menu

Hier kun je zien welke berichten Ted Kerkjes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Saturday - Ian McEwan (2005)

Alternatieve titel: Zaterdag

2,0
Ted Kerkjes (moderator)
Onsympathieke personages hoeven een hoge waardering voor een boek niet in de weg te staan, maar een zeker zelfbewustzijn is dan wel noodzakelijk. Als je een boek leest en je vindt de hoofdpersoon weerzinwekkend, maar je hebt het idee dat het boek juist het tegendeel vindt, dan is dat gewoon niet fijn. En dat had ik dus met dit boek: Henry Perowne vind ik gewoon een strontvervelende man, maar ik had de indruk dat ik hem eigenlijk een held moest vinden of zo.

Sowieso vond ik het milieu waarin het boek zich afspeelt gewoon vervelend. Perowne is een succesvolle neurochirurg, Rosalind (zijn vrouw) is een succesvolle advocaat, Theo (zijn zoon) is een succesvolle bluesmuzikant (hij gaat binnenkort zelfs naar New York!) en Daisy (zijn dochter) is een succesvolle dichter (zij woont zelfs in Parijs!). Blablabla. En dat woont ook nog allemaal (op Daisy na dan) in een villa in Londen, het kan niet op. Het is allemaal helemaal perfect en dat werkte behoorlijk op mijn zenuwen. Waarom zit er niet één mislukt kind in? Waarom is er niet één kind bij dat wel ambities heeft, maar bij wie het gewoon allemaal niet wil lukken? Daar komt ook nog bij dat er ook geen greintje ironie in het geheel te vinden is. Ik vond het behoorlijk irritant en vermoeiend.

En dan de hoofdpersoon: Henry Perowne twijfelt geen moment aan zichzelf. Hij denkt niet na over de consequenties van zijn daden, hij is totaal niet empathisch, en hij denkt eigenlijk alleen maar aan zichzelf.
Om over zijn subtiele ‘casual’ racisme en misogynie te zwijgen: zijn behoorlijk foute, ongemakkelijke interacties met Andrea (‘An African queen.’ - sjezes) en de manier waarop hij zijn eigen dochter Daisy seksualiseert is behoorlijk tenenkrommend. Of die scène waarin ‘ie het eten klaarmaakt: eerst denkt hij ‘Now it turns out that even fish feel pain.’, waarna hij doodleuk de vis bereidt.
Henry’s persoon wordt in het hele boek eigenlijk niet geproblematiseerd. Het boek lijkt hem eigenlijk neer te willen zetten als de held van het boek, terwijl hij alles behalve een held is in mijn ogen.

Maar goed. De stijl van het boek is verder ook niet bepaald denderend. Het kabbelt allemaal een beetje voort met af en toe een kleine opleving, maar met name veel gedachten die niet al te boeiend zijn. Het is opvallend dat de passages die ik het best vond niet zozeer over Henry gingen: de discussie met Daisy over de protesten en de oorlog in Irak vond ik een verademing (vooral omdat er ein-de-lijk een andere 'round character' geïntroduceerd werd die ook nog eens tegengas geeft aan Henry's opvattingen) en dan nog de passage over Henry’s moeder (een erg ontroerende scène).
Maar verder vond ik het boek een hele opgave om door te ploegen. Waar het ook allemaal naartoe wilde, is me overigens een raadsel.

Volgens mij is voor dit soort boeken de term ‘Hampstead novel’ ooit uitgevonden.

