menu

Hier kun je zien welke berichten Alex147 als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Dichtertje. De Uitvreter. Titaantjes. - Nescio (1918)

4,5
Fenomenale verhaaltjes. Al enige tijd geleden gelezen, maar door de citaten hieronder kom ik er weer helemaal in.
Ik weet niet hoe ie het doet, maar wat een weemoed spreekt uit zijn taal. Werkelijk weergaloos geschreven. Hij is een enorm scherp (psychologisch) observator, maar dit wordt relatief 'objectief' opgeschreven, waardoor het des te krachtiger wordt.
Deze thematiek ligt mij ook wel goed moet ik er eerlijkheidshalve bij zeggen: de groeipijnen en het langzamerhand steeds verder opgeven van idealen en dromen. En wie ze vasthoudt wordt (als) krankzinnig (beschouwd), zoals hieronder ook geschreven wordt.
Vond Dichtertje iets minder, daarom een 4.5

Étranger, L' - Albert Camus (1942)

Alternatieve titel: De Vreemdeling

4,0
Zoals eerder gezegd is dit een existentialistisch verhaal pur sang. Het gaat over iemand die onverschillig staat ten aanzien van zijn eigen bestaan en pas door de actieve confrontatie met de dood de waarde van zijn bestaan leert inzien.
Het eerste deel van het boek verloopt wat moeizaam. Min of meer losse gebeurtenissen volgen elkaar op, en belangrijke en futiele zaken worden naast elkaar geplaatst. De hoofdpersoon (Meursault) ondergaat het leven en neemt er niet actief aan deel. Ook de dood van zijn moeder ondergaat hij gelaten. Zelfs de moord lijkt uit pure verveling gepleegd. Maar alle gebeurtenissen vallen op hun plaats in het tweede deel van het boek.
In dit tweede deel wordt de hoofdpersoon steeds meer mens, en wordt het verhaal meer van binnenuit beschreven. Hij krijgt als het ware bestaansrecht; een 'existentie'? Zoals eerder opgemerkt wordt het verhaal hier introspectiever. Dit is heel mooi opgebouwd, maar het geduld van de lezer wordt dus enigszins op de proef gesteld.
In de rechtszaak heeft de hoofdpersoon ook niets in te brengen: Het lijkt over iemand anders te gaan, terwijl het vonnis een verregaande invloed op zijn leven zal hebben. Het is tragisch om te zien dat anderen ervoor kiezen deze 'ziel' louter te beschouwen als een moordenaar. En dat zijn schijnbaar onverschillige reactie op de dood van zijn moeder hem schuldiger maakt dan hij mogelijkerwijs is. Zijn gehele existentie wordt uitgewist, en ingekleurd door zijn identiteit als moordenaar. Als lezer leefde ik mee en voelde ik ook onrecht en onmacht. Als het vonnis is uitgesproken verlangt hij naar zijn vrijheid, naar de zomer en naar de jurken en de glimlach van zijn vriendin. Deze passages zijn schrijnend en prachtig.
Het lijkt of Meursault gedurende de gehele roman in een soort dodendans is verwikkeld: hij flirt met de dood en daagt haar steeds actiever uit. Hij weet niet goed wat te voelen naar aanleiding van de dood van zijn moeder en lijkt daarna de dood actief op te zoeken. Camus lijkt met dit boek haast te willen zeggen dat we ten dode zijn opgeschreven als we niet actief ons eigen leven ter hand nemen...

Exit Ghost - Philip Roth (2007)

Alternatieve titel: Exit Geest

3,0
Dit boek gaat over een ouder wordende man - het terugkerende alter ego van Roth - die merkt geen grip meer te hebben op het leven. Ok, en verder? Vrij weinig vrees ik.

