menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Ted Kerkjes. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2018, februari 2018, maart 2018, april 2018, mei 2018, juni 2018, juli 2018, augustus 2018, september 2018, oktober 2018, november 2018, december 2018, januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019, juni 2019, juli 2019, augustus 2019

Heart of Darkness - Joseph Conrad (1899) 3,5

Alternatieve titel: Hart der Duisternis, 13 februari, 00:01 uur

stem geplaatst

» details  

Winkel van Wimper, De - Ted van Lieshout (1993) 3,5

9 februari, 10:22 uur

De personages die in het werk van Ted van Lieshout centraal staan, zijn vaak (jonge) mensen die zichzelf heel bijzonder vinden en hopen dat anderen dat ook zien. Ze voelen vaak een sterke drang om grootse dingen te verrichten om de wereld te laten zien waartoe ze wel niet in staat zijn. Dit terugkerende thema is zelfs aan de titels af te lezen: ‘De allerliefste jongen van de hele wereld’, ‘Ik ben een held’, ‘Wij zijn bijzonder, misschien zijn wij een wonder’ of de geweldige titel ‘Ik en de koningin’.
Ook in veel van zijn gedichten zit de drang naar grote daden, zoals in het schitterende ‘Lichtblauw kleurpotlood’: (reactie op ander bericht)

Wimper past perfect in het rijtje van dergelijke personages. Net zoals Pipet in ‘Kind te huur’ is Wimper een zeer ondernemend kind. Maar waar Pipet door haar ouders eigenlijk achtergelaten wordt, kiest Wimper er zelf voor om zijn ouders te verlaten. (reactie op ander bericht)


Wimper is vastbesloten om een eigen winkel te openen met een grote etalage. Van al zijn spaargeld kan hij het kleinste winkeltje van de wereld kopen. Het heeft geen etalage, maar dat geeft niet, want Wimper speelt dan zelf maar voor etalage.
Als Wimper zijn winkel heeft gevonden - de winkel ligt in een bos zonder wegen - ontdekt hij al snel dat het al bewoners heeft: een egel, een spin en een rups. De dieren weigeren de winkel te verlaten ondanks Wimpers eigendomspapieren. Maar dan verzint de slimme winkelier een manier om de dieren in te zetten voor zijn commerciële doeleinden.

Het verhaal is weer lekker absurd, zoals vaker bij Van Lieshout. Maar, zoals ook gebruikelijk bij Van Lieshout, is er net wat meer aan de hand. Zo gaat het boek op een verrassende manier over natuur en cultuur. Verder speelt verdwaald zijn nog een opvallende rol. (reactie op ander bericht)

En Wimper krijgt gelijk: hij weet de kleinste winkel van de wereld te vinden in het bos zonder wegen. Alle mensen die in het bos terecht komen, verdwalen binnen de kortste keren en kloppen dan bij Wimpers winkel aan. Niet om iets te kopen, maar om de uitweg te vragen. Uiteindelijk weet Wimper hier slim een slaatje uit te slaan.
Vooral het begin en het einde van het boek zijn erg goed, met name vanwege de originaliteit en de schoonheid van Ted van Lieshouts taal (en de schoonheid van Van Lieshout tekeningen bij het beeld-epiloogje). Het middenstuk is wat wisselvalliger, maar niet vervelend.
Dit boek bevat illustraties van de auteur. Van Lieshouts tekeningen vind ik altijd geweldig: zijn stijl is uit duizenden te herkennen. Jammer dat hij in zijn latere werk wat minder is gaan illustreren. (Hij vertelde eens dat hij romans illustreren “saai” vond, omdat hij dan “telkens hetzelfde poppetje moest tekenen”. In poëziebundels voelde hij meer vrijheid.) Het boek bevat ook nog een verhaaltje in beeld: alle 'hoofdstukken' beginnen met een klein tekeningetje en samen vertellen die het verhaal van twee vogeltjes die een nest beginnen. Het is interessant om te kijken hoe dat verhaal zich verhoudt met het hoofdverhaal.

Het allerlaatste beeld van het boek, is het gelijmde spaarvarken, een mooi symbool voor de commerciële exploitatie van de natuur.

