menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Ted Kerkjes. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2018, februari 2018, maart 2018, april 2018, mei 2018, juni 2018, juli 2018, augustus 2018, september 2018, oktober 2018, november 2018, december 2018, januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019, juni 2019, juli 2019, augustus 2019

Zapiski Soemassjedsjego - Nikolaj Gogol (1835) 3,5

Alternatieve titel: Dagboek van een Gek, 31 juli, 00:54 uur

Propritsjin vanuit de Mad Studies binnen de Russische Rangorde bezien

Het (als ik dit schrijf) nieuwste nummer van het literair-wetenschappelijke tijdschrift Vooys had als thema ‘Waanzin’. In dit nummer stond een artikel van cultuurwetenschapper Charlotte van der Veen waarin ze pleit voor een “relationele conceptualisering van pijn en waanzin”. Aan de hand van de performance ‘Mental’ van activist en performancekunstenaar James Leadbitter laat Van der Veen zien hoe waanzinnigheid en pijn voorbij de individuele ervaring kunnen worden bezien. (reactie op ander bericht)

Hierbij beweegt Van der Veen zich binnen het (relatief jonge) onderzoeksveld Mad Studies. Binnen Mad Studies wordt waanzin geherinterpreteerd als het resultaat van structurele ongelijkheid en worden negatieve emoties gedepathologiseerd, waardoor een groot aantal ervaringen niet langer uitsluitend wordt gelezen in het medisch discours van symptomen en diagnoses. Aan dit artikel deed deze novelle van Gogol mij erg denken.

De protagonist Propritsjin is werkzaam als ambtenaar. Vanaf de eerste bladzijde is het al duidelijk hoe onzeker hij is en hoe zeer hij bezig is met rangen en standen. (reactie op ander bericht)

Naast een knap staaltje foreshadowing met betrekking tot de verwarring et cetera laat dit fragment ook zien hoezeer Propritsjin bezig is met zijn positie in de hiërarchie.

En dat is niet zo vreemd als je bedenkt dat dit boek in 1835 verscheen, toen in het keizerlijke Rusland nog sprake was van de zogenaamde “Rangentabel”, een hiërarchisch systeem dat Peter de Grote in 1722 invoerde. De rangorde bestond uit veertien niveaus en moest de verschillende functies binnen het leger, de rechtbank en de overheid rangschikken. In theorie begonnen alle edelen onderaan bij niveau veertien, en konden ze stijgen naarmate ze belangrijkere functies bekleedden voor de tsaar. Elke promotie vereiste uiteraard de benodigde kwalificatie en bij promotie binnen de vijf hoogste rangen moest de tsaar himself zelfs goedkeuring verlenen. Pas onder het Bolsjewistisch beleid in de Russische Revolutie van 1917 werd de Rangentabel formeel afgeschaft. Propritsjin is zogenaamd titulairraad, en daarmee zit hij op de negende rang van de tabel.

Propritsjin is verliefd op Sophie, de dochter van de directeur. Vanaf het moment dat Propritsjin verliefd is, sijpelt er steeds meer gekte zijn verhalen binnen. Zodra hij ontdekt dat het hondje van Sophie, Madgie genaamd, een briefwisseling houdt met een ander hondje, is Propritsjin vastbesloten om die brieven te onderscheppen, in de hoop dat Madgie af en toe ook over haar baasje Sophie schrijft, om zo meer over haar te weten te komen. Als Propritsjin inderdaad erin slaagt om wat brieven te bemachtigen (die tot zijn grote verbazing best onderhoudend zijn. “De brief is heel goed geschreven. Punten en komma’s, alles op de juiste plaats. Ja, zo schrijft onze afdelingschef niet, al zegt hij ook dat hij ergens aan een universiteit gestudeerd heeft.), ontdekt hij dat Sophie reeds verloofd is met een kamerjonker, een adelijke jongeman. Dit tot grote vreugde van haar vader, trouwens, die haar graag ziet trouwen met “òf een generaal, òf een kamerjonker, òf met een kolonel…” (reactie op ander bericht)

Met deze tegenslag wordt Propritsjin weer eens op pijnlijke wijze geconfronteerd met het rigide hiërarchische systeem waarbinnen hij leeft. (reactie op ander bericht)


Op een dag leest Propritsjin in de krant dat er onrust is in Spanje. Hiermee verwijst het boek naar een destijds actuele gebeurtenis, want in 1834 brak na de dood van Don Carlos de eerste Carlistenoorlog uit: de troon stond leeg, en de standen bevonden zich in een moeilijke positie vanwege de verkiezingen van een troonopvolger. Propritsjin bedenkt als hij dit leest dat de nieuwe koning uiteraard wel bestaat, maar dat die misschien nog niet gevonden is, misschien weet die koning het zelf nog niet eens. Een aantal dagen lang blijft hij hierover door piekeren, tot hij in zijn dagboek schrijft, op een dag die hij markeert als “Het jaar 2000, de 43 april”, dat hij tot de ontdekking is gekomen dat hij zelf de koning van Spanje moet zijn.

Hoewel ik mij absoluut niet wil presenteren als iemand die enig verstand heeft Mad Studies, want dat ben ik niet (ik weet alleen wat ik erover heb gelezen in eerdergenoemd artikel), heb ik wel de indruk dat deze novelle van Gogol wel een interessant werk kan zijn vanuit die hoek gezien. Gogol depathologiseert namelijk zelf al de protagonist door hem heel duidelijk te plaatsen binnen het “sociaal-maatschappelijk discours”, waardoor diens pijn en waanzin per definitie niet meer gereduceerd wordt tot een individuele ervaring. Het is natuurlijk wel een individu, maar expliciet een individu binnen een groter, sociaal-politiek-maatschappelijk geheel, in plaats van “gewoon een gek”. Gogol heeft zijn protagonist zelf al heel sterk gepolitiseerd. Interessant, vond ik wel.
Ik ben wel benieuwd of je vanuit de Mad Studies ook nog iets interessants zou kunnen zeggen over bijvoorbeeld Alice's adventures in Wonderland.

