menu

Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van Ted Kerkjes. Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen: januari 2018, februari 2018, maart 2018, april 2018, mei 2018, juni 2018, juli 2018, augustus 2018, september 2018, oktober 2018, november 2018, december 2018, januari 2019, februari 2019, maart 2019, april 2019, mei 2019, juni 2019, juli 2019, augustus 2019, september 2019

Saturday - Ian McEwan (2005) 2,0

Alternatieve titel: Zaterdag, gisteren om 12:32 uur

stem geplaatst

» details  

Roman van Moriaen (1320) 1,0

10 september, 19:38 uur

stem geplaatst

» details  

Economische Liedjes - Betje Wolff en Aagje Deken (1781) 0,5

9 september, 14:34 uur

stem geplaatst

» details  

Stoorworm, De - Wim Hofman (1989) 3,5

25 augustus, 23:53 uur

Op de ‘Dag in dag uit’-pagina van De Volkskrant heb je momenteel de leuke rubriek ‘Opgedragen, afgedankt’ (van Henk Bovekerk), waarin kringlopenboeken met een persoonlijke boodschap op het voorblad de revue passeren. Zelf ben ik ook vrij regelmatig dergelijke boeken tegengekomen - zelfs hele briefwisselingen heb ik ooit tussen de pagina’s gevonden. Toen ik ‘De stoorworm’ bij een tweedehandsboekwinkel vond, ontdekte ik ook een persoonlijke boodschap op het schutblad, geschreven in een prachtig, krullerig handschrift. (reactie op ander bericht)

En dan de afzender.
Het handschrift is echt schitterend: zwierig en uitbundig, maar toch heel recht en verzorgd. Er is duidelijk aandacht aan besteed. Wat ik verder zo leuk aan deze boodschap vind, is dat de afzender duidelijk weet wat hij geeft: hij heeft het boek gelezen. Echt leuk om zoiets in je boek te vinden. Het geeft natuurlijk wel te denken waarom en hoe het boek in de tweedehandsboekwinkel terecht gekomen is, maar ja.

En het is ook waar: het meisje met rood haar uit dit boek, Zurkeltje, wordt bruut behandeld, zoals de personages in de boeken van Wim Hofman vaker in een vervelende situatie zitten. Hofman is misschien wel één van de zwartgalligste auteurs die ik ken. Zijn verhalen lenen zich op het oog misschien voor vrolijke, doldwaze avonturen, maar over alles hangt toch een sombere waas. Misschien komt dat door de afstandelijkheid waarmee alles geschreven. Zodra er ellende komt, wordt dat met humor verdreven, maar zodra het humoristisch wordt, komt er ook weer ellende om dat weg te spoelen. Heel bijzonder.

De Zeeuwse Wim Hofman verwijst met dit verhaal duidelijk naar de Watersnoodramp: het verhaal gaat over een reusachtige overstroming die het hele land opslokt. De oorzaak van de ramp is de stoorworm. (reactie op ander bericht)

Hoewel Hofman dus duidelijk naar de realiteit verwijst, bevat het verhaal ontzettend veel fantastische elementen: pratende koffiepotten, wandelende tafels, zwemmende stoelen en alles lijkt volkomen vanzelfsprekend en normaal. Er valt daarom ook veel te glimlachen in de boeken van Hofman. (reactie op ander bericht)



De boeken van Wim Hofman hebben allemaal een duidelijk eigen smoelwerk. Dat zit in Hofmans taalgevoel (neem nou die prachtige namen die hij bedenkt: Ietje Wit, Piekevet, Zurkeltje, Kiloman en natuurlijk de Stoorworm), zijn bijzondere tekeningen (waaruit zijn voorliefde voor machinerie en vervallen krotten blijkt) en zijn algehele eigenzinnigheid (zoals dat stukje bladmuziek dat opeens in het boek zit).
'De Stoorworm' vind ik niet zijn beste boek (dat blijft voor mij Zwart als inkt), maar een boek van Wim Hofman valt nooit tegen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Onder Mijn Matras de Erwt - Ted van Lieshout (2017) 4,0

