menu

Hier kun je zien welke berichten Ataloona als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Bratja Karamazovy - Fjodor Dostojevski (1880)

Alternatieve titel: De Gebroeders Karamazov

5,0
Dostojevski lijkt nooit teleur te stellen. Het was een dikke pil, maar het is uit en ik mis het nu al. De Gebroeders Karamazow is een diep persoonlijk boek. De levensgeschiedenis van Dostojevski in het achterhoofd in beschouwing nemende is dit boek haast een volledige levens- en gevoelsreflectie van aangrijpende gebeurtenissen, gevoelens, ideeën, ethiek, moraliteit, geloof in kerk en geloof in staat. Ieder karakter lijkt ook wel iets van Dostojevski zelf of diens naasten in zich mee te dragen. Het onlosmakelijke verbond tussen schrijver en boek liet mij niet meer los, hetgeen er voor zorgde dat ik mij zeer betrokken voelde. Haast met ieder personage dat ik tegenkwam.

De alom aanwezige en immer terugkerende massahysterie in de personages blijft iets dat Dostojevski tot in de details kon beheersen en deze vertelstijl werkt haast nergens zo goed als in de man's uiteenzettingen. Van koortsachtige - haast hallucinerende - mono- en/of dialogen, tot de meest rationele deposities over gebeurtenissen in der minuscule uitgelegd, tot voordrachten van de meest uiteenlopende theorieën over moraal en vooruitgang (of juist het verval) van de staat Rusland, doch ook de alsmaar - onder de invloed van West-Europa en de Fransen - progressiever wordende burger en of deze nog wel iets kan aanvangen met het geloof en zogenaamde 'vrijheiden' die daarbij komen kijken.

Ik weet, het is inmiddels haast een trivialiteit, maar ook mijn favoriete delen zijn de hoofdstukken die de lezer deelt met Ivan. Ik voelde op momenten ongekend veel sympathie en daarmee ook vooral medeleiden met deze man. Inderdaad een 'man': een personage was het al lang niet meer. Hoe men met één voordracht - jawel, 'de Grootinquisiteur' - zijn volledige ziel vol twijfels, afschuw en toch ook stille en tegelijkertijd schreeuwende hoop kan blootleggen is ongekend. Tezamen met 'Rebellie' als tweelijk een hoogtepunt in de literatuur. Na het uitlezen had ik eigenlijk direct een soort drang om het boek (of in ieder geval sommige passages) te herlezen. Zoals gezegd; het is een dikke pil en dus laat ik dat voor later. Over een aantal jaar. Kijken hoe ik er dan in sta. Nu resteert enkel nog te denken over een rechtvaardige score die mijn leeservaring nauwkeurig illustreert en ook recht doet aan het boek en de persoonlijke aard daarvan. Dat moet toch zeer dicht neigen naar de hoogste score die men op Boekmeter kan geven.

Malazan Book of the Fallen 2: Deadhouse Gates - Steven Erikson (2000)

Alternatieve titel: De Poorten van het Dodenhuis

4,0
Wat wilde ik toch graag dat Coltaine dit allemaal zou overleven. En Bult. En List. Sormo. En de 7th army. En alle Wickans. De pelgrimstocht van Coltaine's Chain of Dogs was groots en meeslepend en voor de lezer zowel fysiek als emotioneel slopend. Duiker's passages waren ontzettend pijnlijk, treurig en inderdaad smeerlapperij die oorlog en dan vooral Drjhna's rebellie en fanatiekelingen van Sha'ik's Whirlwind. Je weet dat de tocht hopeloos is, maar wanneer de poorten van Aren opengaan voel je nog een sprankje hoop, om dat dan zo pijnlijk weg te voelen ebben, bah. Ook zo hard wanneer je je weer realiseert dat één van de ''helden/protagonisten'' - Kalam Mekhbar - de Whirlwind eigenlijk veroorzaakt. En niet alleen omdat het hem dichter bij de Unta zou brengen, maar ook uit persoonlijke overtuigingen...

Simpelweg magnifiek geschreven. Met de eeuwenlange vriendschap tussen de Trell Mappo en de Jhag Icarium als emotioneel hoogtepunt. Diepere banden zijn er zowat niet.