We lezen dat de beste man na langdurige isolatie weer toenadering zoekt tot het leven. Deze confrontatie leidt onder meer tot een verliefdheid op een jonge, aantrekkelijke vrouw, die onbereikbaar voor hem is. Hij vreest dat de reputatie van een door hem bewonderde auteur te grabbel wordt gegooid door een brutale jongeman, op wiens respect hij ook niet kan rekenen. Verder vernemen we dat de hoofdfiguur aan incontinentie lijdt en impotent is door een prostaatoperatie.
Ik vond het bij vlagen ontroerend, maar toch ook soms tenenkrommend. Het is pijnlijk om getuige te zijn van een man die zijn grip op het leven probeert te herpakken, maar die daarin jammerlijk faalt.

Ik vond het boek deprimerend (wat op zich niets afdoet aan het boek), maar ook onbevredigend. Welke ontwikkeling ondergaat de hoofdpersoon in dit boek? (De voorgaande boeken in de 'Zuckerman-reeks' heb ik niet gelezen). Vanuit isolatie onderneemt de figuur een soort poging tot terugkeer, maar we zijn daarbij getuige van een ingezet verval, en niets lijkt het tij te kunnen keren. De pogingen die hij zelf onderneemt, lijken ook halfslachtig en weinig effectief. Dus zien we dan een man die ambivalent is ten aanzien van het/zijn leven, en zich dus eigenlijk reeds tussen leven en dood bevindt? Wellicht heeft Roth geprobeerd gestalte te geven aan deze impasse. Roth is daarin wel enigszins geslaagd, maar ik had graag meer inzicht gekregen in de motieven die ten grondslag liggen aan deze impasse. Wellicht is hier meer kennis vereist over voorgaande boeken in de 'Zuckerman' reeks, maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het karakter wat stil staat, en ik krijg als lezer ook weinig grip op wat de drijfveren van de hoofdpersoon nu werkelijk zijn. Daardoor vond ik het onbevredigend.

Franny and Zooey - J.D. Salinger (1961)

Alternatieve titel: Franny en Zooey

4,0
Deze buitengewoon krachtige en ontroerende twee verhalen werden door Salinger aanvankelijk los gepubliceerd, maar in 1961 samengebracht. De novelle 'Zooey' werd oorspronkelijk in 1957 gepubliceerd ter begeleiding van het verhaal 'Franny'. Salinger besteedde er vele jaren aan om de figuren uit zijn verhalen samen te brengen en te smeden tot leden van de familie Glass: een familie van getroubleerde wonderkinderen die opgroeien in het New York van de jaren 1950-'60. Waar 'Franny and Zooey' handelt over de twee jongste leden van de familie, handelt het latere boek 'Seymour - An Introduction' en 'Raise High the Roof Beam, Carpenters' (1963) over de twee oudste leden, Buddy en Seymour. De hoofdfiguur uit 'Seymour - An Introduction', op zijn beurt, is ontleend aan een van de Nine Stories, 'A Perfect Day for Bananafish', oorspronkelijk gepubliceerd in 1948 in The New Yorker. Hierin wordt de suicide van Seymour beschreven; een gebeurtenis die diepe indruk op de hele familie maakt, en de naschokken daarvan zijn zeer voelbaar in 'Franny and Zooey'.

In deze serie verhalen wilde Salinger het spirituele bankroet van het Amerika van de jaren 1950-'60 voelbaar maken. In Franny and Zooey wordt met enige regelmaat verwezen naar religie en vooral het Boeddhisme.

In het eerste verhaal over Franny word je als lezer getuige van een jonge vrouw die zich beklaagt over de leegte ('ego-filled pretension and competition') van de mensen om haar heen. Zij komt in aanraking met een boekje getiteld 'The Way of a Pilgrim', en raakt erdoor gefascineerd. Ze raakt min of meer verslaafd aan de 'Jesus Prayer' die in dat boekje wordt beschreven en het devies om onophoudelijk te bidden, om daarmee het gebed 'te synchroniseren met de hartslag en daarmee te automatiseren'.