Sleutelkruid, Het - Paul Biegel (1964)

4,0
Ted Kerkjes (moderator)
Trouwe lezertjes zullen zich wellicht nog kunnen herinneren dat ik eerder dit jaar bij "Nachtverhaal" over een leraar op de basisschool heb verteld die prachtig kon voorlezen. Toen noemde ik ook dit boek, "Het sleutelkruid", omdat dit de grootste indruk op mij gemaakt had. Ik weet nog goed hoe die markante man iedere week voorlas en ieder dier een eigen stem gaf, zonder zelf op de voorgrond te treden. Hij kon perfect het boek op geheel eigen wijze vertolken en tegelijk de stem van het boek behouden.
Die leraar heeft voor mij persoonlijk zeker een belangrijke rol gespeeld in mijn liefde voor literatuur (en kunst in het algemeen) die ik ontwikkeld heb, en ik ben hem dan ook zeer dankbaar. Later heb ik hem nog één of twee keer ontmoet en de tweede keer speelde ik met de gedachte hem aan te spreken om hem voor alles te bedanken, doch verlegenheid weerhield mij ervan.

In "Nachtverhaal" spelen verhalen al een grote rol, maar in dit boek nog meer. Dat is niet vreemd, want nadat Rolf van Ulzen van Uitgeverij Holland zeer tevreden was met de versjes die Biegel bij illustraties van Tsjech Adolf Zábransky maakte ('De Kukelhaan'), vroeg deze Biegel of hij ook een verhalenbundel wilde schrijven in de 'Kinderverhalen'-serie. Voor deze serie hadden eerder grote namen als Hans Andreus en Mies Bouhuys geschreven. Paul Biegel leverde in plaats van een verhalenbundel Het sleutelkruid in. De uitgever was aanvankelijk 'woedend', maar zijn stemming sloeg om toen hij ging lezen. Hij schreef 28 januari 1964 het volgende in een brief aan Biegel:
Ik heb pas 40 bladzijden gelezen van het manuscript, maar ik kan u dit wel zeggen: het is meesterlijk. Dit wordt een prachtig boek. Van harte gefeliciteerd! Ik ben erg blij met dit manuscript. Over enkele kleine dingen zal ik nog wel met u moeten praten, o.a. over "de goede God" in het verhaal van de leeuw. Ik ben een beetje bang dat men dit voor profaan gaat houden. De nederlandse tenen zijn in dit opzicht zeer gevoelig en laaaaaannnnngggg!
(bron: Paul Biegel: Schrijversprentenboek 39)
Het idee dat de verhalen van de dieren de oude koning Mansolein letterlijk in leven houden, is mooi en er spreekt ook zeker een grote liefde voor de kunsten uit. Helaas maakt deze verhaallijn het boek ook een beetje eentonig: ieder hoofdstuk is hetzelfde opgebouwd. De nadruk ligt dan ook meer op de "losse" verhalen. Wel denk ik dat het verhaal van Mansolein een goede vondst is: dit geeft de verhalen wat meer urgentie. Die eentonigheid had voorkomen kunnen worden door het boek wat korter te maken. Maar misschien dat het aantal verhalen vast stond?
Tegen het einde zakt de spanning een beetje. Op een gegeven moment heeft de lezer natuurlijk wel door hoe de hoofdstukken opgebouwd zijn. De verhalen zijn, op enkele na, allemaal fantastisch. Schitterend vind ik het verhaal van de leeuw en het verhaal van de draak.
Het is echt heel lang geleden dat ik het boek voorgelezen kreeg, maar ik wist nog verbazingwekkend veel details - het lezen was wel een sentimentele bedoening, moet ik zeggen.
Het verhaal lijkt eerst nog helemaal goed af te lopen, maar Biegel zet, in dit vroege werk al, op het laatst alles op losse schroeven, wat hij later nog veel vaker zou doen. Biegel is een sprookjesverteller die niet graag met 'en ze leefden nog lang en gelukkig' afsluit.

Het sleutelkruid is niet Biegels beste boek, maar voor mij persoonlijk wel een boek met een sterk emotionele lading. Het is wel echt een boek om iedere dag een hoofdstuk uit voor te lezen. Je zou gewoon bijna kinderen op de wereld willen zetten, enkel en alleen om Paul Biegel voor te lezen.

