menu

Hier kun je zien welke berichten Ted Kerkjes als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Aarts Vader - Aart Staartjes (2005)

2,5
Ted Kerkjes (moderator)
Aart Staartjes, wiens televisiewerk ik bijzonder bewonder, had altijd een prettige band met zijn vader, op een 'roerige periode' in de puberteit na. Echter moest hij, nadat hij twintig jaren na diens dood de dagboeken van zijn vader las, het beeld dat hij van hem had bijstellen; Aart Staartjes vond de vader in de dagboeken maar een egocentrische figuur die geen interesse had in de liefhebberijen van zijn zoon. Om met zijn vader te verzoenen, moest Aart Staartjes schrijven. Vandaar dit boek.
In het boek ligt de focus niet zo zeer op Aarts vader, maar meer op herinneringen uit Staartjes jeugd. Wat ik vreemd vond, is dat ik nergens echt lees wat Jo Staartjes nou precies tot een "bijzonder slechte vader" maakte. Ik denk dat de meeste vaders in die tijd (de jaren '40) enigszins zo waren. De meeste vaders in die tijd zouden liever niet willen dat hun zoon artiest werd en de meeste vaders in die tijd waren autoritair et cetera. Een belangrijke regel uit het boek is "Je kon het zo gek niet bedenken of ze wilden er niet over praten.". (Ik ga ervan uit dat dit een belangrijke regel is, want het wordt geciteerd op het flapdinges, Hier.) Ik denk wederom dat het verzwijgen en opkroppen van dingen ook iets typisch is voor die tijd. Ik denk niet dat toentertijd alles uitvoerig met de kinderen werd besproken. Maar goed, je kunt wel zeggen: dat hadden de meeste vader in die tijd wel, maar daar heeft Aart Staartjes natuurlijk helemaal niets aan. Wat wel vreemd is, is dat de schrijver in de inleiding vermeldt dat hij toch meestal een redelijke band met zijn vader heeft gehad en dat hij pas na het lezen van de dagboeken een andere kant van zijn vader te zien kreeg. In dat opzicht is het logisch dat Aart Staartjes weinig voorbeelden van slecht gedrag in zijn boek kan aandragen, want dan heeft hij die niet. Het is ook wel goed dat de focus in het boek niet op zijn vader ligt, want die ervaringen zijn, zoals gezegd, niet "extreem" of "buitensporig". De focus ligt in het boek vooral op de schrijver zelf, op diens jeugd en later over zijn toneeltijd. Het eindigt bij de dood van zijn vader. Ook opvallend is dat de schrijver ook niet erg afgeeft op zijn vader. Zo is er te lezen dat zijn vader trots is op zijn zoon als hij met namen als Ton Lutz en dergelijke samenwerkt en kun je lezen dat zijn vader hem financiële steun geeft. Aart probeert zijn vader dus niet vervelender voor te stellen dan hij was. (Hetgeen ik overigens als iets goeds zie.)
Enkele dagboekfragmenten ondersteunen de verhalen. Dikwijls vond ik de link met het boek niet geheel duidelijk, maar storend vond ik dat niet. Aart Staartjes is geen literair wonder, maar ik vind dat hij de anekdotes zeer leuk heeft opgeschreven. Staartjes heeft vaak rake typeringen. Af en toe schemert Aarts zelfmedelijden wel erg door, wat, door de ongegrondheid, enigszins uit de lucht gegrepen lijkt. Wellicht dat Aart Staartjes niet goed onder woorden kan brengen wat zijn vader misdaan heeft. De leukste stukken om te lezen vond ik de markante vrienden van Jo Staartjes. Ook de toneeltijd van Aart Staartjes vond ik interessant. Veel bekende Nederlandse grootheden passeren de revue: Eric Herfst (Kabaret Lurelei), Willem Nijholt, Rutger Hauer, et cetera.

