menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Ted Kerkjes. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2018, februari 2018, maart 2018, april 2018, mei 2018, juni 2018, juli 2018, augustus 2018, september 2018, oktober 2018, november 2018, december 2018, januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019

Reize door het Aapenland - J.A. Schasz (1788) 3,0

2 mei, 19:49 uur

Satire uit 1788, hoe interessant is dat!
Ik vind het altijd erg leuk om humor door de tijd heen te zien. Op één of andere manier heb ik de indruk dat humor veel veranderlijker is dan sentiment: er is volgens mij meer verouderde humor dan "verouderd verdriet", zeg maar. Geen idee of er eigenlijk onderzoek gedaan wordt naar de ontwikkeling van humor, maar dat zou wel interessant zijn. Nu ik erover nadenk, zal het ook wel ontzettend lastig zijn om dergelijk onderzoek te verrichten, want hoe stel je vast dat iets grappig bedoeld is en hoe achterhaal je of iets ook als zodanig werd opgevat? Maar goed, ik dwaal een beetje af.

Het is boeiend om een humoristisch werk uit de achttiende eeuw te lezen, en dan ook nog een satirisch (en dus in principe tijdsgebonden) boek! Gelukkig valt de tijdsgebondenheid van deze satire, voor zover ik kan beoordelen, wel mee: een groot aantal onderwerpen is redelijk tijdloos (het politieke gekonkel, de 'pasquilschrijver') en slechts een enkele keer verklaart een voetnoot een verwijzing naar de actualiteit van toen.
Over voetnoten gesproken: het boek wemelt ervan. In het Aapenland vind je onderhand meer voetnoten dan okkernoten. Nu vond ik de meeste annotaties wel zeer nuttig en interessant, maar hier en daar was het wel wat te veel van het goede: met woorden als 'vertoeven', 'schikking' en 'stotteren' kunnen de meeste lezers toch prima zelf uit de voeten zonder noten. Maar goed, verder niets dan hulde voor de uitgave van Peter Altena (en het leuke voorwoord van Gerrit Komrij).

De humor was een positieve verrassing: in het eerste hoofdstuk moest ik zelfs even hardop gniffelen! De openingszin van het boek is al geestig: (reactie op ander bericht)

De ik-persoon kan maar één van de vier van de verdrinkingsdood redden, dus hij moet een keuze maken. Ruim twee pagina's lang overweegt hij wie het nu toch worden moet, maar tegen die tijd is het al te laat. Als ik het zo opschrijf is het allicht niet geestig, maar de uitvoering van Paape is echt verrassend fris en humoristisch.
Omdat hij na dit voorval verdacht wordt van moord, moet de ik-persoon vluchten en zo belandt hij in het Aapenland. Daar streven de apen ernaar mens te worden. Er zijn twee stromingen: aan de ene kant de Nommerééniaanen, de aanhangers van de redelijke aap Nommer een, en de Nommervijfiaanen, de aanhangers van de populistische aap Nommer vijf. Vooral de de laatste kan op veel bijval rekenen met zijn plan om de staarten af te hakken om zo in één keer mens te zijn.

Het gedeelte in het Aapenland bestaat vooral uit veel gesprekken en discussies vol ontwrichtende denkfouten die humoristisch (zouden moeten) werken. Ik moest bij de dialogen soms een klein beetje aan Kafka denken. Niet al deze gesprekken in dit boek zijn even interessant en humoristisch, maar over het algemeen is het wel vermakelijk genoeg. Bovendien is het boek te kort om echt vervelend of langdradig te worden.

Het absolute hoogtepunt van de dialogen in het Aapenland is, wat mij betreft, het gesprek met de 'pasquilschrijver': een aap die satire schrijft. In dit gesprek wordt het boek zelfs een beetje méta! (reactie op ander bericht)

In dezelfde passage speelt Paape ook een uiterst vernuftig spelletje met de lezer, waarbij hij zichzelf ook niet spaart: (reactie op ander bericht)

Je moet weten dat Gerrit Paape dit boek onder de valsche naam J. A. Schasz publiceerde...