Eigenlijk ongelooflijk dat het alweer zo oud is. Het leest ontzettend vlot en Propritsjin is wel een leuk personage, treurig en geestig tegelijkertijd. Ik las het boek overigens in de vertaling van Dunya Breur (in een bundeltje samen met De neus en De mantel, beide vertaald Marko Fondse). Bij dit verhaal zaten ook (tamelijk ouderwetse) tekeningen, die verder niet toegelicht worden. (Misschien heb ik dezelfde uitgave als jij, thomzi50?) Bij één van de tekeningen staat er heel klein ‘1958’ en daaronder een handtekening, die ik helaas niet kan ontcijferen (en "waar zelfs de duivel niet uit wijs zou kunnen worden"), dus ik heb verder helaas ook niets kunnen vinden over de illustrator of zo.

Verder wel leuk dat ik nu ein-de-lijk kan zeggen dat ik een Rus gelezen heb. Ik weet dat het onzin is, maar toch heb ik ergens het gevoel dat ik als lezer naar een hogere rang gepromoveerd ben

» details   » naar bericht  » reageer  

Dagpauwoog - Eva Meijer (2013) 3,0

29 juli, 14:10 uur

Hoewel ik mijn boeken er niet op selecteer, gaat ook dit boek (net zoals Vrije vormen, De hemel boven Parijs, De consequenties) wederom over een beeldend kunstenaar. Na een relatiebreuk verhuist Iris Dagpauwoog samen met de hond Pol naar een dorp, waar ze al snel (soort van) bevriend raakt met haar buurman Marcel. Deze is dierenrechtenactivist en weet Iris steeds verder mee te krijgen in zijn activisme.

Dit is het eerste boek dat ik van Eva Meijer lees, maar ik geloof dat de verhouding tussen mens en dier een terugkerend element in haar werk is. Ik koos dit boek omdat deze problematische verhouding mij erg interesseert, en ik was dan ook benieuwd hoe deze roman met dit spanningsveld om zou gaan - niet in de laatste plaats omdat Meijer ook filosoof is.
Interessant is trouwens dat in het boek ook een filosoof voorkomt, Renée genaamd (want hoe zou een filosoof anders moeten heten?). Haar denkbeelden komen niet echt duidelijk naar voren in het boek, en ze lijkt de discussie met Marcel en Iris niet echt aan te willen gaan. Ik vraag me af waarom Meijer nota bene de filosoof in het boek niet echt een standpunt geeft. Zou de auteur daarmee misschien willen aangeven dat ze zelf geen partij trekt of zo?

Verreweg het interessantste van het boek is de uitwerking van de thema’s. Meijer problematiseert de overtuigingen van de dierenrechtenactivisten in dit boek op een effectieve wijze: Marcel plaatst bompakketjes bij slagerijen, en hier hangt Meijer een moreel vraagstuk aan op. (reactie op ander bericht)

Doorheen het boek zitten ook nog wel wat kleine zij-dilemma’s. De beste vond ik die met de muis: als Iris op de katten van Renée past, vangt Walter, één van de katten, een muis. Iris wil (uiteraard) niet dat Walter het dier opeet, en weet haar uit de mond van Walter te redden. De muis rent - een beetje mank - weg, waarop Iris aan het twijfelen slaat. (reactie op ander bericht)

Veel mensen zullen dit ontzettende aanstellerij vinden (“Het is maar een muis.”), maar ik vind het zelf een heel wezenlijk en belangrijk dilemma.

Het gedeelte met de bompakketjes vond ik het beste stuk. Vanaf het moment dat [spoiler!!] Iris in de gevangenis terechtkomt, wordt het boek helaas steeds minder boeiend. Dat komt onder andere door de saaie setting: we kennen de gevangenis ondertussen wel. Niet dat ik er ooit geweest ben, maar door films en boeken zijn we wel bekend met de clichés, denk ik zo.
“Een cipier zegt: ‘Volgt u mij,’ en opent een zware deur. Ze lopen door een lange galmende gang. Links en rechts kille cellen. Priemende blikken vanachter de tralies. De sleutelbos en de voetstappen echoën door de gang. Bla bla bla.”
Zo clichématig als ik het hierboven schrijf, is dit boek niet, maar toch, die gevangenisscènes komen vaak toch op hetzelfde neer. (De laatste keer dat ik verrast werd door een gevangenisscène was in Paddington 2.)
De setting van het dierenrechtenactivisme maakt plaats voor de gevangenis en de rechtbank. De nadruk verschuift ook van de morele dilemma’s naar Iris’ privéproblemen, en tja, die konden mij verder helaas niet zo boeien. Na de gevangenis fleurt het boek wel nog een beetje op, maar de thema’s van het boek raken wat teveel ondergesneeuwd, vond ik.

Het is jammer dat het boek wat inkakt en dat het einde eigenlijk behoorlijk duf is, maar dit compenseert Meijer wat mij betreft met de interessante dilemma’s en ook door het originele onderwerp. Qua schrijfstijl is het nergens echt geweldig. Wel leuk dat Meijer, of beter gezegd: Iris, consequent naar dieren verwijst met ‘iemand’. (reactie op ander bericht)

Maar verder is de stijl wat onopvallend, wat natuurlijk niet per se iets slechts is. Maar het boek moet het duidelijk met name hebben van de thema’s.