In een Opium-documentaire over Aart Staartjes komt diens zoon Paul Staartjes aan het woord. Hij spreekt genuanceerd en hij kiest zijn woorden zorgvuldig, maar hij heeft geen hoge pet op van zijn vader als vader. (Hij zegt zelfs dat zijn ouders nooit kinderen hadden moeten krijgen.) Paul vertelt over de scheiding van zijn ouders, en dat hij niet snapte wat er loos was. Hij raakte destijds in een depressie. Paul Staartjes zegt: "Aart heeft natuurlijk later dat boek geschreven over zijn vader: 'Je kon het zo gek niet verzinnen of er werd niet over gesproken.', maar soms denk ik: Joh, je heb eigenlijk niets anders gedaan.".

Alleen met de Goden - Alex Boogers (2015)

2,0
Ted Kerkjes (moderator)
Alleen met de goden, een krampachtige poging om de pen met het zwaard te combineren.

Er zijn maar weinig boeken van over de circa vierhonderd bladzijden die ik niet op den duur vind vervelen. Bijna altijd heb ik het idee dat het gemakkelijk korter had gekund, en dat dat het boek ook ten goede zou komen. Soms bekruipt mij het vermoeden dat schrijvers denken dat meer sowieso beter is. Filmmakers kennen ook dit euvel - vooral tegenwoordig. Ook bij films die langer duren dan twee en een half uur slaat bij mij meestal de verveling toe. Ook dit boek is niet interessant genoeg om vijfhonderd pagina’s boeiend te blijven.
Het boek gaat over Aaron Bachman. Let op de initialen: deze komen overeen met die van de auteur. Moet de lezer autobiografische elementen vermoeden?
Het begin van dit werk is wat mij betreft veruit het interessantst. Alex Boogers weet erg goed het “asociale” milieu van de kleine Aaron Bachman te schetsen. Aaron groeit op in een weinig liefdevolle omgeving. De gedachten van het kind zijn geloofwaardig en de sterke passages zijn zeker aanwezig. Neem nou het stuk waarin Aaron door de buurman meneer Van Loon uitgescholden wordt en hij dit aan zijn moeder vertelt. Deze drukt hem op het hart die man maar te negeren, “want die sterft eenzaam en alleen aan de vinkentyfus”. Boogers schrijft:

Mama was het liefst als we een gemeenschappelijke vijand hadden die we samen moesten bestrijden.” (bladzijde 9. Alex Boogers, Alleen met de goden, 2015, Podium, Amsterdam)

Geweldig stuk.

[Let op; spoilers!]

