menu

Hier kun je zien welke berichten Ted Kerkjes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Call Me by Your Name - André Aciman (2007)

Alternatieve titel: Noem Me bij Jouw Naam

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
De twee Elio’s

Dit is de eerste keer dat ik een boek lees waarvan de verfilming mij helder voor de geest staat.
Je hoort zo vaak zeggen dat je beter eerst het boek kunt lezen en daarna pas de film kijken. Mwah. Zelf voel ik dat niet per se zo. Als je eerst het boek gelezen hebt, kijk je anders naar de film en als je eerst film gezien hebt, lees je het boek op een andere manier. Het is een andere leeservaring, niet per se een minder waardevolle. Meer niet.
Bovendien zijn boeken en films gewoon twee verschillende media, die elkaar helemaal niet in de weg hoeven te zitten. Dit is zeker het geval met ‘Call me by your name’: de film maakt echt gebruik van filmische aspecten en het boek van literaire aspecten. De film is zeer observerend: de camera registreert het gedrag en “legt de beelden aan de kijker voor”. Het boek is daarentegen geschreven vanuit Elio en daardoor veel introspectiever en (zelf)analytischer dan de film. Beide vertelwijzes hebben hun eigen kwaliteiten en leveren allebei een ander verhaal op.

Het grootste, of in ieder geval het opvallendste verschil tussen het boek en de film is de personage Elio. In mijn ogen is de Elio in het boek namelijk heel anders dan de Elio in de film. De Elio in het boek komt over als een veel eenzamer, sneuer en triester type. Niet dat hij doodongelukkig is, maar in ieder geval voelt hij zich eenzaam en onbegrepen - ook door zijn ouders. De film-Elio oogt daarentegen veel vrolijker: hij heeft goed contact met zijn ouders, hij trekt er vaak op uit en heeft veel vrienden. Natuurlijk kan ook iemand die op het oog heel vrolijk is zich heel eenzaam en onbegrepen voelen, maar de film-Elio heeft in ieder geval meer een sociaal leven, waar de boek-Elio met name thuis zit te lezen.

Ik heb wel een theorie die wellicht dit verschil kan verklaren: in de film ligt de focalisatie, net zoals in het boek, duidelijk bij Elio. Ieder scène, als ik mij goed herinner, is geschoten vanuit Elio. Om dat te kunnen bereiken, moest Elio uiteraard overal bij zijn: voor een consequente focalisatie is de aanwezigheid van die personage uiteraard een voorwaarde.
In het boek kan Elio schrijven dat Oliver ‘s avonds danst met anderen terwijl hijzelf thuis zit en hoe hij zich daarbij voelt, maar in de film kun je geen beelden van een dansende Oliver tonen en daarna cutten naar beelden van een thuiszittende Elio, want dan is de focalisatie vanuit Elio doorbroken. Natuurlijk had Luca Guadagnino, de regisseur, er ook voor kunnen kiezen om dit met taal op te lossen (een voice-over of zo), maar dat is natuurlijk wat minder filmisch en minder sterk.
Zodoende moest Elio voor de film zijn huis uit en met Oliver op pad. Het is een logische keuze, maar het heeft wel twee verschillende Elio’s opgeleverd: een feestbeest en een huismus. Overigens is bovenstaande enkel een verklaring die ik ook maar zelf verzonnen heb, dus het is heel goed mogelijk dat andere overwegingen aan de verandering ten grondslag lagen.