Ergens ben ik wel benieuwd naar wat bijvoorbeeld vleeseters van dit boek vinden, of het ze aan het twijfelen brengt. Ik denk dat het boek heel goed het uitgangspunt van een debat zou kunnen zijn. Als het daadwerkelijk plaatsvindt, ben ik er in ieder geval graag bij.

» details   » naar bericht  » reageer  

Perfecte Stilte - Thomas Verbogt (2011) 3,5

27 juli, 00:00 uur

Dit boek las ik eerlijk gezegd in eerste instantie puur om een tijd te overbruggen: het boek dat ik eigenlijk wilde lezen was al bezet, dus ik moest de wachttijd maar even opvullen met een ander boek. En dat werd dit dus.

Het is best een fijn boek. Het is de eerste roman die ik van Verbogt las, dus ik kan het verder niet relateren aan enig ander werk van de man, maar Verbogt (die mij, aan zijn bibliografie te zien, een typische veelschrijver lijkt) schrijft duidelijk ervaren, vlot en kundig. Het is nergens echt groots of heel bijzonder, maar de personages worden toch knap neergezet en komen echt tot leven.
Toch komt het boek een beetje over als “een tussendoortje”. Dat klinkt misschien ietwat oneerbiedig, maar dat bedoel ik verder niet negatief. Het is allemaal erg fijn om te lezen, maar ergens voelt het ook wat vluchtig. Dat heb ik wel vaker bij “veelschrijvers”, dat sommige boeken wat minder urgent voelen en (daardoor?) een minder grote indruk achterlaten.
Ik zal Verbogt dus niet snel binge-lezen, maar het lijkt me de uitgelezen (hahaha pun intended) schrijver om af en toe tussendoor te lezen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Call Me by Your Name - André Aciman (2007) 3,5

Alternatieve titel: Noem Me bij Jouw Naam, 24 juli, 13:34 uur

De twee Elio’s

Dit is de eerste keer dat ik een boek lees waarvan de verfilming mij helder voor de geest staat.
Je hoort zo vaak zeggen dat je beter eerst het boek kunst lezen en daarna pas de film kijken. Mwah. Zelf voel ik dat niet per se zo. Als je eerst het boek gelezen hebt, kijk je anders naar de film en als je eerst film gezien hebt, lees je het boek op een andere manier. Het is een andere leeservaring, niet per se een minder waardevolle. Meer niet.
Bovendien zijn boeken en films gewoon twee verschillende media, die elkaar helemaal niet in de weg hoeven te zitten. Dit is zeker het geval met ‘Call me by your name’: de film maakt echt gebruik van filmische aspecten en het boek van literaire aspecten. De film is zeer observerend: de camera registreert het gedrag en “legt de beelden aan de kijker voor”. Het boek is daarentegen geschreven vanuit Elio en daardoor veel introspectiever en (zelf)analytischer dan de film. Beide vertelwijzes hebben hun eigen kwaliteiten en leveren allebei een ander verhaal op.

Het grootste, of in ieder geval het opvallendste verschil tussen het boek en de film is de personage Elio. In mijn ogen is de Elio in het boek namelijk heel anders dan de Elio in de film. De Elio in het boek komt over als een veel eenzamer, sneuer en triester type. Niet dat hij doodongelukkig is, maar in ieder geval voelt hij zich eenzaam en onbegrepen - ook door zijn ouders. De film-Elio oogt daarentegen veel vrolijker: hij heeft goed contact met zijn ouders, hij trekt er vaak op uit en heeft veel vrienden. Natuurlijk kan ook iemand die op het oog heel vrolijk is zich heel eenzaam en onbegrepen voelen, maar de film-Elio heeft in ieder geval meer een sociaal leven, waar de boek-Elio met name thuis zit te lezen.

Ik heb wel een theorie die wellicht dit verschil kan verklaren: in de film ligt de focalisatie, net zoals in het boek, duidelijk bij Elio. Ieder scène, als ik mij goed herinner, is geschoten vanuit Elio. Om dat te kunnen bereiken, moest Elio uiteraard overal bij zijn: voor een consequente focalisatie is de aanwezigheid van die personage uiteraard een voorwaarde.
In het boek kan Elio schrijven dat Oliver ‘s avonds danst met anderen terwijl hijzelf thuis zit en hoe hij zich daarbij voelt, maar in de film kun je geen beelden van een dansende Oliver tonen en daarna cutten naar beelden van een thuiszittende Elio, want dan is de focalisatie vanuit Elio doorbroken. Natuurlijk had Luca Guadagnino, de regisseur, er ook voor kunnen kiezen om dit met taal op te lossen (een voice-over of zo), maar dat is natuurlijk wat minder filmisch en minder sterk.
Zodoende moest Elio voor de film zijn huis uit en met Oliver op pad. Het is een logische keuze, maar het heeft wel twee verschillende Elio’s opgeleverd: een feestbeest en een huismus. Overigens is bovenstaande enkel een verklaring die ik ook maar zelf verzonnen heb, dus het is heel goed mogelijk dat andere overwegingen aan de verandering ten grondslag lagen.

