menu

Hier kun je zien welke berichten Ted Kerkjes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Pappa Is een Hond - Guus Kuijer (1977)

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
Dit boek lijkt me wel een typisch voorbeeld van een high concept-boek, een soort gedachte-experimentje: wat als alle mensen - op één na - van de één op de andere dag zouden verdwijnen?

Dat is precies wat er in het boek gebeurt: Mark wordt op een dag wakker en ontdekt dat er verder niemand in het huis is. Het gas en de elektriciteit zijn afgesloten, de straten zijn leeg, de huizen staan er verlaten bij, in de verte blaffen honden. Alle mensen zijn verdwenen, maar de andere dieren zijn er nog wel.
Mark ontfermt zich over de dieren - al is ontfermen eigenlijk niet het juiste woord: Mark past wel op de dieren, maar hij merkt gaandeweg dat de natuur eigenlijk alles prima zelf regelt. En tegelijk ontdekt hij dat hij zelf ook een schakeltje in de natuur is.

Het is een bijzonder apart verhaal. De verlaten wereld is zowel herkenbaar als bevreemdend. De “dystopische” omschrijvingen van de lege gebouwen deden mij denken aan de beelden van het verlaten Londen uit Danny Boyle’s film ‘28 Days Later...’. Tamelijk akelig allemaal.

Marks contact met de dieren wordt nergens geromantiseerd of wat dan ook: de dieren vreten elkaar op of worden opgevroten door grote insectwolken en zo. De omslag en de (zeer misleidende) titel doen misschien een jolig boekje vermoeden, maar dat is het dus allerminst. Al is er ook wel typische wrange Kuijers-humor aanwezig. Stilistisch is het een hier en daar wat minder scherp dan in zijn andere boeken (misschien ook omdat Guus Kuijer wat mij betreft excelleert in de dialogen, die in dit boek grotendeels ontbreken), maar verder is het een leuk boekje.

Wat een bijzonder en verrassend oeuvre heeft Guus Kuijer toch.

Parken en Woestijnen - M. Vasalis (1940)

4,0
Ted Kerkjes (moderator)
Vaak als ik een stukje van mezelf teruglees, schaam ik mij toch een beetje. Ik blijf het lastig vinden om mijn gevoelens en gedachten over kunst onder woorden te brengen en het stukje dat het uiteindelijk oplevert, raakt de plank dan ook niet altijd. (Vaak vind ik mezelf nogal stellig, terwijl ik dat niet echt ben.) Toch blijf ik stukjes schrijven. Waarom? Allereerst omdat ik de kleine worsteling die schrijven is ondanks alles wel leuk vind en verder ook omdat ik de indruk heb dat ik boeken beter onthoud als ik er over schrijf en ja, stiekem ook omdat het boek in kwestie dan bovenaan in de updates komt te staan, en het dus wat meer aandacht krijgt.
Over poëzie schrijf ik niet zoveel, hoewel ik wel veel liefde voor gedichten koester. Aan de ene kant vind ik het ontzettend moeilijk om Iets zinnigs over poëzie schrijven, maar aan de andere kant zou ik het gewoon jammer vinden als poëzie in het vergeethoekje terecht zou komen, alleen omdat niemand erover durft te schrijven. Dus laat ik het toch maar doen.