O ja, dat deeltje in de 'Kinderverhalen'-serie is er twee jaar later toch gekomen: "
Kinderverhalen van Paul Biegel".

Sofies Verden - Jostein Gaarder (1991)

Alternatieve titel: De Wereld van Sofie

2,5
Ted Kerkjes (moderator)
Ik vind het boek erg lastig te beoordelen. Wat ik in ieder geval kan zeggen, is dat het boek in mijn ogen literair gezien gewoon erg tekort schiet. Echter is verreweg het grootste gedeelte informatief. Dat zijn dan wel meteen de stukken waar het boek aan de ene kant erg sterk is (de geschiedenis van de filosofie wordt helder uitgelegd), maar tegelijkertijd belabberd (de dialogen zijn tenenkrommend).
Als de leraar Sofie vertelt, vervalt Sofie in ongeloofwaardige dooddoeners als "Ga door!" en "Ik ben sprakeloos!". (Waar is de braaksmiley als je 'm nodig hebt?)
De plottwist is goed verzonnen en leuk uitgewerkt, maar de schrijver is duidelijk geen literair genie. Een enkele keer weet hij een goede typering neer te zetten, maar eigenlijk vond ik het boek erg slecht geschreven.
De informatie over de filosofie is wel interessant.

Stille Kracht, De - Louis Couperus (1900)

1,5
Ted Kerkjes (moderator)
Ted Kerkjes schreef:
Tegen de tijd dat Couperus de opgaande zon heeft beschreven, is 'ie alweer onder.
Dit schreef ik ongeveer twee weken geleden op de (helaas nog wat schier obscure) pagina ‘Het dit of dat-spel’. En eigenlijk vat die zin wel zo’n beetje mijn gevoel ten opzichte van ‘De stille kracht’ samen. Couperus’ stijl leunt wat mij betreft veel te veel op mooischrijverij die voor mij totaal niet werkt. Ik ben al niet zo’n fan van beschrijvingen, maar bij Couperus vind ik de beschrijvingen èn niet mooi (want ik vind het taalgebruik ronduit lelijk en vervelend) èn niet effectief (want het beschrevene gaat voor mij niet leven). Dus tja, dan blijft er gewoon weinig over. Het was voor mij echt een bevalling om mij door die brei van oubollig, kitscherig taalgebruik heen te worstelen en ik was dolblij toen ik van het boek af was. "Het taalgebruik is moeilijk/taai" hoor ik vaak, maar dat impliceert een beetje dat je het gewoon niet begrepen hebt als je het niet waardeert. Maar ik vond het gewoon lelijk.
Om heel eerlijk te zijn, verbaas ik mij er wel over dat dit werk zo hoog gewaardeerd wordt. Blijkbaar kunnen veel mensen deze schrijfstijl wel waarderen. Ik voel me bijna een beetje een cultuurbarbaar dat ik in de lach schiet bij zinnen als
Groot en forsch, tevreden met zijn huis en zijn gezin, had hij iets prettigs van stevige mannelijkheid, en lachte om zijn snor de joviale trek.
*proest*
Ik ben bijna aan mezelf gaan twijfelen. Ik dacht: 'Ben ik een oppervlakkige, cultureel afgestompte millennial die door whatsapp en YouTube een hopeloos verslapte concentratieboog heeft gekregen en daardoor niet meer in staat is klassieke meesterwerken, vol weelderige, barokke, eloquente bijzinnen, die op hun beurt weer vol staan met pompeuze adjectieven, op waarde te schatten?'
Maar nee, het is gewoon mijn smaak niet. Verder heb ik ook niet per se iets tegen oude boeken, maar wel tegen boeken die ik ouderwets vind. En dit boek vind ik ouderwets.
Misschien dat ik in de toekomst nog een sprookje van Couperus probeer, want ik kan me zo voorstellen dat zijn stijl daar wel wat beter bij past.