Waar het boek in ieder geval best goed in slaagt, is het oproepen van een zomerse sfeer. Het warme, zwoele, lome, trage, broeierige. Die sfeer van eindeloze dagen, een tijd die eeuwig en blijvend lijkt, tot het op is. Het is een prettige setting voor een verhaal als dit. En verder vertelt het boek gewoon een goed verhaal over liefde. Aciman weet ontzettend knap de verschillende vormen van verliefdheid te verwoorden. De onzekerheid, het aantrekken en afstoten (‘the ping pong game’), het gevoel dat je buitengesloten wordt, de manier waarop je tijdens een gesprek in je hoofd in iedere zin geheime boodschappen zoekt, waardoor een simpele opmerking een diepere betekenis krijgt. Het boek problematiseert op een mooie manier de communicatie tussen Elio en Oliver. Taal lijkt ontoereikend om te zeggen wat je wil en moet vertellen. (reactie op ander bericht)

Dit klinkt in de film op een sterke manier door in de prachtige liedjes van de onvolprezen Sufjan Stevens (geweldige artiest), met name in ‘Futile devices’, dat Stevens overigens niet speciaal voor de film schreef: (reactie op ander bericht)

Aciman weet al deze aspecten op een zeer intrigerende wijze te kneden tot een verhaal, dat ook nog eens stilistisch gezien knap is, doordat het doorspekt is met leuke motieven en symboliek en dergelijke. Het belangrijkste motief is al verwerkt in de titel ‘Call me by your name’. (reactie op ander bericht)

André Aciman, die hoogleraar letterkunde is, schreef voor deze roman met name essayistische non-fictie werken, en dat klinkt ook wel in deze roman door. Het is dan wel geen Javier Marías-achtige ideeënroman geworden, maar het bevat meer en uitgebreidere mijmeringen dan de meeste romans, heb ik het idee.

Ik lees op het internet hier en daar wat kritiek op het semi-intellectuele sausje dat over de dialogen hangt. Daar kan ik wel in meekomen: de zeventienjarige Elio heeft wel absurd veel feitenkennis over van alles en nog wat. (Hal uit Aidan Chambers’ ‘Dance on my grave’ is er niks bij.) Nu is Elio’s vader natuurlijk wel professor en zo, dus wie weet is Elio’s intellect niet eens zo ongeloofwaardig, maar het creëert wel een beetje een onnodige distantie, vind ik. Die gesprekken over Monet en dergelijke hadden wat minder gemogen van mij.
Verder vond ik het boek naar het einde toe wat inkakken. De eerste helft vond ik bijzonder sterk, maar helaas wordt het daarna allemaal geleidelijk minder, met af en toe een opleving. De reis naar Rome vond ik het minst sterke deel van het boek. Ik vond het persoonlijk tamelijk saai, en dat terwijl dat juist het hoogtepunt zou moeten zijn voor Elio en Oliver. Het hele gedoe met die de dichter en dat feest in Rome boeide mij bijzonder weinig en ik voelde er ook niks bij. Ik bedoel: ik kon me ook niet bepaald inleven dat dat nou zo’n “leuke activiteit” was. Het voelde een beetje alsof ik op een feest was waar ik helemaal niets te zoeken had en toekeek hoe andere mensen de tijd van hun leven hadden. Ook het stuk nadat Oliver terug naar Amerika gaat (het boek gaat nog door waar de film ophoudt), had van mij niet gehoeven. Die hele sprong in de tijd vond ik eigenlijk ook afbreuk doen aan het geheel.
Zo wordt het boek naar het einde dus helaas steeds minder sterk, wat ontzettend jammer is, want het begin is erg mooi. Zonder de epiloog en het lange Rome-stuk had ik het zeker vier sterren gegeven.

Uiteindelijk vond ik de film beter dan het boek. (Al stond het boek bij voorbaat al achter, omdat dat nu eenmaal geen muziek van Sufjan Stevens bevat.) Maar ach, we zullen wel nooit weten of ik het boek beter had gevonden als ik de film niet eerst had gezien.

» details   » naar bericht  » reageer  

Enamoramientos, Los - Javier Marías (2011) 4,0

Alternatieve titel: De Verliefden, 23 juli, 12:06 uur

Een ideeënroman, dat kun je wel zeggen, ja.
Het is een boek dat doorspekt is met gedachtenspinsels. De ideeën drijven het plot en het plot drijft de ideeën: beide zijn op een bijzondere wijze ineengevlecht op een manier die ik nooit eerder zag.
De ideeën zijn afkomstig vanuit de personages, en vooral vanuit María, de ik-figuur. Continu lees je over de gedachten van eigenlijk iedereen, zelfs de personen die buiten het bewustzijn van María staan. Dit komt doordat María voortdurend als toeschouwer haar ideeën en gedachten op iedereen om haar heen projecteert. (Deze eigenschap sticht zelfs indirect het verhaal aan, want iedere ochtend was zij de projecterende toeschouwer van het Perfecte Paar.) Het hele boek lang worden alle situaties, zelfs (of juist) die zich enkel in het hoofd van María afspelen, minutieus overdacht en geanalyseerd. Hierdoor kunnen korte gebeurtenissen tientallen pagina’s duren.