In het allereerste gedicht ('Drank, de onberekenbare') zet Vasalis meteen de toon voor de hele bundel:
Onder 't net en vlot gesprek,
dat mijn hoofd, met bruine hoed
met de gastheer voeren moet,
denkt mijn hele ziel: verrek!
Deze vier regels schetsen eigenlijk de situatie waarin vrijwel alle gedichten zich afspelen, of waar vrijwel alle gedichten op z'n minst mee te maken hebben: een scheiding tussen lichaam en geest. ‘Drank, de onberekenbare' vindt plaats op een feest, waar het hoofd met tegenzin 'een net en vlot gesprek' voert met de gastheer, terwijl, onderhuids, de ziel 'verrek' denkt. Ook in veel andere gedichten speelt deze scheiding tussen lichaam en geest een rol, zoals in het bekendere gedicht 'De idioot in het bad':
hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren
en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.
of in 'De krekels'
ik heb geen lichaam en geen zwaarte meer
mijn geest is rustig en ik luister...
In deze voorbeelden is de scheiding wel heel expliciet aanwezig, maar in veel gedichten is het wat subtieler. Neem de titel van de bundel: 'Parken en woestijnen'. In het licht van de bundel duidt deze titel misschien op een soortgelijke scheiding. De parken zouden het lichaam kunnen zijn: een stuk natuur dat zich dient te schikken voor de buitenwereld en voor de andere mensen, terwijl de woestijn een stuk ongerept natuur is, vol extreme uitersten en fata morgana's.

Een ander aspect dat ook in bijna in elk gedicht terugkeert, is de "plotselinge gewaarwording": in de meeste verzen is een (alledaagse) observatie de aanleiding voor een (diepzinnige) gedachte of verzuchting. Een ontmoeting met een ezeltje is de aanleiding tot een mijmering over vergankelijkheid, een fanfare-corps in het park ontketent een lofrede op schoonheid en een busrit over de Afsluitdijk roept een gedachte op over de tijd. Deze "omwenteling" is in veel gedichten zelfs aan te wijzen, omdat de gedachte ingeluid wordt met woorden 'plots', 'opeens' en 'en toen', 'plotseling' en dergelijke.
Hoewel deze opzet dus soms erg in het oog springt, is dat niet overal per se vervelend, omdat Vasalis vaak vrij sterke beelden kiest, wat mij betreft. In een enkel geval zijn de beelden wel erg pijnlijk verouderd en achterhaald (‘feestende negerstammen’ en dergelijke), maar over het algemeen is dit niet het geval en hier en daar weet Vasalis zelfs verrassend modern uit de hoek te komen - zeker als je beseft dat de bundel alweer uit 1940 komt. Neem het gedicht 'Tijd', waarin het lyrisch-ik “langzaam leeft” en de wereld ziet als een doorgespoelde VHS-tape.
Ook ‘Angst’ vond ik toch wel modern aandoen:
Ik ben voor bijna alles bang geweest:
Voor ‘t donker, voor figuren op het kleed.
Wat volgt is een opsomming van angsten. Misschien dat ik dat modern aan vond doen, omdat het mij heel erg deed denken aan het lied ‘Voor alles’ van Wende Snijders, dat in 2017 de Annie M.G. Schmidt-prijs won. De tekst van dat lied, een gedicht van Joost Zwagerman, bestaat uit een lange opsomming van de meest uiteenlopende angsten. Maar aan het einde van het lied komt de omkering:
Voor alles altijd bang geweest
Maar niet voor jou
Ook het einde van Vasalis’ gedicht bevat een omkering:
Dat zijn nu angsten, die ik wel vertrouw.
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
wanneer zij ‘s morgens in de kamer treedt
samen met het ontluisterend licht en ik weet
wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.
Zo eindigt het gedicht van Vasalis beduidend triester dan Wende’s lied. Let ook op het feit dat het lyrisch-ik niet eens de boodschap zélf vreest, maar het feit dat het lyrisch-ik al van te voren weet wat de boodschap zal zijn: dat is de “vracht van rede”. En zo bevat ook dit gedicht weer de terugkerende scheiding tussen lichaam en geest, gevoel en verstand.