23 augustus, 00:21 uur

stem geplaatst

» details  

Ze Gaan er met Je Neus Vandoor - Ted van Lieshout (2018) 4,5

21 augustus, 23:51 uur

Het toppunt van autonome poëzie

Toen ik enkele weken geleden weer een poging deed mijn kamer op te ruimen (een meerjarenproject), stuitte ik op oude schriften van de middelbare school. Verbaasd bladerde ik ze door: ik wist niet dat ik ze nog had en ik vroeg me af of ik ze echt bewust had bewaard uit sentiment of gewoon nog niet had weggegooid uit nalatigheid. In ieder geval kwam de vondst mijn opruimwoede niet ten goede, want de rest van de middag heb ik alle schriftjes door zitten bladeren.
Ik kwam tot de ontdekking dat ik zelfs in de onderbouw al de gewoonte had om mijn huiswerk vol te kladderen met tekeningetjes, die vaak commentaar leverden op mijn werkhouding, mijn slordige handschrift en mijn gebrek aan wiskundig talent. Met name in mijn scheikundeschrift had ik veel poppetjes getekend. Op één bladzijde staat een verontwaardigd poppetje dat boos zegt: “Serieus? Wéér een tekening? Zou je niet eens aan het werk gaan?!”
Ook in de huiswerkopdrachten was er plaats voor dit soort ongein. Dan schreef ik thuis bij het huiswerk maken: ‘opdracht 12 b. Sorry, ik zou het antwoord werkelijk niet weten’. Op school kregen we “het uitwerkingenschrift” om ons huiswerk zelf na te kijken, en dan schreef ik in het rood erbij: ‘“ik zou het werkelijk niet weten”, tsssk, zo kan ik ook mijn huiswerk maken.’, waaronder ik dan weer met mijn balpen schreef: ‘Ja sorry, ik doe ook maar m’n best.
Nog altijd krabbel ik regelmatig in de kantlijn, al zijn die tekeningen minder verontwaardigd. Het scheelt natuurlijk al een hoop dat ik mij tegenwoordig niet meer bezig hoef te houden met scheikunde.

Maar goed, ik moest aan die schoolschriftjes denken toen ik dit boek van Ted van Lieshout las. Ik noem het maar gewoon “boek”, want ik weet niet goed hoe ik het anders moet noemen: een dichtbundel? een novelle? een graphic novel? Ik weet het niet, het is alles bij elkaar - of juist iets compleet nieuws.

De dichter in het boek houdt het na één gedicht voor gezien. Het boek opent met een sombere liefdesallegorie over een sneeuwpop die smelt voor een konijn, waarop die zijn wortelneus afpakt. [NB: de citaten in dit stukje doen uiteraard geen recht aan de typografische weelde van het boek.](reactie op ander bericht)

Na deze treurige woorden is het één pagina stil - of moet ik zeggen ‘leeg’? Omdat er daarna nog een poos niets gebeurt, komt de taal van de dichter verbaasd vragen hoe het nu verder moet. De dichter blijkt liefdesverdriet te hebben en daardoor niet in staat om te werken. De taal protesteert en probeert van alles om aan de slag te kunnen.

Met name in zijn dichtbundels experimenteert Van Lieshout er vrolijk op los, en dit boek is misschien wel zijn radicaalste en origineelste tot nu toe. Alles wat Van Lieshout tot nu toe heeft laten zien culmineert in deze bundel tot een prachtig geheel: zijn meta-grappen, zijn aandacht voor grafische vormgeving, de manier waarop hij zowel de inhoud als de vorm van taal gebruikt, zijn gave om persoonlijke worstelingen op een unieke wijze te verwerken… Alles zit erin.

