menu

Hier kun je zien welke berichten Ted Kerkjes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Kamers, Antikamers - Niña Weijers (2019)

2,5
Ted Kerkjes (moderator)
Na het lezen van haar debuut De consequenties was ik erg benieuwd naar dit tweede boek van Nina Weijers. Hier en daar had ik al gehoord en gelezen dat Kamers, antikamers niet bepaald een toegankelijk boek was. En inderdaad, dat is het niet. Kamers, antikamers is experimenteel, het is niet of nauwelijks narratief, het is postmodern, het is meta, het is verwarrend… en eigenlijk vond ik het vooral een beetje saai – zeker naar het einde toe.
De lezer krijgt verschillende impressies voorgeschoteld van verschillende mogelijke levens, allemaal alternatieven die naast elkaar bestaan. Tegelijkertijd lijkt de auteur overduidelijk een autofictioneel spelletje te spelen door continu te verwijzen naar haar eigen persoonlijke leven (en Maartje Wortel) en naar teksten van haarzelf (columns en zo).
Er is van alles gaande in dit boek, maar het liet me allemaal volledig koud. Ik kan experimenteel werk wel waarderen, maar ik wil toch wel vermaakt worden. Experiment is geen eindproduct: als het goed is, levert experiment iets op, en van dat resultaat verlang ik toch dat het mij op één of andere manier prikkelt. Ergens ben ik dan een beetje bang dat ik de verkeerde “beoordelingscriteria” loslaat op dit boek: het is immers experimenteel, misschien is het helemaal niet de bedoeling dat het mij iets doet, en ligt daarin het amusement? Ik vrees dan wel eens dat ik een bekrompen lezer ben die niet openstaat voor experiment, en ik raakte tijdens het lezen dan ook verwikkeld in een innerlijk conflict met mijn lezersgeweten:

Tsss. Je houdt alleen van experiment als het binnen jouw bekrompen denkraam past!

“Sorry. Misschien heb je gelijk en ben ik niet de avontuurlijke lezer die ik zo graag zou willen zijn.”

Hahaha, die ben je duidelijk niet, nee!

“Maar is het dan zo onredelijk van mij dat ik geprikkeld wil worden door een boek? Ik bedoel, je kunt toch van een experimenteel boek verlangen dat het … vermaakt?”

Vermáák? Een experimenteel boek dat vermaakt is geen écht experiment! Een écht experimenteel boek overschrijdt grenzen en vervreemdt de lezer! Een écht experimenteel boek is voor niemand echt leuk.

“Dus eigenlijk moet ik, om een experimenteel boek te waarderen, het leuk vinden om níét vermaakt te worden?”

Geef het maar op, je zult het toch nooit begrijpen.

Kater met Eén Oor en Andere Wonderlijke Verhalen, De - Peter van Gestel (1991)

