menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Ted Kerkjes. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2018, februari 2018, maart 2018, april 2018, mei 2018, juni 2018, juli 2018, augustus 2018, september 2018, oktober 2018, november 2018, december 2018, januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019, juni 2019, juli 2019, augustus 2019, september 2019, oktober 2019, november 2019, december 2019

Verhaal van Bobbel Die in een Bakfiets Woonde en Rijk Wilde Worden, Het - Joke van Leeuwen (1987) 4,0

22 augustus 2018, 11:12 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,5 sterren

» details  

Vrije Vormen - Joke van Leeuwen (2002) 3,0

22 augustus 2018, 10:57 uur

Het probleem van deze roman is een beetje dat Joke van Leeuwen te veel onderwerpen heeft willen aansnijden.
In het boek zijn grofweg drie "lijnen" aanwezig.
Allereerst de lijn van Dok die kwakkelt in haar leven. Ze is besluiteloos, ze wil opnieuw beginnen met alles, maar tegelijkertijd kan ze het verleden niet loslaten. Ook haar leven als beeldend kunstenaar staat wat stil: het schilderen wil niet lukken. Aan een kunstacademie geeft ze les in Vrije Vormen, waar ze studenten vooruit helpt met hun project. Ze helpt anderen vooruit, maar zelf blijft ze hangen.
Dan heb je de lijn met betrekking tot de kunsten. Dit is een minder narratieve lijn, maar het speelt wel degelijk een grote rol. Het boek bevat namelijk ontzettend veel ideeën over wat (beeldende) kunst is of zou moeten zijn, enzovoorts. Dok en de studenten discussiëren en praten regelmatig over kunst.
En dan heb je tenslotte nog de lijn met Mara. Mara heeft een onuitspreekbare achternaam, ze is een buitenlandse vrouw die door de overheid aan de bovenkamer van Dok is gekoppeld. Ze probeert haar leven in het nieuwe land zo goed mogelijk weer op te pakken, maar dat gaat wat moeizaam, vooral door de nieuwe omstandigheden: de keuken van Dok is te klein voor het eten dat ze wil maken, er praten te weinig mensen met haar om de taal onder de knie te krijgen, et cetera.

