menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

1933 Was a Bad Year - John Fante (1985)

Alternatieve titel: 1933 Was een Slecht Jaar

4,5
Vorig jaar ontdekte ik Fante en las ik drie boeken van hem. Na het eerste boek wist ik dat het niet de laatste zou zijn. In dit verhaal volgen we Dominic. Hij wil met De Arm een groot honkballer worden. Een droom die hem en zijn uit Italië geëmigreerde familie uit de benaderde positie halen. Het verhaal vertoont veel gelijkenissen met Wait until Spring, Bandini - John Fante (1938) - BoekMeter.nl. Ook nu is het vooral de hoop die het verhaal voortduwt, die Dominic op de been houdt. Dromers, we waren een huis vol dromers. Metaforen zijn beeldend en treffend, de personages interessant, de stijl is simpel, maar doorleeft, waardoor je als lezer dicht op de huid van de hoofdpersonen zit. Weer kan ik zeggen dat dit niet mijn laatste Fante zal zijn. Schitterend schrijver.

1936: Wij Gingen naar Berlijn - Auke Kok (2016)

3,0
Een gouden kans voor Auke Kok. Als een Arjen Robben die alleen op Iker Casillas afstormt ligt hier voor Kok een klassieker van wereldformaat op de loer. Potentieel meesterstuk. De Olympische Spelen van Berlijn in 1936. Nazi Duitsland is in volle glorie. Adolf Hitler werpt zijn donkere schaduw over de wereld en ziet een kans om zich van zijn beste kant te laten zien. Zelden kwamen sport en politiek zo met elkaar in aanraking.

Auke Kok richt zich vooral op de Nederlandse sporters. Voor Nederland zijn er de succesverhalen van Tinus Osendarp en Rie Mastenbroek. Ze worden op handen gedragen. Kok beschrijft hoe de euforie na de oorlog omslaat. Voor de sporters is er de tragische vernedering als ze uiteindelijk toch worden ingehaald. Niet door snellere zwemsters en hardlopers, maar door de tijd.

Ja, Auke Kok is tegen een goudmijn aangelopen. En om het eerst maar even voor hem op te nemen. De verhalen van Rie Mastenbroek en Tinus Osendarp moeten verteld worden, want in onze nationale sportherinnering komen ze niet voor. We zijn ze vergeten, bewust, zo lijkt het, uit schaamte voor alles wat na de oorlog naar voren kwam. Hoe konden we deze sporters naar Berlijn laten gaan destijds? Kok neemt het voor ze op. Toont de menselijke, ja, de onschuldige kant van de sporters. Kun je hen kwalijk nemen wat ze deden? Kun je Tinus Osendarp kwalijk nemen dat hij heulde met de vijand. Hij was de naïeve sprinter die gewoonweg hard wilde lopen. Hoe kon hij weten dat hij aan de verkeerde kant stond? Auke Kok probeert de lezer van Osendarps onschuld te overtuigen, alsof hij alles wat Osendarp is overkomen postuum goed wil maken. Sentimentaliteit druipt het boek binnen. Het is de teen van Iker Cassilas die de inzet van Arjen Robben van richting verandert.

Al eerder verliest het boek iets van potentie. De verhalen waarop is ingezoomd zijn er slechts enkele en ze zijn te ruim op gezet. Sommige passages voegen weinig toe. Urgentie ontbreekt. Ergens voelt het alsof de schrijver te ver op afstand staat. Je zou hem dichterbij wensen. Ik ga nog even door, want je vraagt je toch af of er niet meer mogelijk was. Er moet toch een schat aan informatie zijn waardoor Kok dichterbij had kunnen komen? En waarom is er zo weinig ingezoomd op buitenlandse ervaringen? Al was het maar om de Nederlandse keuzes in perspectief te brengen.

Na de finale tegen Spanje in 2010 zijn vaak de woorden “wat als” gevallen. Die vraag stelde ik me ook na het lezen van dit boek. Toch heb ik me tijdens het lezen prima vermaakt. Ik kende de ver weg gestopte verhalen van Osendarp en Mastenbroek niet. Ik ben blij dat Kok het stof heeft weg geblazen, ze opnieuw onder onze aandacht heeft gebracht zodat we de prestaties kunnen gaan beoordelen op de manier waarop ze uiteindelijk zouden moeten worden beoordeeld: als sportprestaties.