Waar het boek in ieder geval best goed in slaagt, is het oproepen van een zomerse sfeer. Het warme, zwoele, lome, trage, broeierige. Die sfeer van eindeloze dagen, een tijd die eeuwig en blijvend lijkt, tot het op is. Het is een prettige setting voor een verhaal als dit. En verder vertelt het boek gewoon een goed verhaal over liefde. Aciman weet ontzettend knap de verschillende vormen van verliefdheid te verwoorden. De onzekerheid, het aantrekken en afstoten (‘the ping pong game’), het gevoel dat je buitengesloten wordt, de manier waarop je tijdens een gesprek in je hoofd in iedere zin geheime boodschappen zoekt, waardoor een simpele opmerking een diepere betekenis krijgt. Het boek problematiseert op een mooie manier de communicatie tussen Elio en Oliver. Taal lijkt ontoereikend om te zeggen wat je wil en moet vertellen.
The words had seemed so real last night. Now they were just two words struggling to make sense.
Dit klinkt in de film op een sterke manier door in de prachtige liedjes van de onvolprezen Sufjan Stevens (geweldige artiest), met name in ‘Futile devices’, dat Stevens overigens niet speciaal voor de film schreef:
And I would say I love you
But saying it out loud is hard
So I won't say it at all
And I won't stay very long
But you are life I needed all along
I think of you as my brother
Although that sounds dumb
And words are futile devices
Aciman weet al deze aspecten op een zeer intrigerende wijze te kneden tot een verhaal, dat ook nog eens stilistisch gezien knap is, doordat het doorspekt is met leuke motieven en symboliek en dergelijke. Het belangrijkste motief is al verwerkt in de titel ‘Call me by your name’.
Perhaps the physical and the metaphorical meanings are clumsy ways of understanding what happens when two beings need, not just to be close together, but to become so totally ductile that each becomes the other. To be who I am because of you. To be who he was because of me.
André Aciman, die hoogleraar letterkunde is, schreef voor deze roman met name essayistische non-fictie werken, en dat klinkt ook wel in deze roman door. Het is dan wel geen Javier Marías-achtige ideeënroman geworden, maar het bevat meer en uitgebreidere mijmeringen dan de meeste romans, heb ik het idee.

Ik lees op het internet hier en daar wat kritiek op het semi-intellectuele sausje dat over de dialogen hangt. Daar kan ik wel in meekomen: de zeventienjarige Elio heeft wel absurd veel feitenkennis over van alles en nog wat. (Hal uit Aidan Chambers’ ‘Dance on my grave’ is er niks bij.) Nu is Elio’s vader natuurlijk wel professor en zo, dus wie weet is Elio’s intellect niet eens zo ongeloofwaardig, maar het creëert wel een beetje een onnodige distantie, vind ik. Die gesprekken over Monet en dergelijke hadden wat minder gemogen van mij.
Verder vond ik het boek naar het einde toe wat inkakken. De eerste helft vond ik bijzonder sterk, maar helaas wordt het daarna allemaal geleidelijk minder, met af en toe een opleving. De reis naar Rome vond ik het minst sterke deel van het boek. Ik vond het persoonlijk tamelijk saai, en dat terwijl dat juist het hoogtepunt zou moeten zijn voor Elio en Oliver. Het hele gedoe met die de dichter en dat feest in Rome boeide mij bijzonder weinig en ik voelde er ook niks bij. Ik bedoel: ik kon me ook niet bepaald inleven dat dat nou zo’n “leuke activiteit” was. Het voelde een beetje alsof ik op een feest was waar ik helemaal niets te zoeken had en toekeek hoe andere mensen de tijd van hun leven hadden. Ook het stuk nadat Oliver terug naar Amerika gaat (het boek gaat nog door waar de film ophoudt), had van mij niet gehoeven. Die hele sprong in de tijd vond ik eigenlijk ook afbreuk doen aan het geheel.
Zo wordt het boek naar het einde dus helaas steeds minder sterk, wat ontzettend jammer is, want het begin is erg mooi. Zonder de epiloog en het lange Rome-stuk had ik het zeker vier sterren gegeven.

Uiteindelijk vond ik de film beter dan het boek. (Al stond het boek bij voorbaat al achter, omdat dat nu eenmaal geen muziek van Sufjan Stevens bevat.) Maar ach, we zullen wel nooit weten of ik het boek beter had gevonden als ik de film niet eerst had gezien.