Het allerinteressantst vond ik de "tweede lijn" over kunst. Ik houd er namelijk erg van wanneer een kunstuiting zijn eigen vorm problematiseert. Dus: als kunst gaat over kunst. Dit biedt de artiest namelijk de mogelijkheid om het publiek via de inhoud naar de vorm te laten kijken en hierover na te denken. (Ik bedoel ik dus niet per se essays over literatuur of van die post-modernistische grappen waarin de artiest het verhaal onderbreekt om de vierde wand te doorbreken of zo, maar echt verhalen waarin er over literatuur gepraat wordt.) Ook in andere kunstuitingen dan literatuur vind ik dat erg interessant. (In bijvoorbeeld veel films van Woody Allen zitten ideeën over cinema verstopt - in 'Crimes and misdemeanors' levert de personage van Woody Allen zelfs op een zeer slimme manier kritiek op de film zelf. Ook de geniale cabaretier Micha Wertheim stelt in veel van zijn cabaretvoorstellingen (impliciete) vragen over cabaret en theater.) Dat vind ik dus altijd erg boeiend. In dit boek gaat het weliswaar niet over literatuur, maar wel over beeldende kunst en kunst in het algemeen. De gesprekken die Dok voert met de studenten zijn erg interessant. Deze leveren een soort taalspel op vol boeiende opvattingen en vragen. Met name de student Boes heeft verrassende inzichten: hij heeft wat weg van een rebelse avant-gardist en hij streeft naar een soort anti-kunst.
Het kunst-thema, het "van niets iets maken", zit in het hele boek verstopt. Het is aanwezig in de schrijfstijl, want continu kijkt Dok (of Joke van Leeuwen) op een onalledaagse manier naar de alledaagse dingen om haar heen, alsof ze voortdurend kunst aan het maken is. Dit doet zij vooral met personificaties: Dok (of Joke van Leeuwen) schrijft alles om haar heen gevoelens, ideeën en gedachten toe, waarmee ze de wereld tot leven wekt. Het "tot kunst verheffen" van alles zit ook in andere details. Zo wordt terloops in het boek een Nieuwe Gebouwenroute genoemd: 'gewone' gebouwen zijn door die route tot 'kunst' verheven, want mensen lopen die route en kijken met nieuwe ogen naar de gebouwen waar ze normaal aan voorbij zouden gaan.
Het verhaal over Doks leven dat maar een beetje kwakkelt is niet per se origineel, maar Dok is een zeer fijn personage. Zij heeft dezelfde onbevangenheid (en hierdoor ook een zekere naïviteit) die vrijwel alle personages van Joke van Leeuwen hebben. Het is ook een zelfstandige, onafhankelijke vrouw, zoals vaker in Van Leeuwens werk. Erg fijn.
De verhaallijn van Mara vormt een mooie tegenhanger van de verhaallijn van Dok: allebei kunnen ze hun leven niet echt oppakken. Toch is Mara eigenlijk een beetje de manco van het boek. De personage Mara lijkt niet helemaal in het boek te passen - of nou ja, Mara past wel in het boek, maar haar komst gaat gepaard met enkele passages omtrent vreemdelingenhaat et cetera, en die voelen een beetje "ontheemd". Die lijken niet echt bij de rest van het boek te passen. Van Leeuwen is een geëngageerd auteur, maar in dit boek voelt het engagement te zijdelings.
Het einde, de spectaculaire finale die alledrie de lijnen samenbrengt, komt niet echt uit de verf. Het voelt wat geforceerd.

De schrijfstijl van Joke van Leeuwen is fantastisch, zoals eigenlijk altijd, en heel lang wilde ik het boek een 3,5* geven, maar toch weet het boek uiteindelijk niet echt te overtuigen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Schloss, Das - Franz Kafka (1926) 4,0

Alternatieve titel: Het Slot, 20 augustus 2018, 16:28 uur

stem geplaatst

» details  

In de Ochtend van het Leven - Theo Thijssen (1941) 3,5

Alternatieve titel: Privé-Domein Nr. 197, 15 augustus 2018, 20:29 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Christmas Carol, A - Charles Dickens (1843) 3,5

Alternatieve titel: Een Kerstvertelling, 13 augustus 2018, 15:25 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Amant, L' - Marguerite Duras (1984) 3,5

Alternatieve titel: De Minnaar, 13 augustus 2018, 13:13 uur

Ongestructureerde herinneringen

Wat direct opvalt aan 'De minnaar' is de schrijfstijl. Duras hanteert een vorm tussen poëzie en proza. Dit geeft het boek een dromerig sfeertje. Het lijkt alsof Duras aan de schrijftafel zat en de herinneringen - het boek is autobiografisch - die haar te binnen schoten heeft opgeschreven als een "stream of consciousness". Hierdoor is het alsof de lezer getuige is van de ongestructureerde herinneringen van de schrijfster. Het verhaal is niet chronologisch, het is wat 'warrig' en soms associatief. Het verhaal wisselt vaak van tijd, van plaats en ook van vertelperspectief - Duras schrijft bijvoorbeeld afwisselend over 'ik' en 'het meisje'.
Als ik mijn mening over het boek zou moeten geven - en dat moet ik van mezelf - dan zou ik tot de slotsom komen dat ik het boek met name waardoor vanwege de vorm. De taal, de opzet, de structuur, die ik hierboven heb geprobeerd te omschrijven. Heel soms verliest Duras zich wel iets te veel in poëtische gekunsteldheid naar mijn smaak, maar dat kan natuurlijk ook aan de vertaling liggen. Verder vind ik de vorm van het boek heel spannend, uitdagend en gedurfd.
Het verhaal zelf vond ik iets minder interessant. De gebeurtenissen en de emoties zijn vrij afstandelijk opgeschreven en daardoor grepen de emoties mij wat minder aan. Ik kan me overigens heel goed voorstelling dat bij een herlezing de inhoud wat meer gaat leven dan bij de eerste leesbeurt. De titel doet vermoeden dat de liefdesrelatie van het meisje met de oudere Chinese man centraal staat, maar de familierelatie van het meisje is minstens even belangrijk. Voor een groot deel wordt verteld hoe het er in die tijd in Vietnam aan toe ging, met de bijbehorende sociaal-culturele conflicten en problemen, en dat sprak mij allemaal niet zo erg aan. Het was mij teveel sfeertekening en te weinig verhaal.
Maar Duras' schrijfstijl zorgt toch dat het boek fascineert. Door het autobiografische karakter en de vorm heeft het boek ook wel wat weg van een soort zelftherapie. Maar dan wel zelftherapie waar een ander ook wat aan heeft.