In eerdere bundels nam Van Lieshout ook al de grafische vormgeving voor zijn rekening, maar in deze bundel is de opmaak wel het opvallendst: de woorden dartelen alle kanten op, waardoor het lezen echt een avontuur, een belevenis is. Het ligt voor de hand om het typografische circus in dit boek met het werk van Paul van Ostaijen te vergelijken. Maar Van Lieshout lijkt ook op Van Ostaijen wat zijn poëticale opvatting betreft: Van Ostaijen raakte in de jaren twintig van de vorige eeuw steeds meer geïntrigeerd door de dichterlijke waarde van het woord. En dan echt 'het woord' als materiaal van de dichter, zoals de steen van de beeldhouwer. Van Ostaijen probeerde gebruik te maken van alle mogelijkheden van de taal: van de vorm, de klank, de betekenissen, alles. Hij wenste dat zijn gedichten zouden verschijnen als ‘vrije organismen zonder verband tot de schepper’. Dergelijke poëzie heet ‘autonome poëzie’: poëzie die ontstaat vanuit zichzelf, vanuit de taal zèlf, als een homp klei die zichzelf boetseert tot een beeld. De teksten in dit boek zou je het toppunt van autonome poëzie kunnen noemen, want de taal in dit boek schrijft letterlijk (haha pun intended) zichzelf, er komt geen dichter aan te pas.

Op een gegeven moment lijkt de taal deze poëticale opvatting van de dichter ook te verwoorden, als ze hem een brief schrijven: (reactie op ander bericht)

Zo lijkt Van Lieshout in dit boek via de taal impliciet iets over zijn eigen poëticale opvattingen prijs te geven. Sowieso lijkt Van Lieshout in dit boek op een geweldige manier met zijn eigen persoonlijkheid te spelen: achter zijn rug om roddelen de woorden een hoop over de dichter (hij is een aansteller, een ijdeltuit). Als je het boek leest als een introspectief boek waarin Ted van Lieshout in dialoog met zichzelf is (want die lagen bevat dit boek allemaal), kun je ook nog een werk lezen over een verdrietige dichter die worstelt met zijn werk, zijn (liefdes)leven en zelfs zijn seksualiteit.

Slechts enkele teksten in dit boek worden duidelijk gemarkeerd als "gedichten", en ook met die gedichten is er wat interessants aan de hand: alle gedichten maken gebruik van winterse symbolen (sneeuw, koude), en er is ook nog een link met de Eerste Wereldoorlog. Overigens houdt de Eerste Wereldoorlog ook nog verband met de strijd die de letters op een gegeven moment met elkaar voeren om te blijven bestaan. Zo is alles in dit boek op een geweldig interessante manier met elkaar verbonden. Er gebeurt ontzettend veel leuks.

Het werk van Ted van Lieshout doet mij een beetje denken aan het werk van de (wat mij betreft geniale en onovertroffen) cabaretier Micha Wertheim. Ook Wertheim weet ieder programma weer zichzelf compleet te vernieuwen en zijn voorstellingen gaan vaak ook (deels of zijdelings) over het experiment en de vorm waarin de inhoud gepresenteerd wordt. Hetzelfde geldt voor Ted van Lieshout die iedere dichtbundel weer iets nieuws verzint. Overigens was het ook Micha Wertheim die in een interview ooit zei dat hij in het cabaret ook meer de ruimte voelde om het experiment aan te gaan, omdat “dat toch een kunstvorm is die niet helemaal serieus genomen wordt”. Die “lichte minachting” geeft Wertheim de vrijheid om zijn eigen eigenzinnige gang te gaan. Hetzelfde geldt misschien voor Ted van Lieshout, die als schrijver van zogenaamde jeugdliteratuur ook actief is in een kunstuiting die over het algemeen toch minder serieus wordt genomen.

Ik hoop in ieder geval dat Van Lieshout nog heel lang blijft experimenteren! Wat is het toch fijn om liefhebber te zijn van een levende artiest en als fanboy in spanning te wachten op nieuw werk en nieuw onontgonnen terrein!

Zo. En nu verder met mijn kamer.

» details   » naar bericht  » reageer  

Bijenkoningin, De - Veronica Hazelhoff (1992) 3,0

21 augustus, 09:14 uur

Dit is zo'n boek dat ik graag net wat beter had willen vinden.

