menu

Hier kun je zien welke berichten Theunis als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Vele Hemels boven de Zevende - Griet Op de Beeck (2013)

4,0
Enkele weken geleden was Griet Op de Beeck Zomergast. Een prachtige uitzending. Ondanks de gebrekkige interview-competenties van de gastheer werd het een prachtige televisieavond. Op de Beeck nam het heft in handen. En wat was het heerlijk om naar haar te luisteren. Ze ging moeilijke thema's (suïcide neigingen, de slechte band met haar ouders, anorexia) niet uit de weg. Sterker nog, ze leek ze zelfs te omarmen, omdat ze, naar eigen zeggen, zelf een voorbeeld was van waarom mensen in de maakbare wereld mogen geloven. Ze deed zonder ook maar een moment arrogant te klinken. Het kwam meer over als haar missie, om mensen te laten zien dat het kan. Wat dan ook.

Gedurende het lezen van deze debuutroman, kwamen de thema's terug die ze ook in de uitzending naar voren liet komen. In een prachtige stijl, een beeldschoon Vlaams, met weergaloze, vaak ook kort, maar krachtige zinnen, komt Op de Beeck gemakkelijk tot de diepe en vaak donkere kern van haar zes hoofdpersonen. Want gemakkelijk hebben ze het allemaal niet in hun verschillende levensfases. Toch is er altijd die hoop, is er altijd een lichtje aan het einde van de tunnel. Een lichtje die aan het einde van het boek over de grens van de sentimentaliteit ging. Hollywood was niet ver weg. Dat vond ik erg jammer.

Al met een al een prachtig debuut van een bijzondere vrouw.

Vies Minuscules - Pierre Michon (1984)

Alternatieve titel: Roemloze Levens

4,5
Wat een geweldig boek dit. Dat had ik niet verwacht toen ik aan het eerste verhaal van deze zogenaamde bundel bezig was. Ik moest erg wennen aan de stijl van Michon. Hij gebruikt lange zinnen met veel beeldspraak waar ik als lezer even tijd voor nodig had om op waarde te kunnen schatten. Op een gegeven moment viel het kwartje.

Zo spreekt Michon over het verre Amerika, de plek waar een verdwenen hoofdpersoon uit een van de verhalen naar toe zou zijn gegaan:

'.. een rijk maar gevaarlijk land, een moordenaarshol, een Babel van verwarring, vol Sinaïs van doorstruiken en Kanaäns van dorpsfeesten, vol gevallen maar minzieke vrouwen en levens die fantastisch of rampzalig zijn, of allebei tegelijk, zoals het leven is in landen van horen zeggen.'

Soms moest ik een gedeelte even herlezen omdat de bijzinnen zo talrijk waren dat ik door de vele vertakkingen even de weg kwijt was. Michon laat mij als lezer hard werken en dat betaalt zich uit.

Michon beschrijft in een achttal verhalen de levens van mensen rondom hem. De levens van de hoofdpersonen die volgens de ik-persoon zo goed als vergeten zijn. Zo lezen we zijn gedachten als hij nadenkt over de laatste keer dat hij zijn grootouders zag, grootouders voor wie hij alles was en die voor hem niet zoveel meer betekenden.

'Hun gebaren, die voor mij de laatste waren, heb ik gezien, en ik weet er niets meer van; hun laatste woorden zijn mij voor altijd ontnomen, hun afscheidsgroet is weggeblazen achter een gordijn van harde wind; nimmermeer zal ik me het dubbele silhouet herinneren, onvast en aangeslagen in de deuropening, een beeld dat ze niettemin geboden hebben aan mijn ondankbare geheugen - helemaal in het graf en toch nog zachtjes, kranig wuivend tot de auto van de kleinzoon was verdwenen, die al wazig van tranen was geworden lang voordat hij door het bos werd opgeslokt, in de onherroepelijk definitieve bocht van de weg.'

En oh wat zijn die zinnen prachtig. Hier gaat het over een donderpreek van een dominee, een hoofdpersoon uit één van de verhalen.

'... plotseling klaterden de woorden, schalden ze vurig tegen de koele gewelven, als koperen knikkers die in een loden kom worden gegooid; de onbegrijpelijke Latijnse tekst was van een onthutsende helderheid; de lettergrepen vermenigvuldigden zich in (zijn) mond, de woorden knalden als zwepen die de wereld sommeerden zich over te geven aan het Woord; de galm van de slotklinkers, culminerend in het goudglanzig opdwarrelende kazuifel (...), was de dof dreunende bas van een tamtam, die de vijand (...) betoverde.'