In het tweede verhaal (Zooey) gaat het lange tijd over een brief van Zooey's broer Buddy die hij in bad leest. Hierin probeert Buddy aan Zooey carriere-advies te geven. Daarna komt zijn moeder Bessie de badkamer binnen en volgt een lange dialoog, die vooral handelt over Franny, over wie ze zich grote zorgen maakt. Bessie hoort Zooey uit en probeert erachter te komen waarom het zo slecht met Franny gaat. Even later vinden we Franny in hetzelfde huis in diepe slaap op de bank. Zij blijkt aan het eind van haar Latijn te zijn en volkomen uitgeput door het aanhoudend bidden. Als zij wakker wordt, raakt ze met Zooey in gesprek, en daarvan raakt ze zeer overstuur, omdat hij zich nogal bot en tactloos uitdrukt en veel kritiek heeft op hoe Franny dingen aanpakt.

Ondanks deze harde oppervlaktelaag en de cynische en boze houding van Zooey, klinkt er wel degelijk veel liefde voor zijn zusje door. Je merkt dat hij haar graag wil helpen. De dialogen zijn erg goed en levendig geschreven en vervelen bijna geen moment. De handeling in het verhaal staat zo goed als stil, en bestaat dan ook vooral uit dialoog. Maar Salinger schrijft zo pakkend, dat dit nooit een probleem is. Hij beschrijft alles met een minutieuze, bijna meditatieve concentratie, waarbij de handelingen (en vooral de lichaamstaal) van de personages nauwkeurig worden gevolgd. Alsof zijn interesse in het Boeddhisme hier merkbaar is. Bij zijn beschrijvingen speculeert Salinger over de gedachtes en gevoelens van zijn personages, maar nooit is hij daar stellig over. Het wordt aan de lezer overgelaten te bepalen hoe de personages zich voelen, maar dat is nooit moeilijk af te leiden uit hun lichaamstaal en gedrag.

De gesprekken tussen Franny en Zooey - of eigenlijk de monologen van Zooey - handelen over religie, over hun oudere, gestorven broer Seymour, en over de rol die religie speelde voor Seymour. Het blijkt een familie van zoekers te zijn, altijd op zoek naar de zin van hun bestaan. Het is merkbaar dat Franny en Zooey beiden veel respect hadden voor hun oudere broer, en dat hij voor hen een baken was, die ze nu zijn verloren. Zooey doet op zijn onhandige manier krampachtige pogingen om Franny te helpen, door in zekere zin de positie van zijn overleden broer in te nemen. Of hij daarin slaagt, ga ik niet verklappen.

Ik heb zeer genoten van dit boek en kan niet wachten om ook de resterende verhalen uit de Glass-reeks te lezen. Een absolute aanrader voor diegenen die van goed geschreven, vaak humoristische dialogen en bespiegelingen houden.

Kussen door een Rag van Woorden - Willem Frederik Hermans (1944)

4,5
Dit is weergaloze poezie. Poezie zoals ze moet zijn: rijmend, beknopt, ontroerend, melancholisch en met schitterende beeldspraak.
Helaas heeft Hermans niet veel poezie geschreven en zijn er slechts zo'n 100 gedichten van hem bekend. In 1944 verscheen dit bundeltje, dat in eigen beheer werd uitgegeven. Dit was Hermans' debuut, nog voordat hij als romancier debuteerde. In 1947 verscheen 'Horror Coeli en andere gedichten', in 1948 'Hypnodrome. Gedichten' en in 1968 'Overgebleven gedichten'. Deze vier bundels zijn samengebracht door de Bezige Bij in 2011 in zijn Volledige Werken (deel 9).
Hermans wist zelf niet goed wat hij met zijn poezie aan moest, evenmin als zijn recensenten. In 1963 schreef hij in een brief: "... soms heb ik het gevoel dat deze gedichten, vooral de oudste, niet door mijzelf geschreven zijn, maar door een door mij verzonnen romanfiguur uit een roman die in de pen gebleven is."
Ik vind dit een treffende passage, omdat uit deze eerste bundel blijkt dat Hermans romanticus pur sang was. Een enorm verlangen spreekt uit deze gedichten, dat maar net kan worden beteugeld, maar juist door de strakke vorm krachtiger wordt. Hermans was van origine fysisch geograaf, en dat is toch te merken in de zorgvuldige constructie van deze gedichten, en in de soms concrete, fysieke beschrijving van pijnlijke zaken. Alsof hij hiermee verdriet bezweert. In dit opzicht doet hij wat denken aan Achterberg.
De bundel bestaat uit 24 korte gedichten. Acht gedichten hiervan tellen slechts 1 strofe, en tien tellen er twee. Dit zijn voorbeelden van efficiente, doeltreffende poezie, die bol staat van ontroering en melancholie. De wat langere gedichten zijn overigens net zo prachtig. Een klein meesterwerkje.