Het verhaal en de thematiek spreken mij erg aan: het gaat over een vriendengroep, bestaande uit Julie, Phil en Nando. Al vanaf hun kindertijd trekt het drietal al samen op, maar nu ze in hun examenjaar zitten, dreigen ze wat uit elkaar te groeien. Als Phil en Nando op een dag Gwen ontmoeten, wordt alles helemaal anders binnen de groep.

De onderlinge verhoudingen zijn boeiend en veel gevoelens zijn erg treffend en herkenbaar. Van die sterke punten moet dit boek het dan ook vooral hebben, vind ik, want helaas weet Hazelhoffs wat fletse schrijfstijl hier weinig aan toe te voegen. Hierdoor overstijgt het boek de herkenbaarheid nauwelijks en blijf ik als lezer toch wat op mijn honger zitten.
Verder neemt Hazelhoff niet voor alle zaken en ontwikkelingen voldoende de tijd: het gedoe met Gwen en haar ex-vriend was allemaal wat random en had beter achterwege kunnen worden gelaten. Gelukkig komen de belangrijkste verhaallijnen beter uit de verf.

Echt jammer dat het stilistisch wat saaiïg is. Een iets spannendere/mooiere/opvallendere schrijfstijl had van dit boek zeker een kleine parel gemaakt.

» details   » naar bericht  » reageer  

Helden op Sokken - Annie Makkink (1998) 4,0

19 augustus, 16:11 uur

Hiërarchie in de schoeisel: wederzijdse emancipatie in Helden op sokken

De figuren in dit boek hebben aanvankelijk geen namen. Het verhaal gaat over tien broers en hun zus en de kat. De broers noemen elkaar bij hun nummer, van Tien tot Eén, en spreken hun zus maar gewoon aan met ‘Zus’. Elke dag gaan de broers vroeg op pad (“op avontuur”), terwijl Zus thuis blijft om boontjes te doppen voor de spek en bonen in de avond. Als de broers ‘s avonds thuis zijn gekomen en hebben gegeten, gaan ze naar bed, terwijl Zus de vaat doet. Na de afwas gaat Zus echter niet naar bed, maar ze sluipt op haar sokken naar buiten om naar de sterren te kijken. En zo gaat het altijd. Tot op een ochtend Zus met de broers mee wil. Alle broers protesteren: (reactie op ander bericht)

Alle broers protesteren, op één na: Eén. (reactie op ander bericht)

Maar de meeste stemmen gelden, dus Zus blijft thuis. (reactie op ander bericht)


Is het een boek met een boodschap? Ja, eigenlijk wel: het boek is heel goed te lezen als een “pleidooi voor emancipatie”. Maar waar de meeste kunst met een duidelijke “boodschap” minder focust op de stijl dan op de inhoud, is dit boek ook stilistisch bijzonder en ontzettend knap.

Het belangrijkste motief van dit boek is wel het schoeisel-motief, waar ook de titel van het werk naar verwijst. De tien broers dragen allemaal laarzen: (reactie op ander bericht)

Zus daarentegen draagt geen laarzen of schoenen, maar klompen. In de avond doet ze die uit om samen met de kat naar buiten te gaan, allebei nadrukkelijk op kousenvoeten. Buiten kijken ze naar de sterren en Zus vertelt “oude verhalen in de verleden tijd”. Deze oude verhalen zijn allemaal sprookjes, waaruit de personages hun helden, hun rolmodellen kiezen. Zus vertelt de kat van de Gelaarsde Kat. (reactie op ander bericht)