De maalstromen in het boek handelen met name over de dood, de liefde en de waarheid, al lijkt ‘de waarheid’ eigenlijk al een te stellige formulering en zou ‘een waarheid’ misschien beter zijn, want het boek lijkt er niet zo zeker van te zijn dat er iets bestaat als een absolute waarheid. Dit zit natuurlijk al in het subjectieve perspectief waarin het boek geschreven is: er is geen alwetende verteller die de lezer duidelijkheid kan verschaffen, maar alles krijgen we te horen via María, die zelf ook nog continu loopt te piekeren over van alles.
De twijfel aan de absolute waarheid zit natuurlijk ook al in de vijf kranten die María over de moord leest: elke krant vertelt een ander verhaal met andere feiten. (Alternatieve feiten, zo je wilt.)
(reactie op ander bericht)


De ideeën over liefde en dood zou ik vooral cynisch noemen. Ontzettend cynisch, eigenlijk. Dat de cynische ideeën door het boek bevestigd worden, maakt dat het boek ook wat cynisch aanvoelt. Niet dat het boek een duidelijk idee uitdraagt, want het boek zet alles op losse schroeven door de algehele scepsis tegenover iets als de waarheid, maar toch waart het woord ‘cynisch’ door mijn hoofd.
En zo cynisch ben ik zelf dan weer niet - of nou ja, in ieder geval niet als het op die onderwerpen aankomt. Soms vond ik het dan ook best wel even doorbijten om me door die ellenlange zwartkijkerij te worstelen. Javier Marías’ schrijfstijl vond ik bijzonder prettig, maar toch vond ik het bij tijd en wijle wat te veel van het goede. Dat zal mijn lichte aversie jegens dikke boeken ook wel zijn. Wat mij betreft kon die hele verhandeling over Balzac en Dumas gerust worden geschrapt. Of nou ja, het gaf wel een leuk méta-laagje aan de roman, dus helemaal schrappen hoeft van mij ook weer niet, maar inkorten had het boek, naar mijn idee, zeker wel goed gedaan.
(reactie op ander bericht)


Verder hadden die verhandelingen over Balzac en Dumas ook iets ironisch: Marías beschimpt namelijk aan het begin en aan het einde op hilarische wijze het moderne literaire wereldje, dat zo “pretentieus” is. Nou, dat gedweep in dit boek met Balzac en Dumas kun je ook best pretentieus noemen. Overigens verder niets dan lof voor die geweldige satire op het literaire wereldje, hoor. Om die passage in het begin met Garay Fontina heb ik hardop gelachen.

De figuur Garay Fontina is overigens ook een soort voorbode voor het spel met namen dat Marías in deze roman speelt: Garay Fontina wil namelijk absoluut voluit genoemd worden: (reactie op ander bericht)

Verder wil María in de roman niet over haar minnaar denken of schrijven bij zijn voornaam Javier: ze noemt hem dan ook bijna altijd Díaz-Varela. Bovendien noemt Javier Díaz-Varela zijn “handlanger” ook niet bij zijn voornaam maar steevast bij zijn achternaam Ruibérriz.
María(s) schrijft over namen in de roman nog het volgende: (reactie op ander bericht)

Zo gaat het spel met namen in deze roman dus over afstand en zelfbescherming en zijn de verhoudingen tussen de personages over wie María(s) schrijft al in de taal besloten.
Bovendien dragen natuurlijk ook de namen Javier en María speciale betekenis: het zal niet toevallig zijn dat Javier Marías deze namen aan zo’n beetje de twee belangrijkste personages gegeven heeft. Misschien gaat het inderdaad om een gesprek tussen het hoofd en hart van de auteur, zoals Pythia al oppert?

Het was leuk en boeiend om een keer een roman als deze gelezen te hebben, maar ik denk niet dat de ideeënroman een vorm is die mijn voorkeur heeft. Liever lees ik een roman die impliciet bepaalde vragen stelt, in plaats van een boek waarin de personages expliciet uitgebreid nadenken over zaken en deze vraagstukken helemaal uitpluizen in ellenlange essays. Ik geef dan toch de voorkeur aan bijvoorbeeld een vondst als die vijf kranten die elkaar tegenspreken: zo stel je impliciete vragen. Dat vind ik persoonlijk sterker dan een gedachtestroom over waarachtigheid.
Het is zeker een boek dat ontzettend knap in elkaar steekt, maar waar ik eigenlijk niet zo veel bij voelde: het komt allemaal heel erg via het hoofd binnen. Liever heb ik dan een boek met een betere balans.
Uiteindelijk heb ik toch wel plezier aan het boek gehad (bijvoorbeeld nu ik dit schrijf) en kan ik er wel een naar boven afgeronde vier aan kwijt, maar de ideeënroman zal niet zo snel mijn favoriete vorm worden, denk ik.

» details   » naar bericht  » reageer  

Consequenties, De - Niña Weijers (2014) 3,5

21 juli, 23:27 uur

Life imitates art / art imitates life

Hoe oneerlijk is het dat boeken die zwak beginnen, maar sterk eindigen uiteindelijk een betere nasmaak achterlaten dan boeken die heel goed beginnen, maar naar het einde toe wat minder worden.

