullers wordt beschreven: de loomheid, de fruitbomen die doorbuigen onder het gewicht van hun vruchten, de donzige hommels.. Donzig! Dat is exact wat hommels zijn, donzig!

» details   » naar bericht  » reageer  

Tale of Two Cities, A - Charles Dickens (1859) 3,5

Alternatieve titel: Twee Steden, 1 juni, 13:23 uur

Zelf in armoede opgegroeid trok Dickens zijn leven lang het lot van de armen en onderdrukten aan en wist als geen ander dit sociale gevoel uit te drukken in zijn grootse romans.

Alle vrouwen breiden. Zij breiden waardeloze dingen, maar het werktuiglijk handbewegen was een verschrikkelijk surrogaat voor eten en drinken; de handen repten zich in plaats van de kaken en het spijsverteringsorgaan: als de benige vingers stilgelegen hadden, zouden de magen in nog sterkere mate door de honger gekweld zijn.

Het verhaal verloopt vaak erg moeizaam moet ik eerlijk bekennen; gezwollen taal, eindeloze uitweidingen, ellenlange veelal saaie zinnen en ook typisch Dickens: de herhaling. Volgens Theun de Vries die dit boek vertaalde moet de herhaling dienen om de lezer bepaalde situaties goed in het hoofd te prenten. Mij kan het eerlijk gezegd niet zo bekoren. Gedurende die stroeve stukken daalde het leesplezier bijna tot het nulpunt en dacht ik meermaals: Dickens, kom nu eens ter zake! Maar dan opeens was ik weer ongemerkt in een schitterende passage beland of was er weer, zoals De Vries dat zo mooi zegt 'een uitschietend vlammetje van humor', en was ik het allemaal weer vergeten.
Ook zegt De Vries dat de hedendaagse lezer Dickens' sentimentaliteit minder gemakkelijk kan waarderen. Ik begrijp wat hij bedoelt, maar voor mij geldt dat in ieder geval niet, want daarin vind ik Dickens juist op zijn best. De ontroerende scène bijvoorbeeld waarin Lucie Manette haar krankzinnig geworden vader na jaren weer terugziet in de gevangenis. Ik zat bijna te janken. Of de weerzinwekkende scène in Parijs met het arme kind dat wordt aangereden door een koets en ter plekke overlijdt. Er bestonden in die tijd nog geen aparte voetpaden, de koets reed veel te hard en de markies in de koets kijkt kalm door het raampje om te zien wat er gaande is..

Een lange kerel met een slaapmuts op had een bundeltje tussen de voeten der paarden opgeraapt en het op de onderrand van de fontein neergelegd, en lag ernaast geknield in de modder en het vocht, jammerend als een wild dier. […] Monsieur de markies liet zijn ogen over hen allen gaan, alsof het slechts ratten waren, die uit hun holen waren gekropen. Hij haalde zijn beurs tevoorschijn. 'Het komt me zeer merkwaardig voor,' zei hij, 'dat lieden van jullie slag niet op jezelf en je kinderen kunt passen. De een of de ander van jullie loopt ons steeds in de weg. Ik weet niet eens of jullie mijn paarden geen letsel hebben aangedaan. Hier! Geef hem dat!' Hij smeet een goudstuk uit het rijtuig om het de bediende te laten oprapen...

» details   » naar bericht  » reageer