Aaron heeft iedere avond als hij in bed ligt om te slapen een sterke drang tot schrijven. Het is een drang die hij niet kan onderdrukken. Hij ziet beelden voor zich van een reusachtig zwart gevaarte dat hem achtervolgt en noteert deze om het voor te blijven. Hij krabbelt zodoende schriftjes vol, die hij verstopt, omdat hij zich voor deze eigenaardigheid schaamt. Later, als Aaron ouder is, verdwijnen deze schriftjes onder pornoboekjes, en als hij de kunst van de masturbatie ontdekt heeft, is het schrijven als uitlaatklep ook niet meer nodig.
Wat mij betreft had het schrijven wat meer belicht mogen worden. Het blijft nu voor de lezer een wat vaag gegeven. En dat terwijl het eigenlijk een belangrijk onderdeel van het boek zou moeten zijn. Omdat het schrijversaspect van Aaron zo onderbelicht blijft is het moeilijk om het te geloven.
Wat mij betreft gaat het boek bergafwaarts wanneer Aaron naar de middelbare school gaat. Vanaf hier worden de herhalingen irritanter en irritanter. De docenten op Aarons school zijn allemaal vervelende en ongeïnteresseerde mensen, vindt Aaron. De muziekleraar is een uitzondering. Deze ziet een artiest in hem. Ook dit is een vaag gegeven. De lezer moet maar aannemen dat de muziekleraar de potentie in Aaron ziet, maar dit is moeilijk om te geloven als de lezer niet eens weet wat Aaron kan. Wanneer Aaron opbiecht dat hij schrijft, wil Broere, de muziekleraar, zijn talent helpen tot uiting te laten komen - het talent, dat voor de lezer ook maar vaag en onbelicht blijft. Dit resulteert weer in een heleboel irritante gesprekken die telkens op hetzelfde neerkomen. Broere wil Aaron helpen door richting in zijn leven te geven, Broere is oprecht geïnteresseerd in de jongen, maar Aaron houdt de boot af. De boeken die Broere hem geeft, leest hij niet.
Later besluit Aaron te gaan kickboksen om wat weerbaarder te worden. Een trainer ontfermt zich over hem. Deze heet Art, wellicht om de kunst van het kickboksen te benadrukken. Nu volgen er talloze scènes met trainingen et cetera et cetera. Hij blijkt een zeer talentvol kickbokser en hij mag wedstrijden spelen, waarmee hij wat geld verdient. Wat mij betreft was het boek hier ongeveer reddeloos verloren. Ik ergerde mij dood aan het lege sportersjargon, vol uitspraken als “Ik ben een vechter” en dat soort loze kreten. En hoe vaak schrijft Aaron niet dat hij “van zijn lichaam een wapen gaat maken”?
Als Aaron gaat vechten, krijgt hij eigenlijk zijn hele leven op de rails: zijn schoolprestaties gaan super. Alleen zijn thuissituatie blijft vervelend. Nu het wat beter met hem gaat, begint Aaron toch eindelijk te lezen. Als hij een boek van Ernest Hemingway leest, die ook bokser was, raakt hij in de ban van literatuur. Een best belangrijk onderdeel van het boek, lijkt mij. Maar hoe beschrijft Alex Boogers de magische vervoering die literatuur kan zijn? Ik citeer:

Ik pakte een van de boeken naast mijn bed die ik van Broere had gekregen [en sindsdien nooit meer ingeslagen had]. The Sun Also Rises van Hemingway. Het boek was niet al te dik [hij is dus ook niet echt bereid om enige inspanning te leveren]. De schrijver stond achterop en keek met een stoere blik de camera in. Ik las de eerste zinnen. Je voelde de kracht van Hemingway zoals hij je meteen in het verhaal wist te trekken. Hij had er weinig voor nodig en verdeed geen tijd met beschrijvingen van een plooirok of hoe iemand iets precies zei, niet de hele tijd, tenminste.” (bladzijde 335. Alex Boogers, Alleen met de goden, 2015, Podium, Amsterdam)

Het klinkt echt alsof iemand die nog nooit een boek heeft gepakt eens een werk openslaat en zegt: ‘Goh, nou dat valt best mee, dat lezen.’ Nou, dat was dus de magische vonk die oversloeg en de liefde voor literatuur in Aaron heeft aangewakkerd. Het is een schril contrast als je ziet hoeveel aandacht er besteed wordt aan het vechten en hoe weinig er over de literatuur wordt gezegd.
Even later volgt de volgende passage:

Art zei: ‘Je bent een vechter, je talent heeft je hier gebracht. Geniet toch een keer, calvinist!’ En ik dacht na over zijn woorden. Een vechter zoals Hemingway een vechter was? Bedoelde hij dat? Want dat had ik de vorige nacht [de vorige nacht was de passage hierboven] geleerd. Je kon een schrijver én een vechter zijn. Hemingway vocht met zijn verhaal, met zijn personages, met zijn zinnen en woorden. Hij smeet ze op papier, ogenschijnlijk achteloos, maar elke keer met een trefzekerheid van een samoerai die met een zwaaiende beweging zijn tegenstander uitschakelt.” (bladzijde 338. Alex Boogers, Alleen met de goden, 2015, Podium, Amsterdam)