Het plot is over het algemeen nog verrassend onderhoudend (zeker voor een satirisch werk) en het einde mag ook wel een redelijke climax genoemd worden. Zelfs het 'het was allemaal maar een droom'-einde werkte in dit boek nog best functioneel.

Het leukst om te lezen vond ik eigenlijk dat Paape in zijn kritiek een echte satiricus blijft. De meeste werken uit deze tijd dragen een sterke moraal uit of een bepaald gedachtegoed, dus ik vreesde bij dit boek ook iets dergelijks, maar Paape kiest (gelukkig) geen partij. Zoals Gerrit Komrij in zijn (bijzonder leuke) voorwoord al schrijft: (reactie op ander bericht)

Erg fijn. Zo hoort goede satire wat mij betreft ook te zijn: humoristisch en ontwrichtend. (Daar kan de heer Lubach nog wat van leren.)

Wat voor mij wel afbreuk deed aan het boek is de rol van de vrouwelijke apen: dit zijn allemaal domme figuren die eigenlijk alleen maar aan seks denken. Hun politieke engagement bestaat vooral uit de angst dat met de staart ook het geslachtsdeel van de mannen zal worden afgehakt. Nu zijn alle figuren in het boek idiote figuren en is er eigenlijk geen "normaal personage" te vinden, maar toch vond ik de rol van de vrouwelijke apen uitermate storend. Beetje jammer.

Maar over het algemeen is dit satirische werk verrassend amusant.

» details   » naar bericht  » reageer  

Beatrijs (1374) 2,0

29 april, 13:12 uur

stem geplaatst

» details  

Kus Me - Bart Moeyaert (1991) 3,5

23 april, 15:18 uur

stem geplaatst

» details  

Van Sente Brandane (1150) 1,5

Alternatieve titel: De Reis van Sint-Brandaan, 22 april, 23:53 uur

stem geplaatst

» details  

Tiffany Dop - Tjibbe Veldkamp (2009) 3,5

22 april, 23:53 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren

» details  

Van den Vos Reynaerde - Willem (1200) 3,0

Alternatieve titel: Reinaart de Vos, 22 april, 23:53 uur

stem geplaatst

» details  

Aarts Vader - Aart Staartjes (2005) 2,5

18 april, 17:23 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,0 sterren

» details  

Jannes - Toon Tellegen (1993) 4,0

18 april, 00:32 uur

Alles is olifant

'Jannes' en 'Teunis' vormen samen een zeer interessant tweeluik, misschien wel het interessantste olifantentweeluik dat ik tot nu toe heb gelezen.
In 'Teunis' is de protagonist de enige olifant in mensenwereld en in 'Jannes' is de titelfiguur een olifant in een wereld vol verschillende olifanten. In beide boeken wordt de relatie van het individu ten opzichte van de groep geproblematiseerd.
In 'Jannes' is dus alles olifant: de mensen zijn olifanten, maar ook de vogels in de bomen zijn olifantjes en de kikkers in de plas en ga zo maar door. Tellegen omschrijft dit alles als een vanzelfsprekend gegeven, zoals hij dat altijd doet met de meest absurde zaken. Geweldig leuk. De beelden van Peter Vos zijn ook perfect voor het boek. Sowieso ken ik geen andere illustrator die het beter had kunnen doen - natuurlijk is Vos ook gespecialiseerd in dierenmetamorfosen, met name met vogels.