Dit boek behoort helaas tot de laatste categorie. Het begin vond ik tamelijk geweldig: de protagonist is de jonge, succesvolle kunstenares Minnie Panis. Minnie maakt conceptuele kunst waarin het existentialisme centraal staat met als terugkerende vraag: ‘Bestaat Minnie Paris?’. De eerste helft van het boek kabbelt een beetje en gaat geen duidelijke richting op, maar daar houd ik eigenlijk altijd wel van. Minnie Paris is een erg fijn personage en voor de verandering geen “zoveelste geschifte twenty something”, zoals mjk87 al schrijft. Het kunstwereldje waarin Minnie ronddoolt is bijzonder interessant en Weijer heeft veel humor, waarmee ze ook regelmatig het gewichtige kunstwereldje relativeert. Geweldig beschreven ook hoe Minnie continu aan haarzelf twijfelt en eigenlijk voortdurend denkt te vallen, maar zichzelf telkens weer met een even sierlijke als roekeloze zwaai weet op te vangen, zoals met het Radio 1-interview, waarin ze haar slachtofferpositie naar de positie van opdrachtgever weet te veranderen (bijzonder leuke scène). Ik heb in de eerste helft regelmatig hardop gelachen. De omschrijvingen van Minnies kunstprojecten en de verbindingen die worden gelegd met bestaande (al dan niet conceptuele) kunstwerken, maar ook bijvoorbeeld een toneelstuk van Samuel Beckett, vond ik bijzonder interessant en ook relevant voor het boek. Overigens veroorzaakt dit alles geen vervelend pretentieus sausje, omdat de personage Minnie een heel sympathieke kunstenaar, die volgens mij perfect voldoet aan wat Micha Wertheim in één van zijn artikelen voor De Correspondent (dit artikel) een disaster artist noemt: Minnie rotzooit maar wat aan zonder te bevroeden waarheen het maakproces haar zal leiden. Ze is geen kunstenaar die denkt: ‘Ik ga een meesterwerk maken over dit en dat’, maar ze maakt iets en ontdekt dat ze daar plezier in heeft en bouwt dan vervolgens verder uit.

Vanaf het moment dat Minnie een zeer vreemde (en ook wel hilarische) brief ontvangt van een vreemde organisatie, het CBTH, begint het boek langzaamaan ergens naartoe te werken. Op ongeveer de helft neemt het boek een soort wending, die me niet zo aansprak. Aan de hand van flashbacks vanuit de moeder van Minnie, die in het boek trouwens verder ook geen andere naam krijgt dan ‘de moeder van Minnie’, komen we meer te weten over Minnie’s geboorte en haar jeugd. Het is duidelijk dat de tweede helft veel zaken uit de eerste helft voorafschaduwt of beter: voorafspiegelt. Overigens voorafspiegelt (of misschien 'naspiegelt') de eerste helft op haar beurt ook weer zaken uit de tweede helft. Het boek bevat, met name in de tweede helft, veel fantasievolle rariteiten, die door het toch wel luchtige toontje van het boek best geestig zijn. Toch vond ik de tweede helft een heel pak minder. Misschien in de eerste plaats omdat ik het jammer vond dat de volwassen Minnie eigenlijk nauwelijks terugkomt. Eigenlijk is dat natuurlijk een tamelijk kinderachtige reden, maar ja, ik kan er ook weinig aan doen dat ik dat jammer vond.

Niña Weijers is wat mij betreft zeker een erg fijne schrijfster met een prettige stijl. Ik ben ook wel benieuwd naar Kamers, antikamers, al is dat geen “publiekslieveling”, volgens mij.

» details   » naar bericht  » reageer  

Half Mens - Maartje Wortel (2011) 1,5

21 juli, 23:26 uur

The gorilla in the room

Mweh, ik vond het helaas nogal een vervelend boek. Eerder las ik van Maartje Wortel ‘IJstijd’, en gelukkig was dat boek, in mijn herinnering, een heel pak beter dan dit werk.

Vrijwel alles aan dit boek vond ik eigenlijk gewoon verschrikkelijk geforceerd met daaroverheen een flinke zweem pretentie, als een vieze plas jus. Meestal houd ik wel van postmodernisme, maar dit vind ik een goed voorbeeld van een irritant, postmodernistisch werkje. Het voelt nergens origineel, het is niet grappig, niet mooi, niet intrigerend - het is alleen vervelend.

Alles voelt als een platgereden cliché: zoals in zoveel (moderne Nederlandse) literatuur zijn de hoofdpersonages vervelende, ontevreden types (goh, er mist iets in mijn leven maar wat?) met quirky hobby’s, want wat zijn ze toch lekker maf, hè. En natúúrlijk zit er een scène in het boek waarin de protagonist masturbeert, ejaculeert over de badkamervloer en het gereedschap in de badkuip, om vervolgens met zijn broek nog op zijn enkels en een luchtbuks in zijn hand zijn leven te overdenken (“alles wat er van je wordt is een man met zijn broek op zijn enkels”) - je kent het wel.
De personages zijn niet consequent, niet logisch en daardoor nergens geloofwaardig of fijn om te volgen of wat dan ook. Uiteraard hoeven personages niet geloofwaardig of fijn te zijn - zeker niet in een postmodernistisch werk - maar ze zijn eigenlijk niks. Ze lieten mij op elke manier volledig koud.
(Het boek is trouwens vaker bijzonder onlogisch: zo is -het flauwe typetje- James Dillard jurylid bij een rechtszaak waarin de twee hoofdpersonen betrokken zijn. Later in het boek wordt hij opnieuw opgeroepen om te jureren bij een rechtszaak met dezelfde twee personen, omdat hij die personen al kent. Dat slaat volgens mij nergens op, want mij lijkt het hele punt van die Amerikaanse jury's dat ze de betrokken personen niet kennen. Maar goed.)

De schrijfstijl doet erg haar best om origineel uit de hoek te komen, maar faalt daarmee nogal. De metaforen zijn ontzettend gekunsteld en zorgen er niet voor dat de boel inzichtelijk wordt, maar eerder dat ik de auteur aan haar bureau zie zitten, met haar pen klikkend en zoekend naar een gevatte metafoor.
De gedachtegangen van de personages zitten vol met quasi-filosofische zijsprongetjes. Neem bijvoorbeeld de volgende twee fragmentjes: (reactie op ander bericht)

en (reactie op ander bericht)

Nou, deze twee "semi-filosofische terzijdes" staan op één bladzijde. Ik vond het tamelijk vermoeiend. Vaak passen die gedachtes ook bepaald niet bij de personage die ze heeft.
Verder krijgt bijna letterlijk ieder personage (zelfs personages die nauwelijks een rol hebben, zoals chauffeurs) een uitgebreide introductie, waarin wat onbenullige wetenswaardigheden worden genoemd. Grappig bedoeld, maar ja, het werkt niet echt, met name omdat het ondertussen al gewoon niet meer zo origineel is. In films komt het vaak voor, zoals in Jeunets Le fabuleux destin d'Amélie Poulain. Daardoor is dit foefje meer een soort mislukte gimmick.