Catcher in the Rye, The - J.D. Salinger (1951)

Alternatieve titel: De Vanger in het Graan

4,5
Ted Kerkjes (moderator)
Een beetje onverwacht vond ik dit een geweldig boek.
Eerlijk gezegd had ik een heel ander boek verwacht: bij ‘The catcher in the rye’ had ik toch vooral associaties met de moord op John Lennon en de aanslag op Ronald Reagon en zo.
Maar het blijkt dus gewoon een heel lief en ontzettend grappig boekje.
It's sort of funny, in a way.

De figuur Holden Caulfield deed mij een beetje denken aan de karakters uit ‘Scott Pilgrim vs. the World’ en ‘Ghost World’ - toevallig (?) twee comicbook-verfilmingen. De jong-volwassen personages in die films lijken ook allemaal een soortgelijke hekel te hebben aan bijna alles om hen heen. (“You know what sucks? Everything.”, “This is boooring.”, "I'm just so sick of everybody.", "Everyone's just too stupid!") Zo’n houding heeft Holden Caulfield dus ook. (Ik zag bij het lezen ook wel een Michael Cera-achtige tiener voor me.) Wat deze werken volgens mij overeen hebben, is dat ze heel knap op een humoristische manier "onbegrepen jongeren" portretten, zonder deze belachelijk te maken.
Holden heeft een hekel aan alles wat in zijn ogen ‘phoney’ is. Eigenlijk komt zijn negativiteit voort uit teleurstelling: teleurstelling in de wereld om hem heen die continu verandert. Wat Holden niet doorheeft, is dat de wereld om hem heen niet zozeer verandert, maar dat hij zelf gewoon ouder wordt en dingen anders ziet. Holden ziet nu pas hypocrisie, huichelarij, onrecht, onkunde die hij vroeger niet zag, of misschien wel zag maar niet kon plaatsen. Holden verlangt terug naar zijn kindertijd, toen alles nog beter was. Het liefst zou Holden willen dat alles blijft zoals het was; hij zou, net als de eendjes in het park, willen verdwijnen voor de winter. Of net als de wassen beelden in het museum bevriezen.

Maar goed, ik kan hier nu wel een heel verhaal gaan opschrijven, maar ik geloof dat dit zo’n boek is dat eindeloos is uitgekauwd en geïnterpreteerd en geanalyseerd, dus alles wat ik in het boek gelezen heb, zal weinig toevoegen aan wat er al is gezegd. Ergens best jammer, al die aandacht.

Ik vond het een heerlijk boek. Het deed mij ergens ook wel denken aan ‘De avonden’ van Reve: dat boek gaat ook over een dolende, jonge protagonist in een winterse setting. (De boeken komen natuurlijk ook ongeveer uit dezelfde tijd.) Bij beide boeken moest ik trouwens ook regelmatig hard lachen. Misschien is Frits van Egters wel gewoon Holden Caulfield als 'ie wat ouder is.
Stilistisch is dit boek denk ik vooral effectief te noemen. Ik kan me wel voorstellen dat sommigen het spreektalige irritant vinden, maar ik vond het toch wel tof. Die Amerikaanse stopwoordjes die continu herhaald worden lijken mij ook wel essentieel voor het weergeven van Caulfields gedachtestroom. Bovendien dragen die ook wel voor een belangrijk deel bij aan het komische effect, vond ik.