4,0
Ted Kerkjes (moderator)
De kinderen van Guus Kuijer zijn niet op hun mondje gevallen en bezien met een heldere blik de soms hypocriete wereld van de volwassenen, de kinderen van Imme Dros kampen veelal met tegenstrijdige emoties en hebben de prachtige gave ergens verslingerd aan te kunnen raken, de kinderen van Joke van Leeuwen weten de wereld met zo'n originele blik te gadeslaan dat het alledaagse bijzonder wordt en het bijzondere alledaags en zo kan ik nog wel heel lang doorgaan.
De kinderen (of geesteskinderen) van Peter van Gestel zijn dikwijls ook te herkennen aan een bepaalde eigenschap: het zijn namelijk veelal eenzame, ietwat trieste, fantasierijke, introverte kinderen. In dit boek is dat erg duidelijk. Geen enkel kind lijkt erg gelukkig of vrolijk. Ze hebben allemaal iets eenzaams. De dialogen zijn, zoals gebruikelijk in het werk van Van Gestel, rommelig en bij vlagen moeilijk te volgen. Dit stoort echter nergens. Ik vind het een gedeelte van de charme. De dialogen zijn ook zo geschreven dat ze volstrekt geloofwaardig zijn. Ik geloof dat de schrijver ook vooral bekend staat om zijn onnavolgbare dialogen.
Peter van Gestel heeft een schrijfstijl die bewonderaar Willem Wilmink ooit 'verstild' heeft genoemd, en ik zou eigenlijk geen beter woord kunnen verzinnen. Dit heeft misschien te maken met het feit dat "het de protagonist allemaal "overkomt". Vooral de gedachten van de hoofdpersonen worden uitgediept, waardoor je door hun ogen alle toestanden een beetje observeert. Zelf nemen de hoofdpersonen weinig deel met het gebeuren, zodat zij nogal buitenbenerig zijn. De gedachten worden door de schrijver vrij droogjes genoteerd, waardoor je een soort droge observatie van het situatie krijgt. Daardoor krijgt het die 'verstilde' stijl. Dat Willem Wilmink deze stijl zo kon waarderen, is begrijpelijk; hij heeft in interviews vaak verteld dat hij zichzelf een soort voyeur vond, omdat hij weinig ergens bij hoorde, maar vooral observeerde. Het is een stijl die ook mij erg bevalt. Deze heeft wel een vervreemdende werking: de protagonisten distantiëren zich zodanig van het geheel, waardoor ook de lezer dit enigszins doet. In Nachtogen was dit zodanig het geval dat het stoorde. Omdat dit boek een bundeling korte verhalen betreft, deed het hier niet echt afbreuk.
De achterkant van het boek verraadt al dat de verhalen voor wie goed leest niet zo wonderlijk zijn als ze in eerste instantie lijken. Dat lijkt ook de opzet van het boek: er is iets wonderbaarlijks, maar aan het einde kan dit geheel zonder het bovennatuurlijke verklaard worden. Hierdoor heeft ieder verhaal een soort 'clue'. Het voelt echter niet echt als "een ontknoping": er wordt niet duidelijk naartoe gewerkt en er wordt geen nadruk op gelegd. Gelukkig niet. Peter van Gestel laat zijn lezers ook zelf conclusies trekken: hij gaat uit van een nadenkend en oplettend publiek. Heerlijk dat hij niet uitleggerig de boel verklaart, maar gewoon de lezer zelf na laat denken. Veel ontknopingen vind ik erg origineel en onverwacht. Veelal hebben ze een bittere bijsmaak, er is vaak iets naars aan de hand. Doordat dit boek overal sober en subtiel is, zal vooral de oplettende lezer deze wrange, treurige bijsmaak proeven.
Wat het boek vooral prachtig maakt, is de schrijfstijl van Peter van Gestel. Het enige minpunt is dat doordat de verhalen allemaal een bepaalde opzet hebben, de bundel, ondanks de originele invulling van de "formule", helaas een piepklein beetje naar herhaling neigt. Dit valt gelukkig mee, maar het gevaar is wel aanwezig.
Ik vind het zeker een poëtische bundel.

Nu ik dit schrijf en terugdenk aan de sombere verhalen met het enigszins deprimerende jaren zeventig werk van Herman van Veen en buiten de herfst, verhoog ik mijn cijfer wat. Dit is de ideale setting om dit werk te lezen.

Kijkvoer & Leesgenot - Drs. P en Michèl de Jong (2011)

2,0
Ted Kerkjes (moderator)
Aan Drs. P's status als taalvirtuoos zullen weinig mensen twijfelen. De virtuoos dankt zijn status vooral aan zijn grote aandeel in vooral de 'lichte poëzie' (Drs. P introduceerde veel nieuwe versvormen in het Nederlandse taalgebied en was een zeer productief plezierdichter) en hij blonk uit in het propageren van de rijkheid van de Nederlandse taal. In ieder interview dat ik van hem zag, dweepte hij in schitterende zinnen met de pracht van het Nederlands.
De Onze Taal maakte een noemenswaardig interview naar aanleiding van de toekenning van de Groenman-taalprijs. Daarin vertelt de doctorandus onder andere ontzettend liefdevol over boeken en schrijvers die hij erg bewonderd, als Elsschot en, hoewel zijdelings, Thijssen. Deze bewondering contrasteert nogal met zijn betoog over het moderne taalgebruik, waarin hij tiert over de taalverarming. Op het eerste gezicht komt het wellicht zeurderig over, maar achter het onbegrip zit geen blind conservatisme of zoiets, maar juist een zeer rijk gevoelsleven: Drs. P was van mening dat het gevoelsleven verarmt als de taal verarmt. Een logische redenering, want met taal geef je uitdrukking aan gevoel.
Van dit rijke gevoelsleven is in zijn liederen niet heel veel te merken, wat ik persoonlijk erg jammer vindt. Zijn liederen zijn zeer humoristisch, maar door de onpersoonlijkheid spreken andere tekstdichters als Ivo de Wijs en Kees Torn mij toch meer aan: hun teksten zitten even onberispelijk in elkaar als die van de doctorandus, maar hebben veel meer gevoel.