Hoewel deze bundel hier en daar dus wat ouderwets aandoet wat taalgebruik en ideeën betreft, vind ik de gedichten van Vasalis nog altijd de moeite waard, vooral dankzij de muzikaliteit die er in zit. Ik heb persoonlijk wel een zwak voor mooie ritmes en klankrijke woorden en ik vind dat Vasalis rijm en metrum op een prachtige manier gebruikt. Het sterkste gedicht is wat mij betreft ‘De Dood’ - dat is overigens ook een gedicht waarin “de formule van plotselinge gewaarwording” niet (zo nadrukkelijk) aanwezig is. Het begint vrij speels en redelijk humoristisch als de Dood zelfmoord aanprijst als een soort macabere colporteur (‘De Dood wees mij op kleine, interessante dingen: / dit is een spijker - zei de Dood - en dit een touw.’), maar naar het einde toe, als de Dood persoonlijker wordt, sijpelt er een diep verdriet het vers in. Het is een klein gedicht, zonder grote woorden, maar toch (of juist daardoor) heeft het een enorme impact.
Alleen al vanwege dat gedicht verdient de bundel, in mijn ogen, even een plekje bovenaan de updates.

Perfecte Stilte - Thomas Verbogt (2011)

3,0
Ted Kerkjes (moderator)
Dit boek las ik eerlijk gezegd in eerste instantie puur om een tijd te overbruggen: het boek dat ik eigenlijk wilde lezen was al bezet, dus ik moest de wachttijd maar even opvullen met een ander boek. En dat werd dit dus.

Het is best een fijn boek. Het is de eerste roman die ik van Verbogt las, dus ik kan het verder niet relateren aan enig ander werk van de man, maar Verbogt (die mij, aan zijn bibliografie te zien, een typische veelschrijver lijkt) schrijft duidelijk ervaren, vlot en kundig. Het is nergens echt groots of heel bijzonder, maar de personages worden toch knap neergezet en komen echt tot leven.
Toch komt het boek een beetje over als “een tussendoortje”. Dat klinkt misschien ietwat oneerbiedig, maar dat bedoel ik verder niet negatief. Het is allemaal erg fijn om te lezen, maar ergens voelt het ook wat vluchtig. Dat heb ik wel vaker bij “veelschrijvers”, dat sommige boeken wat minder urgent voelen en (daardoor?) een minder grote indruk achterlaten.
Ik zal Verbogt dus niet snel binge-lezen, maar het lijkt me de uitgelezen (hahaha pun intended) schrijver om af en toe tussendoor te lezen.

Peter and Wendy - J.M. Barrie (1911)