» details   » naar bericht  » reageer  

Gouden Gitaar, De - Paul Biegel (1962) 2,0

6 februari, 23:56 uur

Hoogstwaarschijnlijk had ik dit boek in 2004 nooit een (tweede) herdruk beleefd als het niet door Paul Biegel was geschreven, die in dat jaar zijn tachtigste verjaardag vierde. En terecht, want 'De gouden gitaar' is eigenlijk een weinig boeiend boek en het was op zich geen groot gemis geweest als het in de loop der jaren rustig in de vergetelheid was geraakt. Maar ach.
Er zijn in dit vroege debuut wel al onmiskenbaar Biegelesque elementen aanwezig. Neem nou de protagonist Jodokus de veldmuis: het is een bangig figuurtje dat door omstandigheden geforceerd wordt om uit zijn schulp te komen, zoals meer personages in Biegels oeuvre. Bijvoorbeeld Anders uit 'Ik wou dat ik anders was', de zielige ezel uit 'Het sleutelkruid' en de huiskabouter uit 'Nachtverhaal', om er een paar te noemen. Ook weet Biegel in dit eerste boek de personages allemaal een eigen manier van spreken te geven, met volstrekt eigen formuleringen ('O, ik bedoel, o nee'). Later zou hij dat gelukkig wat subtieler doen, maar het is er al wel. Verder bevat 'De gouden gitaar' zelfs een soort Freudiaans droomelementje, waar Biegel later in zijn werk nog wel eens op terug zal komen. In dit boek komen deze elementen allemaal niet zo uit de verf. Dat komt misschien ook vooral door het beperkte aantal bladzijden en het verhaaltje dat niet zo boeiend is en eigenlijk vooral wat knullig en saai. Het leent zich misschien ook meer voor een tekenfilmpje van een kwartiertje. Overigens vond ik de pentekeningen van Babs van Wely wel bijzonder snoezig, moet ik zeggen.

Het is misschien vooral een leuke curiositeit voor Paul Biegel-fans die op zich wel benieuwd zijn naar zijn debuut. Zoals ik.

» details   » naar bericht  » reageer  

Hemel boven Parijs, De - Bregje Hofstede (2014) 3,5

6 februari, 17:14 uur

Théobald Michau, Édouard Frenhofer, René Magritte, Joke van Leeuwen en Woody Allen

Net voordat ik deze debuutroman van Bregje Hofstede las, had ik ‘Vrije vormen’ van Joke van Leeuwen gelezen (dat is alweer een tijdje geleden - ik loop wat achter), en toevallig passen deze twee romans best goed bij elkaar. Zo speelt in beide boeken beeldende kunst een belangrijke rol, draagt de omgeving waarin de twee verhalen zich afspelen speciale betekenis en worden allebei de romans naar het einde toe helaas wat vervelend.

De hemel boven Parijs’ is volgens mij een zeer goed voorbeeld van een nadrukkelijk geconstrueerde roman. Hofstede heeft duidelijk doorheen de roman thematische lijntjes uitgezet waarmee ze allerlei verbindingen legt, waardoor het boek een prettige kluwen betekenis is met een fijne zweem pretentie eroverheen om nog eens fijn over na te denken.

Zo wordt Oliviers relatie tot de liefde (of dit nu Mathilde, Sofie of Sylvie is) in verband gebracht met de schilder Theobald (uit de derde versie van Sofie’s essay) die uit angst voor imperfectie nooit aan zijn meesterwerk begon. Elders in het boek is er weer een verband met Olivier die Sylvie bespioneert wanneer zij zich opmaakt (geweldige scène trouwens) en de schilder Frenhofer (uit de eerste versie van Sofie’s essay) die in plaats van een schilderij van een vrouw “slechts een muur van verf” maakte.
Zo zijn er talloze (vaak erg subtiele) verbindingen in de roman te leggen. Ik lees op het internet dat veel mensen Sofie’s essays irritant en overbodig vinden, maar ik vind ze toch echt een essentieel onderdeel van deze roman.

Een ander leuk dingetje heeft te maken met de hoofdstukken: de genummerde hoofdstukken zijn namelijk geschreven vanuit Olivier. Naast de genummerde hoofdstukken bevat de roman ook nog hoofdstukken die ‘Sofie’ heten, waarin de focalisatie bij Sofie ligt. Eén keer doorbreekt Hofstede dit, namelijk in het één na laatste hoofdstuk (Vierendertig). Dit korte, genummerde hoofdstuk lijkt namelijk geschreven vanuit Sofie - Olivier komt hier zelfs niet eens in voor. Doordat het hoofdstuk tóch genummerd is, rijst de vraag of hier de focalisatie misschien ook niet gewoon toch bij Olivier ligt, en dat zou kunnen betekenen dat dat hoofdstuk over Sofie misschien een hersenspinsel van Olivier is.