Helemaal aan het eind van het boek wordt er verwezen naar het filmpje Selective attention - dat ‘But did you see the gorilla?’-filmpje. Het boek suggereert duidelijk dat de lezer ‘de gorilla’ in het boek gemist heeft. (reactie op ander bericht)

Ja, leuk hoor. Zo kun je alles diepzinnig maken.

Natuurlijk is dit alles heel goed postmodernistisch te verdedigen. Maar ik vond het allemaal maar gekunsteld en irritant. Heel erg wannabe eigenwijs.

In juni was ik bij een debatavond in Utrecht over empathie en literatuur, en daar vertelde Maartje Wortel dat ze aan het begin van haar carrière bang was om in haar boeken als een "sentimentele vrouw" over te komen. Het gesprek ging daarvoor even over ‘empathie en gender’: een hoogleraar wist te vertellen dat uit onderzoek bleek dat lezers bij mannelijke auteurs meer aandacht besteden aan stijl, maar bij vrouwelijke auteur meer letten op sentiment - of zoiets. Om niet aan het stereotype beeld van een “sentimentele schrijfster” te voldoen, wilde Maartje Wortel dus in haar werk sentiment voorkomen. Misschien verklaart dat een beetje dat ik het boek heel erg ‘geforceerd’ vond. Het leek of het boek heel graag een bepaald iets wilde zijn, maar daardoor voelde het ontzettend gekunsteld. Gelukkig lijkt Wortel later in haar carrière meer met haar eigen stem en stijl te schrijven.

» details   » naar bericht  » reageer  

Catcher in the Rye, The - J.D. Salinger (1951) 4,5

Alternatieve titel: De Vanger in het Graan, 21 juli, 23:26 uur

Een beetje onverwacht vond ik dit een geweldig boek.
Eerlijk gezegd had ik een heel ander boek verwacht: bij ‘The catcher in the rye’ had ik toch vooral associaties met de moord op John Lennon en de aanslag Ronald Reagon en zo.
Maar het blijkt dus gewoon een heel lief en ontzettend grappig boekje. (reactie op ander bericht)


De figuur Holden Caulfield deed mij een beetje denken aan de karakters uit ‘Scott Pilgrim vs. the World’ en ‘Ghost World’ - toevallig (?) twee comicbook-verfilmingen. De jong-volwassen personages in die films lijken ook allemaal een soortgelijke hekel te hebben aan bijna alles om hen heen. (“You know what sucks? Everything.”, “This is boooring.”, "I'm just so sick of everybody.", "Everyone's just too stupid!") Zo’n houding heeft Holden Caulfield dus ook. (Ik zag bij het lezen ook wel een Michael Cera-achtige tiener voor me.) Wat deze werken volgens mij overeen hebben, is dat ze heel knap op een humoristische manier "onbegrepen jongeren" portretten, zonder deze belachelijk te maken.
Holden heeft een hekel aan alles wat in zijn ogen ‘phoney’ is. Eigenlijk komt zijn negativiteit voort uit teleurstelling: teleurstelling in de wereld om hem heen die continu verandert. Wat Holden niet doorheeft, is dat de wereld om hem heen niet zozeer verandert, maar dat hij zelf gewoon ouder wordt en dingen anders ziet. Holden ziet nu pas hypocrisie, huichelarij, onrecht, onkunde die hij vroeger niet zag, of misschien wel zag maar niet kon plaatsen. Holden verlangt terug naar zijn kindertijd, toen alles nog beter was. Het liefst zou Holden willen dat alles blijft zoals het was; hij zou, net als de eendjes in het park, willen verdwijnen voor de winter. Of net als de wassen beelden in het museum bevriezen.

Maar goed, ik kan hier nu wel een heel verhaal gaan opschrijven, maar ik geloof dat dit zo’n boek is dat eindeloos is uitgekauwd en geïnterpreteerd en geanalyseerd, dus alles wat ik in het boek gelezen heb, zal weinig toevoegen aan wat er al is gezegd. Ergens best jammer, al die aandacht.

Ik vond het een heerlijk boek. Het deed mij ergens ook wel denken aan ‘De avonden’ van Reve: dat boek gaat ook over een dolende, jonge protagonist in een winterse setting. (De boeken komen natuurlijk ook ongeveer uit dezelfde tijd.) Bij beide boeken moest ik trouwens ook regelmatig hard lachen. Misschien is Frits van Egters wel gewoon Holden Caulfield als 'ie wat ouder is.
Stilistisch is dit boek denk ik vooral effectief te noemen. Ik kan me wel voorstellen dat sommigen het spreektalige irritant vinden, maar ik vond het toch wel tof. Die Amerikaanse stopwoordjes die continu herhaald worden lijken mij ook wel essentieel voor het weergeven van Caulfields gedachtestroom. Bovendien dragen die ook wel voor een belangrijk deel bij aan het komische effect, vond ik.