In deze bundel staan niet alleen ollekebollekes van Drs. P, maar ook van Michèl de Jong, een jongere dichter - hij was 27 toen dit boek verscheen. De Jong (geboren in 1984) studeerde archeologie en treedt sporadisch op. Misschien dat trouwe kijkers hem nog kennen van Twee voor twaalf, waar hij in 2010 aan meedeed.
Wat wel grappig is aan de bundel is dat vrijwel alles in de dubbele dactylus geschreven is: de metrum van het ollekebolleke. De titel, maar ook de titels van de rubrieken staan in dezelfde dreun en het dankwoord is in de versvorm geschreven. Dat is natuurlijk wel geestig.
De verzen zijn helaas niet allemaal even geslaagd. Sommige lijken niet eens zozeer humoristisch bedoeld, maar komen over als een boodschap, een mededeling op rijm. Achterin is te lezen wie welke verzen geschreven heeft en het viel me op dat ik over het algemeen het aandeel van Michèl de Jong meer kon waarderen. Wellicht dat hij vanwege zijn jeugdige leeftijd wat modernere, frissere humor heeft.
De werkjes staan gerubriceerd in negen rubrieken. Het eerste rubriek bevat dierenverzen, het tweede rubriek gaat over Griekse mythologie, rubriek drie is 'nogal uiteenlopend', de vierde gaat over geschiedenis in chronologische volgorde, rubriek vijf betreft een rubriek vol (bewust kneuterige) prentbriefkaarten met daarnaast een vers (dit is het in de titel beloofde kijkvoer), rubriek zes is een 'grimmige toekomstdroom' over de terugkeer van Adolf Hitler, ook de zevende rubriek is 'nogal uiteenlopend', het één-na-laatste rubriek bevat parodieën en het negende en tevens laatste rubriek bevat spotverzen over de Roomse Kerk.
De zesde en de negende rubriek zijn de twee dieptepunten in de bundel, wat mij betreft. Het verhaal over Adolf Hitler die in 2070 terugkeert en onder de naam Kurt Müller tegen de rokers ageert, is gewoon niet grappig. De laatste rubriek over de Roomse Kerk valt wat mij betreft te vaak in herhaling om leuk te blijven.
Wat de bundel ook eentonig maakt is natuurlijk de versvorm: telkens weer datzelfde riedeltje doet enigszins afbreuk aan het leesplezier. Het strakke korset van het ollekebolleke dwingt de dichters soms tot weglatingen die de zinnen wat krom en onnatuurlijk maken, wat mij ook af en toe stoorde.

Deze verzen zouden ongetwijfeld beter tot hun recht komen als ze waren verspreid over meerdere bundels tussen andere versvormen. Het ollekebolleke verveelt gewoon veel sneller dan bijvoorbeeld een sonnet en ook de droge humor wordt eentonig na een tijd.
Sommige mensen ervaren het ollekebolleke als een uiterst aanstekelijke versvorm. Door bundels als deze raken zij geprikkeld tot het zelf construeren van zo'n gedicht. Zelf heb ik dat niet: ik hoef voorlopig geen ollekebolleke meer te zien.

Kind te Huur - Ted van Lieshout (1989)

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
Dit is één van de boeken uit de schoolbibliotheek die mij nog helder voor de geest staat. Ik weet nog goed dat ik dit boek vaak geleend en gelezen heb. Andere boeken die ik vaak geleend en gelezen heb zijn De rover Hoepsika en Deesje. Het verhaal zèlf daarentegen kan ik mij minder goed herinneren. Ik weet nog dat ik het erg absurd en grappig vond en de tekeningen vond ik geweldig. Ook herinner ik mij een hoofdstuk dat maar één woord was. Nu ik dit boek na al die jaren in mijn bezit heb, kan ik het eindelijk herlezen.
Het verhaal gaat over een meisje, Pipet genaamd, met ouders die erg reislustig zijn. Dit in tegenstelling tot hun dochtertje dat liever thuis blijft. Pipet wil geen huis op wielen, maar een kasteel dat op dezelfde plek blijft staan. Het kind besluit dat het beter is dat haar ouders maar op reis gaan zonder haar. Zij redt het wel alleen, want ze is een echt zakenkind en ze heeft al een plannetje bedacht om aan geld te kopen: ze wil zich verhuren aan ouders zonder kind. Met het geld dat ze daarmee verdient, kan ze haar droom verwezenlijken: het kasteel kopen! Pipet hangt een advertentie op in een supermarkt. Het adres dat ze opgeeft, is het adres van een hotel. Haar idee blijkt een gat in de markt: de klanten stromen binnen.
De eerste kinderboeken die Ted van Lieshout schreef, zoals Raafs reizend theater en Luitje en de limonademoeder zijn vaak absurde, dwaze en kleurrijke verhalen vol met vreemde figuren en gebeurtenissen. Dit boek past perfect tussen die boeken. Het boek bevat alle ingrediënten van een "vroege-Van Lieshout". Een rariteitenkabinet aan eigenaardige personages passeert de revue. Alle personages hebben hun eigen, aardige, eigenaardige eigenschappen. Niet zelden lijkt er een zekere symboliek of een dubbele laag te schuilen achter alle gekte. Zo ontvluchten de twee mannelijke hoteleigenaren regelmatig de drukte door in de kast te kruipen.
Een ander opvallende passage is de passage waarin Pipet langsgaat bij haar huurouders Leo en Lenie. Lenie pakt haar fototoestel om een fotoalbum te vullen met de eerste foto's van hun gezinnetje. Leo krijgt het warm en trekt zijn kleren uit, en vraagt Pipet dit ook te doen. Die wilt dit liever niet, want ze heeft het helemaal niet warm. De huurouders dringen echter aan ("Als je vader zegt dat het warm is, is het warm!"), waarop Pipet vertrekt ("Ik ben alleen met kleren aan te huur!"). Vooral met het oog op Van Lieshouts jeugdervaringen, die hij later verwerkte in het boek Mijn meneer, is dit een zeer opvallende passage.