Pasos Perdidos, Los - Alejo Carpentier (1953)

Alternatieve titel: Heimwee naar de Jungle

4,0
Kan mij behoorlijk vinden in het voorgaande bericht. Wat mij vooral aanspreekt in deze novelle is de structuur. Het boek is geen eenvoudig reisverhaal en er is echt goed over nagedacht. Dat blijkt natuurlijk uit het enorm wollige taalgebruik die naarmate de reis door de jungle richting de allereerste primitieve beschaving steeds lyrischer wordt. Carpentiers Los pasos perdidos is het ultieme machismoboek van de jaren 50. De hoofdpersoon heeft een wetenschappelijk verstand van muziek (goed hij zijt componist), van architectuur, van wereldliteratuur en epische poëzie, van geschiedenis, van talen, van kunst, van religie en ga zo door. Daarnaast is ook het liefdesverhaal doordrenkt in machofantasieën waarin de ik-persoon van de ene vrouw opzoek gaat naar een nog primitievere versie van de onderdanige vrouw die zich compleet schikt naar de man. Zoals Carpentier het al ergens in het derde of vierde hoofdstuk min of meer beschrijft; ''niet je echtgenoot, maar je vrouw, je bezit. Een volmaakte definitie van de situatie.''

Wat dit boek ook zo ontzettend boeiend maakt, is daar het ontsnappen aan de civiele beschaving en deze inruilen voor een eenvoudiger leven zonder beschaving in de jungle waarin je enkel gebruikmaakt van de dingen die je echt nodig hebt op een dag tot dagbasis als een groot paradox wordt omschreven. Hoezeer de ik-persoon ook verlangt naar een eenvoudiger leven en genoeg heeft van zijn elitaire wereld in de grote stad, des te meer hij tegen wordt gewerkt door de natuur naarmate hij dieper in de jungle komt. Ook rekent de natuur in zekere zin af met de ongeremde snobistische - en toonbeeld van westerse, haast vooroorlogs Weense culturen - vriendin van de ik-persoon, en uiteindelijk ook met de ik-persoon die net zo min een plaatsje heeft in aloude culturen van de jungle. Ofschoon hij wordt overmand door gevoelens dat hij thuis is gekomen, dat dit zijn 'volk' is, hun cultuur werkelijk de zijne is, wijst moeder natuur ook hem af en bestempeld ook hem met zijn goede bedoelingen als buitenstaander, neen erger nog; een indringer.

Dat komt ook op intrigerende wijze aan bod door de structuur van het boek. We beginnen in de grote stad (vermoedelijk New York City), het toonbeeld van westerse civilisatie, naar een Latijns-Amerikaanse stad, naar dorpen en langzamerhand de rivier af naar steeds kleinere, bedreigde, primitievere nederzettingen die allen steeds dichterbij de natuur staan. Terwijl het een lastig boek kan zijn indien je je niet wilt vergewissen van iedere betekenis van iedere zin, ben ik wel van mening dat het boek zich dubbel en dwars uitbetaald in de zin van dat het een mens bezighoudt. Het is ook gewoon een goed boek als je het zo bekijkt. Heel goed.

San Manuel Bueno, Mártir - Miguel de Unamuno (1931)

Alternatieve titel: San Manuel Bueno, Heilige en Martelaar

4,0
Een dergelijke pessimistische boodschap las ik niet zozeer; meer mensen een algemeen geluk laten nastreven, of zij daar nu externe hulp of geruststelling zoals het geloof en religie voor nodig hebben of niet. En ze daarvoor in hun waarde laten, want Don Manuel heeft zich allang gerealiseerd dat geloof geruststelling en daaruit geluk met zich meebrengt voor de mensen uit zijn congregatie. En dat dit de grootste deugd of zelfs doel in een mensenleven is. Ik vond dat een hoopvolle benadering, maar dat leidt ook tot een triest contrast met de Heilige Manuel.