Stoorworm, De - Wim Hofman (1989)

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
Op de ‘Dag in dag uit’-pagina van De Volkskrant heb je momenteel de leuke rubriek ‘Opgedragen, afgedankt’ (van Henk Bovekerk), waarin kringlopenboeken met een persoonlijke boodschap op het voorblad de revue passeren. Zelf ben ik ook vrij regelmatig dergelijke boeken tegengekomen - zelfs hele briefwisselingen heb ik ooit tussen de pagina’s gevonden. Toen ik ‘De stoorworm’ bij een tweedehandsboekwinkel vond, ontdekte ik ook een persoonlijke boodschap op het schutblad, geschreven in een prachtig, krullerig handschrift.
Kleine meisjes met rood haar worden vaak bruut behandeld. Dat blijkt maar duidelijk uit dit verhaal. Ik doe mijn best enig tegenwicht te bieden. Gefeliciteerd met je verjaardag.
26 juli 1991
En dan de afzender.
Het handschrift is echt schitterend: zwierig en uitbundig, maar toch heel recht en verzorgd. Er is duidelijk aandacht aan besteed. Wat ik verder zo leuk aan deze boodschap vind, is dat de afzender duidelijk weet wat hij geeft: hij heeft het boek gelezen. Echt leuk om zoiets in je boek te vinden. Het geeft natuurlijk wel te denken waarom en hoe het boek in de tweedehandsboekwinkel terecht gekomen is, maar ja.

En het is ook waar: het meisje met rood haar uit dit boek, Zurkeltje, wordt bruut behandeld, zoals de personages in de boeken van Wim Hofman vaker in een vervelende situatie zitten. Hofman is misschien wel één van de zwartgalligste auteurs die ik ken. Zijn verhalen lenen zich op het oog misschien voor vrolijke, doldwaze avonturen, maar over alles hangt toch een sombere waas. Misschien komt dat door de afstandelijkheid waarmee alles geschreven. Zodra er ellende komt, wordt dat met humor verdreven, maar zodra het humoristisch wordt, komt er ook weer ellende om dat weg te spoelen. Heel bijzonder.

De Zeeuwse Wim Hofman verwijst met dit verhaal duidelijk naar de Watersnoodramp: het verhaal gaat over een reusachtige overstroming die het hele land opslokt. De oorzaak van de ramp is de stoorworm.
‘Een grote zeeslang, de stoorworm, maakt de dijk kapot. Alles maakt hij kapot.’
Hoewel Hofman dus duidelijk naar de realiteit verwijst, bevat het verhaal ontzettend veel fantastische elementen: pratende koffiepotten, wandelende tafels, zwemmende stoelen en alles lijkt volkomen vanzelfsprekend en normaal. Er valt daarom ook veel te glimlachen in de boeken van Hofman.
,,Schurken zijn het,’’ zei Zurkeltje.
,,Ach, wat weet jij daar nou van!’’ zei Kiloman.
Kiloman bleef mopperen. En toen ze in hun hut waren bleef hij mopperen.
En toen hij sliep mopperde hij nog. Hij droomde dat hij zijn laarzen moest uittrekken, maar dat ging heel moeilijk en daar was hij vreselijk kwaad om. Hij rolde op zijn bed heen en weer, en hij pruttelde en siste als een worst in een braadpan.


De boeken van Wim Hofman hebben allemaal een duidelijk eigen smoelwerk. Dat zit in Hofmans taalgevoel (neem nou die prachtige namen die hij bedenkt: Ietje Wit, Piekevet, Zurkeltje, Kiloman en natuurlijk de Stoorworm), zijn bijzondere tekeningen (waaruit zijn voorliefde voor machinerie en vervallen krotten blijkt) en zijn algehele eigenzinnigheid (zoals dat stukje bladmuziek dat opeens in het boek zit).
'De Stoorworm' vind ik niet zijn beste boek (dat blijft voor mij Zwart als inkt), maar een boek van Wim Hofman valt nooit tegen.