Dit is misschien wel één van de meest tenenkrommende passages uit het boek. Zo gesteld is iedereen een vechter. Vul voor schrijver “manager” of “bouwvakker” in en vervang “zinnen” en “woorden” door iets anders, en je bent er.
Aaron speelt nu overal bokswedstrijden en is goed bezig en op een gegeven moment krijgt hij een vriendin: Nadine, een meisje dat studeert voor fotografe en uit een rijk milieu komt. Regelmatig slaat bij Aaron de twijfel toe, en deze is goed beschreven. Aaron houdt heel veel van haar. Jammer dat hij zich op één van zijn boksreisjes oraal laat bevredigen door een prostituee. En hij wilde het niet, maar tja, toch gebeurde het. Mijn hart liep al niet bepaald over van liefde voor de hoofdpersonage, maar op dit punt is mijn sympathie voor Aaron wel gekelderd.
Nu volgen er vooral nog zielige momenten vol getwijfel en gemijmer. Zijn bokscarrière is voorbij, hij wil niet meer boksen, zijn relatie met Nadine is uit, maar hij houdt nog wel veel van haar, et cetera et cetera. Deze mijmeringen vallen ook al in herhaling.
Als Aaron een ongeluk krijgt met de scooter van een vriend, herkent hij, liggend op het asfalt in de rookdampen van de scooter het zwarte monster dat hem in zijn jeugd achtervolgde. Wat moet de lezer hiervan denken? Moeten wij een vooruitziende blik bij Aaron vermoeden? Een gegronde angst? In elk geval beland Aaron in het ziekenhuis en kan hij niet meer boksen, wat hij sowieso al niet wilde. Als Aaron in het ziekenhuis ligt, komen zijn vader en moeder langs en beantwoorden zij zijn vragen. Het ongeluk lijkt een soort excuus van Boogers om hun nader tot elkander te brengen. Een nogal doorzichtige noodgreep. Het lijkt alsof Alex Boogers later in het boek het ongeluk met de motor bedacht en daarna maar wat passages met de motor eerder in gepropt heeft om het niet uit de lucht te laten vallen.
Maar de ergste noodgreep is nog wel het einde als Aarons opa hem een typemachine opstuurt: een erfstuk van de oudtante van Riek, opa’s Chinese vriendin. Veel verdergezochter dan dat kan haast niet. Die passage is ook nog eens belabberd geschreven:

Ik had boeken, een schrijfmachine, papier en inkt. Wat een wapenuitrusting!” (bladzijde 517. Alex Boogers, Alleen met de goden, 2015, Podium, Amsterdam)

‘Wat een wapenuitrusting!’ is echt een krampachtige poging om de pen met het zwaard te verbinden. Bovendien slaagt de hoofdpersoon er ook niet helemaal in om de pen met het zwaard te combineren, want hij moet wel afscheid nemen van zijn kickbokscarrière om te schrijven. Nogal vreemd, want wat is dan het idee dat Boogers overdragen wil?