Op een dag gaat de jongste broer Eén ook mee naar buiten (op kousenvoeten) met Zus en kat naar de sterren kijken. Eén past niet echt tussen zijn andere broers: waar zijn broers vooral bezig zijn met kijken wie het verste kan springen of het hardste kan lopen, heeft Eén meer talent voor zang. Maar zingen telt niet echt, want “dat staat niet stoer”. Daarom valt Eén wat buiten de boot. Onder de sterren vindt Eén ook een rolmodel in de oude verhalen: Klein Duimpje. Ook weer een held met laarzen, zevenmijlslaarzen zelfs.
Alleen Zus haalt haar rolmodel niet echt uit sprookjes: ze vertelt de sprookjes vooral omdat ze die hoorde van haar grootmoeder, die ze nu mist. Zus’ rolmodel is dus eigenlijk haar grootmoeder.
Zo fungeren de laarzen aanvankelijk als een soort machtssymbool: wie de laarzen draagt, is de held. Maar later in het verhaal blijken ook de helden op sokken “ware helden”. Sterker nog: in de finale van het boek trekken de broers hun sokken uit om de held uit te hangen. Zo worden alle personages echte helden op sokken, en is de hiërarchie in de schoeisel verdwenen. Iedereen, de broers, de zus en de kat, loopt op kousenvoeten.

Het verhaal in dit boek is ook weer zo meta als de pest. De vorm van het verhaal lijkt expliciet naar sprookjes te verwijzen, zie ook de ‘Er was eens’ aan het begin, maar tegelijkertijd rekent het boek ook duidelijk met die sprookjes af: de clichématige helden op laarzen maken plaats voor de helden op sokken. Hiermee lijkt het boek zich niet echt als sprookje te willen presenteren. Toch wordt dit verhaal aan het einde met de “oude verhalen” genoemd: (reactie op ander bericht)

Is het dan toch een sprookje? Enerzijds wel, anderzijds niet: de sprookjes worden namelijk “oude verhalen in de verleden tijd” genoemd, en dit verhaal is weliswaar een oud verhaal, maar het is in de tegenwoordige tijd geschreven.
Zo speelt dit boek dus met dit gegeven. Uiteindelijk zou ik zelf tot de slotsom komen dat dit boek een modern sprookje is: het speelt met de klassieke elementen, maar rekent er tegelijkertijd mee af. Het is een modern sprookje, net zoals ‘Lampje’ van Annet Schaap. Het beste sprookje wat je hebben kan.

Pas aan het einde van het boek krijgen alle personages namen. Dit is een fenomeen dat doet denken aan Middeleeuwse verhalen: in veel Middeleeuwse teksten blijven de personages naamloos tot aan het einde. Een bekend voorbeeld is Beatrijs: het hele verhaal lang wordt er slechts gesproken over ‘een non’, ‘een vrouw’ et cetera, om aan het slot pas haar naam te noemen. Waarschijnlijk deed men dit destijds in de eerste plaats om het verhaal dichter bij de lezer te brengen: de naam ‘Beatrijs’ verwijst immers slechts naar één persoon, maar hoe vager je het houdt, hoe meer mensen het aanspreekt. In de tweede plaats was de naam hiermee een soort beloning: aan het einde heeft de non haar lesje geleerd en wordt ze bij haar naam genoemd als een soort beloning voor haar devotie.
Ook bij ‘Helden op sokken’ zouden de namen deze functies kunnen hebben: door de simpele aanduidingen ‘zus’ en ‘broer’ en ‘kat’ spreekt dit verhaal tot iedereen. Aan het einde heeft iedereen haar of zijn eigen, persoonlijke queeste volbracht en worden het ook daadwerkelijk expliciet afzonderlijke personen: geen nummers, maar namen.

