menu

Hier kun je zien welke berichten Ted Kerkjes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Wat een Land! Dichter des Vaderlands Vertelt over Nederland - Driek van Wissen (2008)

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
Driek van Wissen was van 2005 tot 2009 Dichter des Vaderlands. In 2008 was het thema van de Kinderboekenweek 'Poëzie', en Van Wissen heeft daar met deze bundel handig op in gespeeld.
De inhoud van het boek betreft één groot gedicht met ontzettend goede illustraties van Jan Jutte. In het gedicht wordt de Nederlandse cultuur "met mild-kritische blik" doorgenomen en op de hak genomen. Het is een soort "Carnaval Festival", maar dan in één land.
Wijlen Van Wissen is op zijn best in als hij bepaalde aspecten ridiculiseert, zoals het Koningshuis, de politiek en de sport, maar sommige kritiek is wat voor de hand liggend, zoals de vakanties et cetera, en daardoor minder grappig.
Opvallend is dat de dichter alles als "gek" afdoet, behalve het onderwijs. Als het om school gaat, maakt de Dichter des Vaderlands toch plaats voor de docent Nederlands.

Wie Je Droomt Ben Je Zelf - Paul Biegel (1977)

4,0
Ted Kerkjes (moderator)
''Doe wat moeder zegt,' zei moeder.'

Dit boek was voor mij een grote verrassing in positieve zin. Mijn verwachtingen waren niet erg hooggespannen: boekenweekgeschenken zijn zelden erg goed en ook de kinderboekenweekgeschenken die ik van Paul Biegel las (Een tijdje later (samen met Willem Wilmink) en Het eiland daarginds) vind ik wat slap. Maar dit boek is een bijzonder interessant werk.

Het is sowieso een gewaagd boek. Het is namelijk complex, poëtisch en verontrustend. Ik vind het veelzeggend dat Biegel hiervoor gekozen heeft: een auteur zou het kinderboekenweekgeschenk gemakkelijk als een visitekaartje kunnen beschouwen. Voor veel mensen is het immers misschien hun eerste kennismaking met jouw werk. Je zou dan een toegankelijk, spannend avonturenboek of zoiets dergelijks af kunnen leveren, maar Biegel schreef deze psychologische allegorie, vol symboliek.

Ik heb het boek vaker moeten lezen om het zo goed mogelijk te kunnen doorgronden. Het begint met een inleiding, waarin de auteur het verband tussen dromen en sprookjesverhalen legt: "Fantasieverhalen en sprookjes evenals dromen uit je binnenste. (...) Je zou kunnen proberen sprookjes te begrijpen zoals je kunt proberen een droom te begrijpen, om erachter te komen wat er werkelijk in het binnenste van mensen, dus jezelf, leeft. Het verhaal in dit boek is niet nieuw. (...) Maar dat is ook de bedoeling, want als je het verhaal niet goed kende, zou je ook niet merken dat de verteller iets uit het binnenste ervan naar buiten heeft gehaald: de wolf. De wolf waar je zo bang voor bent, waar je tegen vecht, waar je voor vlucht, dat is niet een wolf in het bos. Het is iets uit je eigen binnenste, verkleed als wolf."
Het bekende verhaal waar hij het over heeft, is het sprookje van Roodkapje. In Biegels bewerking krijgt de wolf een heel andere uitwerking, net zoals de wolf later door Imme Dros in haar bewerking De wolf die tegen water praatte in een heel ander daglicht gesteld werd. De wolf is in dit verhaal namelijk de belichaming van de fantasieën van de personages. De grootmoeder dorst naar de dood, Roodkapje wil sprookjes, et cetera. Het boek is ontzettend interessant geconstrueerd en mooi van taal. Neem de subtiele woordherhalingen in de beginregels van de hoofdstukken en de Biegeliaanse neologismen (de grootmoeder was helemaal "verwolfd"). Het resultaat is een betoverend, ongrijpbaar, mysterieus boek dat je aan het denken zet.