» details   » naar bericht  » reageer  

Prozess, Der - Franz Kafka (1925) 4,0

Alternatieve titel: Het Proces, 11 augustus 2018, 23:40 uur

Kafka heeft de gave om op een prettige manier met de deur in huis te vallen. Zowel de openingszin van 'De gedaanteverwisseling' als die van 'Het proces' introduceren direct de hoofdpersoon, "het probleem van de roman" en de sfeer van het boek. Je zou met die zin de hele roman samen kunnen vatten. Heel knap. Over films wordt overigens ook vaak gezegd dat een goede openingsshot het einde al in zicht draagt.
In de openingszin van 'Het proces' wordt K. op een ochtend (misschien "nadat hij uit onrustige dromen ontwaakte"?) gearresteerd. Hierin zit al de machteloosheid en het overgeleverd zijn aan een vage hogere macht zonder de oorzaak te weten en die zaken blijven de hele roman een belangrijke, misschien wel de belangrijkste, rol spelen. Ook het existentialisme van het boek zit al in de zin verstopt, want K. is natuurlijk een vage naam, en daarmee een vaag mens: wie of wat is "K."? Zelfs het bed-motief, dat overal in Kafka's werk op schijnt te duiken, is in de openingszin aanwezig, al is het impliciet. In bed en vooral op de bedrand gebeuren in Kafka's boeken veel belangrijke dingen, waardoor Roberto Calasso in zijn essay K. het bed in Kafka's werk 'de drempel naar een andere wereld' noemde. Overigens viel mij in 'Het proces' op dat K. heel vaak uit het raam kijkt. Een soort raam-motief, dus. Dan lijkt het raam te staat voor escapisme en is het raam de poort naar een andere, allicht mooiere wereld. (Het raam-motief in dit boek zal trouwens ongetwijfeld eerder door iemand anders ontdekt zijn.)
Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik de schrijfstijl in 'Het proces' minder aansprekend vond dan in 'De gedaanteverwisseling'. In het laatstgenoemde boek schrijft Kafka veel kernachtiger, korter, maar 'Het proces' is aanzienlijk langdradiger, vooral in de dialogen. Ik houd heel erg veel van dialogen in boeken (in films trouwens ook - en in het echt), omdat vaak in de dialogen de personages worden uitgediept, of beter gezegd: zichzelf uitdiepen. Dit is in dit boek ook zeker wel het geval, maar deze dialogen zijn niet echt menselijk te noemen: het klinkt allemaal te bedacht en te veel als schrijfstijl, naar mijn smaak. Zo praten mensen niet - zeker niet in zulke situaties. Nu zal dit ongetwijfeld ook aan de leeftijd van het boek liggen, maar dat maakt het niet minder storend. De taal van de dialogen maakt de personages minder "mensen", waardoor het hele boek minder leefde voor mij. (Paradoxaal genoeg vond ik wat dat betreft 'De gedaanteverwisseling' veel menselijker.)
Een ander minpuntje is ook een 'vormdingetje'. De structuur van het verhaal ovnd ik namelijk ook niet zo heel sterk. Het "verhaal" voelt namelijk een beetje als een kapstok waar Kafka zijn ideeën aan op wil hangen. K. gaat van het ene figuur naar het andere om met degene te praten en via die personage leert K. en de lezer weer iets nieuws over het dystopische labyrint van de bureaucratie. (Wat die structuur betreft, heeft 'Het proces' wel wat weg van 'Alice's adventures in Wonderland' van Lewis Carroll.) Helaas voelt 'Het proces' hierdoor wat minder als een echt verhaal.
Het boek is echter wel zeer rijk: het barst van de interessante vragen, ideeën en constructies. Ook zijn er vele prachtige scènes: de geselscène, de scène in de dom en het geweldige einde.
Dat de roman onvoltooid is, is overigens niet echt een probleem. Ik vraag me ook wel af wat Kafka nog allemaal kwijt had gewild. Van mij had het nog wel wat korter en bondiger gekund dan dit.
Misschien lijk ik nu een beetje negatief, maar dat ben ik toch zeker niet: 'Het proces' sleept hier en daar wat, maar het blijft zeker zeer boeiend. En het geweldige einde maakt dat de lezer het boek ontgoocheld dichtslaat.