Madame Bovary - Gustave Flaubert (1856)

Alternatieve titel: Madame Bovary: Provinciaalse Zeden en Gewoonten

4,5
Wat een boek, en wat een personages! Normaal houd ik niet zo van dramatiek, maar dit is zo overtuigend beschreven, dat ik het geweldig vond om te lezen. Ik denk dat de auteur heeft geprobeerd om op realistische wijze een romantisch personage te beschrijven, en daarmee de implicaties van de overgave aan de grote gevoelens en de fantasie. Daar is hij m.i. glansrijk in geslaagd.
Leuk om hieronder te lezen over de 'theatrale persoonlijkheidsstoornis' en borderline. Voor zover mijn kennis van de psychologie reikt moest de psychiatrie en zeker de classificatie van persoonlijkheidsstoornissen nog worden ontdekt in de tijd dat Flaubert dit boek schrijft. Dus hoe knap is het dat Flaubert hier een ziektegeval zo levensecht neerzet? Ik vind het een bijna volmaakte beschrijving van de narcistische persoonlijkheid (die sterke overlap vertoont met theatraliteit): de agressie jegens anderen, de haat zelfs, de destructie, het neerkijken op anderen, en het zichzelf verheffen in een fantastische werkelijkheid, en het nietsontziende egoisme. Ik weet niet waar Flaubert dergelijke types tegen het lijf liep, maar ze bestaan echt!
Ook schitterende passages overigens, vooral over de fantasieen van Emma. Wat ik zo knap vind is de levensechtheid van de personages en hun omgeving. Ik voelde me daardoor erg betrokken bij de personages. Wat een vreselijk mens is die Emma en er lopen nog wat van die zelfingenomen types rond. En wat een medelijden had ik met de eenvoudige arts, die gehaat werd om wie hij was, en niets liever wilde dan zijn vrouw liefhebben. Dit is toch wel knap: dat Flaubert deze emoties bij de lezer uitlokt en daardoor zoveel betrokkenheid genereert.
Mij viel verder op dat hij hele precieze beschrijvingen geeft van de externe werkelijkheid; mij soms iets te precies, zodat er weinig aan je verbeelding wordt overgelaten. Hij gebruikt overigens niet alleen visuele beschrijvingen, maar ook wel auditieve en olfactorische. Hij grijpt dus alle middelen aan om de realiteit in zijn boek na te bootsen. Dit is erg effectief vind ik.
Ik had niet zo'n last van de hortende opbouw, zoals anderen opmerken. Ook in het nawoord las ik over de perfectie van Flaubert en het eindeloze gesleutel aan zijn zinnen. Gek genoeg vond ik daar weinig van te merken. Het las erg vlot.
Al met al een schitterend boek, dat prachtig is geschreven en je bij blijft en het verdient herlezen te worden. Ook kan het dienen als studiemateriaal voor psychologen en psychiaters. Met recht een klassieker!