Het boek heeft een zeer luchtige sfeer en de nadruk ligt vooral op de humor en het absurdisme. Er zitten geweldige stukken in en hilarische gedachtekronkels. Ik kan het niet laten een kleine passage te citeren:
"'Ik hou niet van reizen, dat zeg ik dan maar vast,' zei Pipet. 'Ik hoef niet zo nodig naar alle overkanten van waar ik ben. De aarde is rond, dus de allerverste overkant is een mierestapje achter je. Dan kun je net zo goed de hele wereld overslaan en een keertje achterom kijken. Eigenlijk is mijn rug dus mijn allerverste overkant!'"
Achterin het boek is een klein stukje gewijd aan de schrijver. Er staat dat hij vanaf zijn vijftiende niet meer op vakantie wilde. Vijftien jaar later is hij maar één keer op vakantie geweest, waar hij niets aan vond. "Hij gaat liever op vakantie in een boek."

Kleine Johannes, De - Frederik van Eeden (1885)

4,0
Ted Kerkjes (moderator)
"Heb mij lief, heb mij lief! omvat mij als de hoprank de boomstam, blijf mij trouw als het meer de bodem, in mij alleen is al uw rust, Johannes!"

Wat een verrukkelijk boek is De kleine Johannes toch.
Tegenwoordig komt het volgens mij weinig meer voor, maar in "oudere" boeken kom je het vaker tegen: een introductie van de schrijver aan het begin van een verhaal - althans, in de wat oudere boeken dit ik gelezen heb, dan. Zo ook in dit werk: in het begin is de schrijver aan het woord die de lezer het verhaal aankondigt, maar ook meteen waarschuwt. Ik vind dit erg leuk: het maakt het boek wat persoonlijker, en je zit op de één of andere manier meteen in het boek.
Het boek zou je in principe als een sprookjesachtige coming-of-age-roman kunnen omschrijven. Het verhaal vertelt, verpakt en verhuld in symboliek, over het volwassen worden.
Het taalgebruik van Van Eeden vind ik schitterend. Hier en daar kan het wat archaïsch aandoen, maar dat vind ik alleen maar goed werken. Verder zorgde het soms zelfs voor een humoristisch effect. Voor een deel speelt het boek zich af in in de wereld van de natuur. Johannes wordt verkleind en praat in die hoedanigheid met diverse insecten en andere dieren. In het begin deden deze stukken mij wat denken aan boeken als Erik of Het klein insectenboek, Ik wou dat ik anders was of Altijdgrijs, maar dit boek verschilt in opzet toch zeer van deze andere werken. Het stuk dat mij het meest deed denken aan één van de genoemde werken, was dat van de zogenaamde Vredemieren. Dit herinnerde mij zeer sterk aan de mieren uit Ik wou dat ik anders was van Paul Biegel, die oorlog voerden tegen de rode mieren. Verder moest ik ook aan dit boek denken bij het lezen over de krekelklas. Maar verder houden de vergelijkingen wat mij betreft op.
Wat mij het allermeest fascineerde van het hele boek was het contrast: van de sprookjesachtige wereld van de natuur tussen de naargeestige, harde wereld waar Johannes later in terecht komt. Het is haast een gespleten boek, het hinkt op twee benen: licht en donker. In het boek zelf staat nog een zin te vinden die deze lading dekt: “Wondersnel wisselden zonlicht en schaduw op de bomen, als een telkens opvlammend vuur.” Deze twee kanten versterken elkaar en door de wisseling maakte het boek op mij veel indruk.
Het is een boek waar je lang over na kunt mijmeren. In het begin kan het boek wat zoetsappig en niksig aandoen, maar naarmate de duistere kant meer naar voren komt, wordt het steeds interessanter.
Dit boek is zeker een aanrader!