Holden Caulfield is zeker een personage dat me bijblijft. Hij is zo’n prachtig gelaagd figuur: hij is lichtelijk irritant, maar tegelijkertijd ontzettend vertederend en lief in zijn liefde voor kinderen die hem doen denken aan zijn eigen jeugd en natuurlijk zijn zusje Phoebe. Eigenlijk heeft Holden een zwak voor alle mensen die onzeker zijn en twijfelen, zoals “the kettle drummer” en Bob Robinson. Ook zijn zwak voor zijn vroegere buurmeisje Jane Gallagher is zo schitterend beschreven.
“Ask her if she still keeps all her kings in the back row.”
Heerlijk onbeholpen en knullig.
En dan het einde met de draaimolen, dat is ook zo prachtig. Bij het einde lijkt Holden Caulfield ook een zekere ontwikkeling doorgemaakt te hebben: waar hij in het gesprek met Phoebe vertelde:
“Anyway, I keep picturing all these little kids playing some game in this big field of rye and all. Thousands of little kids, and nobody's around – nobody big, I mean – except me. And I'm standing on the edge of some crazy cliff. What I have to do, I have to catch everybody if they start to go over the cliff – I mean if they're running and they don't look where they're going I have to come out from somewhere and catch them. That's all I'd do all day. I'd just be the catcher in the rye and all. I know it's crazy, but that's the only thing I'd really like to be. I know it's crazy.”
, zegt hij aan het einde bij de draaimolen:
All the kids kept trying to grab for the golden ring, you and so was old Phoebe, and I was sort of afraid she’d fall off the goddamn horse, but I didn’t say anything or do anything. The thing with kids is, if they want to grab for the gold ring, you have to let them do it, and not say anything. If they fall off, they fall off, but it’s bad if you say anything to them.
Hij lijkt een soort vertrouwen te hebben gekregen, een soort optimisme. Maar goed, dit zal ongetwijfeld al eerder ergens geschreven zijn, dus laat ik het maar bij mijn eigen mening houden: schitterend boek.

Eigenlijk stom: als ik een boek heel goed vind, kan ik eigenlijk niet zo veel meer over zeggen dan dat ik het heel goed vind.

Christmas Carol, A - Charles Dickens (1843)

Alternatieve titel: Een Kerstvertelling

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
A Christmas carol is ongetwijfeld één van de bekendste verhalen uit de wereldliteratuur. Het is ontzettend vaak verfilmd en overal kom je referenties tegen naar dit werk. Het verhaal was mij dan ook lang en breed bekend toen ik dit boek las. Ik las de originele Engelse versie met daarnaast de vertaling van Antoon Coolen, welke ik zeer kan aanbevelen. Laat ik dat maar meteen doen: ik beveel de vertaling van Antoon Coolen zeer aan!
Zoals reeds gezegd: het verhaal is allang bekend. Zeer kort samengevat: Scrooge is een slecht mens die weinig voor anderen overheeft en er een zeer diepgewortelde haat jegens het Kerstfeest op nahoudt. Hij is eigenlijk een soort Grinch. Op een nacht wordt hij door drie (of eigenlijk vier) geesten bezocht die hem een spiegel voorhouden en hem een naar toekomstperspectief in het vooruitzicht stellen. Dit veroorzaakt misschien wel de meest radicale karakterontwikkeling uit de literatuur: Scrooge betert zijn leven.
De nurksige, humeurige, cynische en onverbiddelijke Scrooge vond ik erg leuk, juist door zijn gemeenheid. Als de geesten komen, is Scrooge vrijwel meteen om en enorm welwillend, wat ik wel jammer vond: dit maakt het allemaal wat te simplistisch. De eerste geest is het meest interessant, vind ik, omdat je zo meer over het verleden van Scrooge te weten komt. Dit maakt de protagonist wat minder karikaturaal. De passages met de tweede geest moeten het heel erg hebben van de idyllische taferelen die bij mij gelijk Anton Pieckerige beelden opriepen. Die stukken zijn nogal liefdevol, en dan is Dickens op z'n best. De derde geest duurde mij wat te lang. Het boek wordt echt geweldig als Scrooge zijn metamorfose heeft ondergaan en dingen als ¨Hela! hola! Hoepsasa!¨ en ¨O heerlijk!¨ begint te roepen.
De schrijfstijl van Dickens is in dit boek vooral erg aandoenlijk. Met name aan het einde schrijft Dickens ontzettend liefdevol en dat is wel het leukst om te lezen.
Het verhaal is natuurlijk enigszins voorspelbaar en zo moraliserend als iets, maar bij dit boek past het gewoon.