Holden Caulfield is zeker een personage dat me bijblijft. Hij is zo’n prachtig gelaagd figuur: hij is lichtelijk irritant, maar tegelijkertijd ontzettend vertederend en lief in zijn liefde voor kinderen die hem doen denken aan zijn eigen jeugd en natuurlijk zijn zusje Phoebe. Eigenlijk heeft Holden een zwak voor alle mensen die onzeker zijn en twijfelen, zoals “the kettle drummer” en Bob Robinson. Ook zijn zwak voor zijn vroegere buurmeisje Jane Gallagher is zo schitterend beschreven. (reactie op ander bericht)

En dan dat einde met de draaimolen, die is ook zo prachtig. Bij het einde lijkt Holden Caulfield ook een zekere ontwikkeling doorgemaakt te hebben: waar hij in het gesprek met Phoebe vertelde: (reactie op ander bericht)

, zegt hij aan het einde bij de draaimolen: (reactie op ander bericht)

Hij lijkt een soort vertrouwen te hebben gekregen, een soort optimisme. Maar goed, dit zal ongetwijfeld al eerder ergens geschreven zijn, dus laat ik het maar bij mijn eigen mening houden: schitterend boek.

Eigenlijk stom: als ik een boek heel goed vind, kan ik eigenlijk niet zo veel meer over zeggen dan dat ik het heel goed vind.

» details   » naar bericht  » reageer  

Lampje - Annet Schaap (2017) 4,0

21 juli, 23:26 uur

Een onbekende plaats in een onbekende tijd, in die abstractie speelt Lampje zich af. Het boek bevat veel elementen van vroeger, maar ook veel moderne aspecten. Die onduidelijkheid vind ik heel fijn. Het is tijdloos. Het geeft het boek meer vrijheid. Het boek is zo ook haar eigen context, haar eigen wereld. Verwijzingen naar zaken buiten het boek zijn er wel, maar het gaat dan vaak om intertekstuele verwijzingen naar andere werken die óók een wereldje op zich zijn, zoals de sprookjes van Andersen (zie ook het motto).

Wat mij vooral aansprak aan het boek is de setting: het verhaal speelt zich af in een kustdorp met zwarte huizen, nare kermissen, donkere bossen, verlaten vuurtorens en bijna overal stinkt het wel naar iets als rotte vis of zo. Echt prachtig neergezet.
Ik zag het allemaal een beetje voor me in de sfeer van de film ‘La Cité des Enfants Perdus’ van Jean-Pierre Jeunet en Marc Caro. Dat komt sowieso doordat ik de film redelijk recent gezien heb, maar ook vast omdat de zee in die film net zo groenig is als de zee op de omslagafbeelding van dit boek. Net als Jeunets film is 'Lampje' een duister en avontuurlijk sprookje vol vreemde figuren. De personage Lampje lijkt ook best wel op Mitte, de protagonist uit ‘La cité des enfants perdus’, die ook voor niets bang is.
Annet Schaap is wat mij betreft vooral op dreef in de zogenaamde world building. Sommige passages zijn echt schitterend: de verschuiming van Edwards tante is echt een heel sterk stuk, dat ook dramatisch goed werkt. Ook de freakshow op de kermis, geen bijster origineel gegeven, wist Schaap toch verrassend uit te werken. Overigens zag ik, door mijn associatie met Jeunets film, de dwerg Oswald voor me als Dominique Pinon en de Siamese tweeling als die akelige ‘La Pieuvre’ uit de film.

Ook het verhaal weet zeker te boeien. Schaap werkt de personages allemaal goed uit, met name uiteraard de hoofdpersoon. Haar innerlijke dialogen zijn fantastisch om te lezen. Ik leefde ook echt met Lampje mee - zeker in de scene dat ze haar vader wil bezoeken, maar het huis afgesloten aantreft en vervolgens haar kwade gedachten projecteert op de planken, de meeuwen en de zee. Lampjes (aanvankelijk vrij sombere) gedachtewereld is echt een grote meerwaarde voor het boek.

Een klein minpuntje aan het boek vond ik toch wel het einde: het voelde voor mij toch te veel als het samenrapen van alle losse eindjes, bijeen knopen en klaar. Niet dat ik het slecht bedacht vond allemaal - zeker niet - maar het einde focuste wat mij teveel op het afwerken van het plot, en dan merk je als lezer gewoon weer dat je een verhaal aan het lezen bent.
Paul Biegel (met wie Annet Schaap na dit debuut, wat mij betreft terecht, veelvuldig vergeleken wordt) laat (in zijn goede boeken) de eindes wat meer nazinderen, er blijven nog wat losse eindjes voor de lezer om aan te peuteren. Biegels eindes zijn wat meer verstild en sfeervoller. Het is een slot op een kier. En dat miste 'Lampje' een beetje, naar mijn smaak.
Overigens verzuipt het plot ook wel een beetje in zijplotjes: Schaap gooit doorheen het boek veel balletjes op, die ze niet allemaal even mooi weer opvangt. Dat zijplotje met Juul (de vrouw met de baard) had van mij niet gehoeven op deze manier: het had of mogen worden uitgebreid of gewoon achterwege worden gelaten. Nu hing het er een beetje bij.
Maar goed, verder heb ik ontzettend veel van dit debuut genoten. Het blijft ook verbazingwekkend dat Annet Schaap, die hiervoor al decennialang boeken illustreerde, nu pas met dit geweldige romandebuut komt. Volgens mij is Annet Schaap een betere schrijver dan alle auteurs voor wie ze ooit getekend heeft

» details   » naar bericht  » reageer  

Meisje met de Eierstokjes: De Meest Vruchtbare Teksten uit Zijn Theaterprogramma's, Het - Herman Finkers (1997) 3,0

3 juli, 00:49 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details