Nineteen Eighty-Four - George Orwell (1949)

Alternatieve titel: 1984

2,5
Ik vind dit een overschat boek. De onderliggende dystopische idee is sterk, maar wat mij betreft saai en zelfs wat kinderlijk uitgewerkt. Er zijn denk ik betere boeken in dit genre, en Orwell was ook niet de pionier. Dus waarom het boek zo hogelijk wordt gewaardeerd, is mij enigszins een raadsel.
In het eerste deel word je als lezer binnengeleid in het leven van de hoofdpersoon Winston Smith en de totalitaire staat waarin hij leeft. Hier is sprake van een overvloed aan technische details. Ik vond het wel interessant om te lezen hoe de maatschappij was ingericht, maar de manier waarop dit was opgeschreven vond ik ronduit vervelend. Ik kreeg de indruk een kinderboek te lezen; zo expliciet werd alles opgesomd. En de dialogen vond ik van een kinderlijk niveau (wellicht is hier mijn oordeel wat gekleurd doordat ik net Dostojewski heb gelezen; een groter verschil in psychologisch inzicht is nauwelijks denkbaar!). Het miste ieder literair gevoel en ging puur om het overbrengen van de basisidee. Even dacht ik dat het opzet van Orwell was om een 'mechanisch' gevoel aan de lezer over te brengen. Maar ik vond het vooral saai en dat mag een boek nooit zijn.
De theorie over het manipuleren van de werkelijkheid, en de werking van het geheugen - en de rol van taal hierin - vond ik wel ijzersterk. Best beangstigend hoe gesuggereerd wordt dat de individualiteit kan worden uitgewist door het geheugen te manipuleren. Hier is Orwell denk ik geslaagd in het overbrengen van de bedrukkende sfeer.

Het tweede deel bevatte duidelijk meer suspense, het verhaal liep hier beter en ook vond ik de taal mooier (ik las een wat gedateerde Nederlandse vertaling, dus ik weet niet zeker in hoeverre dit een rol heeft gespeeld).
Wel vond ik sommige overgangen in het verhaal onlogisch en moeilijk invoelbaar. Belangrijke wendingen in het verhaal worden nauwelijks ingeleid en overvielen mij wat.
De laatste passage van deel 2, waarin de hoofdpersoon voorleest uit het propagandaboek vond ik weer oersaai. Waarom heeft Orwell hier gekozen voor zulke lange passages van een traktaat en niet van fragmenten hieruit, met bijvoorbeeld gedachten erover van de hoofdpersoon? Bovendien werden hier talloze feiten herhaald, die al eerder in het boek waren genoemd.

Het derde deel vormt de climax van het boek. Het was spannend om te lezen, en in menig opzicht zelfs schokkend. Hier wordt de basisidee (dat de werkelijkheid alleen in ons hoofd bestaat en daarmee - door het denken te controleren - ook zelf gecontroleerd kan worden) verder uitgewerkt. Hoewel de hoofdpersoon zich in een hachelijke situatie bevond, vond ik het nog steeds moeilijk om me echt betrokken te voelen. Het einde is op zich wel sterk en bedroevend. Ik denk dat ik het derde deel het beste vond, en ik vraag me dan ook sterk af of Orwell het niet had kunnen doen zonder het eerste deel (ik begrijp dat net als in 'Brave New World' de 'nieuwe wereld' eerst moet geintroduceerd worden, maar dat gebeurt m.i. uitentreuren in delen twee en drie.). In dit opzicht vind ik het boek gedateerd, want een moderne roman zou wellicht hogere eisen hebben gesteld aan de lezer en hem meer hebben laten zoeken in welke wereld de hoofdfiguur zich bevindt, zonder dit alles voor te kauwen.

In zijn geheel vind ik het een matig boek. Of het visionair is durf ik niet te zeggen. Maar ik vind wel dat alleen een goede idee geen literatuur vormt. Daarvoor vind ik het veel te weinig mooi taalgebruik, platte personages die niet tot leven komen, en een wat amateuristische opbouw van het verhaal, met teveel feiten en veel herhalingen.
Er is iets voor te zeggen om het boek op zijn visonaire waarde te schatten, los van de literaire kwaliteit. Daarbij vraag ik me echter af of Huxley (1932!) niet meer lof toekomt. Neil Postman geeft een interessante analyse van de beide boeken, waarin hij aangeeft dat Huxley met zijn visie op de futuristische maatschappij dichterbij de huidige maatschappij komt. Bij Orwell is pijn het regulerend principe, bij Huxley is dat juist genot. Het is wel een interessante vraag (vind ik) hoe je mensen beter kunt conditioneren tot gehoorzaamheid...