Vier kerststerren!

Consequenties, De - Niña Weijers (2014)

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
Life imitates art / art imitates life

Hoe oneerlijk is het dat boeken die zwak beginnen, maar sterk eindigen uiteindelijk een betere nasmaak achterlaten dan boeken die heel goed beginnen, maar naar het einde toe wat minder worden.

Dit boek behoort helaas tot de laatste categorie. Het begin vond ik tamelijk geweldig: de protagonist is de jonge, succesvolle kunstenares Minnie Panis. Minnie maakt conceptuele kunst waarin het existentialisme centraal staat met als terugkerende vraag: ‘Bestaat Minnie Paris?’. De eerste helft van het boek kabbelt een beetje en gaat geen duidelijke richting op, maar daar houd ik eigenlijk altijd wel van. Minnie Paris is een erg fijn personage en voor de verandering geen “zoveelste geschifte twenty something”, zoals mjk87 al schrijft. Het kunstwereldje waarin Minnie ronddoolt is bijzonder interessant en Weijer heeft veel humor, waarmee ze ook regelmatig het gewichtige kunstwereldje relativeert. Geweldig beschreven ook hoe Minnie continu aan haarzelf twijfelt en eigenlijk voortdurend denkt te vallen, maar zichzelf telkens weer met een even sierlijke als roekeloze zwaai weet op te vangen, zoals met het Radio 1-interview, waarin ze haar slachtofferpositie naar de positie van opdrachtgever weet te veranderen (bijzonder leuke scène). Ik heb in de eerste helft regelmatig hardop gelachen. De omschrijvingen van Minnies kunstprojecten en de verbindingen die worden gelegd met bestaande (al dan niet conceptuele) kunstwerken, maar ook bijvoorbeeld een toneelstuk van Samuel Beckett, vond ik bijzonder interessant en ook relevant voor het boek. Overigens veroorzaakt dit alles geen vervelend pretentieus sausje, omdat de personage Minnie een heel sympathieke kunstenaar, die volgens mij perfect voldoet aan wat Micha Wertheim in één van zijn artikelen voor De Correspondent (dit artikel) een disaster artist noemt: Minnie rotzooit maar wat aan zonder te bevroeden waarheen het maakproces haar zal leiden. Ze is geen kunstenaar die denkt: ‘Ik ga een meesterwerk maken over dit en dat’, maar ze maakt iets en ontdekt dat ze daar plezier in heeft en bouwt dan vervolgens verder uit.

Vanaf het moment dat Minnie een zeer vreemde (en ook wel hilarische) brief ontvangt van een vreemde organisatie, het CBTH, begint het boek langzaamaan ergens naartoe te werken. Op ongeveer de helft neemt het boek een soort wending, die me niet zo aansprak. Aan de hand van flashbacks vanuit de moeder van Minnie, die in het boek trouwens verder ook geen andere naam krijgt dan ‘de moeder van Minnie’, komen we meer te weten over Minnie’s geboorte en haar jeugd. Het is duidelijk dat de tweede helft veel zaken uit de eerste helft voorafschaduwt of beter: voorafspiegelt. Overigens voorafspiegelt (of misschien 'naspiegelt') de eerste helft op haar beurt ook weer zaken uit de tweede helft. Het boek bevat, met name in de tweede helft, veel fantasievolle rariteiten, die door het toch wel luchtige toontje van het boek best geestig zijn. Toch vond ik de tweede helft een heel pak minder. Misschien in de eerste plaats omdat ik het jammer vond dat de volwassen Minnie eigenlijk nauwelijks terugkomt. Eigenlijk is dat natuurlijk een tamelijk kinderachtige reden, maar ja, ik kan er ook weinig aan doen dat ik dat jammer vond.

Niña Weijers is wat mij betreft zeker een erg fijne schrijfster met een prettige stijl. Ik ben ook wel benieuwd naar Kamers, antikamers, al is dat geen “publiekslieveling”, volgens mij.