Alternatieve titel: Peter Pan

3,0
Ted Kerkjes (moderator)
Een wankel monument

Peter Pan is ongetwijfeld één van de bekendste figuren uit de wereldliteratuur: bijna iedereen zal het beeld van het vliegende jongetje wel kennen. Ik vraag mij persoonlijk wel af hoe bekend Peter Pan tegenwoordig nog zou zijn geweest als die (lichtelijk irritante) Disney zich er niet bemoeid had, maar goed: Peter Pan is een toneelstuk/boek met een klassiekerstatus. Het verhaal werd in 1904 uitgebracht als toneelstuk met de naam 'Peter Pan or The boy who would not grow up', en in 1911 kwam het uit in romanvorm met de titel 'Peter and Wendy', later 'Peter Pan'.
Het boek voldeed stilistisch gezien helaas aan mijn lage verwachtingen: ietwat onbeholpen en chaotisch. Barrie verzon de verhalen over Peter Pan voor de vijf zoons van Sylvia Llewelyn Davies die hij tegenkwam in Kensington Gardens. Het 'geïmproviseerde vertellen' schemert in de schrijfstijl nogal door, waardoor niet alles even goed uitgewerkt is.
In het eerste hoofdstuk, dat ik persoonlijk het beste vond, introduceert Barrie Mr. en Mrs. Darling, de ouders. Dat doet hij, wat mij betreft, op een ontzettend sterke manier: Barrie zet ze neer als goede mensen (ze heten niet voor niets Darling), maar prikt tegelijk door hun ‘façades’ heen: ze zijn namelijk ook enigszins burgerlijk. In ieder geval zijn Mr. en Mrs. Darling door deze gelaagdheid redelijk ‘echte’ mensen. De kinderen Wendy, John en Michael hebben deze gelaagdheid minder. Barrie slaagt er niet in om de kinderen te laten leven, omdat hij ze een beetje portretteert als waren ze een ander soort wezen. Dit komt ook tot uiting in het concept ‘Neverland’: ‘Neverland’ is namelijk eigenlijk een in kaart gebracht kinderbrein.
Doctors sometimes draw maps of other parts of you, and your own map can become intensely interesting, but catch them trying to draw a map of a child’s mind, which is not only confused, but keeps going round all the time.
Kinderen zijn in dit boek eigenlijk geen mensen, maar ‘Kinderen’: andere wezentjes. En dat irriteerde mij. J.M. Barrie heeft met dit boek, denk ik, geprobeerd een monument voor Het Kind op te richten, maar hij heeft per ongeluk een werk afgeleverd waarin hij Het Kind schromelijk te kort doet. Hij heeft ze allereerst over één kam geschoren en daarnaast heeft hij Het Kind geromantiseerd. Barrie's visie op kinderen ademt te veel de gedachte 'o, wat zijn kinderen toch leuk; o, wat hebben ze een fantasie!, maar ach! wij grote mensen hebben dat allemaal niet meer...'.
Volgens mij heeft Barrie met de figuur Peter Pan het kind willen personificeren, maar het kind is daarmee te eenzijdig.
“Pan, who and what art thou?” he [=Captain Hook] cried huskily.
“I’m youth, I’m joy,” Peter answered at a venture, “I’m a little bird that has broken out of the egg.”
Barrie heeft het kind met dit boek onbereikbaar gemaakt: kinderen en grote mensen zijn twee totaal verschillende wezens. Alle mensen zijn eerst kinderen en daarna volwassen en alle mensen ondergaan een onvermijdelijke karakterverandering. Hierna is ‘Neverland’ voorgoed onbereikbaar.

Peter Pan heeft echt wel goede aspecten. De figuren Mr. en Mrs. Darling en Nana vond ik sterke figuren - die laatste stal in de Disneyfilm ook al de show. Helaas komen deze figuren weinig aan bod, omdat het verhaal zich uiteraard grotendeels op de avonturen in Neverland focust. De scènes met deze personages vond ik echter wel de hoogtepunten uit het boek.
De avonturen op Neverland vond ik daarentegen niet zo boeiend. De rol van Captain Hook had meer potentie gehad: Captain Hook lijkt namelijk een soort vaderfiguur waartegen Peter Pan zich verzet. In het toneelstuk werden de rollen van Mr. Darling en Captain Hook ook door dezelfde acteur gespeeld. In het boek komt de symboliek van Captain Hook pas tegen het einde wat naar voren als Captain Hook, in een soort monoloog, wat meer uitgediept wordt. (Die monoloog is overigens ook één van de beste stukjes uit het boek, vind ik.) Ik denk dat Barrie uit dit gegeven meer had kunnen halen.
Al met al viel deze klassieker mij wat tegen. De schrijfstijl van Barrie is niet al te best en met zijn houding tegenover Het Kind ben ik het ook totaal niet eens. (Om over de vrouwonvriendelijke rol van Wendy maar te zwijgen...) Enkele aardige vondsten, enkele redelijke personages en een handjevol mooie zinnen (“To die will be an awfully big adventure.” of “Never say goodbye because goodbye means going away and going away means forgetting.”) maken dit boek nog wel genietbaar.