Winkel van Wimper, De - Ted van Lieshout (1993)

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
De personages die in het werk van Ted van Lieshout centraal staan, zijn vaak (jonge) mensen die zichzelf heel bijzonder vinden en hopen dat anderen dat ook zien. Ze voelen vaak een sterke drang om grootse dingen te verrichten om de wereld te laten zien waartoe ze wel niet in staat zijn. Dit terugkerende thema is zelfs aan de titels af te lezen: ‘De allerliefste jongen van de hele wereld’, ‘Ik ben een held’, ‘Wij zijn bijzonder, misschien zijn wij een wonder’ of de geweldige titel ‘Ik en de koningin’.
Ook in veel van zijn gedichten zit de drang naar grote daden, zoals in het schitterende ‘Lichtblauw kleurpotlood’:
En in de morgen is het donker
stilletjes weggegaan.
De lucht is licht en heel misschien
heb ik dat wel gedaan.
Wimper past perfect in het rijtje van dergelijke personages. Net zoals Pipet in ‘Kind te huur’ is Wimper een zeer ondernemend kind. Maar waar Pipet door haar ouders eigenlijk achtergelaten wordt, kiest Wimper er zelf voor om zijn ouders te verlaten.
‘Denk nog eens aan mij,’ zei Wimper op een dag in april. Hij stond op de drempel met zijn spaarpot in de hand, klaar om uit huis te gaan.
Zijn vader en moeder huilden, want ze hadden gedacht dat Wimper altijd bij hen zou blijven.
(...)
‘Wacht nog een paar jaar,’ riep zijn vader.
‘Dat kan niet, want ik heb haast.’
Voor Wimper de hoek om ging, zwaaide hij even.
En misschien stierven zijn vader en moeder wel van verdriet. Of misschien leefden ze nog lang en gelukkig.

Wimper is vastbesloten om een eigen winkel te openen met een grote etalage. Van al zijn spaargeld kan hij het kleinste winkeltje van de wereld kopen. Het heeft geen etalage, maar dat geeft niet, want Wimper speelt dan zelf maar voor etalage.
Als Wimper zijn winkel heeft gevonden - de winkel ligt in een bos zonder wegen - ontdekt hij al snel dat het al bewoners heeft: een egel, een spin en een rups. De dieren weigeren de winkel te verlaten ondanks Wimpers eigendomspapieren. Maar dan verzint de slimme winkelier een manier om de dieren in te zetten voor zijn commerciële doeleinden.

Het verhaal is weer lekker absurd, zoals vaker bij Van Lieshout. Maar, zoals ook gebruikelijk bij Van Lieshout, is er net wat meer aan de hand. Zo gaat het boek op een verrassende manier over natuur en cultuur. Verder speelt verdwaald zijn nog een opvallende rol.
‘Hier is een kaart van de wereld,’ zei Wimpers vader. ‘Dan kun je niet verdwalen.’
‘Ik hoef geen kaart, want ik verdwaal niet,’ zei Wimper.
‘Kom Wimper, wees nou eerlijk,’ zei zijn moeder. ‘Jij neemt nooit de tijd om te kijken waar je gaat. Natúúrlijk zul je zonder kaart verdwalen.’
‘Deze keer niet,’ zei Wimper, ‘want ik weet precies wat ik wil. En als je een doel hebt leidt elke weg daar naar toe, al is het nog zo’n omweg.’
En Wimper krijgt gelijk: hij weet de kleinste winkel van de wereld te vinden in het bos zonder wegen. Alle mensen die in het bos terecht komen, verdwalen binnen de kortste keren en kloppen dan bij Wimpers winkel aan. Niet om iets te kopen, maar om de uitweg te vragen. Uiteindelijk weet Wimper hier slim een slaatje uit te slaan.
Vooral het begin en het einde van het boek zijn erg goed, met name vanwege de originaliteit en de schoonheid van Ted van Lieshouts taal (en de schoonheid van Van Lieshout tekeningen bij het beeld-epiloogje). Het middenstuk is wat wisselvalliger, maar niet vervelend.
Dit boek bevat illustraties van de auteur. Van Lieshouts tekeningen vind ik altijd geweldig: zijn stijl is uit duizenden te herkennen. Jammer dat hij in zijn latere werk wat minder is gaan illustreren. (Hij vertelde eens dat hij romans illustreren “saai” vond, omdat hij dan “telkens hetzelfde poppetje moest tekenen”. In poëziebundels voelde hij meer vrijheid.) Het boek bevat ook nog een verhaaltje in beeld: alle 'hoofdstukken' beginnen met een klein tekeningetje en samen vertellen die het verhaal van twee vogeltjes die een nest beginnen. Het is interessant om te kijken hoe dat verhaal zich verhoudt met het hoofdverhaal.

Het allerlaatste beeld van het boek is het gelijmde spaarvarken, een mooi symbool voor de commerciële exploitatie van de natuur.

