menu

Hier kun je zien welke berichten Ted Kerkjes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

In de Ochtend van het Leven - Theo Thijssen (1941)

Alternatieve titel: Privé-Domein Nr. 197

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
Wat een leuk boek! Zoals gertjan P. hierboven al opmerkt: je vindt Kees Bakels duidelijk terug in Theo Thijssen. En niet alleen in de persoonlijkheid van Thijssen, maar ook in feitjes: de schoenwinkel, de atlas, enzovoorts. Maar vooral ook de persoonlijkheid van Kees komt overeen, maar was het niet Thijssens bedoeling dat iedere jongen zich in Kees zou herkennen? Wellicht lijkt iedereen net zo veel op Kees Bakels als Theo Thijssen zelf.
Thijssen schrijft met veel dankbaarheid en humor. Eén van de humoristische hoogtepunten vond ik de speeltuin: de hel. Prachtig geschreven.
Ik vond het ook geestig dat Thijssen zich dikwijls verontschuldigde dat hij van bepaalde dingen niet het fijne wist, omdat het zo lang geleden was. Regelmatig geeft hij toe dat het in de werkelijkheid anders geweest kon zijn. Hij schrijft het op zoals hij het ervaren had. Gelukkig maar, anders was het misschien niet zo'n leuk boek geweest.
Aan het einde kreeg ik wel een brok in de keel. De harde realiteit. De laatste bladzijden hadden de beginbladzijden kunnen zijn van een coming-of-age roman.

In het Huis van de Dichter - Jan Brokken (2008)

3,0
Ted Kerkjes (moderator)
Een overdosis Youri Egorov

Dit werk is een biografie van de naar Amsterdam gevluchte Russische pianist Youri Egorov, met wie Jan Brokken bevriend was. Het feit dat dit boek een biografie in romanvorm is heeft een voordeel en een nadeel. Het voordeel is dat het in ieder geval literair gezien interessanter is dan een opsomming van feiten, waar een biografie toch vaak op neer komt. Het nadeel daarentegen is het onvermijdelijk fictionele elementen bevat, daar het een roman betreft. Niet alles is natuurlijk letterlijk zo gebeurd. Dus het voordeel is dus dat het niet enkel feiten zijn, maar het nadeel is dat het niet enkel feiten zijn.
Er is nog iets wat deze biografie onderscheid van andere biografieën: de schrijver kende de hoofdpersoon, in dit geval de Russische concertpianist Youri Egorov, persoonlijk en was met hem bevriend. Ook dit heeft een voordeel en een nadeel. Het voordeel enerzijds is dat Jan Brokken de man goed kende en dus goed over hem kan vertellen. Meer dan iemand die enkel informatie uit brieven en dergelijke kan putten. Anderzijds is het nadeel dat Jan Brokken de man persoonlijk heeft gekend en dat zijn visie dus gekleurd is.
En dat laatste is zeker het geval: Jan Brokken is bijna ongezond idolaat van Youri. Als lezer snak je vooral in het begin naar een kritische toon over de persoon Youri Egorov. Het boek staat bomvol superlatieven en lofzangen op de man, en niet eens alleen op zijn pianospel, maar ook op zijn karakter. Zeker in het begin van het boek is er geen kritiek te horen. Op bladzijde 76 is er nog nep-negativiteit te lezen, na een stroom overdreven complimenten. Brokken schrijft daar het volgende:
Toch vond ik, toen ik hem beter leerde kennen, dat hij te matig, te terughoudend was in zijn ambities. Wat hij deed, kon hij nauwelijks beter doen; telkens weer liet hij zich leiden door zijn drang de diepste betekenis en de diepste gevoelens hoorbaar te maken. Niet alleen droefheid, ook grimmigheid of vrolijkheid gaf hij een wijdere dimensie mee, want als die emoties komen uit onverzettelijkheid voort, uit een niet aanvaarden van de werkelijkheid zoals ze is. Maar zijn repertoire breidde hij te langzaam uit en met de stukken die hij koos nam hij weinig risico’s. (...) Hij kon meer, veel meer. (76.)
Dit is nep-negativiteit, een compliment verpakt in een zogenaamd kritiekpuntje. ‘Hij kon veel meer dan hij liet zien, maar hij wilde alles zó perfect doen dat hij zijn repertoire minder snel kon uitbreiden.’ Dat doet denken aan een sollicitatiegesprek. ‘Kun je een slecht karaktereigenschap van jezelf noemen?’ ‘Nou, ik ben nogal perfectionistisch.’ Dat is iets wat niet echt slecht is.
De bewondering voor Youri neemt op een gegeven moment bizarre vormen aan. Het toppunt wordt bereikt als het over de onzekerheden van Youri gaat. Brokken schrijft:
Toen ik een keer verzuchtte dat ik nooit in de spiegel kon kijken zonder me aan mijn neus te ergeren, zei hij: “Ik ook.” Maar zijn neus was uit de kunst, niet te klein, niet te groot, precies zoals een mannelijke neus hoorde te zijn. (218)
Deze bewondering grenst echt aan het absurde. (Om dit citaat heb ik bij het lezen erg hard moeten lachen.) Later in het boek ebt de bewondering wat weg en is er meer ruimte voor kritiek, al wordt het nooit echt expliciet.