» details   » naar bericht  » reageer  

Mensen Die Achterbleven, De - Martijn Neggers (2016) 1,0

11 augustus 2018, 23:40 uur

Makkelijke mistroostigheid

Op de achterzijde van 'De mensen die achterbleven' staat dat het naar aanleiding van Neggers' columns in het Brabants Dagblad lezersklachten regende als "Een tsunami aan alledaagse treurnis" en "zeer deprimerend". Ik vermoed dat deze debuutroman overeenkomt met de columns voor het Brabants Dagblad. Eigenlijk is dit boek niet meer dan een veredelde verzameling columns. Bovendien is het overduidelijk dat Neggers probeert tragi-komisch te zijn, net zoals in zijn columns.
Het boek, dat een semi-autobiografie genoemd wordt, gaat over Martijn Neggers. In hoeverre het verhaal daadwerkelijk betrekking heeft op de auteur, weet ik natuurlijk niet en dat doet ook niet ter zake. Martijn Neggers vindt het leven in Valkenswaard maar niets en besluit naar Tilburg te vertrekken om daar een groots en meeslepend leven te leiden. Van dat plan komt natuurlijk niets terecht en Neggers belandt van de ene zogenaamd troosteloze situatie in de andere.
Tragi-komische humor is een lastig genre, zowel om te maken als om te definiëren. Je zou namelijk kunnen verdedigen dat vrijwel alle vormen van humor in essentie tragikomedies zijn, want we lachen vrijwel enkel en alleen om het menselijk falen. (Waarmee ik overigens niet wil beweren dat bijna alle humor leedvermaak is.) Een bekende beoefenaar van de typische tragikomische humor is Hans Dorrestijn. Waar Dorrestijn, mits in vorm, originele beelden weet te kiezen om de tragiek van het menselijk bestaan te illustreren, slaagt Neggers hier totaal niet in. De mistroostigheid is voor de hand liggend en oppervlakkig: een klein provinciaals dorpje, lullige hobby's, de Xenos, groezelige cafeetjes, tijgerprint, et cetera. Allemaal clichébeelden. Veel verder dan dat gaat de humor in dit boek niet en het verhaal gaat weer niet verder dan deze platte humor, dus zo blijft er weinig meer van dit werkje over.
Waar goede (tragikomische) humor juist spanning veroorzaakt, blijft Neggers' humor oppervlakkig en spanningloos.
Naarmate het boek langer doorgaat, wordt het steeds duidelijker dat Neggers gaat voor de flauwe fluthumor en verder niets te zeggen heeft. Met de 'plottwist' aan het einde wilde Neggers zijn boekje waarschijnlijk wat diepgang geven, maar het is juist de zoveelste cliché op de hoge stapel.