Het boek is misschien op het eerste gezicht een ‘standaard opgroeiboekje’: de kleine Jannes is een peuter die van alles ontdekt en zich continu verwondert over de wereld om zich heen. Ondertussen probeert zijn moeder de wereld uit te leggen en duidelijk te maken - maar natuurlijk ontwricht Tellegen alles weer.
Op een dieper niveau problematiseert Tellegen met dit boek volgens mij ook de relatie tussen cultuur en natuur en dan met name het zogenaamde onderscheid tussen mens en dier. Dat onderscheid is fictief, lijkt dit boek te zeggen: in de wereld van Jannes zijn alle wezens olifanten in verschillende vormen (vogel-olifanten, vissen-olifanten, et cetera) en in de wereld buiten het boek zijn alle wezens dieren in verschillende vormen (mens-dieren, kat-dieren, hond-dieren, et cetera). Door van alle wezens een olifant te maken, legt Tellegen in mijn ogen deze problematische verhouding bloot. Alsof hij wil zeggen: het maakt niet uit welke vorm je bent, iedereen is een olifant. Dit lijkt Tellegen te onderstrepen met het hilarische, ontwrichtende einde als Jannes en de rest van de wereld van de één op de andere dag nijlpaard is geworden.
Maar goed, dit is slechts mijn interpretatie, ik heb geen flauw idee of Tellegen dit ook zo bedoeld heeft. Allicht zegt de interpretatie meer over de lezer dan over het werk.

Dit boek lijkt dus samen met 'Teunis' een tweeluik te vormen. De vraag is dan natuurlijk hoe deze twee boeken zich precies tot elkaar verhouden. De boeken verschillen nogal van toon. Teunis is duidelijk de treurige van de twee. Waar Jannes zich geborgen weet in een groep, ervaart Teunis veel gevoelens van eenzaamheid. Voor mij voelen de boeken als een soort coming of age- verhaal: ik zie 'Teunis' als een soort vervolg op 'Jannes', waar de kleine Jannes de peuterjaren bestrijkt en Teunis de puberteit.
'Jannes' en 'Teunis' vormen samen wat mij betreft het leukste coming of age-tweeluik met olifanten!

» details   » naar bericht  » reageer  

Teunis - Toon Tellegen (1996) 4,0

18 april, 00:32 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details  

Pieperds! - Tjibbe Veldkamp (2003) 3,0

13 april, 23:31 uur

stem geplaatst

» details  

Jas van Belofte - Jan Siebelink (2019) 0,5

8 april, 00:04 uur

Boekenweekbashing #1

Dit is het eerste boekenweekgeschenk dat ik las en het viel me echt niet mee.

Het uitgangspunt van het verhaal deed mij enigszins denken aan Federico Fellini’s film ‘8½’. In deze sterk autobiografische film kampt een succesvol regisseur met een gebrek aan inspiratie. Terwijl de mensen om hem heen hem bewonderen en veel van hem verwachten, vervalt hij in gedroom over zijn verleden, waarbij fantasie en werkelijkheid door elkaar lopen. Woody Allen maakte later de film ‘Stardust memories’, een liefdevolle ode/schaamteloze rip-off [zelf doorhalen wat niet van toepassing is] van Fellini’s film. Overigens maakte Bob Fosse eerder dan Allen al de musicalfilm ‘All that jazz’, die ook sterk op het uitgangspunt van Fellini lijkt. (Allemaal toffe films, trouwens - met name de laatste twee )

Om de gelijkenis tussen ‘8½’ en ‘Jas van belofte’ te zien, moet je de autobiografische elementen in dit werk kunnen herkennen; je moet weten dat Arthur Siebrandi eigenlijk gewoon Jan Siebelink is en dat Siebelink dus in dit boekje op zijn eigen werk en leven terugblikt. Als je niets van het werk en leven van Siebelink weet, heb je feitelijk niets aan dit boek, daarvoor staat het boek te weinig op zichzelf. Dat maakt dit boek in mijn ogen eigenlijk behoorlijk arrogant - zeker omdat het een boekenweekgeschenk is.