Winterijs - Peter van Gestel (2001)

4,5
Ted Kerkjes (moderator)
In Winterijs vertelt Thomas Vrij over de koude winter van 1947. Hij is tien jaar en woont samen met zijn verstrooide en dromerige vader in Amsterdam. Zijn moeder stierf niet lang na de oorlog: zij overleed de tweede kerstdag van 1945. Het verdriet wordt door vader en zoon eigenlijk nogal opgekropt: beiden weten zich er geen raad mee en lopen er maar mee rond. Vader kookt een ketel zonder water en praat tegen de kraan en Thomas reageert ontwijkend als er naar zijn moeder wordt gevraagd, zoals personages in Van Gestels boeken zo goed ontwijkend kunnen reageren.
Thomas, door velen ´Tommie´ genoemd, is een zeer dromerige jongen. Hij is een typisch ¨schoffie¨ wat zijn taalgebruik en nukkige houding betreft, maar hij is wel een fantasievolle schoffie: hij verzint aldoor de prachtigste verhalen. Zo vertelt hij als de vrienden van zijn vader op bezoek zijn een aangrijpend verhaal over toen hij een zielig hondje zag dat vastgevroren was aan het ijs. Helaas worden zijn verzinsels zelden geloofd, wat hij dan moeilijk kan verkroppen. ¨Zwijgend bekeken ze me. Ze lieten niet met zich spotten, die kerels. Ik sprong van de kist en kroop weg achter een rookstoel, verstopte mijn hoofd achter mijn benen. Ik krijg jullie wel, dacht ik, ouwe stakkers, vlegels - het zou wat, jullie kunnen de rambam krijgen, de pest in je hart, de vliegende tering in je kop, nooit nee nooit vertel ik jullie nog iets.¨
Thomas heeft zijn rijke fantasie van geen vreemde: zijn vader is schrijver. Later zou hij echter niet in de voetsporen van zijn vader willen treden: een heel boek bij elkaar verzinnen lijkt hem een rotwerkje.
Door zijn dromerige aanleg en de Amsterdamse setting is de vergelijking tussen Thomas Vrij en Kees Bakels uit een Theo Thijssens Kees de jongen natuurlijk snel gemaakt. Maar was het niet Thijssens opvatting dat vrijwel iedere jongen zich in zijn geesteskind kon herkennen? Van Gestel zal ongetwijfeld veel geput hebben uit zijn eigen jeugd, aangezien hij zelf ook in 1947 als tienjarige door Amsterdam wandelde. De parallel met Kees de jongen zal de auteur waarschijnlijk zelf ook zijn opgevallen: hij heeft deze in ieder geval bewust versterkt door de protagonist ¨smoor¨ te laten zijn op klasgenoot Liesje Overwater, want die naam lijkt me een verwijzing naar Rosa Overbeek.
Op een dag leert Thomas Piet Zwaan kennen, een vroegwijs (Thomas zegt: ouwelijk) jongetje dat bij hem in de klas komt. Al gauw worden ze vrienden, hoe verschillend ze ook zijn: Thomas is een zogenaamd schoffie, met bloedkorsten op de knieën, een snotneus en grof taalgebruik en Piet, of ´Zwaan´, zoals hij steevast door Thomas genoemd wordt, is een zeer belezen jongen, erg wijs voor zijn leeftijd en heel beleefd. Waarom zoekt Zwaan Thomas op? Hij neemt Thomas zelfs mee naar zijn deftige huis, waar hij woont bij zijn excentrieke tante Jos en zijn dertienjarige nicht Bet. Thomas krijgt hier, ondanks zijn onbeleefdheid, een warm welkom.
De geringe inkomsten nopen Thomas' vader tot het nemen van een baan. Hij vindt werk in Duitsland: hij gaat brieven censureren voor het Britse leger. Thomas moet worden ondergebracht bij tante Fie. Deze weet niet goed raad met de dromerige aard van haar neef en Thomas vindt het daar dan ook niks en vlucht steeds vaker naar dat deftige huis van Zwaan, waar hij vreemd genoeg altijd met open armen wordt ontvangen. Sterker nog: als tante Fie haar enkel verzwikt, waardoor het zorgen voor Thomas haar wat moeilijk wordt, mag hij bij tante Jos, Bet en Zwaan logeren!
Wanneer Thomas bij Zwaan logeert in het deftige huis op de Weteringsschans gebeurt er van alles: hij raakt allereerst ontzettend goed bevriend met Zwaan, hij wordt smoor op de dertienjarige nicht Bet, maar hij stuit ook vaak op zaken waar niet over gesproken mag worden. ´Niks begrijpen, niks vragen.´, ´Daar heb jij gelukkig nog geen weet van.´, ´Heeft je vader je nooit iets verteld?´ en ´Ik vertel het je heus nog wel eens, Tommie.´zijn veelgehoorde zinnen. Stukje bij beetje krijgt Thomas echter de verhalen over het verleden te horen.