De schrijfstijl vond ik oppervlakkig. In het begin weet Boogers veel goede typeringen neer te zetten, maar hij valt veel te veel in herhaling. Hoe veel ongemakkelijke gesprekken met Aarons vader in de gevangenis kwamen voorbij? Hoe vaak probeert Broere niet Aarons schrijftalent uit hem te trekken? Hoe vaak wijst Aarons moeder hem af, enzovoorts, enzovoorts. Ook in woordkeuze valt Boogers enorm in herhaling. Bij het schrijven van de vele seksscènes lijken hem alleen de woorden ‘pik’ en ‘kut’ te binnen te schieten. Ik snap dat die woorden bij het milieu horen en de betekenisloosheid en liefdeloosheid van de seks benadrukken, maar toch stoort zoiets.
Verder is de manier waarop informatie overgebracht wordt erg flauw. Het hoofdstuk waarin Aaron voor het eerst met zijn moeder knuffelt eindigt met een vriend die binnen komt stormen om het bericht van de zelfmoord van Job over te brengen. Aaron gaat naar de begrafenis, komt thuis, en moeder zegt tussen neus en lippen dat zijn vader met een vrouw gaat trouwen. Het hopt van het één van het andere.
Soms lijkt Boogers ook op een goedkope manier spanning in het verhaal aan te willen brengen. Zo belt Aaron vanuit Thailand met zijn moeder. De lijn hapert en zijn moeder zegt dat de dokters iets bij haar gevonden hebben. Wat het precies is, kan hij niet goed horen, want de lijn hapert natuurlijk. En hij mag maar één minuutje met zijn moeder bellen, dus hij moet binnen die minuut te weten komen wat het is. Als hij voor de zoveelste keer vraagt wat er aan de hand is, zegt zijn moeder “Ellende.” Klik. Einde gesprek en einde hoofdstuk. Alsof Boogers met een cliffhanger wil eindigen.
Vooroordelen spelen een grote rol in het boek. Boogers gebruikt meerdere figuren om dit duidelijk te maken: Aarons vader wordt veroordeeld tot ‘moordenaar’, de gediscrimineerde Gerald krijgt de stempel ‘zwart’, Otis de hond krijgt het predikaat ‘gevaarlijk’, Noni de transgender wordt als man gezien, terwijl de vrouw is, et cetera. Deze symbolen zijn redelijk vernuftig en subtiel in het boek verweven.

Amant, L' - Marguerite Duras (1984)

Alternatieve titel: De Minnaar

3,5
Ted Kerkjes (moderator)
Ongestructureerde herinneringen

Wat direct opvalt aan 'De minnaar' is de schrijfstijl. Duras hanteert een vorm tussen poëzie en proza. Dit geeft het boek een dromerig sfeertje. Het lijkt alsof Duras aan de schrijftafel zat en de herinneringen - het boek is autobiografisch - die haar te binnen schoten heeft opgeschreven als een "stream of consciousness". Hierdoor is het alsof de lezer getuige is van de ongestructureerde herinneringen van de schrijfster. Het verhaal is niet chronologisch, het is wat 'warrig' en soms associatief. Het verhaal wisselt vaak van tijd, van plaats en ook van vertelperspectief - Duras schrijft bijvoorbeeld afwisselend over 'ik' en 'het meisje'.
Als ik mijn mening over het boek zou moeten geven - en dat moet ik van mezelf - dan zou ik tot de slotsom komen dat ik het boek met name waardoor vanwege de vorm. De taal, de opzet, de structuur, die ik hierboven heb geprobeerd te omschrijven. Heel soms verliest Duras zich wel iets te veel in poëtische gekunsteldheid naar mijn smaak, maar dat kan natuurlijk ook aan de vertaling liggen. Verder vind ik de vorm van het boek heel spannend, uitdagend en gedurfd.
Het verhaal zelf vond ik iets minder interessant. De gebeurtenissen en de emoties zijn vrij afstandelijk opgeschreven en daardoor grepen de emoties mij wat minder aan. Ik kan me overigens heel goed voorstelling dat bij een herlezing de inhoud wat meer gaat leven dan bij de eerste leesbeurt. De titel doet vermoeden dat de liefdesrelatie van het meisje met de oudere Chinese man centraal staat, maar de familierelatie van het meisje is minstens even belangrijk. Voor een groot deel wordt verteld hoe het er in die tijd in Vietnam aan toe ging, met de bijbehorende sociaal-culturele conflicten en problemen, en dat sprak mij allemaal niet zo erg aan. Het was mij teveel sfeertekening en te weinig verhaal.
Maar Duras' schrijfstijl zorgt toch dat het boek fascineert. Door het autobiografische karakter en de vorm heeft het boek ook wel wat weg van een soort zelftherapie. Maar dan wel zelftherapie waar een ander ook wat aan heeft.