Is er iets goed aan dit boek? Ik zou eigenlijk niets weten te noemen. Alleen de naam van van de hoofdpersoon vind ik al belachelijk: Siebrandi. "Nee, dit boek gaat niet over Siebelink zelf, hoor: het gaat over Siebrandi!" Hoe kinderachtig kun je zijn. Als je dan toch namen verzint in een overduidelijk autobiografisch boek, verzin dan iets fatsoenlijks. Maar kom dan niet met een naam die klinkt als je artiestennaam als goochelaar (“Hier is… de Grote Siebrandi!”). Sjezes.
Daar komt ook nog bij dat de schrijver Siebelink het zijn personage Siebrandi eigenlijk geen moment moeilijk maakt. Sterker nog: Siebrandi wordt opgehemeld. Iedereen adoreert hem, de verteller (de schrijver) incluis. Op een gegeven moment ben ik de complimentjes aan Siebe...Siebrandi's adres gaan omcirkelen. (Omdat het toch een geschenk is, ben ik enthousiast in het boekje gaan strepen. Met pen.) Hier is een selectie: “Hartstochtelijker nog dan ervoor gaf hij les.”, “‘Wat jij voor je leerlingen overhebt, doet geen collega,’”, “‘Ze bezaten samen een schat aan kennis.’”, “‘Je verhaal heb ik gelezen. Beklemmend.’”, “‘Wonderbaarlijk hoe jij met Loet Petit-Fer omgaat. Dat lukt niemand.’”, “‘Ik wil meer dan die volmaakte roman.’”, “‘U heeft gevoel voor dat tijdperk.’”, “‘Jouw kijk op decadentie en symbolisme interesseert me.’”, enzovoorts, enzovoorts … En als Arthur dood is: “‘Ik heb zijn roman gelezen,’ zegt de verpleegster. ‘Dat heeft veel met me gedaan.’” Tsss.

Stilistisch is het boek ook idioot. Neem het volgende fragment. (reactie op ander bericht)


Hoe moet ik dit nou voor me zien? Ze kust zijn buik. Daarbij beweegt ze haar hoofd heen en weer. Omdat het daarna over ontkenning gaat, zie ik dit heen-en-weer-gaan voor me als ontkennend hoofdschudden. En ondertussen is ze nog altijd die buik aan het kussen, dus dit is al een bezopen beeld. En vervolgens komt ze terug bij zijn buik…? Hoezo? Is ze dan weggeweest? Heeft ze zo wild met haar hoofd heen en weer bewogen dat haar mond de buik even kwijt was? Eerlijk gezegd vermoed ik (door de context waarin dit fragment staat) dat Lisette Siebrandi oraal bevredigd heeft, maar dat Siebelink niet de ballen had om dat op te schrijven. (reactie op ander bericht)

Nou, ondertussen denkt Siebrandi dus aan Caroline die thuis op de poes aan het letten is. Dit is op zich al vreemd, maar ik moet ook nog opmerken dat eerder in deze “seksscène” Siebrandi al aan vruchtdood gedacht heeft en aan het onprettige gelach van Edwin, zijn redacteur. Toch staat er “Hij [=Siebrandi] onderwierp zich.” Ik vraag me af wat die onderwerping dan helemaal voorstelt als hij met zijn gedachten continu afdwaalt en die arme Lisette maar aan het kussen en schudden is.
Dan staat er “Lisettes gezicht was boven hem.” Volgens mij was dat toch al de hele tijd het geval?, denk ik dan, maar dan komt er: “Ze opende haar mond, sloot haar lippen om de zijne.” Blijkbaar is ze met haar bevestigende schudden alweer van zijn buik naar zijn lippen gegaan. Een schrijver hoeft zeker niet alles te beschrijven (zeker als hij niet goed schrijven kan), maar als je eerst alles heel minutieus beschreven hebt, is zo’n sprong opeens gewoon raar. Tot slot vind ik de zin “Zij voedde zich als het ware met vuur.” (met die totaal overbodige ‘als het ware’) echt superlelijk. Bovendien klopt die zin inhoudelijk ook niet helemaal, vind ik. In die zin wordt namelijk Arthur wederom centraal gezet, want de zin impliceert dat hij het vuur schenkt waaraan Lisette zich voedt. Maar is Lisette niet veel vuriger? Arthur zit daar maar als een zoutzak aan de poes te denken, terwijl Lisette al het werk doet!