» details   » naar bericht  » reageer  

Verwandlung, Die - Franz Kafka (1915) 4,5

Alternatieve titel: De Metamorfose, 11 augustus 2018, 23:40 uur

Gregor Samsa en mevrouw Klein

(reactie op ander bericht)

Zo begint het (wat mij betreft geweldige) prentenboek 'Een heel lief konijn' van Imme Dros en Jaap Lamberton. (Imme Dros schreef de tekst en Jaap Lamberton maakte de illustraties, waarvoor ze de Woutertje Pieterse Prijs ontvingen - Jaap Lamberton helaas postuum.)
Toen ik 'De gedaanteverwisseling' van Franz Kafka las - in de vertaling van Willem van Toorn - moest ik regelmatig aan 'Een heel lief konijn' denken. Direct al bij de eerste zin. (reactie op ander bericht)

De twee boeken hebben nog veel meer parallellen. Ze hebben een vergelijkbare opzet: de protagonist ondergaat een onvrijwillige gedaanteverwisseling, waardoor haar/zijn relatie tot haar/zichzelf en de buitenwereld wordt geproblematiseerd. Waar Sama echter in één keer transformeert, verloopt mevrouw Kleins transformatie wat geleidelijker: eerst ontdekt ze haar staart en later beginnen haar oren te groeien.
Mevrouw Klein begint door haar verandering anders naar de wereld te kijken: konijneriger. Ze schaamt zich tegenover haar omgeving - tussen de regels door proeft de lezer da ze zich in een zeer burgerlijk milieu begeeft. Tussen de regels door stelt het boek ook de impliciete vraag of mevrouw Kleins blik eigenlijk niet altijd al heel konijnerig is geweest: heeft mevrouw Klein eigenlijk niet altijd al als opgejaagd wild geleefd, ook al voordat ze een konijn werd?
Het (ietwat idiote) onderscheid tussen mens en dier wordt vaker in het prentenboek bevraagd. Zo wordt mevrouw Klein bij de dokter naar de dierenarts verwezen en bij de dierenarts verwijzen ze haar weer terug. Ten einde raad bezoekt Klein de psychiater. Die meent dat de oren en de staart maar een idee zijn. Die zitten tussen haar oren. (Die grap komt overigens niet uit het boek - een gemiste kans eigenlijk.)
Net zoals in 'De gedaanteverwisseling' komt de familie er slecht vanaf. Als mevrouw Klein haar probleem aan haar kinderen uit de doeken doet, bekommeren die zich geen moment om hun moeder, maar denken ze meteen aan zichzelf: "Zou dat erfelijk zijn? Kunnen wij dat ook krijgen? Wat erg!"
Kafka overwoog zijn verhaal in de bundel 'Straffen' op te nemen. Dit heeft hij uiteindelijk niet gedaan, en wat mij betreft is dat terecht, want ik zou eigenlijk niet weten waarom het daar op zijn plaats zou zijn. In 'Een heel lief konijn' is dat element met betrekking tot straf daarentegen wel aanwezig. Als mevrouw Klein met haar probleem naar haar moeder gaat, zegt die namelijk: "Dat komt er nou van! Je wou nooit naar me luisteren." Jaap Lamberton heeft de moeder overigens met een kruisje afgebeeld, waarmee hij dus iets religieus suggereert. Sowieso vertellen de illustraties een heel eigen verhaal naast de tekst, zoals dat moet in een goed prentenboek. Zo heeft Lamberton alle menselijke figuren dierlijke trekjes gegeven. Dit zou dus kunnen betekenen dat mevrouw Klein altijd al een konijn is geweest - alle mensen zijn immers dieren - en dat er dus in wezen helemaal geen uiterlijke verandering heeft plaatsgevonden, maar alleen een innerlijke: mevrouw Klein heeft dan iets ontdekt bij of in haarzelf wat ze nog niet eerder had opgemerkt. Door deze ontdekking vervreemdt ze van zichzelf en van haar omgeving.
De enige van wie ze niet vervreemdt en die niet van haar vervreemdt, is meneer Klein. Als mevrouw Klein naar hem gaat met haar probleem, vindt ze zichzelf en haar man terug. Daarmee eindigt 'Een heel lief konijn' aanzienlijk positiever dan 'De gedaanteverwisseling'. (Alhoewel: het boek suggereert eigenlijk ook een soort dood. Of beter gezegd: een nieuw leven.)