Schachnovelle - Stefan Zweig (1942)

Alternatieve titel: Schaaknovelle

3,5
Interessant boekje dit, dat voorkomt op menige lijst van klassiekers. Het weet in korte tijd (mijn exemplaar telde 88 pagina's) zeer te boeien door de effectieve opbouw.
De schrijfstijl is zeer precies en ik vond het prettig leesbaar. Mooi geconstrueerde zinnen die perfect liepen en toch geen woord te veel hadden. Het deed mij denken qua zorgvuldige formulering aan Italo Svevo's 'Bekentenissen van Zeno', hoewel de laatste veel ironie gebruikt. In de novelle van Zweig vond ik weinig humor. Wel zijn de belangrijkste karakters voldoende uitgewerkt om voor het korte verhaal functioneel te zijn. Het is ook knap dat het ook voor leken goed te volgen is. Ik weet niets van schaken, maar op geen enkel moment ontstaat een afstand tot het verhaal.
De novelle is een soort raamvertelling, want het grootste deel van het verhaal wordt ingenomen door de vertelling van een voor het verhaal bepalende gebeurtenis door een van de hoofdpersonages. Dit is een voor hem traumatische gevangenneming door de Gestapo. Tijdens zijn gevangenschap heeft hij zichzelf om de tijd te verdrijven een boekje met schaakwedstrijden volledig eigen gemaakt. Het wordt een obsessie voor hem. Om in zijn eigen gedachten schaak tegen zichzelf te spelen voelt hij zich genoodzaakt een splitsing in zijn bewustzijn te bewerkstelligen, waarbij hij twee geesten probeert te creeren die onafhankelijk tegen elkaar schaken.
Dit is mooi beschreven, maar voor iemand met enige kennis van de psychologie niet al te geloofwaardig. In dit verband is het interessant te weten dat Zweig bevriend was met Freud, en dat Freud in 1940 heeft geschreven over mentale splitsing; enige jaren voordat de novelle van Zweig verscheen. Een kenmerk van splitsing is dat het ene deel van de geest of persoonlijkheid helemaal geen weet heeft van het bestaan van het andere deel. Dit beschrijft hij knap, maar waar hij meermaals rept van een wedijver en competitie met zijn andere Ik verliest het enige geloofwaardigheid.
Maar dit is slechts een kleine kritische kanttekening bij een zeer geslaagd boekje dat de moeite van het lezen meer dan waard is.

Things Fall Apart - Chinua Achebe (1958)

Alternatieve titel: Een Wereld Valt Uiteen

3,5
Indrukwekkend boek over de Britse kolonisatie van Nigeria vanuit het perspectief van het Ibo-volk. De hoofdpersoon is Okonkwo, een machtig en alom gevreesd krijger, die geleidelijk aan zijn greep verliest op zijn volk en de wereld om hem heen.
Dit wordt op indringende wijze beschreven, veelal vanuit het perspectief van Okonkwo, waarbij de schrijver ook erg zijn best doet om de lezer toegang te verschaffen tot lokale rituelen en gebruiken. Mij bekroop het gevoel soms een docu-achtig reisverslag te lezen. De schrijver lijkt de kloof tussen het Westen en het Afrikaanse continent te willen overbruggen. Hij is hierin zonder meer geslaagd, maar soms creeerde dit ook een afstand. Het leidde af en toe weg van het dramatisch narratief. Ik weet echter niet hoe de schrijver dit had kunnen omzeilen, want als er niet een en ander was uitgelegd, had ik die afstand wellicht ook ervaren.
Het boek is beknopt, maar verliest wel hier en daar wat vaart, vooral wanneer de krijger in ballingschap is. Maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd door de vele imponerende ontwikkelingen in een beperkt aantal pagina's.
Al met al een indrukwekkend boek met een schokkende climax.