Wat het boek in mijn ogen in de eerste plaats zo goed maakt, is de schrijfstijl. Thomas vertelt het verhaal met zijn eigen taalgebruik, een vocabulair vol zogenaamde ¨vloekwoorden¨: ´verrekte´, ´rot-´ en dergelijke. Niettemin staat het boek vol prachtige, poëtische zinnen. Het gebruik van interpunctie vond ik erg opvallend: waar de meeste auteurs -zeker auteurs van jeugdliteratuur- een zin in stukken zouden hakken, plaats Van Gestel een komma, wat zinnen oplevert als: ¨Op zaterdagmiddag, toen Zwaan en ik door de stad zwierven en van een man in generaalspak Heck niet mochten binnengaan, zodat ik Zwaan van mijn vele centen niet op ranja en een tompoes kon trakteren en we in arrenmoede bij een dikke Cineac Chinees kleverig snoepgoed kochten dat pijn aan je tanden deed maar lekker zoet was en we de voorstelling in de Cineac tweemaal bekeken, omdat we de tekenfilm nog een keer wilden zien en we smoor werden op een blonde zangeres die bij een orkestje met veel trompetten guitig en hups aan het zingen was, gleed tante Fie op de Jozef Israëlskade uit en verzwikte haar enkel.¨. Dit verhoogt het spreektaalgehalte, maar nogmaals: het boek staat vol schitterende zinnen.
Wat ook helpt, is dat Thomas Vrij een geweldig personage is: zijn dromerigheid, zijn brutaliteit, de manier waarop hij ¨smoor¨ is op Bet en de manier waarop hij Piet Zwaan bewondert, is prachtig neergezet. Thomas is een jongen die in stilte bewondert. Hij kropt zelf veel verdriet op, maar wanneer een ander bedrukt is, beurt hij hem op met een ¨pigpagpengeltje¨.

Verder is het boek rijk aan vele thema's. Zo behandelt het boek op originele wijze de oorlog. Ik vond het interessant hoe weinig de kinderen, die niet direct getroffen waren door de oorlog, wisten wat er nou eigenlijk gebeurd was. Zo weet Thomas eigenlijk niets. Dit komt natuurlijk doordat kinderen overal buiten werden gehouden: er werd ontzettend veel opgekropt en verzwegen.
Een ander mooi aspect is de vriendschap tussen Zwaan en Tommie, een vriendschap die wordt gekenmerkt door contrasten: het contrast braverik-schoffie, het contrast rijk-arm, maar vooral het contrast wetend-onwetend. Thomas is onwetend, door het Grote Zwijgen. Het Grote Zwijgen en het Grote Opkroppen, waardoor al het verdriet en alle geheimen onuitgesproken blijven liggen en zich ophopen, wat in het boek gesymboliseerd wordt door de sneeuw, het gladde winterijs.

Wolf Die tegen Water Praatte, De - Imme Dros (1991)

4,5
Ted Kerkjes (moderator)
the Cheshire cat, wat ontzettend leuk dat jij dit boek ook gelezen hebt! En natuurlijk dat jij het ook goed vindt!
Ik heb het boekje weer eens uit de kast gepakt en doorgelezen, en ik ben tot de ontdekking gekomen dat dit boekje voor mij wel geldt als één van de beste boeken die Imme Dros gemaakt heeft. In al haar ogenschijnlijke, bedrieglijke eenvoud (in zowel de tekst als de illustraties) schuilt de kracht van dit werk. Hoe de Grote Boze Wolf (in een werkje van slechts vijftig pagina's!) diepte krijgt en een personage wordt met wie je meeleeft, is echt heel knap gedaan.

Wonderlijke Reis van Papageno, De - Frank Groothof (2001)

3,0
Ted Kerkjes (moderator)
Lief klein boekje van Frank Groothof. Voor de mensen die bekend zijn met zijn werk een festijn van herkenning vanwege de vele toespelingen op zijn theaterprogramma's. Het boek heeft iets mystieks en avontuurlijks, het suggereert meer dan wat er staat. Daarom een ruime voldoende.