Er zijn, zeker tegenwoordig, meer kinderboeken met een feministische/geëmancipeerde “boodschap”. Hoewel ik de achterliggende gedachte vrijwel altijd absoluut onderschrijf, heb ik vaak mijn twijfels bij de uitwerking van deze ideeën. Ook in de filmwereld vind ik de emancipatie niet altijd geslaagd. Wat je tegenwoordig vaak ziet, is dat de vrouw de rol speelt die traditioneel met een man geassocieerd wordt. Hoewel ik deze keuze begrijp, zit het mij niet helemaal lekker, omdat hiermee eigenlijk geïmpliceerd lijkt te worden dat de traditioneel mannelijke rol het ideaal is, alsof “de vrouwen meer (traditioneel) man moeten worden”. En dat is alles. Daar ben ik het niet mee eens. Zelf ben ik veel meer een voorstander van wederzijdse emancipatie. (Eigenlijk een beetje zoals Jasperina de Jong in de musical ‘De Engel van Amsterdam’ (tekst: Lennaert Nijgh / muziek: Joop Stokkermans) zingt: ‘De vrouwen veel meer mans en de mannen veel meer mens.’)
En dat doet dit boek in mijn ogen op een heel goede manier: aan het einde van het boek zijn de zussen en broers op een geweldige manier wederzijds geëmancipeerd.

Nu heb ik het in mijn stukje vooral gefocust op het sociale engagement in dit werk, maar er valt ook stilistisch voldoende te beleven. De tekst doet qua vorm sterk denken aan oude vertellingen. Allereerst al vanwege de klassieke opening: ‘Er was eens’, maar ook wat de schrijfstijl betreft: de ritmische regels vol terugkerende motieven is bijna meer poëzie dan proza. Het echoot de Griekse mythen van Imme Dros, maar ook 'Zwart als inkt' van Wim Hofman, dat in 1998 de Gouden Griffel won. Verder doet de poëtische vertelvorm natuurlijk ook sterk denken aan Middeleeuwse literatuur, toen alles nog in poëzie geschreven werd. De poëtische regels van Annie Makkink staan vol taalplezier: ze verwijst veelvuldig naar spreekwoorden en gezegden. Bijzonder tof.

Verder wil ik absoluut de geweldige illustraties van Marit Törnqvist genoemd hebben. Haar tekeningen en de mooie grafische vormgeving tillen dit werk echt naar een hoger niveau.

Grappig trouwens dat dit boek zoveel stemmen heeft hier. Ik vraag me af hoe dat komt. In ieder geval ben ik er wel blij mee, want door het grote aantal (positieve) stemmen ben ik dit boek op het spoor gekomen.

» details   » naar bericht  » reageer  

Tiffany Dop - Tjibbe Veldkamp (2009) 3,5

8 augustus, 12:57 uur

(reactie op ander bericht)

Bijna zie je Veldkamp zich achter zijn bureau verkneukelen om deze openingszin.
De eerste hoofdstukken leunen best sterk op dit “schokeffect”: een kind met een kinderwens - of beter gezegd: een kinderboek over een kind met een kinderwens zal toch voor veel mensen een soort van shock zijn. En ja, het eerste hoofdstuk lijkt Tjibbe hier nogal op in te spelen, misschien zelfs ietsjes té opzichtig. Het is wel humoristisch, maar het voelt ook ergens een klein beetje geforceerd. Gelukkig maakt het middenstuk, wat dat betreft, een hoop goed, zonder daarbij afbreuk te doen aan het ondeugende karakter van het boek. Ook in het middenstuk is het boek origineel en onorthodox, maar daar komt het oprechter erover en niet enkel als effectbejag. Het milieu waarin het werk zich afspeelt is verrassend: Tiffany groeit op in eigenlijk gewoon een verschrikkelijk nare omgeving. (ZIe ook de omschrijving in gottis bericht.) Op het oog lijkt Tiffany zeer weerbaar binnen haar asociale leefomgeving en dat is ze ook wel, maar tegelijkertijd merk je ook dat verlangt naar wat ze zo mist. Het verhaal maakt naar het einde toe helaas wat sprongen die maar half werken, maar verder is dit zeker wel een geslaagd en bovenal origineel boek.

Overigens deed het onderwerp (een kind met een kinderwens) mij wat denken aan de film ‘Palindromes’ van de (on-)Amerikaanse satirische filmregisseur Todd Solondz.