Prozess, Der - Franz Kafka (1925)

Alternatieve titel: Het Proces

4,0
Ted Kerkjes (moderator)
Kafka heeft de gave om op een prettige manier met de deur in huis te vallen. Zowel de openingszin van 'De gedaanteverwisseling' als die van 'Het proces' introduceren direct de hoofdpersoon, "het probleem van de roman" en de sfeer van het boek. Je zou met die zin de hele roman samen kunnen vatten. Heel knap. Over films wordt overigens ook vaak gezegd dat een goede openingsshot het einde al in zicht draagt.
In de openingszin van 'Het proces' wordt K. op een ochtend (misschien "nadat hij uit onrustige dromen ontwaakte"?) gearresteerd. Hierin zit al de machteloosheid en het overgeleverd zijn aan een vage hogere macht zonder de oorzaak te weten en die zaken blijven de hele roman een belangrijke, misschien wel de belangrijkste, rol spelen. Ook het existentialisme van het boek zit al in de zin verstopt, want K. is natuurlijk een vage naam, en daarmee een vaag mens: wie of wat is "K."? Zelfs het bed-motief, dat overal in Kafka's werk op schijnt te duiken, is in de openingszin aanwezig, al is het impliciet. In bed en vooral op de bedrand gebeuren in Kafka's boeken veel belangrijke dingen, waardoor Roberto Calasso in zijn essay K. het bed in Kafka's werk 'de drempel naar een andere wereld' noemde. Overigens viel mij in 'Het proces' op dat K. heel vaak uit het raam kijkt. Een soort raam-motief, dus. Dan lijkt het raam te staat voor escapisme en is het raam de poort naar een andere, allicht mooiere wereld. (Het raam-motief in dit boek zal trouwens ongetwijfeld eerder door iemand anders ontdekt zijn.)
Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik de schrijfstijl in 'Het proces' minder aansprekend vond dan in 'De gedaanteverwisseling'. In het laatstgenoemde boek schrijft Kafka veel kernachtiger, korter, maar 'Het proces' is aanzienlijk langdradiger, vooral in de dialogen. Ik houd heel erg veel van dialogen in boeken (in films trouwens ook - en in het echt), omdat vaak in de dialogen de personages worden uitgediept, of beter gezegd: zichzelf uitdiepen. Dit is in dit boek ook zeker wel het geval, maar deze dialogen zijn niet echt menselijk te noemen: het klinkt allemaal te bedacht en te veel als schrijfstijl, naar mijn smaak. Zo praten mensen niet - zeker niet in zulke situaties. Nu zal dit ongetwijfeld ook aan de leeftijd van het boek liggen, maar dat maakt het niet minder storend. De taal van de dialogen maakt de personages minder "mensen", waardoor het hele boek minder leefde voor mij. (Paradoxaal genoeg vond ik wat dat betreft 'De gedaanteverwisseling' veel menselijker.)
Een ander minpuntje is ook een 'vormdingetje'. De structuur van het verhaal ovnd ik namelijk ook niet zo heel sterk. Het "verhaal" voelt namelijk een beetje als een kapstok waar Kafka zijn ideeën aan op wil hangen. K. gaat van het ene figuur naar het andere om met degene te praten en via die personage leert K. en de lezer weer iets nieuws over het dystopische labyrint van de bureaucratie. (Wat die structuur betreft, heeft 'Het proces' wel wat weg van 'Alice's adventures in Wonderland' van Lewis Carroll.) Helaas voelt 'Het proces' hierdoor wat minder als een echt verhaal.
Het boek is echter wel zeer rijk: het barst van de interessante vragen, ideeën en constructies. Ook zijn er vele prachtige scènes: de geselscène, de scène in de dom en het geweldige einde.
Dat de roman onvoltooid is, is overigens niet echt een probleem. Ik vraag me ook wel af wat Kafka nog allemaal kwijt had gewild. Van mij had het nog wel wat korter en bondiger gekund dan dit.
Misschien lijk ik nu een beetje negatief, maar dat ben ik toch zeker niet: 'Het proces' sleept hier en daar wat, maar het blijft zeker zeer boeiend. En het geweldige einde maakt dat de lezer het boek ontgoocheld dichtslaat.