Langzaamaan leren we ook de ik-persoon beter kennen. De hoofdpersoon die zelf worstelt met zijn schrijversbestaan en daar op het magistrale einde nog grandioos op terugkomt. Zonder te veel te verklappen:

'.. vaak werd ik zelf bijna geboren in hun mislukte wedergeboorte, en altijd stierf ik bijna met hen...'

De roemloze levens hebben zijn betekenisvol geweest, al was het maar omdat ze onsterfelijk zijn gemaakt voor over ze te schrijven.

Voor Altijd voor het Laatst - Tjitske Jansen (2015)

3,0
Ergens halverwege het boek schrijft Tjitske Jansen over haar manier van schrijven, over hoe ze graag in flarden wil schrijven, over hoe dat door anderen wordt gezien als los zand. Jansen schrijft ijkpunten uit haar leven kleine alinea's, korte fragmenten. Essentiele levenslessen in enkele woorden. Dat doet ze op een mooie manier. Als lezer heb je het idee dat je tot de kern komt. En toch, dat losse zand, dat begrijp ik wel. Je zou zo graag de context zien, de aanloop, het proces. Je zou mee willen leven in plaats van alleen de conclusie te lezen. In die zin is het los zand. Het is wel een boek zoals ik hem vandaag wilde lezen: leuk voor tussendoor. En daar is niks mis mee.

Vos: De Biografie van Luc De Vos - Leon Verdonschot (2017)

4,0
Een flink aantal jaren geleden luisterde ik voor het eerst naar Gorki, de Vlaamse band van zanger en liedjesschrijver Luc de Vos. Wat me aanspraak in de muziek waren de fenomenale, sombere en tegelijk humoristische teksten en de melancholieke stem van De Vos. In 2014 overleed Luc de Vos. In Nederland amper nieuwswaardig, maar net over de grens, in Vlaanderen, was men in rouw. Er was een held heengegaan. Menigten op pleinen zongen hun bekendste liedje: Mia. Wie was toch deze Luc de Vos?

Door het luisteren naar zijn teksten en zijn muziek (en een enkel televisieoptreden wat ik had gezien) was er bij mij een beeld van hem ontstaan. Het leek me iemand die het leed in het leven van zich afschreef, iemand die het leed vooral via zijn kunst tot uiting liet komen, zoals artiesten zo vaak doen. Achter die teksten zou dan die goedlachse man van televisie schuilgaan die in zijn creatieve uitingen nog het meest somber was. Natuurlijk is dat een wel erg eenzijdig en gemakkelijk beeld. Iedereen heeft zo zijn naargeestige momenten, maar Luc de Vos leek me niet iemand die deze bezongen zwaarmoedigheid altijd en overal met zich meedroeg.

Toen was daar het boek van Leon Verdonschot. Ik heb me verbaasd over de man die door Verdonschot op een mooie manier geschetst werd. Niet eens zozeer over zijn opmerkelijke neerslachtigheid. Op alle delen van zijn leven keek hij terug op een manier die anderen verbaasde. Zo keek hij volgens zijn broers en zussen wel heel erg treurig terug naar zijn toch over het algemeen zorgeloze jeugd. Maar De Vos keek overal treuriger op terug. Terwijl de mensen om hem heen niets aan hem merkten, terwijl ze dachten dat hij het toch vaak wel naar zijn zin had, kwamen ze er vaak later achter dat hij het toch anders ervaren had. Maar, zoals gezegd, dit was niet wat ik het meest opmerkelijke vond.

Nee, wat me werkelijk verbaasde was zijn luiheid, misschien wel zijn verwendheid. Hij was een nakomelingetje, mocht alles van zijn moeder. De Vos was een tere ziel, ging elke confrontatie uit de weg, liet het door anderen (vooral zijn manager) oplossen. Hij bleef thuis wonen tot hij ver in de twintig was en al met zijn Gorky (toen nog met ‘y’) zijn eerste successen had. Oefenen met de band vond hij onnodig. Hij zat het liefst met een boek of de ‘gazet’ in zijn handen, in zijn eigen, vertrouwde wereldje. In zijn eigen hoofd, daar was het veilig.

De Vos was uitermate belezen, een groot voorbeeld voor de natie en tegelijkertijd bijna een kind. Een kind die geen maat kon houden met alcohol en eten. Maar bovenal was Luc de Vos een volstrekt authentieke persoonlijkheid, een weergaloos liedjesschrijver. Ik zal zijn muziek nog lang beluisteren, maar nu wel met een heel ander beeld van de schepper van die wonderschone teksten.