Eigenlijk is 'De gedaanteverwisseling' welbeschouwd een dieptreurig verhaal. Toch leest het niet zo: Kafka's schrijfstijl, die in dit boek overigens opvallend vlot is, voorziet het verhaal van een prettige luchtigheid en humor, al schuurt de humor wel van het cynisme. Iedereen, behalve Gregor, is ontzettend egoïstisch en handelt enkel en alleen uit eigenbelang.
Het boek stelt zo ongeveer dezelfde vragen als 'Een heel lief konijn': vragen over mens-zijn, vragen over menselijkheid, vragen over (familiaire) verhoudingen, et cetera. Een passage die ik wel opvallend vond, is het stuk waarin Gregor diep geraakt wordt door het vioolspel van zijn zus Grete. Daarin lijkt Gregor, het "ondier", een soort antropologische vraag te stellen: (reactie op ander bericht)


Een onderwerp dat in 'Een heel lief konijn' niet aan bod komt, maar wel in 'De gedaanteverwisseling' een grote rol speelt, is "communicatie" - sorry voor het lelijke woord. Waar mevrouw Klein wel in staat is om met taal te communiceren, kan Gregor in zijn nieuwe toestand niet meer spreken. Dit maakt wel dat Gregor zich des te bewuster is van zijn uiterlijk en zijn uitstraling: de "non-verbale communicatie" - een nog lelijkere term, sorry. Eigenlijk ontdekt Gregor dat een nieuw lichaam automatisch een andere lichaamstaal spreekt.
Gregors relatie met zijn lichaam is een prachtig aspect van het boek en dat toont de meesterschap van de auteur. De eerste alinea van dit boek behoort ongetwijfeld tot één van de beste passages die ik tot nu toe gelezen heb. Briljant geschreven, vind ik! Ook de stukken waarin Gregor controle probeert te krijgen over zijn nieuwe lichaam zijn fantastisch. Zo knap dat Kafka zo'n vrij absurd gegeven geheel ongeforceerd en bijna vanzelfsprekend weet op te schrijven.
De gedaanteverwisseling van Gregor drijft de menselijke verhoudingen in en rond het gezin op de spits en legt deze bloot. De familie vervreemdt zodanig van Gregor dat ze hem verwaarlozen en hem als een last gaan zien. (Dit zie je overigens ook wel voorkomen bij families met een ernstig zieke.) Zo takelt de arme Gregor steeds verder af. En als de familie uiteindelijk zelfs weigert Gregor bij zijn naam te noemen, sterft deze een hartverscheurende dood. Wat daarna nog volgt, is een uitermate cynisch, zogenaamd positief, einde dat hoogst onbevredigend is en haast ongemakkelijk is om te lezen. Kortom: geweldig.

Als je 'De gedaanteverwisseling' met 'Een heel lief konijn' vergelijkt, vraag je je wel af of het beter met Gregor was afgelopen als hij in een konijn was veranderd of als er een meneer Klein in beeld was geweest. Tja.

» details   » naar bericht  » reageer