Yukiguni - Yasunari Kawabata (1947)

Alternatieve titel: Sneeuwland, 雪國

4,0
Schitterend boekje, dat zeer poetisch geschreven is. Het is wel wat ingewikkeld soms om te volgen/duiden, omdat veel impliciet blijft. Ook is niet altijd duidelijk te volgen wanneer de personages tot handelen overgaan, want in veel van de beschrijvingen lijkt de tijd als het ware stil te staan. Maar de sfeerbeschrijvingen zijn van een onvergetelijke schoonheid. De roman is gesitueerd in het bergland van Niigata, waar van december tot maart altijd sneeuw schijnt te liggen (vandaar de titel). Sneeuw speelt een belangrijke rol in de roman, en in de sfeer die wordt neergezet, ook tussen de personages.
De hoofdfiguur (Shimamura), een man met een gezin, die een paar keer per jaar een uitstapje maakt naar een dorpje in midden-Japan (Yuzawa), lijkt niet in staat tot echte intimiteit. Shimamura is sterk esthetiserend en idealiserend. Hij beleeft alles intens, maar hij lijkt geen wezenlijk deel uit te maken van zijn omgeving. Hij ziet de plattelandsgeisha Komako regelmatig, en hoewel hij op haar aanwezigheid gesteld raakt, kan hij zich niet echt aan haar overgeven. Zij daarentegen is een erg gepassioneerd meisje, dat veel van hem houdt. Zij lijkt haar aanwezigheid steeds meer te willen laten gelden, maar de relatie verdiept zich niet echt. De hoofdfiguur blijft als het ware zweven tussen zijn affectie voor Komako en zijn fascinatie voor het vreemde meisje Yoko. Van zijn gezin horen we nauwelijks iets.
Eigenlijk zijn er in de roman vier personages, die nauw met elkaar verbonden zijn, hoewel sommigen van die personages elkaar nooit ontmoeten. De vier personages vormen twee driehoeksverhoudingen met de twee vrouwen als constante. Dit is even zoeken aan het begin, hoewel alle personages vrij snel worden geintroduceerd, maar het heeft mij geholpen bij het lezen toen ik de verhoudingen eenmaal doorhad. Dat deze verhoudingen zo impliciet blijven en dat ze als het ware een organisch geheel vormen, geeft de roman iets mystieks.
De passage over 'chijimi' (een methode volgens welke van hennep stoffen worden geweven) vind ik een hoogtepunt en illustreert de symboliek die veel in de roman wordt gebruikt goed. Shimamura verdiept zich in de weeftraditie, omdat hij erg van zijn zomerkimono's houdt die op deze wijze zijn geweven. Hij lijkt helemaal op te gaan in de fantasie over de weefsters, die dit vroeger in alle eenzaamheid met zoveel liefde en toewijding hebben gemaakt. Er lijkt bijna sprake van een persoonlijke relatie met de weefsters.Toch wordt ook meermaals benadrukt hoe 'koel' de kimono's aanvoelen. wat als een metafoor gezien kan worden van de afstandelijkheid van zijn relaties en zijn onvermogen tot echt contact.
Shimamura lijkt bang om zijn geidealiseerde werkelijkheid te moeten opgeven en dit te vervangen door het 'echte leven'. Zijn karakterisering aan het begin van de roman als een kenner van westers ballet, dat hij echter louter schijnt te kennen uit boeken en dat hij wellicht niet in werkelijkheid zou willen zien uit de angst om een droom te verstoren, is in dit verband veelzeggend. Dit onvermogen zich over te geven aan de werkelijkheid van het 'echte' leven vind ik geweldig beschreven, of eigenlijk meer gesuggereerd. Dat vind ik ook een van de krachten van deze auteur: hij kan met enkele streken een hele sfeer of een karakter neerzetten. Het getuigt van een diep psychologisch inzicht van de auteur en veel empathie voor zijn personages. De karakters komen daarna ook nog echt tot leven, althans voor mij. Aanrader. Ik ben ook benieuwd geworden naar zijn andere romans, zoals 'Het geluid van de berg', maar ik heb ook gelezen dat dit als zijn meesterwerk wordt gezien.