Verder lijken spiegels nog een betekenisdragende rol te spelen: regelmatig bekijken personages zichzelf, of in ieder geval hun spiegelbeeld om zichzelf vervolgens niet te herkennen. (Dit gegeven is wel goed gevisualiseerd op de omslag van de herdruk waarop een René Magrittesque afbeelding prijkt.) Met name Sofie verkeert in een soort identiteitscrisis, doordat Olivier continu zijn oude geliefde Mathilde op haar projecteert. Deze crisis neemt op een gegeven moment zelfs post-modernistische vormen aan als Sofie en Mathilde in elkaar over lijken te lopen als waterverf en soms zelfs samen lijken te vloeien.

Wat mij verder nog opviel, is dat slechte LAT-relatie van Olivier en Sylvie zelfs in de vertellerstekst naar voren lijkt te komen: als Olivier en Sylvie elkaar kussen, staat namelijk vaak telkens nadrukkelijk vernoemd wáár (‘Ze drukte een kus op de hand naast haar gezicht.’, ‘Ze kuste hem op ‘zijn lippen.’, ‘Hij kuste haar voorhoofd.’, ‘Hij kuste haar mond dicht.’, ‘Hij kuste haar hals.’), terwijl Olivier en Mathilde gewoon elkaar kussen (‘Zij kuste hem.’). Dat vond ik wel opvallend.

Een ander leuk aspect is de rol voor de stad Parijs. Parijs is voor Olivier eigenlijk één grote opslagplaats van zijn herinneringen aan Mathilde. De stad is doorheen het boek nadrukkelijk aanwezig, zoals Mathilde aldoor aanwezig is in Oliviers bewustzijn. De vele (semi-)intellectuele gesprekken over kunst in combinatie met de drie- of zelfs vierhoeksverhouding in combinatie met de grote hoeveelheid dialogen in combinatie met de navelstaarderij in combinatie met de grote rol voor de (wereld)stad waarin het geheel zich afspeelt, deed mij soms ietwat Woody Allen-esque aan, in positieve zin. Het feit dat de hoofdpersoon Olivier, net zoals Woody Allen vaak, welbeschouwd een egocentrisch, vervelend personage is, draagt hier ook wel wat aan bij. Doordat Parijs voor Olivier onlosmakelijk verbonden is met Mathilde, is het ook mooi dat Olivier en Sofie aan het einde ook “van de kaart” verdwijnen.

Al met al bevat het werk dus voldoende leuks. Wat ik hierboven noem is nog maar een schijntje van alle interessante dingen: ik heb het nog niet eens gehad over het hele gedoe met Paul Bonnard, Billy, Sofie en haar moeder en de bijzondere rol van tijd in het boek. Toch weerhoudt iets mij van een hogere waardering. Naar het einde toe begon ik het boek toch wat vervelend te vinden. Ik was de personages wat beu aan het worden, misschien omdat hun gedachten en handelingen toch wat repetitief waren. Ook ontspoorde het verhaal op het einde iets te veel naar mijn smaak. (‘Vrije vormen’ van Joke van Leeuwen leed ook wat aan dat euvel. Alsof er een climax ingezet wordt om er een eind aan te breien.) Verder vond ik Hofstede’s schrijfstijl hier en daar wat gekunsteld overkomen, met name in de beeldspraken. Neem nou “zijn pik stootte als een babyvoetje in haar buik”. Ik vermoed dat Hofstede het zo geschreven heeft, omdat de buik in kwestie een zwangere buik is, en er dus aan twee kanten ‘babyvoetjes’ stoten (één echte en één erectie), maar het beeld is eigenlijk vooral raar, gekunsteld en gewoon lelijk. En zo zijn er meer mislukte metaforen: ergens anders in het boek schrijft Hofstede bijvoorbeeld over “vlezige adem”. Dat soort rare beeldspraken werken niet en leiden af.

Hoewel Bregje Hofstede dus hier en daar, wat mij betreft, in haar schrijven wat missers maakt en het einde nogal over-the-top en lelijk geschreven is, wordt dit alles wel gecompenseerd met een geweldige zweem van betekenis, enkele geweldige scènes (Sylvia die zich opmaakt, Sofie die Billy nauwkeurig bekijkt alsof het om een buitenaards wezen gaat, Olivier en Sofie die in een winkelcentrum helemaal opgaan in hun fantasie…) en lekker veel dialoog.
Misschien heeft Bregje Hofstede in De Groene Amsterdammer zelf wel het beste omschreven wat er aan het boek scheelt: "Het zit vrij goed in elkaar, maar het mist een hart."

» details   » naar bericht  » reageer