Zijn strijd tegen de depressie en de daaruit voortkomende geloofscrisis (of is het andersom?) is tragisch en emotioneel. Zijn barmhartige en constante daden voor de parochie trachten hem af te leiden van zijn geestestoestand, maar de populariteit die zijn barmhartigheid hem brengt, duikelt hem juist dieper onder in zijn isolement. Een wrede ironische paradox. De komst van Lazaro (Lazarus) blijkt op dat punt al geen verschil meer te maken; sterker nog, deze persoon blijkt ondanks zijn progressieve denkwijzen diep van binnen hetzelfde in elkaar te steken en ondergaat eenzelfde lot.

Het slotwoord van Angela (machtig sympathiek personage) voelt voor mij ook als een analogie met het evangelie en Lijdensverhaal. Het vermoeden dat god hen noodlottig geen geloof heeft geschonken om zodoende de congregatie juist onberispelijk te helpen geloven, een noodzakelijke offering zoals ook Jezus Christus onvermijdelijk werd opgeofferd.

Verwondering, De - Hugo Claus (1962)

3,0
Interessant boek, maar ik heb er botweg gezegd ook weer niet enorm veel lol aan beleefd. Ik had beter moeten weten toen ik las dat Hugo Claus ten tijde van het schrijven van dit werk erg werd beïnvloed door Joyce's Ulysses. Straffe kost in ieder geval, dat zeker.

'Boektechnisch' valt er genoeg aan dit boek te prijzen. De narratieve structuur waarbinnen de lezer wordt meegezogen in de steeds nijpender wordende psychose van 'Lul' De Rijckel, het hoofdpersonage; steeds terugkerende herhalingen van opmerkingen eerder aan het boek, die later wellicht toch anders liggen doordat de verteller van het boek toch niet zo betrouwbaar en helder is als later blijkt; de persoonsverwisselingen die de lezer soms op het verkeerde been brengen; het beeld dat wordt geschetst van een fascistisch West-Vlaanderen, een beeld dat naarmate de bladzijden verstrijken onbewust steeds normaler wordt, maar ergens compleet verontrustend is (het begint bij autoriteitspersonen in het leven van de hoofdpersoon en shift langzaam naar iedere inwoner in het gehucht waar hij zich bevindt); de geschiedenis van West-Vlaanderen voor-tijdens-na WOII die dubbelzinnig terugkomt in verschillende karakters uit dit boek; de verschillende vertelvormen die briljant tot uiting komen in krankzinnige dagboekverhandelingen waarbij zinnen niet worden afgemaakt of de verteller uit het niets van persoonlijkheid of onderwerp lijkt te wisselen; filosofische beschrijvingen over de idee van 'de verwondering'. Ik kan doorgaan, maar zo is het voor nu wel goed.

Hoewel dit allemaal zeker het loven waard is, maakt dit het boek niet spontaan prettig om te lezen. De psychotische buien en wanen van De Rijckel zijn begrijpelijk en knap tot uiting gebracht, maar de gebeurtenissen die daarop duiden zijn behoorlijk archaïsch beschreven of bevatten gewoonweg niet interessante gebeurtenissen. Het personage van Crabbe is bijvoorbeeld een belangrijk mechanisme om én de fascistische geschiedenis van West-Vlaanderen te beschrijven én om de persoonsverwisselingen van de hoofdpersoon uiteen te doen. Zo nu en dan zijn die verhalen over hem echt niet door te komen, zo gedetailleerd. Op andere momenten zijn die verhalen juist bijzonder sterk (zoals in het allerlaatste hoofdstuk van dit boek).

Het taalgebruik van Claus is bewonderingswaardig, maar het zuigt je niet mee in een boeiend verhaal. Wel blijf je na het het uitlezen verwonderend achter wat allemaal wel is gebeurd en wat waan is; wat een onwaarheid is die de psyche van De Rijckel hem voorhoudt. Is hij na verloop van de beschreven gebeurtenissen in een manie belandt (zoals Claus met verschillende vertelvormen lijkt aan te duiden)? Of is hij altijd al opgesloten geweest in de kliniek zoals zijn verplegers hem aan het verstand proberen te brengen? Of is het allemaal een illusie die hij zichzelf voorhoud; vanuit de onderdrukking die hij voelt (zowel uit sociaal-politiek en familiair opzicht)?

Interessant boek - dat absoluut. Maar wanneer je opzoek bent naar escapisme of een fijn treinreisboek, dan wellicht niet geheel geschikt.