» details   » naar bericht  » reageer  

Liefdewerk Oud Papier - Karel Eykman (1981) 3,0

7 augustus, 01:15 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren

» details  

Dani Bennoni (Lang Zal Hij Leven) - Bart Moeyaert (2004) 3,5

5 augustus, 18:22 uur

Wat opmerkelijk dat dit boek van Bart Moeyaert zo veel gelezen is. Het is, voor zover ik weet, niet bekroond of zo, dus ik zou die aandacht hier niet echt kunnen verklaren. Zou het zijn omdat het de eerste roman na het succesvolle ‘Broere’ is? Misschien is dit boek dan een gevalletje van wat in de popmuziek vaak het “second album syndrome” wordt genoemd: na een succesvol album mag de opvolger niet onderdoen.

Het lage stemgemiddelde (waarmee dit boek zelfs -volkomen onterecht- in de flop 100 terecht is gekomen) kan ik mij ergens wel voorstellen: het zal voor veel lezers allicht een style over substance-werkje zijn. Ik ben zelf wel een liefhebber van Moeyaerts filmische manier van schrijven en de manier waarop hij zijn thematiek heel impliciet aansnijdt. Dit boek vind ik niet Moeyaerts beste werk, maar ik heb de beste man tot nu toe nooit op een vervelend boek kunnen betrappen. Al zijn boeken baden in een enorm dromerige sfeer die vaak een beetje schril contrasteert met verontrustende ondertonen: ook in dit boek hangt er van alles in de lucht, waar het meeste ook blijft hangen.

Maar toch gaat het wel degelijk ergens over. Voor mij problematiseert Moeyaert in dit boek de heersende traditionele gendernormen. Zowel Bing als Dani Bennoni passen niet perfect binnen de traditionele normen die bij 'mannelijkheid' worden geassocieerd. Bing, die volgens zijn omgeving ‘vrouwelijk’ is (al wordt dat volgens mij nergens expliciet gezegd), wil graag leren voetballen voor zijn broer. Dani Bennoni wordt dan wel weer als 'mannelijk' beschouwd, maar hij vindt het weer prettig om bij het douchen door Bing bekeken te worden.
Alle personages worden door hun omgeving in bepaalde hokjes geduwd, maar verzetten zich tegelijkertijd hiertegen. Het gaat hier vooral om Bing en Dani, maar hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor Martha.

Doorheen het boek problematiseert Moeyaert dus deze verhoudingen. Hij lost verder niets op, hij ontregelt eigenlijk alleen. Ik denk dat het gebrek aan oplossingen en antwoorden voor velen een probleem zal zijn, maar volgens mij zegt juist dat gebrek veel over wat Moeyaert met dit boek wil.
(Overigens schreef Sandra van der Leeuw in het -inmiddels ter ziele gegane- jeugd(?)literaire tijdschrift Literatuur zonder leeftijd een best interessant artikel over heteronormativiteit in dit boek: Die jongen is gewoon een voetballer. Voor de liefhebber, zal ik maar zeggen.)

Verder heeft dit boek wat mij betreft ook enorm veel sfeer. Moeyaert schrijfstijl vind ik gewoon een genot om te lezen. In dit boek buit hij het ‘show don’t tell’-principe geweldig uit, met name in de confrontatie tussen Martha en Dani. (reactie op ander bericht)

en even later (reactie op ander bericht)

Die spanning die er hangt is echt typisch Moeyaert.
Het blijft toch wel een unieke auteur.

» details   » naar bericht  » reageer  

Wiplala - Annie M.G. Schmidt (1957) 2,0

4 augustus, 00:29 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 2,5 sterren

» details  

En Wat Dan Nog? - Annie M.G. Schmidt (1950) 2,0

4 augustus, 00:29 uur

stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 2,5 sterren

» details  

Pappa Is een Hond - Guus Kuijer (1977) 3,5

2 augustus, 01:21 uur

Dit boek lijkt me wel een typisch voorbeeld van een high concept-boek, een soort gedachte-experimentje: wat als alle mensen - op één na - van de één op de andere dag zouden verdwijnen?