Maar goed, er zijn nog veel meer van dat soort dingen in het boek. Ook zitten er van die kleine domme foutjes. Neem het volgende fragmentje: (reactie op ander bericht)

Volgens mij is een thema in de literatuur, zeker een grondthema, iets abstracts. Die Edwin weet dus niet waar hij op hamert en valt daarmee door de mand als slechte redacteur.

Een heleboel ontwikkelingen komen volledig uit de lucht vallen en een heleboel blijft wat in de lucht hangen. De onderwijsvernieuwing, religie, liefde, angst voor de dood, het wordt allemaal aangestipt, maar niets wordt uitgewerkt. Het motto van het boek is een citaat van Albert Verwey: ‘De liefde die vriendschap heet.’ Dit lijkt het meest van toepassing op Siebrandi’s relatie met Loet IJzertje. Er hangt een vreemd soort homoseksuele spanning om die relatie. Maar ook dit blijft in de lucht hangen, dus het motto slaat ook al nergens op. Zelfs de titel ‘Jas van belofte’ is onzinnig.

Ik snap niet waarom het CPNB het Boekenweekgeschenk niet gewoon aan jonge auteurs uitbesteedt. Die zullen zich bescheidener opstellen, zodat je geen waardeloos egodocument krijgt dat nauwelijks op zichzelf kan bestaan. Veel beginnende auteurs schrijven bovendien ook korte verhalen, dus dat komt ook nog van pas.
Dit is gewoon een waardeloos, megalomaan, egocentrisch, flutwerkje.

Ziezo, mijn eerste boekenweekbashing zit erop. Volgend jaar weer!

» details   » naar bericht  » reageer  

Stille Kracht, De - Louis Couperus (1900) 1,5

1 april, 00:07 uur

(reactie op ander bericht)

Dit schreef ik ongeveer twee weken geleden op de (helaas nog wat schier obscure) pagina ‘Het dit of dat-spel’. En eigenlijk vat die zin wel zo’n beetje mijn gevoel ten opzichte van ‘De stille kracht’ samen. Couperus’ stijl leunt wat mij betreft veel te veel op mooischrijverij die voor mij totaal niet werkt. Ik ben al niet zo’n fan van beschrijvingen, maar bij Couperus vind ik de beschrijvingen èn niet mooi (want ik vind het taalgebruik ronduit lelijk en vervelend) èn niet effectief (want het beschrevene gaat voor mij niet leven). Dus tja, dan blijft er gewoon weinig over. Het was voor mij echt een bevalling om mij door die brei van oubollig, kitscherig taalgebruik heen te worstelen en ik was dolblij toen ik van het boek af was. "Het taalgebruik is moeilijk/taai" hoor ik vaak, maar dat impliceert een beetje dat je het gewoon niet begrepen hebt als je het niet waardeert. Maar ik vond het gewoon lelijk.
Om heel eerlijk te zijn, verbaas ik mij er wel over dat dit werk zo hoog gewaardeerd wordt. Blijkbaar kunnen veel mensen deze schrijfstijl wel waarderen. Ik voel me een bijna beetje een cultuurbarbaar dat ik in de lach schiet bij zinnen als (reactie op ander bericht)

*proest*
Ik ben bijna aan mezelf gaan twijfelen. Ik dacht: 'Ben ik een oppervlakkige, cultureel afgestompte millennial die door whatsapp en YouTube een hopeloos verslapte concentratieboog heeft gekregen en daardoor niet meer in staat is klassieke meesterwerken, vol weelderige, barokke, eloquente bijzinnen, die op hun beurt weer vol staan met pompeuze adjectieven, op waarde te schatten?'
Maar nee, het is gewoon mijn smaak niet. Verder heb ik ook niet per se iets tegen oude boeken, maar wel tegen boeken die ik ouderwets vind. En dit boek vind ik ouderwets.
Misschien dat ik in de toekomst nog een sprookje van Couperus probeer, want ik kan me zo voorstellen dat zijn stijl daar wel wat beter bij past.

» details   » naar bericht  » reageer