Af en toe had de lezer wat meer mogen afkicken van een overdaad Youri Egorov, want het randgebeuren is ook interessant. Het tijdsbeeld dat Brokken schept is boeiend en zeker ook de situatie in Rusland. Op een gegeven moment vertelt de auteur over een reis die hij samen met zijn vrouw naar Rusland ondernam. Dat vond ik bijzonder interessant om te lezen. (Die verhalen bevallen misschien ook zo goed omdat het daarin even niet om die geweldig, fantastische, briljante, geniale, sympathieke, getalenteerde, virtuoze, vriendelijke, lieve Youri gaat.)
Het boek biedt bovendien wel een mooi kijkje in de muziekwereld. Hoewel ik zeker een liefhebber van klassieke muziek ben, wist ik erg weinig van het klassieke muziekwereldje. Ook merkte ik hoe weinig uitvoerende artiesten ik kende: de enige concertpianisten van wie ik voor dit boek had gehoord zijn Alfred Brendel en Glenn Gould. Dus ook wat dat betreft is dit boek erg verrijkend.

Brokken heeft een prettige schrijfstijl, maar echt bijzonder wordt het nergens. Af en toe goochelt hij, zoals Donkerwoud hierboven al aanstipt, wat te veel met componistennamen en muziekstukken en balanceert hij hiermee op het randje van decadentie. Ook de verwijzingen naar Russische literatuur zijn wat gekunsteld; Youri wil nog wel eens spontaan Russische gedichten citeren wanneer die op de situatie van toepassing zijn. Af en toe lijkt er ook wat "hoofdstedelijke arrogantie" in het boek te vinden. Neem de volgende zin:
Ze was ideaal gezelschap, je verveelde je nooit met haar. Sociaal-democraat in hart en nieren, republikeins, Joods, niet-gelovig, rationeel, dwars: Ruth was voor 200 procent Amsterdams. (71)
Ja natuurlijk, want alle Amsterdammers zijn natuurlijk sociaal-democraat en republikeins, en alle Amsterdammers zijn Joden, niet-gelovig, rationeel en dwars. Ik moest denken aan die uitspraak van het personage van Woody Allen in Annie Hall:
Don't you see the rest of the country looks upon New York like we're left-wing, communist, Jewish, homosexual pornographers? I think of us that way sometimes and I live here!
O, en nu ik toch bezig ben, mag natuurlijk de volgende dialoog uit dezelfde film ook niet ontbreken:
Alvy Singer: You are like New York, Jewish, leftwing, liberal, intellectual, Central Park West, Brandeis University, the socialist summer camps and the father with the Ben Shahn drawings, right, and the really, y'know, strike-oriented kind of, red diaper... stop me before I make a complete imbecile of myself.
Allison Portchnik: No, that was wonderful. I love being reduced to a cultural stereotype.


Maar goed al met al wel een redelijk boek. Het is knap hoe Jan Brokken een persoonlijke biografie heeft weten te schrijven, maar iemand had hem moeten intomen, wat zijn gedweep met Youri Egorov betreft. Wel heb ik zeker wat van dit boek over de jaren tachtig, het kunstwereldje, de klassieke muziekwereld geleerd. En, zoals Donkerwoud hierboven al schreef, had ik waarschijnlijk nooit kennis genomen van de pianist Youri Egorov als dit boek niet op mijn pad was gekomen.

Is Er Dan Niemand Boos? - Toon Tellegen (2002)

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
Helaas een ietwat eentonige bundel. Waarschijnlijk komt dat door het feit dat er sprake is van een thema: boos zijn. Natuurlijk weet Toon Tellegen dit thema vanuit verschillende perspectieven te belichten, maar toch valt deze bundel mij iets te vaak in herhaling, waardoor het als eenheid voor mij te eentonig werd. Echter zijn de verhaaltjes wel erg leuk, maar het is geen bundel om achter elkaar door te lezen. Dit merkte ik ook al toen ik Mijn Avonturen door V. Swchwrm las: als je de verhalen achter elkaar door leest, wordt het te veel.

Maar als je de verhalen gedoseerd leest, zijn ze briljant.