Dat is precies wat er in het boek gebeurt: Mark wordt op een dag wakker en ontdekt dat er verder niemand in het huis is. Het gas en de elektriciteit zijn afgesloten, de straten zijn leeg, de huizen staan er verlaten bij, in de verte blaffen honden. Alle mensen zijn verdwenen, maar de andere dieren zijn er nog wel.
Mark ontfermt zich over de dieren - al is ontfermen eigenlijk niet het juiste woord: Mark past wel op de dieren, maar hij merkt gaandeweg dat de natuur eigenlijk alles prima zelf regelt. En tegelijk ontdekt hij dat hij zelf ook een schakeltje in de natuur is.

Het is een bijzonder apart verhaal. De verlaten wereld is zowel herkenbaar als bevreemdend. De “dystopische” omschrijvingen van de lege gebouwen deden mij denken aan de beelden van het verlaten Londen uit Danny Boyle’s film ‘28 Days Later...’. Tamelijk akelig allemaal.

Marks contact met de dieren wordt nergens geromantiseerd of wat dan ook: de dieren vreten elkaar op of worden opgevroten door grote insectwolken en zo. De omslag en de (zeer misleidende) titel doen misschien een jolig boekje vermoeden, maar dat is het dus allerminst. Al is er ook wel typische wrange Kuijers-humor aanwezig. Stilistisch is het een hier en daar wat minder scherp dan in zijn andere boeken (misschien ook omdat Guus Kuijer wat mij betreft excelleert in de dialogen, die in dit boek grotendeels ontbreken), maar verder is het een leuk boekje.

Wat een bijzonder en verrassend oeuvre heeft Guus Kuijer toch.

» details   » naar bericht  » reageer  

Nos - Nikolaj Gogol (1836) 3,0

Alternatieve titel: De Neus, 1 augustus, 16:28 uur

Misschien had ik dit verhaal niet direct na ‘Dagboek van een gek’ moeten lezen. Het viel me namelijk wat tegen: wederom maakt Gogol op absurdistische wijze een satire op de (Russische) maatschappij binnen het aristocratische wereldje. Het kwam op mij allemaal niet zo origineel meer over, maar dat is dus misschien meer te wijten aan het feit dat ik kort daarvoor ‘Dagboek van een gek’ had gelezen. Zelfs de beginzinnen leken op elkaar: (reactie op ander bericht)

(reactie op ander bericht)


Hoewel de vorm van de twee verhalen duidelijke overeenkomsten heeft in de thematiek en de benaderingswijze ervan, zijn er ook vormelijke verschillen: waar in ‘Dagboek van een gek’ een “gekke” verteller het alledaagse beschreef, wordt in ‘De neus’ op een alledaagse manier iets geks beschreven. De verdwijning van de neus wordt namelijk tamelijk droogjes beschreven in een zakelijke schrijfstijl. Deze droge benadering werkt in het begin nog wel enigszins. Ik moest met name lachen om de barbier Ivan Jakovljevitsj die de neus van een klant in een broodje vindt. (reactie op ander bericht)

Maar al gauw kakt het allemaal wat in, vind ik. Op een gegeven moment ben je als lezer wel aan het gegeven gewend en is zo’n neus gewoon niet zo grappig meer.

Het einde waarin de verteller of de auteur toegeeft dat het allemaal nergens op slaat en zich hardop afvraagt wat het nut van zo’n verhaal is, voelt ook wat makkelijk. (Merk hier trouwens op dat zowel ‘Dagboek van een gek’ als ‘De neus’ gebruikmaken van een onbetrouwbare vertelinstantie.) Misschien dat zoiets toentertijd wel grappig en scherp was, maar ik vond het wat afgezaagd.

Maar nogmaals: misschien had ik het verhaal leuker gevonden als ik het niet meteen na 'Dagboek van een gek' had gelezen. Wellicht dat ik dit boek over vijftig jaar nog eens moet proberen.

Overigens is het natuurlijk eeuwig zonde dat er in de Nederlandse vertaling geen woordgrapje met ‘loopneus’ gemaakt wordt. Gemiste kans.

» details   » naar bericht  » reageer